Verslagen van de werkgroepen rond de proefprojecten Brede School - Studiedag 11 december 2006
Verslagen van de werkgroepen rond de proefprojecten Brede School (pdf, 127 kB, 19p)
Op 11 december 2006 werd de studiedag ‘Brede School in Vlaanderen en Brussel’ georganiseerd. Als onderdeel van het programma vonden 5 werkgroepen plaats. In elke werkgroep lichtten telkens 3 of 4 proefprojecten kort hun werking toe en legden een vraag voor aan de toehoorders. Ook het publiek kreeg de kans om enkele vragen te stellen aan de proefprojecten. In wat volgt vindt u een beknopte weergave van de vragen die in de werkgroepen aan bod kwamen.
Verslag werkgroep 1: proefprojecten ‘Kinderopvang in een Brede School: Mogelijkheden voor een onderwijsinstelling’; ‘Expeditie Kameleon’ en ‘Het Keerpunt’.
Verslag werkgroep 2: proefprojecten ‘BuB- Brussel in UitbrEEding’; ‘Spelen in Verbondenheid’ en ‘Partners in Molenbeek (PIM)’ en 'Sport maakt Sociaal'.
Verslag werkgroep 3: proefprojecten ‘Maximale kansen voor doelgroepkinderen in de brede basisscholen van Sint-Niklaas’; ‘Netwerk IMS’ en ‘Brede school Tielt’.
Verslag werkgroep 4: proefprojecten ‘Koldertof’; ‘Jouw kind groeit op in de wijk’ en ‘Vlaggen en Wimpels Plus’.
Verslag werkgroep 5: proefprojecten ‘Marco Polo goes XXL’; ‘Op naar Nieuw Gent!’; ‘Brede School in Berkenbos’ en ‘Doorbreek’.
Verslag werkgroep 1
Kinderopvang in een Brede School: Mogelijkheden voor een onderwijsinstelling - Dendermonde
Powerpointpresentatie 11 december 2006 (ppt, 646 kB)
De uitdaging voor het project ligt in de reële implementatie van kinderopvang op verschillende locaties met gelijkaardige of andere partners. In hoeverre is er een sociaal vangnet? Wat als het project stopt? Is er zekerheid met betrekking tot inkomsten? (Vraag van het publiek)
Reactie vanuit het proefproject: Deze vraag kan gesteld worden over gelijk welke onthaalouder. De situatie is vergelijkbaar.
Er is sprake van een doorschuifsysteem: iemand zal moeten vertrekken om plaats te maken voor iemand anders. (Vraag van het publiek)
Reactie vanuit het proefproject: Het is op een vergelijkbare manier geregeld zoals dat ook zou gebeuren los van de school. Voordeel van de huidige werkwijze is dat leerkrachten die stages begeleiden ook directere toegang hebben.
Hoe groot is de kans dat de gekozen onthaalouders ook gewoon op de markt waren terecht gekomen? (Vraag van het publiek)
Reactie vanuit het proefproject: Bepaalde mogelijkheden om zich te vestigen als onthaalouder zijn niet of weinig gekend bij studenten of afgestudeerden. Of men durft de stap niet te zetten. De onthaalouders die de werking nu op zich nemen en later zullen doorschuiven zijn nu beter bekend met het werk en wat het met zich meebrengt. We schatten de kans dat zij nu op de markt zullen terechtkomen hoger in. Net zoals we de kans hoger schatten dat de huidige leerlingen uit dezelfde richtingen die de werking van nabij leerden kennen dat zullen doen.
Hoe zit de structuur van de kinderopvang in elkaar? (Vraag van het publiek)
Reactie vanuit het proefproject: De kinderopvang heeft een eigen juridische structuur. De school verhuurt aan de twee onthaalouders die aangesloten zijn bij de Dienst voor Opvanggezinnen. Ze genieten een fiscaal vrijgestelde onkostenvergoeding. Ze krijgen dus eigenlijk geen loon maar hebben een apart statuut.
Waarom Vlamo er niet bij betrekken en naar een zelfstandigenproject evolueren? (Vraag van het publiek)
Reactie vanuit het proefproject: Misschien is dit wel een piste om op termijn te bekijken, bijvoorbeeld als een mogelijk toekomstscenario voor sommigen.
Gaat het om een aparte structuur of is er een link met samenwerkende onthaalouders? (Vraag van het publiek)
Reactie vanuit het proefproject: Momenteel is er wel de link met samenwerkende onthaalouders, maar op een andere locatie. In de werkgroep wordt de beste structuur bekeken afhankelijk van de doelen en noden.
Wat met occasionele opvang en dus ook occasionele inkomsten? (Vraag van het publiek)
Reactie vanuit het proefproject: Dit is inderdaad niet evident. Vermoedelijk moeten we naast occasionele opvang ook structurele opvang voorzien. Dit wordt nog allemaal bekeken, het is momenteel nog niet duidelijk. Het project vraagt om een voortdurende bijsturing.
Expeditie Kameleon - Maasmechelen
Hoe ver mag je ‘gok’ken binnen een brede school? In welke mate kunnen, willen en mogen wij een bijdrage leveren voor zij die van buiten het onderwijs komen? Brede school werd ook ingeschreven in het GOK-plan van de school. Het probleem stelt zich voor de coördinatie. Het is moeilijk iemand te vinden voor een beperkt pakket van zes uren. (Vragen van het proefproject)
Reactie vanuit het publiek: Belangrijk is om bij een doorlichting te kunnen motiveren waarom je bepaalde keuzes hebt gemaakt. Binnenkort kan dat met de begeleiding bekeken worden in het kader van de tussentijdse evaluatie van de GOK-cyclus. Het is wellicht geen probleem.
Hoe zit het met het engagement in functie van Brede School? Hoe haalbaar is het dat een dergelijk project gestoeld op voluntarisme op lange termijn kan overleven op een structurele basis? (Vraag van het publiek)
Reacties vanuit het proefproject:
- Het bredeschoolproject streeft ernaar om monitoren een deel van de taken over te laten nemen. Het project werkt aan de creatie van een vrijwilligerskader.
- Er wordt in dit kader ook gewezen op het belang van een positieve ingesteldheid en enthousiasme als een cruciaal uitgangspunt voor Brede School.
- Het is ook een kwestie van werken aan een breed draagvlak van het project en streven naar een win-winsituatie. Ook het team moet er bijvoorbeeld iets aan hebben en er breder van worden. Verder is het LOP in Maasmechelen een belangrijke partner.
Welke middelen worden ingezet? (Vraag van het publiek)
Reacties vanuit het proefproject:
- Het betreft een combinatie van onder andere CERA-foundation, Koning Boudewijnstichting, Nationale Loterij, … Er wordt verwezen naar de website http://www.school-ecole-plus.be/Home.htm met een lijst van mogelijke sponsors.
- Projecten die ingediend worden zijn steeds realistisch opgesteld. Het is voor de school effectief mogelijk om ze uit te voeren. Wat van belang is, is het team meekrijgen.
Het Keerpunt - Borgerhout, Antwerpen
Powerpointpresentatie Keerpunt (ppt, 5,12 MB)
Weergave van het gesprek
Tijdens het gesprek komt het essentiële belang van creativiteit en kruisbestuivingen tussen de werkingen van de verschillende partners aan bod. Het gaat om het streven naar een openscholencentrum in de publieke ruimte. Onderwijs is daarbij één deel van het publiek naast vele andere. Netwerking en letterlijk een plaats hebben in de buurt, zijn dan ook belangrijk.
Dit alles uit zich in een nauw contact, op niveau van de partners én op niveau van de leerlingen, tussen bijvoorbeeld school en een plaatselijk sociaal-artistiek project Roma en andere culturele actoren, maar ook in de aanwezigheid van het bredeschoolproject in zijn geheel op het lokale partneroverleg Borgerhout, …
Er wordt gewezen op de materiële problemen die het samenleven en driedubbel gebruik van een gebouw met zich meebrengen op vlak van veiligheid, onderhoud, onthaal, … en de tijd die nodig is om deze problemen op te lossen. Deze problemen staan soms een verdere inhoudelijke verdieping van de samenwerking in de weg wegens zeer tijdrovend.
Ook de vraag naar structurele inbedding na de proefprojecten komt aan bod. Hoe kan de regiefunctie structureel voorzien worden?
Verschillende voorbeelden worden opgeworpen: het brugfigurenproject in Gent (via stedelijk fonds); In Leuven is er ook een fonds om dergelijke coördinatiefiguur te voorzien, de proeftuinen voor onderwijsvernieuwing houden ook een aanbeveling voor coördinatie in …
Vraag naar structurele financiering. Indien men per leerling structureel uren krijgt dan kan men via het urenpakket Brede School realiseren. Discussie: overstijgt deze opdracht niet die van onderwijs, wie staat in voor de middelen/financiering? In dit kader geeft het bredeschoolproject aan opgetogen te zijn over het feit dat verschillende ministeries zich achter dezelfde visie scharen (mits deze visie kwaliteit vooropstelt en personen tot autonomie wilt brengen. Brede School is daarvoor een instrument).
Discussie
In veel projecten wordt gekozen voor een gecentraliseerde coördinatie, maar niet elk project wil dat op termijn zo behouden, het weegt soms op die ene partner en kan risico’s inhouden voor de duurzaamheid van het bredeschoolproject. Belang van werken aan gedeelde verantwoordelijkheid door de partners in het netwerk. Aandacht voor coördinatie van deelactiviteiten door partners…?
Verslag werkgroep 2
BUB - Brussel in uitbreeding - Laken, Brussel
Powerpointpresentatie 11 december 2006 (ppt, 1,8 MB)
Is Laken niet een heel andere omgeving dan bij de meeste andere projecten? Laken is toch geen achterstandssituatie? (vraag van het publiek)
Reacties vanuit het proefproject:
- Dé brede school bestaat niet. Men moet vertrekken vanuit de situatie waarin men zich bevindt. Het is inderdaad een verschillende doelgroep: hierin zit juist de uitdaging om samen die diversiteit te ontdekken en errond te werken. Er zijn leerlingen uit West-Vlaanderen, uit Limburg, uit heel Vlaanderen: het is juist de bedoeling om hen ook de buurt te doen leren kennen. Leerlingen moeten zich bewust zijn van de buurt waarin ze naar school gaan zodat ze zich mee kunnen integreren in deze buurt.
- Bovendien huisvest Laken niet enkel de koninklijke familie. De bevolking in Laken is zeer divers. Hoe bereik je dan ‘Fatima’? Heel concreet was één van de gastvrouwen in het dans-aan-huis-project een Marokkaanse vrouw die een vzw leidde waar bruidsparen terecht konden voor de voorbereiding van hun huwelijk. Voor de leerlingen was dat een levenservaring en ze hebben onder andere veel geleerd over de Marokkaanse tradities, over traditionele muziekinstrumenten enzoverder.
- Overigens is dat een wederzijdse beweging: wij komen naar buiten en willen de buurt ontdekken maar omgekeerd willen we ook dat de buurt ons als school leert kennen.
Wat met het sneeuwbaleffect dat ontstaan is sinds de KHB een proefproject Brede School is? (vraag van het publiek)
Reactie vanuit het proefproject: Door dat sneeuwbaleffect doen er zich tal van mogelijkheden voor. Het is interessant om het inhoudelijk aspect verder te gaan uitwerken. Achter elk project zitten wel degelijk inhouden en doelstellingen, maar het zou te uitgebreid geweest zijn om daar in de voorstelling van het project op in te gaan. Maar bijvoorbeeld bij het kiezen van partners wordt er doelbewust te werk gegaan en wordt er ook rekening gehouden met duurzaamheid in de tijd. Er moeten inhoudelijke keuzes gemaakt worden, want er kan niet op elk voorstel worden ingegaan. Het is een Brede School en geen “evenementenbureau”.
Spelen in verbonderheid - Anderlecht
Powerpointpresentatie 11 december 2006 (ppt, 48 kB)
De Brede School moet zich toch ook in de buurt profileren en mag niet voorbijlopen aan bestaande initiatieven? (Vraag van het publiek)
Reactie vanuit het proefproject: Men is zich daar bewust van. Er vond vooraf ook een omgevingsanalyse plaats. Het is niet de bedoeling om iets totaal nieuws uit de grond te stampen. De school wil op zoek gaan naar bestaande initiatieven en hiervoor samenwerken met buurtpartners.
Hoe worden de subsidies aangewend? (Vraag van het publiek)
Reactie vanuit het proefproject: De subsidies worden besteed aan de aanstelling van een deeltijdse coördinator en aan de organisatie van gratis activiteiten voor de kinderen.
Moet er via het IBO worden ingeschreven en zijn de activiteiten ook voor andere scholen toegankelijk? (Vraag van het publiek)
Reactie vanuit het proefproject: Voorlopig gebeurt de inschrijving via de school en is om praktische redenen het aanbod enkel bedoeld voor kinderen van de school zelf. De filosofie is om met iets kleins te beginnen en zo fundamenten te leggen om nadien te kijken welke uitbreidingen en/of aanpassingen nodig en mogelijk zijn.
Welke tarieven worden gehanteerd voor de activiteiten? (Vraag van het publiek)
Reactie vanuit het proefproject: Kinderen kunnen gratis deelnemen. Hiervoor is gekozen omdat anders heel wat kinderen moeten afhaken door de financiële drempel.
In welke taal wordt er met de kinderen en de ouders gecommuniceerd? (Vraag van het publiek)
Reactie vanuit het proefproject: Nederlands is de voertaal van de school. Toch worden in contacten met de ouders vaak andere talen gebruikt om elkaar te kunnen verstaan.
Hoe kunnen we anderstalige ouders betrekken? (Vraag van het project)
Reactie vanuit het publiek: Men moet vertrekken van de noden van de ouders en er zijn meerdere instrumenten nodig om alle verschillende noden in kaart te brengen. Het is vooral belangrijk om de ouders zelf op te zoeken op plaatsen waar zij zich bevinden, hen aan te spreken en hen te vragen naar wat zij denken en verwachten.
PIM - Partners in Molenbeek - Brussel
Powerpointpresentatie 11 december 2006 (ppt, 29 kB)
Hoe kan je partners motiveren om zich in te zetten voor het project? Hoe zorg je ervoor dat ieder zijn engagement waarmaakt in een horizontale structuur waar iedereen evenveel te zeggen heeft en waar de verschillende partnerorganisaties intern vaak geconfronteerd worden met een groot verloop aan personeel? (Vraag van het project)
Reacties vanuit het publiek:
- Het is belangrijk om een win-win-situatie te creëren voor de partners en misschien is het ook niet nodig dat altijd iedereen even actief aan de vergaderingen deelneemt. Verder kan het helpen als er wordt samengezeten rond concrete acties en als partners persoonlijk worden aangesproken. Dus niet (te veel) zomaar samenzitten om te vergaderen over algemene dingen.
- Het is ook belangrijk na te gaan wie er functioneert in dat netwerk en hoe? Hoe ga je dat netwerk sterker maken? Partners moeten er zelf willen instappen om eigen doelstellingen mee te gaan verwezenlijken.
Wie maakt deel uit van de stuurgroep? (Vraag van het publiek)
Reactie vanuit het proefproject: Het is niet altijd mogelijk om met iedereen tegelijk aan tafel te zitten. Daarom bestaat de stuurgroep uit een kern van 4 mensen. De Algemene Vergadering wordt door alle leden bijgewoond. Hierin worden de krijtlijnen, die de stuurgroep uitzet, toegelicht en iedereen moet hiermee akkoord zijn vooraleer er tot actie wordt overgegaan. De coördinator zal ook de taak krijgen om een win-winsituatie te creëren voor de partners.
Hoe kunnen we kansarmen bereiken? (Vraag van het project)
Reactie vanuit het publiek: Door hen zelf aan te spreken en te betrekken en samen te werken met professionals die op dat vlak reeds werkzaam zijn zoals Schoolopbouwwerk.
Het project licht nog toe dat het de intentie heeft om jongeren te betrekken bij evaluatiemomenten en hen te vragen of ze goed bezig zijn.
Algemene opmerking uit het publiek
“Het beleid zou meer aandacht moeten hebben voor opbouwwerk en Brede School moet in de eerste plaats en vooral werken aan achterstandbestrijding”. Op deze stelling werd door andere deelnemers gereageerd maar voor deze discussie was er helaas geen tijd meer.
SMS - Sport Maakt Sociaal - Hasselt
Powerpointpresentatie 11 december 2006 (ppt, 126 kB)
De basisschool en de middenschool Lyceum Hasselt willen hun leerlingen de kans bieden om zich breed te ontwikkelen via een uitgebreid sportaanbod zowel binnen het lessenpakket op school als buitenschools. Het sportaanbod vergt een extra inzet van de leerlingen (2 u langer op school). Hoe werken we aan de motivatie van leerlingen die langer op school moeten blijven? (Vraag van het proefproject)
Schuilt er geen gevaar in het feit dat sportclubs enkel interesse hebben in het zoeken naar nieuw sporttalent en geen aandacht hebben voor de recreatieve sporters. Wat is de win-win situatie? (Vraag van het publiek)
Reactie vanuit het proefproject: Het is niet zo dat sportclubs enkel interesse hebben om nieuw talent op te sporen. Voor minder populaire sporten zoals schermen is dit een uitgelezen kans om een nieuw publiek te bereiken. Kansarme kinderen blijven immers vaak bij voetbal of gevechtssporten. Het is nog te vroeg om effecten op lange termijn te meten en vast te stellen of leerlingen effectief lid worden van de deelnemende sportclubs.
Is de schoolsport enkel toegankelijk voor de kinderen uit de school of ook voor anderen? (Vraag van het publiek)
Reactie vanuit het proefproject: De schoolsport is enkel voor eigen leerlingen maar de sporttoernooien staan open voor iedereen.
Op welke manier wordt de juiste sport gevonden voor het kind? (Vraag van het publiek)
Reactie vanuit het proefproject: Er is met de sportclubs een multidisciplinair overleg om te bepalen welke sport past bij welk kind. Zo is schermen heilzaam voor kinderen met ADHD of concentratiestoornissen omdat het hen helpt met focussen.
Zijn er specifieke activiteiten voorzien voor de moeilijk te bereiken doelgroep van allochtone meisjes? (Vraag van het publiek)
...
Verslag werkgroep 3
Maximale kansen voor doelgroepkinderen in de brede basisscholen van Sint-Niklaas - Sint-Niklaas
Als onderdeel van dit proefproject wil men studenten van de lerarenopleiding door middel van huiswerkbegeleiding ervaringen laten opdoen in contacten met ouders. Hoe selecteren we leerlingen die in aanmerking komen voor huiswerkbegeleiding bij hen thuis? Plan is om dit te doen via de GOK-leerkracht maar wie moet er nog worden betrokken? (Vraag van het proefproject)
Reacties vanuit het publiek:
- Het gezin moet sterk vragende partij zijn voor huiswerkbegeleiding thuis om te vermijden dat dit als een bedreiging wordt aanzien.
- De hogeschool kan contact zoeken met buurtvereniging, eventueel via het LOP om contact te zoeken met ouders die vragende partij zijn.
- Gezinnen mogen geen proeftuinen worden en de huiswerkbegeleiding moet vanuit de school worden gestuurd zodat er voldoende begeleiding is van de deelnemende studenten. Het is ook noodzakelijk dat ouders aanwezig zijn bij de huiswerkbegeleiding. Het huiswerk mag geen contactmiddel zijn tussen de school en de ouders. Hopelijk leidt het project ook tot het in vraag stellen van huiswerk en wordt huiswerk geen finaliteit op zich.
Een ander deel van dit proefproject richt de aandacht op sport en het onderzoeken van mogelijkheden om een laagdrempelig aanbod te creëren en doelgroepleerlingen aan te trekken
Reactie vanuit het publiek: Wat de component sport betreft is er ook hier de waarschuwing om geen nieuwe tweedeling te creëren tussen getalenteerde en niet-getalenteerde sporters en de sportclubs aan te manen ook aandacht te hebben voor recreatieve sport.
Netwerk IMS - Borgerhout
Powerpointpresentatie 11 december 2006 (ppt, 48 kB)
In het Netwerk IMS Borgerhout neemt het Instituut Maria Stella Sint Agnes het voortouw om samen met andere partners de negatieve spiraal te doorbreken waarin heel wat Borgerhoutse jongeren zich bevinden. Hoe een netwerk effectief organiseren indien tijd en middelen schaars zijn? (Vraag van het proefproject)
Reacties vanuit het publiek:
- Moet een school een netwerk organiseren of moet de school zich inschakelen in een bestaand netwerk? Is het nuttig om iets nieuw te creëren?
- Oudercontacten zijn primordiaal maar vele ouders zitten met de handen in het haar en hebben geen vat meer op hun kinderen. Opvoedingsondersteuning is voor vele gezinnen aangewezen.
De school heeft een voornamelijk vrouwelijk en allochtoon publiek. Deze groep jongeren kampt met een identiteitscrisis en een tweedeling tussen het leven thuis en op school. Zinvolle vrijetijdsbesteding is voor deze meisjes erg problematisch. Hoe hiermee omgaan? (Vraag van het proefproject)
Reactie vanuit het publiek: De moeilijke situatie waarin allochtone leerlingen zich bevinden is te wijten aan het feit dat ze loyaal willen zijn thuis en daarbuiten. Deze twee werelden bevatten echter vaak tegenstrijdigheden en brengen kinderen in de war.
Brede school Tielt - Tielt
Wat zijn de mogelijkheden van een Brede School buiten de klassieke schoolcontext? Kan een Brede School functioneren zonder een school als spilfiguur? (Vraag van het proefproject)
Reacties vanuit het publiek: Een omgevingsanalyse is essentieel voor het in kaart brengen van de noden op het terrein. Dit maakt een theoretisch concept tastbaar en verhoogt de inzet van de participanten. Afhankelijk van de omgevingsanalyse wordt duidelijk of de school spilfiguur moet zijn.
Door een bevraging kwam bijvoorbeeld aan het licht dat doordat het naschoolse Sport- en DKO aanbod op een andere plek werd aangeboden dan de naschoolse opvang, er veel kansen verloren gaan. Het aanbieden van sport en DKO op dezelfde plaats als de kinderopvang zorgt voor een verhoogde deelname.
Nemen andere partners Brede School mee in hun beleidsplannen? (Vraag van het proefproject)
Reactie vanuit het proefproject: Dit is nu nog niet het geval daar het concept nog in de praktijk moet worden omgezet en vele partners nog geen voeling hebben met de concrete noden.
Zijn de KATHO-studenten betrokken bij het project Brede School? (Vraag van het proefproject)
Reactie vanuit het proefproject: Via een voorleesproject en een bachelorproef ‘gezondheidsprojecten op school’, aangevuld met een stuk theorie over Brede School is het concept niet vreemd aan de studenten en worden ze doordrongen van de noodzaak van een brede schoolwerking.
Verslag werkgroep 4
Koldertof - Genk
Draagt Brede School bij tot de integratie tussen autochtone en allochtone jongeren? (Vraag van het proefproject)
Reactie vanuit het publiek: Brede School kan er zeker toe bijdragen: het project brengt kinderen van allochtone en autochtone afkomst samen; het zijn echter de volwassenen die kinderen labelen.
Elementen uit het gesprek
- Er wordt verwezen naar een initiatief in Antwerpen waar er een boekencaravan is die in de school vertrekt met de leerkrachten. Reactie van de Europaschool: je neemt zaken teveel uit handen van de ouders. Iemand uit het publiek stelt dat je de voorzieningen naar de kinderen moet brengen, bijvoorbeeld een deel van het aanbod van de academie decentraliseren zodat er afdelingen in de wijken zijn die makkelijker toegankelijk zijn. Maar, is het wel de oplossing om te decentraliseren? Het is een permanent wikken en wegen of een gedecentraliseerde werking noodzakelijk is: wat zetten we in en wat bereiken we daarmee?
- Investeren in buurtbewoners is belangrijk, opdat er een netwerk van buurtbewoners zou ontstaan. Hiervoor moet op een ander niveau gewerkt worden, waardoor je de buurtbewoners over de activiteiten heen met elkaar in contact brengt.
Hoe is het project ontstaan en wie is trekker van het project? (Vraag van het publiek)
Reactie vanuit het proefproject: Trekker van het project is Stad Genk. De cel educatieveprojecten is gestart met het project naar aanleiding van een onderzoek door studenten uit Heverlee. Zij hadden de wijk doorgelicht en stelden vast dat de wijk veel kansarmen kent, voornamelijk verslaafden, die in de wijk blijven hangen.
Is er een evaluatiesysteem? (Vraag van het publiek)
Reactie vanuit het proefproject: Ja, zo wordt nagegaan of de inwoners uit de wijk 5 jeugdwerkorganisaties kennen bij naam en weten waarvoor ze staan.
Wat zijn voorbeelden van knelpunten die in een bewonersvergadering naar voor komen? (Vraag van het publiek)
Reactie vanuit het proefproject: Thema’s als zindelijkheidstraining, op tijd naar school gaan: het is belangrijk dat men via verschillende kanalen aan hetzelfde werkt. Een ander voorbeeld is het voetbal: er zijn 11 jeugdploegen, daar moet een plein voor komen. Dit vraagt de betrokkenheid van alle partners, samen sta je sterker. Vaak wordt vastgesteld dat iedereen van zijn kant dezelfde of gelijkaardige problemen aanbrengt.
Zijn er niet teveel organisaties betrokken? Is de school niet teveel een intermediaire structuur die teveel zelf doet en ouders de zaken uit handen neemt? (Vraag van het publiek)
...
Jouw kind groeit op in de wijk - Gent
Tijdelijkheid/duurzaamheid van de initiatieven: hoe lang moet de projectcoördinator nog motor blijven? Moeten projecten structureel verankerd worden? (Vraag van het proefproject)
Reactie vanuit het publiek:
- Is het niet tijd om het project na 6 jaar los te laten? Om naar verzelfstandiging toe te werken? Binnen de Samenlevingsopbouw, waaruit de coördinator afkomstig is, wordt in principe alleen projectmatig gewerkt met buurtbewoners. Alleen, als de projectcoördinator afhaakt, valt het samenwerkingsverband stil. De partners nemen wel taken over, maar er moet iemand het overzicht bewaren, de doelstellingen bewaken, verbanden leggen, de partners ondersteunen, … Er moet met andere woorden een motor zijn die het geheel trekt, de lijm die alles samenhoudt. En de partners zien niemand anders die dergelijke rol kan opnemen.
- Betreffende structurele inbedding is er de ervaring dat er “pingpong” wordt gespeeld tussen de verschillende lokale overheden (onderwijs en welzijn). De lokale overheid zou dit moeten structureren, inbedden, maar anderen zien hierin niet de unieke oplossing.
Is kiezen voor een school in de buurt een belangrijke randvoorwaarde voor het slagen van een Brede School? (Vraag van het proefproject)
Reactie vanuit het publiek: Het hangt af van de definitie van een Brede School; het inschrijvingsbeleid werkt lokale rekrutering tegen.
Hoe is men gestart? (Vraag van het publiek)
Reactie vanuit het proefproject: Het is begonnen als opbouwwerk.
De projectcoördinator (VZW Samenlevingsopbouw Gent) treedt op als onafhankelijke ondersteuner. Is deze onafhankelijkheid een succesfactor voor het slagen van de netoverstijgende samenwerking? (Vraag van het publiek)
Reactie vanuit het proefproject: Volgens de coördinator had de opstart van het project zeker moeilijker gelopen. Er is nu wel een zeker vertrouwen tussen de partners maar dat blijft fragiel.
Betreffende de continuïteit en de effecten van het project: kunnen er positieve effecten worden vastgesteld bij de kinderen? (Vraag van het publiek)
Reactie vanuit het proefproject: Er blijkt een effect op schoolcarrière voor wat betreft de keuze secundair onderwijs. Maar er is een degelijke studie nodig om dit effectief te bewijzen. Het is bij dergelijke projecten niet gemakkelijk om een oorzaak-gevolg effect te isoleren, er zijn vele factoren die een rol spelen. Er is nu wel het idee om bij ‘oud-leerlingen’ uit het project na te gaan wat het voor hen heeft betekent en wat het mogelijks heeft teweeggebracht. Dat heeft alleen de waarde van een getuigenis, geen keihard wetenschappelijk bewijs.
Wie moet de regiefunctie op zich nemen? (Vraag van het publiek)
Reactie vanuit het proefproject: Dat is een heikel punt waar geen eenduidig antwoord voor is.
Vlaggen en wimpels Plus - Antwerpen, Boom, Maasmechelen en Genk
Binnen dit project is gekozen voor één duidelijke focus, namelijk kunsteducatie. Wat geeft een dergelijke ‘eenzijdige’ benadering op termijn in het licht van een brede ontwikkeling? Leidt dit tot gemiste kansen of net tot positieve effecten? (Vraag van het proefproject)
Reactie vanuit het publiek: Kunst is ruim. Het kan ook over communicatie gaan; over schrijven; taal leren; … Het is dus zeker geen enge focus.
Is er lokaal ook uitwisseling op het niveau van de scholengemeenschap (nav Genk waar er twee brede School-projecten binnen dezelfde scholengemeenschap zijn)? (Vraag van het publiek)
Reactie vanuit het proefproject: Er is wel een overleg geweest, maar er zijn geen verdere plannen in die richting.
Hoe zit de relatie tussen Vlaggen en Wimpels en Vlaggen en Wimpels Plus? (Vraag van het publiek)
Reactie vanuit het proefproject: De Vlaggen en Wimpels-projecten zijn goedgekeurd binnen de tijdelijke projecten kunstinitiatie; Vlaggen en Wimpels Plus is goedgekeurd als Brede School-project.
Wie coördineert de projecten? (Vraag van het publiek)
Reactie vanuit het proefproject: De regierol ligt telkens bij de school zelf. Zij hebben de sleutels in handen voor de ontwikkeling van de kinderen, zij kunnen in functie daarvan een netwerk uitbouwen en activiteiten opzetten. De school zelf heeft ook een beter zicht op de buurt dan een organisatie die dat van bovenaf komt doen. De school kan uiteraard wel ondersteund worden in die werking.
Elementen uit het gesprek
De samenstelling van de school in Antwerpen is enorm veranderd. Dit heeft niet alleen met Vlaggen en Wimpels te maken maar ook met veranderingen die zich voordoen in de buurt (in dit geval de bouw van een nieuw justitiepaleis: lokale “allochtone” bewoners verkopen hun huizen voor hoge prijzen en trekken naar een andere wijk, er komt een instroom van nieuwe ‘middenklasse’ bewoners). Het blijft belangrijk om de buurt in kaart te brengen en veranderingen op te volgen, want ze hebben gevolgen voor je school.
Door met kunst te werken, krijg je andere beeldvorming van de school in de buurt. Dat is iets dat groeit. Het project Vlaggen en Wimpels spreekt nu in sommige scholen bepaald publiek aan. Maar hoe behoud je de relatie met de buurt? De doelstelling om toch een school in/voor de wijk te zijn moet immers behouden blijven. Hierop inspelen via het uitstippelen van een inschrijvingsbeleid waarbij vooral in de buurt wordt gerekruteerd, is niet mogelijk. Door het huidige inschrijvingsbeleid kan men nl. niet rekruteren uit de eigen wijk. Ouders die niet uit de buurt zijn en die per sé hun kind in de school willen inschrijven omwille van haar werking komen voor de deur kamperen. Daar kan je als school weinig tegen beginnen.
Het project speelt zich enkel af in basisscholen, hoe kan het werken in secundaire scholen? (Vraag van het publiek)
Reactie vanuit het proefproject: Niet, of toch veel minder omdat een wijkgerichte werking er veel moeilijker is. Het SO is een heel ander verhaal en vraagt dus een heel andere benadering. Het Buitengewoon onderwijs is nog een ander verhaal, maar daar zijn er zeker mogelijkheden om met de wijk aan de slag te gaan.
De ontwikkeling van de kinderen staat centraal. Door de wijk sterker te maken, maak je de ouders sterker en ontwikkelen de kinderen breder.
Verslag werkgroep 5
Marco Polo Goes XXL - Antwerpen
Powerpointpresentatie 11 december 2006 (ppt, 478 kB)
Hoe kan je verschillende partners van het project, die nu elk op zich een relatie opbouwen met (een leerkracht van) de school, aan elkaar linken en komen tot een echt netwerk? Hoe kan je deze partners ook fysiek bij elkaar brengen, als de werkuren bijvoorbeeld onderling sterk verschillen? (Vraag van het proefproject)
Reacties vanuit het publiek:
- Een mogelijkheid is de partners samen te brengen via een website. Indien er een behoefte is om elkaar op te zoeken, kan men elkaar op deze wijze vinden.
- Een mogelijkheid is de partners uit te nodigen op een aangenaam opstartmoment. In ‘Doorbreek’ werden de partners uitgenodigd op een uitgebreide brunch, georganiseerd in de school. De partners zich aan elkaar voor en konden aan tafel verder met elkaar kennismaken. Daarop volgde een lijfelijke verplaatsing naar gebouwen van andere partners uit de wijk. Een volgend agendapunt werd dan daar besproken. Op deze wijze zijn partners sowieso al meer betrokken: ze zijn verantwoordelijk voor een onderdeel van de organisatie (het ter beschikking stellen van hun lokaal). Zo geef je meteen ook het signaal dat niet alleen de school centraal staat.
Wat zijn moeilijkheden bij het sluiten van partnerschappen? (Vraag van het publiek)
Reacties vanuit het proefproject:
- Het is steeds een kwestie van ‘geven en nemen’. Het is belangrijk de wisselwerking tussen de beide partners te benadrukken zodat er een win-winsituatie gecreëerd wordt. 1 + 1 = 3
- Als je als school allerlei mensen en organisaties opzoekt, wordt je na een tijd zelf ook door anderen opgezocht en aangesproken. Het komt er dan op aan het eigen aanbod telkens duidelijk te communiceren: “dit zijn wij, dit willen wij” en je noden te formuleren. Dan kan er gezocht worden naar wederzijdse opbrengst.
Op naar een nieuw Gent!
In een Brede School waar verschillende partners betrokken zijn, moet een grote coördinerende en bemiddelende rol vervuld worden, dit vooral naar communicatie en organisatie toe. In Nieuw Gent gebeurt dit door een ‘brugfiguur’ welke door de Stad Gent wordt toegewezen en gefinancierd. Hoe vullen de andere brede scholen deze functie in? (Vraag van het proefproject)
Reacties vanuit het publiek:
- Deze vraag en problematiek leeft in de proefprojecten. De taak is erg omvattend. Men is nog op zoek naar een geschikte coördinator. Het schrikt sommige mogelijke kandidaten echter af om deze taak op te nemen.
- Het initiatief ligt in een ander proefproject bij de directie van de school, welke beroep kan doen op een kernteam van andere personen, van bijvoorbeeld de cel educatieve projecten van de stad. Via mail en regelmatige bijeenkomsten wordt de coördinatietaak dan opgenomen. Hier is evenwel geen ruimte in het takenpakket voor voorzien, maar het wordt toch ingepland in de job. Men bemerkt dat men moet opletten voor vergaderitis. De efficiëntie moet bewaakt worden!
- In een ander proefproject neemt iedere leerkracht een eigen stukje op. Elke leerkracht spreekt externe partners aan, in functie van de contacten die kunnen bijdragen tot de bredere, functionele, leeromgeving.
- De coördinatie hoeft niet bij de school te liggen. Jen kan deze ook toevertrouwen aan iemand anders, bijvoorbeeld aan een partner uit de culturele of welzijnssector. Het is dan wel belangrijk dat het lokale beleid hier ook verantwoordelijkheid in kan opnemen. Op het niveau van de overheid moet hier ook structureel werk van gemaakt worden.
- Als coördinator moet je ook aandacht hebben voor de professionalisering van vrijwilligers, schoolmedewerkers, sleutelouders… In plaats van telkens weer nieuwe projecten te initiëren, moet je ook de kerntaak bewaken. De coördinator kan best beslissen ‘wie wat het best kan’.
- ‘Coördinatie’ is –door de term- eerder iets technisch, eigenlijk is het meer een vraag naar ‘regievoering’.
- Kan je een regie-opdracht beter inpassen via netoverschrijdend werken: 1 regie-opdracht voor verschillende scholen?
Brede shool in Berkenbos - Heusden-Zolder
Powerpointpresentatie 11 december 2006 (ppt, 3,77 MB)
Vanuit het nieuwe GOK-decreet stelt zich een probleem m.b.t. het bewaken van het 50%-evenwicht tussen Nederlands- en anderstalige kinderen. Vroeger kon men anderstalige kinderen doorverwijzen wanneer een bepaalde norm werd overschreden, maar nu is dat niet meer mogelijk. Hoe slagen we erin zoveel mogelijk gelijke onderwijskansen te creëren voor iedereen, gezien deze situatie? Hoe kunnen we omgaan met de gevolgen van deze nieuwe regelgeving? Hoe kunnen we in de gegeven omstandigheden zo goed mogelijk de onderwijskansen van het kind beschermen en dus geen concentratieschool worden? (Vraag van het proefproject)
Reacties vanuit het publiek:
- Het decreet was vroeger een hulpmiddel om die norm te handhaven, maar dit is niet het enige dat ervoor zorgde dat je die norm kon bewerkstelligen. Er was ook verzet van anderstalige groepen om die strategie te hanteren.
- Als je tot redelijke mix wil komen, moet er overlegd worden binnen de hele scholengemeenschap. Er dienen dan afspraken gemaakt te worden op het niveau van het LOP en je zal netoverschrijdend moeten samenwerken! De praktijk leert dat zij die dit aandurven, er ook helemaal voor gewonnen zijn. Dit hoeft niet te lijden tot één groot pluralistisch project, iedereen kan zijn eigen (ideologisch) project behouden.
- Dit is een zeer belangrijk thema! Scholen die zich niet instellen op dergelijke diverstiteit, zijn gedoemd om te sluiten, want ook allochtonen vragen zelf om een goede mix.
- De regelgeving moet op elkaar afgestemd worden op beleidsniveau, tussen de verschillende betrokken sectoren.
Doorbreek - Genk
Powerpointpresentatie 11 december 2006 (ppt, 3,32 MB)
Hoe kijkt men er tegenaan of burgerzin intercultureel moet ingevuld worden? Kan dit iets anders zijn dan wat men er doorgaans van verwacht? (Vraag van het proefproject)
De tijd liet het jammer genoeg niet toe hier nog op in te gaan.


