U bent hier: Onderwijs en Vorming > Edulex

Omzendbrief

datum laatste wijziging: 18/08/2014 inhoudstafel
Personeelsleden van het onderwijs en van de centra voor leerlingenbegeleiding gefinancierd of gesubsidieerd door de Vlaamse Gemeenschap - Loopbaanonderbreking
referentie : PERS/2011/05
publicatiedatum : 15/06/2011
wettelijke basis : Besluit van de Vlaamse Regering van 9 september 2011 betreffende de loopbaanonderbreking van de personeelsleden van het onderwijs en de centra voor leerlingenbegeleiding
opheffing : PERS/2007/04
contact : Uw werkstation
  • In punt 5.3. zijn enkele wijzigingen opgenomen m.b.t. de toekenning van de aanmoedigingspremie bij loopbaanonderbreking.

1. Inleiding

De loopbaanonderbreking voor de personeelsleden van het onderwijs en van de centra voor leerlingenbegeleiding is geregeld bij:

- het koninklijk besluit van 12 augustus 1991 betreffende de toekenning van onderbrekingsuitkeringen aan de personeelsleden van de psycho-medisch-sociale centra;

- het besluit van de Vlaamse Regering van 9 september 2011 betreffende de loopbaanonderbreking van de personeelsleden van het onderwijs en van de centra voor leerlingenbegeleiding. Dit vervangt het besluit van de Vlaamse Regering van 16 december 1997 betreffende de onderbreking van de beroepsloopbaan van de personeelsleden van het onderwijs en van de centra voor leerlingenbegeleiding.

Naar aanleiding van wijzigingen in de federale regelgeving m.b.t. loopbaanonderbreking, moet ook het besluit van de Vlaamse regering van 9 september 2011 worden aangepast. Het betreft volgende maatregelen:

  • vanaf 1 januari 2012 wordt het recht op volledige loopbaanonderbreking en op gedeeltelijke loopbaanonderbreking teruggebracht van 72 naar 60 maanden;
  • op basis van een Europese richtlijn wordt het ouderschapsverlof uitgebreid van drie naar vier maanden. Voor kinderen geboren vanaf 8 maart 2012 geeft deze vierde maand ouderschapverlof ook recht op onderbrekingsuitkeringen;
  • het ouderschapsverlof met een vijfde zal voor een periode van twintig maanden genomen kunnen worden in plaats van zes maanden;
  • de contractuele personeelsleden van het onderwijs krijgen recht op loopbaanonderbreking voor ouderschapsverlof envoor medische bijstand;
  • voor alleenstaande personeelsleden die loopbaanonderbreking voor medische bijstand moeten nemen voor de verzorging van hun kind dat ten hoogste 16 jaar is, wordt de maximumduur van deze loopbaanonderbreking verdubbeld;
  • de leeftijdsgrens voor het nemen van een onbeperkte gedeeltelijke loopbaanonderbreking wordt verhoogd van 50 naar 55 jaar. Enkel wie een beroepsloopbaan heeft van 28 jaar, kan onder bepaalde voorwaarden deze vorm van loopbaanonderbreking toch nemen vanaf 50 jaar.

Het koninklijk besluit van 12 augustus 1991 en het besluit van de Vlaamse Regering van 9 september 2011 bevatten niet alleen de regeling voor een gewone volledige of gedeeltelijke loopbaanonderbreking, maar ook voor de loopbaanonderbreking voor ouderschapsverlof, de loopbaanonderbreking om een beroepsopleiding te volgen, de loopbaanonderbreking voor medische bijstand en de loopbaanonderbreking voor palliatieve zorgen. Al deze vormen van loopbaanonderbreking komen in onderstaande omzendbrief aan bod.

Voorafgaande opmerkingen:

1) Wat het basis- en het secundair onderwijs betreft, dient de term “inrichtende macht” gelezen te worden als “schoolbestuur”.

2) Volgende afkortingen worden gebruikt:

- VLBO: volledige loopbaanonderbreking;

- GLBO: gedeeltelijke loopbaanonderbreking: dit is zowel de halftijdse loopbaanonderbreking als de loopbaanonderbreking met een vijfde;

- HLBO: halftijdse loopbaanonderbreking

- LBO-1/5: loopbaanonderbreking met een vijfde

- GLBO55+: de gedeeltelijke loopbaanonderbreking vanaf de leeftijd van 55 jaar;

- HLBO55+: de halftijdse loopbaanonderbreking vanaf de leeftijd van 55 jaar;

- LBO55+1/5: de loopbaanonderbreking vanaf de leeftijd van 55jaar met een vijfde;

- LBOBO: loopbaanonderbreking om een beroepsopleiding te volgen (VLBOBO = volledige/HLBOBO = halftijdse/LBOBO-1/5 = met een vijfde);

- LBOOV: loopbaanonderbreking in het kader van ouderschapsverlof (VLBOOV =volledige/HLBOOV= halftijdse/LBOOV-1/5 = met een vijfde);

- LBOMB: loopbaanonderbreking voor het verstrekken van medische bijstand (VLBOMB = volledige/HLBOMB = halftijdse/LBOMB-1/5 = met een vijfde);

- LBOPZ: de loopbaanonderbreking voor het verstrekken van palliatieve zorgen (VLBOPZ = volledige/HLBOPZ = halftijdse/LBOPZ-1/5 = met een vijfde);

- V = vast benoemd of tot de proeftijd toegelaten;

- T = tijdelijk (aanstelling voor een volledig schooljaar + reaffectatievrij).

2. Toepassingsgebied

2.1. Statutaire personeelsleden

Welke personeelsleden kunnen gebruik maken van de loopbaanonderbreking?

1° de personeelsleden, vermeld in artikel 2, §1, van het decreet van 27 maart 1991 betreffende de rechtspositie van bepaalde personeelsleden van het gemeenschapsonderwijs;

2° de personeelsleden, vermeld in artikel 4, §1, van het decreet van 27 maart 1991 betreffende de rechtspositie van sommige personeelsleden van het gesubsidieerd onderwijs en de gesubsidieerde centra voor leerlingenbegeleiding;

3° de leden van de inspectie, vermeld in artikel 61 van het decreet van 8 mei 2009 betreffende de kwaliteit van onderwijs;

4° de personeelsleden, vermeld in artikel 10 van het decreet van 1 december 1993 betreffende de inspectie en de begeleiding van de levensbeschouwelijke vakken.

2.2. Contractuele personeelsleden

De punten 4.1 en 4.2. betreffende loopbaanonderbreking voor ouderschapsverlof en voor medische bijstand zijn ook van toepassing op contractuele personeelsleden uit het onderwijs. Voor de overige vormen van loopbaanonderbreking en voor de loopbaanonderbreking voor palliatieve zorgen vallen zij onder het toepassingsgebied van het koninklijk besluit van 2 januari 1991 betreffende de toekenning van onderbrekingsuitkeringen.

3. Algemene stelsels

3.1. Volledige loopbaanonderbreking (VLBO)

De personeelsleden vermeld onder punt 2.1. hiervoor, mogen hun loopbaan volledig onderbreken op voorwaarde dat:

- zij een ambt uitoefenen dat beschouwd wordt als hoofdambt; voor de personeelsleden die hun hoofdambt in meer dan één instelling uitoefenen, moet bij het aanvragen van de loopbaanonderbreking de volledige opdracht in aanmerking genomen worden, de eventuele opdracht in (een) hogescho(o)l(en) inbegrepen;

- zij vast benoemd zijn (of tot de proeftijd toegelaten);

- zij tijdelijk zijn en aangesteld zijn voor een volledig schooljaar in een vacante of niet-vacante betrekking en tevens geheel reaffectatievrij zijn;

- zij prestaties verrichten die samen ten minste de helft van het aantal prestatie-eenheden omvatten die vereist zijn voor een ambt met volledige prestaties.

Prestatie-eenheden waarvoor het personeelslid ter beschikking is gesteld wegens ontstentenis van betrekking en waarvoor het niet gereaffecteerd of wedertewerkgesteld is, komen eveneens in aanmerking.

Opgelet: een personeelslid dat loopbaanonderbreking neemt in uren waarvoor het ter beschikking is gesteld wegens ontstentenis van betrekking, moet uiteraard wel gereaffecteerd of wedertewerkgesteld worden.

Voorbeeld:

Een tijdelijk personeelslid (volledig reaffectatievrij) dat op 15/9 aangesteld wordt tot 30/6, kan op 1/10 dus GEEN gewone volledige of gedeeltelijke loopbaanonderbreking krijgen.

De volledige loopbaanonderbreking wordt opgenomen voor alle opdrachten uitgeoefend in het onderwijs en in de centra voor leerlingenbegeleiding, die door de Vlaamse Gemeenschap bezoldigd worden.

Voorbeeld 1

Personeelslid presteert 20/20 V

VLBO is mogelijk -> de volledige opdracht valt weg.

Voorbeeld 2

Personeelslid presteert 17/24 V

VLBO is mogelijk -> de volledige opdracht valt weg.

Voorbeeld 3

Personeelslid presteert 9/20 T + 5/22 T + 3/21 T (aangesteld voor een volledig schooljaar en reaffectatievrij)

VLBO is mogelijk -> alle opdrachten vallen weg.

Voorbeeld 4

Personeelslid presteert 10/24 V

VLBO is NIET mogelijk => opdracht < ½ F.T.

Voorbeeld 5

Personeelslid presteert 5/22 T + 8/29 T

VLBO is NIET mogelijk -> opdracht < ½ F.T.

Voorbeeld 6

Personeelslid presteert 10/20 T + 5/22 T + 3/21 V

VLBO is mogelijk -> alle opdrachten vallen weg.

Voorbeeld 7

Personeelslid is ter beschikking gesteld voor 24/24

VLBO is mogelijk.

Voorbeeld 8

Personeelslid is ter beschikking gesteld voor 16/22.

VLBO is mogelijk.

Voorbeeld 9

Personeelslid is ter beschikking gesteld voor 5/22 en presteert 10/20 T

VLBO is mogelijk.

Voorbeeld 10

Personeelslid is ter beschikking gesteld voor 8/22

VLBO is NIET mogelijk -> opdracht < ½ F.T.

3.2. Gedeeltelijke loopbaanonderbreking

3.2.1. Halftijdse loopbaanonderbreking (HLBO)

De personeelsleden vermeld onder punt 2.1. hiervoor, mogen hun loopbaan halftijds onderbreken op voorwaarde dat:

- zij een ambt uitoefenen dat beschouwd wordt als hoofdambt; voor de personeelsleden die hun hoofdambt in meer dan één instelling uitoefenen, moet bij het aanvragen van de loopbaanonderbreking de volledige opdracht in aanmerking genomen worden, de eventuele opdracht in (een) hogescho(o)l(en) inbegrepen;

- zij vast benoemd zijn (of tot de proeftijd toegelaten);

- zij tijdelijk zijn en aangesteld zijn voor een volledig schooljaar in een vacante of niet-vacante betrekking en tevens geheel reaffectatievrij zijn;

- zij prestaties blijven uitoefenen die samen de helft van het aantal prestatie-eenheden omvatten die vereist zijn voor een ambt met volledige prestaties.

Prestatie-eenheden waarvoor het personeelslid ter beschikking is gesteld wegens ontstentenis van betrekking en waarvoor het niet gereaffecteerd of wedertewerkgesteld is, komen eveneens in aanmerking.

Als het personeelslid ter beschikking gesteld is wegens gedeeltelijke ontstentenis van betrekking op het ogenblik dat het een halftijdse loopbaanonderbreking krijgt, worden voor de loopbaanonderbreking eerst die prestatie-eenheden in aanmerking genomen waarvoor het personeelslid ter beschikking gesteld is wegens ontstentenis van betrekking en waarvoor het niet gereaffecteerd of wedertewerkgesteld is.

Opgelet: een personeelslid dat loopbaanonderbreking neemt in uren waarvoor het ter beschikking is gesteld wegens ontstentenis van betrekking, moet uiteraard wel gereaffecteerd of wedertewerkgesteld worden.

Om een halftijdse loopbaanonderbreking te kunnen krijgen, moet het personeelslid prestaties blijven uitoefenen die samen de helft (-> = exact de helft en niet ten minste nog de helft) van het aantal prestatie-eenheden omvatten die voor het door hem uitgeoefende ambt vereist zijn van een ambt met volledige prestaties.

De nog te verrichten prestaties dienen steeds afgerond te worden naar de hogere eenheid, naar gelang van het geval, tot een volledige lestijd of tot een volledig uur.

Voorbeeld 1

Personeelslid presteert 24/24 V

HLBO is mogelijk -> HLBO voor 12/24 + 12/24 presteren.

Voorbeeld 2

Personeelslid presteert 14/20 T (aangesteld voor een volledig schooljaar en reaffectatievrij)

HLBO is mogelijk -> HLBO voor 4/20 + 10/20 presteren.

Voorbeeld 3

Personeelslid heeft een opdracht 21/21 V

Het personeelslid is ter beschikking gesteld voor 10/21 en blijft nog 11/21 presteren.

HLBO is mogelijk -> HLBO voor 10/21 in de uren TBSOB + 11/21 presteren.

Voorbeeld 4

Personeelslid presteert 5/20 T + 6/24 T (aangesteld voor een volledig schooljaar en reaffectatievrij)

HLBO is niet mogelijk -> uitgeoefende opdracht = ½ ( moet belast zijn met ½ F.T. + 1 uur)

(Opmerking : VLBO is wel mogelijk).

Voorbeeld 5

Personeelslid presteert 4/20 V + 2/21 V + 5/22 V

HLBO is niet mogelijk -> indien een HLBO voor 1 uur zou worden toegekend, zou betrokkene immers geen 1/2 opdracht meer blijven presteren  ( moet belast zijn met ½ F.T. + 1 uur).

(Opmerking : VLBO is uiteraard wel mogelijk).

Voorbeeld 6

Personeelslid heeft een opdracht 24/24 V.

Het personeelslid is ter beschikking gesteld voor 6/24 en blijft nog 18/24 presteren.

HLBO is mogelijk -> HLBO voor 12/24 + 12/24 presteren.

Opmerkingen

- Een personeelslid belast met de helft van een opdracht die normaal vereist is voor een volledige opdracht, kan geen halftijdse loopbaanonderbreking krijgen.

- Een personeelslid belast met een “halve opdracht + 1 uur”, kan wel een halftijdse loopbaanonderbreking verkrijgen.

- Het feit dat bepaalde opdrachten zouden onderverdeeld zijn in bv. “pakketten” van 2 uren, kan geen aanleiding geven tot een afwijking van het voormeld basisprincipe.

Voorbeeld 1

Personeelslid presteert 22/22 V (onderverdeeld in pakketten van 2 uren)

HLBO voor 11/22 + 11/22 presteren = mogelijk

HLBO voor 10/22 + 12/22 presteren = niet mogelijk

Voorbeeld 2

Een personeelslid in het volwassenenonderwijs presteert 18/20. Zijn opdracht bestaat uit 6 modules van 3 lestijden per week. Bij een halftijdse loopbaanonderbreking dient dit personeelslid nog 10/20 te blijven presteren, ongeacht het feit dat zijn lestijdenpakket is opgedeeld in lesblokken van 3 uren.

Het personeelslid in het modulaire stelsel dient met andere woorden op jaarbasis het percentage te bereiken van de nog te presteren opdracht.

3.2.2. Loopbaanonderbreking met een vijfde

De personeelsleden vermeld onder punt 2.1. hiervoor, mogen hun loopbaan met een vijfde onderbreken op voorwaarde dat:

- zij een ambt met volledige prestaties uitoefenen;

- zij een ambt uitoefenen dat beschouwd wordt als hoofdambt; voor de personeelsleden die hun hoofdambt in meer dan één instelling uitoefenen, moet bij het aanvragen van de loopbaanonderbreking de volledige opdracht in aanmerking genomen worden, de eventuele opdracht in (een) hogescho(o)l(en) inbegrepen;

- zij vast benoemd zijn (of tot de proeftijd toegelaten);

- zij tijdelijk zijn en aangesteld zijn voor een volledig schooljaar in een vacante of niet- vacante betrekking en tevens geheel reaffectatievrij zijn;

- zij prestaties uitoefenen die samen vier vijfden van het aantal prestatie-eenheden omvatten die vereist zijn voor een ambt met volledige prestaties.

Prestatie-eenheden waarvoor het personeelslid ter beschikking is gesteld wegens ontstentenis van betrekking en waarvoor het niet gereaffecteerd of wedertewerkgesteld is, komen eveneens in aanmerking.

Als het personeelslid ter beschikking gesteld is wegens gedeeltelijke ontstentenis van betrekking op het ogenblik dat het een loopbaanonderbreking met een vijfde krijgt, worden voor de loopbaanonderbreking eerst die prestatie-eenheden in aanmerking genomen waarvoor het personeelslid ter beschikking gesteld is wegens ontstentenis van betrekking en waarvoor het niet gereaffecteerd of wedertewerkgesteld is.

Opgelet: een personeelslid dat loopbaanonderbreking neemt in uren waarvoor het ter beschikking is gesteld wegens ontstentenis van betrekking, moet uiteraard wel gereaffecteerd of wedertewerkgesteld worden.

De nog te verrichten prestaties dienen steeds afgerond te worden naar de hogere eenheid, naar gelang van het geval, tot een volledige lestijd of tot een volledig uur.

Voorbeeld 1

Personeelslid presteert 20/20 V

LBO-1/5 is mogelijk -> 4/20 van volledige opdracht vallen weg. Het personeelslid moet 16/20 blijven presteren.

Voorbeeld 2

Personeelslid presteert 24/24 V

LBO-1/5 is mogelijk -> 4/24 van volledige opdracht vallen weg. Het personeelslid moet 19,2 uren of afgerond 20/24 blijven presteren.

Voorbeeld 3

Personeelslid is tijdelijk aangesteld 8/21 + 6/22 + 11/29 (F.T. – 1,0329) voor een volledig schooljaar in een vacante betrekking.Het personeelslid neemt LBO-1/5 voor 2/21 + 1/22 + 2/29 Dit kan want het gepondereerd volume van de resterende uren 6/21 + 5/22 + 9/29 (0,8232) is groter dan 0,8000

Voorbeeld 4

Personeelslid presteert 9/21 V + 12/22 V

LBO-1/5 is NIET mogelijk => geen volledige opdracht

Opmerking:

Alle personeelsleden die zijn opgesomd in punt 2.1. van deze omzendbrief, komen in aanmerking om een loopbaanonderbreking met een vijfde te nemen. Dat betekent dat personeelsleden die belast zijn met het mandaat van directeur of de personeelsleden die benoemd zijn in het ambt van directeur, adjunct-directeur, coördinator, technisch adviseur, technisch adviseur-coördinator, beheerder en de benoemde personeelsleden van de inspectie, de inspectie en begeleiding van de levensbeschouwelijke vakken en de pedagogische begeleidingsdiensten eveneens een loopbaanonderbreking met een vijfde kunnen nemen.

3.2.3. De onbeperkte gedeeltelijke loopbaanonderbreking vanaf de leeftijd van 55 jaar

NIEUW: De leeftijd voor het nemen van een onbeperkte gedeeltelijke loopbaanonderbreking wordt verhoogd van 50 naar 55 jaar. Dit betekent dat de personeelsleden vermeld onder punt 2.1. een onbeperkte gedeeltelijke loopbaanonderbreking kunnen nemen vanaf 55 jaar.

De personeelsleden vermeld onder punt 2.1. hiervoor, kunnen vanaf 1 september of 1 oktober volgend op het bereiken van de leeftijd van 55jaar tot aan de vooravond van hun pensionering een onbeperkte gedeeltelijke loopbaanonderbreking krijgen in de vorm van :

1. halftijdse loopbaanonderbreking;

2. loopbaanonderbreking met een vijfde, op voorwaarde dat het personeelslid een ambt met volledige prestaties uitoefent.

Personeelsleden die een onbeperkte gedeeltelijke loopbaanonderbreking nemen vanaf de leeftijd van 55 jaar, kunnen steeds op 1 september kiezen om het volume van hun loopbaanonderbreking aan te passen. Een overstap van een halftijdse loopbaanonderbreking vanaf de leeftijd van 55 jaar naar een loopbaanonderbreking met een vijfde vanaf de leeftijd van 55 jaar kan enkel op voorwaarde dat de inrichtende macht ermee instemt, aangezien de loopbaanonderbreking met een vijfde een gunst is (zie punt 3.3.4.2.) en voor zover aan alle andere voorwaarden is voldaan (zie punt 3.2.2.). Bij een overstap is een nieuwe aanvraag vereist, zodat het bedrag van de onderbrekingsuitkeringen kan worden aangepast.

Concreet:

  • een personeelslid met een onbeperkte halftijdse loopbaanonderbreking vanaf de leeftijd van 55 jaar kan op 1 september overstappen naar een onbeperkte loopbaanonderbreking met een vijfde vanaf de leeftijd van 55 jaar als de inrichtende macht hiermee akkoord gaat;
  • een personeelslid met een onbeperkte loopbaanonderbreking met een vijfde vanaf de leeftijd van 55 jaar kan op 1 september overstappen naar een onbeperkte halftijdse loopbaanonderbreking vanaf de leeftijd van 55 jaar. Hiervoor is de instemming van de inrichtende macht niet nodig.

In drie situaties is het mogelijk om al vanaf de leeftijd van 50 jaar een onbeperkte gedeeltelijke loopbaanonderbreking te nemen:

  • Personeelsleden die al voor 1 juli 2012 van een gedeeltelijke loopbaanonderbreking vanaf de leeftijd van vijftig jaar genoten en nog geen 55 jaar zijn, behouden dit voordeel en blijven dus verder genieten van een gedeeltelijke loopbaanonderbreking vanaf de leeftijd van vijftig jaar. Dit kan zowel een halftijdse loopbaanonderbreking als een loopbaanonderbreking met een vijfde zijn. Opgelet: voor deze personeelsleden is geen overstap meer mogelijk van een loopbaanonderbreking met een vijfde naar een halftijdse loopbaanonderbreking of omgekeerd op 1 september of 1 oktober tot op het moment dat ze 55 jaar zijn geworden;
  • Personeelsleden die voor 1 juli 2012 een eerste aanvraag of verlengingsaanvraag hebben ingediend bij de RVA, voor zover de inrichtende macht of de Vlaamse Regering voor 16 maart 2012 de schriftelijke aanvraag van het personeelslid ontving, kunnen nog een gedeeltelijke loopbaanonderbreking nemen vanaf de leeftijd van vijftig jaar. De aanvraag kan zowel een halftijdse loopbaanonderbreking als een loopbaanonderbreking met een vijfde zijn;
  • Personeelsleden die op het ogenblik van de begindatum van de loopbaanonderbreking een beroepsloopbaan hebben van ten minste 28 jaar, kunnen vanaf de leeftijd van vijftig jaar een gedeeltelijke loopbaanonderbreking nemen met een vijfde. Wat begrepen moet worden onder een beroepsloopbaan van ten minste 28 jaar, is verduidelijkt in artikel 3, §4 van het KB van 12 augustus 1991.

Modaliteiten

Opmerking: hieronder is sprake van de leeftijd van 55 jaar. Voor de personeelsleden die vallen onder één van de drie uitzonderingen waarbij de leeftijd van 50 jaar geldt, moet “55” gelezen worden als “50”.

Alle betrokken personeelsleden moeten vast benoemd of tot de proeftijd toegelaten zijn, zowel voor de prestatie-eenheden waarvoor zij de gedeeltelijke loopbaanonderbreking krijgen, als voor de prestatie-eenheden die zij blijven uitoefenen.

Het personeelslid dat een onbeperkte gedeeltelijke loopbaanonderbreking vanaf 55 jaar aanvraagt, moet uiteraard de vereiste leeftijd bereikt hebben vóór de aanvang van deze loopbaanonderbreking. Bovendien geldt deze vorm van loopbaanonderbreking enkel voor de vastbenoemde of tot de proeftijd toegelaten personeelsleden.

De nog te verrichten prestaties door een personeelslid dat zijn beroepsloopbaan gedeeltelijk onderbreekt, moeten steeds afgerond worden naar de hogere eenheid, naargelang van het geval, tot een volledige lestijd of tot een volledig uur.

Het personeelslid dat in dit stelsel een onbeperkte gedeeltelijke loopbaanonderbreking krijgt, kan deze loopbaanonderbreking voortijdig beëindigen, maar kan nadien niet meer terug intreden in het stelsel GLBO55+. Het kan daarna nog wel gebruik maken van de andere stelsels van loopbaanonderbreking, voor zover het uiteraard de maximumduur ervan nog niet uitgeput heeft.

Uitzondering 1: wanneer een personeelslid zijn GLBO55+ stopzet voor het nemen van een ouderschapsverlof, loopbaanonderbreking voor medische bijstand of palliatieve zorgen (zie 5.4.1.), dan moet het nadien wel een nieuwe aanvraag indienen voor GLBO55+. Het personeelslid is in dit geval immers verplicht om zijn voorafgaande loopbaanonderbreking verder te zetten.

Uitzondering 2: een personeelslid dat in het verleden een onbeperkte gedeeltelijke loopbaanonderbreking vanaf de leeftijd van 50 jaar heeft stopgezet, kan eenmalig opnieuw instappen in een onbeperkte gedeeltelijke loopbaanonderbreking vanaf de leeftijd van 55 jaar.

Een personeelslid dat gebruik maakt van deze mogelijkheid van loopbaanonderbreking kan er een einde aan stellen en een bonus of een volledige terbeschikkingstelling wegens persoonlijke aangelegenheden voorafgaand aan het rustpensioen krijgen vanaf het ogenblik dat hij aan de gestelde voorwaarden voldoet.

Opmerking

De bijzondere aandacht wordt erop gevestigd dat bij de onbeperkte gedeeltelijke loopbaanonderbreking vanaf de leeftijd van 55 jaar enkel opdrachten als vast benoemde in aanmerking komen.

Dit principe geldt:

- voor de uren waarvoor de GLBO55+ wordt toegekend

en

- voor de 1/2de of 4/5de opdracht die het personeelslid moet blijven presteren.

Belangrijke conclusies die uit deze basisprincipes voortvloeien:

1) het personeelslid (55+) moet minstens 1/2 opdracht + 1 uur als vast benoemde presteren om een HLBO55+ te kunnen krijgen;

2) het personeelslid (55+) moet een F.T. opdracht als vast benoemde presteren om een loopbaanonderbreking vanaf de leeftijd van 55 jaar met één vijfde te kunnen krijgen;

3) personeelsleden die een gecombineerde opdracht (vast + tijdelijk) uitoefenen kunnen geen GLBO55+ krijgen.

Voorbeeld 1

Personeelslid is 56 jaar

24/24 V

Mogelijkheden voor GLBO55+ :

HLBO55+ is mogelijk -> 12/24 (V) HLBO55+ en 12/24 (V) presteren.

LBO55+-1/5 is mogelijk -> 4/24 (V) LBO55+-1/5 en 20/24 (V) presteren.

Voorbeeld 2

Personeelslid is 58jaar

24/24 T

Mogelijkheden voor GLBO55+ : geen -> het personeelslid is immers niet vast benoemd.

Voorbeeld 3

Personeelslid is 53jaar en heeft een beroepsloopbaan van 29 jaar.

13/24 V

Mogelijkheden voor GLBO55+ :

HLBO55+ is niet mogelijk, want het personeelslid is geen 55 jaar.

LBO55+-1/5 is niet mogelijk, want het personeelslid heeft geen volledige opdracht.

Voorbeeld 4

Personeelslid is 58jaar

14/24 V

10/24 T

Mogelijkheden voor GLBO55+ :

HLBO55+ is niet mogelijk, want het gaat om een gecombineerde opdracht van tijdelijke en vastbenoemde uren..

LBO55+-1/5 is niet mogelijk, want het gaat om een gecombineerde opdracht van tijdelijke en vastbenoemde uren.

Opmerking bij dit voorbeeld :

Indien betrokkene b.v. op 30 september ontslag zou nemen voor de tijdelijke diensten, kan vanaf 1 oktober wel een HLBO55+ worden toegekend, nl. : 2/24(V) HLBO55+ en 12/24(V) presteren.

Voorbeeld 5

Personeelslid is 55 jaar en 3 maanden

10/24 V

14/24 T

Mogelijkheden voor GLBO55+ :

HLBO55+ is niet mogelijk, want het gaat om een gecombineerde opdracht van tijdelijke en vastbenoemde uren.

LBO55+-1/5 is niet mogelijk, want het gaat om een gecombineerde opdracht van tijdelijke en vastbenoemde uren.

Voorbeeld 6

Personeelslid is 57 jaar

12/24 V

12/24 T

Mogelijkheden voor GLBO55+ :

HLBO55+ is niet mogelijk, want de opdracht die nog wordt uitgeoefend (12/24 T) bestaat niet uit “vaste” uren.

LBO55+-1/5 is niet mogelijk, want het gaat om een gecombineerde opdracht van tijdelijke en vastbenoemde uren.

Voorbeeld 7

Personeelslid is 57 jaar

10/20 V

Mogelijkheden voor GLBO55+ :

HLBO55+ is niet mogelijk, want het betrokken personeelslid oefent slechts exact een 1/2 opdracht uit als vast benoemde.

LBO55+-1/5 is niet mogelijk, want het personeelslid heeft geen fulltime opdracht.

3.2.4. De loopbaanonderbreking voor het volgen van een beroepsopleiding

De in punt 2.1. genoemde vast benoemde en tijdelijke personeelsleden kunnen, voor zover zij voldoen aan alle voorwaarden, de toestemming krijgen om hun beroepsloopbaan volledig of gedeeltelijk te onderbreken voor de periode voor het volgen van een beroepsopleiding.

Onder beroepsopleiding moet worden verstaan:

- de beroepsopleiding zoals bepaald door het besluit van de Vlaamse regering van 5 juni 2009 houdende de organisatie van de arbeidsbemiddeling en de beroepsopleiding;

- elke andere vorm van onderwijs en opleiding georganiseerd, gefinancierd, gesubsidieerd of erkend door de Vlaamse overheid waarvan het programma ten minste 120 uren of 30 studiepunten op jaarbasis omvat.

De loopbaanonderbreking voor het volgen van een beroepsopleiding is een gewone volledige of gedeeltelijke loopbaanonderbreking. De algemene principes qua opdrachten zijn ook in dit geval identiek aan de principes die gelden voor de volledige loopbaanonderbreking (VLBO) en de gedeeltelijke loopbaanonderbreking (GLBO). Enkel de begin- en einddatum van de loopbaanonderbreking voor het volgen van een beroepsopleiding zijn afwijkend.

3.3. Gemeenschappelijke bepalingen

3.3.1. Prestatie-eenheden

3.3.1.1. Wekelijkse prestaties

Sinds 1 september 2007 is er een uitbreiding van het begrip “wekelijkse prestaties”.

Voor het bepalen van de wekelijkse prestaties die moeten verricht worden, worden eveneens in aanmerking genomen:

1° de prestaties, verstrekt door personeelsleden met verlof wegens bijzondere opdracht of verlof wegens opdracht, vermeld in artikel 51quater, §2 en §3 van het decreet van 27 maart 1991 betreffende de rechtspositie van sommige personeelsleden van het gesubsidieerd onderwijs en de gesubsidieerde centra voor leerlingenbegeleiding en artikel 77quater, §2 en §3, van het decreet van 27 maart 1991 betreffende de rechtspositie van bepaalde personeelsleden van het gemeenschapsonderwijs;

2° de prestaties, verstrekt door de personeelsleden met verlof wegens vakbondsopdracht, vermeld in artikel 17 van de wet van 19 december 1974 tot regeling van de betrekkingen tussen de overheid en de vakbonden van haar personeel en artikel 77 van het koninklijk besluit van 28 september 1984 tot uitvoering van de wet van 19 december 1974 tot regeling van de betrekkingen tussen de overheid en de vakbonden van haar personeel;

3° de prestaties, verstrekt in het kader van de begeleiding en ondersteuning van de scholen en de centra voor leerlingenbegeleiding bij de implementatie van het decreet van 28 juni 2002 betreffende gelijke onderwijskansen I, vermeld in artikel VI.21 van dit decreet;

4° de prestaties, verstrekt ten behoeve van in de wetgevende vergaderingen van de Staat en van de gemeenschappen of de gewesten erkende politieke groepen, respectievelijk ten behoeve van de voorzitters van die groepen, vermeld in artikel 2 van het besluit van de Vlaamse Regering van 19 december 1991 betreffende het verlof dat aan de personeelsleden van het onderwijs en de centra voor leerlingenbegeleiding wordt verleend voor het verrichten van bepaalde prestaties ten behoeve van in de wetgevende vergaderingen van de Staat en van de gemeenschappen of de gewesten erkende politieke groepen, respectievelijk ten behoeve van de voorzitters van die groepen;

5° de prestaties, verstrekt door de personeelsleden met verlof, vermeld in artikel 2 van het koninklijk besluit van 21 november 1980 betreffende het verlof toegekend aan bepaalde, ter beschikking van de Koning gestelde personeelsleden van de Rijksdiensten;

6° de prestaties, verstrekt door personeelsleden in een ministerieel kabinet van een lid van een gemeenschaps- of gewestregering, van een lid van de federale regering of van een gewestelijk staatssecretaris, en bij een secretariaat, de cel algemene beleidscoördinatie en een cel algemeen beleid bij een lid van de federale regering, vermeld in artikel 2 van het besluit van de Vlaamse Regering van 28 juli 1995 betreffende het verlof om een ambt uit te oefenen in een ministerieel kabinet van een lid van een gemeenschaps- of gewestregering, van een lid van de federale regering of van een gewestelijk staatssecretaris, en bij een secretariaat, de cel algemene beleidscoördinatie en een cel algemeen beleid bij een lid van de federale regering door personeelsleden van het onderwijs en van de centra voor leerlingenbegeleiding;

7° de prestaties, verstrekt door personeelsleden als medewerker, door een regeringslid ter beschikking gesteld van zijn voorganger, vermeld in artikel 8, derde lid, van het koninklijk besluit van 19 juli 2001 betreffende de invulling van de beleidsorganen van de federale overheidsdiensten en betreffende de personeelsleden van de federale overheidsdiensten aangewezen om deel uit te maken van een kabinet van een lid van een regering of van een college van een gemeenschap of een gewest;

8° de prestaties, verstrekt door een personeelslid ter ondersteuning van het college van commissarissen van de Vlaamse Regering bij de hogescholen, vermeld in artikel 245, §2, van het decreet van 13 juli 1994 betreffende de hogescholen in de Vlaamse Gemeenschap;

9° de prestaties, verstrekt door de personeelsleden met verlof vermeld in artikel 166, §1, van het decreet Basisonderwijs van 25 februari 1997;

10° de prestaties, verstrekt door de personeelsleden met verlof, vermeld in artikel 53 van het decreet van 5 april 1995 tot oprichting van de onderhandelingscomités in het vrij gesubsidieerd onderwijs;

11° de prestaties, verstrekt door de personeelsleden met verlof,vermeld in artikel 156 van het decreet van 14 juli 1998 houdende diverse maatregelen met betrekking tot het secundair onderwijs en tot wijziging van het decreet van 25 februari 1997 betreffende het basisonderwijs;

12° de prestaties, verstrekt door personeelsleden belast met een opdracht aan een hogeschool, vermeld in artikel 2, 39°, van het decreet van 13 juli 1994 betreffende de hogescholen in de Vlaamse Gemeenschap. De ambten, uitgeoefend in de hogescholen, worden steeds beschouwd als hoofdambt.

3.3.1.2. Combinaties

1) Combinatie van vaste en tijdelijke uren

Personeelsleden die tegelijkertijd vast benoemd en tijdelijk zijn, kunnen eveneens een volledige of gedeeltelijke loopbaanonderbreking aanvragen (geen onbeperkte gedeeltelijke loopbaanonderbreking ). In dat geval blijven de basisprincipes gelden.

Opmerking: in alle voorbeelden zijn de personeelsleden voor de tijdelijke opdracht aangesteld voor een volledig schooljaar en reaffectatievrij.

Voorbeeld 1

Personeelslid is 42 jaar

14/20 V

4/20 T

Mogelijkheden voor loopbaanonderbreking :

- VLBO is mogelijk -> alle uren vallen weg.

- HLBO is mogelijk -> verschillende combinaties mogelijk,

b.v. - 8/20(V) HLBO en 6/20 (V) +4/20(T) presteren

- 4/20(V) + 4/20(T) HLBO en 10/20(V) presteren

- andere variaties nog mogelijk.

- LBO-1/5 is niet mogelijk -> het personeelslid oefent geen ambt met volledige prestaties uit.

Voorbeeld 2

Personeelslid is 39 jaar

10/20 V

10/20 T

Mogelijkheden voor loopbaanonderbreking :

- VLBO is mogelijk -> alle uren vallen weg

- HLBO is mogelijk -> verschillende combinaties mogelijk,

b.v.

- 10/20(T) HLBO en 10/20(V) presteren

- 10/20(V) HLBO en 10/20(T) presteren

- 5/20(V) + 5/20(T) HLBO en 5/20(V) + 5/20(T) presteren

- enz. ...

- LBO-1/5 is mogelijk -> verschillende combinaties mogelijk;

bv.

- 4/20 (V) LBO en 6/20 (V) + 10/20 (T) presteren;

- 4/20 (T) LBO en 6/20 (T) + 10/20 (V) presteren

Voorbeeld 3

Personeelslid is 35 jaar

4/20 V

14/20 T

Mogelijkheden voor loopbaanonderbreking :

- VLBO is mogelijk -> alle uren vallen weg.

- HLBO is mogelijk -> verschillende combinaties mogelijk,

b.v.

- 4/20(T) + 4/20(V) HLBO en10/20(T) presteren

- 7/20(T) + 1/20(V) HLBO en 7/20(T) + 3/20(V) presteren

- 8/20(T) HLBO en 6/20(T) + 4/20(V) presteren

- enz. ...

- LBO-1/5 is niet mogelijk -> het personeelslid oefent geen ambt met volledige prestaties uit.

Voorbeeld 4

Personeelslid is 43 jaar

7/24 V

5/24 T

Mogelijkheden voor loopbaanonderbreking :

- VLBO is mogelijk -> alle uren vallen weg.

- HLBO is niet mogelijk -> het personeelslid oefent immers slechts exact 1/2 F.T. opdracht uit.

- LBO-1/5 is niet mogelijk -> het personeelslid oefent geen ambt met volledige prestaties uit.

Voorbeeld 5

Personeelslid is 45 jaar

Het werkt 2/20sten (V) in het secundair onderwijs en 90% (V) in een hogeschool.

Mogelijkheden voor loopbaanonderbreking:

  • VLBO is mogelijk: alle uren vallen weg
  • HLBO is mogelijk: verschillende combinaties mogelijk
  • LBO-1/5 is mogelijk: verschillende combinaties mogelijk

Bv. 2/20 en 10% LBO-1/5 en 80% presteren in hogeschool

Bv. 20% LBO-1/5 in hogeschool – 2/20 (V) en 60% in de hogeschool presteren

Voorbeeld 6

Personeelslid is 40 jaar

4/20 V

4/20 T

Mogelijkheden voor loopbaanonderbreking :

- VLBO -> niet mogelijk (het personeelslid oefent immers geen 1/2 F.T opdracht uit./Cf. basisprincipe 1).

- GLBO -> niet mogelijk (het personeelslid kan geen 1/2 F.T opdracht blijven uitoefenen vermits het nog geen 1/2 opdracht presteert./Cf. basisprincipe 2).

- LBO-1/5 is niet mogelijk -> het personeelslid oefent geen ambt met volledige prestaties uit.

Opmerking:

Hierbij wordt nogmaals de aandacht gevestigd op het feit dat personeelsleden die een gecombineerde opdracht (vast + tijdelijk) uitoefenen, geen GLBO55+ kunnen krijgen.

2) Combinatie van prestaties in hogescholen met prestaties in andere onderwijsniveaus/-vormen

Voor het bepalen van het aantal prestatie-eenheden voor de toepassing van de basisprincipes inzake loopbaanonderbreking, wordt eveneens rekening gehouden met de prestaties verstrekt in instellingen voor hoger onderwijs, genoemd in het decreet van 13 juli 1994 betreffende de hogescholen in de Vlaamse Gemeenschap.

Concreet betekent dit dat de prestaties geleverd in hogescholen mee in aanmerking genomen worden voor het vaststellen van :

- de prestaties die het personeelslid moet blijven uitoefenen in geval van een halftijdse loopbaanonderbreking of loopbaanonderbreking met een vijfde;

- het opdrachtvolume waarvoor de loopbaanonderbreking genomen wordt.

Voorbeeld 1

Personeelslid is 47 jaar

10/20(V) in secundair onderwijs + 50%(V) in de hogeschool.

Mogelijkheden voor loopbaanonderbreking :

- VLBO is mogelijk -> alle uren vallen weg.

- HLBO is mogelijk -> verschillende combinaties zijn mogelijk, zolang het personeelslid 1/2 F.T opdracht blijft presteren, b.v. :

- 10/20 (sec. ond.) HLBO en 50 % (hogescholen) presteren;

- 50% (hogescholen) HLBO en 10/20 (sec. ond.) presteren;

- 5/20 (sec. ond.) + 25% (hogescholen) HLBO en 5/20 (sec. ond.) + 25% (hogescholen) presteren;

- 3/20 (sec. ond.) + 35% (hogescholen) HLBO en 7/20 (sec. ond.) + 15% (hogescholen) presteren;

- enz. ...

Voorbeeld 2

Personeelslid is 35 jaar.

6/20(V) in het secundair onderwijs + 50%(T) in de hogeschool.

Mogelijkheden voor loopbaanonderbreking :

- VLBO is mogelijk -> alle uren vallen weg.

- HLBO is mogelijk -> verschillende combinaties zijn mogelijk, zolang het personeelslid 1/2 F.T opdracht blijft presteren, b.v. :

- 6/20 (sec. ond.) HLBO en 50% (hogeschool) presteren;

- 30% (hogeschool) HLBO en 20% (hogeschool) + 6/20 (sec. ond.) presteren;

- 10% (hogeschool) + 4/20 (sec. ond.) HLBO en 40% (hogeschool) + 2/20 (sec. ond.) presteren;

- enz. ...

Voorbeeld 3

Personeelslid is 36 jaar.

8/20 (V) in het secundair onderwijs + 6/22 (V) in het DKO +

30 % (T) in de hogeschool.

Mogelijkheden voor loopbaanonderbreking :

- VLBO is mogelijk -> alle uren vallen weg.

- HLBO is mogelijk -> verschillende combinaties zijn mogelijk, zolang het personeelslid 1/2 F.T opdracht blijft presteren, b.v. :

- 6/22 (DKO) + 20 % (hogeschool) HLBO en 8/20 (sec. ond.) + 10 % (hogeschool) presteren;

- 4/20 (sec. ond.) + 6/22 (DKO) HLBO en 30 % (hogeschool) + 4/20 (sec. ond.) presteren;

- 30 % (hogeschool) + 3/20 (sec. ond.) HLBO en 6/22 (DKO) + 5/20 (sec. ond.) presteren (=>in dit geval worden de nog te verrichten prestaties afgerond naar de hogere eenheid, tot een volledig uur);

- enz. ...

Voorbeeld 4

Personeelslid is 45 jaar

40 % (V) in de hogeschool en 8/20 (V) in het secundair onderwijs.

Mogelijkheden voor loopbaanonderbreking :

- VLBO is mogelijk -> alle uren vallen weg.

- HLBO is mogelijk -> verschillende combinaties zijn mogelijk, zolang het personeelslid 1/2 F.T opdracht blijft presteren, b.v. :

- 6/20 (sec. ond.) HLBO en 2/20 (sec. ond.) + 40 % (hogeschool) presteren;

- 30 % (hogeschool) HLBO en 10 % (hogeschool) + 8/20 (sec. ond.) presteren;

- enz. ...

3.3.2. Begin en einde van de LBO

3.3.2.1. Begindatum

3.3.2.1.1. Volledige en gedeeltelijke loopbaanonderbreking

3.3.2.1.1.1. Alle personeelsleden met uitzondering van het administratief personeel en het meesters-, vak en dienstpersoneel.

Voor alle in punt 2.1. genoemde personeelsleden, met uitzondering van de personeelsleden opgesomd in punt 3.3.2.1.1.2., begint de loopbaanonderbreking op 1 september of 1 oktober van het school- of dienstjaar.

Een inkrimping of uitbreiding van de loopbaanonderbreking gedurende het schooljaar is niet mogelijk.

Uitzondering 1: na bevallingverlof

Sinds 1 september 2007 is de uitzondering op de ingangsdatum voor personeelsleden die met bevallingsverlof zijn, eveneens van toepassing op personeelsleden die met verlof wegens bedreiging door een beroepsziekte of wegens moederschapsbescherming zijn.

In afwijking van de hiervoor vermelde mogelijke ingangsdata, wordt de onderbreking van de beroepsloopbaan voor de in dit punt genoemde personeelsleden toegestaan op de dag na het einde van het bevallingsverlof, het verlof wegens moederschapsbescherming of wegens bedreiging door een beroepsziekte indien zij op 1 september of op 1 oktober van het school- of dienstjaar, of op beide data, met bevallingsverlof, met verlof wegens moederschapsbescherming of met verlof wegens bedreiging door een beroepsziekte zijn.

Voorbeeld

Een tijdelijke kleuteronderwijzeres wordt op 1 september 2012 voor minstens een halve betrekking aangesteld voor het volledige schooljaar 2012-2013. Betrokkene presteert effectief van 1-9-2012 tot en met 30 september 2012. Vanaf 1 oktober 2012 is zij met bevallingsverlof. Na haar bevallingsverlof wenst zij een volledige loopbaanonderbreking te nemen. Als vermoedelijke bevallingsdatum werd 06-11-2012 opgegeven. De werkelijke bevallingsdatum is 04-11-2012. Het bevallingsverlof (= 105 dagen) eindigt op 13-1-2013.

De volledige loopbaanonderbreking moet in dit geval dus ingaan op 14-1-2013.

Opmerking - Specifieke situatie (verlenging prenataal verlof)

Indien in hetzelfde voorbeeld de werkelijke bevallingsdatum pas 14-11-2012 zou zijn, zou het maximum toegestane prenataal verlof (= 6 weken) overschreden zijn. Het prenataal verlof wordt dan echter verlengd tot de vooravond van de effectieve bevalling. In het huidige geval zou de toestand van het betrokken personeelslid dan als volgt zijn :

- van 01-10-2012 t.e.m. 11-11-2012

prenataal verlof: 42 dagen

- van 12-11-2012 t.e.m. 13-11-2012

verlenging prenataal verlof: 2 dagen

van 14-11-2007 t.e.m. 15-1-2013

postnataal verlof: 63 dagen

- Totaal: 107 dagen

Ondanks de verlenging van het prenataal verlof kan dit personeelslid na haar bevallingsverlof een loopbaanonderbreking krijgen. Deze loopbaanonderbreking moet dus ingaan op 16-1-2013.

Uitzondering 2: na volledig ouderschapsverlof

In afwijking van de hiervoor vermelde mogelijke ingangsdata, kunnen de personeelsleden vermeld in dit punt een volledige loopbaanonderbreking nemen op de dag na het einde van een volledig ouderschapsverlof, op voorwaarde dat ze dit bij de aanvang van het volledig ouderschapsverlof hebben meegedeeld.

Uitzondering 3: na gedeeltelijk ouderschapsverlof

Sinds 1 september 2007 kunnen de personeelsleden vermeld in dit punt, in afwijking van de hiervoor vermelde mogelijke ingangsdata, een gedeeltelijke loopbaanonderbreking nemen op de dag na het einde van een gedeeltelijk ouderschapsverlof, op voorwaarde dat ze dit bij de aanvang van het gedeeltelijk ouderschapsverlof hebben meegedeeld.

M.a.w., voor het onderwijzend personeel mag een periode van volledig ouderschapsverlof (VLBOOV), onmiddellijk aansluitend, gevolgd worden door een volledige loopbaanonderbreking (VLBO). Een periode van halftijds ouderschapsverlof (HLBOOV) mag, onmiddellijk aansluitend, gevolgd worden door een gewone halftijdse loopbaanonderbreking (HLBO) of een halftijdse loopbaanonderbreking vanaf de leeftijd van 55 jaar (HLBO55+).

Op dezelfde manier mag een periode van ouderschapsverlof met een vijfde (LBOOV-1/5), onmiddellijk aansluitend, gevolgd worden door een gewone loopbaanonderbreking met een vijfde (LBO-1/5) of een loopbaanonderbreking met een vijfde vanaf de leeftijd van 55 jaar (LBO55+-1/5).

Deze volledige of gedeeltelijke loopbaanonderbreking eindigt dan op een voor dat stelsel reglementair voorziene datum.

Opgelet:

Opdat een lid van het onderwijzend personeel onmiddellijk aansluitend aan een periode van ouderschapsverlof een loopbaanonderbreking zou kunnen verkrijgen, dient het dit voornemen reeds vóór de aanvang van het ouderschapsverlof aan zijn inrichtende macht/de Vlaamse Regering mee te delen. Zowel voor het volledig of gedeeltelijk ouderschapsverlof als voor de volledige respectievelijk de gedeeltelijke loopbaanonderbreking is een afzonderlijke aanvraag vereist. Verder moet ook de onderwijsadministratie zo spoedig mogelijk in kennis worden gesteld van het voornemen van het personeelslid en moeten alle voorgeschreven formaliteiten tijdig worden vervuld. De C62 moet zo snel mogelijk bezorgd worden aan het bevoegde werkstation.

Voorbeeld:

Een onderwijzeres vraagt voltijds ouderschapsverlof (VLBOOV) voor de periode van 9 januari 2012 t.e.m. 8 april 2012 (= 3 maanden).

Vanaf 9 april 2012 kan betrokkene een volledige loopbaanonderbreking (VLBO) krijgen t.e.m. 31/8/2012 (geen GLBO). Vóór de aanvang van de VLBOOV dient het personeelslid zijn voornemen m.b.t. de VLBO mee te delen. Zowel voor de VLBOOV als voor de VLBO dienen alle noodzakelijke formaliteiten tijdig vervuld te worden.

Uitzondering 4: na ouderschapsverlof in het kader van loopbaanonderbreking, loopbaanonderbreking voor medische bijstand of loopbaanonderbreking voor palliatieve zorgen

Sinds 1 september 2007 kan een personeelslid aan wie een volledige of gedeeltelijke loopbaanonderbreking werd toegekend, er tijdens deze gewone volledige of gedeeltelijke loopbaanonderbreking voor opteren om ouderschapverlof op te nemen of aan een persoon medische bijstand of palliatieve zorgen te verstrekken, op voorwaarde dat hij nadien zijn gewone volledige of gedeeltelijke loopbaanonderbreking verder zet in hetzelfde volume als de loopbaanonderbreking die hij aanvankelijk was gestart. In dat geval moet de volledige of gedeeltelijke loopbaanonderbreking opnieuw aansluitend beginnen op de dag na het einde van het ouderschapsverlof in het kader van loopbaanonderbreking, de loopbaanonderbreking voor medische bijstand of voor palliatieve zorgen. Zie verder punt 5.4.1.

3.3.2.1.1.2. De leden van het administratief personeel en het statutair meesters-, vak- en dienstpersoneel

Voor:

- het administratief personeel;

- de administratief medewerker van het ondersteunend personeel (secundair onderwijs en volwassenenonderwijs);

- de administratief medewerker van het beleids- en ondersteunend personeel (basisonderwijs);

- het statutair meesters-, vak- en dienstpersoneel:

begint de loopbaanonderbreking op de eerste dag van een overeen te komen maand. Zij wordt toegestaan voor een periode van ten minste zes maanden en van ten hoogste één jaar.

Uitzondering: na ouderschapsverlof in het kader van loopbaanonderbreking, loopbaanonderbreking voor medische bijstand of loopbaanonderbreking voor palliatieve zorgen

Sinds 1 september 2007 kan een personeelslid aan wie een volledige of gedeeltelijke loopbaanonderbreking werd toegekend, er tijdens deze gewone volledige of gedeeltelijke loopbaanonderbreking voor opteren om ouderschapverlof op te nemen of aan een persoon medische bijstand of palliatieve zorgen te verstrekken, op voorwaarde dat hij nadien zijn gewone volledige of gedeeltelijke loopbaanonderbreking verder zet in hetzelfde volume als de loopbaanonderbreking die hij aanvankelijk was gestart. In dat geval moet de volledige of gedeeltelijke loopbaanonderbreking opnieuw aansluitend beginnen op de dag na het einde van het ouderschapsverlof in het kader van loopbaanonderbreking, de loopbaanonderbreking voor medische bijstand of voor palliatieve zorgen. Zie verder punt 5.4.1.

3.3.2.1.2. Onbeperkte gedeeltelijke loopbaanonderbreking vanaf de leeftijd van 55 jaar

De “onbeperkte gedeeltelijke loopbaanonderbreking vanaf de leeftijd van 55 jaar” dient aan te vangen op 1 september of 1 oktober na het bereiken van de leeftijd van 55 jaar.

Voorbeeld 1

Een vast benoemd personeelslid (voltijds) wordt 55 jaar op 24 augustus 2012.

=> De GLBO55+ kan ten vroegste ingaan op 1-9-2012 of op 1-10-2012.

Voorbeeld 2

Een vast benoemd personeelslid (voltijds) wordt 55 jaar op 27 september 2013.

=> De GLBO55+ kan ten vroegste ingaan op 1-10-2013.

Voorbeeld 3

Een vast benoemd personeelslid (voltijds) is reeds 57 jaar sinds 17 april 2012.

=> De GLBO55+ kan uiteraard ingaan op 1-9-2012 of op 1-10-2012.

Voorbeeld 4

Een vast benoemd personeelslid (17/20) wordt 55 jaar op 3 oktober 2012.

=> De GLBO55+ kan pas ten vroegste ingaan op 1 september 2013.

Opgelet : enkel HLBO 55+ is mogelijk. GLBO55+ met 1/5 is niet mogelijk

-> niet belast met een voltijdse opdracht

Voorbeeld 5

Een vast benoemd personeelslid (voltijds) wordt 55jaar op 1 oktober 2012.

De GLBO55+ kan pas ingaan vanaf 1 september of 1 oktober na het bereiken van de leeftijd van 55 jaar, m.a.w. ten vroegste op 1 september 2013.

Dit principe geldt voor alle vast benoemde personeelsleden die onder het toepassingsgebied van deze omzendbrief ressorteren, dus eveneens voor het administratief en het statutair meesters-, vak- en dienstpersoneel.

3.3.2.1.3. Loopbaanonderbreking om een beroepsopleiding te volgen

Een loopbaanonderbreking kan toegestaan worden voor de periode voor het volgen van een beroepsopleiding. Dit impliceert dat de begindatum van een dergelijke loopbaanonderbreking samenvalt met de aanvangsdatum van de beroepsopleiding.

3.3.2.2. Einddatum

3.3.2.2.1. Gewone situatie

3.3.2.2.1.1. Volledige en gedeeltelijke loopbaanonderbreking (VLBO en GLBO)

Voor alle personeelsleden, met uitzondering van de hieronder opgesomde, eindigt de loopbaanonderbreking in elk geval op 31 augustus van het school- of dienstjaar.

Voor:

• het administratief personeel;

• het statutair meesters-, vak- en dienstpersoneel;

• de administratief medewerker van het ondersteunend personeel (secundair onderwijs en volwassenenonderwijs);

• de administratief medewerker van het beleids- en ondersteunend personeel (basisonderwijs)

eindigt de onderbreking van de beroepsloopbaan bij het verstrijken van de periode waarvoor ze werd aangevraagd (= steeds op de laatste dag van de maand).

3.3.2.2.1.2. Loopbaanonderbreking om een beroepsopleiding te volgen

De loopbaanonderbreking om een beroepsopleiding te volgen wordt toegestaan voor de periode die noodzakelijk is om de opleiding te volgen. Zij eindigt derhalve op dezelfde datum als de beroepsopleiding zelf.

3.3.2.2.2. Voortijdige beëindiging van de volledige en gedeeltelijke loopbaanonderbreking en van de onbeperkte gedeeltelijke loopbaanonderbreking vanaf de leeftijd van 55 jaar

3.3.2.2.2.1. Mogelijkheden

Om uitzonderlijke familiale redenen en mits een opzegging van één maand, kan het personeelslid dat zijn loopbaan onderbroken heeft, van de Vlaamse minister bevoegd voor het onderwijs of van zijn gemachtigde de toelating krijgen om zijn ambt opnieuw op te nemen of opnieuw volledig uit te oefenen vooraleer de periode van onderbreking van de beroepsloopbaan verstreken is.

Deze opzegging moet, volgens bijgaand model (bijl. 3), gericht worden aan de Vlaamse minister, bevoegd voor het onderwijs, door tussenkomst en met akkoord van de inrichtende macht.

Voor de personeelsleden van de inspectie en van de dienst Curriculum wordt deze opzegging via hiërarchische weg gericht aan de Vlaamse Regering.

Naast bovenstaande mogelijkheid, hebben de personeelsleden aan wie een onbeperkte gedeeltelijke loopbaanonderbreking vanaf de leeftijd van 55 jaar (GLBO55+) werd toegekend, de mogelijkheid om hun ambt opnieuw volledig uit te oefenen met ingang van 1 september. Ze moeten hun voornemen meedelen aan de inrichtende macht/de Vlaamse Regering vóór 1 mei. In dit geval is bijlage 3 niet vereist.

3.3.2.2.2.2. Beperkingen

- De personeelsleden van het onderwijs, met uitzondering van de personeelsleden vermeld in punt 3.3.2.2.1.1.,kunnen in geen geval hun ambt weer opnemen of opnieuw volledig uitoefenen na de eerste mei van het school- of dienstjaar.

- Er wordt nogmaals op gewezen dat een personeelslid aan wie een onbeperkte gedeeltelijke loopbaanonderbreking vanaf de leeftijd van 55 jaar (GLBO55+) werd toegekend en die de toelating heeft gekregen om zijn ambt opnieuw volledig op te nemen, tijdens zijn verdere loopbaan niet meer terug kan intreden in dat stelsel. (cf. punt 3.2.3. hiervoor).

- Een loopbaanonderbreking voor het volgen van een beroepsopleiding kan niet worden stopgezet om uitzonderlijke familiale redenen.

3.3.2.2.2.3. Kennisgeving aan de Rijksdienst voor Arbeidsvoorziening

De Vlaamse minister bevoegd voor het onderwijs of zijn gemachtigde stelt, binnen vijftien dagen na de beslissing, de Rijksdienst voor Arbeidsvoorziening, Directie Reglementering tijdskrediet en buitendiensten, Dienst loopbaanonderbreking, Keizerslaan 7 te 1000 BRUSSEL, in kennis van de datum waarop het personeelslid een einde maakt aan zijn loopbaanonderbreking.

3.3.2.2.3. Definitief einde van de loopbaanonderbreking

Een loopbaanonderbreking neemt alleszins een einde op de vooravond van de dag :

- van de pensionering van het personeelslid;

- waarop voor het personeelslid een terbeschikkingstelling wegens persoonlijke aangelegenheden voorafgaand aan het rustpensioen aanvangt.

Een personeelslid met loopbaanonderbreking kan dus, zonder effectieve werkhervatting, overstappen naar een rustpensioen of naar een terbeschikkingstelling wegens persoonlijke aangelegenheden voorafgaand aan het rustpensioen. Deze overstap kan ook gebeuren na 1 mei.

Een loopbaanonderbreking eindigt eveneens definitief wanneer de maximum toegelaten duur van 60 maanden volledige en 60 maanden gedeeltelijke loopbaanonderbreking bereikt is (zie 3.3.3.).

3.3.3. Maximumduur van de loopbaanonderbreking

3.3.3.1. Volledige (VLBO) en gedeeltelijke (GLBO) loopbaanonderbreking

De totale duur van de volledige loopbaanonderbreking (VLBO) mag voor de ganse loopbaan niet meer dan 60 maanden bedragen.

De totale duur van de gedeeltelijke loopbaanonderbreking (GLBO)mag voor de ganse loopbaan niet meer dan 60 maanden bedragen. Dit betekent dat de halftijdse loopbaanonderbreking en de loopbaanonderbreking met een vijfde samengeteld worden voor het berekenen van de 60 maanden gedeeltelijke loopbaanonderbreking. De onbeperkte gedeeltelijke loopbaanonderbreking vanaf de leeftijd van 55 jaar (of in uitzonderlijke gevallen vanaf 50 jaar – zie punt 3.2.3.) telt hiervoor niet mee.

Bijgevolg kan, bovenop de mogelijkheid van onbeperkte gedeeltelijke loopbaanonderbreking vanaf de leeftijd van 55 jaar (GLBO55+), tien jaar loopbaanonderbreking worden opgenomen, waarvan 60 maanden volledige en60 maanden gedeeltelijke loopbaanonderbreking.

Het maximum van 60 maanden volledige en 60 maanden gedeeltelijke loopbaanonderbreking wordt wel verminderd met de duur van periodes van volledige of gedeeltelijke loopbaanonderbreking, naargelang het geval, die het personeelslid reeds genoten heeft krachtens gelijk welke wettelijke of reglementaire tekst genomen in uitvoering van de herstelwet van 22 januari 1985 houdende sociale bepalingen.

Dit betekent dat de periodes van loopbaanonderbreking genomen in andere sectoren in mindering gebracht moeten worden van het krediet voor loopbaanonderbreking in het onderwijs.

Voorbeeld:

Een personeelslid werkte van 1 januari 1990 tot en met 31 december 1997 in de openbare sector. Gedurende die periode nam hij 3 jaar volledige loopbaanonderbreking. Sinds 1 januari 1997 werkt hij in het onderwijs. Hij nam in zijn onderwijscarrière eveneens twee jaar volledige loopbaanonderbreking. Dit betekent dat zijn krediet van 60 maanden volledige loopbaanonderbreking op is.

Sinds 1 september 2007 kunnen de personeelsleden het resterende aantal van minder dan 11 of 12 maanden loopbaanonderbreking waarop ze nog recht hebben, opnemen.

Voorbeeld 1

Een personeelslid heeft in het verleden 57 maanden volledige loopbaanonderbreking opgenomen.

Dit personeelslid heeft bijgevolg nog recht op 3 maanden volledige loopbaanonderbreking.

Dit personeelslid kan bijgevolg een loopbaanonderbreking nemen voor de duur van 3 maanden op de voorziene data.

Dus LBO van 1/9/2012 tot en met 30/11/2012 of van 1/10/2012 tot en met 31/12/2012.

Voorbeeld 2

Een personeelslid heeft in het verleden 52maanden en 15 dagen gedeeltelijke loopbaanonderbreking genomen.

Dit personeelslid heeft bijgevolg nog recht op 7 maanden en 15 dagen gedeeltelijke loopbaanonderbreking.

Het kan bijgevolg loopbaanonderbreking aanvangen voor de duur van 7 maanden en twee weken.

Dus LBO van 1/9/2012 tot en met 15/4/2013 of van 1/10/2012 tot en met 15/5/2013.

3.3.3.2. Onbeperkte gedeeltelijke loopbaanonderbreking vanaf de leeftijd van 55 jaar (GLBO55+)

De onbeperkte gedeeltelijke loopbaanonderbreking vanaf de leeftijd van 55 jaar (GLBO55+) vangt ten vroegste aan op 1 september of 1 oktober volgend op het bereiken van de leeftijd van 55 jaar en duurt uiterlijk tot aan de vooravond van de pensionering.

3.3.3.3. Loopbaanonderbreking om een beroepsopleiding te volgen (VLBOBO en GLBOBO)

De loopbaanonderbreking om een beroepsopleiding te volgen (VLBOBO en GLBOBO) behelst de periode van de opleiding. De duur van de beroepsopleiding moet blijken uit het attest, afgeleverd door de Vlaamse Dienst voor Arbeidsbemiddeling of de onderwijs- of vormingsinstelling, dat het betrokken personeelslid bij zijn aanvraag moet voegen.

De periode van loopbaanonderbreking om een beroepsopleiding te volgen (zowel volledige als gedeeltelijke) wordt WEL afgetrokken van de in punt 3.3.3.1. hiervoor vermelde duur van 60 maanden volledige en 60 maanden gedeeltelijke loopbaanonderbreking waarop een personeelslid tijdens zijn hele loopbaan aanspraak kan maken.

3.3.4. Toekenning van de loopbaanonderbreking

3.3.4.1. Volledige en halftijdse loopbaanonderbreking

Voor de hierna vermelde soorten loopbaanonderbreking :

- de volledige loopbaanonderbreking (VLBO);

- de halftijdse loopbaanonderbreking (HLBO);

- de onbeperkte halftijdse loopbaanonderbreking vanaf 55 jaar (HLBO55+);

- de volledige en halftijdse loopbaanonderbreking om een beroepsopleiding te volgen (VLBOBO en HLBOBO),

bestaat geen absoluut recht voor het personeelslid om ze te krijgen.

Sinds 1 januari 1997 bestaat er echter wel een “geconditioneerd” recht op vermelde soorten loopbaanonderbreking. Dit “geconditioneerde” recht houdt in dat de loopbaanonderbreking moet worden toegestaan als er een kandidaat-vervanger is die gelijktijdig voldoet aan volgende voorwaarden:

- in het bezit zijn van het vereiste bekwaamheidsbewijs. De inrichtende macht kan de eventuele vereiste nuttige ervaring nagaan op dezelfde wijze als tot op heden bij haar gebruikelijk was voor een gewone aanwerving;

- voldoen aan de eisen van het opvoedingsproject van de inrichtende macht.

Het geconditioneerd recht geldt voor een periode van vijf jaar, ongeacht of de loopbaan volledig of halftijds onderbroken wordt.

In geval van weigering moet de inrichtende macht/de Vlaamse Regering haar weigering schriftelijk motiveren en uiterlijk zeven kalenderdagen vóór de aanvang van de loopbaanonderbreking meedelen zowel aan het personeelslid dat de loopbaanonderbreking aanvraagt, als aan de kandidaat-vervanger.

Eens toegestaan geldt het “geconditioneerd” recht voor de volledige periode van GLBO55+.

3.3.4.2. Loopbaanonderbreking met een vijfde

De loopbaanonderbreking met een vijfde is een gunst voor het personeelslid. De loopbaanonderbreking met een vijfde kan door de inrichtende macht worden toegestaan.

3.3.5. Procedure en administratieve verplichtingen

3.3.5.1. Tussenkomst van de onderwijsadministratie

De onderwijsadministratie komt niet tussen in de aanvraagprocedure.

3.3.5.2. Aanvraag bij de inrichtende macht/de Vlaamse Regering

De aanvraag voor de leden van de inspectie en van de dienst Curriculum moet gebeuren bij de Vlaamse Regering.

Voor de overige personeelsleden gebeurt de aanvraag bij de inrichtende macht.

3.3.5.2.1. Indiening bij de inrichtende macht/de Vlaamse Regering

Het personeelslid dat zijn loopbaan wenst te onderbreken, moet zijn aanvraag indienen bij de inrichtende macht van de instelling(en) of het centrum/de centra waarbij het tewerkgesteld is.

De personeelsleden van de inspectie en van de dienst Curriculum dienen hun aanvraag in bij de Vlaamse Regering.

In de aanvraag moet de datum opgegeven worden waarop het personeelslid wenst dat de loopbaanonderbreking zou aanvangen, evenals de duur van de onderbreking. Bovendien moet in de aanvraag gepreciseerd worden dat het gaat om een volledige of om een gedeeltelijke loopbaanonderbreking.

De aanvraag dient te gebeuren door middel van formulier C61.

Volgende documenten dienen als bijlage bij de aanvraag te worden gevoegd:

a) altijd:

een volledig overzicht van de prestaties waarvoor het personeelslid vast benoemd en/of tijdelijk aangesteld is op de aanvangsdatum van de aangevraagde loopbaanonderbreking, inclusief de TBSOB-uren waarvoor men niet gereaffecteerd of wedertewerkgesteld is;

b) in geval van onbeperkte gedeeltelijke loopbaanonderbreking vanaf de leeftijd van 55 jaar (GLBO55+):

er is geen extra document vereist. De vroegere verbintenisverklaring is afgeschaft en moet bijgevolg niet meer worden toegevoegd.

c) in geval van volledige of gedeeltelijke loopbaanonderbreking om een beroepsopleiding te volgen (VLBOBO en GLBOBO):

een attest van de Vlaamse Dienst voor Arbeidsbemiddeling (VDAB), de onderwijs- of vormingsinstelling waaruit de inschrijving voor, de aanvangsdatum, de duur en het aantal lesuren van de beroepsopleiding blijken.

Opmerking:
Indien het betrokken personeelslid tegelijkertijd een loopbaanonderbreking krijgt bij verschillende inrichtende machten, moet het door elk van hen een formulier C61 laten invullen.

3.3.5.2.2. Beslissing van de inrichtende macht/de Vlaamse Regering

De inrichtende macht of de Vlaamse Regering dient haar principiële beslissing mee te delen aan het personeelslid binnen vijftien kalenderdagen te rekenen vanaf de ontvangst van de aanvraag.

Het invullen en overhandigen van het formulier C61 geldt als formele en definitieve toestemming vanwege de inrichtende macht of de Vlaamse Regering.

Sinds 1 januari 1997 dient rekening te worden gehouden met een zgn. “geconditioneerd recht” inzake loopbaanonderbreking. Dit geconditioneerde recht houdt in dat de loopbaanonderbreking nog slechts kan geweigerd worden in geval van overmacht. Ter zake wordt verwezen naar punt 3..3.4. hiervoor.

Ingeval van weigering moet de inrichtende macht/de Vlaamse Regering haar weigering schriftelijk motiveren en uiterlijk zeven kalenderdagen vóór de aanvang van de loopbaanonderbreking meedelen zowel aan het personeelslid dat de loopbaanonderbreking aanvraagt, als aan de kandidaat-vervanger.

3.3.5.2.3. Formulier C61

Het aanvraagformulier C61 vindt u respectievelijk als bijlage 1 van deze omzendbrief. De formulieren kunnen eveneens verkregen worden bij de Werkloosheidsbureaus op de website van de RVA: www.rva.be.

Rubriek I van deze formulieren dient ingevuld te worden door het betrokken personeelslid.

Rubriek II dient ingevuld te worden door de inrichtende macht of haar gemandateerde.

3.3.5.3. Indiening formulier C61 bij de Rijksdienst voor Arbeidsvoorziening

3.3.5.3.1. Uitkeringsaanvraag

De indiening door het personeelslid van het formulier C61 bij de Rijksdienst voor Arbeidsvoorziening - Werkloosheidsbureau - Dienst onderbrekingsuitkeringen, van zijn woonplaats, geldt als aanvraag tot het verkrijgen van de onderbrekingsuitkeringen.

Opmerking:
Indien het betrokken personeelslid tegelijkertijd een loopbaanonderbreking krijgt bij verschillende inrichtende machten, moet het door elk van hen ingevulde formulier GELIJKTIJDIG ingediend worden bij voornoemd Werkloosheidsbureau.

3.3.5.3.2. Bijlagen bij de aanvraag tot het verkrijgen van de onderbrekingsuitkeringen

Bij voormelde formulieren C61 moet ook een volledig overzicht van de prestaties waarvoor het personeelslid vast benoemd en/of tijdelijk aangesteld is op de aanvangsdatum van de aangevraagde loopbaanonderbreking toegevoegd worden.

Afhankelijk van het type loopbaanonderbreking dat wordt aangevraagd, dient eveneens het vereiste document vermeld in punt 3.3.5.2.1. hiervoor, bij de aanvraag om uitkeringen te worden gevoegd.

3.3.5.3.3. Aanvraag verhoogde uitkering wegens kinderen ten laste

Het personeelslid dat een verhoogde uitkering wil wegens kinderen ten laste vervult de formaliteiten vermeld in de punten hiervoor. Hij moet daarbij eveneens volgende documenten bij het Werkloosheidsbureau indienen:

- een uittreksel uit de geboorteakte of een kopie van het vonnis dat de adoptie-akte heeft gehomologeerd;

- een attest van de kas voor kinderbijslag.

3.3.5.3.4. Verzending bij aangetekende brief

Het betrokken personeelslid draagt de verantwoordelijkheid voor het indienen van de uitkeringsaanvraag en van de bijlagen ervan. Hij heeft er dus alle belang bij deze documenten na te kijken.

De aanvraag moet door het personeelslid bij voorkeur per aangetekend schrijven worden ingediend bij het werkloosheidsbureau van het ambtsgebied waarin hij verblijft.

3.3.5.3.5. Termijn voor het indienen van de aanvraag bij de R.V.A.

Voor een vlotte afhandeling moet de aanvraag voor onderbrekingsuitkering op het werkloosheidsbureau toe komen binnen de termijn van twee maanden die ingaat de dag na de aanvang van de loopbaanonderbreking.

Deze aanvraag wordt geacht ontvangen te zijn door het werkloosheidsbureau op de derde werkdag na de afgifte ervan bij de post (poststempel bewijskrachtig).

De aanvullende documenten nodig om te genieten van een verhoogde uitkering (zie punt 3.3.5.3.3.) moeten niet worden ingediend binnen de voorziene termijn voor de uitkeringsaanvraag maar moeten bij het werkloosheidsbureau aankomen vóór het einde van de voorziene loopbaanonderbreking. Het is nochtans in het belang van het personeelslid deze documenten zo vlug mogelijk in te dienen, aangezien de verhoging pas zal worden toegekend na de ontvangst van deze documenten, weliswaar met terugwerkende kracht.

3.3.5.3.6. Toekenning of weigering van de loopbaanonderbreking door het werkloosheidsbureau

De beslissing tot toekenning of weigering van de loopbaanonderbreking wordt genomen door de directeur van het Werkloosheidsbureau. Dit gebeurt door middel van het formulier C 62.

Toekenning

Bij toekenning wordt één exemplaar van het formulier C 62 door het Werkloosheidsbureau naar het betrokken personeelslid gestuurd.

Weigering

Bij weigering moet het betrokken personeelslid vooraf gehoord worden. Indien het personeelslid de dag van de oproeping belet is, mag het vragen het verhoor te verdagen tot een latere datum die niet later mag vallen dan vijftien dagen na die welke voor het eerste verhoor was vastgesteld. Behoudens gevallen van overmacht wordt het uitstel maar éénmaal verleend.

Het personeelslid kan zich laten vertegenwoordigen of bijstaan door een advocaat of door een vertegenwoordiger van een representatieve werknemersorganisatie (cf. artikel 24, derde lid, K.B. 2 januari 1991 - B.S. 12 januari 1991). De weigering op het formulier C 62 wordt bij een ter post aangetekende brief aan het personeelslid meegedeeld. Deze brief wordt geacht toegekomen te zijn op de derde werkdag na de afgifte ervan ter post. Een afschrift van de beslissing wordt gezonden aan de inrichtende macht waaronder het personeelslid ressorteert.

3.3.5.4. Formaliteiten t.o.v. de onderwijsadministratie

3.3.5.4.1. Mededeling

Een loopbaanonderbreking dient steeds onverwijld als volgt aan het/de bevoegde werkstation(s) van het Agentschap voor Onderwijsdiensten en/of het Agentschap voor Hoger Onderwijs, Volwassenenonderwijs en Studietoelagen te worden meegedeeld:

Volledige loopbaanonderbreking: RL-2

Gedeeltelijke loopbaanonderbreking: RL-1

Opmerking : M.b.t. de te gebruiken codes wordt verwezen naar de “Gebruikershandleiding - Opsturen van berichten”.

Een afschrift van het formulier C62 moet via de post naar het bevoegde werkstation worden gezonden. Deze kopie kan ook elektronisch verzonden worden naar dit e-mailadres: documenten.onderwijspersoneel@ond.vlaanderen.be.

Volgende verantwoordingsstukken blijven ter beschikking in de school en moeten dus niet meer naar het bevoegde werkstation worden gezonden:

a) in geval van onbeperktegedeeltelijke loopbaanonderbreking vanaf de leeftijd van 55 jaar (GLBO55+)

er is geen extra document vereist. De vroegere verbintenisverklaring is afgeschaft.

b) in geval van volledige of gedeeltelijke loopbaanonderbreking om een beroepsopleiding te volgen (VLBOBO en GLBOBO):

een kopie van het attest van de Vlaamse Dienst voor Arbeidsbemiddeling (VDAB), de onderwijs- of vormingsinstelling waaruit de inschrijving voor, de aanvangsdatum, de duur en het aantal lesuren van de beroepsopleiding blijken.

3.3.5.4.2. Mogelijke weigering van de loopbaanonderbreking door de onderwijsadministratie

Hoewel de onderwijsadministratie niet tussenkomt in de aanvraagprocedure, zal het toch het verlof voor loopbaanonderbreking weigeren indien bij de behandeling van het dossier wordt vastgesteld dat de loopbaanonderbreking door de inrichtende macht/de Vlaamse Regering toegekend werd en door de R.V.A. aanvaard werd, met miskenning van de voorwaarden en basisprincipes die ter zake tot de bevoegdheid van de Vlaamse Gemeenschap behoren.

In voorkomend geval zal de weigering onverwijld schriftelijk en gemotiveerd meegedeeld worden aan:

. het betrokken personeelslid;

. de betrokken inrichtende macht(en)/de Vlaamse Regering;

. de Rijksdienst voor Arbeidsvoorziening.

3.3.5.5. Vervanging

In voorkomend geval gebeurt de aanstelling van de vervanger met eerbiediging van de statutaire regels inzake werving. De reglementaire bepalingen met betrekking tot reaffectatie of wedertewerkstelling van personeelsleden die ter beschikking zijn gesteld blijven van toepassing.

De periode van tewerkstelling van de vervanger mag in geen geval de duur van de loopbaanonderbreking van de titularis overtreffen.

4. Specifieke stelsels

4.1. Loopbaanonderbreking voor ouderschapsverlof

4.1.1. Mogelijkheden

De in punt 2 genoemde personeelsleden (dus ook de contractuele personeelsleden) hebben het recht om hun beroepsloopbaan volledig of gedeeltelijk te onderbreken om ouderschapsverlof in het kader van de loopbaanonderbreking op te nemen. Voor elk kind hebben ze recht op ouderschapsverlof.

Dit ouderschapsverlof in het kader van de loopbaanonderbreking kan worden genomen:

- ofwel als een voltijdse loopbaanonderbreking voor ouderschapsverlof gedurende een aaneengesloten periode van maximum 4 maanden;

- ofwel als een halftijdse loopbaanonderbreking voor ouderschapsverlof gedurende een aaneengesloten periode van maximum 8 maanden;

- ofwel als een loopbaanonderbreking met een vijfde voor ouderschapsverlof gedurende een aaneengesloten periode van maximum 20 maanden. In dit geval moet het personeelslid een ambt met volledige prestaties uitoefenen.

Opgelet: hoewel iedereen recht heeft op hetzij 4 maanden voltijdse loopbaanonderbreking voor ouderschapsverlof, hetzij 8 maanden halftijdse loopbaanonderbreking voor ouderschapsverlof, hetzij 20 maanden loopbaanonderbreking met een vijfde voor ouderschapsverlof, betaalt de RVA enkel voor kinderen die geboren of geadopteerd zijn vanaf 8 maart 2012 een onderbrekingsuitkering voor de volledige periode van ouderschapsverlof.

Voor kinderen die geboren zijn vóór 8 maart 2012, betaalt de RVA slechts onderbrekingsuitkeringen voor respectievelijk 3 maanden voltijdse loopbaanonderbreking voor ouderschapsverlof, 6 maanden halftijdse loopbaanonderbreking voor ouderschapsverlof, 15 maanden loopbaanonderbreking met een vijfde voor ouderschapsverlof .

Schematisch:

 

Kinderen geboren voor 8 maart 2012 

Kinderen geboren vanaf 8 maart 2012 

 

Aantal maanden recht 

Aantal maanden met onderbrekings-uitkeringen 

Aantal maanden recht 

Aantal maanden met onderbrekings-uitkeringen 

Voltijdse loopbaanonderbreking voor ouderschapsverlof 

Halftijdse loopbaanonderbreking voor ouderschapsverlof 

Loopbaanonderbreking voor ouderschapsverlof met een vijfde 

20 

15 

20 

20 

Opmerking: …….

Uitzonderingen op het principe van de aaneengesloten periode:

Uitzondering 1: personeelsleden die al ouderschapsverlof opgenomen hebben voor 1 september 2012

Personeelsleden die al voor 1 september 2012 volledige of gedeeltelijke loopbaanonderbreking voor ouderschapsverlof hebben opgenomen, kunnen een bijkomende ononderbroken periode van loopbaanonderbreking voor ouderschapsverlof opnemen:

  • gedurende maximum één maand bij een volledige loopbaanonderbreking;
  • gedurende maximum twee maanden bij een gedeeltelijke loopbaanonderbreking;
  • gedurende maximum vijf maanden bij een loopbaanonderbreking met een vijfde.

Het gaat hier om personeelsleden die al ouderschapsverlof hebben opgenomen op basis van de regeling die van toepassing was voor 8 maart 2012, nl. 3 maanden voltijds ouderschapsverlof of 6 maanden gedeeltelijk ouderschapsverlof. Zij kunnen het bijkomende gedeelte waarop ze recht hebben vanaf 8 maart 2012 opnemen in een ononderbroken periode, uiteraard als voldaan is aan de overige voorwaarden voor het nemen van een ouderschapsverlof.

Het volume van de loopbaanonderbreking voor ouderschapsverlof voor de bijkomende periode hoeft niet hetzelfde te zijn als dat van de periode van het ouderschapsverlof dat werd opgenomen voor 1 september 2012.

Opmerking voor personeelsleden die in het verleden zes maanden loopbaanonderbreking met een vijfde voor ouderschapsverlof hebben opgenomen:

Personeelsleden die in het verleden zes maanden loopbaanonderbreking met een vijfde voor ouderschapsverlof hebben opgenomen, kunnen een bijkomende periode van veertien (in plaats van vijf) maanden loopbaanonderbreking met een vijfde opnemen voor ouderschapsverlof.

Dit is enkel van toepassing op personeelsleden die voor 1 september 2012 het ouderschapsverlof met een vijfde hebben opgenomen gedurende een periode van maximaal zes maanden omdat zij volgens de toen geldende regelgeving slechts recht hadden op zes maanden gedeeltelijke loopbaanonderbreking met een vijfde. Kiezen zij nu opnieuw voor ouderschapsverlof in de vorm van een loopbaanonderbreking met een vijfde, dan mogen zij veertien maanden bijkomend opnemen. Gedurende de laatste vijf maanden van deze veertien maanden ontvangt het personeelslid enkel een onderbrekingsuitkering van de RVA als het kind geboren of geadopteerd is op of na 8 maart 2012.

Voorbeeld 1

Een personeelslid nam gedurende het schooljaar 2008-2009 3 maanden voltijds ouderschapsverlof op na haar bevallingsverlof. Nu wenst het personeelslid nog één maand bijkomend ouderschapsverlof voor datzelfde kind op te nemen van 1 oktober 2012 tot en met 31 oktober 2012. Dit is mogelijk want het kind is nog geen 12 jaar, maar het personeelslid zal hiervoor geen onderbrekingsuitkeringen ontvangen van de RVA, aangezien het kind geboren is voor 8 maart 2012.

Voorbeeld 2

Een personeelslid nam gedurende het schooljaar 2011-2012 drie maanden voltijds ouderschapsverlof gedurende de maanden september, oktober en november 2011 voor haar kind van 6 jaar. Het wenst nu nog vijf maanden loopbaanonderbreking met een vijfde voor ouderschapsverlof op te nemen van 1 september 2012 tot en met 31 januari 2012 voor datzelfde kind. Dit is mogelijk want het kind is nog geen 12 jaar, maar het personeelslid zal hiervoor geen onderbrekingsuitkeringen ontvangen van de RVA, aangezien het kind geboren is voor 8 maart 2012.

Voorbeeld 3

Een personeelslid nam gedurende het schooljaar 2011-2012 zes maanden ouderschapsverlof met een vijfde van september 2011 tot en met februari 2012 voor zijn kind van 11 jaar. Het kind is 12 jaar geworden op 6 juni 2012. Het personeelslid wil vanaf 1 september 2012 14 maanden ouderschapsverlof met een vijfde opnemen. Dit kan niet, aangezien het kind al twaalf jaar geworden is.

Voorbeeld 4

Een personeelslid heeft van 1 april 2012 tot en met 30 juni 2012 3 maanden voltijds ouderschapsverlof genomen. Zijn kind is geboren op 28 maart 2012. Hij wenst gedurende de maand oktober nog 1 maand bijkomend ouderschapsverlof op te nemen. Dit kan, en het personeelslid ontvangt hiervoor onderbrekingsuitkeringen van de RVA aangezien het kind geboren is na 8 maart 2012.

Voorbeeld 5

Een personeelslid wil van 1 april 2013 tot en met 30 juni 2013 drie maanden voltijds ouderschapsverlof nemen. Zijn kind is geboren op 28 maart 2012. Hij wenst gedurende de maand oktober 2013 nog 1 maand bijkomend ouderschapsverlof voor datzelfde kind op te nemen. Dit kan niet, aangezien het ouderschapsverlof in een ononderbroken periode moet worden genomen. Dit personeelslid valt niet onder de uitzonderingsmaatregel om nog een bijkomende periode apart op te nemen, aangezien de eerste periode van ouderschapsverlof niet voor 1 september 2012 ligt.

Voorbeeld 6

Een personeelslid nam gedurende het schooljaar 2011-2012 zes maanden ouderschapsverlof met een vijfde van september 2011 tot en met februari 2012 voor zijn kind van 2 jaar. Het personeelslid wil vanaf 1 september 2013 14 maanden ouderschapsverlof met een vijfde opnemen. Dit kan, en het personeelslid ontvangt onderbrekingsuitkeringen van de RVA gedurende 9 maanden. Enkel voor de laatste vijf maanden ontvangt het personeelslid geen onderbrekingsuitkeringen, aangezien het kind geboren is voor 8 maart 2012.

Uitzondering 2: voor en na een vakantieperiode

Sinds 1 september 2011 kan het ouderschapsverlof in het kader van de loopbaanonderbreking in bepaalde gevallen worden opgenomen in twee periodes,

- waarbij de eerste periode eindigt op de dag voor de vakantieperiode die valt in juli en/of augustus en

- waarbij de tweede periode begint op de dag na de vakantieperiode die valt in juli en/of augustus.

De opname in twee periodes is slechts mogelijk op voorwaarde dat:

- het ouderschapsverlof in het kader van de loopbaanonderbreking onmiddellijk aansluit op het bevallingsverlof, het verlof wegens moederschapsbescherming, het onbezoldigd ouderschapsverlof, het verlof met het oog op adoptie of pleegvoogdij of het geboorteverlof;

- de eerste periode van ouderschapsverlof in het kader van de loopbaanonderbreking maximaal 1 maand bedraagt.

Wie gebruik maakt van de mogelijkheid om het ouderschapsverlof te splitsen, moet wel voor de beide periodes hetzelfde volume van loopbaanonderbreking nemen. M.a.w., als het personeelslid de eerste periode van ouderschapsverlof neemt in de vorm van voltijds ouderschapsverlof, dan moet de tweede periode van ouderschapsverlof eveneens verplicht in de vorm van een voltijdse loopbaanonderbreking genomen worden.

Neemt het personeelslid in de eerste periode van ouderschapsverlof een halftijds ouderschapsverlof, dan moet het gedurende de tweede periode eveneens verplicht een halftijds ouderschapsverlof opnemen. Hetzelfde geldt bij een ouderschapsverlof met een vijfde.

Voorbeeld 1

Een onderwijzeres is met bevallingsverlof tot 15 juni 2012. Haar kind is geboren op 9 maart 2012. Zij neemt volledig ouderschapsverlof in het kader van de loopbaanonderbreking van 16 juni 2012 tot 30 juni 2012 en volledig ouderschapsverlof in het kader van de loopbaanonderbreking van 1 september 2012 tot 14 december 2012.

De aangevraagde periodes van ouderschapsverlof zijn mogelijk.

Voorbeeld 2

Een kleuteronderwijzeres geniet onbezoldigd ouderschapsverlof tot en met 1 juni 2012. Vanaf 2 juni 2012 wil zij ouderschapsverlof met een vijfde nemen tot 30 juni 2012. Vanaf 1 september 2012 wil zij halftijds ouderschapsverlof nemen.

De aangevraagde periodes van ouderschapsverlof zijn niet mogelijk aangezien het volume in beide periodes verschillend is.

Voorbeeld 3

Een lerares in het secundair onderwijs is met bevallingsverlof tot en met 30 mei 2012. Zij wenst aansluitend volledig ouderschapsverlof op te nemen van 31 mei 2012 tot 30 juni 2012 en vervolgens volledig ouderschapsverlof op te nemen vanaf 1 september 2012.

De aangevraagde periodes van ouderschapsverlof zijn niet mogelijk, want de eerste periode bedraagt meer dan één maand.

Voorbeeld 4

Een leerkracht in het volwassenenonderwijs is met bevallingsverlof van 14 november 2011 tot en met 26 februari 2012. Ze neemt vervolgens onbezoldigd ouderschapsverlof van 16 april 2012 tot en met 31 mei 2012. Vanaf 1 juni 2012 tot en met 30 juni 2012 neemt zij een maand volledig ouderschapsverlof. Zij kan vanaf 1 september 2012 bijvoorbeeld twee maanden volledig ouderschapsverlof met onderbrekingsuitkeringen opnemen (VLBO gedurende de maanden september en oktober) of twee maanden volledig ouderschapsverlof met onderbrekingsuitkeringen en 1 maand volledig ouderschapsverlof zonder onderbrekingsuitkeringen (VLBO gedurende de maanden september, oktober en november).

Uitzondering 3: voor tijdelijke personeelsleden

Tijdelijke personeelsleden die loopbaanonderbreking met een vijfde nemen voor ouderschapsverlof tijdens een schooljaar, kunnen het daaropvolgende schooljaar het restant van de twintig maanden ouderschapsverlof opnemen, op voorwaarde dat het tijdelijk personeelslid opnieuw een aanstelling heeft in een ambt met volledige prestaties op 1 september.

In dat geval:

  • eindigt de voorafgaande periode van ouderschapsverlof met een vijfde op 31 augustus;
  • begint de daaropvolgende periode van ouderschapsverlof met een vijfde op 1 september;
  • bedraagt de totale periode van ouderschapsverlof met een vijfde maximaal twintig maanden vanaf de eerste aanvraag van ouderschapsverlof met een vijfde;
  • moet voor elke periode van ouderschapsverlof met een vijfde een afzonderlijke aanvraag ingediend worden.

Voorbeeld 1

Een tijdelijk personeelslid heeft een aanstelling van 1 september 2014 tot 31 augustus 2015. Het wenst ouderschapsverlof op te nemen met een vijfde tijdens dat schooljaar. Het personeelslid kan slechts twaalf maanden ouderschapsverlof aanvragen op 1 september 2014. Het krijgt opnieuw een voltijdse aanstelling op 1 september 2015 voor een volledig schooljaar. In dat geval kan het personeelslid op 1 september 2015 opnieuw ouderschapsverlof opnemen met een vijfde voor de resterende periode. Het personeelslid doet bijgevolg een tweede aanvraag voor ouderschapsverlof van 1 september 2015 tot en met 30 april 2016.

Voorbeeld 2

Een tijdelijk personeelslid heeft een aanstelling van 15 oktober 2014 tot 31 augustus 2015. Het wenst ouderschapsverlof op te nemen met een vijfde tijdens dat schooljaar. Het personeelslid kan slechts 10,5 maanden ouderschapsverlof aanvragen op 1 september 2014. Het krijgt opnieuw een voltijdse aanstelling op 1 september 2015 voor een volledig schooljaar. In dat geval kan het personeelslid op 1 september 2015 opnieuw ouderschapsverlof opnemen met een vijfde voor de resterende periode. Het personeelslid doet bijgevolg een tweede aanvraag voor ouderschapsverlof van 1 september 2015 tot en met 15 juni 2016.

Uitzondering 4: voor de personeelsleden van de basiseducatie

De personeelsleden van de Centra voor Basiseducatie hebben het recht om :

1° gedurende een periode van vier maanden hun loopbaan volledig te onderbreken. Die periode kan naar keuze van de personeelsleden worden opgesplitst in maanden;

2° gedurende een periode van acht maanden hun loopbaan gedeeltelijk te onderbreken tot een halftijdse betrekking. Die periode kan naar keuze van de personeelsleden worden opgesplitst in periodes van twee maanden of een veelvoud daarvan;

3° gedurende een periode van twintig maanden hun loopbaan gedeeltelijk te onderbreken door hun prestaties te verminderen met een vijfde als zij voltijds tewerkgesteld zijn. Die periode kan naar keuze van de personeelsleden worden opgesplitst in periodes van vijf maanden of een veelvoud daarvan.

Voor personeelsleden van de Centra voor basiseducatie kan bovendien het volume van de loopbaanonderbreking bij elke aangevraagde periode van ouderschapsverlof wijzigen. Daarbij geldt het principe dat één maand volledige loopbaanonderbreking overeenstemt met twee maanden halftijdse loopbaanonderbreking of met vijf maanden loopbaanonderbreking met een vijfde.

Voorbeeld 1

Een personeelslid van een centrum voor Basiseducatie wil voltijds ouderschapsverlof opnemen van 1 januari 2013 tot en met 31 januari 2013 en van 1 april 2013 tot en met 30 juni 2013. Dit is mogelijk, want de periode van het voltijds ouderschapsverlof kan worden opgesplitst in maanden.

Voorbeeld 2

Een personeelslid van een centrum voor basiseducatie wil voltijds ouderschapsverlof opnemen van 1 september 2013 tot en met 30 september 2013 en twee maanden halftijds ouderschapsverlof van 1 november 2013 tot en met 31 december 2013. Dit is mogelijk, want het ouderschapsverlof kan worden gesplitst en het volume van de loopbaanonderbreking kan wijzigen.

Voorbeeld 3

Een personeelslid van een centrum voor Basiseducatie, aangesteld voor 32/36, wil een halftijds ouderschapsverlof opnemen. Het personeelslid wenst 2 maanden op te nemen van januari tot februari en de overige maanden van mei tot oktober.

Dit is mogelijk. Het personeelslid voldoet immers aan de voorwaarde van minstens een aanstelling van een halftijdse betrekking + 1 uur en het halftijds ouderschapsverlof kan worden opgesplitst in periodes van 2 maanden of een veelvoud hiervan.

Opmerkingen:

1) Wanneer op dezelfde datum meer dan één kind wordt geboren of wanneer op dezelfde datum meer dan één kind in het gezin wordt opgenomen, kan het personeelslid voor ieder kind afzonderlijk aanspraak maken op ouderschapsverlof in het kader van de loopbaanonderbreking.

2) Het ouderschapsverlof is niet voorbehouden aan één van beide ouders. Wanneer beide ouders tewerkgesteld zijn in het onderwijs of bij de overheid, kunnen ze beide, al dan niet gelijktijdig, aanspraak maken op ouderschapsverlof.

3) Wanneer het volledig ouderschapsverlof is begonnen, kan een personeelslid niet overstappen naar gedeeltelijk ouderschapsverlof. Omgekeerd kan het, wanneer een gedeeltelijk ouderschapsverlof is begonnen, niet meer overstappen naar een volledig ouderschapsverlof.

4.1.2. Begindatum

Het ouderschapsverlof is niet gebonden aan een vaste begindatum. De personeelsleden hebben recht op ouderschapsverlof binnen de hierna vermelde termijnen:

a) vanaf de geboorte van hun kind tot het kind twaalf jaar wordt. De periode van het ouderschapsverlof kan ten laatste ingaan op de dag vóór de twaalfde verjaardag.

Voorbeeld:

Personeelslid X heeft een kind dat twaalf jaar wordt op 9 september 2012. Het betrokken personeelslid wenst volledig ouderschapsverlof (VLBOOV) te nemen voor dit kind. Deze loopbaanonderbreking moet uiterlijk starten op 8 september 2012.

b) wanneer zij een kind adopteren, gedurende een periode die loopt vanaf de inschrijving van het kind als deel uitmakend van het gezin in het bevolkingsregister of in het vreemdelingenregister in de gemeente waar zij hun verblijfplaats hebben, uiterlijk tot het kind twaalf jaar wordt.

De periode van het ouderschapsverlof kan ten laatste ingaan op de dag vóór de twaalfde verjaardag.

Voorbeelden:

1) Personeelslid Y adopteert een kind van 5 jaar op 16 februari 2007. Het kind werd 5 jaar op 23 november 2006 en wordt ingeschreven in het bevolkingsregister als deel uitmakend van het gezin op 7 maart 2007. De periode gedurende dewelke personeelslid Y ouderschapsverlof kan krijgen begint op 7 maart 2007 en loopt tot het kind 12 jaar wordt (aanvang uiterlijk op 22 november 2013).

2) Personeelslid Z adopteert een kind van 3 jaar op 16 februari 2007. Het kind werd 3 jaar op 23 november 2006. Het kind wordt ingeschreven in het bevolkingsregister als deel uitmakend van het gezin op 7 maart 2007. De periode gedurende dewelke personeelslid Y ouderschapsverlof kan krijgen begint op 7 maart 2007 en loopt tot het kind 12 jaar wordt (aanvang uiterlijk op 22 november 2015).

Uitzondering:

Wanneer het kind voor ten minste 66% getroffen is door een lichamelijke of geestelijke ongeschiktheid of een aandoening heeft die tot gevolg heeft dat ten minste 4 punten toegekend worden in pijler I van de medisch-sociale schaal in de zin van de regelgeving betreffende de kinderbijslag, geldt de leeftijdsgrens van 21 jaar in plaats van 12 jaar.

4.1.3. Einddatum

4.1.3.1. Gewone situatie

Het personeelslid moet zijn loopbaan voltijds onderbreken voor een ononderbroken periode van maximum vier maanden of halftijds onderbreken voor een ononderbroken periode van maximum acht maanden of verminderen met een vijfde voor een ononderbroken periode van maximum twintig maanden.

Wie minder dan vier maanden voltijds ouderschapsverlof, minder dan acht maanden halftijds ouderschapsverlof of minder dan twintig maanden ouderschapsverlof met een vijfde opneemt, verliest het saldo van de resterende dagen. Voor wie de volledige periode wenst op te nemen, is het dus belangrijk om op het aanvraagformulier voor de RVA steeds de volledige periode op te nemen, ook als deze over verschillende schooljaren loopt.

Bv. een personeelslid wil 20 maanden ouderschapsverlof met een vijfde opnemen vanaf 1 november 2013. In dat geval vult het op het aanvraagformulier C61-SV bij de aangevraagde periode in “van 1 december 2013 tot en met 30 juni 2014”.

Uitzondering :

Het ouderschapsverlof kan in welbepaalde gevallen toch worden opgesplitst in periodes (zie punt 4.1.1. hiervoor). In dit geval gaat het saldo van het resterend ouderschapsverlof niet verloren en kan de aanvraag bij de RVA wel in meerdere keren gebeuren.

Het ouderschapsverlof eindigt op de laatste dag van de aangevraagde periode.

Opmerkingen:

1) Voor tijdelijke personeelsleden die ouderschapsverlof nemen in het kader van de loopbaanonderbreking, eindigt dit verlof alleszins op het ogenblik dat hun aanstelling eindigt. Dit betekent onder meer dat het ouderschapsverlof voor een tijdelijk personeelslid uiterlijk wordt beëindigd op het einde van het schooljaar (31 augustus, zie ook uitzondering 3 bij punt 4.1.1).

2) Periodes van ouderschapsverlof mogen onmiddellijk op elkaar aansluiten. Voor elke periode van ouderschapsverlof is wel een afzonderlijke aanvraag vereist.

4.1.3.2. Voortijdige beëindiging

Om uitzonderlijke redenen kan het personeelslid dat zijn loopbaan onderbroken heeft voor ouderschapsverlof, van de Vlaamse minister bevoegd voor het onderwijs of van zijn gemachtigde de toelating krijgen om zijn ambt opnieuw op te nemen of opnieuw volledig uit te oefenen vooraleer de periode van onderbreking van de beroepsloopbaan verstreken is.

Deze opzegging moet, volgens bijgaand model (bijl. 3), gericht worden aan de Vlaamse minister, bevoegd voor het onderwijs, door tussenkomst en met akkoord van de inrichtende macht. 

Voor de personeelsleden van de inspectie en van de dienst Curriculum wordt deze opzegging via hiërarchische weg gericht aan de Vlaamse Regering.

4.1.4. Maximumduur

Het personeelslid heeft het recht op maximaal vier maanden voltijds ouderschapsverlof of maximaal acht maanden halftijds ouderschapsverlof of maximaal twintig maanden ouderschapsverlof met een vijfde.

De periode van loopbaanonderbreking in het kader van ouderschapsverlof (zowel volledige als gedeeltelijke) wordt NIET afgetrokken van de in punt 3.3.3.1. hiervoor vermelde duur van 60 maanden volledige en 60 maanden gedeeltelijke loopbaanonderbreking waarop een personeelslid tijdens zijn hele loopbaan aanspraak kan maken.

4.2. De loopbaanonderbreking voor medische bijstand

4.2.1. Wat ?

4.2.1.1. Gewone situatie

Sinds 1 september 2007 hebben personeelsleden het recht om loopbaanonderbreking voor het verstrekken van medische bijstand te nemen.

De in punt 2 genoemde personeelsleden (dus ook de contractuele personeelsleden) hebben het recht om hun beroepsloopbaan volledig of gedeeltelijk te onderbreken voor het verlenen van bijstand of verzorging aan een gezinslid of een familielid tot de tweede graad dat lijdt aan een zware ziekte.

Onder gezinslid wordt verstaan, elke persoon die samenwoont met het personeelslid, en onder familielid zowel de bloed- als de aanverwanten.

Onder zware ziekte wordt verstaan, elke ziekte of medische ingreep die door de behandelende arts als dusdanig wordt beschouwd en waarbij de arts oordeelt dat elke vorm van sociale, familiale of emotionele bijstand of verzorging noodzakelijk is voor het herstel.

Voor tijdelijke personeelsleden die de beroepsloopbaan onderbreken voor het verlenen van bijstand of verzorging aan een gezinslid of een familielid, eindigt dat verlof in ieder geval als hun aanstelling eindigt.

4.2.1.2. Uitzondering: medische bijstand voor een gehospitaliseerd kind

Voor de bijstand of de verzorging van een minderjarig kind, tijdens of onmiddellijk na de hospitalisatie van het kind als gevolg van een zware ziekte, kan een personeelslid zijn beroepsloopbaan volledig onderbreken voor een duur van één week, eventueel verlengbaar met één week.

Onder zware ziekte wordt verstaan, elke ziekte of medische ingreep die door de behandelende geneesheer van het zwaar zieke kind als dusdanig wordt beschouwd en waarbij de geneesheer oordeelt dat elke vorm van sociale, familiale of psychologische bijstand of verzorging noodzakelijk is.

De mogelijkheid tot onderbreking van de beroepsloopbaan voor de duur van één week staat open voor:

1° het personeelslid dat bloed- of aanverwant is in de eerste graad van het zwaar zieke kind en ermee samenwoont;

2° het personeelslid dat samenwoont met het zwaar zieke kind en belast is met de dagelijkse opvoeding.

Als de hierboven vermelde personeelsleden geen gebruik kunnen maken van de mogelijkheid tot onderbreking van de beroepsloopbaan voor de duur van één week, dan kunnen ook de volgende personeelsleden op die mogelijkheid een beroep doen:

1° het personeelslid dat bloed- of aanverwant is in de eerste graad van het zwaar zieke kind en er niet mee samenwoont;

2° als het personeelslid vermeld onder 1° geen gebruik kan maken van de mogelijkheid tot onderbreking van de beroepsloopbaan voor de duur van één week, een bloed- en aanverwant van het zwaar zieke kind tot de tweede graad.

4.2.2. Begindatum

4.2.2.1. Gewone situatie

De onderbrekingsperiodes voor een volledige of een gedeeltelijke loopbaanonderbreking voor medische bijstand kunnen alleen opgenomen worden met periodes van minimaal één en maximaal drie maanden, al dan niet aaneensluitend, tot een maximumperiode van 12 maanden per patiënt voor een volledige loopbaanonderbreking of 24 maanden per patiënt voor een gedeeltelijke loopbaanonderbreking. Onder deze 24 maanden gedeeltelijke loopbaanonderbreking vallen zowel de periodes van halftijdse loopbaanonderbreking voor medische bijstand als van loopbaanonderbreking met een vijfde voor medische bijstand.

Opmerking:

De onderbrekingsperiodes voor een volledige of gedeeltelijke loopbaanonderbreking voor medische bijstand moeten niet noodzakelijk met volledige maanden genomen worden. De minimumduur van één maand en de maximumduur van drie maanden moeten wel gerespecteerd worden.

Voorbeeld 1

Een VLBOMB van 10 september 2012 tot en met 26 oktober 2012

Voorbeeld 2

Een GLBOMB van 11 februari 2012 tot en met 21 maart 2012

Het personeelslid dat zijn loopbaan wenst te onderbreken voor het verstrekken van medische bijstand, dient dit uiteraard mee te delen aan de inrichtende macht van de instelling(en) of het/de centr(um)(a) waarbij hij tewerkgesteld is, hetzij aan de Vlaamse Regering 

De onderbreking van de beroepsloopbaan voor het verstrekken van medische bijstand begint de eerste dag van de week volgend op de week waarin deze mededeling is gebeurd of op een vroeger tijdstip mits akkoord van de inrichtende macht/de Vlaamse Regering.

Voorbeeld

Een personeelslid deelt op dinsdag 20 november 2007 aan zijn inrichtende macht mee (cf. aanvraagprocedure) dat het een volledige loopbaanonderbreking wenst te nemen voor het verstrekken van medische bijstand.

De VLBOMB gaat in op maandag 26 november 2007.

Opmerking: de VLBOMB kan b.v. ook ingaan op donderdag 22 november 2007, indien de inrichtende macht hiermee akkoord gaat.

4.2.2.2. Uitzondering: medische bijstand voor een gehospitaliseerd kind

De volledige loopbaanonderbreking voor medische bijstand voor een gehospitaliseerd kind kan alleen opgenomen worden met een periode van één week, en kan éénmaal verlengd worden met één week.  

Als het personeelslid aansluitend op de mogelijkheid tot onderbreking van de beroepsloopbaan voor de duur van één week, zijn recht uitoefent op loopbaanonderbreking voor medische bijstand voor datzelfde zwaar zieke kind , kan de minimale periode voor de opname van de volledige onderbreking van de beroepsloopbaan korter zijn dan één maand.

Het personeelslid dat zijn loopbaan wenst te onderbreken voor het verstrekken van medische bijstand aan een gehospitaliseerd kind, dient dit uiteraard mee te delen aan de inrichtende macht van de instelling(en) of het/de centr(um)(a) waarbij hij tewerkgesteld is, hetzij aan de Vlaamse Regering. Het personeelslid moet geen rekening houden met de aanvraagtermijn van één week. Het bezorgt wel zo snel mogelijk een attest van de behandelende geneesheer van het zwaar zieke kind waaruit het onvoorzienbare karakter van de hospitalisatie blijkt. Dit geldt eveneens bij een verlenging met één week.

4.2.3. Einddatum

4.2.3.1. Gewone situatie

De onderbrekingsperiodes voor een volledige of een gedeeltelijke loopbaanonderbreking kunnen alleen opgenomen worden met periodes van minimaal één en maximaal drie maanden, al dan niet aaneensluitend, tot een maximumperiode van 12 maanden per patiënt voor een volledige loopbaanonderbreking of 24 maanden per patiënt voor een gedeeltelijke loopbaanonderbreking. De 24 maanden gedeeltelijke loopbaanonderbreking omvatten zowel de periodes van halftijdse loopbaanonderbreking voor medische bijstand als de periodes van loopbaanonderbreking met een vijfde voor medische bijstand.

De loopbaanonderbreking voor het verstrekken van medische bijstand eindigt op de laatste dag van de aangevraagde periode.

Voor tijdelijke personeelsleden die loopbaanonderbreking nemen voor het verstrekken van medische bijstand, eindigt dit verlof alleszins op het ogenblik dat hun aanstelling eindigt.

Voorbeeld 1

Een VLBOMB die aanvangt op 12 november 2012 en aangevraagd werd voor de duur van 1 maand, eindigt op 11 december 2012.

Voorbeeld 2

Een GLBOMB die aanvangt op 3 oktober 2012 en aangevraagd werd voor de duur van 2 maanden, eindigt op 2 december 2012.

Opmerking:

Bij elke verlenging van een loopbaanonderbreking voor medische bijstand moet een nieuw aanvraagformulier ingediend worden (zie punt 4.4.3.2.1.)

4.2.3.2. Uitzondering: medische bijstand voor een gehospitaliseerd kind

De volledige loopbaanonderbreking voor medische bijstand voor een gehospitaliseerd kind kan alleen opgenomen worden met een periode van één week, en kan éénmaal verlengd worden met één week. De loopbaanonderbreking eindigt in dat geval op de laatste dag van de aangevraagde periode.

4.2.3.3. Voortijdige beëindiging van de loopbaanonderbreking voor medische bijstand

Om uitzonderlijke redenen kan het personeelslid dat zijn loopbaan onderbroken heeft voor medische bijstand, van de Vlaamse minister bevoegd voor het onderwijs of van zijn gemachtigde de toelating krijgen om zijn ambt opnieuw op te nemen of opnieuw volledig uit te oefenen vooraleer de periode van onderbreking van de beroepsloopbaan verstreken is.

Deze opzegging moet, volgens bijgaand model (bijl. 3), gericht worden aan de Vlaamse minister, bevoegd voor het onderwijs, door tussenkomst en met akkoord van de inrichtende macht. 

Voor de personeelsleden van de inspectie en van de dienst Curriculum wordt deze opzegging via hiërarchische weg gericht aan de Vlaamse Regering.

Naast de mogelijkheid tot stopzetting om uitzonderlijke redenen kan het personeelslid dat zijn loopbaan onderbroken heeft voor het verstrekken van medische bijstand, na het overlijden van de persoon die de verzorging genoot, van de inrichtende macht van de instelling(en) of het/de centr(um)(a) waarbij hij tewerkgesteld is, hetzij van de Vlaamse Regering, de toelating krijgen om zijn ambt opnieuw op te nemen of opnieuw volledig uit te oefenen vooraleer de periode van loopbaanonderbreking verstreken is.

De datum waarop het personeelslid zijn ambt opnieuw opneemt of opnieuw volledig uitoefent dient dus afgesproken te worden tussen het betrokken personeelslid en zijn inrichtende macht/de Vlaamse Regering.

De Vlaamse minister bevoegd voor het onderwijs of zijn gemachtigde stelt, binnen vijftien dagen na de beslissing, de Rijksdienst voor Arbeidsvoorziening, Directie Reglementering tijdskrediet en buitendiensten, Dienst loopbaanonderbreking, Keizerslaan 7 te 1000 BRUSSEL, in kennis van de datum waarop het personeelslid een einde maakt aan zijn loopbaanonderbreking.

4.2.4. Maximumduur

Het personeelslid moet zijn loopbaan als volgt onderbreken:

- de volledige loopbaanonderbreking kan alleen opgenomen worden met periodes van minimaal één en maximaal drie maanden, al dan niet aaneensluitend, tot een maximumperiode van 12 maanden per patiënt. Ingeval van medische bijstand voor een gehospitaliseerd kind is de periode van één week, eventueel verlengd met één week, hierin inbegrepen;

- de gedeeltelijke loopbaanonderbreking kan alleen opgenomen worden met periodes van minimaal één en maximaal drie maanden, al dan niet aaneensluitend, tot een maximumperiode van 24 maanden per patiënt. De 24 maanden gedeeltelijke loopbaanonderbreking omvatten zowel de periodes van halftijdse loopbaanonderbreking voor medische bijstand als de periodes van loopbaanonderbreking met een vijfde voor medische bijstand.

De maximumduur van de loopbaanonderbreking voor medische bijstand wordt verhoogd voor een personeelslid dat alleenstaand is, in geval van zware ziekte van zijn of haar kind dat ten hoogste 16 jaar is. In dat geval wordt de maximumperiode van 12 maanden per patiënt voor de volledige loopbaanonderbreking uitgebreid naar 24 maanden per patiënt en wordt de maximumperiode van 24 maanden per patiënt voor de gedeeltelijke loopbaanonderbreking uitgebreid naar 48 maanden per patiënt.

Onder alleenstaande wordt het personeelslid verstaan dat uitsluitend en effectief samenwoont met een of meerdere van zijn of haar kinderen. Het personeelslid levert het bewijs van de samenstelling van het gezin door middel van een attest van de gemeentelijke overheid waaruit blijkt dat het personeelslid op het moment van de aanvraag van de loopbaanonderbreking uitsluitend en effectief samenwoont met een of meerdere van zijn of haar kinderen. Voor iedere verlenging van een periode van volledige of gedeeltelijke loopbaanonderbreking moet het personeelslid het vereiste attest indienen.

De periode van loopbaanonderbreking voor het verstrekken van medische bijstand (zowel volledige als gedeeltelijke) wordt NIET afgetrokken van de in punt 3.3.3.1. hiervoor vermelde duur van 60 maanden volledige en 60 maanden gedeeltelijke loopbaanonderbreking waarop een personeelslid tijdens zijn hele loopbaan aanspraak kan maken.

4.3. De loopbaanonderbreking voor het verstrekken van palliatieve zorgen

4.3.1. Wat ?

De in punt 2.1. genoemde vast benoemde en tijdelijke personeelsleden hebben, voor zover zij uiteraard voldoen aan alle voorwaarden, het recht om hun beroepsloopbaan volledig of gedeeltelijk te onderbreken voor een periode van één maand, eventueel verlengbaar met één maand, voor het verstrekken van palliatieve zorgen aan een persoon krachtens de bepalingen van de artikelen 100bis en 102bis van de herstelwet van 22 januari 1985 houdende sociale bepalingen.

Het personeelslid heeft het recht om zijn loopbaan volledig of gedeeltelijk te onderbreken, ingeval van palliatieve verzorging van een persoon. Dit hoeft niet noodzakelijk een familielid te zijn. Onder palliatieve zorgen wordt verstaan, elke vorm van bijstand en inzonderheid medische, sociale, administratieve en psychologische bijstand aan en verzorging van personen die lijden aan een ongeneeslijke ziekte en die zich in een terminale fase bevinden.

4.3.2. Begindatum

Het personeelslid dat zijn loopbaan wenst te onderbreken voor het verstrekken van palliatieve zorgen, dient dit uiteraard mee te delen aan de inrichtende macht van de instelling(en) of het/de centr(um)(a) waarbij hij tewerkgesteld is, hetzij aan de Vlaamse Regering.

De onderbreking van de beroepsloopbaan voor het verstrekken van palliatieve zorgen begint de eerste dag van de week volgend op de week waarin deze mededeling is gebeurd of op een vroeger tijdstip mits akkoord van de inrichtende macht/de Vlaamse Regering.

Voorbeeld

Een personeelslid deelt op dinsdag 20 november 2012 aan zijn inrichtende macht mee (cf. aanvraagprocedure) dat het een volledige loopbaanonderbreking wenst te nemen voor het verstrekken van palliatieve zorgen.

De VLBOPZ gaat in op maandag 26 november 2012.

Opmerking: de VLBOPZ kan b.v. ook ingaan op donderdag 22 november 2012, indien de inrichtende macht hiermee akkoord gaat.

4.3.3. Einddatum

4.3.3.1. Gewone situatie

De loopbaanonderbreking voor het verstrekken van palliatieve zorgen wordt toegekend voor een periode van één maand, eventueel verlengbaar met één maand.

Deze loopbaanonderbreking eindigt derhalve op de laatste dag van de periode waarvoor ze werd aangevraagd of, in voorkomend geval, op de laatste dag van de verlenging met één maand.

Voor tijdelijke personeelsleden die loopbaanonderbreking nemen voor het verstrekken van palliatieve zorgen, eindigt dit verlof alleszins op het ogenblik dat hun aanstelling eindigt.

Voorbeeld 1

Een VLBOPZ die aanvangt op 19 november 2011 eindigt op 18 december 2011.

Voorbeeld 2

Een GLBOPZ die aanvangt op 12 februari 2012en eindigt op 11 maart 2012. Indien het betrokken personeelslid de GLBOPZ wenst te verlengen met één maand, vangt deze verlenging aan op 12 maart 2012 en eindigt ze op 11 april 2012.

Opmerking:

Bij elke verlenging van een loopbaanonderbreking voor medische bijstand moet een nieuw aanvraagformulier ingediend worden (zie punt 4.4.3.2.1.)

4.3.3.2. Voortijdige beëindiging van de loopbaanonderbreking

Om uitzonderlijke redenen kan het personeelslid dat zijn loopbaan onderbroken heeft voor palliatieve zorgen, van de Vlaamse minister bevoegd voor het onderwijs of van zijn gemachtigde de toelating krijgen om zijn ambt opnieuw op te nemen of opnieuw volledig uit te oefenen vooraleer de periode van onderbreking van de beroepsloopbaan verstreken is.

Deze opzegging moet, volgens bijgaand model (bijl. 3), gericht worden aan de Vlaamse minister, bevoegd voor het onderwijs, door tussenkomst en met akkoord van de inrichtende macht. 

Voor de personeelsleden van de inspectie en van de dienst Curriculum wordt deze opzegging via hiërarchische weg gericht aan de Vlaamse Regering.

Daarnaast kan het personeelslid dat zijn loopbaan onderbroken heeft voor het verstrekken van palliatieve zorgen, na het overlijden van de persoon die de verzorging genoot, van de inrichtende macht van de instelling(en) of het/de centr(um)(a) waarbij hij tewerkgesteld is, hetzij van de Vlaamse Regering, de toelating krijgen om zijn ambt opnieuw op te nemen of opnieuw volledig uit te oefenen vooraleer de periode van onderbreking van de beroepsloopbaan verstreken is.

De datum waarop het personeelslid zijn ambt opnieuw opneemt of opnieuw volledig uitoefent dient dus afgesproken te worden tussen het betrokken personeelslid en zijn inrichtende macht/de Vlaamse Regering.

De Vlaamse minister bevoegd voor het onderwijs of zijn gemachtigde stelt, binnen vijftien dagen na de beslissing, de Rijksdienst voor Arbeidsvoorziening, Directie Reglementering tijdskrediet en buitendiensten, Dienst loopbaanonderbreking, Keizerslaan 7 te 1000 BRUSSEL, in kennis van de datum waarop het personeelslid een einde maakt aan zijn loopbaanonderbreking.

4.3.4. Maximumduur

De loopbaanonderbreking voor het verstrekken van palliatieve zorgen (zowel VLBOPZ als GLBOPZ) duurt één maand en kan, onmiddellijk aansluitend, eenmaal verlengd worden met één maand. Een personeelslid kan dus maximum twee attesten indienen (Þ 2 x 1 maand) voor de palliatieve verzorging van eenzelfde persoon.

De periode van loopbaanonderbreking voor het verstrekken van palliatieve zorgen (zowel volledige als gedeeltelijke) wordt NIET afgetrokken van de in punt 3.3.3.1. hiervoor vermelde duur van 60maanden volledige en 60 maanden gedeeltelijke loopbaanonderbreking waarop een personeelslid tijdens zijn hele loopbaan aanspraak kan maken.

Een personeelslid kan tijdens zijn loopbaan meerdere malen een VLBOPZ of GLBOPZ nemen, maar slechts maximaal één maand, verlengbaar met één maand voor de verzorging van eenzelfde persoon.

4.4. Gemeenschappelijke bepalingen

4.4.1. Absoluut recht

De volgende soorten van volledige of gedeeltelijke loopbaanonderbreking zijn een absoluut recht voor het personeelslid, voor zover uiteraard de vigerende onderrichtingen terzake geëerbiedigd worden:

- de loopbaanonderbreking in het kader van het ouderschapsverlof;

- de loopbaanonderbreking in het kader van de medische bijstand;

- de loopbaanonderbreking voor het verstrekken van palliatieve zorgen.

Deze vormen van loopbaanonderbreking kunnen door de inrichtende macht/de Vlaamse Regering niet geweigerd worden, ook niet wanneer zij geen gepaste vervanger vindt.

4.4.2. Voorwaarden

De loopbaanonderbreking voor ouderschapsverlof, voor medische bijstand en voor palliatieve zorgen zijn een specifieke vorm van loopbaanonderbreking. Naargelang het volume van de loopbaanonderbreking (voltijds, halftijds of een vijfde) zijn dezelfde voorwaarden van toepassing als bij een gewone volledige, halftijdse of een vijfde loopbaanonderbreking.

Dit betekent dat ook voor een specifiek stelsel van loopbaanonderbreking voldaan moet zijn aan de algemene voorwaarden vermeld in punt 3.1., 3.2.1 of 3.2.2.

Opgelet: voor tijdelijke personeelsleden zijn volgende voorwaarden niet van toepassing op een loopbaanonderbreking voor ouderschapsverlof, voor medische bijstand of voor palliatieve zorgen:

- aangesteld zijn voor een volledig schooljaar in een vacante of niet-vacante betrekking;

- volledig reaffectatievrij zijn.

Voor het bepalen van het aantal prestatie-eenheden dat het personeelslid nog moet blijven verrichten, komen eveneens de prestaties vermeld in punt 3.3.1.1. van de omzendbrief in aanmerking.

Voor het bepalen van het opdrachtvolume waarvoor loopbaanonderbreking genomen wordt, komen eveneens de prestaties in hogescholen in aanmerking.

Voor tijdelijke personeelsleden die de beroepsloopbaan onderbreken voor ouderschapsverlof, voor medische bijstand of voor palliatieve zorgen, eindigt de loopbaanonderbreking in ieder geval als hun aanstelling eindigt. 

4.4.3. Procedure en administratieve verplichtingen

4.4.3.1. Tussenkomst van de onderwijsadministratie

De onderwijsadministratie komt niet tussen in de aanvraagprocedure.

4.4.3.2. Aanvraag bij de inrichtende macht/de Vlaamse Regering

De aanvraag voor de leden van de inspectie en van de dienst Curriculum moet gebeuren bij de Vlaamse Regering.

Voor de overige personeelsleden gebeurt de aanvraag bij de inrichtende macht.

4.4.3.2.1. Indiening bij de inrichtende macht/de Vlaamse Regering

Het personeelslid dat zijn loopbaan wenst te onderbreken, moet zijn aanvraag indienen bij de inrichtende macht van de instelling(en) of het centrum/de centra waarbij het tewerkgesteld is.

De personeelsleden van de inspectie en van de dienst Curriculum dienen hun aanvraag in bij de Vlaamse Regering.

In de aanvraag moet de datum opgegeven worden waarop het personeelslid wenst dat de loopbaanonderbreking zou aanvangen, evenals de duur van de onderbreking. Bovendien moet in de aanvraag gepreciseerd worden dat het gaat om een volledige of om een gedeeltelijke loopbaanonderbreking.

De aanvraag voor een loopbaanonderbreking in het kader van ouderschapsverlof, een loopbaanonderbreking voor medische bijstand en een loopbaanonderbreking voor het verstrekken van palliatieve zorgen dient te gebeuren met een formulier C61-SV.

Volgende documenten dienen als bijlage bij de aanvraag te worden gevoegd:

a) altijd:

een volledig overzicht van de prestaties waarvoor het personeelslid vast benoemd en/of tijdelijk aangesteld is op de aanvangsdatum van de aangevraagde loopbaanonderbreking, inclusief de TBSOB-uren waarvoor men niet gereaffecteerd of wedertewerkgesteld is;

b) in geval van volledige of gedeeltelijke

loopbaanonderbreking voor ouderschapsverlof:

Het personeelslid verstrekt uiterlijk op het ogenblik dat het ouderschapsverlof ingaat, naar gelang van het geval, volgende stavingsdocumenten:

1° een uittreksel uit de geboorteakte van het kind;

2° een attest waaruit de adoptie blijkt.

Bij de onder punt 1° en 2° vermelde documenten dient steeds een uittreksel uit het bevolkings- of vreemdelingenregister te worden gevoegd, waaruit de samenstelling van het gezin blijkt.

c) in geval van volledige of gedeeltelijke loopbaanonderbreking voor het verstrekken van medische bijstand:

Het personeelslid moet op het formulier C61-SV het attest laten invullen waarop de behandelende geneesheer van het zwaar ziek gezins- of familielid tot de tweede graad verklaart dat het personeelslid bereid is bijstand of verzorging te verlenen aan de zwaar zieke persoon.

In geval van hospitalisatie van het kind moet het personeelslid op het formulier C61-SV het attest laten invullen dat het kind gehospitaliseerd is. Dit attest moet worden ingevuld door het betrokken ziekenhuis.

Wanneer een alleenstaand personeelslid gebruik wil maken van de verhoogde maximumduur van een loopbaanonderbreking voor medische bijstand voor de verzorging van zijn kind dat ten hoogste 16 jaar is, moet het het bewijs leveren van de samenstelling van zijn gezin. Hij levert dit bewijs door middel van een attest van de gemeentelijke overheid waaruit blijkt dat het personeelslid op het moment van de aanvraag van de loopbaanonderbreking uitsluitend en effectief samenwoont met een of meerdere van zijn of haar kinderen. Voor iedere verlenging van een periode van volledige of gedeeltelijke loopbaanonderbreking voor medische bijstand moet het personeelslid het vereiste attest indienen.

d) in geval van volledige of gedeeltelijke loopbaanonderbreking voor het verstrekken van palliatieve zorgen:

Het personeelslid moet op het formulier C61-SV het attest laten invullen waarop de behandelende geneesheer van de persoon die palliatieve verzorging nodig heeft verklaart dat het personeelslid zich bereid heeft verklaard deze palliatieve zorgen te verstrekken, zonder dat daarbij de identiteit van de patiënt wordt vermeld.

4.4.3.2.2. Beslissing van de inrichtende macht/de Vlaamse Regering

De inrichtende macht of de Vlaamse Regering dient haar principiële beslissing mee te delen aan het personeelslid binnen vijftien kalenderdagen te rekenen vanaf de ontvangst van de aanvraag.

Het invullen en overhandigen van het formulier C61-SV geldt als formele en definitieve toestemming vanwege de inrichtende macht of de Vlaamse Regering.

Opmerkingen:

1) Indien het betrokken personeelslid tegelijkertijd een loopbaanonderbreking krijgt bij verschillende inrichtende machten, moet het door elk van hen een formulier C61-SV laten invullen.

2) Daar de volledige en gedeeltelijke loopbaanonderbreking voor ouderschapsverlof en het verstrekken van palliatieve zorgen en medische bijstand een recht zijn voor het personeelslid, geldt de onder punt 3.3.3.1. vermelde termijn van 60 maanden niet voor deze loopbaanonderbreking.

Het personeelslid dat van een dergelijke loopbaanonderbreking wenst gebruik te maken, deelt dit uiteraard vooraf mee aan de inrichtende macht(en) waarbij hij tewerkgesteld is.

De personeelsleden van de inspectie en van de dienst Curriculum delen dit mee aan de Vlaamse Regering.

4.4.3.2.3. Formulier C61-SV

Het aanvraagformulier C61-SV vindt u respectievelijk als bijlage2 van deze omzendbrief. De formulieren kunnen eveneens verkregen worden bij de Werkloosheidsbureaus op de website van de RVA: www.rva.be.

Rubriek Ivan deze formulieren dient ingevuld te worden door het betrokken personeelslid.

Rubriek II dient ingevuld te worden door de inrichtende macht of haar gemandateerde.

4.4.3.3. Indiening formulier C61-SV bij de Rijksdienst voor Arbeidsvoorziening

4.4.3.3.1. Uitkeringsaanvraag

De indiening door het personeelslid van het formulier C61-SV, naar gelang van het geval, bij de Rijksdienst voor Arbeidsvoorziening - Werkloosheidsbureau - Dienst onderbrekingsuitkeringen, van zijn woonplaats, geldt als aanvraag tot het verkrijgen van de onderbrekingsuitkeringen.

Opmerking:

Indien het betrokken personeelslid tegelijkertijd een loopbaanonderbreking krijgt bij verschillende inrichtende machten, moet het door elk van hen ingevulde formulier gelijktijdig ingediend worden bij voornoemd Werkloosheidsbureau.

4.4.3.3.2. Bijlagen bij de aanvraag tot het verkrijgen van de onderbrekingsuitkeringen

Bij voormelde formulieren C61 en C61-SV moet ook een volledig overzicht van de prestaties waarvoor het personeelslid vast benoemd en/of tijdelijk aangesteld is op de aanvangsdatum van de aangevraagde loopbaanonderbreking toegevoegd worden.

Afhankelijk van het type loopbaanonderbreking dat wordt aangevraagd, dient eveneens het vereiste document vermeld in punt 4.4.3.3.1.hiervoor, bij de aanvraag om uitkeringen te worden gevoegd.

4.4.3.3.3. Aanvraag verhoogde uitkering wegens kinderen ten laste

Het personeelslid dat een verhoogde uitkering wil wegens kinderen ten laste vervult de formaliteiten vermeld in punt 3.3.5.3.3. hiervoor. Hij moet daarbij eveneens volgende documenten bij het Werkloosheidsbureau indienen:

- een uittreksel uit de geboorteakte of een kopie van het vonnis dat de adoptie-akte heeft gehomologeerd;

- een attest van de kas voor kinderbijslag.

4.4.3.3.4. Verzending bij aangetekende brief

Het betrokken personeelslid draagt de verantwoordelijkheid voor het indienen van de uitkeringsaanvraag en van de bijlagen ervan. Hij heeft er dus alle belang bij deze documenten na te kijken.

De aanvraag moet door het personeelslid bij voorkeur per aangetekend schrijven worden ingediend bij het werkloosheidsbureau van het ambtsgebied waarin hij verblijft.

4.4.3.3.5. Termijn voor het indienen van de aanvraag bij de RVA

Voor een vlotte afhandeling moet de aanvraag voor onderbrekingsuitkering op het werkloosheidsbureau toe komen binnen de termijn van twee maanden die ingaat de dag na de aanvang van de loopbaanonderbreking.

Deze aanvraag wordt geacht ontvangen te zijn door het werkloosheidsbureau op de derde werkdag na de afgifte ervan bij de post (poststempel bewijskrachtig).

De aanvullende documenten nodig om te genieten van een verhoogde uitkering (zie punt 4.4.3.3.3.) moeten niet worden ingediend binnen de voorziene termijn voor de uitkeringsaanvraag maar moeten bij het werkloosheidsbureau aankomen vóór het einde van de voorziene loopbaanonderbreking. Wanneer het personeelslid reeds in loopbaanonderbreking is en naar aanleiding van een bijkomende geboorte of adoptie recht krijgt op de verhoogde uitkering, wordt de verhoogde uitkering niet met terugwerkende kracht toegekend maar pas vanaf de eerste dag van de maand volgend op het indienen van de bewijsstukken.

4.4.3.3.6. Toekenning of weigering van de loopbaanonderbreking door het werkloosheidsbureau

De beslissing tot toekenning of weigering van de loopbaanonderbreking wordt genomen door de directeur van het Werkloosheidsbureau. Dit gebeurt door middel van het formulier C 62.

Toekenning

Bij toekenning wordt één exemplaar van het formulier C 62 door het Werkloosheidsbureau naar het betrokken personeelslid gestuurd.

Weigering

Bij weigering moet het betrokken personeelslid vooraf gehoord worden. Indien het personeelslid de dag van de oproeping belet is, mag het vragen het verhoor te verdagen tot een latere datum die niet later mag vallen dan vijftien dagen na die welke voor het eerste verhoor was vastgesteld. Behoudens gevallen van overmacht wordt het uitstel maar éénmaal verleend.

Het personeelslid kan zich laten vertegenwoordigen of bijstaan door een advocaat of door een vertegenwoordiger van een representatieve werknemersorganisatie (cf. artikel 24, derde lid, K.B. 2 januari 1991 - B.S. 12 januari 1991). De weigering op het formulier C 62 wordt bij een ter post aangetekende brief aan het personeelslid meegedeeld. Deze brief wordt geacht toegekomen te zijn op de derde werkdag na de afgifte ervan ter post. Een afschrift van de beslissing wordt gezonden aan de inrichtende macht waaronder het personeelslid ressorteert.

4.4.3.4. Formaliteiten t.o.v. de onderwijsadministratie

4.4.3.4.1. Mededeling

Een loopbaanonderbreking dient steeds onverwijld als volgt aan het/de bevoegde werkstation(s) van het Agentschap voor Onderwijsdiensten en/of het Agentschap voor Hoger Onderwijs, Volwassenenonderwijs en Studietoelagen te worden meegedeeld:

Volledige loopbaanonderbreking: RL-2

Gedeeltelijke loopbaanonderbreking: RL-1

Opmerking: m.b.t. de te gebruiken codes wordt verwezen naar de “Gebruikershandleiding - Opsturen van berichten” die aan de betrokken onderwijsinstellingen werd toegezonden.

Een afschrift van het formulier C62 moet via de post naar het bevoegde werkstation worden gezonden. Deze kopie kan ook elektronisch verzonden worden naar dit e-mailadres: documenten.onderwijspersoneel@ond.vlaanderen.be.

Volgende verantwoordingsstukken blijven ter beschikking in de school en moeten dus niet meer naar het bevoegde werkstation worden gezonden:

a) in geval van volledig of gedeeltelijk ouderschapsverlof in het kader van loopbaanonderbreking:

Þ een kopie van

1° hetzij het uittreksel uit de geboorteakte van het kind;

2° hetzij het attest waaruit de adoptie blijkt;

3° hetzij een attest waaruit blijkt dat de betrokkene voor ten minste 66% getroffen is door een lichamelijke of geestelijke ongeschiktheid of een aandoening heeft die tot gevolg heeft dat ten minste 4 punten toegekend worden in pijler I van de medisch-sociale schaal in de zin van de regelgeving betreffende de kinderbijslag;

4° het uittreksel uit het bevolkings- of vreemdelingenregister, waaruit de samenstelling van het gezin blijkt.

b) in geval van volledige of gedeeltelijke loopbaanonderbreking voor het verstrekken van medische bijstand:

er is geen extra document vereist. Het personeelslid moet op het formulier C61-SV het attest laten invullen waarop de behandelende geneesheer van het zwaar ziek gezins- of familielid tot de tweede graad verklaart dat het personeelslid bereid is bijstand of verzorging te verlenen aan de zwaar zieke persoon.

c) in geval van volledige of gedeeltelijke loopbaanonderbreking voor het verstrekken van palliatieve zorgen (VLBOPZ en GLBOPZ)

er is geen extra document vereist. Het personeelslid moet op het formulier C61-SV het attest laten invullen waarop de behandelende geneesheer van de persoon die palliatieve verzorging nodig heeft verklaart dat het personeelslid zich bereid heeft verklaard deze palliatieve zorgen te verstrekken, zonder dat daarbij de identiteit van de patiënt wordt vermeld.

4.4.3.4.2. Mogelijke weigering van de loopbaanonderbreking door de onderwijsadministratie

Ofschoon de onderwijsadministratie niet tussenkomt in de aanvraagprocedure, zal het toch het verlof voor loopbaanonderbreking weigeren indien bij de behandeling van het dossier wordt vastgesteld dat de loopbaanonderbreking door de inrichtende macht/de Vlaamse Regering toegekend werd en door de R.V.A. aanvaard werd, met miskenning van de voorwaarden en basisprincipes die ter zake tot de bevoegdheid van de Vlaamse Gemeenschap behoren.

In voorkomend geval zal de weigering onverwijld schriftelijk en gemotiveerd meegedeeld worden aan:

- het betrokken personeelslid;

- de betrokken inrichtende macht(en)/de Vlaamse Regering;

- de Rijksdienst voor Arbeidsvoorziening.

5. Administratieve en geldelijke toestand

5.1. Administratieve toestand tijdens de loopbaanonderbreking

5.1.1. Verlof

Tijdens de onderbreking van zijn beroepsloopbaan is het personeelslid met verlof. Voor de prestaties waarvoor het personeelslid zijn beroepsloopbaan onderbreekt, krijgt het geen salaris(toelage).

Dit verlof wordt voor het overige met een periode van dienstactiviteit gelijkgesteld. Dit houdt in dat deze periode in aanmerking komt voor de vaststelling van de administratieve en geldelijke anciënniteit.

Tenzij anders is bepaald, stellen dienstonderbrekingen geen einde aan een “lopende” onderbrekingsperiode. Zij schorsen ze evenmin op. Het ziekteverlof, het bevallingsverlof, de afwezigheid wegens arbeidsongeval, wegens ongeval op weg naar en van het werk, wegens beroepsziekte, de terbeschikkingstelling wegens ziekte, de afwezigheid wegens een bedreiging door een beroepsziekte en het verlof wegens moederschapsbescherming, maken geen einde aan de loopbaanonderbreking.

5.1.2. Kinderbijslag

De personeelsleden die hun beroepsloopbaan onderbreken, behouden hun recht op kinderbijslag, behoudens indien zij tijdens hun loopbaanonderbreking een zelfstandige activiteit uitoefenen en uit dien hoofde recht hebben op kinderbijslag via de kinderbijslagregeling voor zelfstandigen. In dit geval moeten zij de Rijksdienst voor Kinderbijslag voor Werknemers (R.K.W.) hiervan zo spoedig mogelijk schriftelijk in kennis stellen. Het adres van deze Rijksdienst is :

Rijksdienst voor Kinderbijslag voor Werknemers

Dienst Onderwijs

Trierstraat 70

1000 Brussel

5.1.3. Gezondheidszorg

De personeelsleden die hun beroepsloopbaan onderbreken, behouden hun recht op gezondheidszorg. De onderwijsadministratie stelt voor hen geen (elektronische) bijdragebon op voor het ziekenfonds.

In geval van volledige loopbaanonderbreking ontvangen ze echter een attest of bewijs van rechthebbende op een onderbrekingsuitkering dat hun wordt uitgereikt door de Rijksdienst voor Arbeidsvoorziening, ongeacht door wie ze vervangen worden.

5.1.4. Geen recht op loopbaanonderbreking

Als een personeelslid een aanvraag tot loopbaanonderbreking heeft ingediend en deze periode van loopbaanonderbreking al is begonnen, is het mogelijk dat nadien blijkt dat het personeelslid geen recht heeft op loopbaanonderbreking:

- hetzij op basis van een beslissing van de directeur van het werkloosheidsbureau;

- hetzij op basis van de bepalingen van het besluit van de Vlaamse Regering van 9 september 2011 betreffende de loopbaanonderbreking van de personeelsleden van het onderwijs en de centra voor leerlingenbegeleiding, die verduidelijkt zijn in deze omzendbrief.

Indien bij beslissing van de directeur van het werkloosheidsbureau aan een personeelslid dat zijn beroepsloopbaan heeft onderbroken, het recht op loopbaanonderbreking wordt ontzegd, dient:

- het college van directeurs van het gemeenschapsonderwijs;

- de inrichtende macht in het gesubsidieerd onderwijs en in de gesubsidieerde centra voor leerlingenbegeleiding,

hiervan het/de bevoegde werkstation(s) van het Agentschap voor Onderwijsdiensten en/of het Agentschap voor Hoger Onderwijs, Volwassenenonderwijs en Studietoelagen onverwijld in kennis te stellen, met vermelding van de datum waarop de beslissing ingaat.

Opmerking : bij laattijdig indiening van de aanvraag door het personeelslid, zal de RVA niet voor de volledige aangevraagde periode uitkeringen betalen. In dat geval blijft de aangevraagde periode van loopbaanonderbreking wel geldig.

Voorbeeld

-aanvraag GLBO van 01-09-2013 tot 31-08-2014

-het personeelslid dient de aanvraag pas in op 7 november 2013. De RVA betaalt de uitkering pas vanaf 10-11-2013. Toch blijft de periode van 01-09 tot 31-08 een periode van GLBO.

Het verlof van een personeelslid dat zijn beroepsloopbaan heeft onderbroken, maar geen recht heeft op een loopbaanonderbreking, wordt, met ingang van de datum waarop het verlof niet meer aan de voorwaarden voldoet, ambtshalve omgezet in een volledige of gedeeltelijke terbeschikkingstelling wegens persoonlijke aangelegenheden. 

In dit laatste geval mag de duur overschreden worden van de terbeschikkingstelling wegens persoonlijke aangelegenheden waarop het personeelslid aanspraak kan maken krachtens de reglementaire bepalingen die ter zake op hem van toepassing zijn. Deze terbeschikkingstelling neemt alleszins een einde bij het verstrijken van de lopende periode waarvoor een verlof voor onderbreking van de beroepsloopbaan was aangevraagd.

5.2. Onderbrekingsuitkeringen

5.2.1. Bedragen

De onderbrekingsuitkeringen worden per maand vastgesteld en betaald door de Rijksdienst voor Arbeidsvoorziening. Het betreft forfaitaire bedragen die verschillend zijn naar gelang van de aard van de loopbaanonderbreking en tevens naar gelang van het feit of er wel of niet jonge kinderen ten laste zijn.

Alle info over de onderbrekingsuitkeringen vindt u op de website van de RVA: www.rva.be.

5.2.2. Sociale inhoudingen

Op de onderbrekingsuitkeringen worden geen sociale inhoudingen verricht.

5.2.3. Bedrijfsvoorheffing

De onderbrekingsuitkering is fiscaal wel degelijk een belastbaar inkomen. Deze uitkering wordt beschouwd als een vervangingsinkomen.

Sinds 1 januari 2004 worden alle onderbrekingsuitkeringen onderworpen aan bedrijfsvoorheffing. De afgehouden bedrijfsvoorheffing op de uitkering bedraagt 10,13% in geval van een volledige loopbaanonderbreking, en 17,15% in geval van een gedeeltelijke loopbaanonderbreking.

5.2.4. Vakantiegeld en eindejaarstoelage

De onderbrekingsuitkering (of meer algemeen de loopbaanonderbreking) geeft geen aanleiding tot de uitbetaling van vakantiegeld of eindejaarstoelage.

5.2.5. Voorwaarde inzake woonplaats

Tijdens de periode van loopbaanonderbreking moet het personeelslid in België of in een ander land van de Europese Economische Ruimte wonen. De betaling van de onderbrekingsuitkeringen gebeurt uitsluitend in België.

Uitzondering: Indien het personeelslid zijn echtgeno(o)t(e) volgt die tijdelijk en beroepshalve voor rekening van zijn/haar werkgever naar een land vertrekt dat gelegen is buiten de Europese Economische Ruimte (een “derde land”), dan mag het voor de duur van deze opdracht daar gedomicilieerd zijn. Het personeelslid moet een attest van de werkgever van zijn echtgeno(o)t(e) bijvoegen, waaruit blijkt dat de opdracht geen definitief verblijf in het buitenland noodzakelijk maakt.

5.2.6. Cumulaties

5.2.6.1. Politiek mandaat

De onderbrekingsuitkeringen kunnen gecumuleerd worden met de inkomsten die voortvloeien uit het uitoefenen van een politiek mandaat.

5.2.6.2. Activiteit als loontrekkende

De onderbrekingsuitkeringen kunnen gecumuleerd worden met de inkomsten die voortvloeien uit een bijkomende activiteit als loontrekkende die reeds werd uitgeoefend vóór de onderbreking van de loopbaan.

Een bijkomende activiteit als loontrekkende is een activiteit in loondienst waarvan de tewerkstellingsbreuk niet groter is dan deze van de betrekking waarvan de uitvoering geschorst wordt of waarin de arbeidsprestaties verminderd worden. Ook prestaties in het onderwijs die worden gepresteerd ‘boven de eenheid’ vallen onder deze definitie.

Voorbeeld:

Personeelslid X werkt 10/20 in het onderwijs en heeft een nevenactiviteit van 20/38 in de privé-sector. Het personeelslid wil een VLBO nemen.

Deze cumulatie is niet toegestaan, aangezien de activiteit in de privé-sector groter dan de activiteit in het onderwijs.

De zinsnede “vóór de onderbreking van de loopbaan” dient geïnterpreteerd te worden in die zin dat de bijkomende activiteit als loontrekkende reeds werd gepresteerd voorafgaand aan de loopbaanonderbreking. 

De bijkomende activiteit moet daarenboven reeds uitgeoefend zijn gedurende ten minste de drie maanden die het begin van de volledige of gedeeltelijke loopbaanonderbreking voorafgaan. Voor prestaties ‘boven de eenheid’ binnen het onderwijs worden de maanden juli en augustus buiten beschouwing gelaten voor de berekening van de drie maanden voorafgaand aan de loopbaanonderbreking.

Het personeelslid mag tijdens de loopbaanonderbreking geen nieuwe activiteit als loontrekkende aanvangen of een bestaande bijkomende activiteit als loontrekkende uitbreiden.

Voorbeeld 1:

Personeelslid X is vast benoemd en behoort actief tot het onderwijs t.e.m. 30-6-2007. Betrokkene wenst een volledige loopbaanonderbreking vanaf 1-9-2007.

Indien het personeelslid X de onderbrekingsuitkeringen wenst te cumuleren met een bijkomende activiteit als loontrekkende, moet hij deze bijkomende activiteit alleszins aangevat hebben vóór 1 juni 2007 en deze activiteit bovendien uitgeoefend hebben tijdens de periode 1-6-2007 - 31-8-2007.

Voorbeeld 2:

Personeelslid X is vast benoemd als leraar AV Engels voor 20/20 in het secundair onderwijs en presteert daarnaast 3/20 als leraar secundair volwassenenonderwijs in bijbetrekking in de opleiding Engels Richtgraad 1. Betrokkene neemt met ingang van 1 september 2012 een voltijdse loopbaanonderbreking op zijn opdracht (20/20) in hoofdambt in het secundair onderwijs. Betrokkene kan zijn bijbetrekking in het volwassenenonderwijs verder blijven uitoefenen indien hij deze ten minste drie maanden voorafgaand aan de loopbaanonderbreking heeft aangevat (in casu de periode van 1 april tot 30 juni 2012).

De opdracht in bijbetrekking die verder wordt gepresteerd dient wel steeds dezelfde te zijn als de opdracht voorafgaand aan de loopbaanonderbreking. Indien het personeelslid bijvoorbeeld zou aangesteld worden in de opleiding Frans richtgraad 1, dan kan de opdracht in bijbetrekking niet worden verdergezet.

5.2.6.3. Zelfstandige activiteit

Indien de loopbaan volledig onderbroken wordt, kunnen de onderbrekingsuitkeringen eveneens gecumuleerd worden met de uitoefening van een zelfstandige activiteit. Deze mogelijkheid is echter beperkt tot maximum één jaar (in tegenstelling tot de vroegere regeling waar dit maximum twee jaar was). De loopbaanonderbreking mag dus aangewend worden om zich als zelfstandige te vestigen.

Als zelfstandige activiteit wordt beschouwd die activiteit waardoor het betrokken personeelslid verplicht is zich in te schrijven bij het Rijksinstituut voor Sociale Verzekering der Zelfstandigen.

5.2.6.4. Pensioen

De onderbrekingsuitkeringen kunnen NIET gecumuleerd worden met een pensioen ten laste van de Belgische Staat.

De loopbaanonderbreking zonder onderbrekingsuitkering kan WEL worden toegestaan aan de rechthebbende op een overlevingspensioen.

Opmerking:

Het recht op onderbrekingsuitkeringen vervalt vanaf de dag dat het personeelslid dat de onderbrekingsuitkering geniet om het even welke bezoldigde activiteit aanvangt, een bestaande bijkomende activiteit uitbreidt of gedurende meer dan één jaar een zelfstandige activiteit uitoefent

Een personeelslid dat geen recht heeft op onderbrekingsuitkeringen of wenst af te zien van deze uitkeringen, wordt niet beschouwd als zijnde in loopbaanonderbreking.

Hierop bestaat slechts één afwijking, nl. voor rechthebbenden op een overlevingspensioen. Aan deze personeelsleden kan een loopbaanonderbreking zonder onderbrekingsuitkering worden toegekend.

5.2.6.5. Bijkomende activiteit gestart tijdens een periode van terbeschikkingstelling wegens persoonlijke aangelegenheden met daarbij aansluitend een aanvraag inzake loopbaanonderbreking

Zoals hiervoor vermeld kunnen de onderbrekingsuitkeringen gecumuleerd worden met de inkomsten die voortvloeien uit een bijkomende activiteit als loontrekkende die reeds werd uitgeoefend vóór de onderbreking van de loopbaan. In datzelfde punt werd eveneens gewezen op het belang van de zinsnede “vóór de onderbreking van de loopbaan”.

Ter zake dient te worden opgemerkt dat tijdens een periode van terbeschikkingstelling wegens persoonlijke aangelegenheden een personeelslid niet meer werkelijk actief behoort tot het onderwijs.

Voorbeeld

Personeelslid W is sinds 1-9-1981 voltijds vast benoemd in het onderwijs.

Betrokkene heeft tijdens de periode 1-9-2002 - 31-8-2007 vijf jaar TBSPA genoten. Vanaf 15-11-2002 is personeelslid W tewerkgesteld als loontrekkende (voltijds) in de privé-sector.

Het betrokken personeelslid vraagt vanaf 1-9-2007 een volledige loopbaanonderbreking aan voor zijn opdracht in het onderwijs en oefent verder zijn activiteiten uit in de privé-sector.

De loopbaanonderbreking kan niet worden toegekend (-> geen recht op onderbrekingsuitkeringen) daar personeelslid W zijn activiteiten in de privé-sector aangevat heeft tijdens een periode van TBSPA en derhalve sindsdien nooit meer “werkelijk actief behoorde tot het onderwijs”.

5.2.7. Toelichting bij enkele specifieke gevallen inzake onderbrekingsuitkeringen

5.2.7.1. Onderbrekingsuitkeringen indien de totale opdracht van het personeelslid de “eenheid” overschrijdt

Personeelslid Y (45 jaar) oefent volgende opdrachten uit in het onderwijs :

- secundair onderwijs -> 20/20 (V)

- hogeschool -> 35 % (V)

Het betrokken personeelslid heeft geen kinderen ten laste.

In geval van volledige loopbaanonderbreking kan het personeelslid Y slechts aanspraak maken op het maximum bedrag voor een volledige loopbaanonderbreking, ofschoon zijn totale opdracht de eenheid overschreed.

In geval van gedeeltelijke loopbaanonderbreking kan het personeelslid Y slechts aanspraak maken op een onderbrekingsuitkering die maximaal de helft bedraagt van de uitkering voor een volledige loopbaanonderbreking, ofschoon betrokkene meer dan de helft van een ambt met volledige prestaties niet meer uitoefent.

5.2.7.2. Personeelslid wordt gedeeltelijk bezoldigd door de inrichtende macht

Personeelslid Z (41 jaar) oefent reeds verschillende jaren volgende opdrachten uit in het onderwijs.

- 14/20 KSO -> bezoldigd door het de onderwijsadministratie.

- 6/20 muziekschool -> bezoldigd door de gemeente (IM).

Volledige loopbaanonderbreking:

- kan toegekend worden als volgt:

14/20 LBO

6/20 presteren (wordt beschouwd als bijkomende activiteit als loontrekkende)

Gedeeltelijke loopbaanonderbreking.

- kan toegekend worden als volgt:

4/20 GLBO

10/20 presteren (bezoldigd door de onderwijsadministratie)

6/20 presteren (wordt beschouwd als bijkomende activiteit als loontrekkende)

5.2.7.3. Tijdelijke personeelsleden met loopbaanonderbreking. - Bezoldiging tijdens de zomervakantie

De bijzondere aandacht wordt gevestigd op het feit dat de loopbaanonderbreking voor tijdelijke personeelsleden doorloopt tot en met 31 augustus. Voor wie als tijdelijk personeelslid op 1 oktober van een bepaald schooljaar loopbaanonderbreking neemt, blijft deze loopbaanonderbreking dus doorlopen tot en met 31 augustus van datzelfde schooljaar.

Het voorgaande impliceert ook dat de onderbrekingsuitkering verder betaald wordt tijdens de zomervakantie en dat het betrokken tijdelijk personeelslid geen uitgestelde bezoldiging ontvangt voor het gedeelte van zijn opdracht waarvoor de loopbaanonderbreking werd toegekend.

Hierna volgen enkele voorbeelden ter verduidelijking van dit principe:

Voorbeeld 1

Tijdelijk leraar

- reaffectatievrij;

- aangesteld voor het volledige schooljaar 2011-2012 (opdracht 20/20);

- volledige loopbaanonderbreking vanaf 1-10-2011.

Bezoldiging tijdens de maanden juli en augustus 2012:

a) betrokkene ontvangt tijdens de maanden juli en augustus telkens een volledige onderbrekingsuitkering van de R.V.A.;

b) betrokkene ontvangt GEEN uitgestelde bezoldiging

- juli (herziening september - december 2011) : geen aanspraak;

- augustus (herziening januari - juni 2012) : geen aanspraak.

Voorbeeld 2

Tijdelijke lerares

- reaffectatievrij;

- aangesteld voor het volledige schooljaar 2011-2012 (opdracht 22/22);

- gedeeltelijke loopbaanonderbreking (11/22) vanaf 1-10-2011.

Bezoldiging tijdens de maanden juli en augustus 2012:

a) betrokkene ontvangt tijdens de maanden juli en augustus 2012 telkens een onderbrekingsuitkering van de R.V.A. in verhouding tot de prestaties die onderbroken werden (dus: onderbrekingsuitkering = 1/2 van het volledig bedrag);

b) betrokkene ontvangt tevens een uitgestelde bezoldiging, nl. :

- juli (herziening september - december 2011): UB naar rato van 11/22 (ofschoon betrokkene voltijds gefungeerd heeft en bezoldigd werd van 1-9-2011 t.e.m. 30-9-2012)

- augustus (herziening januari - juni 2012): UB naar rato van 11/22.

Voorbeeld 3

Tijdelijke kleuteronderwijzeres

- reaffectatievrij;

- aangesteld voor het volledige schooljaar 2011-2012 (opdracht 17/24);

- gedeeltelijke loopbaanonderbreking (dus 12/24 fungeren en 5/24 GLBO) vanaf 1-10-2011.

Bezoldiging tijdens de maanden juli en augustus 2012:

a) betrokkene ontvangt voor de maanden juli en augustus 2012 telkens een onderbrekingsuitkering van de R.V.A. in verhouding tot de prestaties die onderbroken werden (dus: onderbrekingsuitkering : 5/24 van het volledig bedrag);

b) betrokkene ontvangt tevens een uitgestelde bezoldiging, nl.:

- juli (herziening september - december 2011): UB naar rato van 12/24 (ofschoon betrokkene van 1-9-2011 t.e.m. 30-9-2011 17/24 presteerde en als dusdanig werd bezoldigd)

- augustus (herziening januari - juni 2012): UB naar rato van 12/24.

5.2.7.4. Onbeperkte gedeeltelijke loopbaanonderbreking vanaf de leeftijd van 55 jaar. - behoud van de verhoogde uitkering ongeacht eventuele wijzigingen inzake vervanging

Een personeelslid aan wie een onbeperkte gedeeltelijke loopbaanonderbreking vanaf de leeftijd van 55 jaar wordt toegekend, dient, uiteraard bij de aanvang van deze onderbreking en eveneens tijdens de hele duur ervan, vervangen te worden volgens de regels vermeld in punt 3.3.5.5.van deze omzendbrief. Rekening gehouden met het feit dat een dergelijke loopbaanonderbreking in totaal meer dan tien jaar kan duren, is het niet denkbeeldig dat zich een aantal wijzigingen zullen voordoen in de vervanging van het betrokken personeelslid. Ongeacht het verloop inzake vervanging, blijft het betrokken personeelslid tijdens de hele duur van deze loopbaanonderbreking de dubbele onderbrekingsuitkering behouden conform de ter zake geldende modaliteiten.

5.3. Aanmoedigingspremie van de Vlaamse Regering

5.3.1. Reglementaire grondslag

Aan het personeelslid dat zijn beroepsloopbaan volledig of gedeeltelijk onderbreekt, kan, voor zover de betrokkene aan de gestelde voorwaarden voldoet, bovenop de onderbrekingsuitkering (cf. punt 5.2. hiervoor) ook een aanmoedigingspremie worden uitbetaald.

Op 22 september 1998 heeft de Vlaamse regering een besluit goedgekeurd tot vervanging van de bestaande regeling voor de aanmoedigingspremies die in het kader van de herverdeling van de arbeid kunnen worden toegekend aan de personeelsleden van de Vlaamse openbare sector en het Nederlandstalig onderwijs die loopbaanonderbreking opnemen.

5.3.2. Voorwaarden

De aanmoedigingspremie kan worden toegekend:

  • als de RVA de loopbaanonderbreking met onderbrekingsuitkeringen heeft goedgekeurd;

- gedurende maximaal 2 jaar;

- als het personeelslid zijn of haar loopbaan volledig of gedeeltelijk onderbreekt;

- als het personeelslid gedurende de periode van 12 maanden voorafgaand aan de aanvangsdatum van de loopbaanonderbreking, ononderbroken tewerkgesteld is geweest. De hoogte van de aanmoedigingspremie wordt bepaald op basis van de minimale tewerkstellingsbreuk in de 12 maanden voorafgaand aan de onderbreking.

Voor de tijdelijke werknemers uit het onderwijs geldt een speciale regeling: de maanden juli en augustus worden namelijk beschouwd als maanden waarin zij in eenzelfde arbeidsregeling waren tewerkgesteld als deze op 30 juni, en zij worden geacht gedurende deze maanden de prestaties die ze uitoefenden op 30 juni, effectief te hebben verricht.

Voor personeelsleden die gedurende het jaar voorafgaand aan de loopbaanonderbreking een verlof genoten dat gelijkgesteld is met dienstactiviteit, van een verlof of afwezigheid voor verminderde prestaties of van een loopbaanonderbreking, geldt de arbeidsregeling waarin ze tewerkgesteld waren voorafgaand aan dat verlof.

5.3.3. Bedrag en uitbetaling van de aanmoedigingspremie

De aanmoedigingspremie wordt maandelijks betaald. U vindt het bedrag van de aanmoedigingspremie op http://www.werk.be/online-diensten/aanmoedigingspremies/openbare-sector/hoeveel-bedraagt-de-premie.

Deze bedragen kunnen worden verdubbeld voor de periode dat het personeelslid tijdens de loopbaanonderbreking een opleiding volgt. De periode van verdubbeling van de premie blijft daarbij beperkt tot de duur van de opleiding en tot zolang je in aanmerking komt voor de aanmoedigingspremie.

Volgende opleidingen komen in aanmerking:

a) elke vorm van onderwijs en opleiding die georganiseerd, gefinancierd, gesubsidieerd of erkend wordt door de Vlaamse overheid, waarvan het programma minimaal 120 contacturen of 9 studiepunten op jaarbasis omvat;

b) elke opleiding die georganiseerd wordt door een opleidingsverstrekker die erkend is krachtens het besluit van de Vlaamse Regering van 18 juli 2003 betreffende de opleidings- en begeleidingscheques voor werknemers of het besluit van de Vlaamse Regering van 19 december 2008 tot toekenning van steun aan kleine en middelgrote ondernemingen voor ondernemerschapsbevorderende diensten, waarvan het programma minimaal 120 contacturen of 9 studiepunten op jaarbasis omvat.

De onderwijsadministratie komt NIET tussenbeide bij de toekenning van de aanmoedigingspremie. Deze premie wordt immers toegekend door de Dienst aanmoedigingspremies van het Vlaams Subsidieagentschap voor Werk en Sociale Economie.

De aanmoedigingspremie komt bovenop de onderbrekingsuitkering die door de Rijksdienst voor Arbeidsvoorziening (RVA) wordt uitbetaald.

De uitbetaling van de aanmoedigingspremie gebeurt maandelijks via overschrijving op het door de aanvrager opgegeven rekeningnummer.

5.3.4. Aanvraag tot het verkrijgen van de aanmoedigingspremie

De aanvraag voor het verkrijgen van de aanmoedigingspremie wordt ingediend door het personeelslid dat meent aanspraak te kunnen maken op de premie. De aanvraag kan zowel op papier als online worden ingediend.

Om een aanmoedigingspremie te kunnen ontvangen, moet de aanvrager reeds een onderbrekingsuitkering van de RVA ontvangen in het kader van zijn loopbaanonderbreking, loopbaanonderbreking voor palliatieve zorgen, loopbaanonderbreking voor medische bijstand of loopbaanonderbreking voor ouderschapsverlof.

Het indienen van een digitale premieaanvraag is beveiligd. Men kan enkel een aanvraag indienen wanneer men over een elektronische identiteitskaart (elD) en kaartlezer beschikt of federaal token. Meer informatie hierover is terug te vinden op de website http://www.werk.be/online-diensten/aanmoedigingspremies. Bij een online aanvraag ontvang je binnen de twee weken een beslissing.

Een aanvraag op papier omvat volgende documenten:

- het ingevulde aanvraagformulier;

- een kopie van de beslissingsbrief van de RVA (formulier C62) : deze beslissingsbrief bevat de beslissing van de RVA inzake de loopbaanonderbreking van het betrokken personeelslid;

- in geval het personeelslid een opleiding volgt, een attest van de onderwijs- of opleidingsinstelling waaruit de inschrijving voor, de aanvangsdatum, de duur en het aantal lesuren van de opleiding blijken.

Om geldig te zijn moet de aanvraag tot het verkrijgen van de aanmoedigingspremie ingediend worden binnen 6 maanden na aanvang van de loopbaanonderbreking.

Wie een GLBO 55+ neemt en nog recht heeft op de aanmoedigingspremie gedurende twee jaar, moet deze premie binnen de 6 maanden na aanvang van de GLBO 55+ aanvragen voor een periode van twee jaar.

Voor de verlenging van de loopbaanonderbreking moet een nieuwe aanvraag worden ingediend (aanvraagformulier + kopie beslissingsbrief + eventueel attest van opleiding). Ook in geval van verlenging geldt de indieningstermijn van zes maanden.

Het aanvraagdossier moet worden verstuurd naar volgend adres:

Vlaams Subsidieagentschap voor Werk en Sociale Economie

Ellipsgebouw

Dienst aanmoedigingspremies

Koning Albert II Laan 35 bus 21, 1030 Brussel

Tel. 1700

Website:

http://www.werk.be/wn/aanmoedigingspremies/openbare-sector/

5.3.5. Controle en sancties

Vanaf de eerste dag van de maand volgend op de datum waarop het personeelslid niet meer voldoet aan de voorwaarden waaronder de aanmoedigingspremie werd aangevraagd, vervalt het recht op de aanmoedigingspremie.

Onrechtmatig verkregen aanmoedigingspremies worden teruggevorderd.

De controle op de naleving van de voorwaarden wordt uitgeoefend door de sociaalrechtelijke inspecteurs van de afdeling Inspectie van het departement Werk en Sociale Economie.

Opmerking:

De aanmoedigingspremie is een materie die niet tot de bevoegdheid behoort van de onderwijsadministratie. De aanvragen en eventuele vragen om informatie dienen dus niet gericht te worden aan de onderwijsadministratie.

De aanvragen tot het verkrijgen van de aanmoedigingspremie alsook eventuele vragen om meer informatie, dienen gericht te worden aan het Vlaams Subsidieagentschap voor Werk en Sociale Economie (zie voormeld adres). Op datzelfde adres kunt u ook terecht om een informatiebrochure te verkrijgen.

5.4. Overgangen van soorten loopbaanonderbreking

Voorafgaand: een schematisch overzicht van de mogelijkheden om van een bepaald stelsel van loopbaanonderbreking over te stappen naar een ander stelsel is opgenomen als bijlage 7 van deze omzendbrief.

Opgelet: dit schema is niet van toepassing op de personeelsleden van de centra voor basiseducatie.

5.4.1. Loopbaanonderbreking voor ouderschapsverlof, voor medische bijstand of voor palliatieve zorgen gedurende een gewone loopbaanonderbreking

Een personeelslid aan wie een volledige of gedeeltelijke loopbaanonderbreking werd toegekend, kan er tijdens deze gewone volledige of gedeeltelijke loopbaanonderbreking voor opteren om loopbaanonderbreking voor ouderschapverlof op te nemen of via loopbaanonderbreking aan een persoon medische bijstand of palliatieve zorgen te verstrekken, op voorwaarde dat hij nadien zijn gewone volledige of gedeeltelijke loopbaanonderbreking verder zet.

Alle personeelsleden hebben hierop recht. Daarbij geldt het volgende:

1° de personeelsleden opgesomd in punt 3.3.2.1.1.1.voor wie de gewone loopbaanonderbreking aanvangt op 1 september of 1 oktober, moeten bij aanvang van één van deze loopbaanonderbrekingen meedelen dat ze de daaraan voorafgaande onderbreking van de beroepsloopbaan op dezelfde wijze wensen verder te zetten tot 31 augustus van het lopende school- of dienstjaar;

2° de personeelsleden, opgesomd in punt 3.3.2.1.1.2. moeten bij aanvang van één van deze loopbaanonderbrekingen meedelen dat ze de daaraan voorafgaande onderbreking van de beroepsloopbaan op dezelfde wijze wensen verder te zetten voor het nog resterend gedeelte van de oorspronkelijk aangevraagde periode van loopbaanonderbreking.

Voorbeeld 1

Een onderwijzer neemt op 1 september 2011 een gedeeltelijke loopbaanonderbreking. Die eindigt op 31 augustus 2012. Op 15 januari 2012 neemt hij gedurende één maand loopbaanonderbreking voor palliatieve zorgen. Hij moet aansluitend zijn gedeeltelijke loopbaanonderbreking terug opnemen tot 31 augustus 2012.

Voorbeeld 2:

Een administratieve medewerker neemt op 1 november 2011 een gedeeltelijke loopbaanonderbreking voor zes maanden. Deze eindigt bijgevolg op 30 april 2012. Op 15 januari 2012 neemt hij gedurende één maand loopbaanonderbreking voor palliatieve zorgen. Hij moet aansluitend zijn gedeeltelijke loopbaanonderbreking terug opnemen tot 31 mei 2012 (= voortzetting met het nog resterend gedeelte van de oorspronkelijke duur van zes maanden).

Bij het opnemen van een loopbaanonderbreking voor ouderschapsverlof, voor medische bijstand of voor palliatieve zorgen gedurende een gewone loopbaanonderbreking moeten de verschillende types loopbaanonderbreking steeds op elkaar aansluiten. Daarbij geldt het volgende:

- wie een volledige loopbaanonderbreking neemt, moet na de loopbaanonderbreking voor ouderschapsverlof, voor medische bijstand of voor palliatieve zorgen de loopbaanonderbreking opnieuw volledig verderzetten;

- wie een halftijdse loopbaanonderbreking neemt, moet na de loopbaanonderbreking voor ouderschapsverlof, voor medische bijstand of voor palliatieve zorgen de loopbaanonderbreking opnieuw halftijds verderzetten;

- wie een loopbaanonderbreking met een vijfde neemt, moet na de loopbaanonderbreking voor ouderschapsverlof, voor medische bijstand of voor palliatieve zorgen de loopbaanonderbreking opnieuw met een vijfde verderzetten;

- de loopbaanonderbreking voor ouderschapsverlof, voor medisch bijstand of voor palliatieve zorgen kan volledig of gedeeltelijk genomen worden, volgens de modaliteiten van elk stelsel.

In de praktijk moet bij de RVA drie keer een aanvraag voor loopbaanonderbreking ingediend worden:

- het personeelslid doet met het formulier C61 een aanvraag voor een gewone volledige of gedeeltelijke loopbaanonderbreking;

- bij de aanvang van de loopbaanonderbreking voor ouderschapsverlof, voor medische bijstand of voor palliatieve zorgen doet het opnieuw een aanvraag met het formulier C61-SV;

- op hetzelfde ogenblik wordt op de gebruikelijke wijze de stopzetting van de periode volledige of gedeeltelijke loopbaanonderbreking aan de R.V.A. meegedeeld;

- na het einde van de loopbaanonderbreking voor ouderschapsverlof, voor medische bijstand of voor palliatieve zorgen, die eveneens op de gebruikelijke wijze aan de R.V.A. wordt meegedeeld, zet het betrokken personeelslid de volledige respectievelijk de gedeeltelijke loopbaanonderbreking verder. Om administratieve redenen dient het hiertoe echter een nieuwe aanvraag in te dienen bij de R.V.A. met het formulier C61.

Voorbeeld:

Een personeelslid krijgt een gedeeltelijke loopbaanonderbreking (GLBO) voor de periode 1-9-2011 - 31-8-2012.

Betrokkene neemt een volledige loopbaanonderbreking voor het verstrekken van palliatieve zorgen (VLBOPZ) van 21-1-2012 t.e.m. 20-2-2012.

Dit is mogelijk, mits het indienen van een formulier C61-SV en het vervullen van alle ter zake voorgeschreven formaliteiten.

Vanaf 21-2-2012 zet betrokkene zijn oorspronkelijke gedeeltelijke loopbaanonderbreking (tot 31-8-2012) verder. Om administratieve redenen dient het echter een nieuwe aanvraag in te dienen bij de R.V.A. (formulier C61 + alle formaliteiten).

Opmerking 1:

Voor de overgang van een gedeeltelijke loopbaanonderbreking vanaf de leeftijd van 55 jaar naar een ouderschapsverlof in het kader van loopbaanonderbreking, een loopbaanonderbreking voor medische bijstand of voor palliatieve zorgen en nadien opnieuw naar de GLBO55+, geldt hetzelfde principe. Wie nog geen 55 jaar is en vóór 1 september 2012 een GLBO50+ genoot en die stopzet voor een ouderschapsverlof in het kader van loopbaanonderbreking, een loopbaanonderbreking voor medische bijstand of voor palliatieve zorgen, kan na de beëindiging ervan eveneens opnieuw in een GLBO50+ stappen, zelfs wanneer betrokkene de leeftijdsgrens van 55 jaar nog niet heeft bereikt.

Opmerking 2:

De aanvang en stopzetting van de eerste periode van loopbaanonderbreking en de aanvang van de daaropvolgende periode van loopbaanonderbreking voor ouderschapsverlof, medische bijstand of palliatieve zorgen, kunnen op dezelfde datum plaatsvinden.

5.4.2. Overstap van een gewone loopbaanonderbreking naar een loopbaanonderbreking voor beroepsopleiding

Een personeelslid aan wie een gewone volledige of gedeeltelijke loopbaanonderbreking is toegekend, kan tijdens deze gewone loopbaanonderbreking overstappen naar een loopbaanonderbreking voor het volgen van een beroepsopleiding.

In dit geval moet het personeelslid geen nieuwe aanvraag indienen bij de RVA. Om aanspraak te kunnen maken op de verhoogde aanmoedigingspremie (zie 4.3.3.), moet hij hiervoor wel een nieuw aanvraagformulier invullen: "aanvraag tot het bekomen van een aanmoedigingspremie voor loopbaanonderbreking in de Vlaamse openbare sector".

Deze aanvraag omvat volgende documenten:

- het ingevulde aanvraagformulier;

- een kopie van de onderbrekingsuitkeringskaart van de RVA (formulier C62) die hij kreeg na goedkeuring van de gewone loopbaanonderbreking;

- een attest van de onderwijs- of opleidingsinstelling waaruit de inschrijving voor, de aanvangsdatum, de duur en het aantal lesuren van de opleiding blijken.

Uitzondering:

Wanneer een personeelslid een gewone gedeeltelijke loopbaanonderbreking neemt en op 1 oktober een volledige loopbaanonderbreking voor beroepsopleiding neemt, dan is wel een nieuwe aanvraag vereist.

5.5. Overgang naar/van loopbaanonderbreking van/naar andere dienstonderbrekingen

5.5.1. Overgang van een terbeschikkingstelling, non-activiteit of ander verlof naar loopbaanonderbreking

- Een personeelslid dat ter beschikking gesteld is (b.v. wegens persoonlijke aangelegenheden), een verlof geniet, voor lange duur afwezig is voor opvoeding van eigen kinderen of van kinderen uit adoptie of pleegvoogdij of afwezig is voor verminderde prestaties wegens persoonlijke aangelegenheid, kan overstappen naar een loopbaanonderbreking, mits opzegging en zonder effectieve werkhervatting.

Het is evident dat deze overstap enkel kan gebeuren op de voor een loopbaanonderbreking voorziene begindata.

Voorbeeld:

Personeelslid Q (geboren op 27-9-1956 is 24/24 vast benoemd en krijgt vanaf 1-9-2011 een afwezigheid voor verminderde prestaties (halftijds) wegens persoonlijke aangelegenheden (AVP).

Vanaf 1-10-2011 wenst het personeelslid een gedeeltelijke loopbaanonderbreking vanaf de leeftijd van 55 jaar (GLBO55+) te nemen. De overstap van de AVP naar de GLBO55+ is mogelijk op 1-10-2011.

- Een overstap vanuit de stand “terbeschikkingstelling wegens ziekte” naar een loopbaanonderbreking is NIET mogelijk zonder voorafgaande effectieve werkhervatting.

- Een tijdelijk personeelslid kan vanuit de stand “onbezoldigd ziekteverlof” NIET overstappen naar een loopbaanonderbreking, zonder voorafgaande effectieve werkhervatting.

Voorbeeld:

Een tijdelijk personeelslid (reaffectatievrij, aangesteld voor een volledig schooljaar 2011-2012) kan de dienst wegens bevallingsverlof niet opnemen tijdens de periode 1-9-2011 - 21-10-2011. Op 22-10-2011 kan betrokkene haar dienst nog niet opnemen ingevolge een ziekte. Deze ziekte duurt tot en met 18-11-2011 (= ten laste van de mutualiteit).

Het betrokken personeelslid had vóór 1 september 2011 de wil te kennen gegeven haar loopbaan volledig te onderbreken.

De beoogde loopbaanonderbreking kan NIET ingaan op 19-11-2011. Op 22-10-2011 was dit echter wel mogelijk geweest.

5.5.2. Overgang van een loopbaanonderbreking naar een bonus of volledige terbeschikkingstelling wegens persoonlijke aangelegenheden voorafgaand aan het rustpensioen

De overgang van een volledige (VLBO) of een gedeeltelijke loopbaanonderbreking (GLBO, GLBO55+) naar een volledige terbeschikkingstelling wegens persoonlijke aangelegenheden voorafgaand aan het rustpensioen is mogelijk (ook na 1 mei).

De overgang van een volledige (VLBO) of gedeeltelijke loopbaanonderbreking (GLBO, GLBO55+) naar een deeltijdse terbeschikkingstelling wegens persoonlijke aangelegenheden voorafgaand aan het rustpensioen is eveneens mogelijk op 1 januari of 1 april en voor de personeelsleden van instellingen van het gewoon en buitengewoon secundair onderwijs en van de centra voor leerlingenbegeleiding bovendien op de eerste dag van de maand volgend op de ingangsdatum van de reaffectaties en wedertewerkstellingen door de interprovinciale reaffectatiecommissie.

5.5.3. Overgang van een loopbaanonderbreking naar het rustpensioen

Een personeelslid dat met loopbaanonderbreking is, kan, zonder effectieve werkhervatting, overstappen naar het rustpensioen. Deze overstap kan uiteraard ook na 1 mei. In dergelijk geval eindigt de loopbaanonderbreking alleszins op de vooravond van de pensionering.

5.6. Gevolgen van de loopbaanonderbreking voor het pensioen

Inlichtingen in verband met de validering van periodes van loopbaanonderbreking voor het pensioen kunnen verkregen worden bij de hierna vermelde bevoegde diensten:

- voor de vast benoemde personeelsleden

adres:

Pensioendienst voor de overheidssector

Ontvangst briefwisseling

Victor Hortaplein 40 - bus 30

1060 Brussel

Tel.: (0)2 558 60 00

Op http://pdos.fgov.be/pdos/publications/publications_1026.htm vindt u een brochure over loopbaanonderbreking en het pensioen.

- voor de tijdelijke personeelsleden

adres:

Rijksdienst voor Pensioenen

Dienst Regularisaties

Zuidertoren (26ste verdieping)

1060 Brussel

telefoon: 0800 50 246

6. Adressen

RVA-werkloosheidsbureaus

Website:

http://www.rva.be/home/MenuNL.htm

Aanvraag aanmoedigingspremie MVG

Vlaams Subsidieagentschap voor Werk en Sociale Economie

Ellipsgebouw

Cel Aanmoedigingspremies

Koning Albert II laan 35 bus 21, 1030 Brussel

Tel. 1700

Website:

http://www.werk.be/online-diensten

info validering van periodes van loopbaanonderbreking voor het pensioen/ vastbenoemde personeelsleden:

Pensioendienst voor de overheidssector

Ontvangst briefwisseling

Victor Hortaplein 40 - bus 30

1060 Brussel

Tel.: (0)2 558 60 00

info validering van periodes van loopbaanonderbreking voor het pensioen/ tijdelijke personeelsleden:

adres :

Rijksdienst voor Pensioenen

Dienst Regularisaties

Zuidertoren (26ste verdieping)

1060 Brussel

telefoon: 0800 50 246

Melding kinderbijslagregeling voor zelfstandigen:

Rijksdienst voor Kinderbijslag voor Werknemers

Dienst Onderwijs

Trierstraat 70

1000 Brussel

7. Bijlagen

Bijlage 1 - Aanvraag voor onderbrekingsuitkeringen loopbaanonderbreking (formulier C61)
http://www.rva.fgov.be/d_egov/formulieren/fiches/c61/fichenl.htm (FORM003188)

Bijlage 2 - Aanvraag voor onderbrekingsuitkeringen in het kader van palliatieve zorgen, medische bijstand of ouderschapsverlof (form C61-SV)
http://www.rva.fgov.be/d_egov/formulieren/fiches/c61fs/fichenl.htm (FORM003189)

Bijlage 3 - Aanvraag tot voortijdige beëindiging van een loopbaanonderbreking
http://ond.vlaanderen.be/doc/dl.ashx?nr=3184 (FORM003184)

Bijlage 4 - Aanvraag van een Vlaamse aanmoedigingspremie bij loopbaanonderbreking in de openbare sector
http://www.werk.be/online-diensten/aanmoedigingspremies/download-brochures-formulieren (FORM003186)

Bijlage 5 - Gebruikte afkortingen
http://ond.vlaanderen.be/doc/dl.ashx?nr=3187 (FORM003187)

Bijlage 6 - Adressen RVA-kantoren
http://www.rva.fgov.be/frames/frameset.aspx?Path=D_RVA/&Items=3&Language=NL (FORM003190)

Bijlage 7 - Overzicht overgangen tussen verschillende stelsels van loopbaanonderbreking
http://ond.vlaanderen.be/doc/dl.ashx?nr=5513 (FORM005513)