|
U bent hier: Onderwijs en Vorming >
Doorlichtingsverslagen
|
Wat is een doorlichting?Waarom?De inspectie gaat na of scholen hun maatschappelijke opdracht realiseren: het nastreven van ontwikkelingsdoelen, leergebiedoverschrijdende en vakoverschrijdende eindtermen en het bereiken van eindtermen en leerplandoelstellingen. Scholen voor buitengewoon onderwijs moeten een handelingsplanning realiseren. Wat?Met het nieuwe Kwaliteitsdecreet van 8 mei 2009 stapte de onderwijsinspectie over van integraal naar gedifferentieerd doorlichten: de onderwijsinspectie licht de scholen, academies en centra door op basis van het schoolprofiel. Dit schoolprofiel (gebaseerd op een bronnenanalyse en een verfijning ter plaatse) geeft een inschatting van de kwaliteit van de instelling. Door interpretatie en deliberatie komen de inspecteurs uiteindelijk tot een doorlichtingsfocus: welk leergebied, studierichting of ander aspect bekijken ze van nabij tijdens de eigenlijke doorlichting? De inspecteurs bepalen de focus in verhouding (recht evenredig) tot de ingeschatte sterke en zwakke punten van de school. Wie en hoe lang?Elke doorlichting gebeurt door een team van inspecteurs. Het team staat onder leiding van de inspecteur-verslaggever. De inspecteur-verslaggever is verantwoordelijk voor de organisatie van een schooldoorlichting en voor de verslaggeving. Hij is ook de contactpersoon tussen de school en het inspectieteam. De duur van de eigenlijke doorlichting (drie tot zes dagen) en de samenstelling van het inspectieteam is afhankelijk van de grootte van de instelling en de omvang van de doorlichtingsfocus. Wanneer?Een doorlichting wordt altijd aangekondigd met een brief aan het schoolbestuur en aan de directeur. De directie wordt ook uitgenodigd op een informatiesessie in Brussel. De directie informeert het personeel, de leerlingen en de ouders over de schooldoorlichting. Welke gegevens verzamelt de inspectie?Tijdens een doorlichting kijken inspecteurs door een ‘CIPO-bril’. Dit wil zeggen dat inspecteurs gegevens verzamelen over de context, de input, het proces en de output van de betrokken school:
Om dat allemaal te weten volgen de inspecteurs de lessen, bekijken ze het lesmateriaal, de schoolagenda's, leerlingendossiers, notities van de leerlingen, verslagen van de klassenraad. Maar ze praten ook met de directeur, de leerkrachten, een afvaardiging van de ouders en de leerlingen. Welke adviezen bestaan er?Elk verslag eindigt met een advies aan de minister. Er zijn drie mogelijkheden:
Bij een advies 1 ziet de onderwijsinspectie voldoende professionaliteit en bereidheid in de instelling om zelf kwaliteitsvol verder te werken aan haar ontwikkeling en voert ze geen opvolging uit. Bij een advies 2 volgt na de periode, vermeld in het advies, een opvolgingsdoorlichting. Tijdens deze opvolgingsdoorlichting gaat het inspectieteam na of de instelling de vastgestelde tekorten heeft geremedieerd. Het opvolgingsverslag bestaat uit een concluderend gedeelte en een (gunstig of ongunstig) advies. Bij een advies 3 geeft de onderwijsinspectie aan of de instelling al dan niet met externe ondersteuning de vastgestelde tekorten kan remediëren. Na een ongunstig advies volgt ook steeds een nieuwe doorlichting gericht op de eerder geformuleerde tekortkomingen. Dit gebeurt door een paritair college binnen drie maanden of binnen de laatste drie maanden van de opschortingstermijn. Dit is een algemene beschrijving van een doorlichting. Wil je meer weten, surf dan naar www.onderwijsinspectie.be. |