Veelgestelde vragen: minstens een jaar naar de kleuterklas

Update 2.08.2011

Kinderen mogen op vijf of zes jaar pas naar het gewoon lager onderwijs in een Nederlandstalige school als ze eerst een jaar lang regelmatig naar de Nederlandstalige kleuterklas gaan of een taalproef afleggen. Die nieuwe toelatingsvoorwaarde tot het Nederlandstalig gewoon lager onderwijs geldt sinds schooljaar 2010-2011.

Hier vindt u antwoord op vragen over de nieuwe regel, van lagere scholen, van scholen die de taalproef afnemen, van  kleuterscholen en van CLB's. Lees ook de antwoorden op veelgestelde vragen van ouders.

Welke taken heeft het CLB in verband met de taalproef?

De lagere school en het CLB waarmee die een beleidscontract heeft, beslissen onderling wie van hen als afnemer van de taalproef optreedt.

Die afspraak geldt voor alle leerlingen in de betrokken school, dus niet per leerling. Als school en CLB afspreken dat de school de taalproef afneemt,  moet de school dat uiterlijk 15 juni 2011 melden aan het Agentschap voor Onderwijsdiensten. Is die melding op die datum niet ontvangen, dan neemt het CLB de proef af.

Details over de meldingsprocedure vindt u in de omzendbrief.

Als de school de taalproef afneemt, dan bezorgt het CLB het toetsmateriaal en de handleiding aan de school.

Als het CLB de taalproef zal afnemen, bezorgt de lagere school het CLB de contactgegevens van het kind, naast de reden waarom het de taalproef moet afleggen. De school deelt ook aan de ouders mee dat ze het CLB moeten contacteren met het oog op het afleggen van de taalproef. In samenspraak met de school en de ouders kan de taalproef tijdens het schooljaar op school worden afgenomen.

Het CLB staat in voor de afname en de beoordeling van de taalproef. Vervolgens communiceert het CLB het resultaat van de taalproef aan de school en aan de ouders. Het CLB voorziet in een attest dat het resultaat van de taalproef vermeldt. Er is een modelattest voorzien in de bijlage van de omzendbrief.

Slechts in uitzonderlijke omstandigheden, als een leerling wegens een fysieke of mentale beperking de proef niet kan afleggen, mag de taalproef niet door de school worden afgenomen maar moet het CLB worden ingeschakeld. Als oorspronkelijk is afgesproken dat de school de taalproef zou afnemen, dan wordt in die omstandigheden dus afgeweken van die afspraak.
Het CLB waar de school een beleidscontract mee heeft, zal dan de kennis van het Nederlands toetsen aan de hand van proeven die het centrum zelf kiest. Het CLB dient dan ook te motiveren waarom de leerling in kwestie onmogelijk de proef kan afleggen, en welke andere proeven zijn gebruikt om de taalkennis te beoordelen.

Hoe moeten de CLB’s de taalproef afnemen?

De CLB’s ontvingen een handleiding waarin alle richtlijnen voor de afname van de taalproef en de beoordeling uitvoerig beschreven zijn. Die handleiding bevat ook het modelattest voor de mededeling van het resultaat en een indicatie van de tijdsinvestering die gevraagd wordt voor de afname en beoordeling van de toets. Alle CLB’s zijn uitgenodigd voor een toelichting bij de handleiding.

Welke personeelsleden mogen de taalproef afnemen?

De directeur van het CLB beslist welke personeelsleden worden ingezet. Hij/zij is de meest geschikte persoon om in te schatten welke personeelsleden  over de nodige competenties beschikken om de proef in de beste omstandigheden af te nemen.

Wat houdt de taalproef in?

De taalproef gaat na of een kind voldoende Nederlands begrijpt om in het lager onderwijs te kunnen starten. Het gaat dus om Nederlands begrijpen. De proef bestaat uit twee onderdelen: een gedeelte over passieve woordenschat en een gedeelte over zinsbegrip. Het kind moet tijdens de taalproef niet actief Nederlands spreken.

Wanneer wordt de taalproef afgenomen?

De taalproef wordt zo snel mogelijk afgenomen na inschrijving in de lagere school.

In elk geval is het de bedoeling dat de ouders tegen 1 september (bij voorkeur vroeger) uitsluitsel krijgen over waar hun kind toegelaten wordt.
Als het kind door praktische omstandigheden nog geen taalproef heeft kunnen afleggen voor 1 september, kan het wel ingeschreven worden in het eerste leerjaar, maar moet de school het CLB zo snel mogelijk op de hoogte brengen, zodat een afspraak voor de afname kan gemaakt worden.

Tijdens het schooljaar kan de taalproef, in samenspraak met de school en de ouders, op school worden afgenomen. In de praktijk betekent dat ook dat alle vijf- en zesjarigen die in het lager onderwijs wensen in te stappen en die onvoldoende aanwezig waren, de taalproef moeten doen, ook als ze na het begin van het schooljaar ingeschreven zijn.

Mag het CLB zelf de datum van de taalproef kiezen?

De datum van de taalproef wordt bepaald in overleg tussen ouders en CLB. De proef wordt in elk geval zo snel mogelijk afgenomen.

In samenspraak met school en ouders kan de taalproef tijdens het schooljaar op school worden afgenomen.

Als de afspraak door overmacht of door ziekte van het kind niet kan doorgaan, brengen de ouders het CLB daarvan op de hoogte en wordt een nieuwe afspraak gemaakt.

Kan de taalproef in groep afgenomen worden?

Nee. De taalproef wordt individueel afgenomen.

Moeten de CLB’s de taalproef zelf aankopen?

Nee. Het Ministerie van Onderwijs en Vorming voorziet in het toetsmateriaal. Als de school de taalproef afneemt, bezorgt het CLB het toetsmateriaal aan de school.

Is er een computer nodig om de taalproef af te nemen?

Nee. De taalproef wordt afgenomen aan de hand van een platenboek.

Is het resultaat van de taalproef bindend?

Het resultaat van de taalproef is bindend en wordt bepaald aan de hand van de scoringsrichtlijnen die uitgelegd worden in de handleiding.

In die gevallen waarin het kind een fysieke of mentale beperking heeft waardoor het de taalproef niet kan afleggen, mag het CLB de kennis van het Nederlands op een andere manier beoordelen. Ook die beoordeling leidt tot een bindende beslissing.

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

naar boven