Tweede studiedag Brede School - 16 mei 2008

Verslag deelsessie: Brede School en maatschappelijke participatie


“Brede School kan van invloed zijn op de omgeving”


Presentatie

Presentatie 'Brede School en maatschappelijke participatie' (ppt, 13 Mb)

 

Inbreng Luc Lamote (het Keerpunt)

Brede School het Keerpunt is een eliteschool, de illustratie die wordt gegeven kan worden vertaald naar het eigen verhaal en op die manier kunnen er lessen uit worden getrokken.

Het is van belang om een aantal redenen te formuleren waarom je een Brede School wilt zijn.

Hieronder volgen een aantal stellingen:

  • Een school mag nooit een doel op zichzelf zijn. Het is een middel om persoonlijke en maatschappelijke doelen te realiseren.
  • Een school werkt binnen een bepaalde omgeving; analyse van de fysische en sociologische omgevingsfactoren.
  • Schoolgebouwen worden maar voor 40% van de mogelijke gebruikstijd aangewend.
  • De Brede School heeft ook een economisch facet.
  • De maatschappelijke relevantie van bepaalde opleidingen wordt zelden afgewogen.

Het Keerpunt ziet eruit als een markt= open school= dit begint bij het wegnemen van de sloten. Er zijn openbare vergaderruimten gecreëerd. Bij de Brede School het Keerpunt staat de school niet centraal, de Brede School is een markt en de kwaliteit ervan is afhankelijk van de partnerorganisaties. Het collectieve gebeuren is hier niet het uitgangspunt maar wel dat wat er nadien uit volgt.

Bij het Keerpunt zijn de begrippen ‘markt’ en ‘klant’ twee belangrijke begrippen. De school is de marktplaats van de wijk en het betekent ‘ontmoeten’, een plaats om plezier te maken. Naast de economische rol heeft de Brede School ook een politieke rol. Deze politieke rol kan je slechts vervullen wanneer je je ook profileert als onderwijscentrum.

Hoe wordt de Brede School het Keerpunt georganiseerd?

  • basisprincipe = niet vergaderen en niet coördineren
  • ontstaan van kruisverbindingen door het samenwonen met verschillende partners in 1 gebouw.

-> door de aanwezigheid van de school is de straat opgewaardeerd waar het vroeger een onveilige straat was.

Hoe beoordeel je of deze Brede School een succes is? Hierbij is een belangrijk criterium voor het Keerpunt: het gekleurde middenveld kan zichzelf als politieke factor opwerpen om hun emancipatie zelf in handen te nemen.

 

Inbreng Joke Verlaet (Samenlevingsopbouw)

Joke is werkzaam in Deurne Noord. Deurne Noord = weinig openbare ruimte, weinig plekken om te spelen of om te ontmoeten, daarnaast zijn er veel scholen = potentieel!

Via de scholen kan men werken aan de sociale cohesie in de buurt -> opstart buurtprojecten.

De visie = vertrekken vanuit competenties van mensen; wat zijn de verschillende interesses van mensen en hoe kan je ze samenbrengen?

Concreet project: de pottentuin = een plekje om groen te kweken en te oogsten; gelegen tussen een dienstencentrum enerzijds en een kribbe + kleuterschool anderzijds.

De doelstellingen:

  1. al doende leren, tuincoaches
  2. mensen warm onthalen
  3. leren omgaan met conflicten/ werken rond het sociale
  4. anderen leren kennen
  5. lokale en bovenlokale diensten leren kennen
  6. linken met de buurt
  • belangrijk om te weten in welk soort buurt je zit en rekening te houden met de specificiteit van de buurt.
  • belang van competenties en interesses van de mensen
  • mensen nemen deel aan het project vanuit verschillende invalshoeken: sommigen zijn er om te kweken en iets bij te leren, anderen om er gewoon bij te zitten en te ontspannen, …
  • belang van het informeel ontmoeten
  • linken moeten blijvend gezocht worden -> dit veronderstelt openheid naar andere terreinen/ sectoren

 

Inbreng Arno Peters (Vlaams minderhedencentrum)

Arno geeft reactie op de twee praktijkvoorbeelden aan de hand van de praktijkgids voor sociale cohesie (= deze is –zoals de naam zegt- sterk geïnspireerd op de praktijk):

  • interesse in mensen van verschillende etnische achtergronden is slechts één van de vele aspecten in het hele proces van de sociale cohesie.
  • herkenbaarheid en sociaal netwerken.


Herkenbaarheid

elkaar kennen, als je in buurt woont waar je mensen niet kent-> zorgt voor weinig sociale cohesie.

Door info over elkaar te hebben -> herkenbaarheid -> creëert vertrouwen.

De samenleving is sinds de jaren ’50 veel complexer geworden. Als je wil werken aan herkenbaarheid  zorgen voor plekken waar mensen elkaar kunnen ontmoeten.

Brede identiteit = mensen zijn niet alleen een etnische afkomst, de identiteit wordt bepaald door een aantal verschillende factoren.

Vraag = hoe kan je stimuleren om mensen in hun brede identiteit te kennen? O.a. door de talenten en competenties aan bod te laten komen -> het overstijgen van de achtergrond en gezindheid zorgen voor een positieve insteek.
 

Sociale netwerken

= geheel van banden die mensen om zich heen verzamelen. We spreken over enerzijds bonding, anderzijds bridging. Bonding= verbindende contacten en bridging= overbruggende contacten nl. contacten met mensen die anders zijn dan jezelf. Deze laatste zorgen ervoor dat de samenleving niet uiteen valt, mensen hebben er baat bij en daarnaast ontstaan dit soort relaties moeizamer.

Op basis hiervan wordt gezegd: om de sociale cohesie te bevorderen moet je de bridging bevorderen. Maar doe het niet te expliciet-> zorg voor contacten die op vlotte en spontane manier ontstaan. Anders hebben de contacten geen realistische doelstellingen.

Hoe dan wel? impliciete ontmoeting nl. activiteiten die als doel niet ‘ontmoeten’ hebben maar andere dingen zoals gedeeld belang, gedeelde interesse.
 

Richt ik mij tot een breed publiek?

Goed zicht op de mensen in brede werkomgeving/ aantrekkelijk thema dat een breed publiek aanspreekt.
Het belang van het kennen van de behoefte van de klant op de markt.

Fysieke ruimte: waar is er ruimte om te ontmoeten?

Bijkomende aspecten zijn: komen mensen er spontaan? Welk imago heeft de ruimte? Is de ruimte bekend? Is het duidelijk wat er gebeurt? Zijn de regels duidelijk en gekend?

Adviezen en algemene uitgangspunten:

  • stimuleren van mensen om actief te zijn, te participeren
  • focus niet te expliciet op ontmoeten of samenleven
  • heb ik realistische doelstellingen/ vragen?

 

Vragen en bedenkingen vanuit het publiek

Hoe hebben scholen ingepikt op het pottentuin- verhaal?

Joke Verlaet: verschijnsel van interne orde eerst creëren binnen de school (of algemeen een deelnemer aan het project) om nadien tot deelname te kunnen overgaan.

Naar aanleiding van de bijdrage betreffende ‘extended schools’ in Groot-Brittannië: De basisfilosofie=samenwerking tussen verschillende actoren uit verschillende sectoren -> er ontstaat een uitgebreid netwerk rond het kind en de ouders -> ze bevinden zich bijna constant in een brede leer- en leefomgeving.
-> hoe is dit in relatie tot de Brede School het Keerpunt?
-> hoe kan men de school op concrete wijze linken aan de arbeidsmarkt?

Luc Lamote:
Identiteit = niet meer gelinkt aan de plaats waar je woont. Luc gelooft niet in maakbaarheid, wel in potentialiteit.
Arbeidsmarkt= de lopende band is terug; jaren ’70: band weg met als gevolg veel arbeiders weg; de dienstensector is binnen de school geïmplementeerd. Al de opleidingen zijn zeer dienstgericht. Laaggeschoold zijn is dan ook een enorme meerwaarde. De rendabiliteit die van de jongeren wordt gevraagd is zeer hoog. Er is vraag naar mensen die met hun handen kunnen werken.

Reactie vanuit het publiek: pleidooi voor laaggeschoold zijn -> hoe leer je hen dan omgaan met de realiteit waarbij alles zijn hoge prijs heeft?

Luc Lamote: het zijn zij die niets anders konden dus moet je hen wel een positief alternatief bieden.

Er wordt uitgegaan van ‘geen coördinatie’, maar hoe doe je dit in de praktijk? Zorgt dit voor praktische problemen voor organisatie van de activiteiten?

Luc Lamote: (zie ook boven) basisprincipe = niet vergaderen en niet coördineren. Kruisverbindingen ontstaan door het samenwonen met verschillende partners in 1 gebouw

Participatie aan de Brede School wordt hier vertaald als deelname aan ... maar hoe speel je dan in op het onderwijsproces?

Luc Lamote: heel wat scholen vatten het debat van diversiteit niet.
Als leerlingen op een school + project op school -> project door school opgemaakt -> hoe zit het dan met de participatie van de leerlingen in het project?
Hoe ontmoeten? Op café -> iedereen -> ook de leerlingen lopen er vrij rond en op die manier ontstaan ideeën en er komen activiteiten van -> ontstaan van kruisbestuivingen.