U bent hier: Onderwijs en Vorming > Edulex

Besluit van de Vlaamse Regering

datum laatste wijziging: 02/10/2014 inhoudstafel
Besluit van de Vlaamse regering betreffende de organisatie van het voltijds secundair onderwijs.
goedkeuringsdatum : 19 JULI 2002
publicatiedatum : B.S.04/12/2002

COORDINATIE

B.Vl.R. 7-2-2003 - B.S. 21-3-2003

B.Vl.R. 25-6-2004 - B.S. 12-11-2004

B.Vl.R. 9-9-2005 - B.S. 5-10-2005

Decr. 7-7-2006 - B.S. 31-8-2006

B.Vl.R. 7-9-2007 - B.S. 22-10-2007

B.Vl.R. 12-9-2008 - B.S. 14-10-2008

B.Vl.R. 16-1-2009 - B.S. 17-3-2009

B.Vl.R. 9-10-2009 - B.S. 8-2-2010

B.Vl.R. 4-6-2010 - B.S. 14-7-2010

B.Vl.R. 17-12-2010 - B.S. 24-6-2011

Decr. 1-7-2011 - B.S. 30-8-2011

B.Vl.R. 7-9-2012 - B.S. 12-11-2012

B.Vl.R. 13-9-2013 - B.S. 21-10-2013

B.Vl.R. 20-6-2014 - B.S. 2-10-2014

De Vlaamse regering,

Gelet op de bijzondere wet van 8 augustus 1980 tot hervorming der scholen, inzonderheid op artikel 20;

Gelet op het decreet van 31 juli 1990 betreffende het onderwijs - II, inzonderheid op artikel 48, 2°, a), op artikel 52, op artikel 84bis, § 1, ingevoegd bij het decreet van 12 juni 1991 en gewijzigd bij de decreten van 19 april 1995, 20 oktober 2000 en 13 juli 2001, en op artikel 84quater, 1°, en 84quinquies, ingevoegd bij het decreet van 12 juni 1991;

Gelet op het decreet van 14 juli 1998 houdende diverse maatregelen met betrekking tot het secundair onderwijs en tot wijziging van het decreet van 25 februari 1997 betreffende het basisonderwijs, inzonderheid op artikel 6, § 5, zoals aangevuld bij het decreet van 13 juli 2001 betreffende het onderwijs-XIII-Mozaïek;

Gelet op het decreet van 28 juni 2002 betreffende gelijke onderwijskansen-I, inzonderheid op artikel III.1, § 2;

Gelet op het besluit van de Vlaamse regering van 13 maart 1991 betreffende de organisatie van het voltijds secundair onderwijs, gewijzigd bij de besluiten van de Vlaamse regering van 4 december 1991, 20 juli 1994, 10 mei 1995, 30 mei 1996 en 31 augustus 2001;

Gelet op het ministerieel besluit van 10 maart 1995 tot vastlegging van de overeenstemmende onderverdelingen in het voltijds secundair onderwijs, gewijzigd bij de ministeriële besluiten van 13 mei 1996, 30 juni 1997, 13 juli 1998, 14 juni 1999, 3 mei 2000 en 6 juni 2001;

Gelet op het advies van de inspectie van financiën, gegeven op 7 februari 2002;

Gelet op het overleg dat, ingevolge artikel 5 van de wet van 29 mei 1959 tot wijziging van sommige bepalingen van de onderwijswetgeving, met de afgevaardigden van de schoolbesturen heeft plaats gehad op 23 april 2002;

Gelet op het protocol nr. 441 van 24 mei 2002 houdende de conclusies van de onderhandelingen, gevoerd in de gemeenschappelijke vergadering van Sectorcomité X en van onderafdeling Vlaamse Gemeenschap van afdeling 2 van het Comité voor de Provinciale en Plaatselijke Overheidsdiensten;

Gelet op het protocol nr. 210 van 24 mei 2002 houdende de conclusies van de onderhandelingen, gevoerd in het overkoepelend onderhandelingscomité, bedoeld in het decreet van 5 april 1995 tot oprichting van onderhandelingscomités in het vrij gesubsidieerd onderwijs;

Gelet op het verzoek om spoedbehandeling, gemotiveerd door de omstandigheid dat het optimaal evalueren en oriënteren van leerlingen door scholen enerzijds en het optimaal formuleren van een studiekeuze door ouders en leerlingen anderzijds, vereist dat zo spoedig mogelijk tijdens het lopend schooljaar duidelijkheid wordt verschaft over de toelatings- en overgangsvoorwaarden die vanaf het volgend schooljaar worden ingevoerd, inzonderheid wat betreft de mogelijke studieveranderingen op het niveau van de derde graad;

Gelet op het advies 33.605/1 van de Raad van State, gegeven op 13 juni 2002, met toepassing van artikel 84, eerste lid, 2°, van de gecoördineerde wetten op de Raad van State;

Op voorstel van de Vlaamse minister van Onderwijs en Vorming;

Na beraadslaging,

Besluit :

HOOFDSTUK I. - Inleidende bepalingen

Artikel 1.

[Dit besluit is van toepassing op het voltijds gewoon secundair onderwijs en op opleidingsvorm 4 van het buitengewoon secundair onderwijs.]

B.Vl.R. 12-9-2008

Art. 2.

Voor de toepassing van dit besluit :

1° wordt met "onderverdeling" bedoeld :

- in het tweede leerjaar van de eerste graad : een "basisoptie", zoals bedoeld in [artikel 3, 3°, van de codificatie betreffende het secundair onderwijs]³;

- in het beroepsvoorbereidend leerjaar : een "beroepenveld" of een "combinatie van twee beroepenvelden", zoals bedoeld in [artikel 3, 5°, van de codificatie betreffende het secundair onderwijs]³;

- in de leerjaren van [de tweede en de derde graad]4 [en het hoger beroepsonderwijs]² : het fundamenteel gedeelte van de optie, dat de "studierichting" bepaalt, zoals bedoeld in [artikel 3, 31°, van de codificatie betreffende het secundair onderwijs]³;

2° wordt met "betrokken personen" bedoeld : de personen die het ouderlijk gezag uitoefenen of in rechte of in feite de minderjarige leerplichtigen onder hun bewaring hebben of de meerderjarige leerling zelf;

3° wordt met "klassenraad" bedoeld, het orgaan dat als een emanatie van de inrichtende macht met drie functies kan worden belast, zoals nader gespecifieerd in hoofdstuk II en derhalve, naargelang van het geval, gedefinieerd wordt als respectievelijk "toelatingsklassenraad", "begeleidende klassenraad" en "delibererende klassenraad";

4° wordt met "inschrijving" bedoeld, de opname in het leerlingenbestand van een door de Vlaamse Gemeenschap georganiseerde, gesubsidieerde of erkende school of [de heropname na uitschrijving]¹.

[ ]¹ B.Vl.R. 7-9-2007; [ ]² B.Vl.R. 9-10-2009; [ ]³ B.Vl.R. 17-12-2010; [ ]4 B.Vl.R. 20-6-2014

HOOFDSTUK II. - De klassenraad

Afdeling 1. -- De toelatingsklassenraad

Art. 3.

§ 1. Behoudens de van rechtswege voorziene toelatings- en overgangsvoorwaarden, fungeert, overeenkomstig de bepalingen van hoofdstuk III, de toelatingsklassenraad als enig orgaan op het vlak van de toelating tot of overgang naar een bepaald leerjaar, onderwijsvorm en onderverdeling.

§ 2. [De toelatingsklassenraad bestaat uit :

1° ambtshalve stemgerechtigde leden die elk over één stem beschikken :

a) de directeur of een afgevaardigde van de directeur, die de toelatingsklassenraad voorzit;

b) minstens drie leden van het onderwijzend personeel van het leerjaar, de onderwijsvorm en de onderverdeling waarvoor de leerling opteert;

2° eventueel ambtshalve raadgevende leden, aangewezen door de voorzitter :

a) personeelsleden die in de school in kwestie betrekkingen in het ambt van adjunct-directeur, technisch adviseur-coördinator of technisch adviseur bekleden;

b) personeelsleden die in de school in kwestie behoren tot het ondersteunend personeel;

c) personeelsleden van de school in kwestie of andere personen dan personeelsleden van de school in kwestie die bij de psycho-sociale of pedagogische begeleiding van de leerlingen betrokken zijn.

De ambtshalve raadgevende leden die topsportschoolcoördinator zijn of lesgever in de sportspecifieke trainingsarbeid en die door de respectieve sportfederaties ter beschikking zijn gesteld in studierichtingen met in de benaming de component « topsport », kunnen door de voorzitter bij het begin van het schooljaar als stemgerechtigde leden worden aangewezen.]¹

[Ambtshalve raadgevende leden die voordrachtgever zijn kunnen door de voorzitter bij het begin van het schooljaar als stemgerechtigde leden worden aangewezen. In voorkomend geval bepaalt de voorzitter het stemgewicht per voordrachtgever.]²

§ 3. [Stemgerechtigde leden zijn verplicht om aan de klassenraadvergadering deel te nemen. Hiervan kan alleen worden afgeweken in geval van gewettigde afwezigheid of bewezen overmacht om op de klassenraadvergadering aanwezig te zijn.

De ongewettigde afwezigheid van een stemgerechtigd lid tast de rechtsgeldigheid van de genomen beslissing niet aan.]¹

§ 4. Geen enkel lid van de toelatingsklassenraad mag deelnemen aan enige beslissing betreffende een bloed- of aanverwant tot en met de vierde graad of betreffende een leerling aan wie hij privaatlessen of een schriftelijke cursus heeft gegeven.

§ 5. In geval tot stemming wordt overgegaan en het resultaat is een staking van stemmen, dan is de stem van de voorzitter van de toelatingsklassenraad doorslaggevend.

§ 6. De toelatingsklassenraad zal zich bij zijn beslissingen laten leiden door concrete gegevens uit het dossier van de leerling.

§ 7. De beslissing van de toelatingsklassenraad wordt aan het leerlingendossier toegevoegd.

§ 8. Adviezen en beslissingen van de toelatingsklassenraad moeten steeds gemotiveerd zijn.

[ ]¹ B.Vl.R. 7-9-2007; [ ]² B.Vl.R. 13-9-2013

Afdeling 2. - De begeleidende klassenraad

Art. 4.

§ 1. De begeleidende klassenraad fungeert als enig orgaan op het vlak van de vorming en de evaluatie van de vorderingen van een bepaalde groep leerlingen, met uitsluiting van hetgeen bedoeld wordt in artikel 5, § 1, alsmede op het vlak van de definitieve verwijdering van een leerling uit de school [...]¹.

§ 2. [De begeleidende klassenraad bestaat uit :

1° ambtshalve stemgerechtigde leden die elk over één stem beschikken :

a) de directeur of een afgevaardigde van de directeur, die de begeleidende klassenraad voorzit;

b) de leden van het onderwijzend personeel die voldoen aan al de volgende voorwaarden :

1) ze verstrekken onderwijs aan de leerling tijdens het schooljaar in kwestie in een bepaald leerjaar, een bepaalde onderwijsvorm en onderverdeling;

2) ze zijn op de datum van de klassenraadvergadering in functie. Van die voorwaarde kan door de voorzitter worden afgeweken voor tijdelijke personeelsleden, met dien verstande dat het aantal stemgerechtigde leden er niet door kan worden uitgebreid;

c) in voorkomend geval voor seminaries of vakoverschrijdende projecten [[, voor de coördinatie of begeleiding van stages en de geïntegreerde proef]] : een stemgerechtigd lid dat voldoet aan de voorwaarden, vermeld in 1°, b), of in 2°, c), en dat door de voorzitter is aangewezen bij het begin van het schooljaar;

2° eventueel ambtshalve raadgevende leden, aangewezen door de voorzitter :

a) personeelsleden die in de school in kwestie betrekkingen in het ambt van adjunct-directeur, technisch adviseur-coördinator of technisch adviseur bekleden;

b) personeelsleden die in de school in kwestie behoren tot het ondersteunend personeel;

c) personeelsleden van de school in kwestie of andere personen dan personeelsleden van de school in kwestie die bij de psycho-sociale of pedagogische begeleiding van de leerlingen betrokken zijn.

De ambtshalve raadgevende leden die topsportschoolcoördinator zijn of lesgever in de sportspecifieke trainingsarbeid en die door de respectieve sportfederaties ter beschikking zijn gesteld in studierichtingen met in de benaming de component « topsport », kunnen door de voorzitter bij het begin van het schooljaar als stemgerechtigde leden worden aangewezen.]¹

[Ambtshalve raadgevende leden die voordrachtgever zijn kunnen door de voorzitter bij het begin van het schooljaar als stemgerechtigde leden worden aangewezen. In voorkomend geval bepaalt de voorzitter het stemgewicht per voordrachtgever.]²

§ 3. [Stemgerechtigde leden zijn verplicht om aan de klassenraadvergadering deel te nemen. Hiervan kan alleen worden afgeweken in geval van gewettigde afwezigheid of bewezen overmacht om op de klassenraadvergadering aanwezig te zijn.

De ongewettigde afwezigheid van een stemgerechtigd lid tast de rechtsgeldigheid van de genomen beslissing niet aan.

Een lid dat, op het ogenblik dat de begeleidende klassenraad samenkomt, niet langer personeelslid is in de school in kwestie, kan niet verplicht worden om deel te nemen aan de vergadering. Bij niet-deelname is het lid gewettigd afwezig.]¹

§ 4. Geen enkel lid van de begeleidende klassenraad mag deelnemen aan enige beslissing betreffende een bloed- of aanverwant tot en met de vierde graad of betreffende een leerling aan wie hij privaatlessen of een schriftelijke cursus heeft gegeven.

§ 5. In geval tot stemming wordt overgegaan en het resultaat is een staking van stemmen, dan is de stem van de voorzitter van de begeleidende klassenraad doorslaggevend.

§ 6. Elke beslissing, vaststelling of advies van de begeleidende klassenraad wordt aan het leerlingendossier toegevoegd.

§ 7. Adviezen en beslissingen van de begeleidende klassenraad moeten steeds gemotiveerd zijn.

[ ]¹ B.Vl.R. 7-9-2007; [ ]² B.Vl.R. 13-9-2013; [[ ]] B.Vl.R. 12-9-2008

Afdeling 3. - De delibererende klassenraad

Art. 5.

§ 1. De delibererende klassenraad fungeert als enig orgaan op het vlak van de beslissingen inzake het al dan niet geslaagd zijn, hetgeen voor de regelmatige leerlingen leidt tot de studiebekrachtiging en de eventuele rechten op toelating tot het volgend leerjaar.

§ 2. [De delibererende klassenraad bestaat uit :

1° ambtshalve stemgerechtigde leden die elk over één stem beschikken :

a) de directeur of een afgevaardigde van de directeur, die de delibererende klassenraad voorzit;

b) de leden van het onderwijzend personeel die voldoen aan al de volgende voorwaarden :

1) ze hebben onderwijs verstrekt aan de leerling tijdens het schooljaar in kwestie in een bepaald leerjaar, een bepaalde onderwijsvorm en onderverdeling;

2) ze zijn op de deliberatiedatum in functie. Van die voorwaarde kan door de voorzitter worden afgeweken voor tijdelijke personeelsleden, met dien verstande dat het aantal stemgerechtigde leden er niet door kan worden uitgebreid;

c) in voorkomend geval voor seminaries of vakoverschrijdende projecten [[, voor de coördinatie of begeleiding van stages en de geïntegreerde proef]] : een stemgerechtigd lid dat voldoet aan de voorwaarden, vermeld in 1°, b), of in 2°, c), en dat door de voorzitter is aangewezen bij het begin van het schooljaar;

2° eventueel ambtshalve raadgevende leden, aangewezen door de voorzitter :

a) personeelsleden die in de school in kwestie betrekkingen in het ambt van adjunct-directeur, technisch adviseur-coördinator of technisch adviseur bekleden;

b) personeelsleden die in de school in kwestie behoren tot het ondersteunend personeel;

c) personeelsleden van de school in kwestie of andere personen dan personeelsleden van de school in kwestie die bij de psycho-sociale of pedagogische begeleiding van de leerlingen betrokken zijn.

De ambtshalve raadgevende leden die topsportschoolcoördinator zijn of lesgever in de sportspecifieke trainingsarbeid en die door de respectieve sportfederaties ter beschikking zijn gesteld in studierichtingen met in de benaming de component « topsport », kunnen door de voorzitter bij het begin van het schooljaar als stemgerechtigde leden worden aangewezen.]¹

[Ambtshalve raadgevende leden die voordrachtgever zijn kunnen door de voorzitter bij het begin van het schooljaar als stemgerechtigde leden worden aangewezen. In voorkomend geval bepaalt de voorzitter het stemgewicht per voordrachtgever.]³

§ 3. [Stemgerechtigde leden zijn verplicht om aan de deliberatie deel te nemen. Hiervan kan alleen worden afgeweken in geval van gewettigde afwezigheid of bewezen overmacht om op de klassenraadvergadering aanwezig te zijn.

De ongewettigde afwezigheid van een stemgerechtigd lid tast de rechtsgeldigheid van de genomen beslissing niet aan.

Een lid dat, op het ogenblik dat de delibererende klassenraad samenkomt, niet langer personeelslid is in de school in kwestie, kan niet verplicht worden om deel te nemen aan de vergadering. Bij niet-deelname is het lid gewettigd afwezig.]¹

§ 4. Geen enkel lid van de delibererende klassenraad mag deelnemen aan enige beslissing betreffende een bloed- of aanverwant tot en met de vierde graad of betreffende een leerling aan wie hij privaatlessen of een schriftelijke cursus heeft gegeven.

§ 5. De delibererende klassenraad zal zich bij zijn beslissingen laten leiden door concrete gegevens uit het dossier van de leerling. Dit dossier bevat, in voorkomend geval :

- resultaten van proeven, toetsen of examens die door de leraars van de leerling werden afgenomen;

- de resultaten van de geïntegreerde proef;

- de beslissingen, vaststellingen en de adviezen van de begeleidende klassenraad;

[- de externe certificering.]²

§ 6. Van de beslissingen van de delibererende klassenraad wordt een proces-verbaal opgemaakt en worden er notulen gehouden.

Het proces-verbaal bevat de lijst van de geslaagde en niet geslaagde leerlingen.

De notulen bevatten een synthese van de elementen die tot de beslissingen hebben geleid, waaronder eventueel het resultaat van een stemming.

Zowel het proces-verbaal als de notulen worden door de voorzitter en drie leden van de raad ondertekend.

De processen-verbaal en de notulen dienen gedurende dertig jaar bewaard.

§ 7. In geval tot stemming wordt overgegaan en het resultaat is een staking van stemmen, dan is de stem van de voorzitter van de delibererende klassenraad doorslaggevend.

§ 8. Adviezen en beslissingen van de delibererende klassenraad moeten steeds gemotiveerd zijn.

[ ]¹ B.Vl.R. 7-9-2007; [ ]² B.Vl.R. 7-9-2012; [ ]³ B.Vl.R. 13-9-2013; [[ ]] B.Vl.R. 12-9-2008

HOOFDSTUK III. - Toelatings- en overgangsvoorwaarden

Art. 6.

§ 1. [Met behoud van de toepassing van de bepalingen van artikel 31, kunnen]² tot het eerste leerjaar A als regelmatige leerlingen worden toegelaten :

1° de houders van het getuigschrift van basisonderwijs;

2° de regelmatige leerlingen die het zesde leerjaar van het gewoon lager onderwijs hebben beëindigd doch niet met vrucht, onder de volgende voorwaarden :

a) [gunstige beslissing]¹ van de toelatingsklassenraad;

b) akkoord van de betrokken personen, die vooraf het advies van het centrum voor leerlingenbegeleiding moeten hebben ontvangen.

§ 2. Onverminderd de bepalingen van § 1, zijn tot en met 15 november toegelaten :

1° de overgang van het eerste leerjaar B naar het eerste leerjaar A, onder de volgende voorwaarden :

a) [gunstige beslissing]¹ van de begeleidende klassenraad van het eerste leerjaar B;

b) akkoord van de betrokken personen;

2° de overgang van het beroepsvoorbereidend leerjaar naar het eerste leerjaar A, onder de volgende voorwaarden :

a) [gunstige beslissing]¹ van de begeleidende klassenraad van het beroepsvoorbereidend leerjaar;

b) akkoord van de betrokken personen;

c) reeds een eerste leerjaar A of een eerste leerjaar B hebben beëindigd.

[ ]¹ B.Vl.R. 7-9-2007; [ ]² B.Vl.R. 12-9-2008

Art. 7.

§ 1. [Met behoud van de toepassing van de bepalingen van artikel 31, kunnen]² tot het eerste leerjaar B als regelmatige leerlingen worden toegelaten :

1° de regelmatige leerlingen die het zesde leerjaar van het gewoon lager onderwijs hebben beëindigd doch niet met vrucht;

2° de leerlingen die het zesde leerjaar van het gewoon lager onderwijs niet hebben gevolgd of niet hebben beëindigd, onder de volgende voorwaarde : uiterlijk op 31 december volgend op de aanvang van het schooljaar de leeftijd van 12 jaar bereiken;

3° de houders van het getuigschrift van basisonderwijs, onder de volgende voorwaarde : akkoord van de betrokken personen die vooraf het advies van het centrum voor leerlingenbegeleiding moeten hebben ontvangen.

§ 2. Onverminderd de bepalingen van § 1, is tot en met 15 januari toegelaten : de overgang van het eerste leerjaar A naar het eerste leerjaar B, onder de volgende voorwaarden :

a) [gunstige beslissing]¹ van de begeleidende klassenraad van het eerste leerjaar A;

b) akkoord van de betrokken personen.

[ ]¹ B.Vl.R. 7-9-2007; [ ]² B.Vl.R. 12-9-2008

Art. 8.

§ 1. [Met behoud van de toepassing van de bepalingen van artikel 31, kunnen] tot het tweede leerjaar van de eerste graad als regelmatige leerlingen worden toegelaten :

1° de regelmatige leerlingen die het eerste leerjaar A met vrucht hebben beëindigd;

2° de regelmatige leerlingen die het beroepsvoorbereidend leerjaar met vrucht hebben beëindigd, onder de volgende voorwaarde : [gunstige beslissing] van de toelatingsklassenraad.

§ 2. Onverminderd de bepalingen van § 1, zijn tot en met 15 januari toegelaten :

1° de overgang van het beroepsvoorbereidend leerjaar naar het tweede leerjaar van de eerste graad;

2° de verandering van basisoptie in het tweede leerjaar van de eerste graad.

B.Vl.R. 7-9-2007

Art. 9.

§ 1. [Met behoud van de toepassing van de bepalingen van artikel 31, kunnen]² tot het beroepsvoorbereidend leerjaar als regelmatige leerlingen worden toegelaten :

1° de regelmatige leerlingen die het eerste leerjaar A of het eerste leerjaar B hebben beëindigd;

2° de leerlingen die uiterlijk op 31 december volgend op de aanvang van het schooljaar de leeftijd van 14 jaar bereiken, op voorwaarde van [gunstige beslissing]¹ van de toelatingsklassenraad.

§ 2. Zijn tot en met 15 januari toegelaten :

1° de overgang van het tweede leerjaar van de eerste graad naar het beroepsvoorbereidend leerjaar;

2° de overgang van het eerste leerjaar A of het eerste leerjaar B naar het beroepsvoorbereidend leerjaar, onder de volgende voorwaarde : reeds vroeger een eerste leerjaar A of een eerste leerjaar B te hebben beëindigd;

3° de verandering van beroepenveld of combinatie van twee beroepenvelden in het beroepsvoorbereidend leerjaar.

[ ]¹ B.Vl.R. 7-9-2007; [ ]² B.Vl.R. 12-9-2008

Art. 10.

§ 1. [Met behoud van de toepassing van de bepalingen van artikel 31, kunnen] tot het eerste leerjaar van de tweede graad van het algemeen, het technisch of het kunstsecundair onderwijs als regelmatige leerlingen worden toegelaten :

1° de regelmatige leerlingen die het tweede leerjaar van de eerste graad met vrucht hebben beëindigd;

2° de regelmatige leerlingen die het eerste leerjaar van de tweede graad van het beroepssecundair onderwijs met vrucht hebben beëindigd, onder de volgende voorwaarde : [gunstige beslissing] van de toelatingsklassenraad.

§ 2. Onverminderd de bepalingen van § 1, is tot en met 15 januari toegelaten : de verandering van onderwijsvorm en/of studierichting.

B.Vl.R. 7-9-2007

Art. 11.

§ 1. [Met behoud van de toepassing van de bepalingen van artikel 31, kunnen]² tot het eerste leerjaar van de tweede graad van het beroepssecundair onderwijs als regelmatige leerlingen worden toegelaten :

1° de regelmatige leerlingen die het tweede leerjaar van de eerste graad of het beroepsvoorbereidend leerjaar met vrucht hebben beëindigd;

2° de leerlingen die uiterlijk op 31 december volgend op de aanvang van het schooljaar de leeftijd van [15 jaar]³ bereiken, onder de volgende voorwaarde : [gunstige beslissing]¹ van de toelatingsklassenraad.

§ 2. Onverminderd de bepalingen van § 1, is tot en met 15 januari toegelaten : de verandering van onderwijsvorm en/of studierichting.

[ ]¹ B.Vl.R. 7-9-2007; [ ]² B.Vl.R. 12-9-2008; [ ]³ B.Vl.R. 4-6-2010

Art. 12.

§ 1. [Met behoud van de toepassing van de bepalingen van artikel 31, kunnen] tot het tweede leerjaar van de tweede graad van het algemeen, het technisch of het kunstsecundair onderwijs als regelmatige leerlingen worden toegelaten :

1° de regelmatige leerlingen die het eerste leerjaar van de tweede graad van het algemeen, het technisch of het kunstsecundair onderwijs met vrucht hebben beëindigd;

2° de regelmatige leerlingen die het tweede leerjaar van de tweede graad van het beroepssecundair onderwijs met vrucht hebben beëindigd [, onder de volgende voorwaarde : gunstige beslissing van de toelatingsklassenraad].

§ 2. Onverminderd de bepalingen van § 1, is tot en met 15 januari toegelaten : de verandering van onderwijsvorm en/of studierichting.

B.Vl.R. 7-9-2007

Art. 13.

§ 1. [Met behoud van de toepassing van de bepalingen van artikel 31, kunnen] tot het tweede leerjaar van de tweede graad van het beroepssecundair onderwijs als regelmatige leerlingen worden toegelaten :

de regelmatige leerlingen die het eerste leerjaar van de tweede graad met vrucht hebben beëindigd.

§ 2. Onverminderd de bepalingen van § 1, is tot en met 15 januari toegelaten : de verandering van onderwijsvorm en/of studierichting.

B.Vl.R. 12-9-2008

Art. 14.

[...]

B.Vl.R. 4-6-2010

Art. 15.

§ 1. [Met behoud van de toepassing van de bepalingen van artikel 31, kunnen] tot het eerste leerjaar van de derde graad van het algemeen secundair onderwijs als regelmatige leerlingen worden toegelaten :

1° de regelmatige leerlingen die het tweede leerjaar van de tweede graad van het algemeen, het technisch of het kunstsecundair onderwijs met vrucht hebben beëindigd;

2° de houders van het getuigschrift van de tweede graad van het secundair onderwijs, uitgereikt in het algemeen, het technisch of het kunstsecundair onderwijs door de examencommissie van de Vlaamse Gemeenschap, onder de volgende voorwaarde : [gunstige beslissing] van de toelatingsklassenraad over de keuze van de studierichting;

3° de regelmatige leerlingen die het tweede leerjaar van de derde graad van het beroepssecundair onderwijs met vrucht hebben beëindigd [, onder de volgende voorwaarde : gunstige beslissing van de toelatingsklassenraad].

§ 2. Onverminderd de bepalingen van § 1, is tot en met 15 januari toegelaten : de verandering van onderwijsvorm en/of studierichting.

In afwijking daarvan is de verandering van een studierichting van het algemeen secundair onderwijs met in de benaming de component topsport' naar [...] wetenschappen-sport of omgekeerd gedurende het volledig schooljaar toegelaten.

B.Vl.R. 7-9-2007

Art. 16.

§ 1. [Met behoud van de toepassing van de bepalingen van artikel 31, kunnen] tot het eerste leerjaar van de derde graad van het technisch of het kunstsecundair onderwijs als regelmatige leerlingen worden toegelaten :

1° de regelmatige leerlingen die het tweede leerjaar van de tweede graad van het algemeen, het technisch of het kunstsecundair onderwijs met vrucht hebben beëindigd;

2° de regelmatige leerlingen die het tweede leerjaar van de derde graad van het beroepssecundair onderwijs met vrucht hebben beëindigd [, onder de volgende voorwaarde : gunstige beslissing van de toelatingsklassenraad];

3° de houders van het getuigschrift van de tweede graad van het secundair onderwijs, uitgereikt in het algemeen, het technisch of het kunstsecundair onderwijs door de examencommissie van de Vlaamse Gemeenschap, onder de volgende voorwaarde : [gunstige beslissing] van de toelatingsklassenraad over de keuze van de studierichting.

§ 2. Onverminderd de bepalingen van § 1, is tot en met 15 januari toegelaten : de verandering van onderwijsvorm en/of studierichting.

In afwijking daarvan is de verandering van een studierichting van het technisch secundair onderwijs met in de benaming de component 'topsport' naar lichamelijke opvoeding en sport of omgekeerd gedurende het volledig schooljaar toegelaten.

B.Vl.R. 7-9-2007

Art. 17.

§ 1. [Met behoud van de toepassing van de bepalingen van artikel 31, kunnen] tot het eerste leerjaar van de derde graad van het beroepssecundair onderwijs als regelmatige leerlingen worden toegelaten :

1° de regelmatige leerlingen die het tweede leerjaar van de tweede graad met vrucht hebben beëindigd;

2° de houders van het getuigschrift van de tweede graad van het secundair onderwijs, uitgereikt door de examencommissie van de Vlaamse Gemeenschap, onder de volgende voorwaarde : [gunstige beslissing] van de toelatingsklassenraad over de keuze van de studierichting.

[...]

§ 2. Onverminderd de bepalingen van § 1, is tot en met 15 januari toegelaten : de verandering van onderwijsvorm en/of studierichting.

B.Vl.R. 7-9-2007

Art. 18.

§ 1. [Met behoud van de toepassing van de bepalingen van artikel 31, kunnen] tot het tweede leerjaar van de derde graad van het algemeen secundair onderijs als regelmatige leerlingen worden toegelaten :

1° de regelmatige leerlingen die het eerste leerjaar van de derde graad van het algemeen secundair onderwijs met vrucht hebben beëindigd in dezelfde studierichting;

2° de regelmatige leerlingen die het eerste leerjaar van de derde graad van het algemeen secundair onderwijs met vrucht hebben beëindigd in een andere studierichting van hetzelfde studiegebied, op voorwaarde van [gunstige beslissing] van de toelatingsklassenraad.

§ 2. Verandering van onderwijsvorm en/of studierichting in de loop van het schooljaar is niet toegelaten.

In afwijking daarvan is de verandering van een studierichting van het algemeen secundair onderwijs met in de benaming de component 'topsport' naar [...] wetenschappen-sport of omgekeerd gedurende het volledig schooljaar toegelaten.

B.Vl.R. 7-9-2007

Art. 19.

§ 1. [Met behoud van de toepassing van de bepalingen van artikel 31, kunnen] tot het tweede leerjaar van de derde graad van het technisch secundair onderwijs als regelmatige leerlingen worden toegelaten :

1° de regelmatige leerlingen die het eerste leerjaar van de derde graad van het technisch secundair onderwijs met vrucht hebben beëindigd in dezelfde studierichting;

2° de regelmatige leerlingen die het eerste leerjaar van de derde graad van het technisch secundair onderwijs met vrucht hebben beëindigd in een andere studierichting van hetzelfde studiegebied, op voorwaarde van [gunstige beslissing] van de toelatingsklassenraad.

§ 2. Verandering van onderwijsvorm en/of studierichting in de loop van het schooljaar is niet toegelaten.

In afwijking daarvan is de verandering van een studierichting van het technisch secundair onderwijs met in de benaming de component topsport' naar lichamelijke opvoeding en sport of omgekeerd gedurende het volledig schooljaar toegelaten.

B.Vl.R. 7-9-2007

Art. 20.

§ 1. [Met behoud van de toepassing van de bepalingen van artikel 31, kunnen] tot het tweede leerjaar van de derde graad van het kunstsecundair onderwijs als regelmatige leerlingen worden toegelaten :

1° de regelmatige leerlingen die het eerste leerjaar van de derde graad van het kunstsecundair onderwijs met vrucht hebben beëindigd in dezelfde studierichting;

2° de regelmatige leerlingen die het eerste leerjaar van de derde graad van het kunstsecundair onderwijs met vrucht hebben beëindigd in een andere studierichting van hetzelfde studiegebied, op voorwaarde van [gunstige beslissing] van de toelatingsklassenraad.

§ 2. Verandering van onderwijsvorm en/of studierichting in de loop van het schooljaar is niet toegelaten.

B.Vl.R. 7-9-2007

Art. 21.

§ 1. [Met behoud van de toepassing van de bepalingen van artikel 31, kunnen] tot het tweede leerjaar van de derde graad van het beroepssecundair onderwijs als regelmatige leerlingen worden toegelaten :

1° de regelmatige leerlingen die het eerste leerjaar van de derde graad van het beroepssecundair onderwijs met vrucht hebben beëindigd in dezelfde studierichting;

2° de regelmatige leerlingen die het eerste leerjaar van de derde graad van het beroepssecundair onderwijs met vrucht hebben beëindigd in een andere studierichting van hetzelfde studiegebied, op voorwaarde van [gunstige beslissing] van de toelatingsklassenraad;

3° de regelmatige leerlingen die het eerste leerjaar van de derde graad van het technisch secundair onderwijs met vrucht hebben beëindigd in een studierichting van hetzelfde studiegebied, op voorwaarde van [gunstige beslissing] van de toelatingsklassenraad.

[...]

§ 2. Verandering van onderwijsvorm en/of studierichting in de loop van het schooljaar is niet toegelaten.

B.Vl.R. 7-9-2007

Art. 22.

§ 1. Kunnen tot het derde leerjaar van de derde graad van het algemeen secundair onderwijs, ingericht onder de vorm van een voorbereidend jaar op het hoger onderwijs, als regelmatige leerlingen worden toegelaten : de houders van het diploma van secundair onderwijs.

§ 2. Onverminderd de bepalingen van § 1, is tot en met 30 september toegelaten : de verandering van onderwijsvorm en/of studierichting.

Art. 23.

§ 1. [Met behoud van de toepassing van de bepalingen van artikel 31, kunnen] tot het derde leerjaar van de derde graad van het kunstsecundair onderwijs, ingericht onder de vorm van een voorbereidend jaar op het hoger onderwijs, als regelmatige leerlingen worden toegelaten : de houders van het diploma van secundair onderwijs.

§ 2. Onverminderd de bepalingen van § 1, is tot en met 30 september toegelaten : de verandering van onderwijsvorm en/of studierichting.

B.Vl.R. 7-9-2007

Art. 24.

[§ 1.]² [Met behoud van de toepassing van de bepalingen van artikel 31, kunnen tot een studierichting van de derde graad van het technisch of het kunstsecundair onderwijs, georganiseerd als Se-n-Se, als regelmatige leerlingen worden toegelaten :

1° de houders van een diploma van secundair onderwijs, uitgereikt in een studierichting van hetzelfde studiegebied. Als dat diploma werd uitgereikt in het derde leerjaar van de derde graad van het beroepssecundair onderwijs, niet ingericht onder de vorm van een specialisatiejaar, slaan de woorden "hetzelfde studiegebied" op het tweede leerjaar van de derde graad van het beroepssecundair onderwijs;

2° de houders van een diploma van secundair onderwijs, uitgereikt in een studierichting van een ander studiegebied, op voorwaarde dat de toelatingsklassenraad een gunstige beslissing heeft genomen. Als dat diploma werd uitgereikt in het derde leerjaar van de derde graad van het beroepssecundair onderwijs, niet ingericht onder de vorm van een specialisatiejaar, slaan de woorden "ander studiegebied" op het tweede leerjaar van de derde graad van het beroepssecundair onderwijs;

3° de leerlingen over wie de toelatingsklassenraad op basis van een toelatingsproef een gunstige beslissing neemt.]¹

[§ 2. Onverminderd paragraaf 1, is de verandering van onderwijsvorm of studierichting tot en met 30 september of, indien de studierichting waarnaar wordt overgegaan is opgestart op 1 februari, tot en met 1 maart toegelaten.]²

[ ]¹ B.Vl.R. 9-10-2009; [ ]² B.Vl.R. 20-6-2014

Art. 25.

§ 1. [ [[Met behoud van de toepassing van de bepalingen van artikel 31, kunnen]]¹ tot het derde leerjaar van de derde graad van het beroepssecundair onderwijs, ingericht onder de vorm van een specialisatiejaar, als regelmatige leerlingen worden toegelaten :

1) de houders van een diploma van secundair onderwijs, uitgereikt in een studierichting van hetzelfde studiegebied, of van een studiegetuigschrift van het tweede leerjaar van de derde graad van het secundair onderwijs, uitgereikt in een studierichting van hetzelfde studiegebied;

2) de houders van een diploma van secundair onderwijs, uitgereikt in een studierichting van een ander studiegebied, of van een studiegetuigschrift van het tweede leerjaar van de derde graad van het secundair onderwijs, uitgereikt in een studierichting van een ander studiegebied, onder de volgende voorwaarde : gunstige beslissing van de toelatingsklassenraad. [[Deze bepaling geldt niet voor het specialisatiejaar thuis- en bejaardenzorg/zorgkundige.]]²

[[...]]¹ ]¹

§ 2. Onverminderd de bepalingen van § 1, is tot en met 30 september toegelaten : de verandering van onderwijsvorm en/of studierichting.

§ 3. [...]²

[ ]¹ B.Vl.R. 25-6-2004; [ ]² B.Vl.R. 9-10-2009; [[ ]]¹ B.Vl.R. 7-9-2007; [[ ]]² B.Vl.R. 12-9-2008

Art. 26.

§ 1. [Met behoud van de toepassing van de bepalingen van artikel 31, kunnen tot het derde leerjaar van de derde graad van het beroepssecundair onderwijs, niet ingericht onder de vorm van een specialisatiejaar, als regelmatige leerlingen worden toegelaten :

1° de houders van het studiegetuigschrift van het tweede leerjaar van de derde graad van het secundair onderwijs;

2° de houders van het diploma van secundair onderwijs, uitgereikt in het beroepssecundair onderwijs.]¹

§ 2. Onverminderd de bepalingen van § 1, is tot en met 30 september toegelaten : de verandering van studierichting.

§ 3. [...]²

[ ]¹ B.Vl.R. 12-9-2008; [ ]² B.Vl.R. 20-6-2014

Art. 27.

[...]

B.Vl.R. 20-6-2014

Art. 28.

[...]

B.Vl.R. 20-6-2014

Art. 29.

[Voor de toelating tot het hoger beroepsonderwijs, opleiding verpleegkunde, gelden de voorwaarden, vermeld in [[de codificatie betreffende het secundair onderwijs]].]

B.Vl.R. 9-10-2009; [[ ]] B.Vl.R. 17-12-2010

Art. 30.

§ 1. Bij toelating van een leerling tot een bepaald leerjaar overeenkomstig de toelatingsvoorwaarden mag enkel rekening gehouden worden met het oriënteringsattest (en de daarop eventueel vermelde beperkingen) van het onmiddellijk lager leerjaar of van het zelfde leerjaar indien het gaat om de overgang van het beroepsvoorbereidend leerjaar naar het tweede leerjaar van de eerste graad of de overgang van het beroepssecundair onderwijs naar het algemeen, het technisch of het kunstsecundair onderwijs.

§ 2. Een leerling die evenwel voor een zelfde leerjaar over meer dan één oriënteringsattest beschikt ingevolge het overzitten van dit leerjaar, mag zich op het meest gunstige oriënteringsattest beroepen voor de toelating tot het hoger leerjaar.

§ 3. Voor de leerling die het leerjaar dat hij met vrucht heeft beëindigd, wenst te herbeginnen in een andere onderwijsvorm en/of onderverdeling waarin hij niet werd toegelaten ingevolge de beperking vermeld op het oriënteringsattest B van het onmiddellijk lager leerjaar, kan de toelatingsklassenraad van het leerjaar, de onderwijsvorm en de onderverdeling waarvoor hij opteert, deze beperking opheffen.

[§ 4. Elke beslissing van de toelatingsklassenraad over een bepaald leerjaar en een bepaalde onderverdeling moet uiterlijk genomen worden op 10 september van het schooljaar in kwestie. Als de regelmatige lesbijwoning, behoudens gewettigde afwezigheid, evenwel na 10 september aanvangt, dan moet de beslissing van de toelatingsklassenraad binnen vijf lesdagen worden genomen.

Bij verandering van school in de loop van het schooljaar wordt de beslissing van de toelatingsklassenraad overgedragen naar de nieuwe school, tenzij kennelijk blijkt dat de beslissing werd verkregen zonder dat de leerling het oogmerk had om in de desbetreffende school daadwerkelijk en regelmatig de lessen te volgen. In dat laatste geval zal de toelatingsklassenraad van de nieuwe school bevoegd zijn om zelf een beslissing te nemen.]

B.Vl.R. 7-9-2007

Art. 31.

[§ 1. Als bijzondere toelatingsvoorwaarde tot onderverdelingen met in de benaming de component "topsport" geldt dat de leerling in het bezit is van een topsportstatuut A of B van de selectiecommissie voor de sportdiscipline in kwestie overeenkomstig het topsportconvenant dat is gesloten tussen de onderwijs- en de sportsector. Dat statuut moet elk schooljaar worden hernieuwd.

§ 2. Als bijzondere toelatingsvoorwaarde tot de hieronder vermelde onderverdelingen geldt dat de leerling medisch geschikt moet zijn bevonden voor de uitoefening van het beroep. Die geschiktheidsverklaring is eenmalig en geldt voor de duur van de opleiding bij :

1° vrachtwagenchauffeur (derde graad BSO);

2° bouwplaatsmachinist (derde graad BSO);

3° bijzonder transport (specialisatiejaar BSO);

4° dakwerken (specialisatiejaar BSO);

5° mechanische en hydraulische kranen (specialisatiejaar BSO);

6° wegenbouwmachines (specialisatiejaar BSO);

[[7° [[[...]]] ]]¹

§ 3. [[Als bijzondere toelatingsvoorwaarde voor de volgende onderverdelingen geldt dat de leerling positief geëvalueerd is door de toelatingsklassenraad op een geschiktheidsproef tot de betrokken onderverdeling die de school in kwestie eventueel georganiseerd heeft :

1° het eerste leerjaar van de eerste graad van een school met, in de tweede en derde graad, uitsluitend het studiegebied ballet;

2° de onderverdeling ballet van het tweede leerjaar van de eerste graad en alle onderverdelingen van het studiegebied ballet;

3° alle onderverdelingen van het studiegebied podiumkunsten.

De geschiktheidsproef is eenmalig en geldt voor de volledige duur van de onderverdeling, onverminderd de mogelijkheid tot één herkansing voor de leerling die negatief is geëvalueerd.

In voorkomend geval worden in de toelatingsklassenraad ambtshalve raadgevende externe deskundigen opgenomen, die geen voordrachtgever zijn in de school in kwestie.]]² ]

B.Vl.R. 7-9-2007; [[ ]]¹ B.Vl.R. 16-1-2009; [[ ]]² B.Vl.R. 7-9-2012; [[[ ]]] B.Vl.R. 9-10-2009

[§ 4. Als bijzondere toelatingsvoorwaarde tot elke onderverdeling waarin de leerling rechtstreeks met voedingswaren of -stoffen in aanraking komt en die waren kan verontreinigen of besmetten, geldt dat de leerling medisch geschikt moet zijn bevonden. Die geschiktheidsverklaring is eenmalig en geldt voor de duur van de opleiding, tenzij er een aanleiding is om de geschiktheid te herevalueren. Een ongeschiktheidsverklaring in de loop van het schooljaar impliceert de beslissing van de betrokken personen om de leerling uiterlijk op het einde van dat schooljaar de opleiding te laten stopzetten.]

B.Vl.R. 12-9-2008

[§ 5. [[Als bijzondere toelatingsvoorwaarden tot de onderverdeling Integrale veiligheid (Se-n-Se TSO) gelden dat de leerling :

1° medisch geschikt moet zijn bevonden rekening houdend met de specificiteit van de sector; die geschiktheidverklaring is eenmalig en geldt voor de duur van de opleiding, tenzij er een aanleiding is om de geschiktheid te herevalueren. Een ongeschiktheidverklaring in de loop van het schooljaar impliceert de beslissing van de betrokken personen om de leerling uiterlijk op het einde van dat schooljaar de opleiding te laten stopzetten;

2°[[[...]]]

3° van onberispelijk gedrag is, zoals dat blijkt uit een uittreksel uit het strafregister dat niet langer dan zes maanden voor de effectieve start van de opleiding door de betrokken leerling, werd afgegeven; bij overzitten is een nieuw uittreksel vereist.]] ]

B.Vl.R. 16-1-2009; [[ ]] B.Vl.R. 9-10-2009; [[[ ]]] B.Vl.R. 7-9-2012

[§ 6. Als bijzondere toelatingsvoorwaarden tot de onderverdeling Veiligheidsberoepen (specialisatiejaar BSO) gelden dat de leerling :

1°[[...]]

2° van onberispelijk gedrag is, zoals dat blijkt uit een uittreksel uit het strafregister dat niet langer dan zes maanden voor de effectieve start van de opleiding door de betrokken leerling, werd afgegeven; bij overzitten is een nieuw uittreksel vereist.]

B.Vl.R. 9-10-2009; [[ ]] B.Vl.R. 7-9-2012

Art. 32.

§ 1. In afwijking op de bepalingen van de artikelen 6, § 1, en 7, § 1, kunnen eveneens tot het eerste leerjaar A en het eerste leerjaar B als regelmatige leerlingen worden toegelaten : de regelmatige leerlingen van het [buitengewoon lager onderwijs of opleidingsvorm 1, 2 of 3 van het buitengewoon secundair onderwijs]³, onder de volgende voorwaarden :

a) gunstige beslissing van de toelatingsklassenraad;

b) akkoord van de betrokken personen, die vooraf het advies van het centrum voor leerlingenbegeleiding moeten hebben ontvangen.

§ 2. In afwijking op de bepalingen van de artikelen 8, § 1, 9, § 1, 10, § 1, 11, § 1, 12, § 1, 13, § 1, [...]² 15, § 1, 16, § 1, en 17, § 1, kunnen [met behoud van de toepassing van de bepalingen van artikel 31]¹ eveneens tot het tweede leerjaar van de eerste graad, het beroepsvoorbereidend leerjaar, het eerste leerjaar van de tweede graad, het tweede leerjaar van de tweede graad [...]² en het eerste leerjaar van de derde graad, als regelmatige leerlingen worden toegelaten : de regelmatige [leerlingen van opleidingsvorm 1, 2 of 3 van het buitengewoon secundair onderwijs]³, onder de volgende voorwaarde :

gunstige beslissing van de toelatingsklassenraad.

[ ]¹ B.Vl.R. 7-9-2007; [ ]² B.Vl.R. 4-6-2010; [ ]³ B.Vl.R. 13-9-2013

[§ 3. [[...]] ]

B.Vl.R. 12-9-2008; [[ ]] B.Vl.R. 13-9-2013

Art. 33.

[Voor uitzonderlijke gevallen kan worden afgeweken van de uiterste overgangsdata, vermeld in de artikelen 6, § 2, 7, § 2, 8, § 2, 9, § 2, 10, § 2, 11, § 2, 12, § 2, en 13, § 2, onder de volgende voorwaarde: een gunstige beslissing van de toelatingsklassenraad.

Voor uitzonderlijke gevallen kan worden afgeweken van de voorwaarde, vermeld in artikel 6, § 2, 2°, c), of van de voorwaarde, vermeld in artikel 9, § 2, 2°, onder de volgende voorwaarde: een gunstige beslissing van de toelatingsklassenraad.]

B.Vl.R. 20-6-2014

Art. 34.

Om ernstige medische, psychische, sociale of onderwijskundige redenen, kan worden afgeweken van :

1° hetzij de uiterste overgangsdata, vermeld in [artikel 15, § 2, artikel 16, § 2, artikel 17, § 2, artikel 22, § 2, artikel 23, § 2, artikel 24, § 2, artikel 25, § 2, en artikel 26, § 2];

2° hetzij de voorwaarde dezelfde studierichting' of hetzelfde studiegebied', bedoeld in de artikelen 18, § 1, 19,§ 1, 20,§ 1 en 21,§ 1;

3° hetzij de onmogelijkheid tot verandering, bedoeld in de artikelen 18, § 2, 19,§ 2, 20,§ 2 en 21,§ 2,

na gunstige beslissing van de toelatingsklassenraad. De toelatingsklassenraad beslist na advies van de begeleidende klassenraad van de studierichting die de leerling volgt in de gevallen bedoeld in 1° en 3°, respectievelijk van de delibererende klassenraad van de studierichting die de leerling heeft gevolgd in de gevallen, bedoeld in 2°.

B.Vl.R. 20-6-2014

[Art. 34bis.

De schoolbestuur beslist of de school gebruikmaakt van de bepalingen van dit artikel.

Als aan al de volgende criteria is voldaan kan, op grond van specifieke onderwijskundige of organisatorische argumenten en met het oog op het aanbieden van meer individuele leertrajecten, voor een leerling worden afgeweken van artikel 6, § 1 :

1° gunstige beslissing van de toelatingsklassenraad op basis van screening van de leerling;

2° akkoord van de betrokken personen.

Art. 34ter.

De schoolbestuur beslist of de school gebruikmaakt van de bepalingen van dit artikel.

Als aan volgend criterium is voldaan kan, op grond van specifieke onderwijskundige of organisatorische argumenten, voor een leerling worden afgeweken van de voorwaarden, vermeld in artikel 24 :

gunstige beslissing van de toelatingsklassenraad op basis van elders verworven competenties of kwalificaties.

Art. 34quater.

De schoolbestuur beslist of de school gebruikmaakt van de bepalingen van dit artikel.

Als aan volgend criterium is voldaan kan, op grond van specifieke onderwijskundige of organisatorische argumenten en met het oog op het aanbieden van meer individuele leertrajecten, voor een leerling met tekorten voor bepaalde programmaonderdelen worden afgeweken van de voorwaarden, vermeld in artikel 8, § 1, artikel 12, § 1, artikel 13, § 1, artikel 18, § 1, artikel 19, § 1, artikel 20, § 1, of artikel 21, § 1 :

gunstige beslissing van de toelatingsklassenraad na overleg met de delibererende klassenraad van het structuuronderdeel waaruit de leerling komt.

In voorkomend geval :

1° bestaat de toelatingsklassenraad, voor wat het onderwijzend personeel betreft en in afwijking van artikel 3, § 2, 1°, b), uit alle leden van het structuuronderdeel waarvoor de leerling opteert;

2° moeten de tekorten voor bepaalde programmaonderdelen in het eerste leerjaar worden weggewerkt vóór het einde van het tweede leerjaar van de graad in kwestie waarvoor de leerling toelating heeft verkregen;

3° wordt, in afwijking van artikel 40, in het eerste leerjaar van de graad in kwestie de uitreiking van een oriënteringsattest vervangen door de uitreiking van een attest van regelmatige lesbijwoning in afwachting van het wegwerken van de tekorten;

4° beslist de delibererende klassenraad van het eerste leerjaar van de graad in kwestie alsnog om een oriënteringsattest toe te kennen aan elke leerling die, zonder dat de tekorten zijn weggewerkt, overstapt naar een structuuronderdeel van dezelfde of een andere school waar niet gebruikgemaakt wordt van de bepalingen in dit artikel. Tegen een beslissing van de delibererende klassenraad in de loop van het schooljaar die door de betrokken personen wordt betwist, kan beroep worden ingesteld overeenkomstig de procedure als vermeld in artikel 68 tot en met 74, met dien verstande dat de schoolbestuur van de betrokken school, rekening houdend met het principe van de redelijkheid, zelf de termijnen bepaalt die inherent zijn aan deze procedure;

5° beslist de delibererende klassenraad van het tweede leerjaar van de graad in kwestie alsnog om een oriënteringsattest A van het eerste leerjaar van die graad toe te kennen aan elke leerling die de tekorten van het eerste leerjaar heeft weggewerkt doch niet geslaagd is in het tweede leerjaar. Bij die toekenning in een eerste leerjaar van de eerste graad wordt een getuigschrift van basisonderwijs gevoegd, voor zover de leerling dat nog niet in zijn bezit heeft;

6° wordt, in afwijking van artikel 41, op het einde van het tweede leerjaar van de eerste graad aan elke leerling, voor zover hij het nog niet in zijn bezit heeft, een getuigschrift van basisonderwijs uitgereikt indien de leerling dat tweede leerjaar van de eerste graad met vrucht heeft beëindigd.]

B.Vl.R. 9-10-2009

Art. 35.

Gelet op de bepalingen van [artikel 134 van de codificatie betreffende het secundair onderwijs]³, wordt voor de toepassing van dit hoofdstuk, eveneens verstaan onder :

1° het eerste leerjaar A : het eerste leerjaar van het algemeen en van het technisch secundair onderwijs van het type II;

2° het eerste leerjaar B : het eerste leerjaar van het beroepssecundair onderwijs van het type II;

3° het tweede leerjaar van de eerste graad : het tweede gemeenschappelijk leerjaar van het secundair onderwijs van het type I en het tweede leerjaar van het algemeen en van het technisch secundair onderwijs van het type II;

4° het beroepsvoorbereidend leerjaar : het tweede leerjaar van het beroepssecundair onderwijs van het type I en het tweede leerjaar van het beroepssecundair onderwijs van het type II;

5° het eerste leerjaar van de tweede graad : het derde leerjaar van het secundair onderwijs van het type I, het derde leerjaar van het secundair onderwijs van het type II en het getuigschrift van lager secundair onderwijs, uitgereikt door de examencommissie van de Vlaamse Gemeenschap;

6° het tweede leerjaar van de tweede graad : het vierde leerjaar van het secundair onderwijs van het type I en het vierde leerjaar van de hogere cyclus van het secundair onderwijs van het type II.

[...]²

Voor de toelating tot het eerste leerjaar van de derde graad van het beroepssecundair onderwijs, wordt onder tweede leerjaar van de tweede graad van het technisch en het beroepssecundair onderwijs ook verstaan : het vierde leerjaar van de lagere cyclus van het technisch en van het beroepssecundair onderwijs van het type II;

7° het eerste leerjaar van de derde graad : het vijfde leerjaar van de derde graad van het secundair onderwijs van het type I en het vijfde leerjaar van de hogere cyclus van het secundair onderwijs van het type II;

8° het tweede leerjaar van de derde graad : het zesde leerjaar van het secundair onderwijs van het type I en het zesde leerjaar van het secundair onderwijs van het type II;

9° het getuigschrift van de tweede graad van het secundair onderwijs : het getuigschrift van lager secundair onderwijs; deze gelijkstelling geldt evenwel niet voor toepassing van de artikelen 15, § 1, 2° en 16, § 1, 3°;

10° het diploma van secundair onderwijs : het getuigschrift van hoger secundair onderwijs;

11° het studiegetuigschrift van het tweede leerjaar van de derde graad van het secundair onderwijs : het studiegetuigschrift van het zesde leerjaar van het beroepssecundair onderwijs;

[...]¹

[ ]¹ B.Vl.R. 9-10-2009; [ ]² B.Vl.R. 4-6-2010; [ ]³ B.Vl.R. 17-12-2010

HOOFDSTUK IV. - Bekrachtiging van de studies

Art. 36.

Voor de bekrachtiging van de studies komen uitsluitend de regelmatige leerlingen van het schooljaar waarvoor ze zijn ingeschreven in aanmerking.

Art. 37.

§ 1. De beslissingen van de delibererende klassenraad voorzien twee mogelijkheden :

1° de leerling wordt beschouwd het leerjaar met vrucht te hebben beëindigd;

2° de leerling wordt beschouwd het leerjaar niet met vrucht te hebben beëindigd.

§ 2. De in § 1 bedoelde beslissingen worden in beginsel genomen uiterlijk op 30 juni van het betrokken schooljaar, doch deze termijn kan voor individuele gevallen worden verlengd tot uiterlijk de eerste schooldag van het daaropvolgend schooljaar. [Voor Se-n-Se kunnen de desbetreffende data ook respectievelijk 31 januari, als einddatum van de opleiding, en 1 maart van het schooljaar in kwestie zijn.]

B.Vl.R. 9-10-2009

Art. 38.

Een leerling beëindigt met vrucht :

1° het eerste en tweede leerjaar van de eerste graad, het eerste en tweede leerjaar van de tweede graad en het eerste leerjaar van de derde graad, indien hij in voldoende mate de doelstellingen die in het leerplan zijn opgenomen heeft bereikt en aldus bekwaam wordt geacht zijn studies voort te zetten in het volgend leerjaar;

2° [...]³ het tweede leerjaar van de derde graad van het beroepssecundair onderwijs en [de Se-n-Se van de derde graad van het technisch of het kunstsecundair onderwijs]², indien hij in voldoende mate de doelstellingen die in het leerplan zijn opgenomen heeft bereikt en aldus voldaan heeft voor het geheel van de vorming van het betreffend leerjaar;

3° het tweede leerjaar van de derde graad van het algemeen, het technisch of het kunstsecundair onderwijs, indien hij in voldoende mate de doelstellingen die in het leerplan zijn opgenomen heeft bereikt en aldus voldaan heeft voor het geheel van de vorming van het betreffend leerjaar en bekwaam wordt geacht zijn studies voort te zetten in het hoger onderwijs;

4° het derde leerjaar van de derde graad van het beroepssecundair onderwijs, al dan niet ingericht onder de vorm van een specialisatiejaar, indien hij in voldoende mate de doelstellingen die in het leerplan zijn opgenomen heeft bereikt en aldus voldaan heeft voor het geheel van de vorming van het betreffend leerjaar en desgevallend bekwaam wordt geacht zijn studies voort te zetten in het hoger onderwijs;

[...]4

[...]²

[ ]¹ B.Vl.R. 7-9-2007; [ ]² B.Vl.R. 9-10-2009; [ ]³ B.Vl.R. 4-6-2010; [ ]4 B.Vl.R. 20-6-2014

[Art. 38bis.

De schoolbestuur beslist of de school gebruikmaakt van de bepalingen van dit artikel.

Op grond van specifieke onderwijskundige of organisatorische argumenten en met het oog op het aanbieden van meer individuele leertrajecten, kan voor een bepaald structuuronderdeel worden afgeweken van de bepalingen in artikel 37 en 38, ten einde de delibererende klassenraad in de eerste, de tweede respectievelijk de derde graad uit te stellen tot het einde van het tweede leerjaar van de graad in kwestie.

In voorkomend geval :

1° wordt, in afwijking van artikel 40, de uitreiking van een oriënteringsattest in het eerste leerjaar van de graad in kwestie vervangen door de uitreiking van een attest van regelmatige lesbijwoning, dat van rechtswege toelating verleent tot het tweede leerjaar van die graad voor zover in dat leerjaar wordt gebruikgemaakt van de bepalingen van dit artikel;

2° beslist de delibererende klassenraad van het eerste leerjaar van de graad in kwestie alsnog om een oriënteringsattest toe te kennen aan elke leerling die het leerjaar heeft beëindigd en die vóór het einde van de graad overstapt naar een structuuronderdeel van dezelfde of een andere school waarvoor niet gebruikgemaakt wordt van de bepalingen van dit artikel. Bij de toekenning van een oriënteringsattest A of B in een eerste leerjaar van de eerste graad wordt een getuigschrift van basisonderwijs gevoegd, voor zover de leerling dat nog niet in zijn bezit heeft. Tegen een beslissing van de delibererende klassenraad in de loop van het schooljaar die door de betrokken personen wordt betwist, kan beroep worden ingesteld overeenkomstig de procedure als vermeld in artikel 68 tot en met 74, met dien verstande dat de schoolbestuur van de betrokken school, rekening houdend met het principe van de redelijkheid, zelf de termijnen bepaalt die inherent zijn aan deze procedure;

3° wordt, in afwijking van artikel 41, op het einde van het tweede leerjaar van de eerste graad of beroepsvoorbereidend leerjaar van die graad aan elke leerling, voor zover hij het nog niet in zijn bezit heeft, een getuigschrift van basisonderwijs uitgereikt indien de leerling dat tweede leerjaar van de eerste graad of beroepsvoorbereidend leerjaar van die graad met vrucht heeft beëindigd.]

B.Vl.R. 4-6-2010

Art. 39.

Als oriënteringsattesten worden onderscheiden :

1° het oriënteringsattest A, waarop vermeld wordt dat de leerling het leerjaar met vrucht beëindigd heeft in de betrokken school en derhalve tot het volgend leerjaar mag worden toegelaten.

Het model van het oriënteringsattest A en de onderrichtingen voor het invullen ervan zijn opgenomen in bijlage 1;

2° het oriënteringsattest B, waarop vermeld wordt dat de leerling het leerjaar met vrucht beëindigd heeft in de betrokken school en derhalve tot het volgend leerjaar mag worden toegelaten, behalve in bepaalde onderwijsvormen en/of onderverdelingen.

Het model van het oriënteringsattest B en de onderrichtingen voor het invullen ervan zijn opgenomen in bijlage 2;

3° het oriënteringsattest C, waarop vermeld wordt dat de leerling hetzij het leerjaar in de betrokken school heeft beëindigd doch niet met vrucht, hetzij het leerjaar, de onderwijsvorm en de onderverdeling slechts gedurende een gedeelte van het schooljaar in de betrokken school heeft gevolgd.

Het model van het oriënteringsattest C en de onderrichtingen voor het invullen ervan zijn opgenomen in bijlage 3.

Art. 40.

[§ 1. Het oriënteringsattest A kan worden toegekend in alle leerjaren, met uitzondering van [[...]]¹ het tweede leerjaar van de derde graad, het derde leerjaar van de derde graad, de Se-n-Se, [[...]]².

§ 2. Het oriënteringsattest B kan worden toegekend in alle leerjaren, met uitzondering van het eerste leerjaar B, [[...]]¹ het eerste leerjaar van de derde graad van het algemeen, het kunst- en het beroepssecundair onderwijs, het tweede leerjaar van de derde graad, de Se-n-Se, het derde leerjaar van de derde graad [[...]]².]

§ 3. Het oriënteringsattest C kan worden toegekend in alle leerjaren, met uitzondering van het derde leerjaar van de derde graad van het algemeen en het kunstsecundair onderwijs, ingericht onder de vorm van een voorbereidend jaar op het hoger onderwijs.

B.Vl.R. 9-10-2009; [[ ]]¹ B.Vl.R. 4-6-2010; [[ ]]² B.Vl.R. 20-6-2014

Art. 41.

Op het einde van het eerste leerjaar A en het eerste leerjaar B, wordt het getuigschrift van basisonderwijs uitgereikt aan de regelmatige leerlingen die dit leerjaar met vrucht hebben beëindigd en er nog geen houder van zijn.

Het model van het getuigschrift van basisonderwijs en de onderrichtingen voor het invullen ervan zijn opgenomen in de bijlage 4.

Art. 42.

Op het einde van het beroepsvoorbereidend leerjaar, wordt het getuigschrift gelijkwaardig met het getuigschrift van basisonderwijs uitgereikt aan de regelmatige leerlingen die dit leerjaar met vrucht hebben beëindigd en nog geen houder zijn van het getuigschrift van basisonderwijs.

Het model van het getuigschrift gelijkwaardig met het getuigschrift van basisonderwijs en de onderrichtingen voor het invullen ervan zijn opgenomen in de bijlage 5.

Art. 43.

Op het einde van het tweede leerjaar van de eerste graad en van het beroepsvoorbereidend leerjaar, wordt het getuigschrift van de eerste graad van het secundair onderwijs uitgereikt aan de regelmatige leerlingen die dit leerjaar met vrucht hebben beëindigd.

Het model van het getuigschrift van de eerste graad van het secundair onderwijs en de onderrichtingen voor het invullen ervan zijn opgenomen in de bijlage 6.

Art. 44.

Op het einde van het tweede leerjaar van de tweede graad, wordt het getuigschrift van de tweede graad van het secundair onderwijs uitgereikt aan de regelmatige leerlingen die het eerste en het tweede leerjaar van de tweede graad met vrucht hebben beëindigd.

Het model van het getuigschrift van de tweede graad van het secundair onderwijs en de onderrichtingen voor het invullen ervan zijn opgenomen in de bijlage 7.

Art. 45.

[...]

B.Vl.R. 4-6-2010

Art. 46.

Op het einde van het tweede leerjaar van de derde graad van het algemeen, het technisch en het kunstsecundair onderwijs, wordt het diploma van secundair onderwijs uitgereikt aan de regelmatige leerlingen die houder zijn van het door een school of door de examencommissie van de Vlaamse Gemeenschap uitgereikt getuigschrift van de tweede graad van het secundair onderwijs en die het eerste en het tweede leerjaar van de derde graad van het algemeen, het technisch of het kunstsecundair onderwijs met vrucht hebben beëindigd.

Het model van het in dit artikel bedoeld diploma van secundair onderwijs en de onderrichtingen voor het invullen ervan zijn opgenomen in de bijlage 9.

Art. 47.

Op het einde van het tweede leerjaar van de derde graad van het beroepssecundair onderwijs, wordt het studiegetuigschrift van het tweede leerjaar van de derde graad van het secundair onderwijs uitgereikt aan de regelmatige leerlingen die dit leerjaar met vrucht hebben beëindigd.

Het model van het studiegetuigschrift van het tweede leerjaar van de derde graad van het secundair onderwijs en de onderrichtingen voor het invullen ervan zijn opgenomen in de bijlage 10.

Art. 48.

[Op het einde van een Se-n-Se van de derde graad van het technisch of het kunstsecundair onderwijs wordt het certificaat van een opleiding secundair-na- secundair (Se-n-Se) uitgereikt aan de regelmatige leerlingen die de opleiding met vrucht hebben beëindigd.

Het model van het certificaat en de onderrichtingen voor het invullen ervan zijn opgenomen in de bijlage 10bis.]

B.Vl.R. 9-10-2009

Art. 49.

Op het einde van het derde leerjaar van de derde graad van het beroepssecundair onderwijs, al dan niet ingericht onder de vorm van een specialisatiejaar, wordt het diploma van secundair onderwijs uitgereikt aan de regelmatige leerlingen die houder zijn van het door een school of door de examencommissie van de Vlaamse Gemeenschap uitgereikt getuigschrift van de tweede graad van het secundair onderwijs, en die het eerste leerjaar van de derde graad, het tweede leerjaar van de derde graad van het beroepssecundair onderwijs en het derde leerjaar van de derde graad van het beroepssecundair onderwijs, al dan niet ingericht onder de vorm van een specialisatiejaar, met vrucht hebben beëindigd.

Het model van dit diploma van secundair onderwijs en de onderrichtingen voor het invullen ervan zijn opgenomen in de bijlage 12.

Art. 50.

Op het einde van het derde leerjaar van de derde graad van het beroepssecundair onderwijs, ingericht onder de vorm van een specialisatiejaar, wordt het studiegetuigschrift van het derde leerjaar van de derde graad van het secundair onderwijs uitgereikt aan de regelmatige leerlingen die dit leerjaar met vrucht hebben beëindigd doch, overeenkomstig de bepalingen van artikel 49, niet in aanmerking komen voor het diploma van secundair onderwijs.

Het model van het studiegetuigschrift van het derde leerjaar van de derde graad van het secundair onderwijs en de onderrichtingen voor het invullen ervan zijn opgenomen in de bijlage 11.

Art. 51.

Aan de regelmatige leerlingen die het derde leerjaar van de derde graad van het algemeen of het kunstsecundair onderwijs, ingericht onder de vorm van een voorbereidend jaar op het hoger onderwijs, geheel of ten dele hebben gevolgd, wordt een attest van regelmatige lesbijwoning uitgereikt.

Het model van het attest van regelmatige lesbijwoning en de onderrichtingen voor het invullen ervan zijn opgenomen in de bijlage 13.

[Art. 51 bis.

[[...]]

B.Vl.R. 7-2-2003; [[ ]] B.Vl.R. 9-10-2009

Art. 52.

[...]

B.Vl.R. 20-6-2014

Art. 53.

[Voor de bekrachtiging van de studies in het hoger beroepsonderwijs, opleiding verpleegkunde, gelden de bepalingen van [[de codificatie betreffende het secundair onderwijs]] en de bepalingen van het besluit van de Vlaamse Regering van 18 juli 2008 houdende organisatie van het experimenteel voltijds gewoon secundair onderwijs volgens een modulair stelsel.]

B.Vl.R. 9-10-2009; [[ ]] B.Vl.R. 17-12-2010

Art. 54.

[...]

B.Vl.R. 9-10-2009

Art. 55.

Een getuigschrift over de basiskennis van het bedrijfsbeheer wordt uitgereikt aan de regelmatige leerlingen die voldaan hebben aan de voorwaarden inzake de basiskennis van het bedrijfsbeheer, opgenomen in de programmawet van 10 februari 1998 tot bevordering van het zelfstandig ondernemerschap en in het koninklijk besluit van 21 oktober 1998 tot uitvoering van hoofdstuk I van titel II van de programmawet van 10 februari 1998 tot bevordering van het zelfstandig ondernemerschap.

[Dat getuigschrift kan evenwel niet worden uitgereikt in de eerste graad, in de tweede graad en in het eerste leerjaar van de derde graad.]²

Het model van het getuigschrift over de basiskennis van het bedrijfsbeheer en de onderrichtingen voor het invullen ervan zijn opgenomen in [bijlage 17]¹.

[ ]¹ B.Vl.R. 7-9-2007; [ ]² B.Vl.R. 9-10-2009

Art. 56.

§ 1. [Een geïntegreerde proef wordt georganiseerd in :

1° [[...]]¹

2° het tweede leerjaar van de derde graad van het technisch, het kunst- en het beroepssecundair onderwijs;

3° het derde leerjaar van de derde graad van het beroepssecundair onderwijs, ingericht onder de vorm van een specialisatiejaar;

[[...]]²

§ 2. [De proef, vermeld in paragraaf 1, slaat op vakken van het fundamentele gedeelte van de optie, dat de gekozen studierichting bepaalt, en eventueel op vakken van de basisvorming of van het complementaire gedeelte als die vakken ondersteunend zijn voor de geïntegreerde proef.

De proef, vermeld in paragraaf 1, die ook de vorm van een eindwerk mag aannemen, wordt beoordeeld door de leraars die de vakken in kwestie onderwijzen, alsook door deskundigen op het vlak van de te beoordelen kwalificatie, die in aantal het aantal leraars niet mogen overschrijden en die niet tot de school in kwestie behoren. De deskundigen worden in de loop van het schooljaar aangewezen door het schoolbestuur of zijn afgevaardigde. Het schoolbestuur of zijn afgevaardigde kan ook andere personeelsleden dan de voormelde personeelsleden aanwijzen om op basis van hun deskundigheid advies te verlenen over de beoordeling van de geïntegreerde proef.

Het resultaat van de proef, vermeld in paragraaf 1, zal een belangrijk element vormen in de beslissing van de delibererende klassenraad.]²

[ ]¹ B.Vl.R. 9-10-2009; [ ]² B.Vl.R. 7-9-2012; [[ ]]¹ B.Vl.R. 4-6-2010; [[ ]]² B.Vl.R. 20-6-2014

Art. 57.

Onverminderd de bepalingen van artikel 56, is het met vrucht beëindigen van leerjaren van het voltijds secundair onderwijs niet noodzakelijk gebonden aan het slagen voor afzonderlijke toetsen, examens of proeven over een deel of het geheel van de vorming. De organisatie hiervan ressorteert dan ook exclusief onder de bevoegdheid van de inrichtende machten van het onderwijs.

[Om de onderverdeling vrachtwagenchauffeur bso met vrucht te beëindigen, is het in elk geval vereist dat het bewijs wordt geleverd dat de leerling is geslaagd voor de proeven tot het behalen van het rijbewijs CE en de basiskwalificatie vakbekwaamheid groep C, als vorm van externe certificering. Het in voorkomend geval niet-slagen voor de voormelde proeven geldt als motivatie voor de beslissing van de delibererende klassenraad voor het niet-slagen voor de onderverdeling.]

B.Vl.R. 7-9-2012

Art. 58.

Gelet op [artikel 134 van de codificatie betreffende het secundair onderwijs]², wordt :

1° voor de toepassing van artikel 44 eveneens verstaan onder :

eerste leerjaar van de tweede graad : het derde leerjaar van het secundair onderwijs van het type I en het derde leerjaar van het secundair onderwijs van het type II;

2° voor de toepassing van de artikelen 46 en 49, eveneens verstaan onder :

a) door een school of door de examencommissie van de Vlaamse Gemeenschap uitgereikt getuigschrift van de tweede graad van het secundair onderwijs : een gehomologeerd of door de examencommissie uitgereikt getuigschrift van lager secundair onderwijs (onderwijsvorm : beroepssecundair onderwijs) en een gehomologeerd of door de examencommissie uitgereikt getuigschrift van lager secundair onderwijs (onderwijsvorm : algemeen, technisch of kunstsecundair onderwijs) tezamen met een oriënteringsattest A of B van het vierde leerjaar van het secundair onderwijs van het type I of van het vierde leerjaar van het secundair onderwijs van het type II;

b) eerste leerjaar van de derde graad : het vijfde leerjaar van de derde graad van het secundair onderwijs van het type I en het vijfde leerjaar van de hogere cyclus van het secundair onderwijs van het type II;

c) tweede leerjaar van de derde graad : het zesde leerjaar van het secundair onderwijs van het type I en het zesde leerjaar van het secundair onderwijs van het type II;

3° [voor de toepassing van artikel 51bis, eveneens verstaan onder :

a) door een school of door de examencommissie van de Vlaamse Gemeenschap uitgereikt getuigschrift van de tweede graad van het secundair onderwijs : een gehomologeerd of door de examencommissie uitgereikt getuigschrift van lager secundair onderwijs;

b) eerste leerjaar van de derde graad : het vijfde leerjaar van de derde graad van het secundair onderwijs van het type I en het vijfde leerjaar van de hogere cyclus van het secundair onderwijs van het type II;

c) tweede leerjaar van de derde graad : het zesde leerjaar van het secundair onderwijs van het type I en het zesde leerjaar van het secundair onderwijs van het type II;]¹

[4° voor de toepassing van artikel 52, § 2, en artikel 54, eveneens verstaan onder :

a) door een school of door de examencommissie van de Vlaamse Gemeenschap uitgereikt getuigschrift van de tweede graad van het secundair onderwijs : een gehomologeerd of door de examencommissie uitgereikt getuigschrift van lager secundair onderwijs;

b) [[...]]²

5° [[...]]¹ ]¹

[ ]¹ B.Vl.R. 7-2-2003; [ ]² B.Vl.R. 17-12-2010; [[ ]]¹ B.Vl.R. 7-9-2007; [[ ]]² B.Vl.R. 9-10-2009

Art. 59.

Behoudens de directeur kan elke gemandateerde van de schoolbestuur met de ondertekening van de studiebewijzen worden belast. In voorkomend geval worden in het model opgenomen in de respectieve bijlagen enerzijds de woorden 'directeur van de bovengenoemde school' vervangen door de woorden 'gemandateerde van de schoolbestuur van de bovengenoemde school' en anderzijds, onderaan, de woorden 'De directeur' vervangen door de woorden 'De gemandateerde van de inrichtende macht'.

[Art. 59bis.

Elke materiële fout in de vorm van ten onrechte uitreiking van een studiebewijs waardoor de rechten van de leerling worden geschonden, moet door de schoolbestuur worden hersteld. Het initiatiefrecht tot herstel van die fout, dat te allen tijde kan worden uitgeoefend, ligt zowel bij de schoolbestuur als bij de leerling.

Elke materiële fout in de vorm van ten onrechte uitreiking van een studiebewijs waardoor aan de leerling meer rechten worden toegekend dan de rechten die voortvloeien uit de beslissing van de delibererende klassenraad, kan door de schoolbestuur worden hersteld uiterlijk dertig dagen na de uitreiking ervan. Een herstel is evenwel niet mogelijk indien de leerling kan aantonen dat binnen die dertig dagen rechtsgevolgen zijn ontstaan die bij intrekking van het studiebewijs schade zou veroorzaken in hoofde van die leerling.]

B.Vl.R. 12-9-2008

HOOFDSTUK V. - [Andere bepalingen]

B.Vl.R. 13-9-2013

Art. 60.

§ 1. Onverminderd de bepalingen van hoofdstuk III, zijn de leerlingen die een leerjaar overzitten regelmatig, indien zij :

1° slechts in het bezit zijn van een oriënteringsattest B of C van het betreffend leerjaar;

2° opteren voor een andere onderwijsvorm en/of onderverdeling van het betreffend leerjaar;

3° een gelijkwaardig leerjaar aanvankelijk hebben gevolgd in een school van een buitenlands onderwijsstelsel;

4° het betreffend leerjaar aanvankelijk hebben gevolgd in een door de Franse of Duitstalige Gemeenschap georganiseerde, gesubsidieerde of erkende school;

5° opteren voor het eerste leerjaar A na het met vrucht beëindigd hebben van het eerste leerjaar B.

§ 2. Met inachtname van de bepalingen van § 1, is het aantal keren dat een leerling een leerjaar als regelmatige leerling kan overzitten, niet beperkt.

[Art. 60bis.

De sporttakken die in aanmerking komen voor het aanbieden van meer individuele leertrajecten aan leerlingen met topsportstatuut als vermeld in artikel 136/5 van de Codex Secundair Onderwijs van 17 december 2010, zijn :

1° tennis;

2° voetbal.]

B.Vl.R. 13-9-2013

HOOFDSTUK VI. - De rechtspositie van de leerling

Art. 61 t.e.m. 67.

[...]

Decr. 7-7-2006

Art. 68 t.e.m. 74.

[...]

Decr. 1-7-2011

HOOFDSTUK VII. - Bijzondere bepalingen met betrekking tot de studierichting verpleegkunde

Art. 75 t.e.m. 80.

[...]

B.Vl.R. 9-10-2009

HOOFDSTUK VIII. - Slotbepalingen

Art. 81.

Worden met ingang van 1 september 2002 opgeheven :

1° het besluit van de Vlaamse regering van 13 maart 1991 betreffende de organisatie van het voltijds secundair onderwijs, gewijzigd bij de besluiten van de Vlaamse regering van 4 december 1991, 20 juli 1994, 10 mei 1995, 30 mei 1996 en 31 augustus 2001, met uitzondering van :

a) artikel 48 en de bijlagen 1, 2, 3 en 21, die worden opgeheven met ingang van 1 september 1998;

b) de artikelen 9, § 1, 36, § 1,40 en 56 en de bijlage 7, die worden opgeheven met ingang van 1 september 1999;

2° het ministerieel besluit van 10 maart 1995 tot vastlegging van de overeenstemmende onderverdelingen in het voltijds secundair onderwijs, gewijzigd bij de ministeriële besluiten van 13 mei 1996, 30 juni 1997, 13 juli 1998, 14 juni 1999, 3 mei 2000 en 6 juni 2001, met uitzondering van de bepalingen betreffende de toegang tot het derde leerjaar van de derde graad, ingericht onder de vorm van een specialisatiejaar, die worden opgeheven met ingang van 1 september 2004.

Art. 82.

Dit besluit treedt in werking op 1 september 2002, met uitzondering van :

1° artikel 55 en de bijlagen 1, 2, 3 en 20, die uitwerking hebben met ingang van 1 september 1998;

2° de artikelen 9, § 1, 39 en 44 en de bijlage 7, die uitwerking hebben met ingang van 1 september 1999;

3° de artikelen 25, § 3, 26, § 3, en 59, die uitwerking hebben met ingang van 1 september 2000.

Art. 83.

De Vlaamse minister, bevoegd voor het onderwijs, is belast met de uitvoering van dit besluit.

BIJLAGEN

Bijlage 1. - Oriënteringsattest A

1. Model : formaat A4 (210 x 297 mm)

VLAAMSE GEMEENSCHAP - KONINKRIJK BELGIE

DEPARTEMENT ONDERWIJS EN VORMING

SECUNDAIR ONDERWIJS - ORIENTERINGSATTEST A

Benaming en adres van de schoolbestuur ..................................................................................................................................................

Benaming, adres en nummer van de school . . . . . . . . . . . . . . . (1) graad van het secundair onderwijs.

Onderwijsvorm : . . . . . (2)

Onderverdeling : . . . . . (3)

. . . . . (4) leerjaar . . . . . (5)

Administratieve groep : . . . . .

Ondergetekende, . . . . . ,

directeur van de bovengenoemde school, bevestigt dat

. . . . . (6),

geboren te . . . . . ,

op . . . . . (7),

met als stamnummer in de school : . . . . .

1° van 1 september .......... tot 30 juni ......... als regelmatige leerling het voornoemd leerjaar van het secundair onderwijs heeft gevolgd;

2° in de bovengenoemde school, graad, onderwijsvorm en onderverdeling dit leerjaar met vrucht heeft beëindigd;

3° overeenkomstig de toelatingsvoorwaarden tot het volgend leerjaar mag worden toegelaten.

Hij/Zij bevestigt dat al de wettelijke, decretale en reglementaire voorschriften werden nageleefd.

Gegeven te .................................................., op 30 juni ......................

Stempel van de school De directeur

2. Onderrichtingen voor het invullen.

(1) "eerste", "tweede","derde" of "vierde";

(2) - voor de leerjaren van de eerste graad : de stippellijn dik doorstrepen; - voor de leerjaren van de tweede en de derde graad : "algemeen secundair onderwijs", "technisch secundair onderwijs", "kunstsecundair onderwijs" of beroepssecundair onderwijs"; [...]

(3) - voor het eerste leerjaar van de eerste graad : de stippellijn dik doorstepen; - voor het tweede leerjaar van de eerste graad staat "onderverdeling" = "basisoptie"; voor het beroepsvoorbereidend leerjaar staat "onderverdeling" = "één beroepenveld" of "een combinatie van twee beroepenvelden"; [- voor de leerjaren van de tweede en de derde graad staat "onderverdeling" = "studierichting"]

(4) "eerste", "tweede" of "beroepsvoorbereidend";

(5) - voor het eerste leerjaar van de eerste graad : "A" of "B"; - voor de overige leerjaren : de stippellijn dik doorstrepen;

(6) naam en eerste voornaam van de leerling volgens identiteitskaart of geboorteakte;

(7) de maand van de geboortedatum voluit in letters.

Bijlage 2. - Oriënteringsattest B

1. Model : formaat A4 (210 x 297 mm)

VLAAMSE GEMEENSCHAP - KONINKRIJK BELGIE

DEPARTEMENT ONDERWIJS EN VORMING

SECUNDAIR ONDERWIJS - ORIENTERINGSATTEST B

Benaming en adres van de schoolbestuur ..................................................................................................................................................

Benaming, adres en nummer van de school . . . . . . . . . . . . . . . (1) graad van het secundair onderwijs.

Onderwijsvorm : . . . . . (2)

Onderverdeling : . . . . . (3)

. . . . . (4) leerjaar . . . . . (5)

Administratieve groep : . . . . .

Ondergetekende, . . . . . ,

directeur van de bovengenoemde school, bevestigt dat

. . . . . (6),

geboren te . . . . . ,

op . . . . . (7),

met als stamnummer in de school : . . . . .

1° van 1 september .......... tot 30 juni ......... als regelmatige leerling het voornoemd leerjaar van het secundair onderwijs heeft gevolgd;

2° in de bovengenoemde school, graad, onderwijsvorm en onderverdeling dit leerjaar met vrucht heeft beëindigd;

3° overeenkomstig de toelatingsvoorwaarden tot het volgend leerjaar mag worden toegelaten, behalve in : (8)

- de hiernavermelde onderverdeling(en) : . . . . . . . . . . ;

- de hiernavermelde onderwijsvorm(en) : . . . . . . . . . .

Hij/zij bevestigt dat al de wettelijke, decretale en reglementaire voorschriften werden nageleefd.

Gegeven te .................................................., op 30 juni ......................

Stempel van de school De directeur

2. Onderrichtingen voor het invullen.

(1) "eerste", "tweede" of "derde";

(2) - voor de leerjaren van de eerste graad : de stippellijn dik doorstrepen;

- voor de leerjaren van de tweede graad : "algemeen secundair onderwijs", "technisch secundair onderwijs", "kunstsecundair onderwijs" of "beroepssecundair onderwijs";

- voor het eerste leerjaar van de derde graad : "technisch secundair onderwijs";

(3) - voor het eerste leerjaar van de eerste graad : de stippellijn dik doorstrepen;

- voor het tweede leerjaar van de eerste graad staat "onderverdeling" = "basisoptie"; voor het beroepsvoorbereidend leerjaar staat "onderverdeling" = "één beroepenveld" of "een combinatie van twee beroepenvelden"; voor de leerjaren van de tweede en de derde graad staat "onderverdeling" = "studierichting";

(4) "eerste", "tweede" of "beroepsvoorbereidend";

(5) - voor het eerste leerjaar van de eerste graad : "A";

- voor de overige leerjaren : de stippellijn dik doorstrepen;

(6) naam en eerste voornaam van de leerling volgens identiteitskaart of geboorteakte;

(7) de maand van de geboortedatum voluit in letters;

(8) - voor het eerste leerjaar A : één van de volgende mogelijkheden vermelden en bij het niet gebruikte gedachtenstreepje de stippellijn dik doorstrepen :

* bij het eerste gedachtenstreepje : "Grieks-Latijn en Latijn";

* bij het eerste gedachtenstreepje : "Grieks-Latijn, Latijn, Moderne wetenschappen, R. Steinerpedagogie en Yeshiva";

* bij het tweede gedachtenstreepje : "het tweede leerjaar van de eerste graad";

- voor het eerste leerjaar van de derde graad van het technisch secundair onderwijs : bij het eerste gedachtenstreepje de stippellijn dik doorstrepen en bij het tweede gedachtenstreepje vermelden : "technisch secundair onderwijs";

- voor de overige leerjaren : bij hetzij het eerste gedachtenstreepje, hetzij het tweede gedachtenstreepje de stippellijn dik doorstrepen.

Bijlage 3. - Oriënteringsattest C

1. Model : formaat A4 (210 x 297 mm)

VLAAMSE GEMEENSCHAP - KONINKRIJK BELGIE

DEPARTEMENT ONDERWIJS EN VORMING

SECUNDAIR ONDERWIJS - ORIENTERINGSATTEST C

Benaming en adres van de schoolbestuur ..................................................................................................................................................

Benaming, adres en nummer van de school . . . . . . . . . . . . . . . (1) graad van het secundair onderwijs.

Onderwijsvorm : . . . . . (2)

Onderverdeling : . . . . . (3)

. . . . . (4) leerjaar . . . . . (5)

Administratieve groep : . . . . .

Ondergetekende, . . . . .

directeur van de bovengenoemde school, bevestigt dat

. . . . . (6),

geboren te . . . . . ,

op . . . . . (7),

met als stamnummer in de school : . . . . .

1° van .................(8) tot ................ (8) als regelmatige leerling het voornoemd leerjaar van het secundair onderwijs heeft gevolgd in de bovengenoemde school, graad, onderwijsvorm en onderverdeling (9);

2° in de bovengenoemde school, graad, onderwijsvorm en onderverdeling dit leerjaar niet met vrucht heeft beëindigd (9);

3° overeenkomstig de toelatingsvoorwaarden niet tot het volgend leerjaar mag worden toegelaten, behalve tot ............................................................ (9).

Hij/Zij bevestigt dat al de wettelijke, decretale en reglementaire voorschriften werden nageleefd.

Gegeven te .................................................., op ............................... (10).

Stempel van de school De directeur

2. Onderrichtingen voor het invullen.

(1) "eerste", "tweede", "derde" of "vierde";

(2) - voor de leerjaren van de eerste graad : de stippellijn dik doorstrepen;

- voor de leerjaren van de tweede en de derde graad : "algemeen secundair onderwijs", "technisch secundair onderwijs", "kunstsecundair onderwijs" of "beroepssecundair onderwijs"; [...]

(3) - voor het eerste leerjaar van de eerste graad : de stippellijn dik doorstrepen;

- voor het tweede leerjaar van de eerste graad staat "onderverdeling" = "basisoptie"; voor het beroepsvoorbereidend leerjaar staat "onderverdeling" = "één beroepenveld" of "een combinatie van twee beroepenvelden"; [- voor de leerjaren van de tweede en de derde graad staat "onderverdeling" = "studierichting"];

(4) "eerste", "tweede", "derde" of "beroepsvoorbereidend";

(5) - voor het eerste leerjaar van de eerste graad : "A" of "B";

- [...] voor het derde leerjaar van de derde graad van het technisch en kunstsecundair onderwijs : "(Se-n-Se)"; voor het derde leerjaar van de derde graad van het beroepssecundair onderwijs voor zover ingericht onder de vorm van een specialisatiejaar : "(specialisatiejaar)";

- voor het derde leerjaar van de derde graad van het technisch, kunst- en beroepssecundair onderwijs, voor zover ingericht onder de vorm van een specialisatiejaar : "(specialisatiejaar)";

- voor de overige leerjaren : de stippellijn dik doorstrepen;

(6) naam en eerste voornaam van de leerling volgens identiteitskaart of geboorteakte;

(7) de maand van de geboortedatum voluit in letters;

(8) steeds respectievelijk "1 september ..." en "30 juni ...." , behalve bij uitreiking als een attest dat slechts een gedeelte van het schooljaar dekt wanneer de effectief gevolgde studieperiode wordt vermeld en behalve bij uitreiking in een Se-n-Se waar, naargelang van het geval, een van de volgende alternatieven wordt vermeld :

a) "1 september... " en "30 juni ... ";

b) "1 februari... " en "31 januari... " (daaropvolgend schooljaar);

c) "1 september ... " en "31 januari... ";

d) "1 februari... " en "30 juni... ";

e) "1 september ... " en "31 januari... " (daaropvolgend schooljaar);

f) "1 februari... " en "30 juni... " (daaropvolgend schooljaar);

(9) - indien het model wordt gebruikt als een attest dat slechts een gedeelte van het schooljaar dekt : de rubrieken 2° en 3° schrappen;

- indien het model wordt gebruikt als een attest voor een leerjaar dat niet met vrucht werd beëindigd :

* de woorden "in de bovengenoemde school, graad, onderwijsvorm en onderverdeling" van rubriek 1° schrappen;

* in rubriek 3° de woorden "behalve tot... " , naargelang van het geval,

- hetzij schrappen;

- hetzij vervolledigen met "het beroepsvoorbereidend leerjaar". Dit is het geval indien het oriënteringsattest C wordt uitgereikt aan een leerling die een eerste leerjaar van de eerste graad van het secundair onderwijs niet met vrucht heeft beëindigd;

- hetzij vervolledigen met "het eerste leerjaar van de tweede graad van het beroepssecundair onderwijs". Dit is het geval indien het oriënteringsattest C wordt uitgereikt aan een leerling die het tweede leerjaar van de eerste graad of het beroepsvoorbereidend leerjaar niet met vrucht heeft beëindigd, doch uiterlijk op 31 december daaropvolgend de leeftijd van 16 jaar zal bereiken;

(10) - indien het model wordt gebruikt als een attest dat slechts een gedeelte van het schooljaar dekt : datum van de laatste dag van de betreffende studieperiode vermelden;

- indien het model wordt gebruikt als een attest voor een leerjaar dat niet met vrucht werd beëindigd : steeds "30 juni ...."; in een Se-n-Se evenwel is dat "31 januari... " of "30 juni... ".

B.Vl.R. 4-6-2010

Bijlage 4. - Getuigschrift van basisonderwijs

1. Model : formaat A4 (210 x 297 mm)

VLAAMSE GEMEENSCHAP - KONINKRIJK BELGIE

DEPARTEMENT ONDERWIJS EN VORMING

GETUIGSCHRIFT VAN BASISONDERWIJS

ingesteld bij de wet van 29 juni 1983 betreffende de leerplicht (artikel 6)

Benaming en adres van de schoolbestuur ..................................................................................................................................................

Benaming en adres van de school : . . . . . . . . . . . . . . .

Ondergetekende, . . . . . ,

directeur van de bovengenoemde school, bevestigt dat

. . . . . (1),

geboren te . . . . . ,

op . . . . . (2),

met vrucht het eerste leerjaar........ (3) van het secundair onderwijs heeft beëindigd in bovengenoemde school.

Hij/zij bevestigt dat al de wettelijke, decretale en reglementaire voorschriften werden nageleefd.

Gegeven te........................, op 30 juni....

De houder, De directeur,

Stempel van de school

2. Onderrichtingen voor het invullen.

(1) naam en eerste voornaam van de leerling volgens identiteitskaart of geboorteakte;

(2) de maand van de geboortedatum voluit in letters;

(3) "A" of "B".

Bijlage 5. - Getuigschrift gelijkwaardig met het getuigschrift van basisonderwijs

1. Model : formaat A4 (210 x 297 mm)

VLAAMSE GEMEENSCHAP - KONINKRIJK BELGIE

DEPARTEMENT ONDERWIJS EN VORMING

GETUIGSCHRIFT GELIJKWAARDIG MET HET GETUIGSCHRIFT VAN BASISONDERWIJS

Benaming en adres van de schoolbestuur ..................................................................................................................................................

Benaming en adres van de school : . . . . . . . . . . . . . . .

Ondergetekende, . . . . . ,

directeur van de bovengenoemde school, bevestigt dat

. . . . . (1),

geboren te . . . . . ,

op . . . . . (2),

met vrucht het beroepsvoorbereidend leerjaar van het secundair onderwijs heeft beëindigd in bovengenoemde school.

Hij/zij bevestigt dat al de wettelijke, decretale en reglementaire voorschriften werden nageleefd.

Gegeven te........................, op 30 juni....

De houder, De directeur,

Stempel van de school

2. Onderrichtingen voor het invullen.

(1) naam en eerste voornaam van de leerling volgens identiteitskaart of geboorteakte;

(2) de maand van de geboortedatum voluit in letters.

Bijlage 6. - Getuigschrift van de eerste graad van het secundair onderwijs

1. Model : formaat A4 (210 x 297 mm)

VLAAMSE GEMEENSCHAP - KONINKRIJK BELGIE

DEPARTEMENT ONDERWIJS EN VORMING

GETUIGSCHRIFT VAN DE EERSTE GRAAD VAN HET SECUNDAIR ONDERWIJS

Benaming en adres van de schoolbestuur ..................................................................................................................................................

Benaming en adres van de school : . . . . . . . . . . . . . . .

Ondergetekende, . . . . . ,

directeur van de bovengenoemde school, bevestigt dat

. . . . . (1),

geboren te . . . . . ,

op . . . . . (2),

met vrucht het . . . . . (3) van het secundair onderwijs heeft beëindigd in bovengenoemde school.

Hij/zij bevestigt dat al de wettelijke, decretale en reglementaire voorschriften werden nageleefd.

Gegeven te........................, op 30 juni....

De houder, De directeur,

Stempel van de school

2. Onderrichtingen voor het invullen.

(1) naam en eerste voornaam van de leerling volgens identiteitskaart of geboorteakte;

(2) de maand van de geboortedatum voluit in letters;

(3) "tweede leerjaar van de eerste graad" of "beroepsvoorbereidend leerjaar".

Bijlage 7. - Getuigschrift van de tweede graad van het secundair onderwijs

1. Model : formaat A4 (210 x 297 mm)

VLAAMSE GEMEENSCHAP - KONINKRIJK BELGIE

DEPARTEMENT ONDERWIJS EN VORMING

GETUIGSCHRIFT VAN DE TWEEDE GRAAD VAN HET SECUNDAIR ONDERWIJS

Benaming en adres van de schoolbestuur ..................................................................................................................................................

Benaming en adres van de school : . . . . . . . . . .

Onderwijsvorm : . . . . . (1)

Studierichting : . . . . .

Ondergetekende, . . . . . ,

directeur van de bovengenoemde school, bevestigt dat

. . . . . (2),

geboren te . . . . . ,

op . . . . . (3),

1° als regelmatige leerling het eerste en het tweede leerjaar van de tweede graad van het secundair onderwijs heeft gevolgd;

2° het laatstgenoemde leerjaar met vrucht heeft beëindigd in de bovengenoemde school, onderwijsvorm en studierichting.

Hij/zij bevestigt dat al de wettelijke, decretale en reglementaire voorschriften werden nageleefd.

Gegeven te .................................................., op 30 juni ....

De houder, De directeur,

Stempel van de school

2. Onderrichtingen voor het invullen.

(1) "algemeen secundair onderwijs", "technisch secundair onderwijs", "kunstsecundair onderwijs" of "beroepssecundair onderwijs";

(2) naam en eerste voornaam van de leerling volgens identiteitskaart of geboorteakte;

(3) de maand van de geboortedatum voluit in letters.

Bijlage 8. - Studiegetuigschrift van het derde leerjaar van de tweede graad van het secundair onderwijs, ingericht onder de vorm van een vervolmakingsjaar

[...]

B.Vl.R. 4-6-2010

Bijlage 9. - Diploma van secundair onderwijs (algemeen, technisch en kunstsecundair onderwijs)

1. Model : formaat A4 (210 x 297 mm)

VLAAMSE GEMEENSCHAP - KONINKRIJK BELGIE

DEPARTEMENT ONDERWIJS EN VORMING

DIPLOMA VAN SECUNDAIR ONDERWIJS

Benaming en adres van de inrichtende macht ..................................................................................................................................................

Benaming en adres van de school : . . . . . . . . . . . . . . .

Onderwijsvorm : . . . . . (1)

Studierichting : . . . . .

Ondergetekende, . . . . . ,

directeur van de bovengenoemde school, bevestigt dat

. . . . . (2),

geboren te . . . . . ,

op . . . . . (3),

1° houder is van het getuigschrift van de tweede graad van het secundair onderwijs;

2° als regelmatige leerling het eerste en het tweede leerjaar van de derde graad van het secundair onderwijs heeft gevolgd;

3° met vrucht het tweede leerjaar van de derde graad heeft beëindigd in de bovengenoemde school, onderwijsvorm en studierichting.

Hij/zij bevestigt dat al de wettelijke, decretale en reglementaire voorschriften werden nageleefd.

Gegeven te.............................., op 30 juni .......

De houder, De directeur,

Stempel van de school

2. Onderrichtingen voor het invullen.

(1) « "algemeen secundair onderwijs", "technisch secundair onderwijs" of "kunstsecundair onderwijs";

(2) naam en eerste voornaam van de leerling volgens identiteitskaart of geboorteakte;

(3) de maand van de geboortedatum voluit in letters.

Bijlage 10bis. - Certificaat van Se-n-Se

1. Model : formaat A4 (210 x 297 mm)

Vlaamse Gemeenschap - Koninkrijk België

Departement Onderwijs en Vorming

CERTIFICAAT VAN EEN OPLEIDING SECUNDAIR-NA-SECUNDAIR

(Se-n-Se)

Naam en adres van de schoolbestuur : ......................................................................................................... (1)

Naam en adres van de school : .............................................................................................................................

Onderwijsvorm : .....................................................................................................................................................

Opleiding : .............................................................................................................................................................

Duur : ............................................................................................................................................................... (2)

Ondergetekende,

........................................................................................................................................................................, (3)

directeur van de bovengenoemde school, bevestigt dat

........................................................................................................................................................................, (4)

geboren in ..................................................., op .............................................................................................. (5),

1° als regelmatige leerling volledig en met vrucht de bovengenoemde opleiding van de derde graad van het secundair onderwijs heeft doorlopen;

2° de opleiding in kwestie heeft beëindigd in de bovengenoemde school.

Hij/zij bevestigt dat al de wettelijke, decretale en reglementaire voorschriften werden nageleefd.

Gegeven in .................................................., op .............................................................................................. (6)

De houder, De directeur,

Stempel van de school

2. Onderrichtingen voor het invullen :

(1) Voor VZW's wordt het adres van de zetel van de inrichtende macht vermeld

(2) een semester, twee semesters of drie semesters

(3) Eerste voornaam en achternaam van de directeur

(4) Eerste voornaam en achternaam van de leerling, zoals vermeld op de identiteitskaart of geboorteakte. Als de identiteit van de titularis daardoor beter tot haar recht komt, mag uitzonderlijk een tweede voornaam worden vermeld

(5) De maand van de geboortedatum moet voluit in letters worden geschreven. Als van een leerling geen officiële geboortedatum en -maand bekend zijn, wordt (conform de regeling, toegepast door de dienst Vreemdelingenzaken) "1 januari" vermeld

(6) 31 januari of 30 juni

Bijlage 10. - Studiegetuigschrift van het tweede leerjaar van de derde graad van het secundair

1. Model : formaat A4 (210 x 297 mm)

VLAAMSE GEMEENSCHAP - KONINKRIJK BELGIE

DEPARTEMENT ONDERWIJS EN VORMING

STUDIEGETUIGSCHRIFT VAN HET TWEEDE LEERJAAR VAN DE DERDE GRAAD VAN HET SECUNDAIR ONDERWIJS

Benaming en adres van de schoolbestuur ..................................................................................................................................................

Benaming en adres van de school : . . . . . . . . . . . . . . .

Onderwijsvorm : beroepssecundair onderwijs Studierichting : . . . . .

Ondergetekende, . . . . . ,

directeur van de bovengenoemde school, bevestigt dat

. . . . . (1),

geboren te . . . . . ,

op . . . . . (2),

1° als regelmatige leerling het tweede leerjaar van de derde graad van het beroepssecundair onderwijs heeft gevolgd;

2° dit leerjaar met vrucht heeft beëindigd in de bovengenoemde school, onderwijsvorm en studierichting.

Hij/zij bevestigt dat al de wettelijke, decretale en reglementaire voorschriften werden nageleefd.

Gegeven te.............................., op 30 juni ......

De houder, De directeur,

Stempel van de school

2. Onderrichtingen voor het invullen.

(1) naam en eerste voornaam van de leerling volgens identiteitskaart of geboorteakte;

(2) de maand van de geboortedatum voluit in letters.

Bijlage 11. - Studiegetuigschrift van het derde leerjaar van de derde graad van het secundair onderwijs, ingericht onder de vorm van een specialisatiejaar

1. Model : formaat A4 (210 x 297 mm)

VLAAMSE GEMEENSCHAP - KONINKRIJK BELGIE

DEPARTEMENT ONDERWIJS EN VORMING

STUDIEGETUIGSCHRIFT VAN HET DERDE LEERJAAR VAN DE DERDE GRAAD VAN HET SECUNDAIR ONDERWIJS, INGERICHT ONDER DE VORM VAN EEN SPECIALISATIEJAAR

Benaming en adres van de schoolbestuur ..................................................................................................................................................

Benaming en adres van de school : . . . . . . . . . . . . . . .

Onderwijsvorm : . . . . . (1)

Studierichting : . . . . .

Ondergetekende, . . . . . ,

directeur van de bovengenoemde school, bevestigt dat

. . . . . (2),

geboren te . . . . . ,

op . . . . . (3),

1° als regelmatige leerling het derde leerjaar van de derde graad van het...................(1), ingericht onder de vorm van een specialisatiejaar, heeft gevolgd;

2° dit leerjaar met vrucht heeft beëindigd in de bovengenoemde school, onderwijsvorm en studierichting.

Hij/zij bevestigt dat al de wettelijke, decretale en reglementaire voorschriften werden nageleefd.

Gegeven te........................, op 30 juni....

De houder, De directeur,

Stempel van de school

2. Onderrichtingen voor het invullen.

(1) "beroepssecundair onderwijs";

(2) naam en eerste voornaam van de leerling volgens identiteitskaart of geboorteakte;

(3) de maand van de geboortedatum voluit in letters.

Bijlage 12. - Diploma van secundair onderwijs (beroepssecundair onderwijs - derde graad)

1. Model : formaat A4 (210 x 297 mm)

VLAAMSE GEMEENSCHAP - KONINKRIJK BELGIE

DEPARTEMENT ONDERWIJS EN VORMING

DIPLOMA VAN SECUNDAIR ONDERWIJS

Benaming en adres van de inrichtende macht ..................................................................................................................................................

Benaming en adres van de school : . . . . . . . . . . . . . . .

Onderwijsvorm : beroepssecundair onderwijs.

Ondergetekende, . . . . . ,

directeur van de bovengenoemde school, bevestigt dat

. . . . . (1),

geboren te . . . . . ,

op . . . . . (2),

1° houder is van het getuigschrift van de tweede graad van het secundair onderwijs;

2° als regelmatige leerling het eerste leerjaar van de derde graad van het secundair onderwijs en het tweede en het derde leerjaar van de derde graad van het beroepssecundair onderwijs heeft gevolgd;

3° met vrucht het tweede leerjaar van de derde graad van het beroepssecundair onderwijs heeft beëindigd in de studierichting : . . . . . ;

4° met vrucht het derde leerjaar van de derde graad van het beroepssecundair onderwijs heeft beëindigd in de bovengenoemde school in . . . . . . . . . . (3).

Hij/zij bevestigt dat al de wettelijke, decretale en reglementaire voorschriften werden nageleefd.

Gegeven te........................, op 30 juni....

De houder, De directeur,

Stempel van de school

2. Onderrichtingen voor het invullen.

(1) naam en eerste voornaam van de leerling volgens identiteitskaart of geboorteakte;

(2) de maand van de geboortedatum voluit in letters;

(3) één van de volgende mogelijkheden :

- "de studierichting", gevolgd door de betrokken benaming en de term "(specialisatiejaar)";

- "het naamloos leerjaar".

Bijlage 13 : Attest van regelmatige lesbijwoning

1. Model : formaat A4 (210 x 297 mm)

VLAAMSE GEMEENSCHAP - KONINKRIJK BELGIE

DEPARTEMENT ONDERWIJS EN VORMING

ATTEST VAN REGELMATIGE LESBIJWONING

Benaming en adres van de schoolbestuur ..................................................................................................................................................

Benaming en adres van de school : . . . . . . . . . . . . . . .

Onderwijsvorm : . . . . . (1)

Studierichting : . . . . .

Ondergetekende, . . . . . ,

directeur van de bovengenoemde school, bevestigt dat

. . . . . (2),

geboren te . . . . . ,

op . . . . . (3),

als regelmatige leerling van . . . . . (4) tot

. . . . . (4) het derde leerjaar van de derde graad, ingericht onder de vorm van een voorbereidend jaar op het hoger onderwijs, heeft gevolgd in de bovengenoemde school, onderwijsvorm en studierichting.

Hij/zij bevestigt dat al de wettelijke, decretale en reglementaire voorschriften werden nageleefd.

Gegeven te........................, op..................(5)

De houder, De directeur,

2. Onderrichtingen voor het invullen.

(1) "algemeen secundair onderwijs" of "kunstsecundair onderwijs";

(2) naam en eerste voornaam van de leerling volgens identiteitskaart of geboorteakte;

(3) de maand van de geboortedatum voluit in letters;

(4) steeds respectievelijk "1 september ...." en "30 juni ...." , behalve bij uitreiking als een attest dat slechts een gedeelte van het schooljaar dekt wanneer de effectief gevolgde studieperiode wordt vermeld;

(5) steeds "30 juni ...." , behalve bij uitreiking als een attest dat slechts een gedeelte van het schooljaar dekt wanneer de datum van de laatste dag van de effectief gevolgde studieperiode wordt vermeld.

Bijlage 14. - Studiegetuigschrift van het tweede leerjaar van de vierde graad van het secundair onderwijs

[...]

Bijlage 15 : Diploma in de verpleegkunde

[...]

Bijlage 16. - Diploma van secundair onderwijs (beroepssecundair onderwijs - vierde graad)

[...]

Bijlage 17. - Getuigschrift over de basiskennis van het bedrijfsbeheer

1. Model : formaat A4 (210 x 297 mm)

VLAAMSE GEMEENSCHAP - KONINKRIJK BELGIE

DEPARTEMENT ONDERWIJS EN VORMING

GETUIGSCHRIFT OVER DE BASISKENNIS VAN HET BEDRIJFSBEHEER

Benaming en adres van de schoolbestuur ..................................................................................................................................................

Benaming en adres van de school : . . . . . . . . . .

Ondergetekende, . . . . . ,

directeur van de bovengenoemde school, bevestigt dat

. . . . . (1),

geboren te . . . . . ,

op . . . . . (2),

voldaan heeft aan de voorwaarden inzake de basiskennis van het bedrijfsbeheer, opgenomen in :

1° de programmawet van 10 februari 1998 tot bevordering van het zelfstandig ondernemerschap;

2° het koninklijk besluit van 21 oktober 1998 tot uitvoering van hoofdstuk I van titel II van de programmawet van 10 februari 1998 tot bevordering van het zelfstandig ondernemerschap.

Hij/zij bevestigt dat al de wettelijke, decretale en reglementaire voorschriften werden nageleefd.

Gegeven te .................................................., op 30 juni.....................

De houder, De directeur,

Stempel van de school

2. Onderrichtingen voor het invullen.

(1) naam en eerste voornaam van de leerling volgens identiteitskaart of geboorteakte;

(2) de maand van de geboortedatum voluit in letters.