Het ondersteuningsbeleid

Wat wil de overheid bereiken met een geïntegreerd ondersteuningsbeleid?
Scholen kunnen met het gelijke onderwijskansendecreet gerichter en op langere termijn werken aan de onderwijsachterstand van kansarme leerlingen en hun integratie bevorderen. Ze kunnen hiervoor rekenen op aanvullende middelen voor begeleiding en ondersteuning. Kinderen met minder ontwikkelingskansen krijgen hierdoor een betere ondersteuning.

Gaat uw kind naar het basisonderwijs of de eerste graad, tweede of derde graad van het secundair onderwijs, dan zal u bij de allereerste inschrijving een formulier krijgen met vragen over de sociale, culturele en economische toestand van het gezin. Op het eerste zicht vindt u deze vragen misschien wat ongewoon, maar uw kind heeft er alle belang bij dat u dit formulier zorgvuldig invult en terugbezorgt aan de school. De vragen hebben immers betrekking op de zogenaamde gelijkekansenindicatoren (zie daarvoor het deeltje over inschrijvingsrecht en voorrangscategorieën). Deze indicatoren bepalen of de school extra omkadering krijgt.

Waartoe verbind ik mij als ouder door dit formulier in te vullen?

Door het formulier in te vullen, te dateren en te ondertekenen, verklaart u op eer dat de gegevens juist zijn. Alleen als uw kind tijdelijk of permanent buiten het gezin wordt opgevangen, is er ook een verklaring nodig van de persoon, voorziening of sociale dienst waar uw kind is opgenomen.
Met het invullen van dit formulier heeft u niets te verliezen.

Ben ik verplicht deze gegevens over mijn kind mee te delen aan de school?

Elke ouder is vrij om de gevraagde informatie al dan niet mee te delen. Bedenk wel dat de school uw kind niet kan meetellen voor bijkomende ondersteuning, als ze niet over deze verklaring beschikt.
Het formulier dat u de school bezorgt, blijft trouwens bewaard in de school. De school stuurt enkel naamloze gegevens door aan het departement Onderwijs, die voor de toekenning van de extra middelen instaat. Zo is uw recht op privacy gegarandeerd.

Hoe controleert het departement Onderwijs deze gegevens?

De verificateurs van het departement Onderwijs controleren de gegevens ter plaatse. Ze zullen nagaan of de verklaringen effectief op school aanwezig zijn en of ze gedateerd en ondertekend zijn door een ouder. Zo komen ze er meteen ook achter of de school de gegevens correct heeft doorgegeven aan het departement Onderwijs.

Onder welke voorwaarden krijgt de school ondersteuning in het kader van gelijke onderwijskansen?

Als ten minste 10 % (in het basisonderwijs en de eerste graad van het secundair) of 25% (in de tweede en derde graad van het secundair) van de leerlingen voldoet aan de gelijke kansenindicatoren, kan de school beroep doen op aanvullende ondersteuning.
Een school die voldoet aan de hierboven vermelde criteria, kan rekenen op drie jaar extra ondersteuning. Op die manier kan de school een zorgbrede werking in het kader van gelijke kansen uitbouwen op middenlange termijn.
Oordeelt de onderwijsinspectie na die drie jaar positief en beantwoordt de school nog steeds aan de gestelde criteria, dan maakt ze opnieuw kans op extra ondersteuning.
Met de middelen die de school via het gelijke onderwijskansendecreet verwerft, wordt het mogelijk een aantal extra mensen in te zetten.

Is de ondersteuning alleen bedoeld voor kinderen die beantwoorden aan de GOK-indicatoren?

Door te kiezen voor een globale aanpak verzekert de school niet alleen meer onderwijskansen voor kinderen uit een kansarm milieu. Ook kinderen die niet voldoen aan de gelijke kansenindicatoren genieten mee van de extra ondersteuning. Elke leerling wint ermee.

Eens het departement Onderwijs extra ondersteuning heeft toegekend aan de school, beslist de school vrij hoe ze de middelen gebruikt en aan wie ze deze uren toekent.
Vaak zullen het leerkrachten zijn die de voorbije jaren reeds hun sporen hebben verdiend in tijdelijke projecten rond gelijke kansen. Hun takenpakket is heel verschillend: ze kunnen leerlingen apart begeleiden, pedagogisch of didactisch advies geven aan hun collega’s-leraren, samen met de leraar een klasgroep begeleiden door bijvoorbeeld elk een deel van de groep te nemen. Het kan ook zinvol zijn dat ze met ouders, het CLB of een sociale dienst gaan praten of overleg organiseren in of buiten de school.

 

naar boven