REFLECTIE OP HET WERKJAAR 2006-2007, 2007-2008 EN 2008-2009

KOLDER-TOF

KORTE BESCHRIJVING

2006-2007
De bredeschoolwerking werd in dit project opgenomen in de werkgroep Kolder-tof, welke reeds langer samenwerkt. Beide werkingen bleken dit jaar (2006-2007) door elkaar te lopen, volgend jaar wordt ze duidelijker onderscheiden. Waar de werkgroep Kolder-tof zicht richt tot het ruimere wijkgebeuren, focust de bredeschoolwerking zich op het vrijetijdsgebeuren van de kinderen uit de wijk en hoe elke partner daar een bijdrage aan kan leveren. Tijdens het voorbije werkjaar werden bestaande kolder-tofinitiatieven verdergezet en nieuwe bredeschoolactiviteiten georganiseerd. Een hoogtepunt van het voorbije jaar was de organisatie van een vrijetijdsmarkt.

2007-2008
In het werkjaar 2007-2008 werd in het bredeschoolproject verder gewerkt op de richting die het project vorig jaar nam. De verbreding van het vrijetijdsaanbod voor de kinderen van de wijk Kolderbos stond hierbij centraal. De vrijetijdsmarkt werd hernomen en er werd werk gemaakt van de uitbouw van een activiteitenaanbod op woensdagnamiddag, vooral voor de kleuters en hun ouders. Er worden zichtbaar meer acties gerealiseerd en ook voor de partners van het netwerk werd dit jaar duidelijker en zichtbaarder waar dit bredeschoolproject over gaat.

kolderbos, koldertof met vliegers en een zon en een blauwe wolk geschilderd en hangt buiten aan een muur

2008-2009
In 2008-2009 bouwt de werking verder op de ingeslagen richting. Reeds opgestarte initiatieven worden verder gezet, enkele nieuwe acties zijn een sportdag voor kleuters en vaders, een kunstproject, een ‘babbelma’-project. Er is heel wat dynamiek bij de afzonderlijke partners. Er komt ook meer aandacht voor gelijkgerichtheid van de werkingen ivm sociale competentie, ouderbetrokkenheid en taalvaardigheid. Toch leeft de vraag of datgene wat men doet wel fundamenteel genoeg aan deze problematieken werkt. Hier wil men zich in de toekomst verder over buigen.

 

BEKEKEN DOOR DE BRIL VAN HET REFERENTIEKADER BREDE SCHOOL

Doel: brede ontwikkeling van kinderen en jongeren

2006-2007
Op het vlak van brede ontwikkeling van de kinderen, worden in de projectaanvraag de taalvaardigheid en sociale competentie als doel van het project gezien. De verrijking van de vrijetijdsmogelijkheden van de kinderen in Kolderbos is hiertoe –binnen de bredeschoolwerking- de gekozen weg. (De partners die deelnemen aan het Kolder-tofoverleg werken elk op hun manier mede aan deze doelstellingen). Tijdens dit eerste werkjaar is de bespreking van de ontwikkeling van de kinderen slechts sporadisch aan bod gekomen: het voorstel voor taalbeleid van de gemeente werd bijvoorbeeld voorgesteld in het netwerk. Verder lag de focus van het netwerk vooral op de te organiseren bredeschoolactiviteiten. In de toekomst kan meer aandacht gaan naar de band tussen de opgezette activiteiten en de brede ontwikkeling die men wenst te realiseren.

2007-2008
De doelstellingen van de Brede School, het bevorderen van sociale competentie van kinderen en jongeren en het bevorderen van taalvaardigheid bleven behouden in het werkjaar 2007-2008. Het bevorderen van de sociale competentie werd duidelijker ter sprake gebracht. Zo kwamen de verschillende partners bij elkaar rond de vraag: ‘hoe maakt iedereen deze doelstelling in zijn werking waar?’. Op deze wijze tracht men te bewaken dat de doelstelling van het project wordt meegenomen doorheen de concrete activtiteiten. Voor taalvaardigheid werd deze oefening dit jaar niet expliciet gemaakt.

2008-2009
Er is nog meer aandacht voor gelijkgerichtheid ivm sociale competentie, ouderbetrokkenheid en taalvaardigheid.
 

Inhoud: brede leer- en leefomgeving

2006-2007
Tijdens het voorbije werkjaar vonden tal van activiteiten plaats. Enerzijds werd in het Kolder-tofnetwerk informatie gedeeld over reeds bestaande initiatieven zoals poppenkast op school voor kinderen en hun ouders in samenwerking met het cultureel centrum, bie-ba-boek, de kinder- en jeugdwerking op de wijk, activiteiten van speel’Wij’,...

Binnen dit geheel richt de bredeschoolwerking zich op de verrijking van het vrijetijdsgebeuren van de kinderen in de wijk en de betrokkenheid van de ouders daarbij.

In het kader van de bredeschoolwerking werd het reeds bestaande doekenproject waarmee men tijdens de vakantie de wijkbewoners wil sensibiliseren, nu expliciet gericht op het vrijetijdsgebeuren tijdens de vakantie.

Anderzijds werden in het kader van de Brede School nieuwe activiteiten opgezet. Zo werd samengewerkt met het cultureel centrum rond voorstellingen voor kinderen en hun ouderst. Een nieuwe, succesvolle actie was de organisatie van een vrijetijdsmarkt. In de voormiddag vond een gesprek plaats met ouders over de vrijetijdsbesteding van hun kinderen en hun rol als ouder hierin. Aansluitend konden de ouders een vrijetijdsmarkt bezoeken waarin het aanbod van tal van organisaties uit de ruime buurt werden voorgesteld. In de namiddag konden de kinderen van de school proeven van verschillende vrijetijdsmogelijkheden.

2007-2008
In het werkjaar 2007-2008 werd verder gewerkt aan de verbreding van het vrijetijdsaanbod voor de kinderen van de wijk Kolderbos, enerzijds door inderdaad het aanbod voor de kinderen te verbreden, anderzijds door te werken aan een bewustzijnsproces bij de ouders.

De verbreding van het vrijetijdsaanbod is het sterkst gerealiseerd voor de kleuters en hun ouders: men is erin geslaagd deze component het voorbije jaar op te bouwen, met als resultaat dat er voor 2008-2009 elke woensdagnamiddag een aanbod voorzien is. Voor de invulling van dit aanbod staan 3 partners garant: twee kleuterleidsters van de school verzorgen sinds het voorjaar 2008 ‘School-wij’, Bi-ba-boek wordt verdergezet en Bibus, een programma om voorlezen en lezen thuis te bevorderen, start in het najaar 2008 nieuw op. Op de werkgroep Koldertof wordt overlegd rond een gezamenlijke visie en rode draad.

Een mooi voorbeeld van ‘verbindingen’ is de wisselwerking tussen ‘Speel-wij’ (voor ouders en hun kinderen tot drie jaar, georganiseerd vanuit de opvoedingswinkel) en het nieuw opgestarte ‘School-wij’ (voor ouders en kinderen van kleuterschoolleeftijd georganiseerd vanuit de school en bijhorende opvang door de jeugdwerking voor oudere broers of zussen).

De kleuterleidsters van de school die deze taak op zich nemen wisselen kennis en ervaringen uit met de begeleiders van de opvoedingswinkel. Dit wordt door beide partners als een duidelijke meerwaarde ervaren.

De vrijetijdsmarkt werd dit jaar opnieuw georganiseerd in de school. Verschillende organisaties waarbij kinderen terecht kunnen in hun vrije tijd presenteerden zich opnieuw, een gesprek met de ouders rond vrijetijdsinvulling vond plaats. Daar komt bijvoorbeeld uit voort dat het vertrouwen van de ouders in de school erg groot is, het vertrouwen in andere organisaties zoals de jeugdwerking is er minder. Het blijft dus belangrijk om vanuit de school het deelnemen aan het vrijetijdsaanbod te stimuleren. De vrijetijdsmarkt moet naar volgend jaar toe herbekeken worden: de presentatie van het aanbod in functie van toeleiding naar vrijetijdsorganisaties kan beter vroeger op het schooljaar gepland worden, zodat de kinderen nog in de respectievelijke organisaties terecht kunnen.

Wat een structureel en duurzaam aanbod voor de oudere kinderen betreft, is er nog werk: er is een aanbod (één avond na school is er een sportaanbod door de sportleraar, een dansaanbod, een beperkt aanbod rond voetbal, de jeugdwerking) maar dit is minder geïntegreerd dan de kleuterwerking, zeker voor de jongens. Een pijnpunt het afgelopen werkjaar is het terugvallen van de werking van de jeugdvoetbal. Ook de infrastructuur voor jongeren is beperkt. Wederom werd vastgesteld dat men zich niet verplaatst vanuit de wijk naar het gecentraliseerde aanbod in de stad. Daarom wil men ook verder werken aan de verrijking van het aanbod voor de oudere kinderen. Vraag is wat op dit vlak nog mogelijk is, vanuit de bestaande partners, vanuit nieuwe partners, met of zonder nog meer engagement vanuit de stad?

In verband met sensibilisatie van ouders werd sterk ingezet op de communicatie vanuit de verschillende partners en dit op een niet belerende manier. Een voorbeeld is het doekenproject: vorig jaar werd reeds met het idee gestart om via doeken met mogelijke vrijetijdsactiviteiten ouders te prikkelen om in de vakantie activiteiten met hun kinderen te ondernemen. Dit jaar is werd dit gerealiseerd en werden hier activiteiten rond georganiseerd.

Uit gesprekken met de ouders tijdens de vrijetijdsmarkt blijkt dat er barrières zijn om hun kinderen buiten te laten spelen: enerzijds draait dit om een bezorgdheid rond de veiligheid op straat, anderzijds heeft dit ook te maken met eerder pedagogische vragen: de vraag of het samenspelen van de kinderen zal lukken en de bezorgdheid of de kinderen regels rond het tijdig terug thuis zijn zullen volgen. Het sensibiliseren van de ouders rond vrije tijd, blijft een grote opdracht. Het opzet van de vrijetijdsmarkt inzake sensibilisatie moet volgend jaar herdacht worden: het informeren in functie van toeleiding zou vroeger op het jaar moeten gebeuren, terwijl het sensibiliseren van ouders een meer permanent karakter zou moeten krijgen. Het vertrouwen van ouders in het buiten spelen van kinderen is bijvoorbeeld iets waar systematisch aan gewerkt moet worden, wil het duurzaam zijn. Een degelijke sensibilisering vraagt een diepgaandere aanpak.
In de verschillende werkingen is er een redelijk bereik van moeders, een moeilijk gegeven blijft het betrekken van de vaders.

2008-2009
Het aanbod loopt grotendeels verder zoals in 2007-2008, met de nodige bijsturingen.

Nieuwe accenten:

Er zijn verschillende gesprekken ivm een aanbod voor oudere kinderen. Men beslist echter nu geen parallel aanbod te creëren als datgene wat er is.

Men gaat na welke ouders men moeilijk bereikt; vaders worden meer betrokken via concrete activiteiten als een sportdag voor kleuters en vaders

Vanuit problemen met jongens tussen 10 à en 14 jaar, gaat men een gesprek aan over een voetbalpitch

Er wordt een kunstproject “mensen en buurt in beeld” georganiseerd waarbij een kunstenaar op school met de kinderen portretten maakt van mensen die in de wijk werken.

Speelwij organiseert een ‘babbelma’-project.
 

Organisatie: breed netwerk

2006-2007
De werkgroep Kolder-tof, waar partners die actief zijn rond onderwijs en opvoeding in de wijk informatie met elkaar kunnen delen, bestond reeds voor het bredeschoolproject werd opgestart. Als vanzelfsprekend werd de organisatie van de bredeschoolwerking door deze werkgroep opgenomen, echter zonder duidelijke overgang of afbakening van de ‘kolder-tofwerking’ en de ‘bredeschoolwerking’. Dat beiden bij elkaar aansluiten is duidelijk, maar de nieuwe accenten in de samenwerking, de verhouding tussen de vroegere en huidige werking en de verwachtingen naar de verschillende partners toe werden in het eerste werkjaar te weinig geëxpliciteerd. Mede hierdoor kwam een groot deel van de uitwerking vooral op de schouders van het coördinatieteam te liggen en vonden sommige partners het moeilijk de eigen taak in het netwerk in te vullen. Betreffende het volgende werkjaar werd afgesproken de twee werkingen goed te onderscheiden op het vlak van doelstellingen en op het vlak van coördinatie. De bredeschoolwerking blijft zich expliciet richten op vrije tijd. Men wil bij de start van het nieuwe jaar ook goed afbakenen waar men op dat vlak op 30 juni 2008 wil staan.

De samenwerking en het engagement werd door de leden van de werkgroep als waardevol gevaloreerd, evenals de focus van de Brede School op het vrijetijdsgebeuren. De ingeslagen richting blijkt waardevol. De betrokkenheid van wijkbewoners en ouders blijft wel een teer punt. In het netwerk is deze groep afwezig. Hun participatie vormt dan ook een belangrijke uitdaging voor de komende jaren.

2007-2008
Op vlak van coördinatie werden in 2007-2008 beperkte stappen vooruit gezet: de coördinatie van deelactiviteiten wordt door verschillende personen van de school en van de Cel Educatieve Projecten gedragen. Men ervaart echter de nood aan een coördinatiefunctie die expliciet ruimte voor deze opdracht heeft en het mandaat van de verschillende partners krijgt. Op deze wijze zou het project verder kunnen gaan dan het opzetten en afstemmen van activiteiten: het werken aan structurele veranderingen, het bewaren van een helikoptervisie over het geheel, het voeling houden met de werking van elke partner en het afstemmen van de visies van de verschillende partners kunnen dan meer en expliciet aan bod komen. Momenteel ervaart men dat men elkaar wel vindt, maar het toch nog om ieders eigen werk gaat. Daar men nog geen zicht heeft op een eventuele verderzetting van het bredeschoolproject maakt men echter de keuze om hier voor 2008-2009 nog geen middelen aan te besteden. het komt er dan op aan deze coördinatietaken toch zoveel als mogelijk op te nemen om het project nog sterker te maken.

Het is nog steeds niet helder wat de taak van elke partner is. Wat de bijdrage aan het bredeschoolproject moet of kan zijn blijft voor sommigen vaag, concrete initiatieven worden meestal door dezelfde personen opgenomen. Het is wenselijk in het volgende jaar explicieter ieders bijdrage te concretiseren: gaat dit over meedenken en een kritische blik werpen, of betreft het ook het mee uitwerken? Zo wordt vermeden dat hier onrust rond ontstaat.

Het netwerk blijkt ook uit te deinen: zo is er bijvoorbeeld een vraag vanuit de coördinator van het lokale kinderdagverblijf hoe er met het netwerk samengewerkt kan worden. Duidelijkheid over wat men als netwerk al dan niet kan en wil opnemen en wie zich concreet kan en wil engageren is ook hiervoor belangrijk.

Op het vlak van planmatig werken worden de verschillende acties wel gepland, maar aan de planning van het ‘lange-termijn-plaatje’ is nog werk. Voor het werkjaar 2008-2009 voelt men de nood om een actueel projectplan op te maken dat overzichtelijkheid en transparantie biedt, in de eerste plaats voor het eigen netwerk, in de tweede plaats als communicatie-instrument voor de buitenwereld. Het verband tussen de verschillende activiteiten met de doelen van het project moeten hierin voldoende bevraagd en verbonden worden.

Een sterk moment op het vlak van uitbouw van het netwerk tijdens het werkjaar 2007-2008 was deelname aan het Grundtvig-project. Daarbij worden Europese organisaties rond volwassenenvorming bezocht. De directeur van de Europaschool koos ervoor om de hoofdpartners van het bredeschoolnetwerk mee te vragen en aldus was er ruim de tijd om informeel met elkaar van gedachten te wisselen. Persoonlijke kennismaking diende hierbij als cement van het netwerk. Dit bleef wel beperkt tot enkele partners. Vanuit deze ervaring formuleert men de nood om in het werkjaar 2008-2009 aandacht te besteden aan informele ontmoetingsmomenten.

Het betrekken van de mensen uit de wijk zelf blijkt zeer moeilijk: het blijft een doorgangswijk waar steeds nieuwe mensen instromen en oude vertrekken. Investeren in het sociaal weefsel, in mensen die verantwoordelijk zijn voor bepaalde zaken, is dan ook zeer moeilijk.

2008-2009 
De werkgroep vergadert meer over gezamenlijke visie en rode draad.
De coördinatie overlegt regelmatiger.
In het planningsdocument is duidelijk een taakverdeling aangegeven. Het planningsdocument blijkt wel te ambitieus.
Er is heel wat dynamiek vanuit de afzonderlijke partners. 

 

UITDAGINGEN

2006-2007
De uitdaging voor deze Brede School bestaat er in om de bredeschoolwerking goed af te bakenen en de partners werkelijk ‘mede-eigenaar’ te maken van het project. Er moet actief gezocht worden naar verbindingen tussen de verschillende partners op het vlak van vrije tijd.

Een andere uitdaging voor dit project ligt in het planmatig aan de slag te gaan. Zowel een meerjarenplanning als een uitgewerkte jaarplanning zullen maken dat men gerichter en efficiënter tewerk kan gaan.

Het voorbije jaar waren meerdere personen aanspreekpunt voor de Brede School. In het volgende werkjaar wordt de coördinatiefunctie van de bredeschoolwerking door één persoon opgenomen worden, weliswaar in samenspraak met een ruimer coördinatieteam en in samenspraak met de coördinatie van de kolder-tofwerking.
Verder is er de bedenking dat de partners in het netwerk vooral professionele medewerkers zijn. Mensen uit de wijk zijn weinig betrokken. Men wil blijvend aandacht besteden aan de diversiteit in het netwerk en de participatie van de wijkbewoners aan het gebeuren.

Ook de participatie van moeilijk bereikbare ouders uit de wijk is een uitdaging voor deze Brede School. Men wenst de ouders die men nu reeds bereikt nog actiever te betrekken, en nieuwe pogingen te ondernemen voor ouders die nog niet bereikt worden.

Deze Brede School richt zich op het vrijetijdsgebeuren van de kinderen in de wijk. De band tussen de opgezette activiteiten en het uiteindelijke doel, een bredere ontwikkeling van deze kinderen, moet geregeld bevraagd worden. Welke doelen streeft men met het vrijetijdsgebeuren uiteindelijk na? Is dit voor alle partners duidelijk? Worden de doelen ook gerealiseerd?

Tot slot werd dit jaar vastgesteld dat er zeker ook een hiaat is in het vrijetijdsaanbod naar kleuters toe. Deze doelgroep moet extra in het vizier gehouden worden.

2007-2008
Uitgezonderd de laatste uitdaging van vorig jaar, blijven de andere in min of meerdere mate overeind. Dit betekent uiteraard niet dat er niet aan gewerkt werd, maar wel dat de uitdagingen aandacht blijven vragen. Op volgende uitdagingen werd nog eens extra de vinger gelegd:

Het blijft belangrijk om te bekijken hoe tijdens de concrete activiteiten aan de doelstellingen (sociale competentie en taalvaardigheid) wordt gewerkt. Zo dient men tijdens het volgende werkjaar bij de activiteiten die op woensdagnamiddag plaats vinden (bibus, bibaboek en school-wij) kritisch te bekijken hoe op een concrete manier rond taal wordt gewerkt: gebeurt dat vanuit een gezamenlijke visie, is er een rode draad, zijn er verbindingen tussen de activiteiten onderling...? De band met de doelen moet ook voor de andere activiteiten duidelijk gemaakt worden: slagen we er inderdaad in ouders te sensibiliseren met de doeken? Wordt de sociale competentie van de jongeren bevorderd door deze of gene activiteit,…? Dit zijn vragen die in het netwerk aan bod kunnen komen, maar zeker hun plaats verdienen in het overleg tussen de personen die zich over de concrete activiteiten buigen.

Een uitdaging voor het volgende werkjaar is de doelen van de vrijetijdsmarkt, informeren en sensibiliseren uit elkaar te trekken en er een passend antwoord op te formuleren. Het informeren van kinderen en ouders over het vrijetijdsaanbod zal vroeger in het schooljaar gebeuren, zodat de kinderen nog bij de werkingen kunnen aansluiten. Wat het sensibiliseren betreft ligt de uitdaging erin om hier te groeien naar een permanente werking. In deze zin wenst men met het netwerk te gaan kijken welke doelstellingen men wil voorop schuiven in het werken aan denk en gedragspatronen van ouders ivm vrije tijd.

Een andere uitdaging ligt in het bekijken van het aanbod van de verschillende werkingen op zich. In welke mate leidt elke werking op zich tot betere ontplooiingskansen voor kinderen? Dit is natuurlijk een opdracht voor elke organisatie op zich. Toch is het belangrijk om mee te nemen omdat de ouders vooral veel vertrouwen hebben in de school. Hoe kan hier aan gewerkt worden binnen elke organisatie?

Het betrekken van de vaders bij de werking naar de ouders toe, blijft een pijnpunt. Vraag is of hier extra energie naar moet gaan, of dat men zich net richt op andere participanten? Deze vraag moet in het netwerk bekeken worden.

De uitwerking van het aanbod voor oudere kinderen blijft een zorg. Er moet bekeken worden wat mogelijk is vanuit bestaande of nieuwe partners.

De coördinatie van het project is een probleem. Men ondervindt nood aan extra tijd en aandacht voor coördinatie, voor een ‘gangmaker’ die kan werken aan structurele veranderingen, het bewaren van een helikoptervisie over het geheel, het voeling houden met de werking van elke partner en het afstemmen van de visies van de verschillende partners. Men wil echter eerst de financiering op langere termijn afwachten en de coördinatie momenteel verder zetten vanuit de school en de Cel Educatieve Projecten. De uitdaging ligt erin om binnen de bestaande structuur toch zoveel als mogelijk ook de coördinatietaken op te nemen die verder gaan dan het afstemmen en organiseren van een activiteitenaanbod.

Een bezorgdheid blijft het aandeel van elke partner in de bredeschoolactiviteiten en de bredeschooldoelen: wat is bijvoorbeeld het aandeel van schoolopbouwwerk, van de wijkontwikkeling rond bijvoorbeeld taalvaardigheid. Het voldoende responsabiliseren van de partners die deel uitmaken van het netwerk is belangrijk: de school en CEP kunnen spilfiguur blijven, maar hebben nood aan het delen van lasten. De vragen rond het aandeel van elke partner komen best bij de start van het werkjaar 2008-2009 in het netwerk aan bod. Ook duidelijkheid over wat men als netwerk al dan niet kan en wil opnemen is belangrijk. Vanuit de ervaring met het Grundtvig-project ervaart men ook de nood aan meer informele contactmomenten in 2008-2009.

Het betrekken van de mensen uit de wijk zelf in het netwerk blijkt zeer moeilijk. Vraag is of men hier nog extra energie in moet steken of hierin berusten? Het netwerk zal hier stelling in moeten nemen.

Een uitdaging voor het volgende jaar ligt in het oog hebben voor zowel producten (activiteiten) als processen. Het gaat dan om het creëren van een aanbod naar kinderen en jongeren, als om het sensibiliseren van ouders, als om de betrokkenheid van alle partners op de wijk hoog te houden. Hiertoe is het noodzakelijk een sterke planning op te maken die op een langere termijn is gericht, in eerste instantie voor het eigen netwerk, in tweede instantie als communicatie-instrument voor de buitenwereld.

2008-2009 
De bredeschoolwerking wordt in de toekomst verder gezet. De werkgroep Koldertof bestond immers ook men als bredeschoolproject werd erkend.
 
Aandachtspunten zijn wel hoe het verhaal nog meer gedeeld kan worden door alle partners en men vanuit een gezamenlijke visie, missie, engagement kan werken. Men werkt nog niet structureel en duidelijk genoeg rond de taalvaardigheid en sociale competentie. Worden alle partners en middelen niet te vrijblijvend ingezet in relatie tot de ernst van de problematiek? Als alle partners taalvaardigheid en sociale competentie meer als kerngegeven benoemen voor de eigen werking kan er een sterkere gezamenlijke bezorgdheid ontstaan en kan de lat van de samenwerking hoger liggen zodat fundamenteel aan de noden van de doelgroep gewerkt wordt.
 
In de werkgroep Koldertof werkt men erg taakgericht. Er kan men meer aandacht besteed worden aan de gezamenlijke doelgerichtheid door bijvoorbeeld intervisie te organiseren rond taalvaardigheid, sociale competentie. Ook door de vraag “waar wil men op educatief vlak met deze wijk naartoe?” sterker aan bod te laten komen. Dit kan gecombineerd worden met afspraken rond ieders verantwoordelijkheid. Tussen de vergaderingen in kunnen meer taken opgenomen worden. Op deze manier gaan de ambities van Koldertof sterker permanent leven. Ook het proces van het samenwerkingsverband verdient meer plaats: hoe voelt men zich bij de werking, hoe ervaart men zijn eigen inbreng, de inbreng van anderen,...  Ook meer dankmomenten waarop gefocust wordt op ‘kijk wat we voor elkaar gekregen hebben’ kunnen ervoor zorgen dat eenieder zich werkelijk een onderdeel van de werking voelt.  
 
Er zijn verscheidene stadsdiensten betrokken bij de werking. Op het niveau van de verantwoordelijken van deze werkingen kan een signaal gegeven worden wat het belang is van de bredeschoolwerking zodat de concrete medewerkers hun bijdrage aan de bredeschoolwerking meer als een kernopdracht kunnen ervaren.
 
Het nog meer uitrafelen van de planning in termen van ‘millimeters, meters en kilometers’ is nodig om te weten hoe men aan de verhoging van taalvaardigheid, sociale competentie zal werken. Deze planning kan door elke partner afzonderlijk gemaakt worden en dan samengelegd. Hierbij is het belangrijk van het principe ‘less is more’ via de activiteiten vooral in te steken op de fundamentele problematiek.
 
De ouderbetrokkenheid blijft een structureel probleem. Verscheidene organisaties rond de tafel zijn hiermee bezig. Het is echter een actiepunt om vanuit een gezamenlijke ambitie aan te werken, en er een gezamenlijk verhaal rond op te bouwen.
 
Er kan nog meer samenhang met het bredere wijkontwikkelingsgebeuren gerealiseerd worden. Het educatieve luik dat via de bredeschoolwerking wordt opgenomen staat hier los van. Hier kan nog naar toenadering gezocht worden.
Een vraag is of het bredere leerkrachtenteam van de school nog sterker betrokken kan worden bij het bredeschoolgebeuren? Ook kan men zich de vraag stellen of men in de schoolinterne werking de lat nog hoger kan leggen voor de leerlingen en hoe partners daar eventueel aan kunnen bijdragen.
 
Het format van de vrijetijdsmarkt dient verbreed te worden: het is een nieuwe ambitie om toeleiding naar vrijetijdsorganisatie doorheen het hele werkjaar op te nemen.

naar boven