U bent hier: Onderwijs en Vorming > Edulex

Omzendbrief

datum laatste wijziging: 11/04/2014 inhoudstafel
Programmatie, overheveling en afbouw in het voltijds gewoon secundair onderwijs
referentie : SO 61
publicatiedatum : 05/02/1999
wettelijke basis : Codex Secundair Onderwijs
contactpersoon : Chris Dockx (redactie), 02/553.96.01
contactpersoon : Marc Van de Meirssche (contact), 02/553.87.03
contactpersoon : Pieter Lemahieu (contact), 02/553.88.10
contactpersoon : Marleen Callaert (contact), 02/553.87.29

    Wijziging onder voorbehoud van goedkeuring van het ontwerp van onderwijsdecreet XXIV en zijn uitvoeringsreglementering.

    1. Inleiding.

    Deze omzendbrief bevat de onderrichtingen die vanaf het schooljaar 2014-2015 van kracht zijn op het vlak van programmatie van scholen en op het vlak van programmatie, overheveling en afbouw van structuuronderdelen in het voltijds gewoon secundair onderwijs. De nieuwe regeling maakt een einde aan de programmatie-, omvormings- en overhevelingsstop die sedert 2010 gold en waarop enkel in zeer uitzonderlijke omstandigheden een afwijking door de Vlaamse Regering kon worden verkregen.

    Voor wat de programmatie van scholen betreft, dient deze omzendbrief gelezen samen met de omzendbrief S.O. 42 rond het thema "vestigingsplaatsen"; voor alles wat structuuronderdelen betreft, dient rekening gehouden met het "studieaanbod in het voltijds secundair onderwijs" zoals dat is opgenomen in de omzendbrief S.O. 60. Verder dient rekening te worden gehouden met:

    a) het participatiedecreet van 2 april 2004, waarin wordt bepaald dat voor wat betreft het gesubsidieerd onderwijs met ingang van 1 april 2005 het schoolbestuur verplicht het advies vraagt van de schoolraad over elk ontwerp van beslissing inzake het studieaanbod. Hieronder valt elke programmatie, overheveling of afbouw van een structuuronderdeel respectievelijk elke ingebruikname van een nieuwe vestigingsplaats. Het schoolbestuur kan slechts op gemotiveerde wijze afwijken van het advies van de schoolraad. Het decreet legt bijkomend modaliteiten inzake uitbrenging en opvolging van het advies vast. Het decreet stelt ook dat de schoolraad ten behoeve van al het personeel, leerlingen en ouders een communicatie- en informatieplicht heeft over de wijze waarop hij zijn bevoegdheden uitoefent;

    b) het bijzonder decreet van 14 juli 1998 betreffende het gemeenschapsonderwijs, waarin wordt bepaald dat in dit onderwijsnet de schoolraad een adviesbevoegdheid heeft ten aanzien van de raad van bestuur en de algemeen directeur over de programmatie van het studieaanbod.

    2. Programmatie van scholen.

    2.1. Omschrijving.

    Onder programmatie van een school wordt de oprichting verstaan van een op 1 oktober van het voorafgaande schooljaar niet bestaande school met de bedoeling deze school voor financiering (gemeenschapsonderwijs) of subsidiëring (overige netten) in aanmerking te laten komen.

    Onderhavige programmatiebepalingen gelden niet indien enkel de erkenning en niet de financiering of subsidiëring van de school wordt beoogd. "Erkenning", is de toekenning van het recht om de van rechtswege geldende studiebewijzen uit te reiken.

    De oprichting, die steeds op 1 september plaats vindt, kan diverse vormen aannemen:

    a) oprichting van een autonome school die het schooljaar voordien niet bestond, bestond als een privé school of uitsluitend in de erkennings- doch niet in de financierings- of subsidiëringsregeling van de overheid was opgenomen;

    b) oprichting van een autonome school via afsplitsing als onderdeel van een ruimere herstructurering. Dit houdt in dat twee of meer scholen fusioneren en dat terzelfdertijd uit de ontstane entiteit één of meer zelfstandige scholen worden afgesplitst, zonder dat het oorspronkelijk aantal scholen toeneemt.

    Volgende vormen van afsplitsing zijn toegelaten:

    a) afsplitsing van de eerste graad, waarbij alle structuuronderdelen (eerste leerjaar A, eerste leerjaar B, alle basisopties en alle beroepenvelden, naargelang van het geval) worden ondergebracht in de nieuwe school (en dus verdwijnen in de moederschool);

    b) afsplitsing van één of meer studiegebieden, waarbij alle structuuronderdelen van alle leerjaarniveaus die in de school binnen een bepaald studiegebied worden georganiseerd, ondergebracht worden in de nieuwe school (en dus verdwijnen in de moederschool);

    c) afsplitsing door middel van een combinatie van beide voorgaande vormen.

    Een school, ontstaan door fusie van scholen, wordt niet als een nieuwe school beschouwd.

    Een fusie of een afsplitsing van scholen wordt geacht zich op 1 februari (of de eerstvolgende lesdag erna indien 1 februari een vrije dag is, waarbij een facultatieve verlofdag of een pedagogische studiedag als lesdag geldt) van het voorafgaande schooljaar te hebben voorgedaan voor wat de telling van het aantal leerlingen betreft bij toepassing van de leerlingennormen.

    2.2. Gezamenlijke voorwaarden.

    2.2.1. Al dan niet overheidsgoedkeuring.

    Met inachtname van de leerlingennorm, is de programmatie van een school via afsplitsing van een bestaande school zonder overheidsgoedkeuring en de programmatie van een school zonder afsplitsing van een bestaande school mét overheidsgoedkeuring, toegelaten.

    2.2.2. Norm.

    De oprichting van een nieuwe school is gekoppeld aan een norm, uitgedrukt in een minimum aantal regelmatige leerlingen. Naar analogie met de rationalisatienormen, worden bij de toepassing van de programmatienormen alle regelmatige leerlingen in beschouwing genomen met uitzondering van de leerlingen van de voorbereidende leerjaren op het hoger onderwijs, de Se-n-Se T.S.O. en K.S.O., en het onthaalonderwijs voor anderstalige nieuwkomers.

    Indien een school ontstaat door afsplitsing, geldt de norm voor elke afzonderlijke school die bij de herstructurering is betrokken.

    De norm dient bereikt:

    a) bij programmatie via afsplitsing: op 1 februari (lees binnen de context van deze omzendbrief: of de eerstvolgende lesdag indien 1 februari een vrije dag is, waarbij een facultatieve verlofdag of een pedagogische studiedag als lesdag geldt) van het voorafgaand schooljaar;

    b) bij programmatie zonder afsplitsing: op 1 oktober (lees binnen de context van deze omzendbrief: of de eerstvolgende lesdag indien 1 oktober een vrije dag is, waarbij een facultatieve verlofdag of een pedagogische studiedag als lesdag geldt) van het betrokken schooljaar. Daarenboven dient voor een dergelijk opgerichte school die haar gradenstructuur geleidelijk uitbouwt, op 1 oktober van het schooljaar waarin voor het eerst het eerste leerjaar van een bepaalde graad tot stand komt, de programmatienorm bereikt, slaande op de eventueel intussen al volledig georganiseerde graden + de bijkomend nieuwe graad; bijvoorbeeld: een nieuwe school die de eerste en de tweede graad voltijds secundair onderwijs volledig, leerjaar na leerjaar, heeft uitgebouwd en op 1 september met het eerste leerjaar van de derde graad start, is op 1 oktober daaropvolgend onderworpen aan de programmatienorm voor een driegradenschool. Een bestaande school is niet onderworpen aan desbetreffende programmatienorm indien haar structuur met één of meer graden uitbreidt.

    De respectieve normen zijn:

    a) basisnorm voor scholen die niet onder b) vallen:

    voor een school met enkel een eerste graad: 282

    voor een school met een eerste + tweede graad: 510

    voor een school met een tweede + derde graad: 387

    voor een school met een eerste + tweede + derde graad: 669

    voor een school met verpleegkunde HBO (+ eventueel één van voorgaande constructies): 300 (+ eventueel de corresponderende norm voor de onderliggende constructie);

    b) basisnorm voor scholen gelegen in het administratief arrondissement Brussel-hoofdstad of in een gemeente met een bevolkingsdichtheid van minder dan 250 inwoners/km² en voor scholen met meer dan 75% internen:

    voor een school met enkel een eerste graad: 213

    voor een school met een eerste + tweede graad: 384

    voor een school met een tweede + derde graad: 291

    voor een school met een eerste + tweede + derde graad: 504

    voor een school met verpleegkunde HBO (+ eventueel één van voorgaande constructies): 300 (+ eventueel de corresponderende norm voor de onderliggende constructie);

    c) voordeelnorm indien het gaat om de enige school en voor zover het een school is die niet onder d) valt:

    - per onderwijsnet (gemeenschapsonderwijs, gesubsidieerd officieel onderwijs respectievelijk gesubsidieerd vrij onderwijs), en

    - per zone (in het kader van de vorming van de scholengemeenschappen wordt Vlaanderen in onderwijszones ingedeeld), en

    - voor wat het vrij onderwijs betreft: per erkende godsdienst of levensbeschouwing; daarbij wordt abstractie gemaakt van die vrije scholen die cultuurbeschouwing of eigen cultuur en religie (i.p.v. godsdienst/niet-confessionele zedenleer) organiseren en eigen leerplannen hanteren (indien een schoolbestuur binnen de zone slechts één dergelijke vrije school voor voltijds secundair onderwijs beheert, dan valt deze school ook onder de voordeelnorm):

    voor een school met enkel een eerste graad: 141

    voor een school met een eerste + tweede graad: 255

    voor een school met een tweede + derde graad: 194

    voor een school met een eerste + tweede + derde graad: 335

    voor een school met verpleegkunde HBO (+ eventueel één van voorgaande constructies): 150 (+ eventueel de corresponderende norm voor de onderliggende constructie);

    d) voordeelnorm indien het gaat om de enige school en voor zover het een school is, gelegen in het administratief arrondissement Brussel-hoofdstad of in een gemeente met een bevolkingsdichtheid van minder dan 250 inwoners/km² en voor scholen met meer dan 75% internen:

    voor een school met enkel een eerste graad: 107

    voor een school met een eerste + tweede graad: 192

    voor een school met een tweede + derde graad: 146

    voor een school met een eerste + tweede + derde graad: 252

    voor een school met verpleegkunde HBO (+ eventueel één van voorgaande constructies): 150 (+ eventueel de corresponderende norm voor de onderliggende constructie);

    e) voordeelnorm indien het gaat om een afsplitsing van scholen die niet onder f) vallen:

    voor een school met enkel een eerste graad: 94

    voor een school met een eerste + tweede graad: 170

    voor een school met een tweede + derde graad: 129

    voor een school met een eerste + tweede + derde graad: 223

    voor een school met verpleegkunde HBO (+ eventueel één van voorgaande constructies): 100 (+ eventueel de corresponderende norm voor de onderliggende constructie);

    f) voordeelnorm indien het gaat om een afsplitsing van scholen gelegen in het administratief arrondissement Brussel-hoofdstad of in een gemeente met een bevolkingsdichtheid van minder dan 250 inwoners/km² en van scholen met meer dan 75% internen:

    voor een school met enkel een eerste graad: 71

    voor een school met een eerste + tweede graad: 128

    voor een school met een tweede + derde graad: 97

    voor een school met een eerste + tweede + derde graad: 168

    voor een school met verpleegkunde HBO (+ eventueel één van voorgaande constructies): 100 (+ eventueel de corresponderende norm voor de onderliggende constructie).

    2.2.3. Afspraken binnen de scholengemeenschap.

    In voorkomend geval moet de oprichting van een school door afsplitsing in overeenstemming zijn met de afspraken over de ordening van een rationeel onderwijsaanbod die binnen de scholengemeenschap worden gemaakt. Zowel op het vlak van de invulling van het onderwijsaanbod als op andere domeinen is het komen tot onderlinge afspraken tussen de respectieve partners, één der bevoegdheden die de decreetgever aan de scholengemeenschappen toevertrouwt. Hoewel allicht het consensusmodel als voorbeeld mag worden gesteld, wordt het door de overheid bewust aan de scholengemeenschappen overgelaten om het vormingsproces van bedoelde afspraken, die essentieel zijn, op punt te stellen.

    2.3. Administratieve procedure.

    De programmatie van een school via afsplitsing van een bestaande school wordt uiterlijk 1 mei van het voorafgaand schooljaar aan het AgODi gemeld door middel van een "verklaring van afsplitsing" (bijlage 1). Bij die melding moeten volgende stukken worden gevoegd:

    a) het protocol van de onderhandelingen terzake in het bevoegd lokaal comité of, bij ontstentenis van een lokaal comité, het protocol van de personeelsconsultatie;

    b) voor zover de school behoort tot een scholengemeenschap: een uittreksel van het PV waaruit moet blijken dat de programmatie conform is aan de afspraken die binnen de scholengemeenschap zijn gemaakt;

    c) de documenten met betrekking tot de ingebruikname van een nieuwe vestigingsplaats, aangezien de vestigingsplaats(en) die de afgesplitste school in gebruik zal nemen onder de definitie "nieuw" vallen zoals bepaald in de omzendbrief S.O. 42; de in deze omzendbrief vermelde uiterste aanvraagdatum, nl. 31 maart van het voorafgaand schooljaar, wordt in onderhavige situatie evenwel verdaagd naar uiterlijk 1 mei van het voorafgaand schooljaar.

    De programmatie van een school zonder afsplitsing van een bestaande school wordt uiterlijk 1 mei van het voorafgaand schooljaar per gewoon schrijven aan het AgODi aangevraagd. Bij die aanvraag gaan de documenten met betrekking tot de ingebruikname van een nieuwe vestigingsplaats, aangezien de vestigingsplaats(en) die de school in gebruik zal nemen onder de definitie "nieuw" vallen zoals bepaald in de omzendbrief S.O. 42; de in deze omzendbrief vermelde uiterste aanvraagdatum, nl. 31 maart van het voorafgaand schooljaar, wordt in onderhavige situatie evenwel verdaagd naar uiterlijk 1 mei van het voorafgaand schooljaar.

    3. Programmatie van structuuronderdelen.

    3.1. Omschrijving.

    Structuuronderdeel is een gemeenschappelijk begrip voor eerste leerjaar A, eerste leerjaar B, basisoptie, beroepenveld, optie, Se-n-Se, specialisatiejaar, voorbereidend leerjaar op het hoger onderwijs en derde leerjaar van de derde graad B.S.O., niet georganiseerd als een specialisatiejaar (= naamloos leerjaar).

    Onder programmatie van een structuuronderdeel wordt de oprichting verstaan van een op 1 oktober van de twee onmiddellijk voorafgaande schooljaren niet georganiseerd en/of louter erkend structuuronderdeel, met de bedoeling dit structuuronderdeel voor financiering (gemeenschapsonderwijs) of subsidiëring (overige netten) in aanmerking te laten komen. Onder programmatie van een Se-n-Se wordt de oprichting verstaan van de op 1 oktober en 1 maart van de twee onmiddellijk voorafgaande schooljaren niet georganiseerde en/of louter erkende desbetreffende Se-n-Se, met de bedoeling die voor financiering (gemeenschapsonderwijs) of subsidiëring (overige netten) in aanmerking te laten komen. Indien het evenwel de programmatie van een structuuronderdeel met in de benaming de component "topsport" betreft, dan wordt daaronder de oprichting verstaan van een op 1 oktober van de zes onmiddellijk voorafgaande schooljaren niet georganiseerd en/of louter erkend structuuronderdeel, met de bedoeling dit structuuronderdeel voor financiering of subsidiëring in aanmerking te laten komen; opdat de heroprichting van een structuuronderdeel (met topsport) niet als een programmatie wordt beschouwd, moet de betrokken school ten minste één sportdiscipline organiseren die eerder ook al aan die school werd toegewezen. Voor wat betreft een optie die zich over verschillende leerjaren van een bepaalde graad uitstrekt, hebben de woorden "niet georganiseerd" betrekking op het eerste leerjaar van die graad.

    De door de overheid eventueel opgelegde omzetting van bestaande naar nieuwe benamingen van structuuronderdelen, wordt niet als programmatie beschouwd.

    De programmatie van een optie die zich over verschillende leerjaren van een bepaalde graad uitstrekt, gebeurt hetzij progressief, leerjaar na leerjaar, te beginnen met het eerste, hetzij door gelijktijdige opstart van de verschillende leerjaren.

    Onderhavige programmatiebepalingen gelden niet indien enkel de erkenning van het structuuronderdeel wordt beoogd. Erkenning is de toekenning van het recht om de van rechtswege geldende studiebewijzen uit te reiken. De leerlingen van het desbetreffend structuuronderdeel komen echter niet in aanmerking voor de vaststelling van de financiering of subsidiëring van de school.

    Noteer tot slot dat geen enkel structuuronderdeel (of leerjaar) waarvoor op 1 oktober (of 1 maart, in het geval een Se-n-Se pas op 1 februari is opgestart) geen leerlingen zijn ingeschreven, nadien in de loop van het schooljaar alsnog kan worden (her)opgestart.

    3.2. Gezamenlijke voorwaarden.

    3.2.1. Al dan niet overheidsgoedkeuring.

    In het kader van programmaties worden alle structuuronderdelen opgedeeld in onderstaande drie groepen. Deze opdeling kan jaarlijks worden geactualiseerd.

    3.2.1.1. Structuuronderdelen die niet programmeerbaar zijn.

    Sommige structuuronderdelen zijn niet programmeerbaar. Het betreft structuuronderdelen die in onvoldoende mate aansluiten op de arbeidsmarkt (cfr. tewerkstellingscijfers van schoolverlaters) of op het hoger onderwijs (cfr. slaagcijfers in het hoger onderwijs) en structuuronderdelen waarvoor binnen de Vlaamse kwalificatiestructuur een erkende beroepskwalificatie ontbreekt. De lijst van niet-programmeerbare structuuronderdelen gaat als bijlage 2 bij deze omzendbrief.

    Op het principe van de niet-programmeerbaarheid bestaat één afwijking: de Vlaamse Regering kan de programmatie toch goedkeuren als dat noodzakelijk is om de studiecontinuïteit van de leerlingen binnen de school of scholengemeenschap te garanderen. Op die wijze wordt de rechtsbescherming van de leerlingen gevrijwaard. Vooraleer een beslissing te nemen, wint de Vlaamse Regering het advies in enerzijds van de Vlaamse Onderwijsraad en anderzijds van de administratie en de inspectie. Met "studiecontinuïteit" wordt hier enkel bedoeld: logische en noodzakelijke aansluiting van de derde graad op de tweede graad (en niet: verruiming van de reeds aanwezige studiekeuzemogelijkheden). In tegenstelling tot andere programmaties geldt dat een dergelijke programmatie, indien goedgekeurd, tijdsgebonden is. De programmatie kan immers enkel de bedoeling hebben om een leerlingencohorte die met een opleidingstraject in de tweede graad is gestart, in de school in kwestie (of in een andere school van de scholengemeenschap) dat traject te laten voltooien tot en met het tweede leerjaar van de derde graad binnen een normaal tijdsbestek, d.w.z. zonder met overzitten rekening te houden. Dit betekent concreet het volgend op- en afbouwscenario:

    mits gunstige regeringsbeslissing is het structuuronderdeel

    - in het eerste en het tweede schooljaar volgend op de beslissing organiseerbaar in het eerste leerjaar van de derde graad;

    - in het tweede en het derde schooljaar volgend op de beslissing organiseerbaar in het tweede leerjaar van de derde graad.

    Een aanvraag tot afwijking door een schoolbestuur is onontvankelijk indien dat schoolbestuur reeds eerder dezelfde aanvraag heeft ingediend (dit zou er immers op neerkomen dat hoger vermeld scenario wordt omzeild).

    3.2.1.2. Structuuronderdelen die vrij programmeerbaar zijn.

    Sommige structuuronderdelen zijn vrij programmeerbaar omdat ze aanleunen bij beleidsontwikkelingen of beleidsprioriteiten. Hierbij kan, bijvoorbeeld, worden gedacht aan kwesties zoals vergrijzing van de samenleving, duurzaam leven en wonen, STEM-actieplan (Science, Technology, Engineering and Mathematics)….. Vrij programmeren kan wel impliceren dat binnen de school al een bepaald studieaanbod moet aanwezig zijn. De lijst van vrij programmeerbare structuuronderdelen (eventueel gekoppeld aan het al bestaand studieaanbod) gaat als bijlage 3 bij deze omzendbrief.

    3.2.1.3. Overige structuuronderdelen.

    Structuuronderdelen die niet onder de rubrieken 3.2.1.1. en 3.2.1.2. vallen zijn programmeerbaar hetzij zonder overheidsgoedkeuring mits inruil voor een bestaand structuuronderdeel, hetzij mét overheidsgoedkeuring. De programmatie is dus voor beide situaties aan voorwaarden verbonden.

    3.2.1.3.1. Programmatie op basis van inruiloperatie.

    Deze situatie is ietwat vergelijkbaar met wat voorheen werd aangeduid als "omvorming" (begrip dat niet langer wordt gehanteerd). De programmatie van het structuuronderdeel is toegelaten als aan alle volgende voorwaarden is voldaan:

    a) in de school of in een andere school van de scholengemeenschap wordt tegelijkertijd een ander structuuronderdeel opgeheven; dat andere structuuronderdeel kan niet een structuuronderdeel zijn van het niveau derde leerjaar van de derde graad of kan niet het onthaaljaar voor anderstalige nieuwkomers zijn;

    b) de programmatie leidt niet tot een voor de school nieuw studiegebied (ijkmoment: 1 oktober van het schooljaar voorafgaand aan de programmatie);

    c) het structuuronderdeel dat wordt geprogrammeerd kan niet een structuuronderdeel zijn van het niveau derde leerjaar van de derde graad of kan niet het onthaaljaar voor anderstalige nieuwkomers zijn;

    d) de programmatie voldoet aan eventuele bepalingen met betrekking tot frequentie, inplanting of andere organisatievoorwaarden voor het structuuronderdeel in kwestie. In voorkomend geval zijn die bepalingen per structuuronderdeel opgenomen in de omzendbrief S.O. 60.

    3.2.1.3.2. Programmatie mét overheidsgoedkeuring.

    Indien het schoolbestuur er niet kan of wil voor opteren om een bestaand structuuronderdeel in te ruilen, dan is de programmatie afhankelijk van een goedkeuring door de Vlaamse Regering. Vooraleer een beslissing te nemen, wint de Vlaamse Regering het advies in enerzijds van de Vlaamse Onderwijsraad en anderzijds van de administratie en de inspectie. De beslissing zelf zal rekening houden met volgende gezamenlijke criteria:

    a) eventuele bepalingen met betrekking tot frequentie, inplanting of andere organisatievoorwaarden voor het structuuronderdeel in kwestie. In voorkomend geval zijn die bepalingen per structuuronderdeel opgenomen in de omzendbrief S.O. 60;

    b) het beantwoorden van de programmatie aan de behoeften, zowel kwantitatief als kwalitatief, inzake onderwijsaanbod binnen de betrokken onderwijszone, er van uitgaande dat de keuzevrijheid voor ouders en leerlingen moet worden gerespecteerd;

    c) 1) de aanwezigheid van een convenant, of

    2) de inhoudelijke aansluiting en de objectief vastgestelde nood op de arbeidsmarkt, of

    3) de studiecontinuïteit van leerlingen binnen de school of scholengemeenschap.

    De programmatie van een onthaaljaar voor anderstalige nieuwkomers vereist altijd een goedkeuring van de Vlaamse Regering. Bijzonder is echter dat de aanvraag tot programmatie steeds "namens de scholengemeenschap" uitgaat van een bepaald schoolbestuur (van de school die als contactschool geldt). De aanvraag heeft dus geen betrekking op een individueel schoolbestuur. In het geval van toelating tot programmatie, wordt op het niveau van de scholengemeenschap zelf bepaald in welke scholen van die scholengemeenschap onthaalonderwijs wordt ingericht. Ook een herschikking van dat aanbod is toegelaten.

     

    3.2.2. Afspraken binnen de scholengemeenschap.

    In voorkomend geval moet de oprichting van een structuuronderdeel in overeenstemming zijn met de afspraken over de ordening van een rationeel onderwijsaanbod die binnen de scholengemeenschap worden gemaakt. Zowel op het vlak van de invulling van het onderwijsaanbod als op andere domeinen is het komen tot onderlinge afspraken tussen de respectieve partners, één der bevoegdheden die de decreetgever aan de scholengemeenschappen toevertrouwt. Hoewel allicht het consensusmodel als voorbeeld mag worden gesteld, wordt het door de overheid bewust aan de scholengemeenschappen overgelaten om het vormingsproces van bedoelde afspraken, die essentieel zijn, op punt te stellen.

    3.3. Administratieve procedure.

    De programmatie van een structuuronderdeel als vermeld in rubriek 3.2.1.2. (vrij programmeerbaar) wordt uiterlijk 1 mei van het voorafgaand schooljaar aan het AgODi gemeld door middel van een "verklaring van programmatie" (bijlage 4). Voor een structuuronderdeel Se-n-Se dat wordt geprogrammeerd op 1 februari, gebeurt de melding uiterlijk 30 november voorafgaand.

    De programmatie van een structuuronderdeel als vermeld in rubriek 3.2.1.3.1. (programmeerbaar op basis van inruiloperatie) wordt uiterlijk 1 mei van het voorafgaand schooljaar aan het AgODi gemeld door middel van een "verklaring van programmatie" (bijlage 5).

    De programmatie van een structuuronderdeel als vermeld in rubriek 3.2.1.3.2. (programmeerbaar mits overheidsgoedkeuring) of als vermeld in rubriek 3.2.1.1. (uitzonderlijk programmeerbaar mits overheidsgoedkeuring bij wijze van afwijking op de niet-programmeerbaarheid) wordt uiterlijk 30 november van het voorafgaand schooljaar aan het AgODi aangevraagd door middel van een "aanvraag van programmatie" (bijlage 6). Voor een structuuronderdeel Se-n-Se dat wordt geprogrammeerd op 1 februari, gebeurt de aanvraag uiterlijk 30 september voorafgaand.

    De programmatie van het structuuronderdeel onthaaljaar voor anderstalige nieuwkomers als vermeld in rubriek 3.2.1.3.2. (programmeerbaar mits overheidsgoedkeuring) wordt uiterlijk 1 mei van het voorafgaand schooljaar aan het AgODi aangevraagd door middel van een "aanvraag van programmatie onthaaljaar voor anderstalige nieuwkomers" (bijlage 7). De datum (1 mei), die dichter bij de effectieve programmatiedatum (1 september) ligt, moet het mogelijk maken om snel te kunnen inspelen op acute noden die lokaal rijzen rond onthaal en opvang van anderstaligen.

    Bij die melding respectievelijk aanvraag moeten volgende stukken worden gevoegd:

    a) het protocol van de onderhandelingen terzake in het bevoegd lokaal comité of, bij ontstentenis van een lokaal comité, het protocol van de personeelsconsultatie. Bij programmatie op basis van inruiloperatie is dat het protocol van de onderhandelingen per betrokken school; bij programmatie van het onthaaljaar voor anderstalige nieuwkomers is dat het protocol van de onderhandelingen op het niveau van de scholengemeenschap;

    b) voor zover de school behoort tot een scholengemeenschap: een uittreksel van het PV waaruit moet blijken dat de programmatie conform is aan de afspraken die binnen de scholengemeenschap zijn gemaakt (deze bepaling is niet van toepassing op de programmatie van het onthaaljaar voor anderstalige nieuwkomers).

    In het geval de aanvraag tot programmatie deel uitmaakt van een dossier "voorstel van nieuw structuuronderdeel" dan moeten, in afwijking op het voorafgaande, de desbetreffende stukken worden gericht aan het Departement Onderwijs en Vorming en dit uiterlijk 30 september van het voorafgaand schooljaar. Zie in dat verband ook de omzendbrief S.O. 60. Het Departement Onderwijs en Vorming zal dan intern communiceren naar het AgODi.

    3.4. Programmatie van de opleiding verpleegkunde HBO.

    Bij ontstentenis van een erkende beroepskwalificatie waarop de opleiding verpleegkunde HBO is gebaseerd, zijn vooralsnog geen programmaties toegelaten.

    4. Overheveling van structuuronderdelen.

    4.1. Omschrijving.

    Overheveling van structuuronderdelen is de overbrenging van een deel van het onderwijsaanbod van de ene naar de andere school, al dan niet op grond van onderlinge uitwisseling, met de bedoeling deze structuuronderdelen onverminderd voor financiering of subsidiëring in aanmerking te laten komen. Het globaal aanbod binnen een bepaalde geografische omschrijving wordt aldus door het mechanisme van de overheveling herschikt doch niet verruimd.

    Elke overheveling gebeurt in één keer (dus niet progressief) en op 1 september.

    Er moet rekening mee worden gehouden dat de overheveling geacht wordt reeds op 1 februari van het voorafgaand schooljaar te hebben plaats gevonden voor wat betreft:

    a) de financiering of subsidiëring op basis van de toepassing van de omkaderingsnormen voor de diverse personeelscategorieën en de vaststelling van de werkingsmiddelen;

    b) de toepassing van de diverse minimale schoolbevolkingsnormen (ook deze in programmatieverband).

    4.2. Gezamenlijke voorwaarden.

    4.2.1. Entiteiten die voor overheveling in aanmerking komen.

    Uitsluitend volgende overhevelingen zijn toegelaten:

    a) een volledige eerste graad zoals door de school georganiseerd;

    b) een volledig studiegebied zoals door de school georganiseerd, d.w.z. alle structuuronderdelen van de tweede en derde graad en verpleegkunde HBO. In het geval een school alle georganiseerde studiegebieden met B.S.O. overhevelt, dan moet het naamloos leerjaar - dat tot geen enkel studiegebied behoort - mee worden overgeheveld; indien de school slechts enkele van haar studiegebieden met B.S.O. overhevelt, dan kan het naamloos leerjaar mee worden overgeheveld.

    De overheveling van een eerste graad of van een studiegebied kan slechts naar één school en mag derhalve niet worden opgesplitst over verschillende scholen; bijvoorbeeld: een school met een studiegebied dat zich over de tweede en derde graad uitstrekt, kan niet de tweede graad van dat studiegebied naar school A en de derde graad naar school B overbrengen. Diverse gelijktijdige overhevelingen naar verschillende scholen is wel een open piste; bijvoorbeeld: terzelfdertijd gaat de volledige eerste graad naar school C en een volledig studiegebied naar school D.

    4.2.2. Scholen die bij een overheveling kunnen worden betrokken.

    Uitsluitend volgende scholen kunnen bij overheveling worden betrokken:

    a) scholen die behoren tot dezelfde scholengemeenschap;

    b) scholen die ressorteren onder hetzelfde schoolbestuur en gelegen zijn in dezelfde gemeente.

    4.2.3. Afspraken binnen de scholengemeenschap.

    In voorkomend geval moet de overheveling in overeenstemming zijn met de afspraken over de ordening van een rationeel onderwijsaanbod die binnen de scholengemeenschap worden gemaakt.

    4.3. Administratieve procedure.

    De overheveling wordt uiterlijk 1 mei van het voorafgaand schooljaar aan het AgODi gemeld door middel van een "verklaring van overheveling" (bijlage 8).

    Bij die melding moeten volgende stukken worden gevoegd:

    a) per school die bij de overheveling is betrokken: het protocol van de onderhandelingen terzake in het bevoegd lokaal comité of, bij ontstentenis van een lokaal comité, het protocol van de personeelsconsultatie;

    b) voor zover de school behoort tot een scholengemeenschap: een uittreksel van het PV waaruit moet blijken dat de overheveling conform is aan de afspraken die binnen de scholengemeenschap zijn gemaakt.

    5. Afbouw van structuuronderdelen.

    5.1. Omschrijving.

    Afbouw van een structuuronderdeel is de opheffing ervan zonder enige directe impact op het overige studieaanbod van de school.

    De afbouw wordt door de overheid niet opgelegd, tenzij het schoolbestuur in het kader van de verplichte keuze tussen fusie en afbouw - als antwoord op het niet bereiken van de toepasbare rationalisatienorm - beslist om de betrokken school geheel of gedeeltelijk (= steeds één of meer volledige graden) op te heffen.

    Gelet op de noodzakelijke rechtsbescherming van de leerling, kan de afbouw van een structuuronderdeel per graad slechts progressief, leerjaar na leerjaar, verlopen, beginnend met het eerste leerjaar van de betrokken graad.

    Indien een structuuronderdeel dat zich over verschillende leerjaren van een bepaalde graad uitstrekt gedurende twee aaneensluitende schooljaren niet wordt georganiseerd in het eerste leerjaar van die graad, dan wordt dit structuuronderdeel geacht in afbouw te zijn; dit betekent dat het daaropvolgend (derde) schooljaar het tweede leerjaar van het betrokken structuuronderdeel en graad niet mag worden ingericht, tenzij het structuuronderdeel via programmatie wordt heropgestart gelijktijdig in de verschillende leerjaren.

    5.2. Voorwaarden.

    Formele voorwaarden worden niet gesteld. Voor zover de school tot een scholengemeenschap behoort, mag wel worden verwacht dat de expliciete intentie van een schoolbestuur om tot afbouw van een structuuronderdeel over te gaan in overeenstemming is met de afspraken die binnen de scholengemeenschap zijn gemaakt.

    5.3. Administratieve procedure.

    Er hoeft geen melding van afbouw te worden ingestuurd.

    6. Bijlagen.

    Bijlage 1 - Melding van afsplitsing
    http://ond.vlaanderen.be/doc/dl.ashx?nr=5529 (FORM005529)

    Bijlage 2 - Lijst van niet-programmeerbare structuuronderdelen
    http://ond.vlaanderen.be/doc/dl.ashx?nr=5661 (FORM005661)

    Bijlage 3 - Lijst van vrij programmeerbare structuuronderdelen
    http://ond.vlaanderen.be/doc/dl.ashx?nr=5662 (FORM005662)

    Bijlage 4 - Melding van programmatie van vrij programmeerbare structuuronderdelen
    http://ond.vlaanderen.be/doc/dl.ashx?nr=5532 (FORM005532)

    Bijlage 5 - Melding van programmatie van structuuronderdelen op basis van een inruiloperatie
    http://ond.vlaanderen.be/doc/dl.ashx?nr=5531 (FORM005531)

    Bijlage 6 - Aanvraag van de programmatie van een structuuronderdeel
    http://ond.vlaanderen.be/doc/dl.ashx?nr=5560 (FORM005560)

    Bijlage 7 - Aanvraag van de programmatie van een onthaaljaar voor anderstalige nieuwkomers
    http://ond.vlaanderen.be/doc/dl.ashx?nr=5762 (FORM005762)

    Bijlage 8 - Melding van overheveling
    http://ond.vlaanderen.be/doc/dl.ashx?nr=5530 (FORM005530)