Slottoespraak Guy Vanhengel - Studiedag 'Brede School in Vlaanderen en Brussel'
maandag 11 december – 16u
Hendrik Consciencegebouw
Dames en heren,
Minister Vandenbroucke zei het ook al: deze studiedag is een boeiend moment. Het
is de gelegenheid om ideeën uit te wisselen en ervaringen te delen omtrent
'Brede school'.
Met de visietekst van het Steunppunt GOK is het kader alvast geschetst. Nu kan
de concrete invulling volgen.
Door vele partners, actief op diverse domeinen, samen te brengen, kunnen we
kinderen een origineel aanbod doen. Maar die voorwaarde maakt Brede School ook
fragiel: geen brede school zonder lokale actoren die zich willen inzetten voor
de kinderen en jongeren uit de buurt.
Catalysator voor kansengelijkheid
Zo kan Brede School ook een belangrijke catalysator worden in de “integrale”
ontwikkeling van kinderen, met bijzondere aandacht voor kansarme kinderen. In
het licht van de grootstedelijke context waarin de Vlaamse Gemeenschapscommissie
in Brussel werkt, is dit aspect voor ons zeer relevant. Het bewerkstelligen van
gelijkheid van kansen is immers ook een prioriteit van de VGC.
Het verheugt me dan ook dat in Brussel alvast enkele proefprojecten van start
gaan. De Vlaamse Gemeenschap weerhield het project “Partners in Molenbeek”. De
VGC levert een bijkomende inspanning door twee proeftuinen méér in de hoofdstad
te ondersteunen, met name “Spelen in Verbondenheid” in Anderlecht en
“UitbrEEding” in Laken.
In Anderlecht ligt de coördinatie bij de vrije basischool “Voorzienigheid” , in
Laken bij de Kunsthumaniora.
Meerwaarde in een grootstedelijke context
Brede School kan ongewtijfeld een grote meerwaarde bieden in een stedelijke
context, in het bijzonder in Brussel. Ik leg uit waarom:
We geloven ten eerste heel sterk in de kwaliteit en het potentieel van de
projecten om de integrale ontwikkeling van kinderen te stimuleren, ook en vooral
van kinderen uit kansarme gezinnen. Het is van groot belang dat we kansen en
mogelijkheden creëren opdat zij hun vrije tijd op een speelse maar leerrijke
manier zouden kunnen doorbrengen.
Ik sta ook stil bij de wijken waar de Brede School-projecten zich zullen
inbedden. Neem de “Voorzienigheidsschool” uit Kuregem als voorbeeld. Men kampt
er met een gebrek aan speelruimte, er is veel verkeer en dikwijls wonen kinderen
er in kleine huizen, zonder tuin. Zo hebben kinderen er een tekort aan
zelfstandige bewegingsvrijheid. Hier biedt Brede School dan ook een bijkomende
meerwaarde: zulke projecten geven onze jongste Brusselaars letterlijk meer
ruimte om te spelen en om zich uit te leven.
Bovendien is het voor hun taalontwikkeling in Brussel, maar ook in Vlaanderen,
van groot belang dat ze bij deze activiteiten in contact komen met het
Nederlands. Ook dat is in Brussel geen evidentie. Heel wat anderstalige ouders
kiezen voor het Nederlandstalig onderwijs in Brussel. Een legitieme en
verstandige keuze, maar de meeste kinderen horen of gebruiken buiten de
schoolmuren nauwelijks Nederlands.
Brede School kan het gebruik van het Nederlands stimuleren op een speelse en
ongedwongen manier. Het gaat hier dan niet (enkel) over het schools werken aan
taalachterstand bij anderstalige kinderen, maar ook over het stimuleren van hun
meertaligheid: hen talig laten spelen, leren en de wereld ontdekken, ook in het
Nederlands.
Tenslotte geloven we heel sterk in het belang van samenwerking met de partners
en met buurtorganisaties, en bovenal in samenwerking met de ouders.
In een Brusselse meertalige omgeving is het van onschatbare waarde om ouders
middelen aan te reiken waarmee ze zich in de leefwereld van hun kinderen kunnen
verplaatsen. Als we die ouders zo ver krijgen om mee te werken aan de Brede
School, dan kunnen deze projecten ook een ontmoetingsplaats worden van mensen
met verschillende achtergronden.
En ja, Brede School is veeleisend: hoe meer actieve partners in en rond een
school werken, hoe meer potentieel voor het project. De stem van de jongeren
zelf, van hun ouders en van de opvoeders is in dit verhaal cruciaal, met
daarnaast de belangrijke betrokkenheid van partners uit de sport-, jeugd-,
cultuur- of onderwijssector, die in dit netwerk deelnemen op basis van
gelijkwaardigheid en wederkerigheid.
Want alleen zo versterken ze elkaars deskundigheid: door het leggen van
verbindingen en door uitwisseling van competenties. De ontwikkeling door een
kind van een positief zelfbeeld staat niet los van de taalontwikkeling van dat
kind. Wel integendeel, het ene kan het andere versterken. Zo kunnen activiteiten
buiten de school, ook het zelfvertrouwen op school bevorderen.
Geen mirakeloplossing
Dames en heren,
Ik zie Brede School zeker niet als “een” of als “dé” remedie voor alle
problemen,die een grootstad voortbrengt binnen en buiten de schoolmuren.
We zijn er ons allen van bewust dat een aantal grootstedelijke kenmerken
bijzondere aandacht moeten krijgen om het project ten volle te kunnen waarmaken.
Het begint met het delen van praktijkervaringen en het uitwerken van oplossingen
met alle deskundige partners, zoals Taalvaart of Voorrangsbeleid Brussel.
Als we de gezamenlijke expertise kunnen combineren met een optimale inzet van de
mensen die dag in dag uit in en met onze scholen werken, dan kan dit alleen maar
leiden tot een succesvolle ervaring, voor alle betrokkenen en voor de kinderen
en jongeren in het bijzonder.
In ieder geval denk ik dat er hier vandaag al veel verbindingen zijn gelegd
tussen projecten onderling, tussen beleidsverantwoordelijken en
ervaringsdeskundigen, tussen beleid, theorie en praktijk ...
Ik kijk alvast, samen met jullie, uit naar de resultaten van Brede School.
Dank u voor uw aandacht!
Guy Vanhengel


