|
| |
Eindverslag werkgroep 4 - Begeleiding en ondersteuning van scholen
U vindt op deze pagina de html-versie van het eindverslag van deze werkgroep.
Dit eindverslag werd voorgesteld door de voorzitter van de werkgroep op de
slotconferentie van de RTCB.
U kan het volledige eindrapport van de RTCB,
met inbegrip van een algemene inleiding en voetnoten,
ook downloaden in pdf-formaat.
1. Inleiding
De onderstaande tekst is het resultaat van de vier werkgroepvergaderingen
rond het thema ‘begeleiding en ondersteuning’. De werkgroep was samengesteld uit
verschillende betrokken actoren uit het Brusselse onderwijsveld: afgevaardigden
van de scholen, netten, pedagogische begeleidingsdiensten, onderwijspartners,
CLB’s, studentenvereniging, administratie en vertegenwoordigers van het beleid
van de Vlaamse Gemeenschap en van de Vlaamse Gemeenschapscommissie, inspectie en
lerarenopleidingen.
De eerste werkgroepvergadering vertrok van een aantal stellingen over drie
thema’s: ‘begeleidings- en ondersteuningsinitiatieven’, ‘lerarenopleiding’ en
‘scholen en hun omgeving’. In de volgende twee vergaderingen werden deze
inhouden verder besproken. Op basis van de discussie maakte het secretariaat van
de werkgroep een ontwerp van de tekst die de besproken hoofdlijnen en
aanbevelingen bevat. Op basis van de reacties van de werkgroepleden is de tekst
herwerkt. Tijdens de vierde en laatste vergadering werkte de werkgroep deze
tekst af tot wat nu voorligt. Inhoudelijk wordt heel wat aangegeven in deze
nota. Verschillende punten vergen nog verdere concretisering.
De onderwerpen en aanbevelingen gaan uit van de Brusselse realiteit. Sommige
zijn ook van toepassing op heel Vlaanderen. In de praktijk is het niet eenvoudig
om deze twee van elkaar te onderscheiden. Zowel tijdens de vergaderingen van de
werkgroep als in deze tekst bleef de focus op Brussel gericht.
2. Behandelde thema’s
2.1 Begeleidings- en ondersteuningsinitiatieven
2.1.1 De school en het schoolbestuur/inrichtende macht
2.1.1.1 De school staat centraal
De school staat centraal en is verantwoordelijk voor de kwaliteit van het
onderwijs en van een goed beleid in de school.
- De begeleiding en ondersteuning staan ten dienste van het schoolteam, met het
oog op het leren van het kind.
- De begeleiding en ondersteuning houden rekening met de verscheidenheid van
scholen (schoolspecifiek, netspecifiek, omgevingspecifiek, Brusselspecifiek).
2.1.1.2 De school heeft recht op begeleiding en ondersteuning
Elke school in Brussel heeft, gelet op de specifieke situatie, recht op
begeleiding en ondersteuning.
- Deze begeleiding en ondersteuning moeten echter continu en specifiek zijn.
Continu, want er moet altijd begeleiding en ondersteuning zijn en specifiek,
want de begeleiding en ondersteuning moeten gericht zijn op de Brusselse
situatie.
2.1.1.3 De school is autonoom
De school is autonoom verantwoordelijk voor de kwaliteit van het onderwijs en
dus voor de interne kwaliteitszorg. Scholen blijven vrij om gebruik te maken van
het begeleidings- en ondersteuningsaanbod en om hulp- of zorgvragen te
formuleren. De school kiest zelf aan wie zij de vraag stelt, hetzij aan de
netgebonden pedagogische begeleiding, hetzij aan het
ondersteuningscentrum/expertisecentrum (zie 2.1.5).
- De pedagogische begeleiders en de ondersteuners werken vraaggericht binnen de
globale context van de school.
- Samen met de school maken de begeleiders en de ondersteuners een
gemeenschappelijke analyse van de vraag uitgaande van de verschillende
deskundigheden. De vraag van de school blijft centraal.
- De analyse van de vraag resulteert in het formuleren van een gecoördineerd
antwoord zowel wat inhoud als wat aanpak betreft en dit op de verschillende
niveaus binnen de school (leerlingen, klas, school,
scholengemeenschap/scholengroep).
- Een antwoord of traject kan diverse aspecten omvatten waarbij een beroep wordt
gedaan op de verschillende expertises: de expertise van de begeleiders, de
ondersteuners, de school, de lerarenopleiding, de CLB’s en eventuele andere
partners.
2.1.1.4 Beleidsvoerend vermogen
De Brusselse situatie vereist dat het beleidsvoerend vermogen van de scholen
versterkt wordt . Zo kan de school op een kwaliteitsvolle manier autonoom een
hulpvraag stellen vanuit evaluatie en zelfreflectie. De begeleiders en de
ondersteuners kunnen hierbij een rol spelen.
- Doordat het beleidsvoerend vermogen van Brusselse scholen meer onder druk staat,
is er ook een grotere behoefte aan het systematisch bekijken en analyseren
ervan. De school speelt hierin de eerste rol, eventueel in samenwerking met de
pedagogische begeleiding.
- Een sterk leiderschap is nodig om alle ondersteuning en begeleiding op te volgen
en om het ontwikkelde instrumentarium efficiënt te gebruiken.
- De eerste partner van de scholen om hun beleidsvoerend vermogen te versterken is
de pedagogische begeleiding. Zij werkt samen met andere partners om efficiënt te
werken aan het beleidsvoerend vermogen van de school.
2.1.1.5 De schoolbesturen/inrichtende machten
De schoolbesturen/inrichtende machten hebben de verantwoordelijkheid om een
goed beleid in de school mogelijk te maken.
- Schoolbesturen/inrichtende machten kunnen begeleid en ondersteund worden, zodat
zij hun rol ten aanzien van de scholen ten volle kunnen opnemen.
2.1.2 De pedagogische begeleiding
De pedagogische begeleiding is de eerste partner van de scholen. Vanuit dat
partnerschap begeleidt zij de school in het realiseren van haar beleidskracht en
het waarborgen van de kwaliteit en bewaakt zij de coördinatie van de
ondersteunings- en begeleidingstrajecten.
- De pedagogische begeleidingsdiensten moeten daarom versterkt worden wat betreft
omkadering.
- Bovendien is er een behoefte aan taakspecialisatie. Het is belangrijk dat de
pedagogische begeleidingsdiensten zich afstemmen op de Brusselse situatie met al
haar uitdagingen. Dit vraagt uiteraard de nodige kennis van de Brusselse
specificiteit.
2.1.3 De Brusselse onderwijspartners
De ondersteuners gaan op in één werking om de efficiëntie, effectiviteit en
de kwaliteit van hun verschillende werkingen te optimaliseren.
- Binnen deze eengemaakte werking is er een duidelijke integratie van de huidige
aanwezige expertise (taalbeleid, omgaan met diversiteit en differentiatie,
ouderbetrokkenheid, stimuleren van Nederlands buiten de school(m)uren,…). Het
onderwijs is evenwel een dynamisch gegeven. Inhouden, aanpak en ondersteuning
evolueren mee.
2.1.4 Een geïntegreerd concept van ondersteuning
De begeleiders en de (eengemaakte) ondersteuners werken samen binnen een
geïntegreerd concept van ondersteuning. Dit geïntegreerde concept omvat het hele
proces vanaf de hulpvraag door de school tot de implementatie in de school.
- De geïntegreerde ondersteuning moet zich duidelijk en transparant profileren
naar het werkveld.
- Binnen het geïntegreerde ondersteuningsconcept wordt een systematische
monitoring ingebouwd om de effectiviteit ervan te evalueren en de werking
continu af te stemmen op de Brusselse behoeften.
- Om de begeleiders en ondersteuners in staat te stellen een gemeenschappelijke
analyse uit te voeren die leidt tot één traject, is de ontwikkeling van een
instrumentarium onmisbaar.
- De geïntegreerde ondersteuning moet inhoudelijk doorlopen van het basisonderwijs
naar het secundair onderwijs.
- Het bewaken van het totale proces gebeurt samen met de school. De school blijft
verantwoordelijk voor de resultaten van de ondersteuning. De ondersteuners en
begeleiders zijn verantwoordelijk voor de kwaliteit van het traject.
- De begeleiders en ondersteuners kunnen hun deskundigheid onder bepaalde
voorwaarden ten dienste stellen van de school en van derden, o.a. de
lerarenopleiding en de schoolomgeving.
2.1.5 Ondersteuningscentrum/expertisecentrum
Om het geïntegreerde concept te kunnen realiseren moet er een
ondersteuningscentrum/ expertisecentrum worden opgericht.
- Er wordt een model ontwikkeld met duidelijke afspraken, rekening houdend met de
verantwoordelijkheid van elk van de actoren.
- Er wordt een onderscheid gemaakt tussen het bestuurlijke luik, het studie- en
ontwikkelingsluik en het implementatieluik.
- Er is een longitudinale werking van in het basisonderwijs naar het secundair
onderwijs nodig op korte termijn.
2.1.6 De relatie met de administratie
Tussen het ondersteuningscentrum/expertisecentrum en de
onderwijsadministratie van de Vlaamse Gemeenschapscommissie is een inhoudelijke
band nodig.
- Een wisselwerking tussen de administratie en het ondersteuningscentrum/
expertisecentrum is essentieel.
- Via de onderwijsadministratie stroomt expertise door naar de andere
beleidsdomeinen.
2.2 Lerarenopleiding
2.2.1 Brussels regionaal overlegplatform
Het is belangrijk om voor Brussel een regionaal netoverschrijdend
overlegplatform te organiseren waar alle Nederlandstalige lerarenopleidingen uit
Brussel, de begeleiders en de ondersteuners inhoudelijk in participeren. De
docenten dienen zeker betrokken te worden bij de werking van het
overlegplatform.
- Binnen dit platform kunnen de verschillende partners kennis en deskundigheid
uitwisselen én er gebruik van maken in hun werking, knelpunten bespreken,
gezamenlijke initiatieven nemen,…
- De expertise die binnen dit Brussels platform ontwikkeld en verzameld wordt,
moet ook doorgegeven worden aan expertisenetwerken van lerarenopleidingen in
Vlaanderen.
2.2.2 Brussels aanbod
De Brusselse lerarenopleidingen hebben een verantwoordelijkheid bij de
opleiding en (verdere) professionalisering van leraren op het vlak van
specifieke Brusselse thema’s en moeten hiertoe een voldoende aanbod creëren.
- Scholen, de begeleiding en de ondersteuning moeten een rol spelen in het leiden
van de leraren naar het aanbod van Brusselse nascholing (voor leraren).
- De Brusselse lerarenopleidingen moeten stagiairs voldoende stageaanbod aanreiken
zodat zij het Brusselse werkveld leren kennen als een uitdagende
beroepssituatie. De begeleiders en ondersteuners kunnen een rol spelen bij de
opvang van stagiairs in de school.
2.2.3 Mentoren
Mentorschap is een goede hefboom voor stagiairs en beginnende leraren om de
link te maken tussen de opleiding en de dagelijkse klaspraktijk.
- De complexiteit van de Brusselse situatie vraagt om een sterker uitgebouwd
mentorschap.
- Mentorschap voor beginnende leraren moet rekening houden met hun kennis,
vaardigheden, ervaring en vooropleiding.
- Op schoolniveau wordt er samengewerkt met de aanwezige begeleiders en
ondersteuners.
2.2.4 Tutoring
Tutoring levert onder bepaalde voorwaarden een bijdrage aan de ondersteuning
van leerlingen en kan gebeuren in samenwerking met de lokale school en de daar
aanwezige ondersteuning en begeleiding.
- De tutor werkt binnen een vooraf bepaald kader en mag/kan de taak van de school
niet overnemen.
- Tutoring levert een zinvolle bijdrage in de kennis- en ervaringverwerving van de
student en de leerling en kan ook ten goede komen van de school.
2.3 School en omgeving
2.3.1 Scholen in een grootstedelijke en lokale context
Scholen zijn een onderdeel van de grootstedelijke en lokale context. De
school kan een rol spelen in het sociale weefsel van haar omgeving.
- Leraren moeten aangemoedigd en ondersteund worden om de gemeente, de buurt en
het thuismilieu van hun leerlingen te leren kennen. Het
ondersteuningscentrum/expertisecentrum speelt hierbij een rol.
- Het openstellen van de infrastructuur kan een aanleiding zijn om de contacten
met de buurt uit te bouwen en de kinderen extra mogelijkheden aan te bieden.
2.3.2 Kennis Nederlands bij ouders
Een minimale kennis van het Nederlands bij anderstalige ouders en een
openheid voor de Nederlandstalige taalgemeenschap moeten gestimuleerd worden met
het oog op het leren van de kinderen.
- Organisaties die zich richten op het verhogen van de kennis van het Nederlands
bij ouders en/of op het stimuleren van de openheid van ouders naar de
Nederlandstalige gemeenschap, moeten een beroep kunnen doen op het
ondersteuningscentrum/expertisecentrum.
2.3.3 Initiatieven buiten de school(m)uren
De expertise vanuit onderwijs kan gebruikt worden binnen de initiatieven
buiten de school(m)uren .
- Om een kwaliteitsvolle talige benadering van de kinderen van het Nederlandstalig
onderwijs buiten de school(m)uren te organiseren, moet het opgestarte initiatief
van taalondersteuning verder uitgebouwd worden.
- Vanuit het ondersteuningscentrum/expertisecentrum is het belangrijk om te zorgen
voor samenwerking en continuïteit tussen de schoolse, voorschoolse en
buitenschoolse sector op het vlak van taalstimulering.
- De onderwijsadministratie van de VGC zorgt voor de band tussen onderwijs en de
andere sectoren.
2.3.4 Een brede school
Een brede school kan het netwerk in en rondom de school versterken in het
belang van een krachtige leer- en leefomgeving voor alle kinderen.
- Een Brussels Bredeschoolmodel moet de basisfilosofie van de Brede School én de
eigenheid van de Brusselse situatie integreren. Het
ondersteuningscentrum/expertisecentrum kan hierbij elementen aanbrengen.
3. (Beleids)aanbevelingen
Deze (beleids)aanbevelingen kunnen niet los van de bovenstaande tekst worden
gelezen. De situering en de uitgangspunten in de tekst zijn essentieel om de
aanbevelingen correct te plaatsen.
1. Begeleidings- en ondersteuningsinitiatieven
- De middelen voor de ondersteuners in Brussel blijven minimaal behouden.
(zie 2.1.1.2)
- De Brusselse ondersteuners gaan op in één werking. (zie 2.1.3)
- De pedagogische begeleiding wordt versterkt op vlak van omkadering. (zie
2.1.2)
- De pedagogische begeleiding specialiseert zich meer voor haar taak
binnen Brussel. (zie 2.1.2)
- De mogelijkheid wordt gecreëerd om schoolbesturen/inrichtende machten te
ondersteunen. (2.1.1.5)
- Scholen worden begeleid en ondersteund vanuit een geïntegreerd concept.
(zie 2.1.4)
- Een ondersteuningscentrum/expertisecentrum wordt opgericht. (zie 2.1.5)
- Tussen het ondersteuningscentrum/expertisecentrum en de
onderwijsadministratie van de Vlaamse Gemeenschapscommissie is er een
inhoudelijke band. (zie 2.1.6)
De discussie omtrent de doelstellingen en de uitwerking van de structuur
van het ondersteuningscentrum/expertisecentrum moet later en elders verder
worden gevoerd.
2. Lerarenopleiding
- Er wordt een regionaal netoverschrijdend platform tussen alle
Nederlandstalige lerarenopleidingen in Brussel opgericht. (zie 2.2.1)
- Het mentorschap en tutoring worden sterker uitgebouwd. (zie 2.2.3 en
2.2.4)
- De lerarenopleiding bouwt een aanbod van opleiding en (verdere)
professionalisering uit dat voldoende rekening houdt met de specifieke
Brusselse situatie. (zie 2.2.2)
3. School en omgeving
- Het project van taalondersteuning buiten de school(m)uren wordt
uitgebreid. (zie 2.3.3)
- Er wordt een Brussels Bredeschoolmodel ontwikkeld. (zie 2.3.4)
|