Voetnoten1. Het is niet altijd mogelijk het aandeel personen van allochtone herkomst correct te bepalen, want vaak beschikt men enkel over de nationaliteitsgegevens en zijn er geen verdere gegevens over herkomst voorhanden. 2. Probleemoplossen was een nieuw domein in PISA2003. Daarvoor kunnen dus geen evoluties bekeken worden. 3. Dit is een gemiddelde dat wordt berekend voor alle OESO-landen en waartoe alle landen evenveel tot dit gemiddelde bijdragen. Grote landen met meer leerlingen, meer middelen ... wegen in deze maat dus niet sterker door dan kleine landen met minder leerlingen, minder middelen, enzovoort. 4. De nulmeting werd uitgevoerd in een onderzoek van het HIVA: Ongekwalificeerd: zonder paspoort? Een onderzoek naar de omvang, karakteristieken en aanpak van de ongekwalificeerde uitstroom door Mia Douterlungne, Ides Nicaise, Veerle Van de Velde, e.a., K.U. Leuven. Het steunpunt 'Loopbanen doorheen het onderwijs en in de overgang van school naar werk' heeft als opdracht de schatting jaarlijks te actualiseren. 5. Voor de benchmark die de Top van Lissabon (2000) omtrent ongekwalificeerde schoolverlaters introduceerde, wordt het percentage 18- tot 24-jarigen berekend dat maximaal een getuigschrift van de tweede graad secundair onderwijs bezit en geen verder onderwijs of opleiding volgt. Die operationalisering is dus strenger dan de derde trap van het HIVA. In 2003 kwamen de Europese onderwijsministers overeen dat het Europese gemiddelde van het aandeel ongekwalificeerde schoolverlaters in 2010 niet hoger mag zijn dan 10%. In 2000 behoorde 10,5% van de 18- tot 24-jarigen in het Vlaamse Gewest nog tot deze groep en in 2003 was dit 11,3%. Voor de Lissabonstrategie worden steeds tweedekwartaalcijfers gebruikt. Vlaamse rapporteringen steunen vaak op jaarcijfers. Op basis daarvan was in 2000 11,6% van de 18- tot 24-jarigen in het Vlaams Gewest ongekwalificeerd; in 2003 12,5%. 6. Dit percentage (9%) voor het Vlaamse Gewest en het EU-gemiddelde ongeveer 10 % steunen op tweede kwartaalcijfers. Voor de Lissabonstrategie worden steeds tweede kwartaalcijfers gebruikt. Vlaamse rapporteringen steunen vaak op jaarcijfers (zie onder meer beleidsbrief Werk). In dat geval is het percentage slechts 7.6. 7. 'It may also be that in highly differentiated systems it is easier to move students not meeting certain performance standards to other schools, tracks or streams with lower performance expectations, rather than investing the effort to raise their performance.' OESO (Executive Summary, p.29). 8. Dit is een doelstelling die wordt uitgedrukt in een kwantitatieve maat. 9. Het principe dat een centraal of hoger gezag zich niet mag bemoeien met zaken die beter op een lager niveau geregeld kunnen worden. 10. Momenteel worden sociale voordelen omschreven als het toezicht dat voor en na de schooltijd en over de middag wordt georganiseerd, de toegang tot zwembaden en sporthallen en (alleen in het basisonderwijs) het leerlingenvervoer. 11. De Dublindescriptoren beschrijven de internationaal overeengekomen niveau- en kwaliteitsvereisten waaraan bachelors en masters moeten voldoen. 12. Het gaat hier over de ontwikkeling van een overkoepelende kwalificatiestructuur voor onderwijs en de beroepsopleidingen op het niveau van de Europese Unie. 13. Een voortraject is een alternatieve invulling van de werkcomponent voor niet-arbeidsrijpe leerlingen, waarbij rond activiteiten die deeltijds lerenden interesseren, zodanig wordt gehandeld dat arbeidsattitudes en -rijpheid voor de leerling gaandeweg binnen bereik komen. Voortrajecten zijn een opstap naar een arbeidsmarktgericht traject. 14. De sluitende aanpak behelst in het regulier beleid het realiseren van het recht van iedere werkzoekende op een aangepast begeleidingsaanbod, gericht op de doorstroming naar werk. Het gaat om een getrapt begeleidingsmodel waarbij o.a. cruciaal is dat aan alle recent ingestroomde werkzoekenden een nieuwe start aangeboden wordt. 15. Voor een bespreking van het thema kwalificatie, kwalificatiestructuur, ongekwalificeerde uitstroom, de doelstelling om zoveel mogelijk mensen een diploma SO te garanderen, enz. zie 3.3. 16. Momenteel gaat dit over een 20% van de jongeren in het vrij onderwijs. 17. Een niet onbelangrijk aspect van deze thematiek is het vervoer van de leerlingen naar de plaats waar de machines zich bevinden. Zie ook het hoofdstuk leerlingenvervoer. 18. 'Braak' liggen nog Brugge en omgeving, de Antwerpse Kempen en Vlaams-Brabant, Brussel inbegrepen. 19. Dit akkoord handelt over de controle op de verdeling van de middelen voor onderwijs tussen de gemeenschappen. 20. Hiermee bedoelen we dat de financiering toeneemt met het aantal leerlingen zonder dat daarbij een bovengrens wordt gebruikt. De huidige financiering is degressief in die zin dat de financiering niet meer stijgt vanaf een bepaald aantal leerlingen. 21. Door de informatie over de school te bekijken vanuit algemeen aanvaarde risicofactoren wordt vastgesteld wat bijzonder sterk of bijzonder bedreigend is voor de kwaliteit in de school. 22. GPB staat voor Getuigschrift van Pedagogische Bekwaamheid, de vroegere 'D-cursus'. 23. Dit decreet is zelf een uitvoering van Europese richtlijn voor gelijke behandeling in arbeid en beroep. Het decreet beoogt de verhoging van de werkzaamheid van groepen waarvan de activiteitsgraad lager is dan hun vertegenwoordiging in de bevolking en spreekt in dat verband van kansengroepen. 24. Hiermee worden alle werknemers bedoeld die in het onderwijs zijn
tewerkgesteld, ongeacht de functie die ze uitoefenen en het statuut
waaronder ze zijn tewerkgesteld. 25. Dit decreet is zelf een uitvoering van Europese richtlijn voor gelijke behandeling in arbeid en beroep. Het decreet beoogt de verhoging van de werkzaamheid van groepen waarvan de activiteitsgraad lager is dan hun vertegenwoordiging in de bevolking en spreekt in dat verband van kansengroepen. 26. Hiermee worden alle werknemers bedoeld die in het onderwijs zijn tewerkgesteld, ongeacht de functie die ze uitoefenen en het statuut waaronder ze zijn tewerkgesteld. 27. Anders werken, de vierde lijn van de commissie, wordt aangestuurd door voortrekkersbedrijven en straks ook voortrekkerssectoren. 28. Leerlingenbegeleiding wordt gezien als het geheel van activiteiten uitgaande van het schoolteam om leerlingen zowel in groepsverband als individueel te begeleiden in hun persoonlijke, sociale en culturele ontplooiing. 29. Kind en Gezin, Algemeen Welzijn, Geestelijke Gezondheidszorg, Bijzondere Jeugdzorg, Vlaams Fonds voor de Integratie van Personen met een Handicap en Onderwijs, vertegenwoordigd door de CLB-sector. 30. OOOC = onthaal-, oriëntatie- en observatiecentra. Die staan in voor jongeren in een problematische opvoedingssituatie (POS), die daar via de Bijzondere Jeugdzorg terechtkomen. 31. Uit interventieonderzoek blijkt dat een gecombineerde ouder-, kind- en leerkrachttraining zeer effectief is in het terugdringen van reeds merkbare gedragsproblemen. Het onderwijsveld is hierbij een belangrijke partner. Het onderzoek toont aan dat met meer middelen en met stapsgewijze preventie via school en CLB, heel wat gezinnen en kinderen kunnen geholpen worden. (zie: De effectiviteit van een (ecologische) interventie voor jonge kinderen en hun ouders als preventie ten aanzien van antisociaal gedrag. Caroline Braet (UG) en Leni Verhofstadt-Denève (UG) 32. Of en hoe binnen de onderwijspartners het werk verdeeld wordt, of de sociale partners gebruik maken van de methodologische deskundigheid van DvO bij het ontwerpen van standaarden is voorwerp van overleg. 33. Dat geldt uiteraard enkel voor die opleidingsaspecten die beroepsvoorbereidend zijn. 34. De standaarden worden - zoals voor eindtermen - op herkenbare wijze verwerkt in leerplannen. 35. De Europass is een Europees instrument om de transparantie van de gevolgde opleidingen, stages of andere leerervaringen in de Europese Unie te verhogen. Elke Europese burger zal vanaf 2005 in één map volgende Europese documenten elektronisch of op papier kunnen bijhouden: een curriculum vitae in een Europees format het Taalportfolio, diplomasupplement(en) en certificaatsupplement(en). 36. Een recente studie i.o.v. de Koning Boudewijnstichting bevat belangrijke gegevens en aanwijzingen hiertoe. Moskeeën, imams en islamleerkrachten in België. Stand van zaken en uitdagingen. Studie uitgevoerd door M. Kanmaz (Centrum voor Islam in Europa, Universiteit Gent) en M. El Battiui, o.l.v. F. Nahavandi (ULB). Brussel, Koning Boudewijnstichting, september 2004. 37. Hierbij zullen we evenwel oplossingen moeten zoeken voor kandidaat-imams voor wie het niveau van erkend hoger onderwijs niet haalbaar is. Ook binnen de Rooms-katholieke Kerk is het behalen van een diploma hoger onderwijs (bachelor of master) geen vereiste om als bedienaar van de eredienst erkend te worden. Sommige katholieke priesters hebben enkel een 'kerkelijk diploma', uitgereikt door een kerkelijke instelling (seminarie, congregatie). We zullen in overleg met de nog te installeren officiële gesprekspartner van de islam moeten uitklaren hoe een wetenschappelijke vorming binnen het hoger onderwijs gecertificeerd kan worden zonder dat het tot discriminatie aanleiding geeft. 38. Education at a Glance 2004, indicator B6.3 (p. 268) vergelijkt de kapitaalsuitgaven voor het jaar 2001. Uit deze vergelijking blijkt dat slechts 3% van de totale uitgaven aan kapitaalsuitgaven wordt gespendeerd. Het OESO gemiddelde bedraagt 8,4%. 39. Het Vlaams Parlement heeft op 10 november 2004 een met redenen omklede motie goedgekeurd over de middelen voor schoolinfrastructuur. Stuk 121 (2004-2005) - Nr. 1. 40. Zo blijkt uit DIGO-onderzoek van het einde van de jaren '90: 41. Pr. 35.4 BA 6101 (investeringsdotatie gemeenschapsonderwijs - grote infrastructuurwerken: 17,941 miljoen euro, NGK) en BA 6106 (investeringsdotatie gemeenschapsonderwijs - kleine infrastructuurwerken: 10,322 miljoen euro, NGK). 42. Pr. 35.4 BA 6102 (investeringsdotatie DIGO met uitzondering van het hoger onderwijs: 106,693 miljoen euro). 43. Cijfers november 2004 inzake de wachtlijst bij DIGO: vrij onderwijs: 850.567.545 euro, gemeentelijk onderwijs: 133.389.344 euro en provinciaal onderwijs 12.212.245 euro. 44. Een Bevak is een Instelling voor Collectieve Belegging (ICB). Haar statuut is uitgewerkt bij Koninklijk Besluit. De oprichting van een vastgoedbevak voor scholenbouw moet vergund worden door de Commissie voor het Bank-, Financie- en Assurantiewezen (CBFA), die ook het permanent toezicht waarneemt. 45. Dit houdt in dat volgens de Europese regels inzake overheidsboekhouding de financiering van het investeringsproject geen impact heeft op het schuld- en vorderingensaldo van de Vlaamse overheid. 46. Het Vlaams Parlement heeft die resolutie op 26 november 2003 aangenomen. 47. Dat beginsel bindt het gebruik van een bepaalde taal aan een bepaald territorium. Het houdt dus een streven in naar taaleenheid op een grondgebied. 48. De Grondwet kent de volheid van bevoegdheden inzake onderwijs toe aan de Gemeenschappen en bepaalt de uitzonderingen. Afspraken en regelgeving van voor de grondwetswijziging kunnen hieraan geen afbreuk doen. Onze bezorgdheid geldt vooral de kwaliteit van het geboden onderwijs. Op dit moment hebben we immers geen enkele garantie. 49. Dit decreet moet het mogelijk maken enerzijds EVC te certificeren en anderzijds uitwisseling tussen certificaten en opleidingen makkelijker te maken. 50. Nicaise I. & De Rick K. (2004), De leerplichtverlenging, 20 jaar later. Inzichten en vragen vanuit het onderzoeksveld, Discussie-paper in opdracht van het Vlaams Parlement en de Koninklijke Vlaamse Academie van België voor Wetenschappen en Kunsten. |