1 Opvattingen over leren |
|
|
|
De leerlingen
|
|
1
|
|
kunnen communiceren over de samenhang tussen
hun leeropvattingen, leermotieven en leerstijl.
|
|
2
|
|
kennen verschillende leerstijlen en zijn bereid
hun leerstijl zonodig aan te passen met het oog op te bereiken
doelen.
|
2 Informatie verwerven en verwerken
|
|
|
|
Informatieverwerving |
|
3
|
|
De leerlingen kunnen diverse informatiebronnen
en -kanalen kritisch selecteren en raadplegen met het oog
op te bereiken doelen.
|
|
|
|
Informatieverwerking
|
|
|
|
De leerlingen kunnen
|
|
4
|
|
zelfstandig informatie kritisch analyseren
en synthetiseren.
|
|
5
|
|
zinvol inoefenen, memoriseren en herhalen.
|
|
6
|
|
verwerkte informatie functioneel toepassen
in verschillende situaties.
|
|
|
|
Problemen oplossen
|
|
|
|
De leerlingen kunnen
|
|
7
|
|
op basis van hypothesen en verwachtingen mogelijke
oplossingswijzen realistisch inschatten en uitvoeren.
|
|
8
|
|
de gekozen oplossingswijze en de oplossing
evalueren.
|
|
|
|
Onderzoek
|
|
9
|
|
De leerlingen kunnen een onderzoek of een
practicum voorbereiden, uitvoeren en de resultaten verantwoorden.
|
3 Regulering van het leerproces
|
|
|
|
Cognitieve reguleringsvaardigheden |
|
|
|
De leerlingen kunnen
|
|
10
|
|
een realistische werk- en tijdsplanning op
langere termijn maken.
|
|
11
|
|
hun leerproces sturen, beoordelen op doelgerichtheid
en zonodig aanpassen.
|
|
12
|
|
toekomstgerichte conclusies trekken uit leerervaringen.
|
|
|
|
Affectieve reguleringsvaardigheden
|
|
|
|
De leerlingen kunnen
|
|
13
|
|
de oorzaak van slagen en mislukken objectief
toeschrijven.
|
|
14
|
|
in hun leerproces rekening houden met het
affectieve.
|
4 Keuzebekwaamheid
|
|
|
|
Zelfconceptverheldering |
|
|
|
De leerlingen kunnen
|
|
15
|
|
communiceren over hun eigen interesses, capaciteiten
en waarden.
|
|
16
|
|
een positief zelfbeeld ontwikkelen op basis
van betrouwbare gegevens en daarover communiceren.
|
|
|
|
Horizonverruiming
|
|
|
|
De leerlingen
|
|
17
|
|
kunnen, rekening houdend met de eigen interesses,
capaciteiten en waarden, een zinvol overzicht verwerven over
studie- en beroepsmogelijkheden, dienstverlenende instanties
met betrekking tot de arbeidsmarkt en/of de verdere studieloopbaan.
|
|
18
|
|
zijn bereid een onbevooroordeelde, roldoorbrekende
en respectvolle houding aan te nemen ten aanzien van
studieloopbanen en beroepen.
|
|
|
|
Keuzestrategieën
|
|
19
|
|
De leerlingen kunnen de verschillende fasen
van een keuzeproces doorlopen en rekening houden met de consequenties.
|
|
|
|
Omgevingsinvloeden
|
|
20
|
|
De leerlingen kunnen omgevingsinvloeden op
het keuzegedrag onderkennen en er zich tegenover positioneren.
|