Sint:
Sint-Maarten of Sinterklaas
Sint-Maarten
Geschiedenis
De naam Sint-Maarten gaat terug op een zekere Martinus van Tours.
Martinus werd in het jaar 316 geboren in het huidige Hongarije. Zijn opvoeding kreeg hij
in de Noord-Italiaanse stad Pavia. Martinus vader was officier in Romeinse leger. De jonge
Martinus heeft het thuis blijkbaar moeilijk gehad, want al op 12-jarige leeftijd loopt hij
van huis weg. Hij wordt door christenen opgevangen en maakt zo kennis met de Bijbel en de
christelijke leer. Als hij 15 jaar is treedt hij in het voetspoor van zijn vader. Hij
meldt zich aan in het leger en wordt tot ridder geslagen. Hij houdt het echter niet lang
uit in dit ruwe beroep. Ingewonnen voor het christelijk geloof breekt hij met het leger.
Hij laat zich dopen en wordt van zijn ridderplichten ontheven. Vervolgens wordt hij monnik
en wijdt hij zich geheel aan de studie in de Schrift.
Na zijn studie geeft hij zelf onderwijs in de christelijke leer. Zijn omgeving komt onder
de indruk van zijn eenvoud en bewogenheid met armen en noodlijdenden. Tegen zijn wil wordt
hij in 371 tot bisschop van de Franse plaats Tours gekozen. Dit is de reden waarom hij de
geschiedenis is ingegaan als Martinus van Tours. Op 8 november in het jaar 397 sterft hij.
Op 11 november wordt hij in Tours begraven. Deze 11de november, de dag van zijn begrafenis
dus, is later een feestdag geworden ter ere van de ´heilige Martinus´.
Heiligverklaring
De Rooms Katholieke Kerk heeft heel veel mensen, die iets bijzonders hebben gepresteerd
of meegemaakt heilig verklaard. Zulken steken in geestelijk opzicht ver boven het gewone
volk - de leken - uit. Ook Martinus is die ´eer´ te beurt gevallen. Het verhaal ging
namelijk dat hij, toen hij als jonge ridder de stad Amiens wilde binnen gaan, vlak bij de
poort een bedelaar langs de weg zag liggen, gehuld in lompen. In die tijd was het verboden
om zonder mantel de stad in te gaan. Omdat de bedelaar geen mantel had, maar wel de stad
in wilde, sneed Martinus met zijn zwaard zijn jas doormidden en gaf de helft aan de
bedelaar. ´s Nachts verscheen Christus hem in een droom en maakte hem duidelijk dat hij
zeer goed had gehandeld. Door de arme te kleden had hij Christus zelf gekleed. Op grond
van deze daad en zijn voorbeeldig leven is hij in de 5de eeuw heilig verklaard en is hij
als Sint-Martinus (= Sint-Maarten) de geschiedenis ingegaan. Dit verhaal moeten we
natuurlijk met een flinke korrel zout nemen. Het is een van de vele legendes die zich
rondom de persoon van Martinus hebben gevormd. Feit is wel dat de man sinds de
middeleeuwen met name in Noordwest-Europa een algemene verering is gaan genieten. Hij werd
de schutspatroon van verschillende steden zoals bijvoorbeeld van de stad Utrecht
(Nederland) evenals van verschillende beroepen zoals boeren, wijnbouwers en slagers. Maar
ook andere Nederlandse steden als Maartensdijk in Utrecht, Sint-Maartensdijk op het eiland
Tholen en Sint-Maarten in West-Friesland hebben hun namen aan hem te danken. Bovendien
werden veel kerken aan hem gewijd. De bekendste zijn de Sint-Maartenkerk te Utrecht (Dom)
en de Sint-Martinikerk te Groningen. Opmerkelijk is dat ook de ons bekende Maarten Luther
zijn naam heeft te danken aan genoemde Martinus. Luther werd op de 11de november gedoopt
en zoals gebruikelijk kreeg hij de naam van de heilige van die dag. Het vieren van
Sint-Maarten op 11 november gebeurt vooral in het oude gebied van de bisschop van Utrecht
(Nederland boven de Rijn en Maas) en in een paar Vlaamse steden als Aalst, Beveren,
Mechelen en Ieper.
Folklore
Op verschillende manieren heeft men in de loop der tijden de herdenking aan
Sint-Maarten gevierd. Bekend zijn de vuren, die op de 11de november werden
ontstoken en de zogenaamde Sint-Maartens-schuddekorf. Boven een vuur hing een mand gevuld
met herfstvruchten, die telkens werden geschud. De kinderen grabbelden naar de geroosterde
vruchten. Het feit dat Sint-Maarten samenviel met het eindigen van de oogst, maakte 11
november tot een nieuwjaarsdag voor de boeren. Dan betaalden zij hun pacht en vierden
feest. Ook werd de 11de november in deze slachtmaand de slachtdag bij uitnemendheid.
Wellicht dat het vieren van de oogst en het slachten de aanleiding zijn geweest dat armen
langs de boerderijen gingen om iets extra´s te vragen. Op enkele plaatsen in Friesland en
Nederlands Limburg worden er nog vuren aangestoken. Wat er verder in Nederland nog van de
viering van Sint-Maarten is overgebleven is de rondgang van kinderen langs de deuren van
buren en bekenden met een verlichte lantaarn of lampion en het zingen van een liedje (ze
zijn er in velerlei soorten) om uiteindelijk iets lekkers te krijgen. Kinderen beleven dat
als iets feestelijks. In Belgische steden als Aalst, Beveren, Mechelen en Ieper
heeft Sint-Maarten zelfs de complete taak van Sinterklaas overgenomen. Hij vult de
schoenen en geeft de presentjes. Net als Sinterklaas.
Sinterklaas
Geschiedenis
Sint-Nicolaas werd in 270 geboren in Pataras (Klein-Azië). Hij stierf als bisschop
Nicolaas van Myra op 6 december 340 in Myra en werd later vanwege zijn vele goede daden
heilig verklaard. Al voor het jaar 1000 was hij één van de meest algemeen vereerde
heiligen in de oosters en westerse kerk, een soort afspiegeling van de Christusfiguur. In
de middeleeuwen ontwikkelt zijn sterfdag zich tot het kinderfeest zoals we het nu kennen.
Het begon met het kiezen van een bisschop en assistenten uit de arme kinderen van een
stad. Deze kinderen kregen tot 'Onnozele Kinderen' (28 december) eten en cadeaus (onder
meer schoenen). Langzaam maar zeker groeit het trakteren van kinderen uit tot een algemeen
volksgebruik. Lange tijd was er grote weerstand tegen dit gebruik, met name vanwege de
rooms-katholieke elementen. In een aantal Nederlandse plaatsen, waaronder Tiel, Grave en
Alkmaar werden openbare Sint-vieringen zelfs verboden tot groot protest van de bevolking.
Pas in de 19de eeuw duikt de bisschop weer in het openbaar op. Uit deze tijd stammen ook
de meeste van de Sinterklaasliedjes ('Zie ginds komt de stoomboot' staat bijvoorbeeld in
1851 in de versjesbundel 'St.-Nicolaas en zijn knecht' van J. Schenkman).
De legenden over deze Sinterklaas zijn onuitputtelijk. Oudere lezers kennen ongetwijfeld
de
verhalen van de drie ingepekelde kinderen die Sinterklaas tot leven wekte, de drie zusters
die
hij van prostitutie weerhield, de drie schipbreukelingen die hij nog net wist op te vissen
en de
drie soldaten - bij keizer Constantijn ten onrechte aangeklaagd - die hij onder zijn
bescherming
nam. Het cijfer drie is onlosmakelijk met Sinterklaas verbonden. De legenden vertellen dat
hij
bijna alles drie keer deed. Hij las drie maal dezelfde teksten voor, hij hief steevast
drie maal het
glas, hij bediende zich tijdens de maaltijden drie keer en... volgens kwatongen mocht de
goedheilige man zelfs drie keer vrijen per nacht, want Sinterklaas komt uit een tijd dat
de
celibaatsverplichting voor geestelijken nog niet gold. Deze vreemde voorkeur voor het
cijfer
drie heeft ongetwijfeld te maken met het feit dat Sinterklaas een groot verdediger van de
drievuldigheidsleer was. "Laten we alles doen ter ere van de Vader, van de Zoon en
van de
Geest," zijn de enige woorden die van de heilige Nicolaas bewaard bleven.
Sinterklaas wordt voornamelijk in Nederland en België gevierd, maar ook onze
landgenoten in het buitenland worden niet vergeten in december
België
In België wordt het Sinterklaasfeest niet op 5, maar op 6 december gevierd en heeft
het feest een religieuzere betekenis dan in Nederland. Er worden ook geen gedichten en
surprises gemaakt. Kinderen krijgen alleen speelgoed. Grotere cadeaus krijgen ze met
Kerstmis.
Oost-Europa
In Oost-Europa wordt op 5 december Sint-Nicolaas gevierd. Kinderen poetsen één van
hun laarzen op en zetten deze in de vensterbank van hun slaapkamer. Ze laten het raam open
om Sinterklaas naar binnen te laten. Elk kind krijgt twee poppetjes: een duiveltje omdat
ze soms stout zijn en een Sint-Nicolaaspop omdat ze ook vaak lief zijn.
Zwarte klazen
In sommige landen heeft Sint zeer naaste familieleden aan het werk gezet. Het Duitse
Oost-Friesland wordt bezocht door Sunnerklas en Ruprecht, en in Oostenrijk en Rome
verschijnen angstaanjagende zwarte Klazen. In Oostenrijk heet hij Krampus, een griezelig
heerschap met een bontjas en een duivelsmasker met een lange, rode tong. Krampus heeft een
rieten mand bij zich waar hij vroeger stoute kindjes in stopte, nu is de mand alleen nog
met snoep gevuld.
Zelfs in ons eigen land, en met name op de waddeneilanden komen nog 'Sunderklazen'
voor: luidruchtige jongelui, onherkenbaar vermomd en met verdraaide stemmen. Ze dwalen
door de buurt, eten en drinken, jagen kleine kinderen de huizen in en vangen jonge
meisjes.
Sintegreef
Met Halfvasten (in maart) wordt In Vlaanderen Sintegreef gevierd. De avond voor de
naamdag van de Greef (=graaf) van Halfvasten mogen kinderen een mandje bij de schoorsteen
zetten. De volgende dag is het mandje gevuld met chocola en een palmpasenhaantje.
Santa Claus of kerstman
De Kerstman is in feite een afstammeling van onze Sinterklaas. Nederlanders die zich in
1611 in Nieuw Amsterdam (USA) vestigden, brachten Sint-Nicolaas mee als beschermheilige
van het latere New York. Onze statige Sinterklaas veranderde door zijn optreden in
allerlei boeken, verhalen en gedichten en toevoeging van elementen uit allerlei culturen,
langzaam maar zeker in de goedlachse dikkerd met rendieren en slee zoals we hem nu kennen.
Joelman
Al sinds voorchristelijke tijden rijdt in Scandinavië rond de Kerst de Joelman in een
slee met rendieren. Zijn aanwezigheid geeft aan dat mensen in het voorjaar weer heer en
meester zullen worden over dieren en gewassen.
Spanje
In het 'moederland' van Sinterklaas wordt een soortgelijk kinderfeest gevierd met
Driekoningen (los tres reyes magos). Hierbij krijgen kinderen cadeautjes als ze lief zijn
en steenkool als ze stout zijn.
Germanen
De christelijke achtergrond verklaart misschien grotendeels het gedrag van onze
Goedheiligman, maar zijn uiterlijk en veel van zijn attributen heeft de Sint te danken aan
de oude Germaanse god Wodan. Deze reed hoog door de lucht en ging aan het eind van het
jaar rond om mensen te belonen of te straffen voor hun gedrag. Hij had een lange felrode
of asgrauwe baard en haren. Hij droeg een wijde wondermantel, een breedgerande hoed en
hield een speer in zijn hand. Hij werd bijgestaan door zijn trouwe knecht Eckart en reed
op de 8-potige schimmel Sleipnir.
Symboliek
Stoomboot: Daar voelt hij zich thuis. Sint-Nicolaas redde in nood verkerende zeelieden
en is naast beschermheer van scholieren, huwbare jeugd, kooplieden en reizigers ook
patroon van de zeelieden
Spanje: Uit Spanje kwamen vroeger veel luxe artikelen en lekkers vandaan (en nu
dus nog in december).
Schimmel: Geleend van de Germaanse god Wodan
Mijter: waarschijnlijk een 'verbastering' van een Frygische muts (een oosterse,
godsdienstige hoofdbedekking), onder meer gedragen door bisschoppen
Staf: symbool van de herdersstaf en kerkelijke macht 'Goedheiligman': Een
verbastering van "goet-hylik man" (= "goed-huwelijks man"), een titel
die Sint verdiende door te zorgen voor de bruidsschat van een paar arme meisjes.
Zwarte Piet: Vroeger de tegenpool van Sint en boeman voor kleine kinderen,
tegenwoordig Sints onmisbare rechterhand, zwart geworden door al dat geklauter in
schoorstenen (wie zou daar niet zwart van worden?).
Nicodemus: De oorspronkelijke handlanger van Sinterklaas, een bijbelgeleerde die
vooral 's nachts actief was. Omdat Nicolaas en Nicodemus tijdens de nachtelijke
avonturentochten niet betrapt wilden worden, gaf Sinterklaas aan het manusje-doet-al de
opdracht om zijn gezicht zwart te schilderen, dan zouden kinderen de pieterman (dit is: de
knecht) niet herkennen en kon hij, als een duvel uit een doosje, tevoorschijn komen en
weer verdwijnen.
Roe: Berkentakken met bamboe of een lint eromheen, symbool van vruchtbaarheid en
daarnaast handig om de schoorsteen schoon te maken (wat gezien Piets uiterlijk misschien
niet de beste methode is)
Schoorsteen: Verbinding tussen mensen en de 'bovenwereld' waar geesten en goden
wonen (volgens de Germanen tenminste).
Speculaaspoppen: Ook wel 'Vrijers' genoemd, kreeg je er één, dan had je een
aanbidder. Vroeger afbeeldingen van heiligen of van de Germaanse vruchtbaarheidsgodin
Freia.
Pepernoten: Wederom een symbool van vruchtbaarheid, vroeger werden ze met
muntstukken gemengd, tegenwoordig helaas met suikergoed.
Marsepein: Amandelbrood met Indisch rietsuiker, in de Middeleeuwen als
geneesmiddel gebruikt. Het wilde zwijn was een Germaans symbool van de jacht en werd in
oude tijden regelmatig geofferd. Nadat de kerk dierenoffers verbood, werd het zwijn
vervangen door zijn achterneefje: het marsepeinen varken.
Suikergoed: Vroeger vooral in de vorm van een hart. Net als de Vrijer een teken
van een aanbidder.
Chocolademunten: Eén van de bekendste legenden over Sinterklaas vertelt dat hij
's nachts stiekem beurzen met goudstukken naar binnen gooide. Dit om te voorkomen dat een
vader zijn dochters de prostitutie instuurde om aan geld te komen voor een goede
bruidsschat.
Strooien: liefst ongezien, ten teken van vrijgevigheid en bescheidenheid. Ook
weer te herleiden naar de legende van de drie huwbare meisjes.
Chocoladeletters: Eetbare letters werden gebruikt op kloosterscholen in de
Middeleeuwen om kinderen te leren schrijven. Zodra ze een letter goed konden schrijven,
mochten ze als beloning de bijbehorende broodletter opeten. Een andere verklaring kan zijn
dat in de 19de eeuw mensen de Sinterklaascadeaus bedekten met een laken. Hierbovenop
legden ze de eerste letter (van brood) van het kind waarvoor de cadeaus waren bedoeld.
Chocolade letters werden ergens in de 19de eeuw geintroduceerd. Tot die tijd werden de
letters gemaakt van brood of banket. Germaanse kinderen kregen een runeteken cadeau bij
hun geboorte, een initiaal voor geluk. Ook deze traditie wordt gezien als voorloper van de
chocoladeletter. |