Kerncomponenten van techniek
|
|
De leerlingen kunnen |
|
1 |
verschillende onderdelen en deelsystemen in een technisch
systeem onderzoeken: de functies en de relaties ertussen
toelichten; |
|
2 |
bij werkende of falende technische systemen onderzoeken hoe
verbeteringen mogelijk zijn; |
|
3 |
in concrete voorbeelden aangeven dat het bestuderen en
aanpassen van een technisch systeem leidt tot optimalisering,
innovatie en/of nieuwe uitvindingen; |
|
4 |
in concrete voorbeelden van technische systemen uitleggen
welk onderhoud noodzakelijk is voor de goede en duurzame werking
ervan; |
|
5 |
in concrete voorbeelden de stappen van het cyclisch
technisch proces aanduiden: probleemstelling onderzoeken,
ontwerpen, maken, in gebruik nemen, evalueren; |
|
6 |
in concrete voorbeelden uit techniek het nut, aantonen van
de gebruikte hulpmiddelen zoals gereedschappen, machines,
grondstoffen, materialen, energie, informatie, menselijke inzet,
geldmiddelen, tijd; |
|
7 |
in concrete voorbeelden van technische systemen uitleggen
dat men voor de ontwikkeling en het gebruik keuzen maakt op
basis van criteria; |
|
8 |
in concrete voorbeelden uit techniek illustreren dat energie
een noodzakelijk hulpmiddel is en omgevormd kan worden; |
|
9 |
met concrete voorbeelden uit techniek de rol illustreren van
sturingen en regelsystemen in technische systemen; |
|
10 |
technische systemen, het technisch proces, hulpmiddelen en
keuzen herkennen in verschillende toepassingsgebieden uit de
wereld van techniek waaronder energie, informatie en
communicatie, constructie, transport en biochemie. |
Techniek als menselijke activiteit
|
|
De leerlingen kunnen |
|
11 |
vanuit een behoefte een technisch probleem definiëren na
onderzoek van de relevante vereisten; |
|
12 |
modellen, tests en evaluaties gebruiken om een eenvoudig
technisch systeem te ontwerpen uitgaande van een gedefinieerd
probleem en rekening houdend met vooropgestelde normen en
criteria; |
|
13 |
een gegeven of eigen ontwerp planmatig uitvoeren met oog
voor vereisten van kwaliteit, veiligheid, ergonomie en milieu; |
|
14 |
een technisch systeem in gebruik nemen; |
|
15 |
een technisch systeem evalueren op basis van vooraf bepaalde
normen en criteria en hieruit conclusies trekken om het
technisch proces te optimaliseren; |
|
16 |
de opeenvolgende stappen van het technisch proces doorlopen
om een eenvoudig technisch systeem te realiseren; |
|
17 |
hulpmiddelen kiezen en inzetten in functie van het doel en
het gebruik; |
|
18 |
technische systemen die ze vaak gebruiken onderhouden
volgens de onderhoudsvoorschriften; |
|
19 |
technische systemen zorgzaam, doelgericht, veilig en
ergonomisch gebruiken; |
|
20 |
technische systemen realiseren in verschillende
toepassingsgebieden uit de wereld van techniek waaronder
energie, informatie en communicatie, constructie, transport en
biochemie. |
Techniek en samenleving
|
|
De leerlingen kunnen |
|
21 |
in concrete voorbeelden aantonen dat technische systemen
ontworpen en gemaakt zijn om aan sociale en culturele behoeften
te voldoen; |
|
22 |
in concrete voorbeelden aangeven wat de positieve en
negatieve effecten van technische systemen zijn op het
maatschappelijke leven en op de natuur; |
|
23 |
voorbeelden geven van maatschappelijke keuzen die bepalend
zijn voor de ontwikkeling en het gebruik van nieuwe technische
systemen; |
|
24 |
in concrete voorbeelden aangeven dat wetenschappen de keuzen
binnen het technisch proces beïnvloeden; |
|
25 |
in concrete voorbeelden aangeven dat technische systemen
variëren in de tijd en ruimte; |
|
26 |
in concrete voorbeelden aangeven hoe men duurzaam kan
handelen in de verschillende stappen van het technisch proces; |
|
27 |
in concrete voorbeelden aangeven welke rol bepaalde
technische beroepen vervullen in de verschillende stappen van
een technisch proces; |
|
28* |
het belang erkennen van technische beroepen en van
technische vaardigheden in de huidige samenleving, en daarbij
geen onderscheid maken tussen mannen en vrouwen; |
|
29 |
de wederzijdse beïnvloeding van techniek en samenleving
illustreren in verschillende toepassingsgebieden uit de wereld
van techniek waaronder energie, informatie en communicatie,
constructie, transport en biochemie. |
* De attitudes werden met een asterisk (*) aangeduid |
|
|
|
|
Voor het realiseren van bovenstaande eindtermen gelden
volgende begripsomschrijvingen. |
|
|
|
Kerncomponenten van techniek
De vier kerncomponenten van techniek zijn: technisch
systeem, technisch proces, hulpmiddelen en keuzen.
- Technisch systeem
Een technisch systeem is een geheel van elkaar wederzijds
beïnvloedende elementen en onderdelen die gericht zijn op
het bereiken van (een) bepaald(e) doel(en).
In een technisch systeem kunnen zich natuurkundige,
scheikundige of biologische fenomenen voordoen.
De term technisch systeem kan betrekking hebben op het
systeemaspect alleen of op alle aspecten (de 4
kerncomponenten) van het technisch object. De gekozen
toepassing van de eindterm bepaalt welke van de twee
benaderingen aangewezen is.
- Technisch proces
Een proces kent een geleidelijk verloop van een reeks acties
om een technisch systeem in te zetten, te ontwikkelen of te
verbeteren.
Kenmerkend voor techniek is het technisch proces.
Het technisch proces vertrekt vanuit een behoefte en
verloopt volgens 5 stappen: - probleem stellen;
- ontwerpen;
- maken;
- in gebruik nemen;
- evalueren.
- Hulpmiddelen
De kerncomponent ‘hulpmiddelen’ omvat alles wat nodig is om
technische systemen efficiënter te laten functioneren, te
verwezenlijken en hun werking te doorgronden. Daarmee worden
onder andere bedoeld: materialen en grondstoffen, energie,
machines en gereedschappen, meetinstrumenten, mensen,
kapitaal, tijd, …
- Keuzen
Keuzen zijn afhankelijk van criteria waaraan technische
systemen moeten voldoen. Die criteria kunnen door de
maatschappij of vanuit de techniek worden bepaald. Criteria
kunnen norm worden en normen kunnen wet worden.
|