Het inschrijvingsrecht

Opgelet: deze vragen en antwoorden gelden tot 1 september 2012. Dan gelden er nieuwe regels voor de inschrijving van kinderen in een school. U vindt hier spoedig vragen en antwoorden over de nieuwe regeling.

Wat houdt het inschrijvingsrecht precies in?

Het gelijke-onderwijskansendecreet garandeert het recht op inschrijving van alle kinderen in het basis- en secundair onderwijs. Dat betekent dat u uw kind kan inschrijven in de school en/of vestigingsplaats van uw keuze. Is uw kind twaalf jaar of ouder, dan kiest u samen voor een school. Elke inschrijving is ten vroegste mogelijk op 1 september van het voorafgaande schooljaar. Dat is het schooljaar vóór uw kind in een welbepaalde school effectief zal schoollopen.

Er zijn twee voorwaarden aan dit inschrijvingsrecht verbonden:

  1. Uw kind moet aan de toelatingsvoorwaarden voldoen. Hiermee bedoelen we o.a. de instapleeftijd voor het basisonderwijs, het inschrijvingsverslag voor het buitengewoon onderwijs en het slagen in het onderliggende jaar voor het secundair onderwijs.
  2. U moet als ouder instemmen met het pedagogisch project en het schoolreglement, die u bij een eerste inschrijving worden voorgelegd.
    Normaal gesproken stellen er zich dus weinig problemen bij de inschrijving van uw kind. Toch kan het gebeuren dat de school van uw keuze uw kind niet wil inschrijven. In welke (uitzonderlijke) gevallen dat kan, leest u hieronder.

Mag een school de inschrijving van mijn kind weigeren?

Een school kan slechts in enkele gevallen de inschrijving van uw kind weigeren:

  1. De school is ‘vol’. Dit betekent dat de vooropgestelde, maximale capaciteit bereikt is. Het schoolbestuur kan zelf – op basis van de materiële omstandigheden - bepalen wat de maximale capaciteit van de school, het niveau of het leerjaar is.
  2. Uw kind is ‘definitief uitgesloten’. Dit betekent dat uw kind het vorige of daaraan voorafgaande schooljaar via een tuchtprocedure uit de school werd verwijderd.
  3. Bepaalde secundaire scholen kunnen in de loop van het schooljaar leerlingen weigeren die in andere scholen werden uitgesloten. Dit kan enkel voor scholen gelegen in het werkingsgebied van een LOP. Er moeten vooraf duidelijke afspraken gemaakt zijn welke scholen mogen weigeren.
  4. Uw kind heeft een inschrijvingsverslag voor het buitengewoon onderwijs en heeft specifiek onderwijs, verzorging of therapie nodig. Als ouder heeft u de keuze om uw kind in te schrijven in het gewoon of het buitengewoon onderwijs. Een school voor gewoon onderwijs kan uw kind weigeren als de eisen die aan de school gesteld worden verder gaan dan de mogelijkheden die de school te bieden heeft.

    Opgelet: indien uw kind leermoeilijkheden heeft, waardoor het georiënteerd wordt naar het buitengewoon onderwijs van het type 8, kan de school uw kind NIET om deze reden weigeren.

Hoe brengt de school mij op de hoogte van deze weigering?

Wanneer de school uw kind weigert, laat ze dit meestal meteen weten. De school mag echter ook vier kalenderdagen de tijd nemen om u te laten weten waarom ze deze beslissing heeft genomen. Ofwel ontvangt u dit bericht per aangetekende brief, ofwel geeft de school u persoonlijk een brief en tekent u een afgiftebewijs.

Wat gebeurt er als mijn kind met een inschrijvingsverslag van het buitengewoon onderwijs geweigerd wordt?

Voor dergelijke weigeringen moet de school in elk geval vooraf een afweging maken of ze in staat is uw kind al dan niet op te vangen. De school beslist tot weigering in overleg met de ouders en na afweging van de beschikbare ondersteunende maatregelen en een advies van het centrum voor leerlingenbegeleiding (CLB). Belangrijk is dat u als ouder intensief en volwaardig betrokken wordt bij het overleg- en beslissingsproces.
De termijn van vier dagen om u te laten weten waarom de school deze beslissing heeft genomen, gaat in na de effectieve weigering.

Wat kan ik doen als ik niet akkoord ga met de weigering tot inschrijving van mijn kind?

Om te beginnen kan u de school om uitleg vragen bij haar beslissing om uw kind te weigeren. Een gesprek kan soms al meer duidelijkheid geven.
Indien uw kind wordt geweigerd omdat het een inschrijvingsverslag voor het buitengewoon onderwijs heeft of omwille van uitsluiting in een andere school dan zal het LOP u automatisch contacteren en een bemiddeling voorstellen.
Indien uw kind om andere redenen wordt geweigerd , kan u zelf aan het LOP vragen om te bemiddelen.
Als u vindt dat de beslissing van de school duidelijk ingaat tegen de basisprincipes van het inschrijvingsrecht, dan kan u klacht indienen bij de Commissie inzake leerlingenrechten (lees hoe deze procedure precies verloopt).

Welke voorrangscategorieën bestaan er?

Wanneer uw kind een broer of zus heeft die reeds ingeschreven is in dezelfde school, dan moet de school voorrang verlenen aan uw kind. Uw kind heeft in dit geval voorrang op inschrijvingen van andere nieuwe leerlingen.

Voor volgende groepen leerlingen kunnen scholen in het basisonderwijs en in de eerste graad van het secundair onderwijs een voorrangsregeling invoeren.

  • Voor GOK-leerlingen: dat zijn leerlingen die aan één of meerdere van de gelijke kansenindicatoren of kenmerken voldoen.
  • Voor niet GOK-leerlingen in scholen die reeds heel wat GOK-leerlingen opvangen: dat zijn leerlingen die aan geen enkele gelijke kansenindicator of kenmerk voldoen.
  • Voor kinderen met thuistaal Nederlands in Brusselse scholen.

Welke kenmerken kunnen de school van mijn kind extra omkadering opleveren?

Er zijn vijf kenmerken of gelijkekansindicatoren:

  1. U bent binnenschipper, foorreiziger, circusuitbater, circusartiest of woonwagenbewoner.
  2. Als moeder heeft u geen diploma of studiegetuigschrift van het secundair onderwijs (of hiermee gelijkgesteld).
  3. Uw kind verblijft tijdelijk of permanent buiten het eigen gezin.
  4. Uw gezin ontvangt een schooltoelage.
  5. De taal die u samen thuis spreekt, is niet het Nederlands.

Een leerling die aan minstens één van deze kenmerken voldoet, noemen we een GOK-leerling; een leerling die aan geen enkel kenmerk voldoet, noemen we een niet-GOK-leerling.
In Brussel moet een leerling aan minstens één van de eerste vier kenmerken voldoen om een GOK-leerling te zijn; een leerling die aan geen enkel kenmerk voldoet of alleen niet het Nederlands spreekt thuis is een niet-GOK-leerling in Brussel.

Wie beslist of een school voorrang verleent?

Alleen de voorrangsregeling voor broers en zussen is verplicht. Voor de andere groepen mag de school zelf kiezen of ze voorrang verleent en aan welke groep leerlingen ze voorrang verleent.
Het spreekt voor zich dat de school aan de ouders laat weten welke keuzes ze maakt in verband met voorrang verlenen en wanneer de voorrangsperiodes precies zullen lopen.

In lokale overlegplatforms (LOP’s) kunnen alle scholen uit de regio afspraken maken rond het vastleggen van gezamenlijke inschrijvingsperiodes, aanmeldingsprocedures , voorrangsregelingen én voorrangsperiodes.

Als het LOP hier voor uw gemeente of regio afspraken over maakte, dan vindt u die terug op www.lop.be en voor het Brussels Gewest op www.inschrijveninbrussel.be.