Secundair onderwijs, tweede graad: vakoverschrijdende eindtermen opvoeden tot burgerzin

1 Mensenrechten

De leerlingen
1 kunnen de inhoud van de mensenrechten toelichten aan de hand van voorbeelden uit de mensenrechtencharters, inzonderheid aan de hand van het Verdrag inzake de Rechten van het Kind.
2 kunnen in eigen woorden uitleggen dat mensenrechten onderling afhankelijk zijn.
3 kunnen het universeel karakter van mensenrechten aantonen.
4 kunnen voorbeelden geven dat mensenrechten van iedereen voortdurende aandacht en inspanningen vergen en een dynamisch gegeven zijn.
5 herkennen schendingen van mensenrechten.
6 herkennen vooroordelen en discriminerend optreden bij zichzelf, bij anderen en in de media.
7 hebben belangstelling en respect voor mensenrechten en zijn bereid zich actief en opbouwend in te zetten voor hun eigen rechten en die van anderen.
8 hebben kritische belangstelling voor de behandeling van de mensenrechtenthematiek in de media.


2 Actief burgerschap en besluitvorming

De leerlingen
9 kunnen besluitvorming op reële schoolse situaties toepassen.
10 oefenen inspraak en participatie in de school en beargumenteren het belang ervan ook in andere organisatievormen.
11 kunnen meerderheids- en minderheidsstandpunten onderscheiden en benoemen.
12 kunnen rechten en plichten binnen een concrete situatie uitleggen.
13 kunnen verschillende belangen op korte en langere termijn afwegen.
14 spannen zich in om de belangstelling, de standpunten en de argumenten van anderen te respecteren.
15 spannen zich in om voorstellen of argumenten genuanceerd te benaderen.
16 voelen zich aangesproken om binnen en buiten de school verantwoordelijkheid op te nemen en deel te nemen aan allerlei initiatieven.

naar boven