REFLECTIE OP DE WERKJAREN 2006-2007, 2007-2008 EN 2008-2009
DOORBREEK
KORTE BESCHRIJVING
2006-2007
Deze Brede School richtte zich het voorbij jaar (2006-2007) op het verfijnen van
hun doelstelling ‘werken rond sociale competentie en burgerzin’: wat kan dit
inhouden? Samen met de partners en ouders werd hierover nagedacht. Verder werd
er via een bilaterale samenwerking met externe partners een reeks activiteiten
georganiseerd die bijdroegen aan de verruiming van de leer- en leefwereld van de
kinderen, met als doel hun sociale competentie en burgerzin aan te scherpen. Een
hoogtepunt was bijvoorbeeld de organisatie van ‘expeditie Genk’ waarbij
leerlingen van het vijfde leerjaar verschillende leefwerelden in Genk leerden
kennen. Een uitdaging voor deze Brede School ligt in het sterker uitbouwen van
een netwerk rond gezamelijke activiteiten en het actief opzoeken van
verbindingen met en tussen de verschillende partners.
2007-2008
Tijdens het werkjaar 2007-2008 werd verder gewerkt aan activiteiten gericht
op het verhogen van de burgerzin van de kinderen door stimulering van sociale
vaardigheden, leefwereldverruiming en stimulering van taalvaardigheid. De
bredeschoolcoördinatie had in dit jaar meer oog voor een planmatige aanpak,
waarbij het doel van deze Brede School sterker verbonden werd met concrete
activiteiten. Met verscheidene organisaties werd samengewerkt om activiteiten te
realiseren. Een echte ondersteuning van de Brede School door een netwerk van
partners, werd evenwel niet bereikt. Het bredeschoolproject was ook erg op het
schoolgebeuren gericht, de wederzijdse winst voor partners is er bijvoorbeeld
niet altijd. In het aanhalen van de band met de partners, met het netwerk ligt
dan ook een uitdaging voor het volgende projectjaar.
2008-2009
In 2008-2009 werd in het eerste trimester de continuïteit van het project
onderbroken door een vervanging van directie. Hierdoor was het zoeken naar wat
de precieze opdracht van elkeen was en welke de verdere richting van het project
moest zijn. Men slaagde er wel in vanuit de school met de kinderwerking een
concrete samenwerking op te bouwen, waarbij er een duidelijke win-winsituatie
was. Ook werd er gewerkt rond de visie van enkele organisaties op
taalvaardigheid, conflictbemiddeling.
BEKEKEN DOOR DE BRIL VAN HET REFERENTIEKADER BREDE SCHOOL
Doel: brede ontwikkeling van kinderen en jongeren
2006-2007
Tijdens het voorbije werkjaar werd het werken aan sociale competentie en
burgerzin geconcretiseerd in het ‘doorbreken van de leer- en leefwereld’.
Bijgevolg werden activiteiten voorzien waarbij de kinderen nieuwe leer-en
leefwerelden konden leren kennen. Vanuit de partners die de toenmalige directie
van de basisschool rond zich had verzameld, werd een aanbod uitgewerkt.
Het volgende jaar wil men de redenering enigszins omdraaien en starten vanuit het idee van brede ontwikkeling en van daaruit de beweging maken naar welke activiteiten hier dan voor nodig zijn. Vervolgens wil men bekijken hoe en met welke partners dit best te organiseren is.
De focus tijdens het voorbije werkjaar lag vooral op het in contact brengen van kinderen met andere leefwerelden. Men ging hierbij uit van het idee dat sociale burgerzin te maken heeft met het goed functioneren in de maatschappij en dat dit bevorderd wordt door het doorbreken van de huidige leefwereld en het leren kennen van andere leefwerelden. Probleem dat werd vastgesteld is dat dit onvoldoende werkt aan het daadwerkelijk verwerven van vaardigheden om te komen tot burgerzin, sociale competentie van kinderen. Het is immers niet omdat men in contact komt met een andere leefwereld, dat men sociaal vaardiger wordt. Het in contact komen met andere leefwerelden kan wel onderdeel uitmaken van een strategie om aan die sociale burgerzin te werken, maar kan niet het enige aspect zijn. Het volgende jaar wil men dan ook op 3 manieren werken aan de burgerzin en sociale competentie van de kinderen: enerzijds inderdaad door andere leefwerelden te leren kennen, anderzijds ook door de sociale vaardigheden expliciet op te bouwen, los van de leefwereldverruiming. Een derde element is werken aan de taalvaardigheid zodat de taal geen barrière is voor sociale vaardigheid.
2007-2008
In het werkjaar 2007-2008 werd het bredeschoolproject planmatig uitgewerkt.
Daarbij werd het uiteindelijke doel, de sociale burgerzin van de kinderen
verhogen, uiteengetrokken in drie subdoelen: sociale vaardigheden versterken,
leefwereld verruimen en taalvaardigheid stimuleren. Onder elk subdoel werden
acties geformuleerd en bekeken met welke partners deze gerealiseerd konden
worden. Telkens werd voor elk subdoel enerzijds acties naar kinderen en
anderzijds acties naar ouders toe geformuleerd. Deze werkwijze maakte het geheel
van het project transparanter. In het actieplan staan verscheidene activiteiten
die het doel moeten dienen. De vraag voor het werkjaar 2008-2009 is in welke
mate deze alle te realiseren zijn, met betrekking van partners. Het is goed zich
daar samen over te buigen en keuzes te maken in functie van een nieuw
projectplan voor het werkjaar 2008-2009 met sterk uitgewerkte activiteiten waar
partners zich mee achter kunnen zetten.
Eén van de subdoelen om burgerzin te bevorderen, is de stimulering van taalvaardigheid. Voor een groot aantal acties uit het actieplan is men echter enkel op de leerlingen en de leerkrachten gericht. Vraag is hier hoe dit verbreed kan worden, wil er sprake zijn van bredeschoolactiviteiten. Het is aangewezen dat men zich over deze doelstelling buigt: wat is de relatie tot burgerzin, wat is de relatie van deze doelstelling met de partners: welke meerwaarde willen we bereiken?
2008-2009
Er gewerkt rond wat de visie van enkele organisaties (school, kinderwerking,
voetbalvereniging) is op taalvaardigheid, conflictbemiddeling. Men wil op deze
vlakken een gelijke aanpak bereiken. Door meer op visie te werken en minder
taakgericht, groeien partners meer naar elkaar toe.
Inhoud: brede leer- en leefomgeving
2006-2007
Tijdens het voorbije jaar werd in het kader van de Brede School op een
bilaterale manier samengewerkt met verschillende partners. Zo werd een
samenwerking opgezet tussen de school en het dienstencentrum waarbij kinderen en
senioren elkaar ontmoeten op knutselnamiddagen; voor aanvang van de lessen
werden vioollessen verzorgd voor geïnteresseerde kinderen; tijdens de
kerstvakantie werd met medewerking van de Stad Genk toneel georganiseerd voor
het 3de en 4deleerjaar; het 5de en 6de leerjaar werkte samen met de bibliotheek
rond gedichten; wekelijks werd met een jeugdwerkster samengewerkt rond
conflictbemiddeling; kinderen bezochten het CVO waarbij ze anderstalige
volwassenen interviewden.
Een hoogtepunt was de organisatie van ‘Expeditie Genk’. De leerlingen van het 4de leerjaar werden een hele week ondergedompeld in voor hen voornamelijk onbekende activiteiten in Genk. Doel was hun leefwereld te verruimen, men verlaat immers zelden de eigen wijk. Men bezocht en werkte actief rond het mijngebouw van Waterschei, de ‘Uitdaging’, de jeugdwerking van Waterschei, KRC Genk, de kinderen bleven eten en overnachten in de school,…
Volgend jaar worden bovenvermelde werkingen verder gezet. Bovendien wil men zich met medewerking van verschillende partners gaan richten op het speelplaatsgebeuren. Kinderen starten hun spel daar steeds vanuit een goede bedoeling, maar slagen er niet in om dit tot een goed einde te brengen. De gebrekkige woordenschat en taalrijkdom en het beperkte gedragsrepertorium is hier oorzaak van. Doel is te bekijken welke vaardigheden bij kinderen teweeg kunnen gebracht worden en vervolgens te bekijken op welke terreinen partners zich kunnen inzetten: op de speelplaats, op school, buitenschools,….
Om de leer- en leefomgeving van de kinderen te verrijken, ziet men de ouders als primaire partner. Zij werden dan ook samen met partners van het netwerk betrokken bij het nadenken over wat ‘sociale vaardigheden’ precies inhouden en waar de Brede School zich dan op moet richten. Volgend jaar wordt deze ouderwerking verder opgenomen.
2007-2008
Een aantal van de in 2007-2008 gerealiseerde acties zijn goede voorbeelden van
de meerwaarde van samenwerking met partners. De verbindingen zijn aanwezig: in
het kader van de versterking van de sociale vaardigheden wordt bijvoorbeeld
gewerkt aan vermindering van het pestgedrag van kinderen. Dit speelt immers niet
alleen in de school, maar ook in de vrije tijd. Het raakt de werking van andere
partners, zoals de kinderwerking.
Een actie in dit kader is de verhoging van de activiteit op de speelplaats. Hiertoe werden spelkoffers ontwikkeld, waarover de kinderwerking in de vakanties kan beschikken. De spelen worden aangeleerd in de klas, tijdens het hoekenwerk.
Tezelfdertijd worden in de school conflictbemiddelaars opgeleid door een medewerker van de kinderwerking. Een dergelijk proces is binnen de kinderwerking niet mogelijk vanwege het beperkte aantal uur dat men er met de kinderen doorbrengt. Binnen de school lukt een dergelijke werking wel. Deze bemiddelaars treden op bij conflicten tijdens de speeltijden. Een mogelijke verdere stap voor het werkjaar 2008-2009 situeert zich in het betrekken van verschillende partners van het netwerk rond het thema ‘conflicten’: hoe gaat elk van de partners om met conflicten tussen de kinderen? Is het mogelijk om vanuit eenzelfde visie te werken?
Ook de herinrichting van de speelplaats speelt hierop in. Men werkt samen met het heempark, met de leerlingenraad, met de senioren van het dienstencentrum tegenover de school welke mee aan het onderhoud zullen werken, ouders worden betrokken bij de inrichting. Aangezien het plein ook na schooltijd toegankelijk is, zitten hier kansen in voor de Brede School: hoe maken we dit tot een aangename ruimte die tijdens en na schooltijd aanzet om sociale vaardigheden in te zetten? Vanaf volgend werkjaar zal de werkgroep MOS zicht hierover richten, samen met andere betrokken partners als het heempark, de senioren, de stadswachten in functie van naschools toezicht.
Een ander voorbeeld van een bredeschoolactiviteit die gedragen wordt door verbindingen met partners, betreft de bredeschoolkrant waaraan een vijftiental leerlingen van het 5de en 6de leerjaar werken tijdens het hoekenwerk in de school, onder begeleiding van de kinderwerking. De kinderen leren daarbij interviewtechnieken, bezoeken de partners van de wijk die meewerken aan de Brede School en berichten over hun aanbod.
Een aantal van de activiteiten zijn dus zeker (op weg om) goede bredeschoolactiviteiten (te worden).
Er ligt echter nog een grote uitdaging voor vele van de andere activiteiten die men momenteel in de bredeschoolwerking opneemt: alleen de school staat er immers in centraal. Er wordt bijvoorbeeld maandelijks gewerkt rond de axenroos door leerlingen en leerkrachten. Uiteraard past dit bij het versterken van sociale vaardigheden, maar het draagt te weinig het bredeschoolidee in zich. De verbinding zit in de doelgroep, de kinderen en de problematiek die dezelfde is. Dit moet men echter explicieter in de werking naar voren komen. Om de werking te verrijken moeten vragen gesteld worden als: hoe maakt je dat een instrument als de axenroos ook buiten de school verder leeft? Waar kunnen partners bijvoorbeeld bij betrokken worden en wat is dan de meerwaarde voor die partners? Waar zit de winst voor de brede ontwikkeling? Indien deze vragen geen uitwerking krijgen, past dit niet binnen het bredeschoolproject. De coördinatie en het netwerk hebben nog (denk)werk te verrichten in deze zin.
De enige activiteit in het kader van ‘leefwereldverruiming door leerlingen te stimuleren voor een actieve vrijetijdsbesteding’ is momenteel het leren viool spelen. Kinderen moeten zich hiervoor engageren en leren aldus volhouden, ze bouwen een nieuwe vaardigheid op, ze genieten van hun kunnen. Vanuit de toetssteen ‘diversiteit’ is één activiteit om vrijetijdsbesteding te stimuleren te beperkt. Deze vrijetijdscomponent zou in de toekomst uitgebreid kunnen worden vanuit de vragen: hoe actief is de vrijetijdsbesteding van de kinderen? Kennen ze de mogelijkheden die er zijn voldoende? Vinden de kinderen hun weg in het aanbod?
Expeditie Genk werd dit jaar (2007-2008) opnieuw georganiseerd met als doel de leefwereld van de kinderen open te trekken en leer- en ontwikkelingskansen te bieden. Men is er dit jaar in geslaagd de ouders al iets sterker te betrekken bij het gebeuren. Er liggen mogelijkheden om deze ouderdimensie nog verder uit te bouwen. Ook participatie van kinderen bij dit gebeuren kan nog verder uitgewerkt worden: kunnen ze bijvoorbeeld zelf mee helpen uitzoeken waar men naartoe kan gaan? In 2008-2009 moet herbekeken worden hoe gegroeid kan worden van één moment op het jaar waar men aan leefwereldverruiming doet, naar een systematischere werking gedurende het schooljaar. Bovendien mag het geen opsomming van schooluitstappen zijn. Er moet voldoende nagedacht worden over activiteiten die daadwerkelijk bijdragen aan de verruiming van de leefwereld, in samenwerking met de partners. De activiteiten die gerealiseerd worden moeten ook voldoende duurzaamheid in zich dragen: gaat het om plaatsen, activiteiten,.. die men ook zelfstandig kan bezoeken zonder dat ze te duur zijn,…?
De component ‘stimulering van taalvaardigheid’ beantwoordt momenteel grotendeels niet aan wat je van een bredeschoolactie mag verwachten. Het gaat om zinvolle acties, maar geconcentreerd op de school, met leerlingen en leerkrachten als betrokkenen. Enkel het hoekenwerk waarbij senioren, anderstaligen van het CVO en de kinderwerking zijn betrokken, overleeft bijvoorbeeld de toetssteen ‘diversiteit’ (en dan specifiek diversiteit aan partners). Er liggen kansen om dit nog verder uit te werken: de anderstaligen van het CVO kunnen bijvoorbeeld ingezet worden om hun kwaliteiten (er is bijvoorbeeld iemand expert op het vlak van grafiek) op de kinderen uit de school over te brengen.
Een aantal acties vanuit de planning zoals de huiswerkbegeleiding werden niet gerealiseerd en zullen ook het volgende jaar niet aan bod komen. Het is beter zich te richten op haalbare acties en deze goed uit te werken met ondersteuning van de partners en met oog voor de doelen, dan teveel te programmeren.
2008-2009
De werking wordt grotendeels verder gezet zoals in 2008-2009.
Men werkt aan de ‘verzachting van de speelplaats’. Partners worden hierbij betrokken.
De kinderwerking neemt deel aan expeditie Genk. Zij nemen de organisatie van
een aantal activiteiten op zich. De kinderen krijgen zo ook zicht op wat de
kinderwerking inhoudt. de kinderwerking verzorgt ook een aanbod op school.
Dankzij de intense samenwerking tussen de school en de kinderwerking stijgt de
deelname aan de kinderwerkingen.
Organisatie: breed netwerk
2006-2007
Deze bredeschoolwerking wordt vooral gedragen door een kernteam bestaande uit
een de directie van de basisschool en 2 educatieve medewerkers van de Cel
Educatieve Projecten van de Stad Genk (CEP). De eindverantwoordelijkheid voor de
bredeschoolwerking ligt bij de directie van de basisschool. Na het eerste
trimester was er een wissel van directie in de school en daarbij ook van
coördinator van de Brede School. Mede daardoor werd er tijdens het voorbije jaar
gewerkt zonder een duidelijke structuur en rode draad voor ogen.
De partners die bij aanvang van het project werden aangesproken, waren vooral contacten van de toenmalige directie van de basisschool. De samenwerking met deze partners draait rond het schoolgebeuren, waarbij telkens wordt gezocht naar een verbinding tussen de schoolse en buitenschoolse leer- en leefwereld. De partners werken op een bilaterale manier met de school samen aan van elkaar losstaande activiteiten. Wat de partners bindt is het feit dat allen op één of andere manier met opvoeding bezig zijn, men richt zich op dezelfde doelgroep. Volgend jaar wenst men te herbekijken welke partners nog in het netwerk ontbreken in functie van de brede ontwikkeling die men wil realiseren. Men wil de partners nauwer betrekken dan tijdens het voorbije jaar en aandacht hebben voor de verbindingen tussen de partners en daarbij ook tussen de onderlinge activiteiten. De vorm waarin dit kan gebeuren is nog niet duidelijk.
2007-2008
Het werkjaar 2007-2008 werd opgestart met vergaderingen met de leerkrachten van
het schoolteam rond de verdere invulling van het project en met een vergadering
met mogelijke netwerkleden. Daar bleek dat er voldoende geïnteresseerde en
interessante partners zijn. Deze groep is echter doorheen het jaar niet opnieuw
samengekomen. Dit is een uitdaging voor de toekomst: hoe kan het netwerk
duurzaam gestalte krijgen? Waarover moeten de vergaderingen gaan opdat men zich
vindt in een gezamenlijk project? Welke zijn concrete thema’s waar de partners
vanuit hun werking op betrokken zijn? Voorbeelden zijn dan het omgaan met
conflicten vanuit een gelijkaardige visie.
Met verscheidene partners werden wel verschillende bilaterale contacten onderhouden in functie van concrete activiteiten, welke op een eerder niet-systematische manier in het jaar plaats vonden. Een volgende stap die men wil zetten is het betrekken van partners bij meer systematische, zelfs wekelijkse zaken. Samenwerken op systematische basis blijkt echter moeilijker. De vraag waar de meerwaarde voor deze partner zich precies situeert moet dan goed in het oog gehouden worden, wil deze samenwerking op termijn zo intens blijven.
Een andere hindernis is dat partners ook flexibeler met hun opdracht zouden moeten kunnen omspringen, wat uren betreft en wat subsidiërende overheid betreft. Een voorbeeld van waar dit wel lukte is de kinderwerking die huisbezoeken moet afleggen om kinderen te werven. Nu werkt men via de school, tijdens de schooltijd. Vanuit het idee dat de samenwerking een meerwaarde voor de partners oplevert, is het een uitdaging zoveel als mogelijk de hindernissen te overwinnen.
Een sterk punt in deze Brede School is de betrokkenheid van het leerkrachtenteam.
De coördinatie van het bredeschoolgebeuren was dit jaar vooral in handen van de directie van de school. De medewerkers van de Cel Educatieve Projecten waren minder betrokken in de coördinatie van het project in zijn geheel. De directie nam deze opdracht op, echter zonder een hiervoor beschikbaar urenpakket. Dat maakte de opdracht te zwaar. Bovendien bleef het bredeschoolproject een zeer ‘schools gebeuren’. Volgend jaar wordt de coördinatie terug sterker mee opgenomen door de Cel Educatieve Projecten van de stad en worden bredeschoolmiddelen aangewend om de coördinatieopdracht in de school structureel in te bouwen.
Het planmatig werken kreeg het voorbij jaar (2007-2008) meer ingang in deze Brede School. Dit heeft gezorgd voor meer duidelijkheid bij verschillende partners. Dit document kan nog groeien door het met alle partners te overlopen en de bredeschoolidee er meer in te verwerken (wat brengt een bepaalde actie bijvoorbeeld ook op voor de partner?).
2008-2009
In 2008-2009 werd in het eerste trimester de continuïteit van het project
onderbroken door een vervanging van directie. 2 leerkrachten van de school nemen
gedurende het eerste trimester het coördinatorschap op. Hierdoor was het
zoeken naar wat de precieze opdracht van elkeen was en welke de verdere richting
van het project moest zijn.
De samenwerking met het grotere samenwerkingsverband kende weinig continuïteit. De ‘verzachting van de speelplaats’ werd bijvoorbeeld bij aanvang van het jaar wel samen bekeken, maar bouwen aan een echte inhoudelijke werking was in deze groep minder aan de orde. Men slaagde er wel in vanuit de school met de kinderwerking een concrete samenwerking op te bouwen, waarbij er een duidelijke win-winsituatie was. Ook werkte men rond visie van enkele organisaties op taalvaardigheid, conflictbemiddeling. In de school komen inmiddels buiten leerkrachten ook veel andere professionelen
UITDAGINGEN
2006-2007
De vraag rijst of er gewerkt kan worden aan de diversiteit van de medewerkers in
het kernteam. Ook partners vanuit andere sectoren dan onderwijs zouden betrokken
kunnen worden. Momenteel vertrekt men zeer sterk vanuit de schoolse context. In
de loop van het volgende werkjaar zal bekeken worden of –vanuit het idee van
diversiteit- kernteamverruiming wenselijk is en wie hiervoor in aanmerking komt.
De uitdaging voor het volgende jaar ligt erin goed af te bakenen wat men wil realiseren en in functie daarvan partners aan te spreken. Bovendien moet men oog hebben voor de verbindingen tussen de verschillende partners, wil men groeien van losstaande bilaterale samenwerkingen naar een netwerk dat de bredeschoolwerking mee draagt.
Er is nood aan meer structuur in de bredeschoolwerking en een planmatige aanpak
van de initiatieven.
Op het vlak van bredeschoolactiviteiten staat men voor de uitdaging een goed
doordacht pakket uit te werken dat inderdaad tegemoet komt aan de doelstelling
om de sociale competentie en de burgerzin van de kinderen te vergroten. De
uitdaging bestaat erin de bredeschoolactiviteiten onderling voldoende te
verbinden en telkens voor verbinding met de doelstelling te zorgen.
2007-2008
De uitdaging voor 2008-2009 ligt in de eerste plaats in het verder bouwen aan de
krachtige activiteiten die reeds plaats vinden in deze Brede School. Verder zijn
volgende uitdagingen zaken die het project vooruit kunnen helpen:
Een vraag voor het werkjaar 2008-2009 is in welke mate alle in het huidige plan opgenomen doelen en activiteiten te realiseren zijn, met betrekking van partners. Men dient te komen tot een realistisch en gedragen actieplan. Dit document kan nog groeien door het met alle partners te overlopen en de bredeschoolidee er meer in te verwerken (wat brengt een bepaalde actie bijvoorbeeld ook op voor de partner?).
De stimulering van taalvaardigheid moet verbreed worden, wil er sprake zijn van bredeschoolactiviteiten. Het is aangewezen dat men zich over deze doelstelling buigt: wat is de relatie tot burgerzin, wat is de relatie van deze doelstelling met de partners: welke meerwaarde willen we bereiken?
Een mogelijke verdere stap voor het werkjaar 2008-2009 situeert zich in het betrekken van verschillende partners van het netwerk rond het thema ‘conflicten’: hoe gaat elk van de partners om met conflicten tussen de kinderen? Is het mogelijk om vanuit eenzelfde visie te werken?
Aangezien het schoolplein ook na schooltijd toegankelijk is, zitten hier kansen in voor de Brede School: hoe maken we dit tot een aangename ruimte die tijdens en na schooltijd aanzet om sociale vaardigheden in te zetten? Het is een uitdaging om niet enkel het gebruik van deze ruimte tijdens de school te bespreken, maar verder te gaan en het naschoolse gebeuren op deze ruimte in het netwerk te bespreken en uit te werken.
Er ligt een grote uitdaging voor de activiteiten die men momenteel in de bredeschoolwerking opneemt, maar waarin alleen de school centraal staat. Om de werking te verrijken moeten vragen gesteld worden als: waar kunnen partners bijvoorbeeld bij betrokken worden en wat is dan de meerwaarde voor die partners? Waar zit de winst voor de brede ontwikkeling? Deze vragen dienen voortdurend in het achterhoofd van de coördinatie en het netwerk te spelen.
De vrijetijdscomponent zou in de toekomst uitgebreid kunnen worden vanuit de vragen: hoe actief is de vrijetijdsbesteding van de kinderen? Kennen ze de mogelijkheden die er zijn voldoende? Vinden de kinderen hun weg in het aanbod?
Er liggen mogelijkheden om de ouderdimensie bij expeditie Genk nog verder uit te bouwen, ook wat betreft participatie van kinderen is dit het geval. In 2008-2009 moet herbekeken worden hoe gegroeid kan worden van één moment op het jaar waar men aan leefwereldverruiming doet, naar een systematischere werking gedurende het schooljaar. Er moet ook voldoende nagedacht worden over activiteiten die daadwerkelijk bijdragen aan de verruiming van de leefwereld en voldoende duurzaam zijn (in die zin dat ze ook door de kinderen zelf bezocht kunnen worden), en dit in samenwerking met de partners.
De component ‘stimulering van taalvaardigheid’ moet sterker beantwoorden aan het bredeschoolidee. Waar kunnen partners aan bijdragen in functie van brede ontwikkeling? Waar hebben zij ook baat bij? Er liggen kansen om de werking met het CVO uit te breiden.
Een uitdaging is het netwerk duurzaam gestalte te doen krijgen. Waarover moeten de vergaderingen gaan opdat men zich vindt in een gezamenlijk project? Welke zijn concrete thema’s waar de partners vanuit hun werking op betrokken zijn? Vanuit het idee dat de samenwerking een meerwaarde voor de partners oplevert, is het daarbij een uitdaging zoveel als mogelijk de hindernissen in verband met de opdracht van de partner, de werkuren van de partner,… te overwinnen.
Het is een uitdaging om volgend jaar de coördinatie terug sterker mee op te nemen vanuit de Cel Educatieve Projecten van de stad en bredeschoolmiddelen aan te wenden om de coördinatieopdracht in de school structureel in te bouwen.
2008-2009
De bredeschoolwerking kan grotendeels verder gezet worden. De vraag is wel hoe
de coördinatie op een realistische manier verder kan opgenomen worden.
Aandachtspunten voor een verder functioneren op vlak van de doelstellingen zijn deze SMART te formuleren en afstemming te zoeken tussen het bredeschoolgebeuren en andere planningen in het gebied.
Er kan gekeken worden naar de mogelijkheden die er nog zijn ivm regie van openbaar bestuur om de werking verder te kunnen zetten.
Vanuit de regiefunctie van de stad kunnen gerichte vragen gesteld worden aan collega’s van betrokken stadsdiensten zoals schoolopbouwwerk, wijkontwikkeling, kinderwerking zodat men zich nog meer kan engageren voor een gezamenlijke werking.
Werken aan een gelijke visie en competentie op dit vlak van blijft cruciaal. Er kan bijvoorbeeld gezorgd worden voor een gedeelde vorming rond sociale vaardigheden.
Ook het sterker communiceren van successen van de werking kan de motivatie van alle partners bevorderen.
Vanuit de coördinatie dient men elkaar te blijven aanspreken op de doorgaande lijn van de werking en meer in te zetten op het onderhoud van het proces van de samenwerking.
Ivm de toekomst is het belangrijk een beknopte ‘mission statement’ op te maken: wat weten we over tussentijdse opbrengsten, wat willen we verankeren, wat zijn verdere uitdagingen.
Er kan aan elke partner gevraagd worden in de eigen organisatie na te denken over wat het verbindende thema is en hoe men elkaar en de doelgroep kan versterken. Elke partner kan ook in kaart brengen welke middelen men regulier heeft en hoe deze deels voor de bredeschoolwerking ingezet kunnen worden. Zo wordt eenieders bijdrage ook minder vrijblijvend.


