Het Equalproject JANUS wil door middel van een Vlaams en transnationaal ontwikkelingspartnerschap methodieken en instrumenten ontwikkelen,
uittesten en in het Vlaamse beleid integreren waarmee samenwerkingsverbanden van secundaire scholen en bedrijven/diensten
een volwaardige en efficiënte vorm van alternering en/of werkplekleren kunnen ontwikkelen voor die leerlingen die voor dit
onderwijsconcept kiezen, daarbij ook oplossingen zoekend voor een aantal obstakels die deze transitie in de weg staan.
Subdoelstelling
Dit project kan onderverdeel worden in een aantal deelprojecten die onderling gelinkt zijn door het transitieconcept onderwijs - arbeidsmarkt.
Uitbouwen van het alterneringsconcept in voltijds onderwijs
Nieuwe impuls geven aan het alterneringsconcept in deeltijdse leervormen
Uitwerken van voortrajectmogelijkheden voor nog niet arbeidsrijpe jongeren in deeltijdse leervormen
Uitwerken van de opleidingskaarten voor DBSO
Verhogen van de functionele taalvaardigheid van jongeren.
Transitieplannen uitwerken voor jongeren uit BuSO OV2
Looptijd:
1ste fase (voorbereidende fase): November 2004 tot April 2006
2de en 3de fase: Mei 2005 tot April 2008.
Partnerschap:
Het Vlaamse partnerschap bestaat momenteel uit:
promotor: de dienst Beroepsopleiding van het departement onderwijs en vorming
onderwijsverstrekkers: het Gemeenschapsonderwijs, OVSG, POV, VVKSO.
sectororganisaties: IPV, FVB en EDUplus
Ontwikkelende partners: het Centrum voor Taal en Onderwijs en Arktos vzw (i.s.m. Groep Intro vzw)
Het transnationaal partnerschap Triple-F is een samenwerkingsverband tussen projecten in Finland, Vlaanderen en Nederland (Finland, Flanders
and Friesland) met als gemeenschappelijke doelstelling: het vermijden van drop-out in het opleidingscurriculum
Een objectieve en beschrijvende inventarisatie van bestaande voortrajecten in al
hun verscheidenheid (voorjaar 2007, deel 1) en een poging tot
antwoord op de vele vragen en invullingen rond deze materie (deel 2). Een convergerende visie van zowel onderwijs als vormingswerk.
ESF: bijdragen tot de ontwikkeling van de werkgelegenheid door het bevorderen van inzetbaarheid,
ondernemerschap, aanpasbaarheid en gelijke kansen, en door het investeren in menselijke hulpbronnen.