Vakoverschrijdende eindtermen/ontwikkelingsdoelen globaal voor het secundair
onderwijs
Gemeenschappelijke stam
|
|
| Eindtermen |
| |
Contexten
|
| De leerlingen: |
|
(communicatief vermogen) |
|
| 1 |
brengen belangrijke elementen van communicatief handelen
in praktijk; |
|
(creativiteit) |
|
| 2 |
kunnen originele ideeën en oplossingen ontwikkelen en
uitvoeren; |
|
| 3 |
ondernemen zelf stappen om vernieuwingen te realiseren; |
|
(doorzettingsvermogen) |
|
| 4 |
blijven, ondanks moeilijkheden, een doel nastreven; |
|
(empathie) |
|
| 5 |
houden rekening met de situatie, opvattingen en emoties
van anderen; |
|
(esthetische bekwaamheid)
|
|
| 6 |
kunnen schoonheid ervaren; |
|
| 7 |
kunnen schoonheid creëren; |
|
(exploreren) |
|
| 8 |
benutten leerkansen in diverse situaties; |
|
(flexibiliteit) |
|
| 9 |
zijn bereid zich aan te passen aan wisselende eisen en
omstandigheden; |
|
(initiatief) |
|
| 10 |
engageren zich spontaan; |
|
(kritisch denken) |
|
| 11 |
kunnen gegevens, handelwijzen en redeneringen ter
discussie stellen a.d.h. van relevante criteria; |
|
| 12 |
zijn bekwaam om alternatieven af te wegen en een bewuste
keuze te maken; |
|
| 13 |
kunnen onderwerpen benaderen vanuit verschillende
invalshoeken; |
|
(mediawijsheid) |
|
| 14 |
gaan alert om met media; |
|
| 15 |
participeren doordacht via de media aan de publieke
ruimte; |
|
(open en constructieve
houding) |
|
| 16 |
houden rekening met ontwikkelingen bij zichzelf en bij
anderen, in samenleving en wereld; |
|
| 17 |
toetsen de eigen mening over maatschappelijke
gebeurtenissen en trends aan verschillende standpunten; |
|
(respect) |
|
| 18 |
gedragen zich respectvol; |
|
(samenwerken) |
|
| 19 |
dragen actief bij tot het realiseren van
gemeenschappelijke doelen; |
|
(verantwoordelijkheid) |
|
| 20 |
nemen verantwoordelijkheid op voor het eigen handelen,
in relaties met anderen en in de samenleving; |
|
(zelfbeeld) |
|
| 21 |
verwerven inzicht in de eigen sterke en zwakke punten; |
|
| 22 |
ontwikkelen een eigen identiteit als authentiek
individu, behorend tot verschillende groepen; |
|
(zelfredzaamheid) |
|
| 23 |
doen een beroep op maatschappelijke diensten en
instellingen; |
|
| 24 |
maken gebruik van de gepaste kanalen om hun vragen,
problemen, ideeën of meningen kenbaar te maken; |
|
(zorgvuldigheid) |
|
| 25 |
stellen kwaliteitseisen aan hun eigen werk en aan dat
van anderen; |
|
(zorgzaamheid) |
|
| 26 |
gaan om met verscheidenheid; |
|
| 27 |
dragen zorg voor de toekomst van zichzelf
en de ander. |
|