1 Hygiëne |
|
|
De leerlingen |
| 1 |
|
kunnen het belang aantonen van lichaamshygiëne
voor zichzelf en voor hun omgeving. |
2 Voeding
|
|
|
De leerlingen |
| 2 |
|
kunnen aan de hand van een model een evenwichtige
maaltijd samenstellen. |
| 3 |
|
zien in hoe het voedingsgedrag beïnvloed
wordt door reclame en sociale omgeving. |
3 Genotsmiddelen (tabak, alcohol, drugs) en
geneesmiddelen
|
|
|
De leerlingen |
| 4 |
|
weten dat het gebruik en misbruik van genots-
en geneesmiddelen gevolgen heeft op de eigen gezondheid, de
gezondheid van anderen, de sport- en leerprestaties en
de sociale relaties. |
| 5 |
|
kunnen eigen standpunten tegenover roken,
alcohol- en druggebruik verantwoorden. |
| 6 |
|
kunnen geneesmiddelen op de juiste wijze
gebruiken en hoeden zich voor zelfmedicatie. |
4 Veiligheid en E.H.B.O.
|
|
|
De leerlingen |
| 7 |
|
zien in dat hun gedrag invloed heeft op de
eigen veiligheid en die van anderen. |
| 8 |
|
kunnen enkele veilige en onveilige situaties
in hun eigen leefomgeving identificeren en kunnen voorbeelden
geven van preventieve maatregelen. |
| 9 |
|
kennen het verkeersreglement en de veiligheidsvoorschriften
voor voetgangers, (brom)fietsers, passagiers en kunnen ze toepassen. |
| 10 |
|
kunnen op een efficiënte manier hulp inroepen
in een noodsituatie en zelf eerste hulp bieden bij kleine wonden. |
5 Stress en emoties
|
|
|
De leerlingen |
| 11 |
|
kunnen onder begeleiding een negatieve stress-situatie
bij zichzelf herkennen en hulp vragen. |
| 12 |
|
leren omgaan met sociaal-emotionele en lichamelijke
veranderingen in de puberteit. |
6 Rust, beweging, houding
|
|
|
De leerlingen |
| 13 |
|
kunnen een goede sta-, zit-, en tilhouding
demonstreren en voorbeelden geven van mogelijke klachten die
optreden bij verkeerde houdingen en bewegingen. |
| 14 |
|
zien het belang in van een evenwichtige tijdsbesteding
van (school-)werk, rust, ontspanning, beweging en de invloed
ervan op de lichaamsconditie. |