U bent hier: Onderwijs en Vorming > Edulex

Omzendbrief

datum laatste wijziging: 24/08/2010 inhoudstafel
Algemene omzendbrief leerlingenvervoer
referentie : NO/2008/02
publicatiedatum : (23/05/2008)
wettelijke basis : Diverse besluiten, wetten en decreten (verwijzing in omzendbrief zelf)
opheffing : NO/2007/05
contactpersoon : Leerlingenvervoer, 02/553.88.36
  • Alle informatie over het leerlingenvervoer gebundeld in een omzendbrief, met telkens een verwijzing naar de rechtsgrond waarop het betreffende onderdeel steunt

1. Inleiding

Deze omzendbrief bundelt alle informatie over het leerlingenvervoer. De gefragmenteerde informatie uit de vele -reeds lang bestaande- omzendbrieven is samengebracht in een overzichtelijk geheel, met telkens een verwijzing naar de rechtsgrond waarop het betreffende onderdeel steunt.

De opbouw van de brief is als volgt:

- wat moet éénieder weten die leerlingenvervoer organiseert?;

- leerlingenvervoer en vrije keuze in het gewoon onderwijs en het buitengewoon onderwijs;

- informatie over het zonaal leerlingenvervoer;

- bijlagen.

Voor meer informatie m.b.t. de inhoud van deze omzendbrief kan u terecht bij de cel leerlingenvervoer van het departement Onderwijs en Vorming, leerlingenvervoer@vlaanderen.be.

2. Algemene bepalingen m.b.t. leerlingenvervoer

2.1. Definities

Rechthebbende leerling: is deze leerling die recht heeft op tussenkomst van de overheid in zijn vervoerskosten.

Afstand: de kortst mogelijke afstand tussen de vaste opstapplaats/ woonplaats/ verblijfplaats van de leerling en de onderwijsinstelling.

Vestigingsplaats: gebouw of gebouwencomplex waarin een school of een gedeelte van een school gehuisvest is.

School: pedagogisch geheel waar onderwijs georganiseerd wordt onder leiding van één directeur.

Collectief (gemeenschappelijk) leerlingenvervoer: organiseren van leerlingenvervoer met een voertuig met meer dan zes plaatsen, die van de bestuurder niet inbegrepen.

2.2. Overeenkomsten - Vergunningen - Attesten

Rechtsgrond:

19 juli 2002 - Besluit van de Vlaamse regering betreffende het geregeld vervoer, de bijzondere vormen van geregeld vervoer, het vervoer voor eigen rekening en het ongeregeld vervoer.

20 april 2001 - Decreet betreffende de organisatie van het personenvervoer over de weg en tot oprichting van de Mobiliteitsraad van Vlaanderen.

28 juni 1962 - Koninklijk besluit betreffende de machtigingen tot gemeenschappelijk vervoer van leerlingen van onderwijsinrichtingen.

Voor alle informatie omtrent de administratieve bepalingen bij de organisatie van geregeld vervoer, bijzondere vormen van geregeld vervoer, vervoer voor eigen rekening en ongeregeld vervoer wendt u zich tot:

Voor het Vlaams Gewest  

 

Departement Mobiliteit en Openbare Werken Afdeling Beleid Mobiliteit en Verkeersveiligheid  

t.a.v. Michèle Van den Neste  

Graaf de Ferrarisgebouw  

Koning Albert II-laan 20, bus 2  

1000 Brussel  

tel 02/553.78.33  

Voor het Brussels Hoofdstedelijk Gewest  

 

Bestuur Uitrusting en Vervoer  

Communicatie Center Noord  

t.a.v. Françoise Lodens  

Vooruitgangsstraat 80, bus 2  

1035 Brussel  

Tel 02.204.18.01  

Fax 02.204.15.21  

 

2.3. Tarieven

Rechtsgrond :

29 mei 1959 - Wet tot wijziging van sommige bepalingen van de onderwijswetgeving.

26 april 1962 - Wet betreffende het gemeenschappelijk vervoer van de leerlingen van de onderwijsinrichtingen.

20 februari 2001 - M.B. houdende wijziging van de prijzen voor het vervoer van de reizigers op het net van het stads- en streekvervoer van het Vlaamse Gewest.

Ingevolge de bepalingen inzake machtigingen, dient iedere leerling die gebruik maakt van het leerlingenvervoer hiervoor een bijdrage te betalen die overeenstemt met de tarieven van De Lijn.

Om in aanmerking te komen voor de kortingen op de tarieven van De Lijn moeten de leerlingen de dichtstbijzijnde school van het net van de vrije keuze bezoeken.

De school rekent de vervoerde leerling steeds het goedkoopste V.V.M-tarief aan, rekening houdend met zijn persoonlijke gebruiksfrequentie.

2.3.1. Algemeen

Door het M.B. van 20 februari 2001 houdende wijziging van de prijzen voor het vervoer van de reizigers op het net van het stads- en streekvervoer van het Vlaamse Gewest, gelden nieuwe tarieven met ingang van 1 juli 2001. Deze tarieven worden jaarlijks via een nieuw M.B. aangepast. In deze bundel worden enkel de meest recente en voor het leerlingenvervoer toepasselijke tarieven opgenomen. Voor meer informatie over de tarieven van De Lijn: http://www.delijn.be/

Abonnement “Buzzy Pazz”

Voor jongeren van 6 tot en met 24 jaar is een eenheidstarief van toepassing, met name het tarief “Buzzy Pazz”. (bijlage 1 tarief Buzzy - 25 jarigen)

Een Buzzy Pazz kan op elk moment van het schooljaar worden opgezegd. De prijs van het opgezegde abonnement wordt terugbetaald. Aan de terugbetaling is een administratieve kost van 2,50 euro verbonden. Deze kost wordt in mindering gebracht van het terug te betalen bedrag. Het terug te betalen bedrag wordt als volgt berekend:

- de prijs per volledige drie maanden of een veelvoud ervan en vervolgens de prijs per volledige maand of een veelvoud ervan;

- per onvolledige maand: een forfaitair percentage

Abonnees van twaalf jaar en ouder mogen gratis maximaal 4 leerlingen meenemen van minstens 6 jaar en maximum 11 jaar, indien deze leerlingen de dichtstbijzijnde vrije keuzeschool bezoeken. Kinderen jonger dan zes jaar rijden altijd gratis.

Interne leerlingen betalen voor het gebruik van het weekendvervoer het 1/5-tarief van een netabonnement "Buzzy Pazz".

Voor de occasionele gebruiker wordt het tarief van de lijnkaart of dagpas kind gehanteerd.

Er wordt met 2 tariefzones gewerkt, n.l. één tarief geldig voor verplaatsingen van maximaal 2 zones en één tarief voor verplaatsingen van 3 zones en meer.

In de tarieven wordt een onderscheid gemaakt tussen de prijs van de aankoop van de lijnkaart op de bus en de prijs van de aankoop in voorverkoop. Voor het berekenen van de tarieven van toepassing op de leerlingen die gebruik maken van het leerlingenvervoer zal enkel gebruik gemaakt worden van de tarieven die gebruikt worden in de voorverkoop. (Tarieven lijnkaarten, bijlage 2).

Als voor de leerling het tarief dagpas kind voordeliger uitvalt dan het tarief lijnkaart, zal dit laatste tarief worden toegepast. Dit tarief bedraagt voor het leerlingenvervoer vanaf 1 september 2006 1,50 euro / dag.

2.3.2. Praktische toepassing van de tarieven

a) Tarief “Buzzy Pazz” voor 6 tot en met 24-jarigen

Het is de scholen toegelaten om het tarief Buzzy Pazz, geldig voor het hele schooljaar, te laten betalen in trimestriële bijdragen. Deze trimesteriële bijdrage bedraagt 4/10, 3/10 en 3/10 van de kostprijs van de “Buzzy Pazz”. Voor kinderen die geen volledig schooljaar gebruik maken van het collectief leerlingenvervoer gelden de tarieven Buzzy Pazz afgeleverd voor 1 of 3 maanden (bijlage 1 (tarief Buzzy - 25 jarigen) ).

Op “Buzzy Pazz” toepasselijke reducties: (alleen van toepassing voor leerlingen die in het gewoon onderwijs de dichtstbijzijnde school bezoeken)

Als er binnen hetzelfde gezin meerdere kinderen zijn die het tarief Buzzy Pazz betalen voor dezelfde aanvangsdatum en dezelfde geldigheidsperiode worden volgende kortingen toegestaan:

- 20% op de tweede Buzzy Pazz

- 100% vanaf de derde Buzzy Pazz

Houders van een WIGW-kaart die voor het hele schooljaar betalen, betalen slechts 25,00 euro op voorlegging van een WIGW-kaart.

Kinderen van 6 tot en met 11 jaar kunnen op basis van een geldige verminderingskaart “Groot Gezin” genieten van gratis vervoer. Dit voordeel vervalt ten laatste op de dag vóór hun twaalfde verjaardag. Dit voordeel wordt toegepast mits voor leerlingen in het gewoon onderwijs een verminderingskaart op naam van de betrokken leerling kan worden voorgelegd. Deze Lijnpas wordt in het gebruik gelijkgesteld met de prijs van een Buzzy Pazz.

b) Tarief Lijnkaart /dagpas

Ook hier wordt de bijdrage voor de leerling per trimester berekend.

2.4. Verkeer en veiligheid

De bestuurder moet zich volledig gedragen naar het algemeen reglement op de politie van het wegverkeer (K.B. van 15-9-1976 houdende reglement op de politie van personenvervoer).

2.4.1. Veiligheid bij de schoolpoort

Een belangrijk veiligheidsbeginsel is dat de schoolpoort vrij moet blijven. Gelieve de ouders en de schoolbuschauffeurs te verzoeken de kinderen derhalve op enige afstand van de schoolpoort te laten uitstappen. Dit laatste gebeurt op dezelfde stoep als die waarlangs zich de ingang van de school bevindt. Is dit om welke reden dan ook niet mogelijk, dan steken de kinderen over op het zebrapad voor en bij de ingang.

De halteplaats van de schoolbus mag zich niet vlak voor de schoolingang bevinden.

In geval van gemeenschappelijk leerlingenvervoer voor meerdere scholen, die op loopafstand van elkaar liggen, zullen de betrokken inrichtingshoofden overleg plegen om te onderzoeken wat de veiligste oplossing is:

- ofwel de schoolbussen één na één te laten stoppen nabij elke school;

- ofwel de kinderen in rang begeleiden naar een veilige opstapplaats, b.v. op een parking of een plein, waar alle schoolbussen naast elkaar in volgorde van hun nummer wachten op de kinderen van de betrokken scholen.

2.4.2. Haltes voor het leerlingenvervoer

Ook de haltes onderweg dienen zo gekozen te worden dat de kinderen veilig kunnen op- en afstappen, rekening houdend met de volgende richtlijnen:

Waar mogelijk wordt gebruik gemaakt van de halte van de openbare autobusdienst, dit evenwel zonder de voertuigen van deze geregelde vervoerdienst te hinderen.

Haltes mogen niet ingericht worden op plaatsen waar, ten opzichte van de gevolgde verkeersrichting, een witte ononderbroken streep op het wegdek is aangebracht, tenzij de voertuigen die dezelfde richting als de autobus volgen, links kunnen voorbijrijden zonder die witte streep te overschrijden. Dit geldt tevens voor plaatsen waar wegmarkeringen in een voorselectie (richtingspijlen) m.b.t. te volgen richtingen voorzien.

Op de plaatsen waar twee wegen elkaar kruisen of waar een zijweg op de door de autobus gevolgde weg rechts uitmondt, dienen de haltes in de beide verkeersrichtingen voorbij het kruispunt gevestigd, op 20m van de rand van de rijbaan van de zijweg. Dit principe geldt ook voor de met verkeerslichten uitgeruste kruispunten.

Indien de autobus een hoofdweg verlaat om een minder belangrijke weg in te slaan of omgekeerd en nabij de betrokken kruisweg een halte wordt voorzien, dient deze gevestigd op de minst belangrijke baan, op 20m van de rand van de hoofdweg.

In de nabijheid van een brug of een helling moet de halte ten opzichte van de gevolgde verkeersrichting op een redelijke afstand voorbij de brug of de helling worden gevestigd.

Haltes mogen niet voorzien worden in de bochten uitgezonderd in deze met een grote straal en met goede zichtbaarheid en onder voorbehoud van het principe sub 2.

Haltes mogen niet voorzien worden onder bruggen of in tunnels, en op minder dan 20m voor die plaatsen waar verkeersborden zijn aangebracht.

Waar fietspaden naast de rijweg zijn gelegen, moet bijzondere aandacht worden besteed aan het niet hinderen van de fietspadgebruikers. Bij voorkeur moet worden vermeden op dergelijke plaatsen een halte in te richten.

In het algemeen moet rekening worden gehouden met alle signalisatie die werd aangebracht krachtens de bepalingen van het algemeen reglement op de politie van het wegverkeer (wegcode) en met de aanwijzingen en bevelen van de bevoegde personen en gelet op duidelijk waarneembare gevaarstoestanden.

Zowel de eventuele begeleider als de chauffeur moeten zeer oplettend zijn bij het in- en uitstappen van de leerlingen. Het is aan te raden een schoolbusreglement op te stellen, zowel voor de leerlingen als voor de begeleider, waarin na overleg met de ouders wordt bepaald waar de verantwoordelijkheid van de school, de begeleider en de ouders begint en eindigt. De ouders moeten duidelijk geïnformeerd worden waar en wanneer de schoolbus stopt in hun buurt.

Het schoolbusreglement omvat best zoveel mogelijk aspecten met betrekking tot verkeer, veiligheid en busbegeleiding en vormt een onderdeel van het algemeen schoolreglement.

2.4.3. Rookverbod in schoolbussen.

Het roken in een schoolbus is verboden. Het komt de inrichtende machten en hun aangestelden toe gepast gevolg te geven aan dergelijke klachten.

Zij kunnen efficiënt optreden krachtens het K.B. 15-9-1976 houdende reglement op de politie van personenvervoer per tram, pre-metro, metro, autobus en autocar, art. 32, 3° en art. 35, 10°. Ingevolge dit K.B. is het verboden te roken in het voertuig, zelfs terwijl het zich aan de halte bevindt of parkeert, tenzij in een speciale rokersafdeling of wanneer het verbod door de minister van Verkeerswezen werd opgeheven voor diensten van bijzondere aard.

3. Leerlingenvervoer en vrije keuze

Rechtsgrond:

29 mei 1959 - Wet tot wijziging van sommige bepalingen van de onderwijswetgeving.

25 februari 1997 - Decreet basisonderwijs.

3.1. Vrije keuze

Op basis van de grondwet, heeft iedere ouder het recht om vrij een school te kiezen voor zijn kinderen. In de regelgeving is evenwel ook sprake van “vrije-keuzeschool”. Hiermee wordt bedoeld dat de overheid het recht op schoolkeuze binnen een redelijke afstand in een aantal gevallen garandeert. Dit kan op twee manieren:

door scholen op te nemen in de financierings- of subsidiëringsregeling;

door tussen te komen in de vervoerskosten naar dergelijke school.

Dit is afzonderlijk geregeld voor:

het gewoon basisonderwijs;

het gewoon secundair onderwijs;

het buitengewoon onderwijs.

Leerlingen die binnen een redelijk afstand geen “vrije-keuzeschool” vinden, kunnen onder bepaalde voorwaarden rekenen op een tussenkomst van de overheid in hun vervoerskosten. Deze leerlingen noemt men rechthebbende leerlingen.

3.1.1. Gewoon basisonderwijs

De vrije keuze wordt in het gewoon basisonderwijs geregeld door artikel 25, artikel 97 en artikel 99 van het decreet basisonderwijs van 25 februari 1997.

Ouders hebben de vrije keuze tussen officieel onderwijs en vrij onderwijs.

Een officiële school is:

een school van het Gemeenschapsonderwijs;

een officieel gesubsidieerde school;

Elke officiële gesubsidieerde school voor gewoon onderwijs kan de vrije keuze verzekeren indien zij begeleid wordt door een officieel CLB en indien de oudervereniging van de school aansluit bij het ondersteuningscentrum van ouderverenigingen van het officieel onderwijs.

Een vrije school is gebaseerd op een godsdienst of levensbeschouwing en is terzake erkend door de bevoegde instantie van de betrokken eredienst of levensbeschouwing.

De redelijke afstand binnen het gewoon basisonderwijs bedraagt 4 kilometer. Leerlingen die binnen deze afstand geen officiële school of geen vrije school vinden, zijn rechthebbende leerlingen.

Het Gemeenschapsonderwijs organiseert voor de rechthebbende leerlingen zelf gratis leerlingenvervoer en garandeert op die wijze de vrije keuze (zie punt 3.2).

Op basis van artikel 25 van het decreet basisonderwijs komt de overheid ook tussen in de vervoerskosten van rechthebbende leerlingen naar vrije scholen (zie punt 3.3).

In de zones binnen het zonaal leerlingenvervoer organiseert De Lijn gratis vervoer voor de rechthebbende leerlingen (zie punt 4).

3.1.2. Gewoon secundair onderwijs

De vrije keuze wordt in het gewoon secundair onderwijs geregeld door artikel 4 van de wet van 29 mei 1959 tot wijziging van sommige bepalingen van de onderwijswetgeving

Het Gemeenschapsonderwijs kan voor de rechthebbende leerlingen leerlingenvervoer organiseren en op die wijze de vrije keuze garanderen (zie punt 3.2).

In het gesubsidieerd onderwijs is er enkel een tussenkomst in de vervoerskosten (hetzij individueel, hetzij door de organisatie van collectief vervoer) binnen de zones van het zonaal vervoer.

In het secundair onderwijs betaalt de rechthebbende leerling -ongeacht het gebruikte openbaar vervoermiddel of het gebruik van het collectief leerlingenvervoer- een remgeld, dat sinds 1 juli 2001 gelijk is aan het tarief van een schoolabonnement “Buzzy Pazz”.

3.1.3. Buitengewoon onderwijs

Rechtsgrond:

06 juli 1970 - Wet op het buitengewoon onderwijs.

25 februari 1997 - Decreet basisonderwijs.

7 februari 1974 - Koninklijk besluit betreffende de wijze waarop de reisonkosten van leerlingen uit het buitengewoon onderwijs ten laste genomen worden door de Staat.

a) Algemene bepalingen

Ouders hebben de vrije keuze tussen een school/vestigingsplaats voor buitengewoon onderwijs uit één van de volgende groepen:

- het Gemeenschapsonderwijs;

- het gesubsidieerd officieel onderwijs;

- het gesubsidieerd vrij onderwijs naargelang van de onderscheidene godsdiensten;

- het gesubsidieerd vrij niet-confessioneel onderwijs (dus niet gebaseerd op een erkende godsdienst).

Binnen het buitengewoon onderwijs bestaat er geen “redelijke afstand”. Alle leerlingen die de dichtstbijzijnde school van hun keuze (zie groepen) bezoeken, zijn rechthebbende leerlingen. Het vervoer is voor rechthebbende leerlingen gratis.

Er is een tussenkomst voor:

- het vervoer van een verblijfplaats, tehuis, pleeggezin of vaste opstapplaats naar de dichtstbijzijnde school/vestigingsplaats;

- het vervoer van een verblijfplaats of vaste opstapplaats naar het tehuis, instituut/internaat of pleeggezin.

Leerlingen die omwille van co-ouderschap recht hebben op leerlingenvervoer naar de ene ouder, krijgen ook recht op leerlingenvervoer naar de andere ouder. Bij collectief vervoer geldt als voorwaarde dat deze tweede opstapplaats bediend moet worden.

Leerlingen geplaatst door de Jeugdrechter of de Bijzondere Jeugdbijstand hebben recht op kosteloos vervoer.

De overheid komt tussen in de reiskosten van leerlingen in het buitengewoon onderwijs van hun woon-, verblijfplaats of vaste opstapplaats naar de dichtstbijzijnde vrije-keuzeschool of vestigingsplaats. Hierbij wordt rekening gehouden met een voor de leerling geschikt onderwijs, d.w.z.:

- het type in het buitengewoon basisonderwijs;

- de opleidingsvorm en het type in het buitengewoon secundair;

- de aanwezigheid van auti- werking binnen het type en /of opleidingsvorm;

- indien nodig, de aanwezigheid van een internaat.

Vanaf het schooljaar 2006 - 2007 behouden de leerlingen de status van rechthebbendheid:

- wanneer deze leerlingen een afwijking hebben verkregen omwille van een geldige reden, en dit voor het niveau basisonderwijs of het niveau secundair onderwijs, op voorwaarde dat de leerling ondertussen niet verhuist of van school verandert.

- voor de studies die zij hebben aangevat op het niveau van het basisonderwijs;

- voor de studies die zij hebben aangevat op het niveau van het secundair onderwijs;

- indien door het financieren of subsidiëren van een nieuwe school, opleiding of type de criteria van meest dichtbij gelegen school niet meer zouden beantwoorden aan de realiteit;

- indien in een school binnen een opleidingsvorm een bepaalde opleiding volledig verhuist naar een andere vestigingsplaats;

- indien in een school een type volledig verhuist naar een andere vestigingsplaats;

- indien een leerling tijdens de loopbaan van type of opleiding of opleidingsniveau verandert, op voorwaarde dat de leerling ondertussen niet verhuist of van school verandert;

Rechthebbende leerlingen die ingevolge een verhuis niet meer de dichtstbijzijnde school bezoeken, krijgen een afwijking voor het lopende schooljaar. Dit geldt ook voor de niet- rechthebbende leerlingen die op de afstreeplijst staan.

Leerlingen zonder recht op vervoer, die een broer/zus hebben die van het collectief leerlingenvervoer gebruik maakt, kunnen mee onder volgende 3 voorwaarden:

· Tegen betaling (overeenkomstig de tarieven van De Lijn)

· Mits vermelding op de afstreeplijst als een broer of zus

· Mits deze leerling naar dezelfde of nabijgelegen campus gaat (eenzelfde afstapplaats) als zijn broer of zus en gebruik maakt van eenzelfde opstapplaats als broer of zus om zich naar school te begeven

Dit gebruik is beperkt tot het einde van het onderwijsniveau van deze leerlingen.

Noot 1

Worden als broer en zus beschouwd:

- effectieve broers en zussen (hebben 2 gemeenschappelijke ouders) al dan niet wonend op hetzelfde adres;

- halfbroers en halfzussen (hebben één gemeenschappelijke ouder) al dan niet wonend op hetzelfde adres;

- kinderen die onder hetzelfde dak wonen maar geen gemeenschappelijke ouder(s) hebben.

b) Specifieke bepalingen m.b.t. het Bu.S.O., opleidingsvorm 3 en opleidingsvorm 4.

Vanaf het 4de leerjaar van opleidingsvorm 3 / opleidingsvorm 4 moeten de leerlingen zich zelfstandig naar de school of het internaat begeven. De verplaatsing gebeurt met een eigen vervoermiddel of met het openbaar vervoer. Van deze regel wordt afgeweken indien het leerlingen betreft met:

- een ernstige motorische handicap;

- een attest type 6 of 7;

- of indien de bezochte school en/of internaat meer dan 2 km van de dichtstbijgelegen stopplaats van het openbaar vervoer is verwijderd.

In volgende gevallen zal de commissie leerlingenvervoer buitengewoon onderwijs toelating geven om gebruik te maken van het collectief leerlingenvervoer voor leerlingen uit Bu.S.O., opleidingsvorm 3 en opleidingsvorm 4:

- de afstand woonplaats-opstapplaats openbaar vervoer meer dan 500 meter bedraagt;

- de afstand school-opstapplaats openbaar vervoer meer dan 500 meter bedraagt;

- de verplaatsingstijd van de woonplaats naar de school en vice versa meer bedraagt dan een uur;

- de wachttijd op de school of op de opstapplaats meer bedraagt dan een half uur;

- er twee overstapplaatsen zijn;

- er onvoldoende garanties zijn van de capaciteit van het voertuig om alle leerlingen die zich aan de opstapplaats bevinden mee te vervoeren;

- er elementen van psycho-sociale aard aanwezig zijn waardoor het gebruik van het openbaar vervoer een negatieve invloed zou hebben op de leerling. Dit wordt bepaald door de klassenraad, bijgestaan door het begeleidend CLB;

- het gebruik van het openbaar vervoer wordt verboden op basis van een medisch attest;

Deze vooropgestelde lijst is niet limitatief.

c) Specifieke bepalingen m.b.t. leerlingen in het geïntegreerd onderwijs (GON-leerlingen).

Leerlingen met een handicap die ingeschreven zijn in het gewoon onderwijs vallen binnen de toepassingssfeer van de reglementering leerlingenvervoer voor het gewoon onderwijs.

d) Internaat en semi- internaat

Indien ouders kiezen voor een semi- internaat wordt de leerling rechthebbend wanneer hij de dichtstbijzijnde school met semi- internaat bezoekt.

Indien ouders kiezen voor een internaat wordt de leerling rechthebbend wanneer hij de dichtstbijzijnde school met internaat bezoekt.

e) Commissie leerlingenvervoer buitengewoon onderwijs, de CLBO

Vanaf het schooljaar 2007 - 2008 is een Commissie Leerlingenvervoer Buitengewoon Onderwijs opgericht.

Deze commissie bestaat uit de verschillende actoren betrokken bij het leerlingenvervoer buitengewoon onderwijs. Deze commissie heeft onder meer taken bij de concrete toepassing van de regelgeving, zoals aanvragen tot afwijkingen voor OV3 en OV4 type 3;

Concrete vervoersdossiers worden aan deze commissie bezorgd via het adres:

Departement Onderwijs en Vorming

afdeling Ondersteuningsbeleid

Cel leerlingenvervoer

Koning Albert II-laan 15

1210 Brussel.

De commissie komt 5 maal per jaar samen, en ook indien de noodzaak zich voordoet.

3.1.4. Leerlingen met woon/verblijfplaats buiten Vlaanderen

Leerlingen die verblijven buiten België kunnen aanspraak maken op collectief leerlingenvervoer wanneer deze leerlingen voldoen aan de onderstaande voorwaarden:

o Hun ouders zijn onderdanen van een lidstaat van de Europese Economische Ruimte die op basis van een arbeidsovereenkomst gedurende een periode van twee jaar en uiterlijk op 31 december van het school- of academiejaar in kwestie minstens twaalf maanden minstens 32 uur per maand in België werken of hebben gewerkt en die zich kunnen beroepen op artikel 12 van Verordening (EEG) 1612/68 van de Raad van 15 oktober 1968 betreffende het vrije verkeer van werknemers binnen de Unie, en/ of hun ouders zijn onderdanen van een lidstaat van de Europese Economische Ruimte die gedurende een periode van twee jaar en uiterlijk op 31 december van het school- of academiejaar in kwestie in België andere werkzaamheden dan werkzaamheden in loondienst verrichten of hebben verricht op basis van een inschrijving in de Kruispuntbank voor Ondernemingen of in het handelsregister;

o de 'vaste' opstapplaats

§ ligt op Vlaams grondgebied

§ ligt op een bestaand bustraject van collectief vervoer

§ bedient de dichtstbijzijnde school van de groepering van de vrije keuze.

Deze leerlingen betalen niet voor deelname aan het collectief leerlingenvervoer. Zij bezoeken de dichtstbijzijnde school.

Leerlingen die verblijven buiten Vlaanderen kunnen geen aanspraak maken op individueel vervoer.

Leerlingen die verblijven in Wallonië kunnen aanspraak maken op het collectief leerlingenvervoer wanneer deze leerlingen voldoen aan de onderstaande voorwaarden: de 'vaste' opstapplaats

o ligt op Vlaams grondgebied

o ligt op een bestaand bustraject van collectief vervoer

o bedient de dichtstbijzijnde school van de groepering van de vrije keuze.

Deze leerlingen betalen niet voor deelname aan het collectief leerlingenvervoer. Zij bezoeken de dichtstbijzijnde school.

Leerlingen die verblijven in Wallonië kunnen geen aanspraak maken op individueel vervoer.

3.1.5. Inschrijvingsrecht versus vervoersrecht

Het recht op inschrijving in een school voor buitengewoon onderwijs zegt op zich niets over het recht op leerlingenvervoer. Het recht op leerlingenvervoer naar een bepaalde school is niet automatisch gelinkt aan een inschrijving op deze school.

3.1.6. Inclusie

Ouders die kiezen voor inclusie kunnen in een aantal gevallen aanspraak maken op een tussenkomst in de verplaatsingskosten bij het woon-schoolvervoer vanuit het Vlaams Agentschap voor Personen met een Handicap - VAPH (MB van 23 mei 1969). Hiervoor wendt men zich tot de provinciale afdeling.

3.2. Leerlingenvervoer in het Gemeenschapsonderwijs (gewoon onderwijs, buiten de zones)

Rechtsgrond:

29 mei 1959 - Wet tot wijziging van sommige bepalingen van de onderwijswetgeving.

25 februari 1997 - Decreet basisonderwijs.

23 februari 1960 - Koninklijk besluit houdende tussenkomst van de Staat in de vervoerskosten der leerlingen, die zijn inrichtingen voor bewaarschoolonderwijs, voor lager, lager secundair en hoger secundair onderwijs bezoeken.

Op basis van artikel 4 van de schoolpactwetgeving en artikel 25 van het decreet basisonderwijs van 25 februari 1997 organiseert het Gemeenschapsonderwijs zelf leerlingenvervoer (gewoon onderwijs, buiten de zones).

Rechthebbende leerlingen uit het basisonderwijs worden gratis vervoerd, deze uit het secundair onderwijs betalen een remgeld ten bedrage van het tarief van een “Buzzy Pazz”.

Het Gemeenschapsonderwijs kan een deel of het geheel van het remgeld, opgelegd aan de rechthebbende leerlingen, ten laste nemen voor zover hiervoor sociale redenen aanwezig zijn.

Voor de specifieke richtlijnen m.b.t. het door het Gemeenschapsonderwijs georganiseerde leerlingenvervoer, wordt verwezen naar de omzendbrieven van het Gemeenschapsonderwijs zelf.

3.3. Leerlingenvervoer in het gesubsidieerd basisonderwijs (gewoon onderwijs, buiten de zones)

Rechtsgrond:

29 mei 1959 - Wet tot wijziging van sommige bepalingen van de onderwijswetgeving.

25 februari 1997 - Decreet basisonderwijs.

De vrije keuze wordt in het gewoon basisonderwijs geregeld door artikel 25, artikel 97 en artikel 99 van het decreet basisonderwijs van 25 februari 1997.

Voor de scholen buiten het zonaal leerlingenvervoer geldt volgende regeling: leerlingen van het gewoon basisonderwijs die binnen de 4 km van hun woonplaats geen officieel gesubsidieerde of vrij gesubsidieerde school vinden die de vrije keuze verzekert, hebben recht op een tussenkomst in de vervoerskosten. De ouders van een vrije keuzeleerling ontvangen een tussenkomst in de kosten van het vervoer van hun kind tot aan de dichtstbijzijnde vrije keuzeschool, ook al bezoekt dit kind een verder gelegen vrije keuzeschool (infra 4.5.b individueel vervoer).

3.4. Weerslag van de Belgische grondwet en de taalwetgeving op de reglementering leerlingenvervoer

Rechtsgrond:

30 juli 1963 - Wet houdende taalregeling in het onderwijs.

2 augustus 1963- Wet op het gebruik van de talen in bestuurszaken.

17 februari 1994 - De Belgische grondwet.

Artikel 127 van de Belgische grondwet bepaalt dat de Vlaamse en de Franse gemeenschap, ieder wat hem betreft, bij decreet, het onderwijs regelt (evenwel met uitsluiting van de bepaling van het begin en het einde van de leerplicht; de minimale voorwaarden voor het uitreiken van de diploma's; de pensioenregeling; §1).

Artikel 127, §2 stelt dat deze decreten kracht van wet hebben respectievelijk in het Nederlandse taalgebied en het Franse taalgebied, alsook in de instellingen gevestigd in het tweetalig gebied Brussel-Hoofdstad die, wegens hun activiteiten moeten worden beschouwd uitsluitend te behoren tot de ene of de andere gemeenschap.

Dit betekent dat er geen tussenkomst mogelijk is voor leerlingen die wonen of verblijven in het buitenland of in het Waals Gewest en die een school bezoeken in het Vlaams Gewest of in het Brussels Hoofdstedelijk Gewest.

Alle leerlingen die wettelijk zijn ingeschreven in het door de Vlaamse Gemeenschap gefinancierd of gesubsidieerd onderwijs in het Vlaams Gewest en van wie de woonplaats gelegen is in het Vlaams Gewest of het Brussels Hoofdstedelijk Gewest kunnen rechthebbend zijn voor een tussenkomst in het leerlingenvervoer. Door deze bepaling komen ook de leerlingen die in de taalgrensgemeenten en de faciliteitengemeenten in het Vlaams Gewest wonen en daar een door de Vlaamse Gemeenschap gesubsidieerde Franstalige basisschool bezoeken in aanmerking. Alle leerlingen die wettelijk zijn ingeschreven in het door de Vlaamse Gemeenschap gefinancierd of gesubsidieerd onderwijs in het Brussels Hoofdstedelijk Gewest en die in het Vlaams Gewest of het Brussels Hoofdstedelijk Gewest wonen kunnen rechthebbend zijn voor een tussenkomst in de vervoersonkosten van het leerlingenvervoer.

4. Zonaal leerlingenvervoer

4.1. Definities

Beherende school: school belast met het administratief beheer en de praktische opvolging van één of meerdere ophaaldiensten leerlingenvervoer.

Zone voor gemeenschappelijk leerlingenvervoer: recruteringsgebied voor een of meerdere ophaaldiensten leerlingenvervoer.

4.2. Organisatie

Rechtsgrond:

15 juli 1983 - Wet houdende oprichting van de Nationale Dienst voor Leerlingenvervoer.

Alle scholen van het buitengewoon onderwijs vallen onder de toepassing van deze wet. Ook een beperkt aantal ritten voor leerlingen van het gewoon onderwijs ressorteert onder deze wet, al dan niet geïntegreerd in het vervoer van de leerlingen van het buitengewoon onderwijs.

Een overzicht van de gemeenten opgenomen in het zonaal leerlingenvervoer voor wat betreft het gewoon onderwijs vindt u als bijlage 4 .

In het zonaal leerlingenvervoer kan in de regel niemand anders dan De Lijn leerlingenvervoer organiseren, tenzij in het:

- gewoon secundair onderwijs;

- gewoon basisonderwijs bij ritten met minder dan 5 rechthebbende leerlingen.

M.a.w. De Lijn organiseert geen busvervoer voor ritten in het gewoon basisonderwijs met minder dan 5 rechthebbende leerlingen. Deze toestand is irreversibel. De Lijn organiseert evenmin busvervoer in het gewoon secundair onderwijs.

4.3. Coördinatiepunt

Het coördinatiepunt leerlingenvervoer is een eenduidig contact- en informatiepunt m.b.t. het zonaal leerlingenvervoer, in het bijzonder voor het leerlingenvervoer in het buitengewoon onderwijs.

Te bereiken via mail op leerlingenvervoer@vlaanderen.be of telefonisch:

Gokhän Demir 02/553.88.34

Guido Ceunen 02/553.88.47

Nele De Clercq 02/553.88.46

4.4. Collectief vervoer

a) Algemene bepalingen

Onder collectief vervoer wordt verstaan: vervoer van leerlingen in een voertuig met meer dan zes plaatsen, met uitzondering van de plaats van de bestuurder.

Voor het collectief ververvoer wordt de vaste opstapplaats in aanmerking genomen voor het bepalen van de afstand tot de school/vestigingsplaats of het internaat.

Een aanvraag voor collectief vervoer sluit in principe een aanvraag voor individueel vervoer uit.

Voor de berekening van de afstand woonplaats/school in het collectief vervoer geldt de 'vaste' opstapplaats van de leerling. Deze opstapplaats kan losstaan van het verblijfadres van de leerling, het domicilie- adres of de woonplaats van deze leerling.

b) Organisatie van het collectief vervoer

De Vlaamse Vervoermaatschappij De Lijn is sedert 1 september 2001 verantwoordelijk voor de organisatie van het collectief vervoer, namelijk het vastleggen van de reisroutes; het vaststellen van de behoeften; het in eigen beheer of via uitbesteding uitvoeren van de busdiensten.

Kwaliteitseisen ten aanzien van het vervoer worden bepaald bij bestek, opgesteld door de V.V.M. De Lijn.

c) Recht op leerlingenvervoer in het gewoon onderwijs

In enkele gemeenten kunnen leerlingen uit het gewoon onderwijs gebruik maken van het collectief vervoer (zie bijlage 4).

Niet-rechthebbende leerlingen in het gewoon onderwijs kunnen enkel gebruik maken van het zonaal leerlingenvervoer als aan de volgende voorwaarden wordt voldaan:

- het schriftelijk akkoord van de directie van de dichtst bijgelegen school;

- het betalen van een bijdrage in de kostprijs;

- als er voldoende plaats is op de bus en er geen omwegen moeten worden gereden.

Deze niet rechthebbende leerlingen zijn de zogenaamde 'faciliteitsleerlingen', met name de leerlingen die binnen een straal van 4 km van de dichtstbijzijnde school van het net van de vrije keuze wonen (basisonderwijs) en op resp 12 km (eerste drie jaren) en 20 km (laatste drie jaren) in het secundair onderwijs.

d) bepalen van het recht op leerlingenvervoer in het buitengewoon onderwijs

Het recht op leerlingenvervoer wordt bepaald vooraleer de leerling op de bus stapt.

De aanvragen voor recht op collectief leerlingenvervoer in het buitengewoon onderwijs gebeuren via een webapplicatie. link

Deze applicatie is beveiligd met eID. In eerste instantie kan enkel de schooldirectie in het systeem. De schooldirectie kan op haar beurt andere personeelsleden machtigen in het systeem.

· De reguliere aanvragen worden automatisch behandeld.

Een aanvraag kan goedgekeurd of geweigerd worden.

o Ingeval van weigering

De school ontvangt een e-mail met een gemotiveerde reden van weigering. Deze feedback kan de school vinden in de mail (pdf als bijlage) of in de detaillijst van aanvragen in de webapplicatie zelf.

o Ingeval van goedkeuring

De school ontvangt een e-mail met een officiële goedkeuring. - Heeft de goedkeuring betrekking op individueel vervoer dan is deze e-mail het document waarmee een abonnement kan worden bekomen.

Heeft de goedkeuring betrekking op collectief vervoer dan is deze email het document dat aan de provinciale entiteit van De Lijn wordt bezorgd.

· De applicatie laat toe gemotiveerde afwijkingen aan te vragen. De volgende afwijkingen zijn mogelijk:

· afmaken niveau

· jeugdrechtbank / bijzondere jeugdzorg

· internaat

· school volzet

· autiwerking

· andere: tweede opstapplaats, co-ouderschap, verhuis van een leerling, ...

De applicatie laat toe de afwijking te omschrijven of de vereiste bijlage toe te voegen (inscannen indien niet digitaal).

Het coördinatiepunt behandelt het dossier tot gemotiveerde afwijking.

· Het coördinatiepunt geeft een gemotiveerd akkoord. De leerling heeft recht op leerlingenvervoer.

· Het coördinatiepunt geeft geen akkoord. De leerling heeft geen recht op leerlingenvervoer. De leerling kan geen gebruik maken van het leerlingenvervoer

Complexe situaties met vraag om afwijking legt het coördinatiepunt voor aan de minister van Onderwijs en Vorming, ter goedkeuring.

De aanvragen waarvan het adres niet gekend is door het systeem (niet-crabconforme adressen) worden behandeld door het coördinatiepunt. Dit gebeurt allemaal via de webapplicatie.

Voor informatie m.b.t. de applicatie die het recht op leerlingenvervoer bepaalt voor leerlingen in het buitengewoon onderwijs:

via mail op leerlingenvervoer@vlaanderen.be of telefonisch

Jeremy Soetens 02/553.99.80

Gökhan Demir 02/553.88.34

Leerlingen die gedurende minstens 1 jaar aan het collectief vervoer deelnemen en overstappen naar het openbaar vervoer krijgen automatisch een abonnement (De Lijn, NMBS, MIVB). De scholen attenderen het coördinatiepunt wanneer dit het geval is.

e) effectieve deelname aan het collectief leerlingenvervoer in het buitengewoon onderwijs

Wil de leerling ook effectief gebruik maken van zijn toegekend recht op leerlingenvervoer, dan bezorgt de beherende school aan De Lijn de goedgekeurde aanvraag voor deelname aan het collectief vervoer.

De Lijn contacteert de beherende school, per kerende (binnen de 2 schooldagen) mét vermelding van de instapdatum onder volgende voorwaarden:

De toegang is onmiddellijk bij voldoende capaciteit en aanwezigheid van vervoer

Bij onvoldoende capaciteit of afwezigheid van vervoer is de toegang afhankelijk van een aantal factoren: de beschikbare budgetten, de duurtijd voor het inleggen van een nieuwe rit,...

f) Uitdoofbeleid van niet- rechthebbende leerlingen in het buitengewoon onderwijs

Niet-rechthebbende leerlingen die tot en met 26.05.08 gebruik hebben gemaakt van het collectief leerlingenvervoer komen in het uitdoofbeleid terecht. Deze leerlingen kunnen gebruik maken van het collectief leerlingenvervoer tot op het einde van hun onderwijsniveau (basis onderwijs of secundair onderwijs) onder voorwaarde dat de leerling niet verhuist van school of van opstapplaats.

Deze leerlingen staan op een afstreeplijst. Deze lijst heeft een uitdovend karakter. Deze lijst wordt door De Lijn opgemaakt in samenwerking met de scholen buitengewoon onderwijs.

g) Het samenstellen en indienen van de betalingsdossiers bij de V.V.M. De Lijn

Facturatie

De vervoerder stuurt ten laatste tegen de 6e van de maand volgend op de vervoermaand de factuur naar de provinciale entiteiten van De Lijn, dienst leerlingenvervoer (bijlage 14, Adres entiteiten De Lijn);

Rittenblad (origineel en gewaarmerkt document De Lijn):

De beherende school stuurt voor de 15e van de maand volgend op de vervoermaand het originele rittenblad (ondertekend door de directie voor akkoord) en de originele aanwezigheidslijst op naar de provinciale entiteiten van De Lijn, dienst leerlingenvervoer.

Per maand en per rit wordt een genummerd en gepersonaliseerd rittenblad door De Lijn bezorgd aan de vervoerders.

Dit rittenblad wordt ingevuld door de chauffeur.

De kilometerafstand en het tijdstip wordt steeds genoteerd bij de werkelijk eerst opstappende leerling en de laatst afstappende leerling bij elke rit (= beladen traject).

Het achteraf invullen van kilometerafstanden is niet toegelaten en kan nooit leiden tot inbetalingstelling.

Wanneer de vervoerder niet werd verwittigd van de afwezigheid van de normaal eerst opstappende leerling, wordt de kilometerstand toch bij deze opstapplaats genoteerd. De beherende school moet er dan ook over waken dat de afwezigheden, die het beladen traject wijzigen, onmiddellijk aan de vervoerder worden gemeld.

- Aanwezigheidslijst : (bijlage 5)

De aanwezigheidslijst moet vooraf worden opgemaakt door de school, dit in volgorde van het opstappen van de leerlingen.

De leerlingen die gedurende de hele maand niet werden vervoerd, worden geschrapt op de betrokken aanwezigheidslijst.

De busbegeleiding of, bij afwezigheid van deze, de chauffeur noteert 's morgens bij iedere halte de opstappende en eventueel afwezige leerlingen.

's Avonds, alsook de woensdagmiddag, worden bij het vertrek aan de school de opstappende en eventueel afwezige leerlingen genoteerd.

Leerlingenlijst: (bijlage 6)

Alle leerlingen die minstens 1 maal gedurende het trimester meegereden hebben, moeten op deze lijst worden vermeld, in volgorde van opstappen tijdens de ochtendrit. De directie van de school kruist aan of leerlingen al dan niet rechthebbend zijn.

Leerlingen die 's morgens op een bus (bus A) zitten en 's avonds op een andere bus (bus B), moeten op de beide leerlingenlijsten worden vermeld. Het tarief wordt volledig aangerekend op de morgenrit. In de kolom opmerkingen wordt vermeld "'s avonds op bus B". Op de rit van 's avonds wordt de kolom 'RH' of 'NRH' aangekruist en in de kolom 'opmerkingen' komt dan "'s morgens op bus A" en eventueel "WE" in geval van weekendvervoer van internen.

Alle directies van de scholen die leerlingen op een bepaalde rit hebben zitten, sturen trimestrieel twee volledig ingevulde en ondertekende leerlingenlijsten op naar de beherende school.

De beherende school controleert de lijsten op hun juistheid, vergelijkt ze met de aanwezigheidslijst en voegt er het voorblad aan toe.

- Leerlingenlijst voorblad (bijlage 7)

Dit moet door de beherende school trimestrieel volledig worden ingevuld.

Trimestriële stortingen van de bijdragen van de betalende leerlingen

De beherende scholen ontvangen per trimester een kostennota van De Lijn. Deze 'debetnota' vermeldt het te storten bedrag, naast een detail met de namen en de bedragen van de betrokken leerlingen. De school vereffent dit bedrag binnen de 30 dagen na datum van ontvangst van deze nota (wet van 2 augustus 2002 betreffende de bestrijding van de betalingsachterstand) op de ontvangstenrekening van de provinciale entiteit van De Lijn waaronder de school ressorteert.

Entiteit Antwerpen: 435-4508381-95

Entiteit Limburg: 435-4508441-58

Entiteit Oost-Vlaanderen: 435-4508401-18

Entiteit Vlaams-Brabant: 435-4508431-48

Entiteit West-Vlaanderen: 435-4508451-68

De uiterste data waarop de administratieve dossiers in het bezit van de dienst leerlingenvervoer van de provinciale entiteiten van De Lijn moeten toekomen zijn:

- voor het eerste trimester: ten laatste op 30.10 van het schooljaar

- voor het tweede trimester: ten laatste op 31.01 van het schooljaar

- voor het derde trimester: ten laatste op 30.04 van het schooljaar

4.5. Individueel vervoer

a) Algemene bepalingen

Onder individueel vervoer wordt verstaan:

- de wijze van verplaatsingen van leerlingen uit het buitengewoon onderwijs in voertuigen met minder dan zeven plaatsen, de zitplaats van de chauffeur niet inbegrepen;

- de wijze van individuele verplaatsingen van leerlingen uit het buitengewoon onderwijs met een openbaar vervoermiddel;

- de wijze van individuele verplaatsingen van rechthebbende leerlingen uit het gesubsidieerd basisonderwijs.

Voor het individueel vervoer wordt de woonplaats of de verblijfplaats in aanmerking genomen voor het bepalen van de afstand tot de school/vestigingsplaats of het internaat.

Een aanvraag voor individueel vervoer sluit in principe een aanvraag voor collectief vervoer uit.

Voor het individueel vervoer geldt de verblijfplaats van de leerling als basis voor het berekenen van het recht op leerlingenvervoer.

b) recht op individueel vervoer in het gewoon onderwijs

Meer informatie vindt u in 3.3 leerlingenvervoer in het gesubsidieerd basisonderwijs (gewoon onderwijs, buiten de zones)

c) bepalen van het recht op individueel vervoer in het buitengewoon onderwijs

De aanvragen voor recht op individueel leerlingenvervoer in het buitengewoon onderwijs gebeuren via een webapplicatie. link

Deze applicatie is beveiligd met eID. In eerste instantie kan enkel de schooldirectie in het systeem. De schooldirectie kan op haar beurt andere personeelsleden machtigen in het systeem.

· De reguliere aanvragen worden automatisch behandeld.

Een aanvraag kan goedgekeurd of geweigerd worden.

o Ingeval van weigering

De school ontvangt een e-mail met een gemotiveerde reden van weigering. Deze feedback kan de school vinden in de mail (pdf als bijlage) of in de detaillijst van aanvragen in de webapplicatie zelf.

o Ingeval van goedkeuring

De school ontvangt een e-mail met een officiële goedkeuring. - Heeft de goedkeuring betrekking op individueel vervoer dan is deze e-mail het document waarmee een abonnement kan worden bekomen.

Heeft de goedkeuring betrekking op collectief vervoer dan is deze email het document dat aan de provinciale entiteit van De Lijn wordt bezorgd.

· De applicatie laat toe gemotiveerde afwijkingen aan te vragen. De volgende afwijkingen zijn mogelijk:

· afmaken niveau

· jeugdrechtbank / bijzondere jeugdzorg

· internaat

· school volzet

· autiwerking

· andere: tweede opstapplaats, co-ouderschap, verhuis van een leerling, ...

De applicatie laat toe de afwijking te omschrijven of de vereiste bijlage toe te voegen (inscannen indien niet digitaal).

Het coördinatiepunt behandelt het dossier tot gemotiveerde afwijking.

· Het coördinatiepunt geeft een gemotiveerd akkoord. De leerling heeft recht op leerlingenvervoer.

· Het coördinatiepunt geeft geen akkoord. De leerling heeft geen recht op leerlingenvervoer. De leerling kan geen gebruik maken van het leerlingenvervoer

Complexe situaties met vraag om afwijking legt het coördinatiepunt voor aan de minister van Onderwijs en Vorming, ter goedkeuring.

De aanvragen waarvan het adres niet gekend is door het systeem (niet-crabconforme adressen) worden behandeld door het coördinatiepunt. Dit gebeurt allemaal via de webapplicatie.

Voor informatie m.b.t. de applicatie die het recht op leerlingenvervoer bepaalt voor leerlingen in het buitengewoon onderwijs:

Jeremy Soetens 02/553.99.80

Gökhan Demir 02/553.88.34

Leerlingen die gedurende minstens 1 jaar aan het collectief vervoer deelnemen en overstappen naar het openbaar vervoer krijgen automatisch een abonnement (De Lijn, NMBS, MIVB). De scholen attenderen het coördinatiepunt wanneer dit het geval is.

d) effectieve deelname aan het individueel vervoer in het buitengewoon onderwijs

· Abonnementen NMBS

1. De school vraagt het recht op individueel vervoer aan via de webapplicatie.

2. De leerling krijgt een toelatingsnummer wanneer hij recht heeft op individueel vervoer. De school ontvangt dit unieke nummer, bestaande uit 1 letter en 6 cijfers, via mail

3. De school vermeldt dit toelatingsnummer op het formulier van de NMBS 'schooltreinkaart in debet' en /of 'validatie in debet'(bijlage x). De schooldirecteur ondertekent het formulier met daarbij de naam van de school en de stempel van de school.

· De school gaat met het formulier 'de aanvraag van schooltreinkaarten in debet' en of 'validatie in debet' naar het loket en vraagt het abonnement aan.

· Opmerking: wanneer abonnementen voortijdig worden ingeleverd kan de school zich rechtstreeks wenden tot de NMBS:

B-Mobility bureau 076

t.a.v. de heer Vanhaeren Frederique

Hallepoortlaan 40

1060 Brussel

· Abonnementen De Lijn (Buzzy Pazz)

1. De school vraagt het recht op individueel vervoer aan via de webapplicatie

2. De goedkeurende beslissing en het toelatingsnummer ontvangt de school via email en is zichtbaar in de webapplicatie.

3. De school gaat met de 'beslissing van het coördinatiepunt' naar het loket.

· Eigen vervoer

1. De school vraagt het recht aan op individueel vervoer via de webapplicatie

2. De goedkeurende beslissing en het toelatingsnummer ontvangt de school via email en is zichtbaar in de webapplicatie.

3. De school vraagt de subsidie aan via het document 'aanvraag van een subsidie voor individueel vervoer van leerlingen in het buitengewoon onderwijs (bijlage 9) via mail aan leerlingenvervoer@vlaanderen.be met de duidelijke vermelding van de naam en het toelatingsnummer van de leerling.

· Abonnement MIVB

1. De school vraagt het recht aan op individueel vervoer via de webapplicatie

2. De goedkeurende beslissing en het toelatingsnummer ontvangt de school via email en is zichtbaar in de webapplicatie.

3. De school gaat met de 'beslissing van het coördinatiepunt' naar het loket

e) De tussenkomst in de vervoerskosten wordt als volgt berekend:

- de tarieven van De Lijn, en/of MIVB, indien zij zich verplaatsen met het openbaar busvervoer;

- het tarief van een schooltreinkaart 2e klas NMBS, indien zij reizen met de trein;

- 75% van het tarief van het jaarabonnement van een trajecttreinkaart 2e klas NMBS, indien zij naar de school worden gebracht met eigen vervoer, bij het dagelijks vervoer (zie bijlage 19);

- 1/5de van het tarief van het jaarabonnement van een trajecttreinkaart aan 75% bij WE-vervoer (zie bijlage 19).

De tegemoetkoming in de vervoerskosten bedraagt 4/10de van het jaarabonnement voor het eerste trimester en telkens 3/10de van het jaarabonnement voor het tweede en het derde trimester.

De tussenkomst in de terugbetaling van de verplaatsingsonkosten zal worden berekend op basis van:

- één heen- en één terugreis per dag voor de externe leerlingen;

- één heen- en één terugreis per week voor de interne leerlingen.

De aanvragen om terugbetaling van de vervoerskosten worden in tweevoud ingediend door de school bij de cel Leerlingenvervoer van het departement Onderwijs en Vorming na afloop van ieder trimester.

Enkel de goedkoopste vervoermethode wordt terugbetaald. Zo bijvoorbeeld: in geval deze methode niet steunt op een schoolabonnement, moet worden aangetoond dat de gebruikte methode (b.v. sporadisch met spoorkaartjes) goedkoper is dan de prijs van een schoolabonnement tweede klas. In dit geval moeten b.v. de spoorkaartjes bij het dossier worden gevoegd. Indien het abonnement verschillende trimesters overlapt, moet een omrekening per trimester worden gemaakt.

Het gebruik van het openbaar vervoer (aanvraag abonnement openbaar vervoer) naar stageplaatsen, in het kader van time-out projecten, ... wordt niet terugbetaald door het departement Onderwijs en Vorming, cel leerlingenvervoer.

Leerlingen waarvoor ten onrechte de terugbetaling wordt aangevraagd, zullen door de administratie worden geschrapt. Een kopie van het gewijzigde formulier wordt ter info bezorgd aan de school.

f) aanvraag terugbetaling individueel vervoer in het buitengewoon onderwijs

De onkosten voor het individueel vervoer worden per schooltrimester na vervallen termijn, aan het gezinshoofd terugbetaald via de school met het formulier 'Aanvraag van een subsidie voor het individueel vervoer van leerlingen uit het buitengewoon onderwijs'. (bijlage 9)

De mogelijkheid bestaat om de abonnementen afgeleverd door een openbare vervoermaatschappij (De Lijn, MIVB of NMBS) rechtstreeks te laten factureren aan de cel leerlingenvervoer van het departement Onderwijs. De betrokken school vraagt met de e-mail met de officiële goedkeuring de abonnementen aan bij de openbare vervoermaatschappij.

g) aanvraag terugbetaling individueel vervoer in het gewoon onderwijs.

De onkosten voor het individueel vervoer worden per schooltrimester na vervallen termijn, aan het gezinshoofd terugbetaald via de school met het formulier 'Aanvraag van een subsidie voor het individueel vervoer van leerlingen uit het gewoon onderwijs' (bijlage 11 voor basisonderwijs en bijlage 17 voor secundair onderwijs).

4.6. Begeleiding

Rechtsgrond:

7 mei 2004 - Decreet betreffende de regionale technologische centra en houdende noodzakelijke en dringende onderwijsbepalingen, artikel 55 en 55bis.

29 mei 2009 - Besluit van de Vlaamse Regering betreffende de subsidiëring van de zonale busbegeleiding

07 december 1978 - Koninklijk besluit betreffende de schadevergoeding ten gunste van sommige begeleiders van schoolbussen, voor arbeidsongevallen en voor ongevallen op de weg naar en van het werk (enkel van toepassing op het Gemeenschapsonderwijs).

30 maart 1976 - Koninklijk besluit betreffende de begeleiding in de autobussen die eigendom zijn van de Staat of die hem onder contract door een natuurlijke of rechtspersoon geleend worden en die gebruikt worden voor het ophalen van de leerlingen, met uitzondering van de leerlingen van het buitengewoon onderwijs. (B.S. 13/07/1976)

24 januari 1969 - K.B. arbeidsongevallen.

4.6.1 Algemene bepalingen

Binnen het zonaal leerlingenvervoer is busbegeleiding verplicht. Het departement Onderwijs kent daarom een subsidie toe aan de scholen die zonaal leerlingenvervoer organiseren. Met deze subsidie kunnen de scholen de loonkosten van de busbegeleiders dragen.

De busbegeleider (m/v) helpt de kinderen bij het in- en uitstappen en zorgt voor orde en tucht tijdens het vervoer. Zo waakt de busbegeleider erover dat er op de bus niet wordt gedronken, gegeten of gerookt.

De beherende school bepaalt de concrete taken en verantwoordelijkheden van de busbegeleider. De school deelt eveneens aan de busbegeleider mee welke afspraken er met de ouders werden gemaakt (b.v. wat te doen indien de ouders 's avonds niet aanwezig zijn op de afgesproken halteplaats, cf. supra 2.4.2).

De beherende school werft de busbegeleider aan overeenkomstig de wet op de arbeidsovereenkomsten. De decreten rechtspositieregeling (onderwijspersoneel) zijn niet van toepassing op de busbegeleiders.

Om voor betoelaging in aanmerking te komen, moet de begeleider:

- beschikken over een getuigschrift van goed zedelijk gedrag (cfr model 2) ;

- lichamelijk geschikt zijn voor de taak;

- zich in zulke gezondheidstoestand bevinden dat hij/zij de gezondheid van de kinderen niet in gevaar brengt;

- tenminste 18 jaar zijn.

4.6.2 Berekening van de subsidie van de school

Met ingang van 1 september 2008 worden scholen voor de organisatie van busbegeleiding als volgt gesubsidieerd:

Het uitgangspunt voor het bepalen van het bedrag van de subsidie is de duurtijd van de geleverde arbeidsprestaties van de busbegeleider. De subsidie wordt berekend op basis van een bruto-uurloon van 10,61 euro voor elke busbegeleider, ongeacht het net waartoe de busbegeleider behoort.

De betoelaging van de scholen in de periode september - juni loopt door tijdens de dagen waarop de busbegeleider geen arbeidsprestaties kan verrichten omdat het een wettelijke feestdag is of omdat de werkdag valt binnen een schoolvakantie (nl. de herfst-, Kerst-, krokus- en de Paasvakantie). Scholen worden dus voor méér dagen betoelaagd dan dat er daadwerkelijk leerlingenvervoer georganiseerd wordt.

Indien de school een busbegeleider vanaf de eerste schooldag van het schooljaar voltijds als busbegeleider (5 dagen per schoolweek) tewerkstelt, wordt de school als volgt betoelaagd:

- voor 217 kalenderdagen, indien de school behoort tot het gemeenschapsonderwijs of het officieel gesubsidieerd onderwijs;

- voor 201,4 kalenderdagen, indien de school behoort tot het vrij gesubsidieerd onderwijs.

Indien er in de loop van het schooljaar een extra rit voor leerlingenvervoer georganiseerd wordt, wordt het aantal dagen waarvoor de school een subsidie voor busbegeleiding zal ontvangen proportioneel vastgesteld. De toelage is in dat geval afhankelijk van het resterende aantal weekdagen (van maandag tot vrijdag) in dat schooljaar.

Indien een rit niet elke schooldag georganiseerd wordt (bvb. bij weekendritten), wordt de subsidie eveneens proportioneel herleid.

Hoewel de subsidie voor alle netten en scholen berekend wordt op basis van hetzelfde bruto-uurloon, betekent dit niet dat de scholen van de verschillende netten dezelfde toelage per uur zullen ontvangen. Voor elk net wordt rekening gehouden met de toepasselijke patronale lasten, die verschillen van net tot net.

De toelage van 10,82 euro per uur wordt eveneens gehanteerd voor de betoelaging van lonen van busbegeleiders, vrijgesteld van RSZ.

4.6.3 Netgebonden informatie voor het schooljaar 2009-2010

a) Gemeenschapsscholen

Afhankelijk van het feit of er patronale lasten verschuldigd zijn op het loon van de busbegeleider, ontvangt de school:

- 15,85 euro per uur voor RSZ-plichtige busbegeleiders;

- 10,82 euro per uur voor busbegeleiders die vrijgesteld zijn van RSZ.

b) Vrije scholen

Afhankelijk van het feit of er patronale lasten verschuldigd zijn op het loon van de busbegeleider, ontvangt de school:

- 17,13 euro per uur voor RSZ-plichtige busbegeleiders;

- 10,82 euro per uur voor busbegeleiders die vrijgesteld zijn van RSZ.

c) Provinciale-, stedelijke- en gemeentescholen

Afhankelijk van het feit of er patronale lasten verschuldigd zijn op het loon van de busbegeleider, ontvangt de school:

- 17,09 euro per uur voor RSZ-plichtige busbegeleiders;

- 10,82 euro per uur voor busbegeleiders die vrijgesteld zijn van RSZ.

4.6.4 Procedure om in aanmerking te komen voor subsidiëring

Schooljaar 2008-2009

Voor het schooljaar 2008-2009 moeten scholen ten aanzien van hun personeel de volgende maatregel treffen: het aanbieden van een nieuwe arbeidsovereenkomst aan de busbegeleiders (cf. infra: zie 4.6.7).

Schooljaar 2009-2010

Wanneer de budgettaire middelen op de uitgavenrekening van het departement Onderwijs en Vorming dit toelaten, loopt de procedure als volgt:

1. Elke school ontvangt in de loop van de maand september automatisch een voorschot dat gelijk is aan 40% van de toelage waarop de school het voorgaande schooljaar recht had. De school hoeft dus geen aanvraag in te dienen voor dit voorschot.

2. Indien er in de periode september - december van het schooljaar 2009-2010 nieuwe ritten georganiseerd worden, kan de school een aanvullend voorschot ontvangen. Hiervoor dient de school voor dit aanvullend voorschot uiterlijk 31 december 2009 een aanvraagdossier in bij de cel leerlingenvervoer, bestaande uit:

a. het draaiboek van elke nieuwe rit (bijlage 15) zoals de ophaaldienst 's morgens en 's avonds wordt gereden (het begin- en einduur van de prestatie van de begeleider gedurende een ganse week) 2 ;

b. de arbeidsovereenkomst van de busbegeleider die ingezet wordt op de nieuwe rit, waarbij aangegeven wordt of deze al dan RSZ-plichtig is;

c. het volledig ingevulde en ondertekende formulier (bijlage 12) voor de gemeenschapsscholen en formulier (bijlage 13) voor de vrije scholen en de provinciale, stedelijke en gemeentescholen.

3. Uiterlijk 31 december 2009, dient de school bij de cel leerlingenvervoer een volledig aanvraagdossier voor het schooljaar 2009-2010. Dit aanvraagdossier bestaat uit:

a. het draaiboek van elke rit (bijlage 15) zoals de ophaaldienst 's morgens en 's avonds wordt gereden (het begin- en einduur van de prestatie van de begeleider gedurende een ganse week) 3 ;

b. de arbeidsovereenkomst van de busbegeleider die ingezet wordt op de nieuwe rit, waarbij aangegeven wordt of deze al dan RSZ-plichtig is;

c. het volledig ingevulde en ondertekende formulier (bijlage 12) voor de gemeenschapsscholen en formulier (bijlage 13) voor de vrije scholen en de provinciale, stedelijke en gemeentescholen.

Na ontvangst van dit aanvraagdossier, ontvangt de school tussen 1 januari en 1 maart het saldo, namelijk het volledige subsidiebedrag voor schooljaar 2009-2010 verminderd met de reeds toegekende voorschotten.

Opgelet: indien het aanvraagdossier niet tijdig (31 december 2009) toekomt bij de cel leerlingenvervoer, kunnen alle subsidies van dat schooljaar worden teruggevorderd!

4. Indien na ontvangst van betaling van het saldo, vermeld in punt 3., blijkt dat er extra ritten georganiseerd werden waarvoor de school nog geen subsidie ontving, wordt een aanvullend saldo toegekend. Hiertoe dient de school uiterlijk vier maanden na de start van de extra ritten een aanvraagdossier in bij de cel leerlingenvervoer, bestaande uit:

a. het draaiboek van elke nieuwe rit (bijlage 15) zoals de ophaaldienst 's morgens en 's avonds wordt gereden (het begin- en einduur van de prestatie van de begeleider gedurende een ganse week) 4 ;

b. de arbeidsovereenkomst van de busbegeleider die ingezet wordt op de nieuwe rit, waarbij aangegeven wordt of deze al dan RSZ-plichtig is;

c. het volledig ingevulde en ondertekende formulier (bijlage 12) voor de gemeenschapsscholen en formulier (bijlage 13) voor de vrije scholen en de provinciale, stedelijke en gemeentescholen.

4.6.5 Controle

De ambtenaren van de cel leerlingenvervoer zijn gemachtigd om de correcte aanwending van deze betoelaging te controleren. Zij kunnen daartoe de nodige bewijsstukken opvragen bij de beherende school.

In de loop van het schooljaar kunnen deze personeelsleden ter plaatse controle uitoefenen op de aanwezigheid en de arbeidsduur van de begeleiding. Ze kunnen onregelmatigheden vaststellen en de betoelaging eventueel aanpassen.

4.6.6 Rechten van de busbegeleider

De subsidieregeling van de scholen die busbegeleiding organiseren, werd tegelijk gekoppeld aan de uitwerking van een statuut voor de busbegeleiders.

De verschillende vakorganisaties verleenden hun goedkeuring aan dit statuut, in de volgende protocollen of cao:

- de collectieve arbeidsovereenkomst van 23 december 2008 betreffende het statuut van de zonale busbegeleiders;

- het protocol nr. 2009/1 houdende de conclusies van de onderhandelingen die op 19 januari 2009 werden gevoerd in de onderafdeling “Vlaams Gewest en Vlaamse Gemeenschap” van de eerste afdeling van het comité voor de provinciale en plaatselijke overheidsdiensten;

- het protocol 2008/14 houdende de gezamenlijke vergadering van de tussencomités van het centrale Niveau voor de personeelsleden van het GO! onderwijs van de Vlaamse Gemeenschap, voorheen het gemeenschapsonderwijs.

Het statuut van de busbegeleiders, rust op drie pijlers:

1. Arbeidscontracten met een duur van 10 maanden

Aangezien de subsidiëring van de scholen doorloopt tijdens de korte schoolvakanties (herfst-, Kerst-, krokus en Paasvakantie), dienen de scholen hun busbegeleiders minstens een arbeidsovereenkomst aan te bieden die doorloopt tijdens deze vakanties. Dit betekent in de praktijk dat busbegeleiders die op 1 september van het schooljaar in dienst treden, minstens een contract van bepaalde duur van 10 maanden moeten aangeboden krijgen.

2. Recht op vakantiegeld en een eindejaarspremie

Daarnaast hebben de busbegeleiders recht op een eindejaarspremie en vakantiegeld, op voorwaarde dat de school RSZ moet betalen op het loon van de busbegeleider. Indien een leraar of een ander personeelslid van de school bij wijze van bijkomende prestaties aan busbegeleiding doet, is de school niet verplicht om deze persoon een vakantiegeld of eindejaarstoelage toe te kennen voor zijn of haar prestaties als busbegeleider. De prestaties van busbegeleiders in bijberoep, zijn immers vrijgesteld van RSZ. 5

3. Gemiddeld minimum bruto-uurloon

Ten slotte dienen de scholen hun busbegeleiders gemiddeld gesproken minstens een bruto-uurloon te garanderen, dat gelijk is aan het bruto-uurloon dat gebruikt wordt om de subsidie van de school te berekenen (cf. punt 4.3.2.).

Opgelet: dit betekent niet dat elke busbegeleider een bruto-uurloon van 10,61 euro zal krijgen. Afhankelijk van de anciënniteit van de busbegeleider, een eventueel recht op haard- of standplaatsvergoedingen of de bedongen loonvoorwaarden, kan de busbegeleider een hoger of lager uurloon ontvangen. De scholen moeten de subsidie die ze voor de busbegeleiding ontvangen echter volledig aanwenden voor de betaling van de lonen van de busbegeleiders. Het gevolg hiervan is dat de busbegeleiders in de praktijk gemiddeld 10,61 euro bruto per uur zullen verdienen.

4.6.7 Overgangsbepaling schooljaar 2008-2009: wat moeten de scholen in de praktijk doen?

Aangezien de nieuwe subsidieregeling retroactief in werking treedt op 1 september 2008, zullen de scholen de rechten die gepaard gaan met het gunstigere statuut alsnog moeten toekennen aan de busbegeleiders. Concreet betekent dit dat de arbeidsovereenkomst van de busbegeleiders vervangen moet worden door een nieuw exemplaar.

In die nieuwe arbeidsovereenkomst moeten minstens de volgende elementen opgenomen worden:

- het hoofdtraject waarop de busbegeleider ingezet zal worden;

- de totale wekelijkse arbeidsduur (uitgedrukt in minuten);

- de datum waarop de busbegeleider in dienst trad (1 september 2008 indien de rit al bij de aanvang van schooljaar georganiseerd werd; later indien het een nieuwe rit betreft);

- de datum waarop de arbeidsovereenkomst van bepaalde duur beëindigd wordt, nl. 30 juni 2009 (tenzij het een arbeidsovereenkomst van onbepaalde duur betreft);

- uit de arbeidsovereenkomst blijkt dat de busbegeleider doorbetaald zal worden tijdens de korte schoolvakanties (herfst-, Kerst-, krokus- en Paasvakantie);

- of de busbegeleider al dan niet onderworpen is aan het RSZ-regime;

- het recht op vakantiegeld en een eindejaarstoelage, indien het RSZ-regime van toepassing is;

- het bruto-uurloon van de busbegeleider (minimum 10,61 euro per uur);

In uitvoering van deze nieuwe arbeidsovereenkomst dient de school vervolgens over te gaan tot de betaling van het nog verschuldigde loon voor de afgelopen periode.

4.6.8 Bestaanszekerheidsvergoeding

Door de busbegeleiders door te betalen tijdens de korte schoolvakanties (herfst-, Kerst-, krokus- en Paasvakantie), wordt gegarandeerd dat de busbegeleiders gedurende het hele schooljaar (10 maanden) over inkomen beschikken.

Om te verzekeren dat de busbegeleiders ook over voldoende inkomen beschikken tijdens de maanden juli en augustus, blijft de bestaanszekerheidsvergoeding behouden. Meer informatie over deze aanvullende werkloosheidsvergoeding vindt u terug in het besluit van 4 juli 2008 betreffende de bestaanszekerheidsvergoeding voor busbegeleiders, en in de omzendbrief PERS/2007/08 van 22/10/2007.

4.6.9 Vorming van busbegeleiders

In het zonaal leerlingenvervoer is er jaarlijks een budget voorzien voor de vorming van busbegeleiders.

De vorming wordt provinciaal georganiseerd, door daarvoor geselecteerde hogescholen.

Alle scholen voor buitengewoon onderwijs worden jaarlijks door deze hogescholen schriftelijk uitgenodigd om hun busbegeleiders te kans te geven in te schrijven op deze vorming. De scholen worden op de hoogte gebracht van het aantal cursussen, het maximaal aantal deelnemers, de data en de plaats van de opleiding.

Met ingang van het schooljaar 2009-2010 zal het programma van de vorming herzien worden. Meer informatie hierover volgt op een later tijdstip.

4.6.10 Arbeidsongevallen

Contractuele personeelsleden van het gemeenschapsonderwijs vallen onder toepassing van de arbeidsongevallenwetgeving van de openbare sector.

Voor contractuele personeelsleden uit het gesubsidieerd onderwijs moeten de scholen een privé-arbeidsongevallenverzekering afsluiten (wet van 10/04/1974).

5 Bijlagen

Bijlage 1 - Eenheidstarief netabonnementen (tarief Buzzy - 25 jarigen)
http://edulex.vlaanderen.be/edulex/ozb/3252.doc (FORM003252)

Bijlage 2 - Tarieven lijnkaarten
http://edulex.vlaanderen.be/edulex/ozb/3253.doc (FORM003253)

Bijlage 4 - Een overzicht van de gemeenten opgenomen in het zonaal leerlingenvervoer
http://edulex.vlaanderen.be/edulex/ozb/3255.doc (FORM003255)

Bijlage 5 - Aanwezigheidslijst voor De Lijn
http://edulex.vlaanderen.be/edulex/ozb/3702.doc (FORM003702)

Bijlage 6 - Trimestriële leerlingenlijst voor De Lijn
http://edulex.vlaanderen.be/edulex/ozb/3750.xls (FORM003750)

Bijlage 7 - Leerlingenlijst - voorblad
http://edulex.vlaanderen.be/edulex/ozb/3258.doc (FORM003258)

Bijlage 9 - Aanvraag van een subsidie voor het individueel vervoer van leerlingen uit het buitengewoon onderwijs
http://edulex.vlaanderen.be/edulex/ozb/3594.doc (FORM003594)

Bijlage 10 - Aanvraag van individueel vervoer voor leerlingen uit het gewoon basisonderwijs
http://edulex.vlaanderen.be/edulex/ozb/3595.doc (FORM003595)

Bijlage 11 - Aanvraag van een subsidie voor het individueel vervoer van leerlingen uit het gewoon basisonderwijs
http://edulex.vlaanderen.be/edulex/ozb/3596.doc (FORM003596)

Bijlage 12 - Aanvraag van een subsidie voor busbegeleiding in het zonale leerlingenvervoer
http://edulex.vlaanderen.be/edulex/ozb/4522.xls (FORM004522)

Bijlage 14 - Adres entiteiten De Lijn
http://edulex.vlaanderen.be/edulex/ozb/3264.doc (FORM003264)

Bijlage 15 - Draaiboek voor het leerlingenvervoer naar en van de school
http://edulex.vlaanderen.be/edulex/ozb/3265.doc (FORM003265)

Bijlage 16 - Aanvraag van individueel vervoer voor leerlingen uit het gewoon secundair onderwijs
http://edulex.vlaanderen.be/edulex/ozb/3633.doc (FORM003633)

Bijlage 17 - Aanvraag van een subsidie voor het individueel vervoer van leerlingen uit het gewoon secundair onderwijs
http://edulex.vlaanderen.be/edulex/ozb/3639.doc (FORM003639)

Bijlage 19 - Tarieven individueel vervoer
http://edulex.vlaanderen.be/edulex/ozb/3637.xls (FORM003637)

Bijlage 20 - aanvraag van een treinkaart in debet / validatie in debet/ duplicaat in debet West- Vlaanderen
http://edulex.vlaanderen.be/edulex/ozb/4139.doc (FORM004139)

Bijlage 21 - aanvraag van een treinkaart in debet / validatie in debet/ duplicaat in debet Oost- Vlaanderen
http://edulex.vlaanderen.be/edulex/ozb/4140.doc (FORM004140)

Bijlage 22 - aanvraag van een treinkaart in debet / validatie in debet/ duplicaat in debet Antwerpen
http://edulex.vlaanderen.be/edulex/ozb/4141.doc (FORM004141)

Bijlage 23 - aanvraag van een treinkaart in debet / validatie in debet/ duplicaat in debet Vlaams- Brabant
http://edulex.vlaanderen.be/edulex/ozb/4142.doc (FORM004142)

Bijlage 24 - aanvraag van een treinkaart in debet / validatie in debet/ duplicaat in debet Limburg
http://edulex.vlaanderen.be/edulex/ozb/4143.doc (FORM004143)

- (1): Cfr. GOK-decreet

- (2): de prestatie begint en eindigt bij het op- en afstappen van de begeleider op de schoolbus; de duur van de prestatie kan nooit groter zijn dan die nodig voor het afleggen van de afstand school-school

- (3): de prestatie begint en eindigt bij het op- en afstappen van de begeleider op de schoolbus; de duur van de prestatie kan nooit groter zijn dan die nodig voor het afleggen van de afstand school-school

- (4): de prestatie begint en eindigt bij het op- en afstappen van de begeleider op de schoolbus; de duur van de prestatie kan nooit groter zijn dan die nodig voor het afleggen van de afstand school-school

- (5): Artikel 19, §2, Koninklijk Besluit van 28 november 1969 tot uitvoering van de wet van 27 juni 1969 tot herziening van de besluitwet van 28 december 1944 betreffende de maatschappelijke zekerheid der arbeiders.