REFLECTIE OP DE WERKJAREN 2006-2007 EN 2007-2008
KINDEROPVANG IN EEN BREDE SCHOOL
KORTE BESCHRIJVING
2006-2007
In dit eerste werkjaar (2006-2007) ging de aandacht vooral naar het netwerk.
Doel was eerst een goede structuur op te zetten die slagen in de hand werkt. De
partners concretiseerden samen de concepten, zochten nieuwe partners,… Binnen
dit proces werden enkele leerkansen voor de leerlingen van de school
aangegrepen.
Op dit moment is er een timing afgesproken de deelprojecten ‘Samenwerkende
onthaalouders als link naar het werkveld’ en ‘Onregelmatige, flexibele en
occasionele kinderopvang’. ‘Opvang tijdens winkelen’ wordt verder uitgewerkt met
de directe betrokkenen. De ruimere stuurgroep zal minder frequent samenkomen.
Het accent verschuift naar het concreet aangrijpen van de leerkansen voor leerlingen van uiteenlopende richtingen en voor diverse vakken.
De partners willen op eigen vraag op de hoogte blijven van het geheel. Dwz de stand van zaken van alle deelprojecten kunnen volgen en zicht krijgen op wat het project betekent voor de leerlingen.
2007-2008
In 2007-2008 lag de nadruk effectief op het ontwerpen en inrichten van twee
nieuwe locaties voor kinderopvang, door de leerlingen. Deze werking viel echter
grotendeels stil na de eerste semester wegens onduidelijkheden omtrent de
veranderende regelgeving inzake samenwerkende onthaalouders. Tegen het eind van
2007-2008 kreeg men hierover uitsluitsel en namen de partners de draad weer op.
Voor de leerlingen verschuiven veel van de werkzaamheden naar 2008-2009.
BEKEKEN DOOR DE BRIL VAN HET REFERENTIEKADER BREDE SCHOOL
Doel: brede ontwikkeling van kinderen en jongeren
2006-2007
De koppeling van leer- en tewerkstellingskansen voor jongeren verhogen én
inspelen op reële maatschappelijke noden (extra plaatsen kinderopvang, voorzien
in occasionele opvang, winkeliers aandachtige klanten bezorgen, …)… wordt als
een sterk punt naar voren geschoven door de partners.
2007-2008
In 2007-2008 stond volgend doel op de voorgrond: ‘leerlingen leer- en
oefenkansen bieden met als meerwaarde ook een maatschappelijke functie‘.
Inhoud: brede leer- en leefomgeving
2006-2007
Algemeen opzet: leerlingen werken samen met leerlingen uit andere richtingen
en met medewerkers van diverse sectoren. Vanuit verschillende vakken en
disciplines dragen ze effectief bij tot een reële buitenschoolse context. ‘Want
iets dat zal gebruikt worden betekent voor de leerlingen meer dan een muurtje
metselen dat een half uur nadien weer wordt afgebroken’.
Sommige leerlingen werden al betrokken bij de concrete werking.
Er werd al één kinderopvang ingericht. De leerlingen van Hout kregen een aannemingsopdracht, net zoals dit in het “echte” professionele leven gebeurt. Ze zorgden voor het opmeten van de ruimte, het plaatsen van wanden, deuren en vensters en het maken van houten speelgoed. Dit terwijl de leerlingen van Kindzorg voor de "sfeerinrichting" zorgden (indelen van de ruimte, kleuren bepalen, stoeltjes kiezen en maken, speelgoed verzamelen, ...). Praktijklessen werden op deze manier veel concreter.
Daarnaast voerden leerlingen ‘Verkoop’ in opdracht van de stuurgroep enquêtes uit. Ze stonden in voor het opstellen, afnemen en verwerken ervan. Ze interpreteerden de gegevens en rapporteerden de resultaten aan de stuurgroep.
In de loop van volgend schooljaar worden er meer activiteiten ontwikkeld
binnen de school. Het gaat onder andere om leerlingen ‘Hout’, ‘Elektriciteit’,
‘STW’ en ‘Verzorging’ binnen de vakken Taal, PAV, praktijk, …
Ideeën zijn: lokalen opmeten; voorstellen doen tot inrichting, rekening houdend
met de lokale beperkingen van de kamers; schaalmodellen maken en toetsen aan
realiteit; kostprijsberekening voor de verschillende afdelingen; werken rond
brandveiligheid binnen kinderopvang; binnenhuisinrichting met aandacht voor
matching kleuren, mobiele decoratie,…. Het laten meedraaien van een groep
leerlingen bij het productieproces van de buitenspeeltuigen wordt meegenomen in
de onderhandelingen rond de aankoop van de tuigen.
2007-2008
In 2007-2008 werd effectief een aanvang genomen met het ontwerpen van twee
nieuwe locaties voor kinderopvang, elk op een andere campus van de scholengroep.
Een van deze plekken ligt ook vlakbij het stadscentrum met oog op opvang tijdens
het winkelen op zaterdag.
De klasgroepen van het zevende jaar Kindzorg en derde graad Sociaal Technische Wetenschappen namen elk de binneninrichting van één van deze locaties voor hun rekening. Voor de technische kant van de zaak - opmeten van de ruimte - deden ze onder andere een beroep op leerlingen ‘Hout’.
Ze stelden hun ideeën aan de hand van en maquette en powerpointpresentatie voor aan de stuurgroep van het bredeschoolproject.
De leerlingen van het zevende jaar Kindzorg discussieerden ook met een
vertegenwoordiger van een bedrijf voor houten buitenspeeltuigen. Ze deden onder
andere voorstellen om in de tuigen meer speelmogelijkheden te steken voor de
kinderen. Op basis van hun voorstellen en getekende ontwerpen bracht het bedrijf
wijzigingen aan in de te leveren tuigen.
Leerlingen derde graad ‘Hout’ gingen een week naar het bedrijf in Duitsland om
mee in te staan voor de productie van bovenstaande buitenspeeltuigen. Ze werden
er ook voorbereid op het effectief plaatsen van de tuigen, gepland in najaar
2008 in samenwerking met het bedrijf en leerlingen van de tweede graad.
Leerlingen ‘Verkoop’ deden voorstellen inzake naam, logo, slogan voor beide kinderopvangplaatsen.
Binnen deze leerkansen was er aandacht voor verbindingen binnen de school zelf en tussen de school en haar maatschappelijke context.
Leerlingen en leerkrachten namen elk dat deel van het project op zich dat aansluit bij het curriculum voor hun richting/vak.
De opdrachten voor de verschillende klassen bleven een geheel vormen, ook in de ogen van de leerlingen. Zo moesten leerlingen ‘Kindzorg’ en STW bijvoorbeeld overleggen met leerlingen van andere richtingen willen ze hun opdracht terdege kunnen uitvoeren. Het meedraaien in het productieproces van de buitenspeeltuigen leidt tot actief betrokken worden bij het installeren ervan. …
De opdrachten doen er voor de buitenwereld effectief toe. Leerlingen
rapporteerden zelf aan de stuurgroep. …
De school stelt opnieuw een planning op voor 2008-2009. In samenwerking met de
Dienst voor Onthaalouders (DOO) wordt ook vooruit gekeken naar rekrutering van
nieuwe onthaalouders voor beide locaties.
Organisatie: breed netwerk
2006-2007
De deelprojecten ‘Samenwerkende onthaalouders als link naar het werkveld’ en
‘Onregelmatige, flexibele en occasionele kinderopvang’ zijn nagenoeg klaar voor
uitvoering. Men weet wie welke rol op zich zal nemen, welke reglementeringen er
meespelen, de locaties zijn gekend, er werd een timing voor concrete realisatie
afgesproken, etc. De concrete planning en uitvoering wordt verder verfijnd in
samenhang met de leerlingactiviteiten.
Voor het deelproject ‘Opvang tijdens winkelen’ moet onder andere nog uitgeklaard worden wie instaat in voor de coördinatie, reserveringen, de eigenlijke opvang…?
2007-2008
Dit moet eind 2007-2008 nog steeds uitgezocht worden. Er worden twee
mogelijkheden verkend.
2006-2007
De verruiming en concretisering van de projectvoorstellen kwam er grotendeels
door de inbreng van de verschillende partners. Zo leidde de diversiteit van de
partners tot een geheel dat tegemoet komt aan meer maatschappelijke noden dan
eerst gepland.
Er werd actief gebruik gemaakt van de know-how van iedereen, van de bestaande infrastructuur, ... Voorbeelden zijn: de al opgedane ervaring met het vroegere project ‘Onthaalouders’ kwam meermaals van pas; SDO zal samen met de school instaan voor de selectie en opleiding van de nieuwe onthaalouders; de behoeftepeilingen werden door verschillende partners uitgevoerd afhankelijk van ieders interesse en contacten; op de bijkomende vraag om occasionele en flexibele opvang werd ingegaan; de locaties werden gekozen op basis van beschikbaarheid en criteria opgesteld door de stuurgroep; één locatie zal gebruikt worden voor twee vormen van kinderopvang; een partner met uitgebreide contacten bij de plaatselijke bedrijven deed de eerste prospectie inzake buitenspeeltuigen.
Beslissingen werden vooral samen genomen: de timing van de deelprojecten, tijdstip en inhoud van het gezamenlijke persbericht,…
Er is expliciete aandacht voor meerwaarde voor alle partners. Een concrete winwin-situatie voor alle partners speelde meermaals mee bij het bespreken van de mogelijke opties. Het naar buiten treden met het project dmv een persbericht is bijvoorbeeld voor de school een manier om te werken aan een positief imago van BSO/TSO. Unizo wil er dan weer de winkeliers verder mee informeren en warm maken/houden voor het project.
2007-2008
In 2007-2008 was minder frequent samenkomen met gehele stuurgroep en meer
werken in functie van de deelprojecten, het oorspronkelijk plan. Maar na de
eerste voorstellingen van de ontwerpen van de leerlingen, kwam het nieuws inzake
de veranderende regelgeving. Hierdoor kwam het overgrote deel van de werking met
de leerlingen en de opvolging door het netwerk (tijdelijk) stil te liggen. Twee
partners - de school en de dienst voor onthaalouders (DOO) - volgden de
regelgeving op de voet op. Een derde partner bleef betrokken bij de concrete
uitwerking van het project, mede vanuit persoonlijke ervaring met bedrijven en
interesse in houtbewerking.
Eind 2007-2008 kwamen de partners terug samen voor een stand van zaken en hernieuwing van het engagement voor volgend schooljaar. De partners willen in elk geval doorgaan met het project en ermee naar buiten treden. Ieders achterban blijft immers geïnteresseerd.
UITDAGINGEN
2006-2007
Voor sommige partners verloopt de realisatie trager en minder productgericht
dan men binnen de eigen organisatie gewoon is. ‘Nu overleggen we wel maar er is
het gevoel dat er niet veel gebeurt.’ De partners anticiperen kritische vragen
van de eigen achterban hierover. Aan de andere kant scharen alle partners zich
achter de meerwaarde die dit project heeft voor de school. Ieder erkent het
belang van het concreet inschakelen van de leerlingen bij de uitvoering van de
projecten. Dit nemen ze mee als argument ten aanzien van hun achterban.
Deze vragen omtrent timing versterken ook de keuze om meer per deelproject te gaan samenwerken. Dit moet de realisatie efficiënter en sneller doen verlopen. Wel vragen alle partners om op de hoogte te blijven van het geheel: zowel van de voortgang van de deelprojecten als van de concrete leerkansen van leerlingen. Dit zal digitaal gebeuren.
2007-2008
De kwestie van timing blijft spelen in 2007-2008, zeker omdat een groot deel
van de werking met de leerlingen gedurende een half jaar moest worden
uitgesteld. De achterban van de partners Unizo en VDAB blijft echter
geïnteresseerd. Momenteel mikt men op eind werkjaar 2008-2009 om effectief van
start kunnen gaan met de werking van de reguliere en occasionele kinderopvang.
Voor de bekendmaking/opening zoekt men een datum gekoppeld aan andere
evenementen in Dendermonde, bij de partners en/of andere belanghebbenden.
2006-2007
De duurzaamheid van de projecten kwam ook ter sprake. Twee deelprojecten
zullen grotendeels zichzelf bedruipen. Eenmaal de projecten opgestart moeten de
school en SDO weinig extra inspanning leveren buiten hun reguliere
werking/taken. Voorstel is om voor alle deelprojecten een organogram op te maken
met ieders competentie en opdracht. Daarnaast meent men flexibel genoeg te zijn om te kunnen inspelen op
schommelingen in de vraag om opvang.


