1 Kennismaken met techniek
en erover reflecteren |
|
|
|
De leerlingen |
|
1
|
|
situeren enkele grote stappen van de technische
ontwikkeling van werktuigen, materialen, technische systemen
en het gebruik ervan in tijd en ruimte. |
|
2
|
|
sommen enkele gevolgen op van de technische
evolutie en van nieuwe technologieën op de leefomstandigheden
en de leefwereld van de mens, ook in andere cultuurgebieden. |
|
3
|
|
illustreren met voorbeelden enkele manieren
van opwekking, omvorming en gebruik van energie. |
|
4
|
|
leggen met een eenvoudig voorbeeld uit dat
vaak nuttige energie verloren gaat. |
|
5
|
|
geven voorbeelden van milieu-effecten van
recycleren, hergebruiken en wegwerpen. |
|
6
|
|
illustreren het belang van technische tekeningen
en andere technische gegevensoverdragers. |
|
7
|
|
kennen in een concrete toepassing de gebruikte
materialen. |
|
8
|
|
maken kennis met de activiteiten van technische
beroepsbeoefenaars, zowel mannen als vrouwen. |
2 Planmatig werken en attitudes aannemen
|
|
|
|
De leerlingen |
|
9
|
|
nemen veiligheidsregels in acht bij het gebruik
van materialen, gereedschappen en toestellen. |
|
10
|
|
evalueren eigen werk in elke fase van het
technologisch proces. |
|
11
|
|
raadplegen een handleiding, plan of schema. |
|
|
|
De leerlingen |
|
12*
|
|
leren systematisch te werk gaan bij het uitvoeren
van een technische opdracht. |
|
13*
|
|
leren zorgzaam en economisch omgaan met gereedschappen,
toestellen, materialen en werkstukken. |
|
14*
|
|
leren het belang erkennen van de technische
beroepen en van technische vaardigheden in de huidige samenleving, zowel
voor mannen als voor vrouwen. |
|
15*
|
|
leren milieubewust omgaan met produkten en
materialen. |
3 Enkele technische begrippen verwerven
|
|
|
|
De leerlingen |
|
16
|
|
duiden de onderdelen aan van een technisch
systeem met behulp van een eenvoudig schema (stuklijst en/of
symbolen). |
|
17
|
|
onderscheiden een aantal bewegings- en krachtoverbrengingen. |
|
18
|
|
kunnen aan de hand van eenvoudige voorbeelden
de eenheden van spanning, stroomsterkte en vermogen gebruiken. |
|
19
|
|
sommen waarneembare eigenschappen van serie-
en parallelschakeling op. |
|
20
|
|
leggen met een voorbeeld het verschil uit
tussen gelijk- en wisselspanning. |
|
21
|
|
beschrijven op een eenvoudige wijze hoe overbelasting
en elektrokutie worden voorkomen. |
|
22
|
|
beschrijven het werkingsprincipe van een
toestel met eenvoudige automatische regeling. |
|
23
|
|
vergelijken functie en kenmerken van een
relais met een schakelaar. |
|
24
|
|
zetten tiendelige getallen (van 0 tot 15)
om in binaire en hexadecimale getallen, en omgekeerd. |
|
25
|
|
demonstreren het principe van een telfunctie
op een didactische eenheid. |
|
26
|
|
illustreren met een voorbeeld de werking
en de functie van verwerkings- of beslissingseenheden (logische poorten)
en demonstreren dat op een didactische eenheid. |
|
27
|
|
demonstreren het principe van een geheugenfunctie
op een didactische eenheid. |
|
28
|
|
herkennen de basisbegrippen "invoer",
"verwerking" en "uitvoer" bij gegevensverwerkende
systemen. |
|
29
|
|
herkennen in concrete situaties de meest
gebruikte technische tekensymbolen en genormaliseerde afspraken. |
4 Enkele technische basisvaardigheden beheersen
|
|
|
|
De leerlingen |
|
30
|
|
bepalen grootheden met correct gekozen eenvoudige
meetinstrumenten. |
|
31
|
|
gebruiken voor een eenvoudig praktisch werkstuk
het gepaste gereedschap. |
|
32
|
|
brengen een eenvoudige tekening over op materiaal. |
|
33
|
|
passen de fasen van het technologisch proces
toe bij eenvoudige technische opdrachten. |
|
34
|
|
monteren en demonteren een eenvoudig samengesteld
voorwerp met behulp van een schema. |
|
35
|
|
maken eenvoudige elektrische verbindingen
aan de hand van een schema. |
|
36
|
|
gebruiken eenvoudige detectieapparatuur om
vermoedelijke oorzaken van niet-functioneren van een eenvoudige elektrische
kringloop op te sporen. |
|
37
|
|
passen probleemoplossende technieken toe. |
|
38
|
|
gebruiken de juiste tekenbenodigdheden rekening
houdende met de opdracht. |
|
39
|
|
schetsen een eenvoudig technisch voorwerp. |
|
40
|
|
verduidelijken een eigen idee met een schets. |
|
41
|
|
lezen de afmetingen van een voorwerp op een
tekening af. |
* Met het oog op de controle door de inspectie
werden de attitudes met een asterisk (*) aangeduid. |