REFLECTIE OP DE WERKJAREN 2006-2007 EN 2007-2008

EXPEDITIE KAMELEON

KORTE BESCHRIJVING

2006-2007
Als ‘school zonder uitsluiting’ organiseert de basisschool De Triangel – vaak in samenwerking met buitenschoolse organisaties of partners – al sinds jaar en dag tal van projecten om voor de kinderen een kansrijke omgeving te creëren. Het afgelopen werkjaar (2006-2007) lag het accent op het project Expeditie Kameleon. Voor dit project heeft de school samen met ouders een lokaal ingericht waar de kinderen op woensdagnamiddag thematische ateliers kunnen bijwonen. Bij het eerste thema leerden de kinderen omgaan met techniek en bouwen met technisch speelgoed. Bij thema twee kwamen schminken, drama en poppenspel aan bod.

Het Technisch Instituut Maasmechelen (TIM) richtte in de basisschool een technologielokaal in en wijdde de leerkrachten in in de wereld van de technologie. Mentoren van het speelplein zorgden op woensdagnamiddag voor de deskundige begeleiding van de kinderen.

Volgend jaar staan andere thema’s en de samenwerking met andere externe partners op het programma: ‘Ken je roots’ met de Heemkundige kring en ‘Zelf een film maken’ met jeugdhuis Thebe.

2007-2008
De werking van de ‘Kameleonklas’ werd vergezet. Met de hele basisschool werd het project ‘Mijn-geschiedenis’ uitgewerkt.

De kleuterafdeling interpreteerde Mijn-geschiedenis als de persoonlijke geschiedenis van geboorte tot dood.

De lagere school bestudeerde op verschillende manieren de geschiedenis van de mijnbouw in de streek, het effect ervan op het sociale leven, hoe het evolueerde,… Kinderen en school werkten daarvoor samen met (groot)ouders, buurtbewoners, ex-mijnwerkers, Schoolopbouwwerk, Erfgoedcel van de gemeente, ... Als apotheose van het project organiseerden ze een stoet doorheen de wijk over de geschiedenis van de mijn. Het project en de stoet bracht heel wat te weeg bij kinderen, ouders, omstanders en medewerkers.

 

BEKEKEN DOOR DE BRIL VAN HET REFERENTIEKADER BREDE SCHOOL

Doel: brede ontwikkeling van kinderen en jongeren

2006-2007
In de atelierwerking op woensdagnamiddag krijgen de kinderen uitgebreid de kans om zich uit te leven en zich op verschillende manieren te ontplooien.

Enerzijds wordt extra veel aandacht besteed aan aspecten die tijdens de schooluren soms minder aan bod komen: artistieke talenten, spel, sociale ontplooiing, welbevinden, technische vaardigheden, … .

Anderzijds worden er voortdurend verbindingen gezocht tussen de ontwikkeling van de kinderen op school en daarbuiten. Zo worden in de klas, in de ateliers op woensdagnamiddag en de speelpleinwerking in de zomer dezelfde opvoedingsprincipes gehanteerd: de kinderen leren samenwerken en elkaar helpen, ze moeten respect hebben voor elkaar en voor het materiaal, enzoverder. Leerkrachten zijn enthousiast over de extra taalstimuli die de kinderen buitenschools krijgen. Sommige kinderen die het in de klas niet gemakkelijk hebben, bloeien open tijdens de buitenschoolse activiteiten.

2007-2008
In 2007-2008 werd op een andere manier verder gewerkt aan deze verbindingen. De school wou samen met haar partners nog meer aansluiten bij de leefwereld van de kinderen en de omgeving. Zo stelden ze zich tot doel de beleving van de omgeving door kinderen en ouders naar boven te laten komen en voorwerp van onderlinge interactie te laten worden. Meer specifiek ging het om de beleving van het mijnverleden van de streek.
 

Inhoud: brede leer- en leefomgeving

2006-2007
Een aantal activiteiten die De Triangel organiseert, spelen zich af buiten de school en staan open voor kinderen uit de buurt en van andere scholen.

Expeditie Kameleon echter gaat door op de campus van de school zelf en is enkel gericht op de kinderen van De Triangel. Dit biedt praktische voordelen en maakt de drempel zeer laag, zowel voor de kinderen als voor de ouders: de school is een vertrouwde omgeving, de kinderen kunnen op woensdagmiddag op school blijven eten en er is opvang voorzien tot de ateliers van start gaan. De Triangel wil zoveel mogelijk kinderen bereiken en haalt op deze manier zeer hoge deelnamecijfers: bijna alle kinderen die nog geen bezigheid hadden op woensdagnamiddag nemen deel aan de ateliers.

Toch ervaren de kinderen hun woensdagnamiddag niet als ‘schools’. De leer- en leefomgeving van de kinderen wordt verbreed dankzij de keuze van de thema’s, het contact met de monitoren, de ludieke manier waarop de activiteiten worden begeleid en de keuze van de materialen.

2007-2008
Bovenstaande werking werd verder gezet en uitgebreid. Ook een taikwondogroep zocht infrastructuur. Een groep gepensioneerden krijgt in samenwerking met buurtopbouwwerk ook een lokaal in de school.

Voor de drie werkjaren als proefproject Brede School lag van bij het begin de nadruk op het uitwerken van inhoudelijk sterke activiteiten/projecten.

Zo werd in het tweede werkjaar de werking van de Kameleonklas verder gezet en uitgebreid tot tijdens de lesuren met de klasleerkracht. Naast ontplooiing van technische vaardigheden sloeg ook het thema ‘drama’ aan bij de kinderen.

Het project ‘Mijngeschiedenis’ kreeg vorm:

De multiculturele leerlingenpopulatie van de school is zoals in de andere mijngemeenten, gegroeid uit de steenkoolexploitatie.
Na een bevraging van de leerlingen bleek dat zij helemaal niet op de hoogte waren, hoe hun ouders en dus ook zijzelf in België terechtgekomen zijn. Ze wisten helemaal niet waarom ze hier geboren zijn en niet in hetzelfde land als hun ouders. De kinderen waren er niet van op hoogte dat hun grootouders/ouders naar België gekomen waren om er te werken en dan voornamelijk in de steenkoolmijnen.
Om de leerlingen een duidelijk zicht te bieden op hun eigen geschiedenis en daar met ouders, buurtbewoners het gesprek over te openen, startten de school en haar partners het project ‘mijn’-geschiedenis. Binnen dit project werd zowel aandacht geschonken aan persoonlijke geschiedenis als deel van een familie als aan de geschiedenis van de steenkoolmijnen en wat het heeft teweeg gebracht. Hierbij wilde de school en haar partners vooral benadrukken dat de grootvaders of vaders van de kinderen als mijnwerkers, er mee voor gezorgd hebben dat welvaart kwam in Maasmechelen en Limburg.

Gedurende een viertal weken werd er in alle klassen gewerkt rond ‘mijn’-geschiedenis:

Elk leerjaar had zijn eigen invalshoek, uitgaande van de ervaringen van kinderen en hun ouders. De inhouden, zoals kinderleven, leven in de tuinwijk, geschiedenis van elektriciteit, de techniek in de mijn, ongelukken, …werden expliciet gekoppeld aan leerplannen en leerdomeinen.

Er werden ook heel wat leeruitstappen georganiseerd: bezoeken aan het museum van de mijnwerkerswoning, een treinrit van As naar Eisden, bezoek aan mijnsites, ... Sommige van deze bezoeken gebeurden samen met de ouders. Hiermee kwam de communicatie tussen ouders en kinderen betreffende hun verleden en heden op gang. Ook de gezamenlijke fotosessies van kinderen van de school en hun (groot)ouder die ex-mijnwerker was, maakte heel wat verhalen los. Zo droeg het samenwerken aan een affiche en uitnodiging functioneel bij aan de inhoud en beleving van het project.
Alle verworven inzichten over de geschiedenis van de steenkoolexploitatie werden door de kinderen en hun leerkrachten verwerkt in een - historisch juiste - mijnstoet. Deze stoet ging rond in de buurt van de school en werd afgesloten met een mijnfeest op de speelplaats van de school. Zowel stoet als feest konden rekenen op heel wat belangstelling. Er waren aanvullend een tentoonstelling van de cel erfgoed, een mijnwerkerskoor, ex-mijnwerkers kregen een medaille opgespeld,…

Dit project werd pedagogisch ondersteund door een kijkboek(stripboek) en een pedagogische brochure. Deze brochure bevat geen afgewerkte lessen, maar is een handleiding met tips, methodieken, materiaal om zelf mee aan de slag te gaan. Beiden worden later in samenwerking met de provinciale cel mijnerfgoed ter beschikking gesteld van andere lagere scholen in Vlaanderen.

Als meest gedenkwaardige momenten: verhalen en fotosessies van kinderen en ouders/grootouders, de intergenerationele gesprekken die op gang kwamen over de mijn en de betekenis ervan, het werken aan een historisch juiste stoet, de grote en verscheiden publieke belangstelling ervoor, de trots van de ex-mijnwerkers bij het dragen van de hen overhandigde medaille, het schoolfeest dat een buurtfeest werd, de tentoonstelling met maquettes die heel wat gesprekken tussen bezoekers en tussen (groot)ouders en kinderen losmaakte.

Cruciaal voor de beleving van de kinderen en hun intense betrokkenheid bij het project waren de bezoeken aan de mijnen. Het project gaf aan een positieve boost aan het team en aan de relaties tussen school en haar partners.

Opzet is om het project om de drie jaar te hernemen. Sommige kinderen maken het dan twee maal mee, maar telkens vanuit andere invalshoek.
 

Organisatie: breed netwerk

2006-2007
Voor Expeditie Kameleon heeft De Triangel het voorbije jaar samengewerkt met twee externe partners: met de monitoren van de speelpleinwerking voor het thema schminken, drama en poppenspel en met het TIM voor het thema technologie.

Alle plannen en activiteiten werden uitgebreid bediscussieerd in het schoolteam. De leerkrachten konden tijdens de lesuren gebruik te maken van het kameleonlokaal en –materiaal en zagen de speelpleinmonitoren aan het werk. Ze werden door het TIM ondergedompeld in de wereld van de technologie.

De ouders konden met eigen ogen hun kinderen bezig zien tijdens de bredeschoolactiviteiten en werden op geregelde tijdstippen en verschillende manieren geïnformeerd over de brede werking van de school. Enkele ouders hielpen mee met de inrichting van het kameleonlokaal.

Andere, meer structurele partners zoals Schoolopbouwwerk of het Lokaal Overlegplatform Maasmechelen volgen en steunen de activiteiten van De Triangel van op de zijlijn.

Het zwaartepunt van dit bredeschoolnetwerk ligt bij het directeurskoppel van de school: zij nemen de initiatieven, leggen de contacten, coördineren de werking, organiseren evaluatiemomenten. Iedere stap gebeurt in nauw overleg met alle betrokkenen. Iedere woensdag wordt met de monitoren geëvalueerd en gepland en ook op het kernteam van de school – met de GOK-kernpersonen, de directie, de zorgcoördinator, schoolopbouwwerk, het CLB en eventuele andere externe partners – staat de bredeschoolwerking vaak op de agenda.

2007-2008
De partnerschappen concentreren zich grotendeels rond inhoudelijke projecten.

Voor de ‘Kameleonklas’ werkte de school bijvoorbeeld samen met andere partners dan voor het project ‘Mijn-geschiedenis’. Voor het project volgend werkjaar – ‘filmen’ - zullen wellicht ook andere partners gezocht worden. Sommige van deze partnerschappen lopen langer en gaan doorheen meerdere projecten, andere zijn louter projectgebonden.
Voor het project ‘Mijn-geschiedenis’ namen twee GOK-leerkrachten het leeuwendeel van de coördinatie en inhoudelijke invulling en voorbereiding voor hun rekening. De directie bleef nauw betrokken, alsook schoolopbouwwerk en een nieuwe ad-hocpartner: provinciale cel mijnerfgoed. Er werd steeds teruggekoppeld met de klasleerkrachten die uiteindelijk instonden voor de uitbouw van het project met de kinderen van hun klas.

Daarnaast participeerden ook andere organisaties – zij het minder intensief – aan het project.

Met elk van de partners wordt er geëvalueerd, maar op andere manier afhankelijk van de aard van de samenwerking.

 

UITDAGINGEN

2006-2007
De activiteiten op woensdagnamiddag zijn enkel mogelijk dankzij de hulp van de monitoren. Er moet dus ieder jaar opnieuw een ploeg jonge enthousiastelingen worden gezocht.

Verder wil de school de mogelijkheid onderzoeken om de kinderen nog vaker en eventueel zelfs op zaterdag aan ateliers te laten meedoen.

Ten slotte lijkt de extra ondersteuning van iemand die specifiek wordt aangeworven voor Expeditie Kameleon nodig om het geheel te kunnen blijven coördineren.

2007-2008
Hoe positief inspelen op de ontstane dynamiek binnen het team, bij de ouders en de buurt. Zijn er mogelijkheden om die mee te nemen binnen bijvoorbeeld voor het volgende inhoudelijke project?

In 2008-2009 wil de school in samenwerking met haar partner schoolopbouwwerk haar brede werking in kaart brengen aan de hand van het referentiekader Brede School. Een uitgebreide beschrijving van de brede leer-en leefomgeving in al zijn aspecten kan daar deel van uitmaken.


naar boven