1 De ontwikkeling van een voldoende ruim
gamma van relatiewijzen |
|
|
|
De leerlingen kunnen
|
|
1
|
|
zich als persoon present stellen: uitkomen
voor een eigen mening en respect opeisen
voor de eigen lichamelijke en seksuele ontwikkeling.
|
|
2
|
|
respect en waardering voor anderen opbrengen:
de eigenheid van medeleerlingen accepteren en waarderen.
|
|
3
|
|
zich dienstvaardig tegenover anderen opstellen:
het bijstaan van medeleerlingen bij schooltaken en schoolactiviteiten.
|
|
4
|
|
om hulp vragen en dankbaarheid tonen in probleemsituaties.
|
|
5
|
|
in groepsverband meewerken en een toegewezen
opdracht uitvoeren.
|
|
6
|
|
bij een opgegeven groepstaak verantwoordelijkheid
dragen.
|
|
7
|
|
op gepaste wijze kritiek uiten tegenover een
ander tijdens een groepswerk.
|
|
8
|
|
opkomen voor de eigen rechten en voor de rechten
van anderen uit de groep.
|
|
9
|
|
zich discreet opstellen in een gezelschap
en ten aanzien van vertrouwelijke informatie.
|
|
10
|
|
ongelijk of onmacht toegeven in een discussie
of in een spelsituatie.
|
|
11
|
|
het verschil herkennen tussen verbaal en niet-verbaal
gedrag bij zichzelf en bij anderen in concrete groepssituaties.
|
2 De beheersing van het communicatieve handelen of het omgaan
met elkaar
|
|
|
|
De leerlingen
|
|
12
|
|
beheersen elementen van het communicatieve
handelen:
|
|
|
|
- actief luisteren en weergeven wat een andere inbrengt;
- toegankelijk zijn en feed-back geven over eigen gevoel;
- verduidelijken waarom zij voor een bepaald gedrag gekozen
hebben;
- assertief zijn en opkomen voor de rol die zij op zich
nemen in een groepsopdracht;
- effectbesef hebben over hun eigen gedrag;
- anderen de kans geven om te reageren.
|
3 De deelname aan vormen van
samenwerking en sociale organisatie |
3.1 De dialoog |
|
13
|
|
De leerlingen leggen contact met anderen binnen
de groep en staan open voor contact met anderen buiten de
groep.
|
3.2 De groepsdiscussie
|
|
14
|
|
De leerlingen kunnen in een groepsdiscussie
hun mening weergeven, handhaven en bijsturen.
|
3.3 De taakgroep
|
|
15
|
|
De leerlingen kunnen in een taakgroep aan
een goede onderlinge verstandhouding meewerken.
|
3.4 Maatschappelijke en culturele patronen
|
|
16
|
|
De leerlingen kunnen uit aangeboden informatie,
leef- en omgangsgewoonten binnen gezinnen of culturen weergeven en
hun eigen gedrag daartegenover verwoorden en bespreekbaar
stellen.
|