Een reflectiemoment in een bredeschoolproject. Beschrijving van methodieken
Een reflectiemoment in een bredeschoolproject. Beschrijving van methodieken (pdf, 18p, 622kB)
Overzicht:
Inleidend
Doel van een reflectiemoment
Handig meegenomen…
Invulling van het reflectiemoment
Voorbereiding van het reflectiemoment
Overzicht van mogelijke combinaties van methodieken
Beschrijving van methodieken
Inleidend
De tijd nemen om stil te staan bij de dagelijkse gang van zaken maakt een
essentieel onderdeel uit van elke projectwerking. Voor een bredeschoolproject is
dit niet anders. Door verschillende aspecten van de werking onder de loep te
nemen, worden sterktes en zwaktes expliciet gemaakt voor de verschillende
partners. Deze inzichten kunnen de toekomstige werking alleen maar versterken.
Deze fiche biedt inspiratie om een reflectiemoment in een concreet
bredeschoolproject te organiseren. Aan het einde van het werkjaar 2006-2007 werd
in de bredeschoolprojecten in Vlaanderen en Brussel een reflectiemoment opgezet
onder begeleiding van een medewerker van Steunpunt GOK. De methodieken die in
dit document gepresenteerd worden zijn gebaseerd op deze ervaringen.
Doel van een reflectiemoment
Aan het einde van het (eerste) werkjaar van de proefprojecten Brede School is het zinvol in elk proefproject een reflectiemoment op te zetten. Via een terugblik op de werking van het voorbije jaar, worden aldus aandachtspunten en waar mogelijk al actiepunten voor de toekomstige werking bepaald.
Handig meegenomen…
De neerslag van een dergelijk reflectiemoment is bruikbaar als rapportage
voor de subsidiërende overheid. Bovendien is deze zinvol voor de partners in de
Brede School zelf om later op terug te blikken, bepaalde evoluties te
documenteren of genomen beslissingen op te frissen.
Een reflectiemoment brengt meestal ook goede voorbeelden, nuttige tips,
mogelijke valkuilen naar boven die voor andere bredeschoolwerkingen interessant
kunnen zijn. Deze knowhow kan via een begeleider en/of tussen Brede Scholen
onderling uitgewisseld worden.
Invulling van het reflectiemoment
De wijze waarop het reflectiemoment wordt opgezet, kan verschillen van proefproject tot proefproject. In het ene proefproject kunnen bijvoorbeeld alle partners aanwezig zijn op het reflectiemoment, terwijl in een ander project enkel het coördinatieteam zich over het voorbije werkjaar buigt. Deze keuze heeft te maken met hoe de werking het voorbije jaar verlopen is. Een reflectiemoment wordt uiteraard sterker naarmate meer betrokkenen de werking mee kunnen evalueren. Ook de tijd die voorzien wordt voor een reflectiemoment, bepaalt het verloop ervan. Naarmate er meer tijd is, kunnen de zaken grondiger besproken worden en verschillende meningen een plaats krijgen. Meer tijd betekent dan meestal ook meer kracht.
Voorbereiding van het reflectiemoment
Om dergelijke reflectie vlot te laten verlopen, moet iemand – een begeleider of een betrokkene bij de Brede School in kwestie – een aantal voorbereidingen treffen:
- Bij de uitnodiging waak je erover dat de deelnemers aan de reflectie het
netwerk van partners goed vertegenwoordigen en de concrete
bredeschoolwerking van dichtbij konden volgen.
- Licht de deelnemers bij de uitnodiging in over wat men kan verwachten.
Eerder dan het uitspitten van het verleden, is het doel van het verleden te
leren om zich beter te kunnen richten op de toekomst.
- Plan het reflectiemoment tijdig. Misschien kan het al bij de start van
het werkjaar vastgelegd worden als afsluiting van het werkjaar? Hoe vroeger
de datum geprikt wordt, hoe gemakkelijker de betrokkenen deze vrij kunnen
houden.
- Trek voldoende tijd uit: 2 uur is een minimum voor een grondige
reflectie. Wil je de zaken grondig doorpraten en conclusies trekken voor de
toekomst is 3 uur comfortabeler. Tracht er dan ook voor te zorgen dat het
reflectiemoment een apart moment is en niet als één van vele punten op de
agenda gepland staat. Is de tijd waarover je kan beschikken beperkter, kan
je enkel echo’s uit de groep verzamelen of een beperkt aantal thema’s
aankaarten. Het is dan noodzakelijk deze nadien verder te bespreken met een
kerngroep.
- Een andere ruimte opzoeken dan de gebruikelijke vergaderruimte bij één
van de partners zorgt ervoor dat het reflectiemoment als een bijzonder
moment wordt ervaren. Het is niet zomaar één van de vele vergaderingen.
- De begeleider van het reflectiemoment dient over een aantal vaardigheden
te beschikken die hem of haar in staat stellen het gesprek goed te
modereren: luisteren, doorvragen, samenvatten, iedereen aan bod laten
komen,… Als procesbegeleider is het dan belangrijk de eigen ideeën aan de
kant te kunnen schuiven. Voor de coördinator van het bredeschoolproject kan
dit dan ook een moeilijke opdracht zijn: men heeft immers zelf een eigen
inhoudelijke inbreng. Eventueel kan je dit ondervangen door een andere
persoon de reflectie te laten begeleiden. Indien dit niet mogelijk is, kan
je je eigen inbreng op het vlak van plus- en minpunten en eventuele nieuwe
actiepunten verzekeren, door deze goed voor te bereiden. Expliciteer wanneer
je tussenkomt als gespreksmoderator of wanneer je een eigen inbreng doet.
- Als begeleider kan je ervoor kiezen de bespreking sneller te laten
opstarten door zelf op voorhand de bredeschoolwerking in kwestie al op het
referentiekader Brede School te plaatsen. De deelnemers vullen dan eventuele
hiaten aan of stellen vragen bij de voorstelling die dan op papier staat.
Een mogelijk nadeel van deze werkwijze is dat eventuele andere zienswijzen
niet aan bod komen: de groep neemt het denkpatroon van de begeleider over.
- Wanneer je gebruik maakt van het Referentiekader Brede School, licht je
dit best kort toe. Je kan hiertoe het referentiekader in bijlage aan de
deelnemers bezorgen en dit samen kort overlopen.
- De deelnemers aan het gesprek hoeven in principe niets voor te bereiden.
Wat het gesprek wel vooruit helpt, is een overzicht van de activiteiten van
het voorbije jaar. Zo is dit voor iedereen opgefrist. Eventueel kan je dit
door de coördinator laten opmaken en op voorhand bezorgen.
- Visualiseer de belangrijkste punten uit het gesprek. Zo kan jij of een
deelnemer gemakkelijker verbanden leggen, schijnbare tegenstellingen
uitklaren, doorvragen op bepaalde items, het geheel samenvatten, …
- Spreek af wie verslag neemt en wat je van het verslag verwacht: een verloop van het hele gesprek is niet nodig, verschillende meningen rond een bepaald knelpunt worden best wel opgenomen.
Overzicht van mogelijke combinaties van methodieken
Er zijn verschillende combinaties van methodieken mogelijk, afhankelijk van
hoe je de behoefte van de groep inschat, de voorziene tijd en waar je je als
begeleider zelf het best bij voelt (zie schema).
Minimum voorzie je een opstart van de vergadering en de kern, namelijk de
reflectie op de bredeschoolwerking zoals die tijdens het voorbije jaar verliep.
Het proces wordt echter verrijkt, wanneer je de groep oriënteert op het thema,
alvorens tot de kern van de bijeenkomst, de eigenlijke reflectie over te gaan.
Deze oriëntatie kan op verschillende manieren. Het spreekt voor zich dat de
reflectie op het voorbije werkingsjaar niet op zich staat, maar moet leiden tot
de formulering van actiepunten voor het volgende werkjaar. Dit is dus eveneens
een essentieel onderdeel. In de meeste gevallen wordt dit punt echter op een
volgende samenkomst opgenomen, eventueel bij het begin van het volgende
werkjaar.
Om de samenkomst aangenaam af te sluiten, kan je nog een afrondingsmethodiek
voorzien.
In onderstaand schema vind je een overzicht van de verschillende mogelijkheden.
| Opstart | A. Wat blijft je bij? Opwarmer (10’) | |||
| Oriëntatie op het thema | B. Optie 1. Betekenis Brede School: placemat (20 à 30’) | B. Optie 2. Betekenis Brede School: ‘Brede School is…’ (20 à 30’) | C. Reconstructie - Tijdslijn (10’) | D. De bredeschoolwerking op een schaal van 1 tot 10 (45’) |
| Kern: reflectie op de bredeschoolwerking | E*. Optie 1. De Brede School in kaart gebracht en gelinkt aan het referentiekader Brede School: de begeleider brengt het project op voorhand in kaart; de deelnemers vullen aan. (20’) | E*. Optie 2. De Brede School in kaart gebracht en gelinkt aan het referentiekader Brede School: de deelnemers brengen het project samen in kaart. (30’) | G. Hoogte en dieptepunten uit de Brede School linken aan het referentiekader Brede School en hierop reflecteren (60’) | |
| F*. Hoe gaat het er in onze Brede School aan toe? Reflectie (100’) | ||||
| Vooruitblik volgend jaar | H. Formulering van actiepunten voor het volgende werkjaar (45’ à …) | |||
| Afronding I. Spotlight (5’) | *Mogelijkheden E en F volgen steeds op elkaar. | |||
Beschrijving van methodieken
A. Wat blijft je bij? Opwarmer (10’)
Doel
Het ijs breken, elke deelnemer kort aan het woord laten en op een positieve manier starten.
Verloop
1. Iedere deelnemer wordt uitgenodigd een activiteit, gebeurtenis, idee, uitspraak, ,.. van de bredeschoolwerking dat men heel goed, inspirerend, de moeite waard of voor herhaling vatbaar vond, aan te halen. Het moet om iets positiefs gaan.
2. Het rijtje wordt afgegaan en iedere deelnemer licht kort zijn positief verhaal toe. Om te vermijden dat hier teveel tijd naartoe gaat, kan je toevoegen dat men maximum 5 zinnen mag gebruiken of een mini-zandloper inzetten. Geef eventueel zelf het goede voorbeeld.
Voordeel
Vermits iedereen iets positiefs inbrengt, is dit een snelle en krachtige manier om het gesprek met een positieve noot te starten. Dit kan helpen om ook de rest van de reflectie in een constructieve sfeer te laten verlopen.
Valkuil
Zorg ervoor dat de deelnemers geen hele verhalen vertellen. Dit maakt het startmoment te langdradig.
B. Brede School, wat betekent dat voor mij en voor mijn organisatie? (20 à 30’)
Doel
De deelnemers laten expliciteren wat Brede School voor zichzelf en de eigen organisatie betekent en wat de meerwaarde is.
Eventueel een extra meerwaarde of nieuwe invalshoeken ontdekken vanuit het referentiekader Brede School
Verloop
Optie 1
1. De deelnemers organiseren zich in groepjes van vier rond een placemat. Dit is een A3-blad waar in het midden een gemeenschappelijke ruimte op getekend is, en aan de randen telkens een individuele ruimte.
2. Elke persoon schrijft voor zichzelf in de individuele ruimte wat Brede School voor hem of haar betekent.
3. De 4 personen bespreken de verschillende invullingen van Brede School en zoeken-vanuit de individuele invullingen- samen naar een gemeenschappelijke betekenis. Deze schrijven ze in de gemeenschappelijke ruimte.
4. Deze invullingen worden vergeleken met het referentiekader Brede School:
a. Zijn de verschillende aspecten in het referentiekader herkenbaar, eventueel
in een andere terminologie?
b. Zijn er invalshoeken of aandachtspunten in het referentiekader die voor de
eigen bredeschoolwerking een meerwaarde zouden kunnen bieden of extra aandacht
verdienen?
5. Plenair worden kort de belangrijkste punten van de verschillende groepjes besproken.
Optie 2
1. Elke deelnemer vult een post-it in ‘Brede School is…’ (cfr. ‘Liefde is…’). Hierop schrijft men wat Brede School voor hem of haar betekent, waar het om gaat, wat daarbij belangrijk is. Belangrijk is dat men dit concreet formuleert.
2. De deelnemer schrijft zijn of haar naam eronder en plaatst deze post-it op één van volgende flappen:
- Voor de eigen doelgroep(en) en werking…
- Voor andere doelgroepen…
- Ten aanzien van partners…
- Voor de omgeving …
- Voor…
3. In heterogene groepen van 4 à 5 personen neemt men één of twee van de flappen en formuleert de uitgesproken verwachtingen.
4. Per groep brengt men plenair verslag uit van de verwachtingen.
5. Eventueel worden deze invullingen nog vergeleken met het referentiekader
Brede School:
a. Zijn de verschillende aspecten in het referentiekader herkenbaar, eventueel
in een andere terminologie?
b. Zijn er invalshoeken of aandachtspunten in het referentiekader die voor de
eigen bredeschoolwerking een meerwaarde zouden kunnen bieden of extra aandacht
verdienen?
Voordeel
In de drukte van de dagelijkse werking verliest men soms uit het oog waarom precies al die energie in Brede School wordt gestoken. Het is dan verhelderend nog eens zelf te formuleren waar het om te doen is en om dit ook van de andere partners te horen.
Het referentiekader Brede School biedt de nodige terminologie en een kader om over Brede School te praten. Het helpt ook om eventuele blinde vlekken in een concrete werking bloot te leggen.
Valkuil
Deze bespreking kan best niet te lang duren. Meestal hebben mensen de behoefte om snel over te gaan naar het uiteindelijke doel van de vergadering: het komen tot actiepunten voor het volgende werkjaar.
C. Reconstructie van het verloop van de bredeschoolwerking. Tijdslijn (10’- mits voorbereidend document)
Doel
De deelnemers frissen de gebeurtenissen van het voorbije jaar op.
Verloop
1. De coördinator of een partner van de bredeschoolwerking lijst de bredeschoolactiviteiten van het voorbije werkjaar op. Bij de vergadermomenten kan een kort overzicht van de agendapunten worden gegeven. Idealiter krijgen de deelnemers van de vergadering deze op voorhand.
2. Op de vergadering wordt kort beken of er nog belangrijke zaken moeten worden aangevuld op de tijdslijn.
Voordeel
Dit document kan dienen als geheugensteun voor de verschillende partners tijdens het reflectiemoment.
Dit document kan tevens dienen als onderdeel van de documenten die ‘het geheugen van het project’ vormen. Zo blijft men een overzicht houden op het verloop van de Brede School gedurende meerdere jaren.
Valkuil
Zorg ervoor dat dit een kort moment blijft door het document op voorhand op te maken en tijdig aan de deelnemers te bezorgen.
D. De bredeschoolwerking op een schaal van 1 tot 10 (45’)
Doel
De deelnemers uitnodigen tot discussie over de bredeschoolwerking. Vooral in projecten waar zaken niet zo gemakkelijk bespreekbaar zijn, kan dit een manier zijn om de discussie los te weken.
De argumenten die de deelnemers aanhalen kunnen geplaatst worden in het referentiekader.
Verloop
1. Elke deelnemer wordt uitgenodigd de bredeschoolwerking te evalueren op een schaal van 1 tot 10, volgens de mate waarin men vindt dat men goed bezig is.
2. Elke deelnemer licht zijn score toe.
3. De begeleider vraagt door op de argumentering van de score.
4. De begeleider tracht de argumenten te linken aan de aspecten uit het referentiekader Brede School. Zo wordt een overzicht opgebouwd van positieve en negatieve punten.
Voordeel
Vooral in projecten waar zaken niet zo gemakkelijk bespreekbaar zijn, kan dit een manier zijn om de discussie los te weken.
Valkuil
Zorg ervoor dat men in concrete termen blijft praten. Mensen hebben de neiging te veralgemenen. Vraag naar concrete voorvallen of concrete voorbeelden die de argumentatie kunnen ondersteunen.
E. De Brede School in kaart gebracht en gelinkt aan het referentiekader Brede School (20 à 30’)
Doel
Een duidelijk en zo volledig mogelijk beeld krijgen van de bredeschoolwerking, vanuit de insteek van het referentiekader Brede School:
- Welke doelstellingen staan voorop?
- Hoe wordt de Brede School ingevuld?
- Hoe is de Brede School georganiseerd?
- Welke verbindingen zijn er tussen de verschillende aspecten?
- Is er aandacht voor participatie van alle betrokkenen?
- Is er voldoende diversiteit aanwezig en wordt deze benut?
Verloop
Optie 1
1. De begeleider van de reflectie brengt op voorhand het bredeschoolproject op een grote flap in kaart volgens de indeling van het referentiekader Brede School en houdt hierbij rekening met de toetsstenen in het referentiekader.
2. De deelnemers vullen tijdens de reflectie hiaten aan en corrigeren de weergave van hun Brede School waar nodig.
Voordeel optie 1
Door de denkoefening op voorhand te doen en niet met alle deelnemers, win je tijd en kan je sneller aan de eigenlijke reflectie beginnen.
Als begeleider is het een goede oefening om te kijken of je een goed zicht hebt op de Brede School in kwestie en of jouw beeld overeenstemt met wat de partners ervan denken.
Valkuil optie 1
Als begeleider schotel je je eigen invulling voor aan de deelnemers, en vraag je daarna om feedback. Dit kan ertoe leiden dat mensen met een afwijkende mening, deze niet meer expliciteren.
Optie 2
1. De deelnemers brengen samen het bredeschoolproject op een grote flap in kaart volgens de indeling van het referentiekader Brede School, rekening houdend met de toetsstenen in het referentiekader. Op de grote flap komt een feitelijke weergave van het voorbije werkjaar van de Brede School in kwestie te staan.
- Bij brede ontwikkeling van kinderen en jongeren schrijven de partners op de
flap de doelstellingen die ze nastreven.
- Bij brede leer- en leefomgeving geeft men aan welke accenten er tijdens het
voorbije jaar werden gelegd. Men kan bijvoorbeeld aangeven dat het accent lag op
de uitbouw van het vrijetijdsaanbod voor kinderen. Op een extra flap vult men de
bijhorende concrete acties aan, zoals bijvoorbeeld het uitwerken van een
gemeenschappelijke brochure met activiteiten.
- Bij breed netwerk kan aangegeven worden hoe het netwerk zich het voorbije jaar organiseerde.
2. In een volgende stap worden de eerste reacties, bedenkingen en aandachtspunten van de partners toegevoegd.
- Bij brede ontwikkeling kan men bijvoorbeeld bekijken of de beschreven doelstellingen nog steeds de doelstellingen zijn zoals ze in het begin geformuleerd werden of dat deze moeten worden aangepast?
- Bij brede leer-en leefomgeving kan bijvoorbeeld aangegeven worden welke activiteiten niet of te weinig aan bod kwamen.
- Bij netwerk kan bijvoorbeeld op de flap komen te staan dat de partners hun werking beter op elkaar willen afstemmen. Een mogelijke concrete actie zou dan de aanstelling van een coördinator kunnen zijn.
Voordeel optie 2
De deelnemers worden uitgenodigd de eigen visie weer te geven.
Valkuil optie 2
Het vraagt wat tijd en verdieping om het referentiekader Brede School in de vingers te krijgen en vervolgens een concrete bredeschoolwerking erin te plaatsen. Je vermijdt frustraties en ongeduld bij de deelnemers van de reflectie door zoals in optie 1 de oefening voor te bereiden.
Voordeel
Het is voor alle partners vaak verhelderend om het volledige plaatje van de bredeschoolwerking nog eens te kunnen overschouwen.
Het overzicht van de Brede School biedt een houvast om de bespreking gestructureerd te laten verlopen en alle aspecten aan bod te laten komen.
Door de visuele voorstelling op een flap, wordt meteen duidelijk op welk aspect van het referentiekader de accenten van de werking (tot nog toe) liggen.
F. Hoe gaat het er in onze Brede School aan toe? Reflectie (100’)
(Dit moment wordt voorafgegaan door ‘De Brede School in kaart gebracht en gelinkt aan het referentiekader Brede School’)
Doel
Grondig terugblikken op de bredeschoolwerking, erover doorpraten en aandachtspunten voor de toekomst formuleren.
Verloop
1. Op basis van het overzicht van de bredeschoolwerking in het referentiekader en op basis van de bevindingen van de verschillende partners, formuleert iedere deelnemer op post-its een aantal reflectiepunten. Men kan meerdere post-its gebruiken, maar schrijft per post-it slechts 1 onderwerp op (zo is het gemakkelijker om deze nadien in het referentiekader te plaatsen).
- Eén of meerdere sterke punten, positieve dingen, dingen die zeker verdergezet
moeten worden (op groene post-its)
- Eén of meerdere moeilijke punten, zaken waar men vragen bij heeft (op oranje post-its)
- Eén of meerdere zaken die men in dit plaatje mist, waarvan men denkt dat daar in de toekomst aandacht aan moet worden besteed (op gele post-its)
2. De deelnemers schrijven op iedere post-it ook hun initialen zodat gemakkelijk terug te vinden is wie wat geschreven heeft voor eventuele verdere toelichting.
3. De deelnemers plakken hun reflectiepunten op de grote flap waar ze volgens hen thuishoren.
4. Als iedereen klaar is, wordt alles in de groep besproken en bediscussieerd.
5. De begeleider modereert het gesprek en probeert voor ieder punt samen te vatten en samen met de partners eventuele actiepunten te formuleren als conclusie. Tip: begin met de bespreking van de moeilijke punten, ga dan over naar de groene post-its en als laatste de gele post-its:
- Vaak zijn die moeilijkheden in de loop van het project al opgelost.
- Soms hebben andere partners op een andere post-it een oplossing of actiepunt
geformuleerd waardoor de moeilijkheid komt te vervallen.
- Zo kan er zeker voldoende tijd worden uitgetrokken om de moeilijkheden rustig
te bespreken en om te zetten in een aandachts- of actiepunt voor het volgende
jaar.
- Het is voor de partners motiverender om een reflectie te eindigen op een positieve noot en met constructieve punten voor de toekomst.
6. De bespreking van de reflectiepunten wordt afgerond met het formuleren van concrete aandachtspunten voor de toekomst.
7. Indien mogelijk worden over de conclusies al concrete afspraken gemaakt en reeds opgenomen in de planning voor het nieuwe werkjaar.
Voordeel
- Door iedereen post-its te laten schrijven en becommentariëren, zorg je ervoor
dat iedere deelnemer aan het woord komt en alle reflectiepunten aan bod kunnen
komen.
- Als begeleider kan je zelf ook je reflectiepunten op post-its zetten en
inbrengen.
- De neerslag van een dergelijk reflectiemoment is bruikbaar als rapportage voor
de subsidiërende overheid. Bovendien is deze zinvol voor de partners in de Brede
School zelf om later op terug te blikken, bepaalde evoluties te documenteren of
genomen beslissingen op te frissen.
- Een reflectiemoment brengt meestal ook goede voorbeelden, nuttige tips, mogelijke valkuilen naar boven die voor andere bredeschoolwerkingen interessant kunnen zijn. Deze know how kan via een begeleider en/of tussen Brede Scholen onderling uitgewisseld worden.
Valkuil
- Het plaatsen van de post-its is een moeilijke oefening. Als begeleider moet je
alert zijn en durven doorvragen of de post-it inderdaad op de plek thuis hoort
waar de deelnemer deze in eerste instantie plaatste.
- Om je eigen inbreng op het vlak van plus- en minpunten en eventuele nieuwe actiepunten te verzekeren, is het belangrijk dat je deze goed voorbereidt. Zorg er voor dat het duidelijk is wanneer je tussenkomt als gespreksmoderator of wanneer je een eigen inbreng doet.
G. Hoogte en dieptepunten uit de Brede School linken aan het referentiekader Brede School en hierop reflecteren (60’)
Doel
- Op een snelle manier komen tot actie- en aandachtspunten, vanuit het
exemplarisch werken met hoogte- en dieptepunten van het voorbije jaar.
- Een beeld krijgen van de hoogte- en dieptepunten van de bredeschoolwerking
- Vanuit de insteek van het referentiekader Brede School nagaan waar deze
hoogte- en dieptepunten mee te maken hebben:
- de vooropgestelde doelstellingen
- hoe de Brede School wordt ingevuld
- hoe de Brede School is georganiseerd
- de verbindingen tussen de verschillende aspecten
- de participatie van alle betrokkenen
- de aanwezigheid en het gebruik van de diversiteit
- Actie- en aandachtspunten voor de toekomst formuleren.
Verloop
1. De deelnemers noteren per twee telkens één aspect of activiteit van het voorbije jaar welke men positief vond (op een gele post-it). Vervolgens noteren ze telkens één aspect of activiteit welke men negatief vond (op een roze post-it). Men kan meerdere post-its gebruiken, maar schrijft per post-it slechts 1 item op (zo is het gemakkelijker om deze nadien in het referentiekader te plaatsen).
2. Per twee tracht men de post-its een plaats te geven in het referentiekader: met welk aspect had het succes of de negatieve ervaring vooral te maken? Wat was er Brede School aan? Hoe kadert dit in het geheel (heeft het vooral te maken met de coördinatie, met netwerk, …)?
3. Elk duo licht plenair kort de post-it en de plaats in het referentiekader toe. De begeleider hangt de post-its op de flap en vraagt - waar nodig - door om de post-it goed te kunnen plaatsen: “waar had het vooral mee te maken dat dit zo positief/negatief was?”.
4. De begeleider gaat na of andere duo’s een gelijkaardige post-it formuleerden en plaatst deze er vlakbij indien het om iets gelijkaardigs gaat of er bovenop indien deze helemaal hetzelfde is.
5. Een nieuw aspect wordt ingebracht tot alle post-its geplaatst zijn.
6. De begeleider nodigt de groep uit om te reflecteren op de plaatsen in het referentiekader waar de meeste en minste post-its hangen. Dit zegt immers iets over het accent van de werking.
7. De onderwerpen die als positief werden verwoord kunnen kernachtig aan de linkerzijde van een nieuwe flap worden genoteerd. De onderwerpen die als negatief werden verwoord kunnen kernachtig aan de rechterzijde van deze flap worden genoteerd. Zo worden de belangrijkste punten overzichtelijk weergegeven in een balans.
Voordeel
- Door het exemplarisch werken met hoogte –en dieptepunten, kan je sneller
werken.
- De deelnemers worden uitgenodigd de eigen visie weer te geven. Aangezien men
per twee post-its moet inbrengen, wordt iedereen actief betrokken in het gesprek
- Het is voor alle partners vaak verhelderend om het volledige plaatje van de bredeschoolwerking nog eens te kunnen overschouwen.
- Het overzicht van de Brede School biedt een houvast om de bespreking
gestructureerd te laten verlopen en alle aspecten aan bod te laten komen.
- Door de visuele voorstelling met post-its op een flap, wordt meteen duidelijk
op welk aspect van het referentiekader de accenten van de werking (tot nog toe)
liggen.
- De balans geeft een kernachtig overzicht van de voornaamste plus- en
minpunten.
- Als begeleider kan je zelf ook je reflectiepunten op post-its zetten en
inbrengen.
- De neerslag van een dergelijk reflectiemoment is bruikbaar als rapportage voor de subsidiërende overheid.
Bovendien is deze zinvol voor de partners in de Brede School zelf om later op terug te blikken, bepaalde evoluties te documenteren of genomen beslissingen op te frissen.
- Een reflectiemoment brengt meestal ook goede voorbeelden, nuttige tips, mogelijke valkuilen naar boven die voor andere bredeschoolwerkingen interessant kunnen zijn. Deze know how kan via een begeleider en/of tussen Brede Scholen onderling uitgewisseld worden.
Valkuil
- Omdat je van de deelnemers enkel vraagt hoogtepunten en dieptepunten te
vermelden, worden dikwijls dezelfde meer of minder succesvolle activiteiten
ingebracht. Het beeld dat zo ontstaat over de bredeschoolwerking is dus zeker
niet volledig.
- Het vraagt wat tijd en verdieping om het referentiekader Brede School in de
vingers te krijgen en vervolgens een concrete bredeschoolwerking erin te
plaatsen. Het plaatsen van de post-its is een moeilijke oefening. Als begeleider
moet je alert zijn en durven doorvragen naar de eigenlijke factoren die maakten
dat een aspect of activiteit al dan niet succesvol waren. Tracht inhoud en
achtergrond te vergaren.
- Om je eigen inbreng op het vlak van plus- en minpunten en eventuele nieuwe actiepunten te verzekeren, is het belangrijk dat je deze goed voorbereidt. Zorg er voor dat het duidelijk is wanneer je tussenkomt als gespreksmoderator of wanneer je een eigen inbreng doet.
H. Formulering van actiepunten voor het volgende werkjaar (45’ à …)
(In vele gevallen wordt dit punt niet meer openomen tijdens het reflectiemoment, maar wel bij de start van het nieuwe werkjaar)
Doel
De aandachtspunten die naar voren kwamen uit de reflectie omzetten naar actiepunten voor het nieuwe werkjaar
Verloop
1. Plenair nodigt de begeleider de groep uit om de geformuleerde aandachtspunten om te zetten naar actiepunten. Vragen die hierbij kunnen helpen zijn:
- Wat betekent dit (een aandachstpunt) voor het volgende werkjaar? Hoe kan dit
concreet gestalte krijgen?
- Wat kan er concreet gebeuren opdat dit (een negatief aandachtspunt) volgend
jaar niet opnieuw op het lijstje staat?
- Hoe kan ervoor gezorgd worden dat dit (een positief aandachstpunt) volgend
jaar nog versterkt wordt?
- Is het actiepunt zoals het nu geformuleerd is realistisch? Kan dit volgend jaar worden opgenomen? Betreft het een actie waar op langere termijn aan moet gewerkt worden?
2. De geformuleerde actiepunten worden in de planning opgenomen.
Voordeel
De groep wordt uitgenodigd te leren uit de ervaringen van het voorbije werkjaar en deze daadwerkelijk om te zetten in een planning van nieuwe acties.
Valkuil
Bewaak dat de geformuleerde actiepunten realistisch zijn. Kleine stappen die haalbaar zijn, werken motiverender dan de planning van grote niet-realiseerbare acties.
Niet alle aandachtspunten uit de reflectie kunnen omgevormd worden naar actiepunten voor het volgende werkjaar.
Maak een verschil tussen actiepunten die snel gerealiseerd kunnen worden en deze die een langetermijnplanning vragen.
I. Spotlight. Afronding (5’)
Doel
Iedere deelnemer brengt kort in wat haar of hem vooral is bijgebleven uit de bespreking. Als begeleider krijg je hier op een zeer snelle manier een zicht op.
Verloop
1. Iedere deelnemer wordt uitgenodigd één woord of één heel korte zin te bedenken die bijblijft na de bespreking. Het kan gaan om iets wat je boeide, iets wat je nog bezig houdt, iets waar je vragen bij hebt, iets wat je slecht vond,…
2. Wanneer de deelnemers iets in hun hoofd hebben, leggen ze beide handen op de tafel of knieën. De begeleider wacht tot alle handen in deze positie liggen.
3. De begeleider richt ‘het spotlight’: wanneer een deelnemer aangewezen wordt, staat deze ‘in het spotlight’ en zegt deze het woord of de korte zin.
4. De begeleider plaatst telkens een volgende deelnemer ‘in het spotlight’ tot iedereen aan de beurt is geweest.
5. Waar onduidelijkheid is over de inbreng kan gevraagd worden dit heel kort toe te lichten, maar het is niet de bedoeling er sterk op in te gaan. Het moet een kort en krachtig moment blijven.
Voordeel
Dit is een snelle en krachtige manier om het gesprek af te ronden en iedereen nog eens aan het woord te laten. Op een gebalde manier wordt duidelijk wat ieder meeneemt uit de bespreking.
Valkuil
Zorg ervoor dat de deelnemers zich werkelijk beperken tot één woord of een heel korte zin. Dit moment mag niet veel tijd in beslag nemen.


