REFLECTIE OP DE WERKJAREN 2006-2007, 2007-2008 EN 2008-2009

NETWERK IMS

KORTE BESCHRIJVING

2006-2007
Deze Brede School werkte dit jaar (2006-2007) rond drie pijlers: vrijetijdsbesteding van jongeren, ouder- en buurtbetrokkenheid en de uitbouw van het netwerk IMS. Vooral van de vrijetijdsbesteding van de jongeren werd veel werk gemaakt. Het jongerencafé en voetbaltornooi met buitenschoolse jongeren waren bijvoorbeeld succesvolle activiteiten. In het kader van ouder- en buurtbetrokkenheid werden politieke debatten georganiseerd en vond een eindejaarsreceptie met winkeliers plaats. Vroegere samenwerkingen werden eveneens verdergezet. In het algemeen was het boeiend maar soms moeilijk werken gedurende dit eerste jaar. Het verhoopte resultaat op vlak van opkomst van de jongeren, ouders of buurtbewoners werd bijvoorbeeld niet altijd verkregen. Men is zoekende naar een manier om tijdens het volgende werkjaar concreet en met succes de binding aan te gaan met buitenschoolse partners en om leerkrachten en leerlingen nog sterker te motiveren voor het bredeschoolgebeuren.

2007-2008
Tijdens het werkjaar 2007-2008 werden de meeste activiteiten uit het vorige jaar verder gezet, de drie pijlers vrijetijdsbesteding, ouder-en buurtbetrokkenheid en uitbouw van het netwerk IMS kwamen opnieuw aan bod. Er zijn veel elementen die zorgen voor uitstraling. De leerlingen zelf ervaren doorheen concrete activiteiten de meerwaarde van de bredeschoolwerking. Een personeelswissel en vast ingeroosterde vergadermomenten zorgden voor een betere samenwerking binnen het coördinatieteam. Tal van externe partners werken mee aan het bredeschoolgebeuren. Ook nieuwe partners vinden de weg naar de school: “we zijn aanwezig in de buurt, de buurt kent ons, komt ook zelf met vragen”. Deze partners vormen niet meteen een netwerk, maar gezien de diversiteit van de acties is dit ook niet de aangewezen samenwerkingsvorm. Meer verbindingen tussen partners ziet men ook niet haalbaar. Een belangrijk werkpunt voor dit bredeschoolteam is ruimte vinden om nog meer te reflecteren op het geheel aan activiteiten van dit bredeschoolgebeuren: wordt bereikt wat men wenst te bereiken, welke acties zijn het succesvolst? Waar liggen knooppunten en hoe kan hier aan gewerkt worden. Bij deze reflectie kunnen de desbetreffende buitenschoolse partners meer betrokken worden. Ook de betrokkenheid van het ruimere leerkrachtenteam blijft moeilijk: “het werk komt altijd op dezelfde personen terecht”.

2008-2009
In 2008-2009 werd de werking zoals ze de voorbije twee jaar werd vormgegeven verder gezet. Een hoogtepunt dit jaar was het project ‘Borger Oud Op Nieuw’.  

 

BEKEKEN DOOR DE BRIL VAN HET REFERENTIEKADER BREDE SCHOOL

Doel: brede ontwikkeling van kinderen en jongeren

2006-2007
Deze Brede School richt zich voor de uitbouw van haar werking op drie pijlers welke te maken hebben met de creatie van een bredere leer-en leefomgeving. Het doel waartoe dit uiteindelijk moet leiden- de bredere ontwikkeling van de jongeren- werd niet geëxpliciteerd. Welke competenties wil men bijvoorbeeld realiseren via een rijker vrijetijdsgebeuren of via de sterkere ouder- en buurtbetrokkenheid? Aan welk aspect van de ontwikkeling moeten de partners in hun samenwerking precies bijdragen? Hoe duidelijker men dit kan definiëren, hoe doelgerichter er kan gewerkt worden.

2007-2008
In het werkjaar 2007-2008 werden zeer veel initiatieven genomen en veel energie geïnvesteerd in de organisatie hiervan. In het komende jaar kan men met het coördinatieteam, leerkrachten, leerlingen, externe partners meer opvolgen of jongeren daadwerkelijk toegeleid worden naar vrijetijdsorganisaties, op welke vlakken de leer-en leefomgeving van de jongeren door het project ‘Borger Oud op Nieuw’ verbreedt en hoe dit verder bouwt op wat er binnenschools aan ontwikkeling al aan bod komt.

De hoofddoelstelling van het IMS blijft de leerlingen een goed gevoel geven op de school en kansen creëren. Dit zou moeten resulteren in een afname van oa problematisch gedrag op school, schoolshopping, … Deze problemen oplossen is op korte termijn niet haalbaar. Zeker als we in rekenschap nemen dat het IMS jaarlijks met 40% nieuwe leerlingen zit (OKAN inbegrepen).

2008-2009
In 2008-2009 wordt door leerlingen gezegd “we zijn er toch op vooruit gegaan hé, hier gebeurt toch veel op school hé”. Men voelt dat het project impact heeft op de algemene sfeer op school. Of jongeren ook meer ontwikkelingskansen hebben is moeilijker te beantwoorden, in ieder geval ziet men bij Borger Oud op Nieuw, in de werking van het jongerencafé dat er zich jongeren engageren van wie men dit niet had verwacht en dat ze andere zaken tonen dan in de klas.  

Inhoud: brede leer- en leefomgeving

2006-2007
Deze Brede School organiseerde tijdens het voorbije jaar activiteiten op vlak van de drie pijlers: vrijetijdsbesteding van jongeren, ouder- en buurtbetrokkenheid en de uitbouw van het netwerk IMS. Een reeks initiatieven bouwt verder op een eerdere werking. Hieronder worden enkele nieuwe acties in het kader van de Brede School vermeld.

Het vrijetijdsgebeuren was een volledig nieuw aspect van de Brede School. Er vonden tal van activiteiten plaats. Er werd uitgegaan van een vrijetijdsenquête, waarop activiteiten en workshops op woensdagnamiddag volgden: djembé, hiphopdans, een filmvoorstelling,…. Op woensdagnamiddag organiseerde de leerlingenraad een jongerencafé. Vanaf volgend jaar wordt dit jongerencafé verder opengetrokken en worden hier ook vrienden van buiten de school op toegelaten. Verdere activiteiten in dit kader waren het tentoonstellen van kalligrafie op doek, voetbaltornooien met als doel de jongeren toe te leiden naar voetbalclubs, samenwerking met de jeugddienst zodat de leerlingen tijdens de vakantie gratis of goedkoop aan activiteiten in de buurt kunnen deelnemen, samenwerking met PINA-18 om OKAN-leerlingen hun weg naar een club of vereniging te helpen vinden.

Volgend jaar wordt er gestreefd naar een structurele samenwerking met de Jeugddienst, Buurtsport en JOB Kids om vrijetijdsactiviteiten te organiseren samen met de school.

Rond de tweede pijler, ouder- en buurtbetrokkenheid, werden eveneens een reeks intitiatieven ondernomen. Grotendeels startten deze op voor er sprake was van Brede School, ze werden wel mee opgenomen in het bredeschoolgebeuren. Nieuw in het kader van ouder- en buurtbetrokkenheid was de organisatie van 2 verkiezingsdebatten voor leerlingen 3de graad, hun ouders en geïnteresseerde buurtbewoners en de organisatie van een eindejaarsreceptie met winkeliers, partners en districtsleden.

De leer-en leefomgeving van de jongeren werd versterkt door samenwerking met een diverstiteit aan partners, de derde pijler. De inhoud van deze activiteiten is zeer divers: begeleiding bij het schoolwerk, vorming voor leerlingen van de leerlingenraad om de participerende werking op de school te verhogen, groepsdynamiek, vorming in een telefoonproject om de kansen op de arbeidsmarkt te verbeteren, overleg met andere scholen rond het spijbelprobleem,...

Inzake de brede leer-en leefomgeving is de diversiteit aan initiatieven enerzijds een troef, anderzijds kunnen de onderlinge verbindingen sterker aangehaald worden: verbindingen tussen de verschillende initiatieven en verbindingen tussen het binnen- en buitenschoolse gebeuren. Ook de graad waarin de leerlingen daadwerkelijk kunnen participeren aan de uitbouw van de leer-en leefomgeving kan nog beter. Op vlak van het jongerencafé en de organisatie van een sinterklaasfeest voor kansarme kinderen uit de buurt was dit sterk. Op andere vlakken zijn er nog groeimogelijkheden.

2007-2008
In het werkjaar 2007-2008 werden tal van bredeschoolactiviteiten opgezet. Er worden in deze Brede School veel kansen gecreëerd, zowel binnen de schooltijd als buitenschools voor de jongeren die zelf op zoek willen gaan naar een bredere leer- en leefomgeving.

Enerzijds gaat het om activiteiten die systematisch worden opgezet en op termijn duurzaam kunnen ingebed worden in de werking. Het gaat dan bijvoorbeeld om samenwerking met externe organisaties (JOB Kids, Buurtsport Borgerhout, …) die een vrijetijdsaanbod voor jongeren verzorgen, de multiraad die op woensdagnamiddag in het jongerencafé zelf een aanbod verzorgt, het sinterklaasfeest dat de leerlingen van de derde graad verzorging organiseren voor de leerlingen van de eerste graad, van OKAN en ook buiten de eigen school voor kansarme kinderen,… Deze werkingen zijn al structureel ingebouwd. Uitdaging is om deze werkingen ook in de toekomst verder te laten groeien. Dit kan door de succesfactoren doordacht verder uit te bouwen en tegelijkertijd te sleutelen aan het aanbod zodat de moeilijkheden (zoals bijvoorbeeld een wisselende opkomst) aangepakt worden. Een voorbeeld van groei is dat men in de toekomst zelf leerlingen individueel gaat begeleiden naar sportclubs (dankzij medewerking van de Schoolbrug en Buurtsport Borgerhout) in plaats van enkel een aanbod te verzorgen. Dit soort reflecties moet tijdig gemaakt worden zodat de werking verstevigd.

Anderzijds werkte men in 2007-2008 samen met Rataplan via projectdagen toe naar een groots project ‘Borger Oud op Nieuw’ waar school en buurt (partners, verenigingen, buurtbewoners) elkaar in ontmoeten. Tijdens de voorbereidende projectdagen gaven externen workshops aan de leerlingen die op deze manier van nieuwe activiteiten zoals dans, grafitti, interviewtechnieken, fotografie, film,… konden proeven. Met de kennis rond film gingen ze dan de volgende dag bijvoorbeeld op bezoek in het rust-en verzorgingstehuis waar de jongeren dan een filmpje op namen. Deze activiteiten bereiden de jongeren voor op het hoogtepunt van het project in december 2008. Daar zijn toonmomenten voorzien waar multimediale presentaties over het leven in de buurt zullen lopen. Nadien wordt via een rondreizende fototentoonstelling voor continuering gezorgd. Uitdaging is de krachtige elementen van deze werking (de betrokkenheid van alle leerkrachten op eenzelfde project, de levensechtheid van de activiteiten, de samenwerking met deze partners uit de buurt) ook in de toekomst op een haalbare, structurele manier verder ingang te laten vinden in de leer-en leefomgeving van deze jongeren. Wat hierbij precies de rol is van de leerkrachten en de rol van de externe partners in functie van de leer-en leefomgeving van de jongeren moet hierbij goed uitgeklaard worden.

Ook de vraag of de leer-en leefomgeving nog krachtiger kan gemaakt worden door te zorgen voor meer verbinding tussen de verschillende doelstellingen van de werking kan gesteld worden. Staat wat men wenst te bereiken met de vrijetijdswerking, met het Roma-project, met de binnenschoolse werking bijvoorbeeld allemaal naast elkaar of is ook daar verbinding mogelijk? Het IMS is van mening dat deze verbindingen niet overal noodzakelijk zijn. Wanneer de uitstraling van de hele school door het Roma-project een positieve boost krijgt zal dit zijn weerslag hebben op tal van andere zaken. De school zal op verschillende sporen blijven werken. 

2008-2009
De inhoudelijke werking van het project loopt verder zoals het de voorbije jaren werd uitgebouwd.

Borger Oud op Nieuw neemt in het eerste trimester veel ruimte in. Een hondertal jongeren werken mee aan dit project waarbij men in de Roma een voorstelling toont. 3 Avonden op rij zit de zaal vol. De activiteit wordt een succes.

Het jongerencafé evolueert en heeft een bereik van veertigtal jongeren, tegenover een vijftal bij de start drie jaar geleden.

In het derde trimester organiseert men opnieuw een verkiezingsdebat naar aanleiding van de de Vlaamse en Europese verkiezingen. Ouders, buurtbewoners, leerlingen van andere scholen, zijn hierop uitgenodigd.
 

Organisatie: breed netwerk

2006-2007
Deze bredeschoolwerking wordt door 3 personen in de school gedragen. Er is momenteel weinig sprake van een netwerk dat de Brede School ondersteunt. Wel zijn er tal van bilaterale samenwerkingsverbanden met verschillende organisaties uit de buurt. Ook sommige leerkrachten uit de school engageren zich voor de werking.

De organisatie van één groot netwerk voor de uitwerking van de verschillende pijlers is wellicht weinig zinvol in deze Brede School: hiervoor is de werking te divers. Tijdens het volgende werkjaar wil men wel zoeken naar manieren om partners structureel rond de tafel te brengen rond een bepaalde pijler.

De coördinatie van het project ligt volledig in handen van de school. Dit maakt uiteraard dat het schoolgebeuren zeer centraal staat. Voor een rijkere bredeschoolwerking is het belangrijk dat de coördinatie doorheen de verschillende samenwerkingsverbanden voldoende input krijgt van andere sectoren.

De coördinatietaken zijn tussen 3 personen binnen de school verdeeld. Het onderlinge overleg verliep dit jaar niet altijd even vlot. Dit is een werkpunt voor het volgende werkjaar.

2007-2008
Een personeelswissel en vast ingeroosterde vergadermomenten zorgden voor een betere samenwerking binnen het coördinatieteam. Een probleem is dat één van de leerkrachten voor het bredeschoolproject tijdskrediet nam om de taak in het coördinatieteam te kunnen opnemen en op deze wijze niet verder bouwt aan de pensioenrechten. Dit is een aandachtpunt voor de beleidsaanbevelingen.

Een werkpunt voor de coördinatie van het project is voldoende tijd in te bouwen voor reflectie en het aanbrengen van verbeteringen, van structuur in het project: “we zijn doe-mensen’. Er staan zoveel zaken op de agenda, daardoor wordt er te weinig tijd gemaakt om aan structuur te werken, structuur uit te tekenen”.

De coördinatie van het project bleef in 2007-2008 volledig in handen van de school, het schoolgebeuren blijft hierdoor zeer centraal staan. Het coördinatieteam werkt wel zeer actief samen met tal van externe partners voor het opzet van het bredeschoolaanbod. Het is hierbij een uitdaging om niet alleen de organisatie van de activiteiten maar ook de reflectie op de inhoud van de leer-en leefomgeving met externe partners aan te pakken. Ook de participatie van de jongeren zelf is hier een mogelijkheid tot verrijking van het project. Zo kan de blik op de leer-en leefomgeving van de jongeren alleen maar verruimd worden.

De communicatie met de leerkrachten rond het bredeschoolgebeuren verliep in 2007-2008 al beter. Het Roma-project was een middel om de communicatie te verbeteren. Dit project loopt echter af in december 2008. Het optimaliseren van de communicatie en betrokkenheid van de leerkrachten blijft een moeilijk punt. Toch blijft dit een belangrijk werkpunt omdat nu het werk altijd op dezelfde schouders terecht komt. Het coördinatieteam werkt immers zowel aan het uitdenken van het project als aan de concrete uitwerking ervan: “het is ook heel moeilijk om dingen los te laten, te delegeren. Langs de andere kant is het teveel om allemaal zelf op te volgen”. Het is dan ook aangewezen werk te maken van meer personen die de bredeschoolwerking mee gaan dragen. Het coördinatieteam ziet eventueel heil in het inbedden van Brede School als aandachtspunt in elke eenheid, al was het maar via een mailinggroep. Een mogelijke piste is ook de sportleerkrachten meer in te schakelen voor de organisatie van het vrijetijdsgebeuren. Men zou ook een kalender met activiteiten kunnen doormailen. Ook hier is de vraag opnieuw hoe men de leerkrachten kan betrekken bij het reflecteren op de sterktes en zwaktes van de werking en betrokkenheid kan genereren om zich actief mee onder de bredeschoolwerking te zetten, binnen maar ook buiten de eigen lessen.

Er blijkt ook een groot verschil te zijn in dynamiek tussen de twee vestigingsplaatsen van de school. Op de ene school is de sfeer, communicatie, engagement, aanwezigheid op activiteiten van leerlingen en leerkrachten de laatste jaren al sterk verbeterd, mede dankzij het bredeschoolgebeuren. Op de andere school is dit minder. Men is zoekende hoe dit aan te pakken. Wellicht is het samen met alle partners (leerkrachten, leerlingen, externen) analyseren van wat Brede School specifiek voor de leerlingen uit die vestigingsplaats kan betekenen een eerste stap.
 
De samenwerking met externe partners bleef op een bilaterale manier verlopen. Een echt netwerk vormen is moeilijk realiseerbaar: Het is immers niet duidelijk wat een door alle partners gedeeld gemeenschappelijk belang zou zijn. De huidige manier van werken werkt voor deze Brede School. Alleen is het belangrijk voldoende reflectiemomenten met de partners in te bouwen.

Bij een aantal partners vond een personeelswissel plaats. Dit bemoeilijkte het verloop van de werking. Het is gelukkig niet zo dat de werking hierdoor volledig stil viel: de gedragenheid voor de samenwerking met de school ligt echt wel binnen de betreffende organisaties en niet alleen bij een enkele persoon.

 Er blijkt ook vraag te komen van nieuwe externe partners om met de school samen te werken. Chiro Borgerhout wil bijvoorbeeld de school als hefboom gebruiken. De Schoolbrug krijgt meer subsidies, ze zijn vragende partij om samen te werken,… Ook hier liggen kansen om de werking verder uit te bouwen, vraag is wederom goed te reflecteren hoe deze partners optimaal kunnen meewerken aan het doel dat men met de bredeschoolwerking voor ogen heeft. Vanuit de school verwacht men dat deze organisaties niet enkel hun eigen doel dienen, maar vanuit de school als het centrale station van de bredeschoolwerking werken.

2008-2009
Op vlak van organisatie werkt men verder via de structuur die het vorige jaar vorm kreeg. Ivm de samenwerking met partners vertraagt een regisseurswissel bij Rataplan ifv ‘Borger Oud op Nieuw’ het proces en verloopt de samenwerking met JobKids moeilijker.

Het coördinatieteam neemt na ‘Borger Oud op Nieuw’ meer tijd om terug te blikken, te evalueren

Men weet IMS nog meer te vinden als Brede School.  

 

UITDAGINGEN

2006-2007
Gezien de diversiteit aan activiteiten is het moeilijk om een netwerk te vormen rond een gezamenlijk doel. Binnen enkele deelwerkingen kan men wel groeien naar een netwerk van partners. Voor het vrijetijdsgebeuren is dit bijvoorbeeld een mogelijkheid. Andere sectoren dan onderwijs worden momenteel wel aangesproken voor samenwerking rond bepaalde initiatieven, maar zijn nauwelijks betrokken bij het uitdenken van het gehele bredeschoolgebeuren. Het is een uitdaging hierin te groeien in de toekomst en ook in de coördinatie van het hele gebeuren de diversiteit aan zienswijzen vanuit de verschillende sectoren voldoende mee te nemen.
De diversiteit aan acties maakt van deze Brede School een boeiend gebeuren, anderzijds is het belangrijk aandacht te blijven hebben voor de verbindingen tussen de verschillende gebeurtenissen. Hoe staat het ene in relatie tot het andere en hoe kunnen ze elkaar versterken? Ook de koppeling naar het uiteindelijke doel van de werking- de bredere ontwikkeling van de jongeren- kan explicieter gemaakt worden. Zo wordt duidelijk waar het geheel aan acties uiteindelijk toe moet leiden.

De vraag rijst tevens hoe het binnenschoolse en het buitenschoolse gebeuren elkaar kan versterken door expliciet op zoek te gaan naar verbindingen tussen beiden. Hiertoe is een grotere participatie van de leerkrachten van de school aan het bredeschoolgebeuren wenselijk.

Ook op vlak van participatie van leerlingen aan de leer- en leefomgeving zijn er nog groeimogelijkheden.
 

2007-2008
Het stilstaan bij het uiteindelijke doel van de werkingen inzake ontwikkeling van jongeren komt in besprekingen met het coördinatieteam, leerkrachten, leerlingen, externe partners,… nog te weinig aan bod. Een uitdaging daarbij is na te gaan of er niet meer ‘verbinding’ nodig is tussen de doelen op vlak van brede ontwikkeling en de verschillende elementen uit de leer-en leefomgeving van het project: staat wat men wenst te bereiken met de vrijetijdswerking, met het Roma-project, met de binnenschoolse werking naast elkaar of is ook daar verbinding mogelijk?

De school kiest bewust om te werken op verschillende sporen, de brede school kalender van het IMS staat vol. Reflectiemomenten inbouwen met alle partners, leerkrachten en leerlingen, …is niet eenvoudig, vraagt veel tijd en niet alle deelnemers zijn op de hoogte van de verschillende deelprojecten. Een belangrijk werkpunt voor dit bredeschoolteam is dan ook ruimte vinden om nog meer te reflecteren op het geheel aan activiteiten van dit bredeschoolgebeuren. Bij deze reflectie kunnen de desbetreffende buitenschoolse partners, het leerkrachtenteam en de leerlingen meer betrokken worden.

Een uitdaging is om de werkingen die reeds structureel zijn ingebouwd ook in de toekomst verder te laten groeien door de succesfactoren doordacht verder uit te bouwen en te sleutelen aan de moeilijkheden. Wat het project ‘Borger Oud op Nieuw’ betreft is het een uitdaging om de krachtige elementen van deze werking) ook in de toekomst op een haalbare, structurele manier verder ingang te laten vinden in de leer-en leefomgeving van deze jongeren.

Een aandachtpunt voor de beleidsaanbevelingen is het statuut van personen die bredeschoolcoördinatie opnemen.

Een werkpunt voor de coördinatie van het project is voldoende tijd in te bouwen voor reflectie en het aanbrengen van verbeteringen, van structuur in het project.

De coördinatie van het project bleef in 2007-2008 volledig in handen van de school, het schoolgebeuren blijft hierdoor zeer centraal staan. Het is een uitdaging om niet alleen de organisatie van de activiteiten maar ook de reflectie op de inhoud van de leer-en leefomgeving met externe partners, met de jongeren zelf aan te pakken. Zo kan de blik op de leer-en leefomgeving van de jongeren alleen maar verruimd worden.

De communicatie met en de betrokkenheid van de leerkrachten op het bredeschoolgebeuren blijft een belangrijk aandachtspunt, zeker op het moment dat het Roma-project afloopt. Dit is een belangrijk werkpunt omdat nu het werk altijd op de schouders van het coördinatieteam terecht komt.

Er blijkt ook een groot verschil in betrokkenheid op het bredeschoolgebeuren te zijn tussen de twee vestigingsplaatsen van de school. Het samen met alle partners (leerkrachten, leerlingen, externen) analyseren van wat Brede School kan betekenen voor de leerlingen uit de vestigingsplaats die minder betrokken is, is wellicht een eerste stap.

De samenwerking met externe partners blijft op een bilaterale manier verlopen. Een echt netwerk vormen is moeilijk realiseerbaar: Het is immers niet duidelijk wat een door alle partners gedeeld gemeenschappelijk belang zou zijn. Het blijft belangrijk voldoende reflectiemomenten met de partners in te bouwen.

Er blijkt ook vraag te komen van nieuwe externe partners om met de school samen te werken. Vraag is wederom goed te reflecteren hoe deze partners optimaal kunnen meewerken aan het doel dat men met de bredeschoolwerking voor ogen heeft.

2008-2009
Het project wordt in de toekomst zoveel als mogelijk verder gezet. Men gaat op zoek naar een manier om de coördinator in dienst te houden.

Adviezen die men formuleert aan de eigen werking:

Leg vast waar de ouderbetrokkenheid echt belangrijk is en onderneem er dan extra stappen voor. Doorbreek het feit dat ouders buiten de rapporten, enkel in contact komen met de school als het slecht nieuws betreft. Nodig de ouders bijvoorbeeld uit in kleine projectjes in een klas (bvb klaarmaken van gerechten in ‘wereld op je bord’). en tracht ouders te bereiken via activiteiten van de leerlingen zoals een voetbaltornooi. Laat de ouderbetrokkenheid ook meer van onderuit groeien, door leerkrachten die initiatieven nemen om ouders in hun klasgebeuren te betrekken. De communicatie die nu vaak onrechtstreeks verloopt via de leerlingen, kan misschien ook rechtstreeks verlopen via bvb huisbezoeken.

Zorg voor voldoende communicatie aan leerlingen en leerkrachten over wat er geweest is op het vlak van activiteiten. Bijvoorbeeld op een centraal infobord voor de leerlingen. Daarop kunnen ook de activiteiten en het verslag van de multiraad komen, uitnodigingen, foto’s.

Ivm aansturing van het project wil men vaste vergadermomenten inbouwen en de agendapunten op voorhand vastleggen.


 



naar boven