REFLECTIE OP DE WERKJAREN 2006-2007, 2007-2008 EN 2008-2009
VLAGGEN EN WIMPELS PLUS
KORTE BESCHRIJVING
2006-2007
De Vlaggen en wimpels-scholen bouwden tijdens het werkjaar 2006-2007 verder
aan hun kunstzinnige werking en gingen de uitdaging aan om te onderzoeken hoe ze
als school verder kunnen groeien in de richting van een Brede School. In
samenwerking met de coördinator bracht iedere school de eigen buurtgerichte
activiteiten in kaart. Op basis van een eerste oplijsting werd iedere activiteit
van naderbij bekeken: voor wie en door wie opgezet? Met welke bedoeling?
Meerwaarde voor de betrokkenen? Deze en andere vragen vormden voorwerp van
onderzoek. De verzamelde informatie werd door de coördinator voor iedere school
verwerkt tot een analyse van het buurtgericht werken. Welke verbindingen zijn er
tussen en in de scholen? Welke zijn de sterke punten? Welke zijn mogelijke
werkpunten of welk potentieel is er om verder te groeien in de richting van een
Brede School? Deze analyse vormde het vertrektpunt voor het bepalen van een
uitdaging die de school voor zichzelf stelt voor het volgende werkjaar.
Parrallel met de schoolgebonden analyse gingen de scholen met elkaar in
interactie over de betekenis en invulling van het concept Brede School.
Tot slot werd een cultuurdagboekje in het leven geroepen om zicht te krijgen op de buitenschoolse ‘culturele’ activiteiten van de kinderen. Uit onderzoek blijkt immers vaak dat kansarme en allochtone kinderen veel minder aan cultuur participeren. Maar is dat wel? En wat doen ze dan eigenlijk, en wat niet? En hoe kan je daar dan op inspelen?
2007-2008
De vier Vlaggen en Wimpels scholen gingen verder op de ingeslagen weg. Naast hun
werking binnen de projecten kunstinitiatie werd verder gewerkt aan enkele sporen
die in het vorige jaar werden opgezet. Zo werden de culturdagboekjes
geanalyseerd en per school vertaald naar stellingen waarin de
cultuurparticipatie van de kinderen op school kort en krachtig wordt gevat. Ze
kunnen worden gebruikt om gesprekken tussen leerkrachten over
cultuurparticipatie op gang te brengen en waar nodig de heersende percepties bij
te schaven. Daarnaast werd de uitwisseling tussen de vier scholen verdergezet en
werd met de kunstenaars samengewerkt rond het in kaart brengen van gehanteerde
methodieken en ervaringen. Dit laatste zal leiden tot een publicatie waarin de
werking van de Vlaggen en
Wimpels-scholen zal worden geschetst en geïllustreerd. De hele ploeg bracht
tevens een bezoek een enkele Nederlandse Brede Scholen en aan De Bakkerij, een
buurtgerichte kunsteducatieve organisatie actief in Amsterdam en Utrecht. Tot
slot werd in één van de scholen van start gegaan met het opzetten van een
muzisch-creatieve hoek, een nieuw concept dat in een eerste fase werd
uitgeprobeerd en dat mogelijks navolging kan krijgen in de andere scholen en
daarbuiten. De muzisch-creatieve hoek laat kinderen zelfstandig aan de slag gaan
en wil hen stimuleren tot creatief denken en handelen zowel in de klas, op de
speelplaats als buiten de school(m)uren. Normaal stond ook het opzetten van een
traject rond leerlingenparticipatie op de agenda, maar wegens schoolinterne
aangelegenheden werd dit spoor voorlopig nog niet in gang gezet.
2008-2009
Kern van de samenwerking binnen Vlaggen en Wimpels Plus bleef de uitwisseling
tussen 4 scholen, elk trekker van een traject kunstinitiatie in samenwerking met
DKO en een kunstenaar. Gedurende deze uitwisselingsmomenten werd sterk ingezet
op visieontwikkeling, met name rond breed leren en het opzetten van een
muzisch-creatief proces. Daarnaast ging in elk van de scholen de nodige aandacht
naar de professionalisering van het leerkrachtenteam. Personeelswissels maken
immers dat blijvend moet worden geïnvesteerd in de vorming van leerkrachten.
Andere sporen die werden verdergezet zijn de introductie van de
muzisch-creatieve hoek en het bevorderen van participatie. Op niveau van de
leerlingen bleef dit op de achtergrond, op niveau van de leerkrachten werden
verschillende acties en bevragingen opgezet om hun inbreng en betrokkenheid te
stimuleren. Tot slot werd verder voorbereid aan een publicatie waarin de diverse
stappen in de Vlaggen en Wimpels-werking theoretisch omkaderd en geïllustreerd
worden met voorbeelden uit de vier scholen.
BEKEKEN DOOR DE BRIL VAN HET REFERENTIEKADER BREDE SCHOOL
Doel: brede ontwikkeling van kinderen en jongeren
2006-2007
Binnen de Vlaggen en Wimpels-projecten staat een brede benadering van
competenties voorop. In dit geval wordt via kunstzinnige en buurtgerichte
activiteiten een grote diversiteit aan competenties aangesproken en dit op een
geïntegreerde manier. Er worden verbindingen gelegd met de reguliere schoolse
competenties en er is expliciet aandacht voor creatieve en sociale competenties.
Op vlak van participatie is de inbreng van de leerlingen nog beperkt en liggen
er zeker nog mogelijkheden om dit te bevorderen. De inbreng van andere actoren
op dit vlak verschilt van school tot school. Al kan wel worden gesteld dat er
binnen de visie van Vlaggen en Wimpels duidelijk voor wordt gekozen om de
sleutels voor de ontwikkeling van kinderen in handen van de school te leggen. De
school stelt doelen en bewaakt deze. Andere organisaties of buurtbewoners kunnen
binnen dat kader wel een rol van betekenis spelen. Uit de buurtgerichte analyse
blijkt evenwel dat scholen onderling duidelijk verschillen in de mate waarin ze
zelf het initiatief nemen of meer ingaan op initiatieven van anderen.
2007-2008
De creatieve competenties blijven binnen Vlaggen en Wimpels-plus voorop staan.
En ze werden met het uitwerken en uitproberen van de muzich-creatieve hoek nog
eens extra in de verf gezet. Verder worden binnen de werking nog steeds
uiteenlopende competenties aangesproken. En ook de ondersteuning en zorg ten
aanzien van de ontwikkeling van
kinderen is een aspect dat in elk van de scholen in ruime mate aandacht krijgt
doorheen samenwerking met een grote diversiteit aan partners. De participatie
van de kinderen zelf blijft een aandachtspunt.
2008-2009
Geen noemenswaardige evoluties op dit vlak. Vlaggen en Wimpels blijft
investeren in het creëren van kansen voor kinderen om hun creatieve talenten en
competenties te ontwikkelen. De werking deint in de praktijk evenwel verder uit,
naarmate leerkrachten de verworven visie en competenties in hun denken en
handelen meenemen naar andere inhoudelijke domeinen.
Inhoud: brede leer- en leefomgeving
2006-2007
In een Vlaggen en Wimpels-school overspant men binnen de opgezette
activiteiten de school en de buurt. De buurt dient daarbij te worden begrepen
als de schoolomgeving met daarin bewoners, winkels, rusthuizen, pleintjes,
verenigingen, gebouwen, …. Vertrekkend van het gekozen thema (bvb communicatie,
een blijde gebeurtenis, een fictieve historische groepering - de boomerlingers,
de vlegelbrigade - …) wordt de buurt van de school als bron van informatie
verkend. Er worden huisbezoeken afgelegd, plaatsen bezocht, activiteiten
opgezet. Wat men puurt uit de buurt wordt vervolgens mee naar de school genomen
en binnen verschillende lesmomenten verwerkt. Er worden waar mogelijk
verbindingen gelegd met andere leerinhouden en telkens is er ook een creatieve
experimenteerfase onder begeleiding van zowel de kunstenaar als de leerkracht.
Door de leerkracht mee te nemen in dit creatieve proces beoogt men een transfer
van die creatieve manier van kijken en handelen naar de dagelijkse klas- en
schoolpraktijk. Hoewel het proces erg van belang is, wordt eveneens uitgebreid
aandacht besteed aan de producten die dit oplevert. In een presentatie of
toonmoment geven de scholen een stukje terug aan de buurt van wat ze er eerder
hebben uitgehaald. Door de buurt uit te nodigen in de school of omgekeerd door
met de producten naar buiten te treden. Ook hier weer participeert de buurt en
haar bewoners in functie van het leerproces van de kinderen. Kinderen zelf
krijgen eveneens een actief participerende rol toebedeeld. Vaak als deelnemers
aan het proces en in sommige gevallen ook als verantwoordelijken ervan. Maar ook
hier zijn nog mogelijkheden om hun inbreng en verantwoordelijkheid te
bevorderen.
De thuiscontext (en ruimer) als leeromgeving krijgt aandacht binnen het opzet van het cultuurdagboekje. In kaart brengen hoe kinderen buiten de schooluren cultureel participeren laat toe hierop verder in te spelen en waar mogelijk kansen te creëren.
2007-2008
De werking van Vlaggen en Wimpels bleef gelijkaardig waardoor de hierboven
beschreven principes overeind zijn gebleven. Binnen de brede leer- en
leefomgeving blijft de werking vooral gericht op de schoolse tijd, waarbij extra
aandacht en zorg uitgaat naar de ondersteuning van kinderen ten behoeve van hun
brede ontwikkeling, en waarvoor waar nodig buitenschoolse organisties worden
aangesproken of omgekeerd.
2008-2009
De activiteiten die in dit bredeschoolverband worden opgezet situeren zich
vooral op niveau van directies en leerkrachten. Hun professionalisering is er op
gericht het breed, creatief en muzisch leren van de kinderen te stimuleren en
ondersteunen. In die zin wordt er aan gewerkt dat leerkrachten over de nodige
tools en visie beschikken om de leer- en leefomgeving van de kinderen te
versterken.
Organisatie: breed netwerk
2006-2007
De buurt wordt in de eerste plaats vertaald naar leerkansen voor de kinderen,
niet naar mogelijkheden tot structurele samenwerking met georganiseerde
partners. In die zin zijn de vlaggen en wimpels-projecten geen typische
bredeschoolprojecten. Er wordt niet als dusdanig ingezet op het uitbouwen van
een formele structuur. Informeel is er op elke school een grote diversiteit aan
partners en contacten en de bereidheid van deze om een bijdrage te leveren in
functie van het leerproces en/of problemen van de kinderen is reëel. En in
bepaalde scholen zijn sommige contacten ook tot formele samenwerkingsverbanden
uitgegroeid (bijvoorbeeld met betrekking tot het delen van infrastructuur, het
organiseren van naschoolse activiteiten, zorg voor kwetsbare kinderen,…). Ook al
wordt er dus niet expliciet op ingezet, de kunstzinnige projecten hebben een
impact op dit niveau. Of zoals de coördinator van het project het formuleert:
‘ik denk dat Vlaggen en Wimpels tot een andere manier van denken in de scholen
leidt of heeft geleid, waardoor de scholen ook op andere vlakken belangrijke
stappen zetten in het kader van de brede school’. De kansen en uitdagingen voor
de verschillende scholen, die naar voor komen uit de buurtgerichte analyses, ten
aanzien van hun samenwerking met de buurt, vormen alvast een leidraad om de
scholen op dit vlak verder te laten groeien.
2007-2008
Ook op dit terrein werd de werking verdergezet zoals hierboven beschreven. De
kansen die werden geformuleerd vanuit de sterkte-zwakte analyse die in het
vorige jaar werd opgemaakt, bleven vaak onbenut. Ofwel zijn ze nog een brug te
ver, ofwel blijken ze voor de school zelf geen prioriteit. De verdere verbreding
van de scholen blijft hiermee soms hangen.
2008-2009
De vier scholen vormen samen een uitwisselingsverband, maar vormen geen netwerk
zoals doorgaans bedoeld wanneer het over Brede School gaat. Iedere school op
zich werkt samen met een diversiteit aan partners, doorgaans op initiatief van
de school, maar meer en meer ook op vraag van anderen. Het is nooit de intentie
geweest om binnen dit project een dergelijk netwerk uit te bouwen, al kan de
vraag natuurlijk worden gesteld welke de meerwaarde zou kunnen zijn van het meer
structureel uitbouwen van samenwerkingsverbanden rondom de school.
Ook al heb je hier een atypische samenwerking, de kracht ervan kan inspirerend
werken voor andere Brede Scholen. Gezamenlijke visieontwikkeling en uitwisseling
tussen scholen doorbreekt de interne, en soms geïsoleerde schoolwerking.
Het stimuleert een kritische houding ten aanzien van de eigen werking en een
openheid om te leren van anderen. Het creëert ruimte om na te denken en uit te
proberen, aspecten die binnen het onderwijsveld niet altijd gemakkelijk in te
bouwen zijn.
UITDAGINGEN
2006-2007
Het bevorderen van participatie van de kinderen zowel bij doelbepaling als
bij het uitwerken van activiteiten.
Het in kaart brengen van de gehanteerde methodieken die mee vorm en invulling
geven aan een brede én kwaliteitsvolle leer- en leefomgeving.
De resultaten uit de sterkte/zwakte-analyse omzetten in haalbare doelen en deze integreren binnen het ganse Vlaggen en Wimpels-gebeuren, met oog voor de betrokkenheid van leerkrachten daarbij.
2007 – 2008
Vlaggen en Wimpels Plus heeft een werkjaar achter de rug waarin niet echt
expliciet werd doorgewerkt aan de Brede School. De bestaande werking, die haar
strepen al ruimschoots heeft verdiend, werd verdergezet. Het wordt een uitdaging
voor de Vlaggen en Wimpelsscholen om – indien ze dat wensen - een stap verder te
gaan en in te spelen op de kansen
en mogelijkheden die hen worden aangereikt.
2008-2009
De verhouding tussen Brede School en Vlaggen en Wimpels blijft een zoektocht en
een uitdaging voor de toekomst. Omgekeerd kunnen de betrokken scholen andere
Brede Scholen inspireren die het soms moeilijk hebben met het opzetten van
schoolinterne brede leerprocessen en het leggen van verbindingen op dat vlak. De
keuze om zich al dan niet verder te begeven op het pad van de Brede School is
aan deze vier scholen zelf. Willen ze die uitdaging aangaan, dan kan het
aangewezen zijn een bredere blik te hanteren wanneer het gaat over
ontwikkelingskansen van hun kinderen, zodat ook andere doelen, inhouden en
samenwerkingsverbanden in het vizier komen. Al moet gezegd dat deze scholen ook
op andere terreinen al zeer actief zijn, maar dat dit buiten het opzet van dit
project bleef.
Contactpersoon
De Veerman vzw
Karel Moons
Kronenburgstraat 34
2000 Antwerpen
03/290.69.66
karel.moons @veerman.be


