Zoeken


Basisonderwijs - Lager Onderwijs -  Algemene uitgangspunten

1. Vooraf

Zowel de algemene uitgangspunten voor eindtermen en ontwikkelingsdoelen in het basisonderwijs als de uitgangspunten per leergebied zijn teksten overgenomen uit de officiŽle publicatie : "Ontwikkelingsdoelen en eindtermen. Informatiemap voor de onderwijspraktijk. Gewoon Basisonderwijs" (Ministerie van de Vlaamse Gemeenschap, Departement Onderwijs, Afdeling Informatie en Communicatie, 1998.)

De oorspronkelijke uitgangspunten zijn opgenomen in de memorie van toelichting bij het decreet van 22 februari 1995. Bij de decreetswijziging in 1997 van de eindtermen en ontwikkelingsdoelen, werd de memorie van toelichting niet aangepast. De teksten die nu voorliggen zijn afgestemd op de doorgevoerde wijzigingen in 1997. Bovendien zijn er bij elk leergebied van zowel kleuter- als lager onderwijs uitgangspunten (kerngedachten) voorzien specifiek voor het betreffende niveau.

2. Uitgangspunten

Verschillende soorten eindtermen

Voor een goed begrip

In het Decreet basisonderwijs staat beschreven wat eindtermen zijn.

"Eindtermen zijn minimumdoelen die de overheid noodzakelijk en bereikbaar acht voor een bepaalde leerlingengroep. Met minimumdoelen wordt bedoeld: enerzijds een minimum aan kennis, inzicht en vaardigheden die alle leerlingen van de leerlingengroep verwerven tijdens het leerproces en anderzijds een minimum aan attitudes die de school nastreeft bij de leerlingen." (art. 44).

De decreetgever maakt hiermee een onderscheid tussen kennis, inzicht en vaardigheden enerzijds en attitudes anderzijds. De reden hiervoor moet gezocht worden in de besprekingen over de evaluatie van de eindtermen. Wanneer men stelt dat eindtermen doelen zijn die de leerlingen moeten bereiken, dan is dit voor attitudes niet altijd zo evident. Het ontwikkelen van een houding of attitude is een sterk individueel gekleurd proces waarin de school wel een bijdrage kan leveren, maar dat toch veeleer als een streefdoel moet worden beschouwd. Dit wil zeggen dat de overheid deze attitudes belangrijk en noodzakelijk acht voor elk kind en verwacht van iedere school dat zij daar met haar leerlingen aan werkt. In de lijst met eindtermen worden attitudes met een * aangeduid.

Een gelijkaardige redenering gaat op voor de leergebiedoverschrijdende eindtermen voor Leren Leren en Sociale Vaardigheden.

"Eindtermen kunnen leergebiedgebonden en leergebiedoverschrijdend zijn. Leergebiedgebonden eindtermen, met uitzondering van de attitudinale eindtermen zijn minimumdoelen die de leerlingen gedurende het leerproces moeten bereiken.

Leergebiedoverschrijdende eindtermen zijn minimumdoelen die niet specifiek behoren tot ťťn leergebied, maar onder meer door middel van meer leergebieden of onderwijsprojecten kunnen worden gerealiseerd.

Leergebiedoverschrijdende en attitudinale eindtermen moet de school bij haar leerlingen nastreven." (Decreet Basisonderwijs art. 44).

Misschien vraagt u zich nu af wat deze verschillen betekenen voor uw klaspraktijk. Niet veel waarschijnlijk, want van elke school - en bijgevolg van elke leerkracht - wordt verwacht dat zij alle eindtermen, ongeacht welke, nastreeft bij alle leerlingen. De school heeft met andere woorden een inspanningsverplichting voor alle eindtermen. De school heeft enkel een resultaatsverplichting voor de leergebiedgebonden eindtermen, met uitzondering van de attitudinale eindtermen (de eindtermen met een *).

Het is de school die door de overheid ter verantwoording wordt geroepen voor het bereiken van de eindtermen. Niet de leerkracht dus en ook niet de individuele leerling.

In het decreet basinonderwijs lezen we immers: "De klassenraad beoordeelt autonoom of een regelmatige leerling in voldoende mate de doelen die in het leerplan zijn opgenomen heeft bereikt om een getuigschrift basisonderwijs te bekomen." (art. 53).

Met andere woorden: de klassenraad beslist of een leerling 'slaagt' in het basisonderwijs en bijgevolg een getuigschrift krijgt. De inspectie oordeelt of de school 'slaagt' in haar inspannings- en resultaatsverplichting. Het schoolbestuur beoordeelt het functioneren van de individuele leerkracht. Zo heeft ieder een verantwoordelijkheid in de kwaliteitszorg.

Functie

Eindtermen: wat doen we ermee?

Elke school heeft haar identiteit en legt eigen accenten. En toch hebben alle scholen de eindtermen als gemeenschappelijk referentiepunt. Alle scholen kunnen de eindtermen op een aantal manieren 'gebruiken'.

Reflectie op aanbod en evaluatie

Om te beginnen kan elke school voor haar populatie nagaan in welke mate de eindtermen gemakkelijk of moeilijk haalbaar zijn. Sommige scholen zullen misschien extra inspanningen moeten leveren om zoveel mogelijk leerlingen over de meet te halen. Voor andere scholen zal dit gemakkelijker zijn. Maar elke school zal zich moeten bezinnen over het aanbod dat zij wil doen in de vorm van specifieke doelen.

Elke school kan ook nadenken over haar eigen evaluatie. Wat evalueren we? Welke aspecten uit de eindtermen worden al wel of nog niet geŽvalueerd? Beschikken we over evaluatieresultaten voor heel de school? Brengen we vorderingen van kinderen in kaart? En zo ja, kunnen we dit in verband brengen met de eindtermen?

Aangrijpingspunten voor verandering

Het toetsen van de eindtermen aan de eigen praktijk kan voor verrassingen zorgen. Het is niet denkbeeldig dat een school of een individuele leerkracht 'blinde vlekken' ontdekt. Met blinde vlekken bedoelen we aspecten waaraan men in het verleden weinig of geen aandacht besteedde. Overleg binnen de school kan een aantal thema's aan het licht brengen waaraan men prioritair wil werken.

Indeling

Een overzichtelijk geheel

Eerder al wezen we erop dat de indeling in leergebieden geenszins bedoeld is om een bepaalde structuur aan te geven voor het onderwijsaanbod in de klas of school. Elke school is daarin vrij. Voor het basisonderwijs legt de overheid geen lessenroosters vast. De school maakt bijvoorbeeld zelf uit of zij leerinhouden in meer of mindere mate in samenhang aanbiedt. Op grond daarvan beslist zij zelf over haar tijdsbesteding.

De vijf leergebieden en de domeinen binnen elk leergebied, die als ordeningskader werden gebruikt voor de eindtermen, zijn niet echt nieuw voor de lagere school. De herkenbaarheid van de twee leergebiedoverschrijdende thema's is minder groot. Hoewel het lager onderwijs ook al enige traditie had op beide terreinen, werden ze in het verleden niet zo expliciet en apart vermeld. De reden om dit nu wel te doen heeft te maken met het belang dat de overheid eraan hecht. De doelen voor Leren Leren en Sociale Vaardigheden zijn zo fundamenteel, zowel voor de verdere studie als voor het goed maatschappelijk functioneren van jonge kinderen, dat een aparte vermelding aangewezen leek. Dit wil natuurlijk niet zeggen dat men ze ook apart moet behandelen als nieuwe 'leervakken'. Integendeel!

De indeling in vijf leergebieden is dezelfde voor het kleuter- en het lager onderwijs. Dit verhoogt de doorzichtigheid en onderstreept de ontwikkelingslijn doorheen de basisschool. De twee leergebiedoverschrijdende thema's, Leren Leren en Sociale Vaardigheden, worden ook behouden in het secundair onderwijs. Via andere en meer complexe contexten bouwt men in het secundair onderwijs voort op de reeds verworven kennis, inzichten, vaardigheden en attitudes.

naar boven

Laatst gewijzigd op: 14/10/2014