Methodiek tijdens het voormiddagprogramma
Download hier de methodiek die tijdens het voormiddagprogramma werd gehanteerd (pdf, 3p, 74 kB).
Een greep uit het voormiddagprogramma voor de proefprojecten Brede School
Op 11 december vond de studiedag Brede school in Vlaanderen en Brussel plaats. In aanloop naar deze studiedag werd in de voormiddag een uitwisseling opgezet tussen de verschillende proefprojecten. Doel van deze uitwisseling was de proefprojecten onderling met elkaar te laten kennismaken.
De proefprojecten kregen hiertoe de opdracht op post-its volgende zaken te formuleren:
- Vragen of uitdagingen waar ze in hun proefproject Brede School mee geconfronteerd worden
- Een sterkte of opgebouwde ervaring van hun proefproject Brede School
- Een inhoud, thema of activiteit waar hun proefproject Brede School nu vooral mee bezig is.
Vervolgens werd men uitgenodigd de post-its onder te brengen bij de aspecten van het referentiekader waar ze het meest thuis hoorden: brede ontwikkeling van kinderen en jongeren, brede leer- en leefomgeving, breed netwerk, diversiteit, verbindingen en participatie. Meer informatie hierover vindt u in de ‘Visietekst Brede School in Vlaanderen en Brussel’.
De aanwezigen verdeelden zich over deze aspecten en zetten hier, aan de hand van de post-its, een gesprek rond op.
Per aspect van het referentiekader selecteerden we enkele vragen die tijdens het gesprek naar boven kwamen en welke ook in andere Brede School projecten een rol kunnen spelen.
De vragen zijn onderling soms van een andere orde en hebben betrekking op meerdere aspecten. Dit is eigen aan de vraagstelling die leeft in de verschillende projecten.
In de uitbouw van de dossiers en fiches Brede School in de praktijk zullen sommige van deze vragen verder uitgediept worden.
U kan hier
de vragen ook downloaden, geordend per aspect van het referentiekader (pdf,
2p, 71 kB).
- Brede ontwikkeling van kinderen en jongeren
- Brede leer- en leefomgeving
- Breed netwerk
- Diversiteit
- Verbindingen
- Participatie
1. Brede ontwikkeling van kinderen en jongeren
- Hoe kan je de laagdrempeligheid van buitenschoolse activiteiten en de motivatie hiervoor bevorderen? Bijvoorbeeld bij externe sportactiviteiten, kunstactiviteiten,...
- In welke mate zijn de methodieken, ervaringen en acties van een project met een specifieke focus zoals een buurt- en kunstgericht project, vertaalbaar naar het concept van de Brede School?
- Hoe kan een bestaand project dat gericht is op de brede ontwikkeling van kinderen of jongeren, uitgedragen worden naar een andere regio of locatie?
- Welke zijn succesvolle manieren om ouders samen te brengen rond de brede ontwikkeling van hun kinderen?
- Het is belangrijk zich te richten op de totale persoonlijkheid van kinderen en jongeren. Hoe betrek je hen vanuit hun competenties en interesses?
- Hoe kunnen studenten van de lerarenopleiding betrokken worden, zodat zij hun ‘bredeschoolvaardigheden’ kunnen ontwikkelen?
2. Brede leer- en leefomgeving
- Hoe starten we de eerste activiteiten op?
- Staat een focus op één aspect zoals bijvoorbeeld kunst, sport, creativiteit,… de ontwikkeling naar een brede leer- en leefomgeving op lange termijn niet in de weg?
- Hoe houden we het aanbod vanuit het netwerk beheersbaar?
- Hoe kunnen we de mogelijkheden tot vrijetijdsbesteding vergroten?
- Is ‘kiezen voor een school in de buurt’ een noodzakelijke randvoorwaarde voor een Brede School?
- Hoe breng je een positieve dynamiek in de Brede School, als je vertrekt van een omgevingsanalyse waarbij je veel problemen detecteert?
- Op welke wijzen kan je verbindingen leggen tussen factoren uit de buurt en het leren op school?
3. Breed netwerk
- Welke partners brengen we samen, op welke manier, wanneer en waar?
- Wat zijn mogelijkheden om verschillende partners actief samen te brengen en hen zo de kans te bieden ook onderling te netwerken?
- Welke aspecten maken netoverschrijdend samenwerken moeilijk?
- De inbedding van een project Brede School in de reguliere werking is een groeiproces. Hoe kan je de draagkracht van alle partners bewaken?
- Hoe vinden we een geschikte coördinator? Wat zijn voorwaarden opdat een coördinator door elke partner aanvaard wordt? Hoe kan de afhankelijkheid van een coördinator doorbroken worden? Hoe veranker je zo’n coördinatiefunctie op termijn?
- Hoe doorbreek je dat partners in het netwerk zich afwachtend opstellen ten aanzien van de initiatiefnemer van het Brede School project?
- Hoe maak je ouders betrokken partij? Welke deelaspecten kunnen zij opnemen? Hoe verhouden deze zich tot het takenpakket van de leerkracht?
- Hoe kunnen we ouders actiever betrekken bij het invullen van de vrije tijd?
- Hoe versterk je een netwerk? Welke concrete acties dragen hiertoe bij?
- Hoe bekomen we dat Brede School structureel verankerd wordt? Welke acties en ondersteuning zijn daarvoor nodig?
- Hoe kan de bestaande regelgeving die het ondernemen van gezamelijke acties vanuit een netwerk soms in de weg staat, versoepeld worden?
4. Diversiteit
- Hoe kunnen we streven naar gelijke kansen voor alle leerlingen? Welke rol speelt het GOK-II decreet hierin?
- Hoe neem je diversiteit tussen leerlingen mee in de concrete uitwerking van activiteiten, bijvoorbeeld: hoe neem je de diversiteit bij de leerlingen in overweging bij het werken aan burgerzin?
- Welke zijn de valkuilen bij eerste contacten met doelgroepgezinnen?
5. Verbindingen
- Hoe stemmen we de wensen en verwachtingen van de verschillende deelnemers op elkaar af?
- Hoe kunnen we verschillende deelprojecten op elkaar afstemmen?
- Hoe verhouden Brede School en GOK zich tot elkaar? Kunnen de acties op schoolniveau samenvallen?
- Welke simpele, alledaagse zaken zorgen voor meer samenhorigheid?
- Hoe veranker je wat er in de proefprojecten gebeurt in een structurele werking?
- Brede School wordt lokaal ingevuld. Dit concretiseert zich in heel verschillende projecten. Op welke wijze kan dit ondersteund worden?
6. Participatie
- Welke methodieken bevorderen participatie van de verschillende actoren?
- Hoe lukt het ons om nog meer partners uit de buurt te betrekken?
- Ouders; kinderen, buurtbewoners, leerkrachten een rol laten spelen bij de uitwerking en/of invoering van Brede School-activiteiten vraagt de nodige investeringen. Op welke wijze kan hier best de nodige tijd en ruimte voor voorzien?
- Hoe groot zien we het project: hoeveel mensen willen we betrekken/ bereiken?
- Hoe kunnen we contacten tussen allochtone en autochtone ouders bevorderen?
- Hoe kunnen partners die voor ons moeilijk bereikbaar zijn, toch meer betrokken worden?
- Hoe vergroot je het engagement van de partners in een kansarme omgeving?
- Waar situeren zich de verschillen in het realiseren van participatie in het basisonderwijs en het secundair onderwijs? Participatie lijkt moeilijker realiseerbaar in het secundair onderwijs.


