Kleuteronderwijs: Uitgangspunten wereldoriëntatieWat is dat? Hoe werkt dat? Waarom? Met een grenzeloze interesse beweegt de kleuter zich in zijn wereld. Steeds meer maken zijn motoriek en taal het hem mogelijk op ontdekking te gaan. Met een grote openheid 'beleeft' hij. Weinig dingen zijn echt ongewoon voor hem. Of het nu om een computer gaat of Arabische muziek. Het is voor hem een kwestie van verkennen en leren kennen. Ouders gaan spontaan in op vragen die kinderen stellen en sluiten op die manier aan bij een natuurlijke exploratiedrang. Het is belangrijk dat die exploratiedrang een verlengstuk krijgt op school. Dat kan door ook op school in te spelen op de natuurlijke situaties waarin kleuters terecht komen. Aan de leerkracht om hen te helpen dergelijke situaties te begrijpen en hun te leren ermee om te gaan. Stap voor stap. Blikken we even terug naar een 2,5-jarige kleuter die zijn eerste schooldagen achter de rug heeft en kijken we naar diezelfde kleuter drie jaar later. Wat een wereld van verschil. Onze kleuter weet ondertussen bijvoorbeeld heel goed dat gisteren voorbij is en morgen nog moet komen. Hij kan zelf al vooraf kiezen - noem het plannen - wat hij wil spelen. Of hij kan u ook achteraf nog vertellen wat er allemaal is voorgevallen. Kortom, dit jonge kind krijgt stilaan greep op zijn ervaring van de tijd. Heel wat dingen gebeuren niet meer zomaar. Hij kan een en ander begrijpen en zelfs voorspellen (na de donkere nacht wordt het weer licht en is het dag) of hij kan plannen in de tijd. Dit voorbeeld toont aan hoe de kleuter gaandeweg, door een ontluikend tijdsbesef, op een andere manier in de wereld staat. Wie de dingen beter en beter 'begrijpt', kan er ook meer op 'ingrijpen'. Hij wordt competenter. Wereldoriëntatie in de kleuterschool betekent dat we kinderen helpen competenties te ontwikkelen om zich in de situaties waarin ze terecht komen goed te voelen en zich goed uit de slag te trekken. Het komt erop aan in de klas een voldoende ruime waaier van situaties aan te grijpen of te creëren, zodat er echt sprake is van een brede ontwikkeling. Op school kunnen we een aantal situaties scheppen of aansluiten bij de ervaringen die kleuters spontaan opdoen, zowel binnen als buiten de school. Kinderen maken kennis met bepaalde wetmatigheden in de natuur (water kan bevriezen en wordt ijs, maar dit ijs kan ook smelten), ze ervaren verschillende technische mogelijkheden (je schoen kan je sluiten met een gesp, maar ook met veters of een velcrosluiting), ze kennen verschillende maatschappelijke verschijnselen (sommige mama's en papa's zijn gescheiden) of ze doen ervaringen op met mensen rondom hen (de ene juf kan meer lawaai verdragen dan de andere juf), ze kunnen zich steeds meer zelfstandig bewegen in hun omgeving (ik kan alleen mijn weg vinden in de school). De aanknopingspunten om met kleuters wereldoriënterend te werken liggen als het ware voor het grijpen. Het is belangrijk dat kleuters zelf, vanuit een explorerende en onderzoekende houding, kansen krijgen om competenter te worden in de wereld van de natuur, techniek, mens, maatschappij, tijd en ruimte. De ontwikkelingsdoelen en eindtermen voor het domein Natuur zijn in samenhang geactualiseerd met de ontwikkelingsdoelen en eindtermen Natuurwetenschappen in de eerste graad van het secundair onderwijs. Voor dit gehele pakket gelden de volgende uitgangspunten. De ontwikkelingsdoelen en eindtermen voor het domein Techniek zijn in samenhang geactualiseerd met de ontwikkelingsdoelen en eindtermen Techniek in de eerste graad van het secundair onderwijs. Voor dit gehele pakket gelden de volgende uitgangspunten. |