1 Sociale vaardigheden - domein
relatiewijzen
|
|
1.1
|
|
De leerlingen
kunnen zich op een assertieve wijze voorstellen. |
|
1.2
|
|
De leerlingen
kunnen in omgang met anderen respect en waardering opbrengen. |
|
1.3
|
|
De leerlingen
kunnen zorg opbrengen voor iets of iemand anders. |
|
1.4
|
|
De leerlingen
kunnen hulp vragen en zich laten helpen. |
|
1.5
|
|
De leerlingen
kunnen bij groepstaken leiding geven en onder leiding van een
medeleerling meewerken. |
|
1.6
|
|
De leerlingen
kunnen kritisch zijn en een eigen mening formuleren. |
|
1.7
|
|
De leerlingen
kunnen zich weerbaar opstellen naar leeftijdgenoten en volwassenen
toe door signalen te geven die voor anderen begrijpelijk
en aanvaardbaar zijn. |
|
1.8
|
|
De leerlingen
kunnen zich discreet opstellen. |
|
1.9
|
|
De leerlingen
kunnen ongelijk of onmacht toegeven, kritiek beluisteren en
eruit leren. |
2 Sociale vaardigheden - domein gespreksconventies
|
|
2.
|
|
De leerlingen
kunnen in functionele situaties een aantal verbale en niet-verbale
gespreksconventies naleven. |
3 Sociale vaardigheden - domein samenwerking
|
|
3.
|
|
De leerlingen
kunnen samenwerken met anderen, zonder onderscheid van sociale
achtergrond, geslacht of etnische origine. |