U bent hier: Onderwijs en Vorming > Beleid > Toespraken > Een pact voor en van kinderen en jongeren, 9.02.2010

Een pact voor en van kinderen en jongeren

Toespraak van de Vlaamse minister van Onderwijs, Jeugd, Gelijke Kansen en Brussel
9 februari 2010 - JET-congres

JET is een tweedaags congres over jeugd, de jeugdsector en jeugdbeleid en staat voor 'Jong en Energiek Toekomstcongres'.
JET vond plaats op 8 en 9 februari in HETPALEIS in Antwerpen.

Beste jeugdwerkers
Collega’s politici,

Jeugdbeleid is geen kinderspel.

Het is een zaak van volwassenen die zich specialiseren:

  • in het kijken met de onbevangen blik van kinderen
  • in het ontdekken van hun talenten
  • in het stimuleren om die talenten te ontwikkelen
  • in het vormen kinderen tot geëngageerde jongeren en van jongeren tot volwassenen.


En dat liefst zonder dat ze hun vermogen tot onbevangenheid verliezen. Het is koorddansen tussen vrijheid en verantwoordelijkheid, tussen beschermen en loslaten, tussen eigen, autonome ruimte en gedeelde ruimte met anderen.

Jeugdbeleid is maximale kansen en ruimte geven aan kinderen en jongeren om deel te nemen aan de samenleving, ingrijpen als die kansen bedreigd zijn, of als de ruimte misbruikt wordt om de kansen van anderen te beperken.

[Beeldvorming]

Terwijl de leefwereld van kinderen en jongeren er voor het overgrote deel een is van talenten, kansen, ontmoeting… komen ze maar in de media als het fout loopt.

In het geval van kinderen meestal als ze problemen hebben, in het geval van jongeren als ze problemen veroorzaken of een probleem zijn.
Je zou met enig cynisme kunnen zeggen dat hoe minder kinderen en jongeren in de krant komen, hoe beter ons jeugdbeleid is.

Het kan natuurlijk ook dat er iets grondig mis is met de beeldvorming over kinderen en jongeren. Misschien moeten we daar (ook) iets aan doen. Te beginnen met naar hen te luisteren…

[Welzijn en veiligheid]

Als Minister van Onderwijs, Jeugd, Gelijke Kansen en Brussel voelde ik me de afgelopen paar dagen allerminst de Minister van Toekomst die ik me voorgenomen had te zijn. Eerder de Minister van Uitzichtloosheid als je sommige jongeren bezig ziet.

De jongeren die vandaag in Brussel andere jongeren, vrouwen, en ouderen… het leven zuur maken, waren ooit kinderen mét problemen en werden ergens onderweg zélf een probleem.
Ze zijn onze verantwoordelijkheid, en wijzen op ons falen om alle kinderen een perspectief te geven op een rechtmatige plaats in de samenleving. Zij hebben onderweg de hoop verloren om deel uit te maken van ons, van onze samenleving.

Omdat ze zelf dan maar een onrechtmatige plaats innemen in die samenleving, keren hun kansen, en in plaats van het kind te beschermen tegen dreigingen van de buitenwereld, moet de buitenwereld tegen hen beschermd worden.

Wat moet, moet, maar we moeten ons grondig bezinnen welke inhoud we willen geven aan zo’n “time-out” uit de maatschappij.
Niet zozeer in Boot-camps. Eerder in een soort Root-camps, tegen de ontworteling. Het terugvinden van de bron van het leven, van het samenleven.

Maar de beste, en goedkoopste manier van straffen is voorkomen. De beste manier om de achterstand op het vlak van justitie en strafuitvoering kleiner te maken, is de achterstelling wegnemen die de voedingsbodem is van onaangepast gedrag.

De signalen zo vroeg mogelijk herkennen, gezinnen ondersteunen die ondersteuning nodig hebben, en soms in de plaats treden van afwezige ouders.

De duurzaamste manier om “daders” aan te pakken, is slachtoffers te vermijden. En de eerste slachtoffers van achterstelling en onveiligheid zijn – precies: kinderen !

Beste jeugdwerkers,
Collega’s politici,

[Ruimte en ontmoeting]

Jeugdbeleid is in de eerste plaats ruimte voor spel en ontmoeting. Die ruimte is schaars. Vlaanderen wil een groen stedengewest zijn. Wat mij betreft, liefst ook een kindvriendelijk groen stedengewest.

Als dat een doelstelling is in een beleidsplan, betekent dat dat die doelstelling bedreigd is.

Het recht op eigen, autonome ruimtes waar kinderen en jongeren elkaar kunnen ontmoeten, waar jongeren een engagement kunnen opnemen voor kinderen, en waar het spel primeert op het resultaat, blijft een basisvoorwaarde voor elk jeugdbeleid.

Geen eigen stem zonder eigen plek.

Maar waar ruimte schaars is, weet Ikea, moet je ze doordacht en creatief invullen. Hoe krijg je een gezin met 2 kinderen in een appartement van goed 60 m² ? Door ruimtes te delen, functies te combineren, ze modulair te maken. Dat is wat we willen doen met de bouw van nieuwe scholen, ze na de uren bruikbaar maken voor lessen deeltijds kunstonderwijs, of taallessen Nederlands voor ouders, voor sportclubs… liefst zo toegankelijk mogelijk voor kinderen met een handicap.

De gedachte van “open en toegankelijke scholen” geldt overigens net zo goed voor bibliotheken of culturele centra.

Dezelfde vraag moeten we ons stellen bij de inrichting van de publieke ruimte.
Wat heb je aan een boom, denkt een kind, zonder boomhut ?
Wat heb je aan een plein, als je er niet op kunt spelen ?
Hoe fiets je naar school als er geen fietspad is ?

Ruimtelijke ordening, openbare werken en mobiliteit hebben een enorme impact op het leven van mensen, en dus ook op het jeugdbeleid. Ze bepalen of een jeugdverblijf kan blijven of moet verdwijnen, Ze bepalen hoe autonoom vrije tijd is, hoe veilig de weg naar school, hoe toegankelijk en hoe kindvriendelijk en dus hoe leefbaar onze steden.

Planners en architecten van de publieke ruimte moeten gevormd worden tot jeugdwerkers, en kinderen en jongeren moeten een stem krijgen in de procedures voor opmaak van ruimtelijk structuur- en bestemmingsplannen, op elk beleidsniveau.

Beste jeugdwerkers,
Collega politici,

[Competenties]

Europa heeft zich, al een paar keer overigens, geëngageerd om zoveel mogelijk mensen de kans te geven zich zo lang mogelijk en zo breed mogelijk te leren en zich te vormen. Niet alleen door onderwijs, maar ook door vrijwilligerswerk, door engagement, door ervaring, door opleiding. Langzaam sijpelt de ervaring en praxis van wat mensen doen buiten de school binnen in het onderwijs.

Vrijwilligerswerk – in de jeugdsector, als trainer van een sportclub, in de verzorgingssector – verdient gehonoreerd te worden.

[Brede school]

De school van de toekomst is een school die kinderen de kennis, vaardigheden en attitudes meegeeft om eigen keuzes te maken, en het besef dat die eigen keuzes een impact hebben op de omgeving en op de wereld. Wie de omgeving en de wereld wil veranderen, moet zich voor de omgeving en de wereld open te stellen. Dat vraagt een vermogen tot aanpassing van scholen , die gedragen moet worden van binnenuit, en geïnspireerd worden van buitenaf. Door ouders, door wie plannen tekent voor de publieke ruimte of voor het verkeer, door jeugd- en welzijnsorganisaties of buurtcomités. Een brede school is meer dan een open school.

Beste jeugdwerkers,
Collega’s politici,

[Diversiteit]

Formaat vzw organiseerde niet zo lang geleden een studiedag rond allochtoon jeugdwerk, met de vraag of dat allochtoon jeugdwerk een toekomst had in onze steden. Als in Antwerpen over pakweg 10 jaar 6 op de 10 en in Brussel 7 op de 10 minderjarigen van allochtone origine is, lijkt het antwoord me duidelijk. Of er zal allochtoon jeugdwerk zijn, of er zal geen jeugdwerk zijn. Vandaag is er in de grote en centrumsteden wel een divers aanbod, maar weinig diversiteit bij de deelnemers aan dat aanbod, en nauwelijks doorstroming van allochtone deelnemers naar vrijwillig engagement in de leiding.

Die vaststellingen lopen parallel met de manke doorstroming naar ASO en naar hoger onderwijs. De sleutel voor een reële maatschappelijke participatie van allochtone kinderen en jongeren ligt in het onderwijs, en in de samenwerking tussen onderwijs, cultuur, welzijn, ouders en buurt.

[Gelijke kansen]

Een op acht van de kinderen die in ons onderwijs binnenkomen, verlaat het zonder formele kwalificaties. Het is maar de vraag of het boeiende verhaal van elders verworven competenties voor hen soelaas brengt. Het zijn immers dezelfde kinderen die vaak de weg niet vinden naar de jeugd- of sportvereniging, naar uitwisselingen, naar vormingscursussen. Omdat hun ouders daar geen aandacht of geen geld voor hebben. Of beide.

Dat sociale en culturele ongelijkheid een stuk gelijkloopt in het jeugdwerk en in onderwijs, zorgt op zijn minst voor de nood aan een gemeenschappelijke reflectie over de mechanismen die daarvoor verantwoordelijk zijn, en aan het gemeenschappelijk nadenken over remedies daarvoor. Het competentiedenken is voor mij niks anders dan het geloof dat elk kind talenten heeft, en dat het erop aankomt die zo vroeg mogelijk te ontdekken en zo goed mogelijk te begeleiden, in en buiten de school.

Het is de wil om uit te gaan van wat kinderen wel kunnen, in plaats van uit te gaan van wat ze niet, of minder goed kunnen. Dat is ook onze wens voor kinderen met een fysieke of mentale beperking. Ook zij moeten volwaardig kunnen deelnemen aan de samenleving, aan vorming, aan ontmoeting. De essentie van jeugdbeleid is instrumenten te ondersteunen en te ontwikkelen die het geloof van kinderen en jongeren in hun eigen mogelijkheden versterken. Inclusief als het kan, exclusief als het moet.
Zo kunnen ze hun eigen grenzen verleggen, en de grenzen tussen mensen in de samenleving, en zo de grenzen van de samenleving zelf.

Beste Jeugdwerkers
Collega politici

[Jongerenpact]

Dit mini-toekomstcongres gaf de start van het volgende Vlaamse Jeugdbeleidsplan. Ik zou, met jullie inspiratie en medewerking, ervoor willen zorgen dat het dubbel pact wordt: een pact met ouders om zoveel mogelijk kinderen maximale kansen te geven om hun talenten te ontdekken en te ontwikkelen, en een pact met jongeren om zoveel mogelijk ruimte te geven voor ontmoeting en zelfontplooiing, met het engagement om verantwoordelijkheid te nemen. Overheden moeten kinderen en jongeren daarvoor een stem geven, en een oor. En hen ruimte geven, speelruimte, ruimte voor experiment, ruimte om te mislukken en te herbeginnen. Jeugdbeleid mag dan geen kinderspel zijn, maar kinderspel blijft wel het fundament van elk jeugdbeleid.

Laat ons samen de komende maanden het verhaal van een jongerenpact schrijven. Tussen jullie, vertegenwoordigers van de toekomst van Vlaanderen en Brussel en de Vlaamse regering, de vertegenwoordiger van Vlaanderen vandaag.

Veel schrijfgenot en genot tout court.

Pascal Smet

 

naar boven