|
U bent hier: Onderwijs en Vorming
> Edulex
|
Leerstof bedrijfsbeheer in het secundair
volwassenenonderwijs
Overeenkomstig de federale programmawet van 10 februari 1998 tot bevordering van het zelfstandig ondernemerschap, vereist zelfstandig ondernemen het beschikken over de basiskennis van het bedrijfsbeheer. De basiskennis van het bedrijfsbeheer wordt beschouwd als een ondernemersvaardigheid. Een tweede ondernemersvaardigheid is de beroepsbekwaamheid die wordt vastgesteld voor de uitoefening van gereglementeerde beroepen (zie de bijlage). De uitvoeringsreglementering van bedoelde wet is opgenomen in het koninklijk besluit van 21 oktober 1998, zoals gewijzigd, “tot uitvoering van hoofdstuk I van titel II van de programmawet van 10 februari 1998 tot bevordering van het zelfstandig ondernemerschap”. De bewijsvoering inzake de ondernemersvaardigheden dient te geschieden ten aanzien van een erkend ondernemingsloket, vooraleer dit loket de betrokkene als handelsonderneming inschrijft in de Kruispuntbank van Ondernemingen. Deze inschrijving komt in de plaats van het vroegere handelsregister. De keuze van ondernemingsloket is totaal vrij. Ondernemingsloketten zijn vzw's die worden erkend door de Minister bevoegd voor KMO en Middenstand. Momenteel bestaan er 10 erkende ondernemingsloketten, die samen meer dan 200 vestigingen hebben over het hele land. Voor alle informatie over de ondernemingsloketten kan volgende website worden bezocht: http://www.mineco.fgov.be In sommige gevallen legt het loket het dossier eerst voor advies voor aan de bevoegde dienst van de Federale Overheidsdienst Economie, KMO, Middenstand en Energie. Tegen de beslissingen van de ondernemingsloketten kan de kandidaat beroep aantekenen bij de Vestigingsraad in Brussel. Zowel het bewijs van de basiskennis van het bedrijfsbeheer als het bewijs van de beroepsbekwaamheid kan worden geleverd door hetzij het bezit van één van de akten die door de Koning zijn aangeduid, hetzij door praktijkervaring. In uitvoering hiervan wordt - op grond van het koninklijk besluit van 21 oktober 1998 tot uitvoering van hoofdstuk I van titel II van de programmawet van 10 februari 1998 tot bevordering van het zelfstandig ondernemerschap - in het secundair volwassenenonderwijs een getuigschrift over de basiskennis van het bedrijfsbeheer als één der bedoelde akten uitgereikt. Wat de diverse facetten van de beheerskennis betreft, liggen alle voor de onderwijsinstellingen essentiële richtlijnen in deze omzendbrief vervat; hij heeft enkel betrekking op het secundair volwassenenonderwijs. Inzake de beroepskennis kan worden gerefereerd naar inzonderheid de opleidingen die in het secundair volwassenenonderwijs worden georganiseerd en door specifieke titels worden bekrachtigd. Volwassenen die tijdens hun secundaire studies niet in de gelegenheid zijn geweest studiebewijzen te verwerven waaruit de beroeps- en/of beheerskennis met het oog op de vestiging als zelfstandige moet blijken, rest steeds de mogelijkheid zich te richten tot: - hetzij de centrale examencommissie van de Federale Overheidsdienst Economie, KMO, Middenstand en Energie; - hetzij de centra voor middenstandsopleidingen (Syntra); - hetzij naar de opleiding bedrijfsbeheer in het secundair volwassenenonderwijs. In aansluiting op het programma van de basiskennis van het bedrijfsbeheer zoals vastgelegd in bovenvermeld koninklijk besluit, is voor alle Centra voor Volwassenenonderwijs die hun cursisten de beheerskennis willen bijbrengen een nieuw, rond competenties uitgewerkt, programma van toepassing dat minimaal dient aangeboden te worden. Dit programma is van toepassing op alle cursisten die vanaf 1 september 2008 starten met de opleiding bedrijfsbeheer in het secundair volwassenenonderwijs. Zonder het belang van de cursus te willen minimaliseren, moet bedrijfsbeheer in elk geval worden benaderd als een “elementaire kennis in de materie”, wat trouwens het uitgangspunt is van de federale wetgeving. Verder moet er voor een goed begrip de aandacht op worden gevestigd dat de programmaonderdelen betreffende de specifieke wetgevingen en vergunningen dienen aangepast aan de voor het beroep in kwestie noodzakelijke kennis. De leerkrachten worden dus verzocht zoveel mogelijk rekening te houden met de samenstelling van hun klasgroep. PROGRAMMA
In het secundair volwassenenonderwijs bedraagt het lesvolume van de opleiding bedrijfsbeheer minimaal 140 lestijden. In de modulaire opleidingen kunnen vrijstellingen worden verleend volgens de terzake geldende reglementering.
| |||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||