Onderwijsarbeidsmarkt 2010: samenvatting
De administratie publiceert sinds vele jaren een arbeidsmarktrapport. Het
jaarlijkse arbeidsmarktrapport vergelijkt vraag en aanbod op
de onderwijsarbeidsmarkt en maakt een prognose voor de toekomstige
ontwikkelingen. Op die manier kunnen we nagaan of er de komende jaren voldoende
leerkrachten op de arbeidsmarkt zullen zijn.
Om de impact van de financiële crisis in kaart te brengen is als aanvulling
op het arbeidsmarktrapport de arbeidsmarktbarometer
onderwijs opgenomen.
Het arbeidsmarktrapport 2010
1. De vraag naar leerkrachten
De vraag naar leerkrachten wordt bepaald door 3 factoren:
- de uitstroom (TBS58+ en pensionering);
- beleidsmaatregelen die bijkomende omkadering creëren of besparingen
waardoor tewerkstelling verloren gaat;
- de demografische evolutie.
In het kleuteronderwijs veroorzaakt de demografische evolutie meer dan de
helft van de vraag naar leerkrachten. De uitstroom zorgt voor 40% van de vraag.
In het lager onderwijs veroorzaakt de demografische evolutie slechts 11 % van
de vraag; de uitstroom daarentegen is goed voor 92 % van de vraag.
In het secundair onderwijs gaat het leerlingenaantal de komende twee jaar in
dalende lijn. De vraag naar leerkrachten wordt volledig veroorzaakt door de
uitstroom. In het secundair onderwijs beïnvloeden de besparingen uiteraard de
vraag naar leerkrachten.
Concreet zal de vraag in het kleuteronderwijs in de periode 2009-2012,
2.702
voltijdse equivalenten (vte) (al naar gelang het diploma) omvatten.
In het lager onderwijs zal de vraag 2.173 vte omvatten.
In het secundair onderwijs zal de vraag 4.423 vte omvatten. De reële vraag
ligt evenwel hoger, aangezien 1 vte gemiddeld wordt ingevuld door 1,7 personen.
In vergelijking met de vorige prognose (over de periode 2008-2011) merken we in
het kleuteronderwijs een lichte stijging van de vraag; in het lager onderwijs
stellen we ook een stijgende vraag vast die vooral veroorzaakt wordt door de
uitstroom. In het secundair onderwijs merken we dezelfde evolutie als in het
lager onderwijs: ook hier stijgt de vraag naar leerkrachten, omwille van de
uitstroom.
2. Het aanbod aan leerkrachten
Het aanbod wordt bepaald door het aantal mensen dat afstudeert in de
lerarenopleiding. Op dat aantal worden twee correcties toegepast. Om te beginnen
stroomt slechts een deel van de afgestudeerden door naar het onderwijs. De
doorstroom van de verschillende afgestudeerde leerkrachten is de volgende:
- kleuteronderwijzers: 84 %
- onderwijzers: 81%
- geïntegreerde lerarenopleiding aan de hogescholen (initiële
lerarenopleiding SO): 64%
- specifieke lerarenopleiding aan de universiteiten en de hogescholen (masters):
46 %
- specifieke lerarenopleiding in de centra voor volwassenonderwijs (GPB):
36 %.
Van die groep nieuwe leraren stroomt een gedeelte na 5 jaar opnieuw uit het
onderwijs:
- (kleuter)onderwijzers: 29,5 % (lichte stijging t.a.v. de voorgaande
jaren);
- SO: 36 % (stabiel in vergelijking met voorgaand jaar).
Concreet zal het aanbod aan leerkrachten in het kleuteronderwijs in de
periode 2009-2012 1.993 vte omvatten. In het lager onderwijs zal het aanbod
2.472 vte omvatten. In het secundair onderwijs zal het aanbod
7.328 vte
omvatten.
3. Het tekort aan leerkrachten
Om de volledige vraag naar leerkrachten te kennen, moeten bovenstaande
evoluties worden afgezet ten opzichte van het aantal openstaande vacatures. Dit
doen we op basis van de openstaande vacatures in de VDAB-databank in de maand
maart. In maart 2009 bedroeg het aantal openstaande vacatures in het
basisonderwijs 357; in het secundair onderwijs: 1ste en 2de graad:
399 en 3de en
4de graad: 210.
4. Resultaat
Op basis van het netto-resultaat van deze vergelijking van vraag & aanbod
kunnen wij aannemen dat er over een tijdsspanne van vier jaar (tot en met
schooljaar 2012-2013) – enkel en alleen op basis van de evoluties in het
kleuteronderwijs – een tekort aan kleuteronderwijzers zal zijn van 834 of
845 vte, afhankelijk van de manier waarop de nieuwe arbeidsplaatsen in het
kleuteronderwijs worden ingevuld.
De arbeidsreserve van onderwijzers zal – eveneens op basis van de evoluties in
het lager onderwijs – over dezelfde tijdsspanne een licht overschot vertonen van
67 of 86 vte. Ook deze inschatting is afhankelijk van de manier waarop de nieuwe
arbeidsplaatsen in het lager onderwijs worden ingevuld.
Maken we de optelsom van vraag en aanbod in het secundair onderwijs, dan
betekent dit dat er in de komende vier jaar een overschot zal zijn van 2.296
leerkrachten secundair onderwijs. Voor het secundair onderwijs is het van belang
dat dit cijfer ook wordt gerelateerd, niet alleen aan het aantal scholen (het
gaat om 2,2 leerkrachten per secundaire school), maar vooral aan het aantal
vakken dat er wordt onderwezen (150-tal verschillende vakken).
5. Indicatoren van een lerarentekort
Naast de vergelijking van de vraag en het aanbod op de onderwijsarbeidsmarkt
gaat het arbeidsmarktrapport na of er indicatoren zijn die wijzen op een
lerarentekort.
5.1. Vervullingspercentage bij de VDAB
Het aantal ingevulde vacatures bij de VDAB ligt hoger t.o.v. voorgaande
jaren:
- 84% in het basisonderwijs
- 90% in het secundair onderwijs (1e en 2de graad)
- 83% in het secundair onderwijs (3e en 4e graad)
Meer jobs geraken ingevuld wat betekent dat er sprake is van een ontspanning
van de onderwijsarbeidsmarkt.
5.2. Leerkrachtendatabank versus vacatures
We hebben de spanning nagegaan tussen het aantal vacatures (interimbetrekkingen
van minder dan een schooljaar) t.o.v. het aantal kandidaten in de
leerkrachtendatabank dat een ambt/vak wil uitoefenen en daarvoor het vereiste
bekwaamheidsbewijs heeft.
De spanning is het grootst bij de onderwijzer en de kleuteronderwijzer, en in
het secundair onderwijs bij leraren algemene vakken: wiskunde, Frans en
Nederlands. Daarnaast maken ook heel wat technische en praktische vakken deel
uit van het lijstje: hout, mode, technologische opvoeding en lassen-constructie.
5.3. Anders gekwalificeerde leerkrachten
Een stijging van het aantal leerkrachten dat niet met een vereist
bekwaamheidsbewijs is aangesteld, kan een indicator zijn van het tekort. We zien
daarin de voorbije jaren geen noemenswaardige stijging.
5.4. Overwerk en bijbetrekking
Het aantal leerkrachten dat in het SO cumuleert (d.w.z meer dan full time
werkt) stijgt in vergelijking met vorig schooljaar. Dit wijst op een groter
wordend tekort.
5.5. Masters
Een daling van het aantal masters in het secundair onderwijs zou een
indicator kunnen zijn van het tekort. Het percentage leerkrachten dat aangesteld
is met een diploma ‘’master” binnen de tweede en derde graad van het secundair
onderwijs is echter lichtjes gestegen in vergelijking met tien jaar geleden.
5.6. Kinderverzorgsters
Sinds schooljaar 2008-2009 is het mogelijk om kinderverzorgsters aan te
stellen in de instaplestijden in het kleuteronderwijs. Het steeds vaker
aanstellen van kinderverzorgers in de loop van het schooljaar, wijst erop dat de
scholen geconfronteerd worden met een voelbaar tekort aan kleuteronderwijzers.
Arbeidsmarktbarometer
Het arbeidsmarktrapport is gebaseerd op een aantal gegevens en uitgangspunten
die in het verleden liggen. Sinds het uitbreken van de financieel-economische
crisis werd de noodzaak duidelijk om de situatie op de onderwijsarbeidsmarkt nog
meer op de voet te volgen, precies om de effecten van de crisis te kunnen
inschatten. Daarom stelt de onderwijsadministratie nu ook een
Arbeidsmarktbarometer Onderwijs op.
Zoals vermeld, werd voor het arbeidsmarktrapport het vastgestelde tekort
(niet-ingevulde vacatures) in maart 2009 als referentiepunt genomen.
De prognose betreffende de schooljaren 2009-2010 tot en met 2012-2013 wordt
voorts berekend op basis van onderwijsgerelateerde ontwikkelingen. De
leerlingenpopulatie, de uitstroom van het personeel en het onderwijsbeleid staan
in voor de berekening van de toekomstige vraag naar leerkrachten; op basis van
de studentenpopulatie in de lerarenopleidingen wordt het toekomstig aanbod
berekend. De aanbodcijfers worden gecorrigeerd op basis van het doorstroom- (van
onderwijs naar arbeidsmarkt) en uitstroompercentage(vertrek van startende
leerkrachten).
In september 2008 is de financieel-economische crisis uitgebarsten. Deze crisis
heeft geen effect op de onderwijsgerelateerde evoluties zelf, maar wel op een
aantal aannames dat worden gehanteerd in het arbeidsmarktrapport. Deze aannames
dateren uit de periode vóór de crisis: het gaat hierbij over de percentages
betreffende de door- en uitstroom van leerkrachten, cijfers die een belangrijk
effect hebben op de raming van het toekomstig aanbod van leerkrachten. Het is
waarschijnlijk dat deze cijfers worden beïnvloed door de crisissituatie. Het
gaat echter om percentages die alleen post factum kunnen worden berekend, zodat
we vooralsnog geen bijgestuurde prognose kunnen opstellen.
Anderzijds heeft de crisis als (waarschijnlijk) effect dat de reserve op de
arbeidsmarkt ook toeneemt, omdat werknemers met een lerarendiploma worden
ontslagen en zich opnieuw aanbieden op de onderwijsarbeidsmarkt.
Als aanvulling op het arbeidsmarktrapport was het daarom noodzakelijk om de
impact van de financieel-economische crisis in kaart te brengen. Dit doen we in
de arbeidsmarktbarometer onderwijs, waarin de arbeidsreserve en de openstaande
vacatures van maand tot maand worden opgevolgd. Daarenboven blikken we ook
enkele schooljaren verder terug: dit laat toe de situatie vanaf het schooljaar
2008-2009 tot heden te vergelijken met de periode vóór de crisis.
De belangrijkste conclusies zijn de volgende:
- De financieel-economische crisis heeft een vertraagd effect op de
situatie op de onderwijsarbeidsmarkt. Dit effect uit zich zowel in een
daling van het aantal vacatures dat niet kan worden ingevuld, als in een
stijging van het aantal werkzoekende leerkrachten. Pas als het schooljaar
2008-2009 ver is gevorderd, dit wil zeggen ongeveer een jaar na de start van
de crisis, daalt het aantal openstaande vacatures en stijgen de
werkloosheidscijfers. Algemeen kunnen we stellen dat de spanning op de
onderwijsarbeidsmarkt in het schooljaar 2009-2010 is afgenomen.
- Hoewel de globale tendens duidelijk is, is de evolutie op de
arbeidsmarkt toch niet helemaal gelijk voor alle onderwijsniveaus.
- In het basisonderwijs is er een afname in de openstaande
vacatures vanaf mei 2009, maar blijven de werkloosheidscijfers nog het
hele schooljaar door dalen, zelfs in juli en augustus 2009. Net zoals in
september 2009 is er ook in september 2010 sprake van een daling van het
aantal openstaande vacatures. Het vervullingspercentage in het
basisonderwijs is vanaf december 2009 gestegen.
De stijging van de openstaande vacatures in oktober 2010 is
hoofdzakelijk het gevolg van de acties in de stad Antwerpen om het
tekort aan leerkrachten in het basisonderwijs op te vangen: scholen en
inrichtende machten werden in een gezamenlijke actie aangemoedigd om
alle vacatures via de VDAB bekend te maken. Vooral de stijging in de
geboortecijfers van de laatste jaren zorgt – vooral in de steden die ook
capaciteitsproblemen ondervinden – momenteel voor een beduidende toename
van kleuters en van de vraag naar kleuteronderwijzers. Dit verklaart mee
waarom ook in een breder tijdskader er nog altijd sprake is van een
stijging van het aantal openstaande vacatures in het basisonderwijs. Het
valt te verwachten dat deze evolutie zich de volgende jaren nog zal
verder zetten.
- In het secundair onderwijs 1/2e graad komt er een knik aan het einde
van het schooljaar 2008-2009: vanaf juli 2009 blijven de openstaande
vacatures dalen. Ook aan de start van het nieuwe schooljaar 2010-2011
daalt het aantal openstaande vacatures. De werkloosheidscijfers gaan
vanaf februari 2009 nu eens in stijgende, dan weer in dalende lijn.
Vanaf juli 2009 blijven zij elke maand stijgen. Die stijging wordt
bevestigd aan de start van het schooljaar 2010-2011. Ook het
vervullingspercentage blijft stijgen.
- In het secundair onderwijs 3/4e graad is er al vanaf januari 2009
een daling van de openstaande vacatures, hoewel de werkloosheidscijfers
pas vanaf juli 2009 opnieuw toenemen. Deze toename houdt aan tot juli
2010. Ook hier verbetert het vervullingspercentage vanaf januari 2009.
Aan de start van het nieuwe schooljaar 2010-2011 zijn er duidelijk
minder werkzoekende leerkrachten. In vergelijking tot vijf jaar geleden,
ligt het aantal werkzoekende leerkrachten secundair onderwijs 3/4e graad
nog altijd beduidend lager.
- Voor alle onderwijsniveaus geldt wel de vaststelling dat ook in een
breder tijdsperspectief, de krapte op de onderwijsarbeidsmarkt minder scherp
is geworden. In het basisonderwijs blijft het aantal openstaande vacatures
echter nog altijd vrij hoog t.o.v. vijf jaar geleden. Voor het secundair
onderwijs 1/2e graad, liggen de vacature- en werkloosheidscijfers bij de
start van het schooljaar 2010-2011 bijna opnieuw op hetzelfde niveau als in
2005-2006. Voor de leerkrachten van het secundair onderwijs 3/4e graad
blijft de grote daling in de werkloosheidscijfers dan weer in het oog
springen. Vertonen de cijfers globaal genomen opnieuw een ontspanning van de
arbeidsmarkt naar aanleiding van de financieel-economische crisis, voor het basisonderwijs en het secundair onderwijs 3/4e graad blijven een
aantal indicatoren wijzen op een lerarentekort.
- De arbeidsmarkt voor het onderwijs kent ook regionale verschillen. In
het basisonderwijs is de spanning op de arbeidsmarkt het hoogst in de
provincies Antwerpen, West-Vlaanderen en Oost-Vlaanderen. Het
vervullingspercentage ligt er beduidend lager dan het algemene percentage
voor bedienden. In Limburg is het vervullingspercentage het hoogst. In het
secundair onderwijs is het vervullingspercentage het laagst in
Vlaams-Brabant.
- Voor Brussel beschikken we over een minder rijke set aan gegevens, niet
helemaal vergelijkbaar met die van het Vlaamse gewest. Het aantal
“ontvangen” vacatures in Brussel is tijdens het schooljaar 2009-2010 quasi
elke maand gestegen, en is ook in september en oktober 2009 nog blijven
stijgen. In november en december 2009 daalt het aantal vacatures echter zeer
sterk maar deze daling zet zich niet verder tot het einde van het
schooljaar. Aan de start van het nieuwe schooljaar 2010-2011 neemt het
aantal ontvangen vacatures weer toe. De werkloosheidscijfers voor
leerkrachten in Brussel zijn maand na maand, blijven toenemen. Naar het
einde van het schooljaar 2009-2010 is de toename groter. Deze toename zet
zich verder aan de start van het schooljaar 2010-2011.
In 2009 is de invullingsgraad in Brussel voor alle onderwijsniveaus
gestegen. Het algemene invullingspercentage voor bedienden ligt wel een stuk
lager dan dat voor onderwijsvacatures.
Conclusie en voorstellen
De prognoses van het arbeidsmarktrapport duiden op een toekomstig tekort aan
leerkrachten voor het kleuter- en lager onderwijs. Dit is vooral een gevolg van
de demografische evolutie en de uitstroom van leerkrachten. Voor het secundair
onderwijs wordt de vraag naar nieuwe leerkrachten de eerste jaren getemperd door
de demografische samenstelling en de besparingen (vanaf 1.9.2010).
Uit de arbeidsmarktbarometer blijkt dat door de crisis deze prognoses enigszins
moeten worden bijgestuurd: de indicatoren tonen een ontspanning van de
arbeidsmarkt ongeveer één jaar na het uitbreken van de financieel-economische
crisis.
In een breder tijdsperspectief blijkt echter dat, zelfs na het uitbreken van de
crisis, het vacaturepeil nog altijd erg hoog is – vooral in het basisonderwijs -
en dat het aantal werkzoekenden erg laag is – vooral in het secundair onderwijs
3/4e graad - in vergelijking tot enkele jaren geleden. Bij de start van het
schooljaar 2010-2011 springt vooral de stijging van het aantal openstaande
vacatures in het basisonderwijs in het oog, een gevolg van lokale initiatieven
op de arbeidsmarkt in Antwerpen,
De onderwijsarbeidsmarkt kent nog altijd schaarste. In het arbeidsmarktrapport
vindt u aanbevelingen die kunnen inspireren tot een aanpak van het lerarentekort
en die kunnen bijdragen tot de uitvoering van de beleidsnota op het gebied van
leraren- en personeelsbeleid.
Naar
boven
|