Veel gestelde vragen in verband met de leergebied en vakoverschrijdende eindtermen ict

  1. Waarom zijn er leergebied en vakoverschrijdende eindtermen ict ingevoerd?
  2. Welke zijn de leergebied en vakoverschrijdende eindtermen ict?
  3. Waarom leergebiedoverschrijdende/vakoverschrijdende en geen leergebied/vakgebonden eindtermen voor ict?
  4. Waarom zijn er geen technische of instrumentele vaardigheden?
  5. Hoe worden de ict-vaardigheden gecertificeerd?
  6. Moet het kleuteronderwijs ook ict invoeren?
  7. Moeten scholen over een eigen ict-beleidsplan beschikken?
  8. Waar kan ik nascholing volgen over ict-visie-ontwikkeling en de invoering van eindtermen ict?
  9. Hoe worden scholen ondersteund bij de invoering van de leergebied en vakoverschrijdende eindtermen?
  10. Moeten we als school kunnen bewijzen dat we de leergebied en vakoverschrijdende eindtermen bereiken?

1 Waarom zijn er leergebied en vakoverschrijdende eindtermen ict ingevoerd?

ict is een vernieuwing die vanuit de basis is gestart. Dat leidde van bij het begin tot grote verschillen binnen scholen en tussen scholen onderling. Na verloop van tijd werd computergebruik sterker ondersteund en aangemoedigd door de overheid, de begeleiding, de inspectie.
Het gebrek aan een richtinggevend kader dat duidelijk maakt wat er precies van scholen verwacht wordt op vlak van ict zorgt echter voor een aantal belangrijke knelpunten:

  • onzekerheid over wat kinderen wel en niet moeten leren over/met/door de computer,
  • veel diversiteit zowel qua aanpak als qua inhoud van ict-vorming (leren typen, applicatieprogramma’s aanleren, …),
  • een risico op ongelijke kansen voor kinderen,
  • verwarring rond vakoverschrijdende ict-integratie enerzijds en vakgerichte informaticaopleiding anderzijds,
  • een zeer ongelijke beginsituatie bij de start van het secundair onderwijs,
  • onmogelijkheid voor lerarenopleidingen om ict-gebruik in onderwijs te introduceren,
  • een afwachtende houding vanwege de sector van de educatieve uitgeverijen,
  • beperkte mogelijkheden voor de inspectie om een formele houding t.a.v. ict-gebruik aan te nemen.

De maatschappelijke context vraagt om een specifieke invulling van ict in het curriculum en de invoering van ict-eindtermen en ontwikkelingsdoelen moeten een antwoord op deze maatschappelijke vraag bieden. Ze schetsen de contouren van wat van de scholen verwacht wordt op vlak van ict. De invoering van eindtermen zorgt echter niet voor een uniformisering van wat er in scholen zal gebeuren met ict. Het is immers aan de school om ict een plaats te geven die kadert binnen de eigen visie op goed onderwijs, zoals vastgelegd in haar schoolwerkplan en het pedagogisch project.

2 Welke zijn de leergebied en vakoverschrijdende eindtermen ict?

De voor het onderwijs ontwikkelde vakoverschrijdende ict-eindtermen zijn:

Voor het gewoon basisonderwijs en voor het buitengewoon basisonderwijs, types 1, 2, 7, 8:

  1. De leerlingen hebben een positieve houding tegenover ict en zijn bereid ict te gebruiken om hen te ondersteunen bij het leren.
  2. De leerlingen gebruiken ict op een veilige, verantwoorde en doelmatige manier.
  3. De leerlingen kunnen zelfstandig oefenen in een door ict ondersteunde leeromgeving.
  4. De leerlingen kunnen zelfstandig leren in een door ict ondersteunde leeromgeving.
  5. De leerlingen kunnen ict gebruiken om eigen ideeën creatief vorm te geven.
  6. De leerlingen kunnen met behulp van ict (voor hen bestemde) digitale informatie opzoeken, verwerken en bewaren.
  7. De leerlingen kunnen ict gebruiken bij het voorstellen van informatie aan anderen.
  8. De leerlingen kunnen ict gebruiken om op een veilige, verantwoorde en doelmatige manier te communiceren.

Voor het secundair onderwijs A- en B-stroom, en BUSO OV3:

Voor deze doelgroep gelden ook de eindtermen voor het basisonderwijs, maar er werden 2 eindtermen toegevoegd:

  1. De leerlingen kunnen afhankelijk van het te bereiken doel adequaat kiezen uit verschillende ict-toepassingen.
  2. De leerlingen zijn bereid hun handelen bij te sturen na reflectie over het eigen en elkaars ict-gebruik.

Meer uitleg per eindterm kan je vinden onder de rubriek visie.

3 Waarom leergebiedoverschrijdende/vakoverschrijdende en geen leergebied/vakgebonden eindtermen voor ict?

Met de keuze voor leergebied-/vakoverschrijdende eindtermen is het zeker niet de bedoeling om een apart vak te maken in de basisvorming. Ict biedt immers kansen binnen alle vakken en leergebieden. Door ict te gebruiken in diverse contexten wordt de transfer en de wendbaarheid van de geleerde vaardigheden bevorderd. De eindtermen/ ontwikkelingsdoelen doen echter geen uitspraak over hoe en in welke vakken of leergebieden ict moet geïntegreerd worden. Het is aan de school om daar afspraken rond te maken. Een strategische en planmatige aanpak van het ict-beleid zorgt voor een geleidelijke en doelmatige integratie van ict in het onderwijsaanbod.

Vanaf de tweede graad van het secundair onderwijs wordt het ict-gebruik meer gespecificeerd naargelang het vak, de onderwijsvorm en het onderwijsniveau. De vakspecifieke eindtermen voor de 2e en derde graad bevatten reeds specifieke ict-elementen.

Enkele voorbeelden uit de tweede graad (aso, kso, tso):

  • Geschiedenis
    Et ASO 15 – Et KSO/TSO 13 tekstuele, auditieve, visuele, audiovisuele en multimediale informatie ordenen op basis van de criteria historische bron of historiografisch materiaal, met vermelding van de referentie.
  • Engels/Frans
    Et ASO 15 - KSO/TSO 14 communicatiestrategieën aanwenden. Dit betekent dat ze: doelmatig traditionele en elektronische hulpbronnen en gegevensbestanden kunnen raadplegen.
  • Chemie
    Et C2 chemische informatie in gedrukte bronnen en langs elektronische weg opzoeken en gebruiken.
  • Nederlands
    Luisteren Et ASO/KSO/TSO 3 op structurerend niveau luisteren naar tekstsoorten bestemd voor een onbekend publiek. Het betreft tekstsoorten zoals ...aangeboden via diverse media en multimediale informatiedragers.
  • Wiskunde
    Et ASO 5 – Et KSO/TSO 12 : gebruiken informatie- en communicatietechnologie om wiskundige informatie te verwerken, bewerkingen uit te voeren of wiskundige problemen te onderzoeken.

4 Waarom zijn er geen technische of instrumentele vaardigheden?

Het spreekt voor zich dat de voorgestelde eindtermen ook achterliggende kennis en vaardigheden van technische en instrumentele aard vereisen. Er is voor gekozen om die niet als eindtermen te formuleren, omdat (1) ze geen doel op zich zijn en (2) om te voorkomen dat het onderwijs zich zou richten op of beperken tot het gradueel aanleren en evalueren van specifieke softwareprogramma’s. De voorgestelde eindtermen kunnen voldoende instrumentele vaardigheid bij leerlingen opleveren, op voorwaarde dat ze frequent op een kwalitatieve en kwantitatieve wijze worden geïntegreerd in de dagelijkse leeromgeving.

Een eindterm ‘de kinderen kunnen de apparatuur hanteren’ is eigenlijk overbodig, want hij zit impliciet vervat in de andere doelen. Hoe zouden kinderen kunnen omgaan met informatie, oefenen, leren, communiceren … met ict zonder dat zij de apparatuur kunnen hanteren? Een dergelijke algemene formulering heeft dus eigenlijk geen zin en een meer concrete invulling kan enkel leiden tot grenzeloze opsommingen van vaardigheden, die bovendien snel achterhaald zullen zijn door de onvoorspelbare ontwikkeling van de nieuwe technologie.

Bovendien willen we absoluut voorkomen dat leerlingen afgerekend worden op zuiver instrumentele of procedurele vaardigheden. Er kan geëvalueerd worden op basis van de eindtermen, dus nagaan of ze erin slagen adequaat te oefenen, te leren, te communiceren, … met ict, en dat binnen de bestaande leergebieden. Als dat goed lukt blijken de technische en instrumentele vaardigheden meteen voldoende beheerst.

Bij het nastreven van de ict-doelen blijken de kinderen overigens vlot de nodige praktische instrumentele vaardigheid op te pikken. Kinderen zijn nu eenmaal vaardig in het omgaan met apparatuur, ze hebben geen handleiding nodig bij hun nieuwe gsm, hun iPod, mp3-speler, Nintendo of Gameboy. De ervaring leert trouwens dat dergelijke kennis enkel zinvol en accuraat is (en onthouden wordt) wanneer ze al doende geleerd wordt, dus in de context van het leren omgaan met informatie, het leren communiceren, het leren voorstellen, enz. Kinderen zullen ook leren van elkaar. Voldoende intensiteit van computerintegratie en een hoge kwaliteit van de gebruikte ict-leermiddelen moeten een voldoende basis opleveren voor iedereen. We hoeven ons dus geen zorgen te maken over de vraag of iedereen nu wel alle knepen van dit of dat programma onder de knie heeft.

5 Hoe worden de ict-vaardigheden gecertificeerd?

Uitsluitend via de gewone certificeringskanalen in het leerplichtonderwijs. M.a.w. naast het getuigschrift BaO, het diploma secundair onderwijs of het studiegetuigschrift is er geen afzonderlijk attest om te certificeren dat leerlingen uit het leerplichtonderwijs ict-vaardigheden verworven hebben.

6 Moet het kleuteronderwijs ook ict invoeren?

Neen! De nieuwe eindtermen ict zijn alleen ingevoerd voor het lager onderwijs en de eerste graad secundair onderwijs. Deze gelden dus niet voor het kleuteronderwijs. Zij kunnen met andere woorden zelf kiezen of en hoe ze ict integreren.

De overheid heeft er voor gekozen om de kleuterscholen op dezelfde manier te ondersteunen als alle andere betrokken scholen. Kleuters tellen mee voor het ict-infrastructuurporgramma en voor de toekenning van uren voor ict-coördinatie. Hiermee wordt wel al aangegeven dat kleuterscholen ict kunnen integreren op een gelijkaardige manier zoals in het basisonderwijs, d.w.z. via de vakoverschrijdende aanpak. Maar er is geen inspanningsverplichting.

In 2006 publiceerde het ministerie van Onderwijs en Vorming een brochure met tips en goede praktijkvoorbeelden over ict-gebruik in het kleuteronderwijs: “ict, springplank, voor de kleuterklas”. Deze brochure kan gratis besteld worden via de publicatiedienst.

7 Moeten scholen over een eigen ict-beleidsplan beschikken?

Neen! De beleidsvisie is op dat vlak formeel: een ict-beleidsplan is niet verplicht.

Het is evident dat scholen n.a.v. de invoering van de ict-eindtermen nadenken over hoe ze dit gaan realiseren. Dat denkproces kan eventueel resulteren in een ict-werkplan. Uit onderzoek blijkt dat onderwijsinstellingen die over een duidelijke visie op ict-integratie beschikken het verst staan met die integratie.

Om scholen te ondersteunen bij hun visie-ontwikkeling is een zelfevaluatietool "pICTos" ter beschikking gesteld. pICTos (plannen van ict op school) is een online omgeving met als doel het ondersteunen van scholen bij het opstellen van een visie en beleid rond ict op school. Het biedt een concreet instrument aan scholen om een schooleigen ict-beleidsplan uit te werken met de ict-eindtermen als uitgangspunt. Voor meer informatie surf naar: http://pictos.ictbeleidstool.be/.

8 Waar kan ik nascholing volgen over ict-visie-ontwikkeling en de invoering van eindtermen ict?

Het regionaal expertisenetwerk Vlaanderen (REN Vlaanderen) organiseert ict-nascholingen voor alle onderwijsniveaus en richt zich zowel naar leerkrachten (vormingen didactisch ict-gebruik), directies (organisatorische aspecten van ict-integratie) als ict-coördinatoren (technische opleidingen). Ze hebben een themawerking en werken ook vraaggestuurd. Raadpleeg hun aanbod of nodig hen uit voor opleidingen op maat van uw school.

REN Vlaanderen biedt binnen haar themawerking specifieke nascholing aan op vlak van visie-ontwikkeling ict. Dit nascholingsaanbod is specifiek gericht op de invoering van de nieuwe eindtermen.

Info: www.renvlaanderen.be
Contact: http://www.renvlaanderen.be/static/contact.php

9 Hoe worden scholen ondersteund bij de invoering van de leergebied en vakoverschrijdende eindtermen

Hiervoor verwijzen we naar het beleidsplan "Competenties voor de Kennismaatschappij" (pdf, 44 p.) waarin de krachtlijnen van het ict-beleid en de ondersteuningsacties naar aanleiding van de invoering van de eindtermen duidelijk gemaakt worden. De krachtlijnen én acties van dit ondersteuningsbeleid hebben betrekking op vijf specifieke aspecten van de ict-integratie:

  1. Het beleidsvoerend vermogen van onderwijsinstellingen op instellingsniveau versterken.
  2. Deskundigheidsbevordering van het onderwijspersoneel.
  3. Het voorzien van een kwaliteitsvolle infrastructuur.
  4. Een aangepast leermiddelenbeleid.
  5. Onderzoek en ict-monitoring.

10 Moeten we als school kunnen bewijzen dat we de leergebied en vakoverschrijdende eindtermen bereiken?

Neen, voor de leergebiedoverschrijdende/vakoverschrijdende eindtermen geldt een inspanningsverplichting.

De school moet haar inspanningen kenbaar en zichtbaar maken (verantwoorden) voor de inspectie. Er staat geen kwantitatieve norm op de “inspanning”. De school toont tijdens een doorlichting aan dat ze vanuit een eigen visie en met een eigen planning aan de leergebiedoverschrijdende/vakoverschrijdende eindtermen werkt.

Inspanning blijkt uit de dynamiek die men aan de dag legt. Vragen die de inspectie zich in dit verband stelt, zijn bijvoorbeeld: heeft men nagedacht over de nieuwe inhoudelijke accenten en over de verruimde mogelijkheden op vlak van organisatie vooraleer zich te (re-)organiseren en te handelen, welke ontwikkeling maakt men door en welke evolutie merken we m.b.t. het nastreven van leergebiedoverschrijdende/vakoverschrijdende eindtermen, heeft men verwoord wat men wil bereiken bij leerlingen en zoekt men naar een gepaste manier om vorderingen in dit verband op te volgen, evalueert men af en toe zelf de kwaliteit van de processen die men m.b.t. leergebiedoverschrijdende/vakoverschrijdende eindtermen heeft uitgevoerd en zijn er als gevolg hiervan bijsturingen gebeurd of gaf het aanleiding tot ondersteuning van leerkrachten, …

naar boven