U bent hier: Onderwijs en Vorming > Edulex

Omzendbrief

datum laatste wijziging: 06/10/2000 inhoudstafel
Ambten, vakken, bekwaamheidsbewijzen en bezoldigingsregeling vanaf 1 september 1989 in het secundair onderwijs
referentie : ond/III/3/92/1
publicatiedatum : 18/06/1992
wettelijke basis : Besluit van de Vlaamse regering van 5 juni 1989 tot vaststelling van de algemene vakken, de kunstvakken, de technische vakken en de praktische vakken in de instellingen voor voltijds secundair onderwijs en in de instellingen voor voltijds secundair onderwijs die als centra voor deeltijds beroepssecundair onderwijs fungeren, georganiseerd of gesubsidieerd door de Vlaamse Gemeenschap, met uitzondering van de instellingen voor buitengewoon secundair onderwijs en aanvullend beroepsonderwijs
wettelijke basis : Besluit van de Vlaamse regering van 5 juni 1989 tot vaststelling en indeling van de ambten van de leden van het bestuurs- en onderwijzend personeel van de instellingen voor secundair onderwijs
wettelijke basis : Besluit van de Vlaamse regering van 14 juni 1989 betreffende de bekwaamheidsbewijzen, de weddenschalen, het prestatiestelsel en de bezoldigingsregeling in het secundair onderwijs
opheffing : GO/70/90/9-BPRO/3/90 van 9-3-1980
opheffing : GO/70/90/17-BP/12/90 van 2-8-1990
opheffing : OND/III/2.1/RM/ap van 13-9-1991
  • Vaststelling van de ambten secundair onderwijs
  • Vaststelling van de vakken secundair onderwijs
  • Bekwaamheidsbewijzen, weddenschalen en prestatiestelsel secundair onderwijs
  • Concordantie van de vakken secundair onderwijs

1. Inleiding

Toepassingsgebied: de omzendbrief is van toepassing op het voltijds en het deeltijds secundair onderwijs en op de internaten.

Deze omzendbrief behandelt dus niet het secundair onderwijs voor sociale promotie, noch het aanvullend secundair beroepsonderwijs noch het buitengewoon secundair onderwijs.

Voor de godsdienstleraars en voor de personeelsleden van de vierde graad worden afzonderlijke omzendbrieven verspreid.

Om gebruiksvriendelijker te zijn, vervangt deze omzendbrief de volgende omzendbrieven:

  • - GO/70/90/3 - BPRO/3/90 van 9-3-1980
  • - GO/70/90/17 - BP 12/90 van 2-8-1990
  • - OND/III/2.1/RM/ap van 13-9-1991

Met ingang van 1 september 1989 werd de nieuwe structuur voor het secundair onderwijs geleidelijk ingevoerd. Tegelijkertijd werd de reglementering inzake ambten, vakken, bekwaamheidsbewijzen en bezoldigingsregeling aangepast.

De nieuwe structuur van het secundair onderwijs wordt weliswaar jaar per jaar ingevoerd, maar de gewijzigde reglementering inzake de ambten, de vakken, de bekwaamheidsbewijzen en de bezoldigingsregeling geldt vanaf 1 september 1989 voor alle leerjaren van het secundair onderwijs.

De wijze waarop deze reglementeringen moeten worden toegepast in de onderwijsinstellingen die nog onderwijs inrichten van het type II is bepaald in artikel 18 van het besluit van de Vlaamse regering van 14 juni 1989 betreffende de bekwaamheidsbewijzen, de weddenschalen, het prestatiestelsel en de bezoldigingsregeling in het secundair onderwijs.

Na september 1989 zijn de meeste besluiten één of meerdere malen aangepast, zodat het nuttig is om in één omzendbrief de nodige verduidelijkingen te geven. De laatste wijzigingen die in deze reglementering werden aangebracht werden in vetjes afgedrukt. Waar nodig wordt de ingangsdatum van de wijzigingen aangegeven, indien deze verschilt van 1-9-1989.

Bij de bespreking van de 5 onderdelen is het nuttig om de tekst van de besluiten van de Vlaamse regering bij de hand te hebben:

a) Ambten

Besluit van de Vlaamse regering van 5 juni 1989 tot vaststelling en indeling van de ambten van de leden van het bestuurs- en onderwijzend personeel van instellingen voor secundair onderwijs, zoals gewijzigd bij de besluiten van de Vlaamse regering van 24 oktober 1990, 19 oktober 1994 en 9 juli 1996.

b) Vakken

Besluit van de Vlaamse regering van 5 juni 1989 tot vaststelling van de algemene vakken, de kunstvakken, de technische vakken en de praktische vakken in de instellingen voor voltijds secundair onderwijs en in de instellingen voor voltijds secundair onderwijs die als centra voor deeltijds beroepssecundair onderwijs fungeren, georganiseerd of gesubsidieerd door de Vlaamse Gemeenschap, met uitzondering van de instellingen voor buitengewoon secundair onderwijs en aanvullend secundair beroepsonderwijs, zoals gewijzigd bij de besluiten van de Vlaamse regering van 31 juli 1990, 5 juni 1991, 19 december 1991,30 mei 1996 en 9 juli 1996.

c) Bekwaamheidsbewijzen, weddenschalen en prestatiestelsel

Besluit van de Vlaamse Regering van 14 juni 1989 betreffende de bekwaamheidsbewijzen, de weddenschalen, het prestatiestelsel en de bezoldigingsregeling in het secundair onderwijs, zoals gewijzigd bij de besluiten van de Vlaamse regering van 31 juli 1990, 26 september 1990, 12 juni 1991, 19 december 1991, 15 juli 1992, 3 februari 1993, 7 juli 1993, 15 september 1993, 18 mei 1994, 7 september 1994, 14 december 1994, 25 januari 1995 en 4 november 1997.

d) Concordantie van de vakken

Besluit van de Vlaamse regering van 12 juli 1990 betreffende de concordantie van de vakken en de specialiteiten in het gewoon secundair onderwijs met volledig leerplan, zoals gewijzigd bij het besluit van de Vlaamse regering van 9 juli 1996.

Besluit van de Vlaamse regering van 19 december 1991 tot wijziging van het besluit van de Vlaamse regering van 12 juli 1990 betreffende de concordantie van de vakken en de specialiteiten in het gewoon secundair onderwijs met volledig leerplan.

2. Vaststelling en indeling van de ambten

Overeenkomstig het besluit van de Vlaamse regering van 5 juni 1989 kunnen met ingang van 1 september 1989 in het secundair onderwijs in de categorie van het bestuurs- en onderwijzend personeel enkel nog de volgende ambten worden bekleed:

a) wervingsambten:

  • - leraar
  • - godsdienstleraar
  • - begeleider

b) selectieambten:

  • - werkmeester
  • - onderdirecteur
  • - coördinator (vanaf 1 september 1990, enkel in het deeltijds beroepssecundair onderwijs)

c) bevorderingsambten:

  • - werkplaatsleider
  • - directeur

Ter verduidelijking:
- een ambt is niet meer gebonden aan een bepaald niveau (lager secundair - hoger secundair) of aan een bepaalde graad (1ste graad, 2de graad of 3de graad);
- het ambt van leraar is niet meer gekoppeld aan de rubricering van de vakken. Dit betekent dat een personeelslid van het Gemeenschapsonderwijs dat vóór 1 september 1989 vastbenoemd was als leraar A.V./LSO, vanaf 1 september 1989 als vast benoemd leraar wordt beschouwd. In het gesubsidieerd onderwijs wordt het personeelslid dat vast benoemd was als leraar LSO en/of HSO beschouwd als zijnde vast benoemd en erkend, daar waar de erkenning bestaat, als leraar; vanaf 1 juni 1991, datum van inwerkingtreding van het decreet van 27 maart 1991 betreffende de rechtspositie van sommige personeelsleden van het gesubsidieerd onderwijs en de gesubsidieerde psycho-medisch-sociale centra, worden zij beschouwd als vast benoemd leraar, aangezien de erkenning als zodanig is weggevallen.
- de selectieambten van leraar algemene vakken en van leraar bijzondere vakken aan een middelbare oefenschool zijn afgeschaft. De personeelsleden die op 31 augustus 1989 hetzij vastbenoemd waren, vastbenoemd waren en als dusdanig erkend, waar deze erkenning vereist was, gelijkgesteld waren met de vastbenoemde of definitief erkende personeelsleden, in één van de selectieambten van leraar algemene vakken aan een middelbare oefenschool of van leraar bijzondere vakken aan een middelbare oefenschool, behouden evenwel de weddenschaal verbonden aan het door hen op 31 augustus 1989 uitgeoefende selectieambt. Zij blijven ertoe gehouden de verplichtingen na te komen, verbonden aan dit selectieambt.
- de ambten van de categorieën van het opvoedend hulppersoneel en deze van het administratief personeel blijven ongewijzigd. Vanaf 1 september 1990 is weliswaar het ambt van "beheerder" toegevoegd.

3. Vaststelling van de vakken

Het besluit van de Vlaamse regering van 5 juni 1989 deelt de vakken in het secundair onderwijs met ingang van 1 september 1989 als volgt in:

  • - algemene vakken (A.V.)
  • - kunstvakken (K.V.)
  • - technische vakken (T.V.)
  • - praktische vakken (P.V.)

Ter verduidelijking: vanaf 1 september 1989 worden de "bijzondere vakken" en de "technische vakken en beroepspraktijk" afgeschaft en wordt de benaming "beroepspraktijk" vervangen door de benaming "praktisch vak".

Enkele aandachtspunten hierbij:
a) de algemene vakken (A.V.) zijn in het besluit in een limitatieve lijst van geijkte benamingen opgesomd;
b) de kunstvakken (K.V.) worden gerangschikt onder één van de specialiteiten, vermeld in het besluit;
c) de technische vakken (T.V.) komen onder de volgende vormen voor:
- bepaalde in het besluit opgesomde vakken uit de lijst van de algemene vakken worden als technische vakken beschouwd wanneer ze voorafgegaan worden door de term "toegepaste";
- de andere technische vakken worden gerangschikt onder één van de specialiteiten, vermeld in het besluit;
d) de praktische vakken (P.V.) worden onder één van de voor de technische vakken of kunstvakken vermelde specialiteiten ondergebracht; als praktische vakken worden beschouwd de technische vakken of de kunstvakken die voorafgegaan worden door één van de volgende benamingen: praktische oefeningen, praktijk, stages, handvaardigheid, realisatietechnieken.
e) met ingang van 1 september 1990 worden de volgende 3 vakken voor het zeevisserijonderwijs toegevoegd:
- nautische technieken
- zeemanschap
- werktuigkunde zeevisserij.
Deze vakken bestaan als technisch vak en eveneens als praktisch vak (in dit laatste geval wordt het vak zoals gebruikelijk voorafgegaan door één van de volgende woorden: praktische oefeningen, praktijk, stages, handvaardigheid, realisatietechnieken).
f) met ingang van 1 september 1991 worden de volgende 5 specialiteiten van technische vakken toegevoegd:
- autorijtechnieken
- centrale verwarming
- kunststoffen
- riet- en vlechtwerk
- sanitair.
g) met ingang van 1 september 1991 wordt de volgende specialiteit afgeschaft:
- sanitair en centrale verwarming.
h) met ingang van 1 september 1991 wordt het algemeen vak sociologie toegevoegd.
h) met ingang van 1 september 1991 kunnen een aantal algemene vakken/technische vakken in tegenstelling tot voorheen als praktisch vak ingericht worden: biochemie, chemie, ecologie, economie, fysica, informatica, natuurwetenschappen en psychologie (het vak wordt dan voorafgegaan door één van volgende woorden: praktijk, stages).

Uit bovenstaande principes volgt dus duidelijk dat op de documenten die worden ingediend met het oog op bezoldiging of subsidiëring (PERS 2, AL 3 e.a.) enkel en alleen die vakken en specialiteiten voorkomen waarvan de benaming overeenkomt met die welke in het besluit is vastgesteld.

Vakken of specialiteiten die onder een andere benaming zijn aangeduid, komen niet in aanmerking voor bezoldiging of subsidiëring.

De vakken moeten op alle desbetreffende documenten steeds op volgende wijze worden aangeduid:

Voorbeelden:

A.V. Nederlands

K.V. Beeldende vorming

T.V. Toegepaste biologie

T.V. Agrarische technieken

P.V. Praktijk mechanica

P.V. Stages hotel

4. Bekwaamheidsbewijzen, weddenschalen en prestatiestelsel

4.1. Bekwaamheidsbewijzen

4.1.1. Algemeen

Zoals voorgeschreven door artikel 12bis, § 2 van de wet van 29 mei 1959 tot wijziging van sommige bepalingen van de onderwijswetgeving, werd door de Vlaamse regering een eenvormig stelsel van bekwaamheidsbewijzen uitgewerkt dat vanaf 1 september 1989 toepasselijk werd op alle personeelsleden behorend tot de categorie van het bestuurs- en onderwijzend personeel en van het opvoedend hulppersoneel zowel van het Gemeenschapsonderwijs als van het gesubsidieerd onderwijs die een ambt in het secundair onderwijs uitoefenen, met uitsluiting van het secundair onderwijs voor sociale promotie, het buitengewoon secundair onderwijs en het aanvullend secundair beroepsonderwijs.

Dit betekent dat voor deze onderwijssectoren de reglementering die van toepassing was vóór 1 september 1989, van kracht blijft.

Deze reglementering werd vastgesteld in het besluit van de Vlaamse regering van 14 juni 1989 betreffende de bekwaamheidsbewijzen, de weddenschalen, het prestatiestelsel en de bezoldigingsregeling in het secundair onderwijs. In punt 4 van onderhavige omzendbrief wordt, wanneer sprake is van "het besluit", voormeld besluit van de Vlaamse Executieve bedoeld. Dit besluit werd integraal opgenomen in de Officieuze Codificatie van de Onderwijswetgeving en - reglementering (deel VIII, I(2)). Bij dit besluit is een verslag aan de Vlaamse regering gevoegd, evenals acht bijlagen.

Voor het administratief personeel werd eveneens vanaf 1 september 1989 uitvoering gegeven aan de hierboven vermelde wettelijke bepaling; hiervoor verwijs ik naar de ministeriële omzendbrief van 18 februari 1992, die is opgenomen in de coördinatie van de omzendbrieven (deel Personeel, rubriek Bekwaamheidsbewijzen).

In het besluit van de Vlaamse regering van 26 september 1990 werd de reglementering betreffende de bekwaamheidsbewijzen, de weddenschalen en de bezoldigingsregeling van de leermeesters godsdienst en de godsdienstleraars vastgesteld. Dit besluit werd eveneens opgenomen in de Codificatie Wetgeving (deel VIII, I(3)).

4.1.2. Indeling van de bekwaamheidsbewijzen

De bekwaamheidsbewijzen worden als volgt ingedeeld:

  • - vereiste bekwaamheidsbewijzen (VE),
  • - voldoende geachte bekwaamheidsbewijzen (VO),
  • - "andere" bekwaamheidsbewijzen (AND), die enkel in aanmerking komen in geval van tekort aan houders van vereiste of voldoende geachte bekwaamheidsbewijzen.

4.1.3. Overzichtstabellen

In de tabellen die als bijlage bij voornoemd besluit zijn gevoegd, worden de hierboven bedoelde bekwaamheidsbewijzen vastgesteld:

  • - voor de verschillende onderwijsvormen en graden van het secundair onderwijs;
  • - voor de wervings-, selectie- en bevorderingsambten;
  • - voor de algemene vakken, de kunstvakken, de technische vakken en de praktische vakken.

In de linkerkolom zijn de vereiste bekwaamheidsbewijzen vermeld terwijl in de middenkolom de voldoende geachte bekwaamheidsbewijzen zijn bepaald. In de rechterkolom komen de "andere" bekwaamheidsbewijzen voor.

4.1.4. Aanstelling, aanwerving, bezoldiging

Wat de aanstelling of de aanwerving en de bezoldiging of de subsidiëring betreft is er geen onderscheid tussen de vereiste bekwaamheidsbewijzen enerzijds en de voldoende geachte bekwaamheidsbewijzen anderzijds. Een inrichtende macht moet derhalve geen enkele motivering voorleggen, wanneer zij een houder van een voldoende geacht bekwaamheidsbewijs aanwerft.

De principes waarop de vereiste en de voldoende geachte bekwaamheidsbewijzen zijn gebaseerd, zijn als volgt verwoord in het verslag aan de Vlaamse regering bij het besluit:

  • - in de eerste graad beschikt de geaggregeerde voor het lager secundair onderwijs over een vereist bekwaamheidsbewijs, indien het diploma werd behaald in een specialiteit van het te onderwijzen vak en over een voldoend geacht bekwaamheidsbewijs, indien het diploma werd behaald voor de algemene vakken, maar buiten de specialiteit.

Uitzondering hierop vormt de geaggregeerde voor het hoger secundair onderwijs in de Klassieke filologie, die over een vereist bekwaamheidsbewijs beschikt voor Latijn en Grieks in de eerste graad.

  • - de tweede graad vormt de ontmoetingsplaats van de geaggregeerde voor het lager secundair onderwijs en de geaggregeerde voor het hoger secundair onderwijs. Ook hier geldt voor Latijn en Grieks een afwijking, aangezien uitsluitend de geaggregeerde voor het hoger secundair onderwijs over een vereist bekwaamheidsbewijs beschikt.

Het staat de inrichtende overheid vrij één van beiden aan te werven.

In het beroepssecundair onderwijs zijn, voor de vereiste bekwaamheidsbewijzen, enkel de geaggregeerden voor het lager secundair onderwijs toegelaten.

  • - de derde graad is voorbehouden voor de geaggregeerde voor het hoger secundair onderwijs en het diploma afgeleverd in de specialiteit vormt de vereiste titel. De geaggregeerden voor het hoger secundair onderwijs, buiten de specialiteit van het te onderwijzen vak, beschikken over een voldoende geacht bekwaamheidsbewijs.

In het beroepssecundair onderwijs beschikken evenwel zowel de geaggregeerde voor het lager secundair onderwijs als de geaggregeerde voor het hoger secundair onderwijs over een vereist bekwaamheidsbewijs.

  • - voor de technische en de praktische vakken gelden dezelfde principes voor de "gelijkgestelde" technische diploma's.
  • - gelet op de specificiteit van de kunstvakken, wordt voor deze vakken afgeweken van dit principe en worden geen voldoende geachte bekwaamheidsbewijzen vastgesteld.

De vastgestelde principes gaan uit van het beginsel van lokale autonomie. Hiermede wordt bedoeld dat aan de plaatselijke scholen de kans moet geboden worden om een volwaardig personeelsbeleid te voeren in functie van de eigen pedagogische visies en accenten. Het open karakter van de voldoende geachte bekwaamheidsbewijzen komt aldus tegemoet aan de pedagogische verzuchtingen om terug volwaardige klastitulariaten te kunnen organiseren.

Volgens artikel 8 van het decreet van 12 juni 1991 betreffende de universiteiten in de Vlaamse Gemeenschap wordt met ingang van 1 september 1993 een academische lerarenopleiding bekrachtigd met één van de academische graden van "Geaggregeerde voor het onderwijs".

Voor de nieuwe academische opleidingen die bekrachtigd worden met een diploma van licentiaat in de taal- en letterkunde: Germaanse talen of Romaanse talen dient naast het diploma eveneens het diplomasupplement aan het bevoegde werkstation te worden toegezonden.

4.1.5. Aanwerving van een personeelslid met een "ander" bekwaamheidsbewijs

Een inrichtende macht kan, indien zij in de onmogelijkheid is een houder aan te werven van hetzij een vereist bekwaamheidsbewijs, hetzij een voldoende geacht bekwaamheidsbewijs, een personeelslid in dienst nemen dat houder is van een "ander" bekwaamheidsbewijs.

Door de wet van 29 mei 1959, inzonderheid artikel 12bis, § 2, is deze aanwerving slechts onder twee voorwaarden mogelijk:

  • - ze wordt beperkt tot de duur van het lopende schooljaar, doch kan jaarlijks hernieuwd worden, indien het tekort voortduurt;
  • - de aanwerving kan nooit leiden tot een vaste benoeming.

Een inrichtende macht die een houder van een "ander" bekwaamheidsbewijs aanwerft of opnieuw aanwerft, moet de hierna volgende procedure naleven: zij moet op eer verklaren dat zij geen personeelslid met een vereist of voldoende geacht bekwaamheidsbewijs heeft kunnen aanwerven.

Deze verklaring op eer, die in voorkomend geval moet vermeld worden in de rubriek "Opmerkingen" van het document Pers 2, luidt als volgt:

"De inrichtende macht verklaart op eer dat zij in de onmogelijkheid is geweest om voor de hierboven met een (*) aangeduide opdracht een kandidaat aan te werven die in het bezit is van een vereist of van een voldoende geacht bekwaamheidsbewijs".

Deze verklaring moet niet worden afgelegd wanneer de aanwerving van het personeelslid een periode van 97 dagen niet overschrijdt.

Bovendien moet die verklaring evenmin worden afgelegd:

  • - wanneer het bekwaamheidsbewijs van het personeelslid, aangeworven voor het onderricht van technische vakken, kunstvakken of praktische vakken, een vereist of een voldoende geacht bekwaamheidsbewijs zou zijn indien het personeelslid in het bezit was van een getuigschrift van middelbare technische normaalleergangen, een getuigschrift van pedagogische bekwaamheid of een getuigschrift van pedagogische leergangen;
  • - wanneer het personeelslid, dat is aangeworven voor het onderricht van algemene vakken, in het bezit is van een diploma van ten minste HOLT (zie artikel 7 van het besluit) en over een vereist of voldoende geacht bekwaamheidsbewijs zou beschikken indien het in het bezit was van een bewijs van pedagogische bekwaamheid.

Wat onder "bewijs van pedagogische bekwaamheid" wordt verstaan is omschreven in artikel 3, § 2 van het besluit.

In de twee bovenvermelde uitzonderingen kan deze bepaling slechts worden toegepast gedurende een periode gelijk aan de minimumduur, rekening houdend met de bekwaamheidsbewijzen van het personeelslid, nodig voor het behalen van één van de vereiste bewijzen van pedagogische bekwaamheid, vermeerderd met één school- of academiejaar.

Indien de aanwerving gebeurt op een tijdstip in de loop van het schooljaar waarop de inschrijving voor het volgen van de cursus met het oog op het behalen van het bewijs van pedagogische bekwaamheid, niet meer mogelijk is, vangt de hierboven vermelde termijn aan bij het begin van het volgend school- of academiejaar.

Daar de belangen van de houders van vereiste of voldoende geachte bekwaamheidsbewijzen niet mogen geschaad worden indien ze na een geldige kandidatuurstelling niet worden aangeworven, werd een procedure van verhaalrecht in het leven geroepen. In grote lijnen ziet de procedure, die zo eenvoudig mogelijk werd gehouden, eruit als volgt.

Telkens een inrichtende macht ertoe verplicht is bij de aanwerving van een houder van een "ander" bekwaamheidsbewijs een verklaring op eer af te leggen, kan elke persoon die houder is van een voor het betrokken ambt vereist of voldoende geacht bekwaamheidsbewijs en niet werd aangeworven, een bezwaarschrift indienen in eerste instantie bij de inrichtende macht en vervolgens eventueel bij het Departement Onderwijs, voorzover hij voor dit ambt een geldige kandidatuur heeft ingediend.

De verder te volgen procedure wordt uiteengezet in artikel 9 van het besluit.

4.1.6. Opmerkingen

Er weze aan herinnerd dat bekwaamheidsbewijzen van het onderwijs voor sociale promotie moeten uitgereikt zijn na een onderwijscyclus van ten minste 900 lestijden voor de technische en beroepsleergangen en van ten minste 450 lestijden voor de normaalleergangen, de pedagogische leergangen en het pedagogisch hoger onderwijs van het korte type voor sociale promotie.

4.1.7. Gelijkgestelde uren

De vakken exploratie, expressie, psychomotorische oefeningen, sociale activiteiten en sportactiviteit opgesomd in artikel 10, § 2 van het besluit moeten worden gelijkgesteld met één van de vakken/specialiteiten die in dezelfde graad worden onderwezen en die voorkomen in de bijlagen 1 tot en met 5 bij het besluit. De gelijkstelling gebeurt in functie van het (de) bekwaamheidsbewijs(zen) dat (die) het personeelslid bezit. De hier bedoelde uren worden bezoldigd overeenkomstig de weddenscha(a)l(en) vastgesteld in de graad en voor het (de) ambt(en) waarmede zij gelijkgesteld werden.

Dezelfde regeling is van toepassing voor de andere uren die geen lesuren zijn.

Voorbeeld:

De inrichtende macht stelt het algemeen vak "exploratie" in de 1ste graad gelijk met het algemeen vak Nederlands. Het personeelslid dat met deze opdracht wordt belast, is houder van het diploma van geaggregeerde voor het lager secundair onderwijs Nederlands-Engels. Op de formulieren die bestemd zijn voor het Departement, wordt vermeld:

- 1ste graad - A.V. Exploratie (Nederlands)

De uren zullen bezoldigd worden op basis van de opdrachtbreuk 22 (A.V.) en van de weddenschaal, vastgesteld voor het A.V. Nederlands in de 1ste graad - code 301.

Opmerkingen:

1) Klasseraad - Klassedirectie worden, met welk vak zij ook worden gelijkgesteld, qua opdrachtbreuk steeds beschouwd als een Algemeen Vak.

2) Bij gelijkstelling van de vakken exploratie, expressie, psychomotorische oefeningen, sociale activiteiten en sportactiviteit met de vakken Latijn, klassieke studiën, antieke cultuur of Grieks in de eerste graad wordt de weddenschaal code 301 en niet 501 toegekend, indien het personeelslid dat met deze opdracht wordt belast houder is van het diploma van GHSO Klassieke filologie.

Dezelfde regeling is van toepassing voor de andere uren die geen lesuren zijn.

Indien dit personeelslid belast wordt met Klasseraad - Klassedirectie, gelijkgesteld met Latijn, klassieke studiën, antieke cultuur of Grieks, wordt de weddenschaal code 501 toegekend.

Deze bepaling gaat in op 1 september 1990.

3) Overeenkomstig artikel 2 van het besluit van de Vlaamse regering van 5 juni 1989 worden de vakken "exploratie", "expressie", "psychomotorische oefeningen", "sociale activiteiten" en "sportactiviteit" ingedeeld bij de algemene vakken. Een gelijkstelling door de inrichtende macht van één van deze vakken met een vak dat anders is ingedeeld (bv. P.V.), wijzigt niet de indeling bij de algemene vakken en dus evenmin het vereiste minimum en maximum aantal uren voor volledige prestaties noch uiteraard de deler (20, 21, 22) van de opdrachtbreuk op basis waarvan deze uren dienen te worden bezoldigd.

Voorbeeld:

5u. A.V. Expressie 2de graad wordt gelijkgesteld met P.V. Hout. De opdrachtbreuk zal dus zijn: 5/21.

Wat betreft de toepassing van de reglementering inzake terbeschikkingstelling wegens ontstentenis van betrekking, reaffectatie en wedertewerkstelling worden deze personeelsleden beschouwd als zijnde belast met P.V. Hout.

4) Vanaf 1 september 1990 is het mogelijk de uren die geen lesuren zijn gelijk te stellen met A.V. Godsdienst, A.V. Niet-confessionele zedenleer, A.V. Eigen cultuur en religie en A.V. Cultuurbeschouwing.

Voorbeeld:

Een personeelslid, houder van een diploma van geaggregeerde in het godsdienstonderricht in het LSO, is in dienst met 20u. A.V. Godsdienst + 1u. Klasseraad + 1u. Klassedirectie in de 1ste graad.

Bezoldiging: 20u. A.V. Godsdienst: 301 + 2u. Klasseraad - Klassedirectie (A.V. Godsdienst): 301

4.2. Weddenschalen en bezoldigingsregeling

De weddenschalen, op grond waarvan de personeelsleden die onder toepassing vallen van het eenvormig stelsel van de bekwaamheidsbewijzen worden bezoldigd, worden onder hun codenummers vermeld in de bijlagen bij het besluit.

De principes waarop deze weddenschalen zijn gebaseerd, zijn als volgt verwoord in het Verslag aan de Vlaamse regering bij het besluit:

"Voor de eerste graad wordt uitgegaan van de hierna volgende beginselen. Aan de houders van de vereiste bekwaamheidsbewijzen wordt de weddenschaal toegekend die in de huidige reglementering eveneens wordt toegepast voor de houder van het vereiste bekwaamheidsbewijs.

De houders van de voldoende geachte bekwaamheidsbewijzen genieten dezelfde weddenschaal als deze vastgesteld voor de vereiste, teneinde de keuzevrijheid van de inrichtende machten tussen beide categorieën van bekwaamheidsbewijzen niet te beperken. Aan de houders van een "ander" bekwaamheidsbewijs wordt een lagere weddenschaal toegekend, overeenstemmend met deze die verleend wordt voor prestaties verricht op het onmiddellijk lager liggend niveau. Deze principes gelden eveneens voor de algemene vakken in de tweede en de derde graad.

Voor de technische en de praktische vakken in de tweede en de derde graad worden die principes eveneens toegepast, evenwel daarbij rekening houdend met het niveau van het diploma waarover het personeelslid beschikt. In het beroepssecundair onderwijs wordt de geaggregeerde voor het lager secundair onderwijs als dusdanig bezoldigd, onafgezien in welke graad hij prestaties verricht."

4.3. Prestatiestelsel

Het prestatiestelsel dat vanaf 1 september 1990 van toepassing is in het secundair onderwijs wordt samengevat in bijgaande tabel (zie prestatietabel).

Voor de duidelijkheid worden het minimum en maximum aantal lesuren, de delers voor een ambt met onvolledige prestaties en de delers voor een bijbetrekking vermeld.

Toepassing van artikel 14 van het besluit van de Vlaamse regering van 14 juni 1989:

1) Artikel 14, § 1 van voormeld besluit bepaalt dat voor de personeelsleden die ten laatste op 31 augustus 1989 op grond van de vóór deze datum geldende reglementering in een wervingsambt van leraar technische vakken en beroepspraktijk in het secundair onderwijs van de lagere of van de hogere cyclus, hetzij tot de stage toegelaten, hetzij vastbenoemd, hetzij vastbenoemd en als dusdanig erkend daar waar de erkenning bestaat, hetzij gelijkgesteld zijn met de vastbenoemde of definitief erkende personeelsleden, ongeacht de rangschikking van de vakken waarmee zij vanaf het schooljaar 1989-1990 belast zijn:

  • - het minimum en maximum aantal uren (van hun prestaties) vastgesteld is op 24 en 28,
  • - de deler voor een ambt met onvolledige prestaties gelijk is aan 24,
  • - de deler voor een bijbetrekking gelijk is aan 30.

2) De bepalingen van artikel 14 gelden enkel voor het aantal uren waarvoor het personeelslid tot de stage toegelaten of vastbenoemd werd.

Voor het vaststellen van dit aantal uren wordt rekening gehouden met:

  • - het aantal uren T.V. + B.P. dat het personeelslid effectief uitoefende op 31 augustus 1989;
  • - het aantal uren T.V. + B.P. waarvoor het personeelslid, in het Gemeenschapsonderwijs en het gesubsidieerd onderwijs, ter beschikking gesteld was wegens ontstentenis van betrekking of, in het Gemeenschapsonderwijs, boventallig was op 31 augustus 1989;
  • - het aantal uren T.V. + B.P. waarvoor het personeelslid reglementair met verlof of afwezig was.

Voor het Gemeenschapsonderwijs wordt de aandacht erop gevestigd dat dit artikel ook toepasselijk is op de vastbenoemde leraars technische vakken en de vastbenoemde praktijkleraars in het lager secundair onderwijs, waarvan het ambt vóór 1 september 1989 op basis van de circulaire van 30 augustus 1984 diende beschouwd te worden als een ambt van leraar technische vakken en beroepspraktijk (T.V. + B.P.).

Artikel 14, § 2 bepaalt dat voornoemde regeling niet van toepassing is in de eerste graad.

3) Prestatietabel toepasselijk vanaf 1 september 1990 op de leerkrachten bedoeld in artikel 14

1ste graad 

2de graad 

3de graad 

22 

24 

24 

4) Vaststelling van een betrekking met volledige prestaties en de bezoldiging

Het aantal uren waarvoor de minimum-maximum prestaties vastgesteld blijven op 24/28 dient eerst geput te worden uit het vak waarvoor het minimum aantal uren voor volledige prestaties het hoogst is. Indien de som van de opdrachtbreuken aldus de eenheid overschrijdt, geldt de regel van de best bezoldigde uren en komen die eerst in aanmerking voor bezoldiging.

5) Vaststelling van het aantal uren waarvoor de minimum- en maximumprestaties 24 en 28 blijven

Voorbeelden

opdracht 31-8-89 

zie 2.e  

opdracht op  

1-9-1990 

deler op 1-9-1990 

24u. T.V. + B.P. 

2de graad 24u. 

ongeacht de classificatie van de 

vakken zal de noemer steeds 24 zijn 

24u. T.V.+ B.P. 

1ste graad 10u. P.V. 

2de graad 14u. P.V.  

10/22 

14/24 (i.p.v. 

14/30) 

12u. T.V.+B.P.HSO 

10u. T.V. HSO 

3de graad 18u. T.V. 

12/24 (i.p.v. 

12/20) 

+ 6/20 

+ 4/20 TBS-OB 

ef.16u. T.V.+B.P. 

TBS-OB 4u.  

T.V. + B.P. 

2de graad 25u. P.V. 

20/24 + 5/30 

i.p.v. 25/30 

10u. T.V. HSO 

6u. T.V.+B.P. HSO 

6u. T.V.+B.P. HSO waarvoor verlof voor verminderde prestaties 

3de graad 22u. T.V. 

10/20 

+ 12/24 (i.p.v. 

12/20) 

Opgelet eerste graad

De uren uit de eerste graad tellen mee voor het bepalen van het aantal uren dat moet gepresteerd worden met noemer 24. Maar zij worden effectief gepresteerd met noemer 22. Een voorbeeld maakt dit duidelijk.

Een personeelslid is vastbenoemd op 31 augustus 1989 voor 18 uren TV+BP.

Op 1 september 1989 (of later) krijgt het de volgende opdracht:
10 uren PV in de derde graad (organiek 10/30)
9 uren TV in de tweede graad (organiek 9/21)
4 uren TV in de eerste graad (organiek 4/22)

Welke uren worden omgezet naar 24sten? Eerste principe: eerst worden de uren met de hoogste noemer omgezet. Tweede principe: in de eerste graad presteert men met noemer 22.

Omzetting
10/30 10/24
4/22 4/24 maar is eerste graad, dus 4/22
4/21 4/24

De 18 uren zijn dus omgezet naar 24sten. De uren in de eerste graad zijn terug omgezet naar 22sten.
De overgebleven 5/21 uit de tweede graad blijven 5/21.

4.4. Overgangsbepalingen

4.4.1. Waarom overgangsbepalingen?

De invoering van het stelsel inzake bekwaamheidsbewijzen vanaf 1 september 1989 kan tot gevolg hebben dat bekwaamheidsbewijzen waarover personeelsleden beschikken met ingang van voormelde datum op een minder gunstige wijze worden gerangschikt.

Zo kan bv. een bekwaamheidsbewijs, dat vóór 1 september 1989 voor de uitoefening van een bepaald ambt of voor het onderwijs van een bepaald vak als een vereist bekwaamheidsbewijs werd beschouwd, vanaf 1 september 1989 als een voldoende geacht bekwaamheidsbewijs of zelfs als een "ander" bekwaamheidsbewijs in de tabellen voorkomen.

Dergelijke wijziging betekent dat een personeelslid wiens bekwaamheidsbewijs vanaf 1 september 1989 op een minder gunstige wijze wordt geklasseerd, het gevaar loopt niet meer te kunnen aangeworven of gesubsidieerd worden of met een lagere weddenschaal bezoldigd te worden of nog definitief het recht te verliezen op een vaste benoeming.

Om deze redenen voorziet het besluit in overgangsbepalingen. Het is duidelijk dat bedoelde overgangsbepalingen niet nodig zijn voor die personeelsleden wier bekwaamheidsbewijzen op dezelfde wijze als vóór 1 september 1989 worden gecatalogeerd of eventueel op een betere wijze worden gerangschikt.

Dit betekent ook dat personeelsleden die volgens het nieuw organiek stelsel kunnen bezoldigd of gesubsidieerd worden geen overgangsbepalingen nodig hebben, tenzij zij bij toepassing van de overgangsbepalingen recht blijven hebben op de weddenschaal die hun vóór 1 september 1989 mocht worden verleend.

De overgangsbepalingen zijn persoonsgebonden en vervallen niet wanneer het betrokken personeelslid naar een andere instelling overgaat. Ze zijn niet beperkt tot een aantal uren, maar gelden ook voor de uren van hetzelfde ambt, vak en/of specialiteit waarmee de opdracht van het personeelslid eventueel later wordt uitgebreid. Deze overgangsbepalingen zijn evenmin beperkt tot de onderwijsvorm waarin ze zijn verworven.

4.4.2. Het voltijds secundair onderwijs

Toepassing van artikel 16 en 17 van het besluit.

4.4.2.1. Welke personeelsleden kunnen overgangsbepalingen inroepen?

De volgende personeelsleden kunnen overgangsbepalingen inroepen:

  • - de personeelsleden die ten laatste op 31 augustus 1989 op grond van de op deze datum geldende reglementering hetzij tot de stage toegelaten, hetzij vast benoemd en als dusdanig erkend zijn, daar waar de erkenning bestaat, hetzij gelijkgesteld zijn met de vastbenoemde of definitief erkende personeelsleden;
  • - de tijdelijke personeelsleden die op 1 september 1986 in dienst waren in het gewoon secundair onderwijs en sedertdien ononderbroken in dienst zijn gebleven in het onderwijs, het universitair onderwijs uitgezonderd, in het ambt van het bestuurs- en onderwijzend personeel of van het opvoedend hulppersoneel en als dusdanig bezoldigd geweest zijn.

Als onderbreking worden niet beschouwd:

  • - de vakantieperioden
  • - de militaire dienst
  • - de perioden van wederoproeping
  • - de ziekte- of bevallingsverloven
  • - de borstvoedingsverloven
  • - de verloven van korte duur met behoud van wedde(toelage) ter gelegenheid van sommige gebeurtenissen van familiale of sociale aard
  • - de verloven zonder behoud van wedde(toelage) voor een maximumduur van 6 werkdagen per schooljaar
  • - een periode van ten hoogste 30 kalenderdagen per schooljaar
  • - vanaf 1 januari 1997 loopbaanonderbreking.

Opmerkingen:

1) Het personeelslid dient op 1 september 1986 in dienst te zijn geweest in het secundair onderwijs met volledig leerplan in een ambt van het bestuurs- en onderwijzend personeel of van het opvoedend hulppersoneel en als dusdanig bezoldigd te zijn geweest door het Departement. De vermelde toegelaten onderbrekingen kunnen pas ingaan vanaf 2 september 1986.

2) Het uitoefenen vanaf 2 september 1986 van een ander ambt, vak en/of specialiteit hetzij in het voltijds secundair onderwijs hetzij in een ander soort onderwijs wordt niet als een onderbreking beschouwd zolang het personeelslid hiervoor bezoldigd werd ten laste van het Departement.

3) De onderbrekingen hoeven niet bezoldigd te zijn; ze moeten wel vallen in de periode van aanstelling.

4) De periode van ten hoogste 30 kalenderdagen per schooljaar moet niet in éénmaal genomen zijn, doch kan ook bestaan uit verschillende periodes van minder dan 30 dagen; zij worden samengeteld tot het maximum van 30 kalenderdagen per schooljaar is bereikt.

4.4.2.2. Welke overgangsbepalingen worden voorzien?

Er worden overgangsbepalingen voorzien op twee vlakken:

  • - enerzijds voor de bekwaamheidsbewijzen
  • - anderzijds voor de weddenschalen.

Wat betreft de prestatieregeling zijn geen overgangsbepalingen voorzien, tenzij deze vermeld in punt 4.3.

4.4.2.2.1. Bekwaamheidsbewijzen

Volgende personeelsleden:

  • - De personeelsleden die vóór 1 september 1989 in het bezit waren van een vereist bekwaamheidsbewijs doch vanaf 1 september 1989 volgens het nieuwe stelsel niet meer over een vereist bekwaamheidsbewijs zouden beschikken, worden geacht in het bezit te zijn van een vereist bekwaamheidsbewijs (OM/VE).
  • - De personeelsleden die vóór 1 september 1989 niet in het bezit waren van een vereist bekwaamheidsbewijs en vanaf 1 september 1989 volgens het nieuwe stelsel noch in het bezit zijn van een vereist bekwaamheidsbewijs, noch van een voldoende geacht bekwaamheidsbewijs, worden geacht in het bezit te zijn van een voldoende geacht bekwaamheidsbewijs (OM/VO).
  • - De personeelsleden in het Gemeenschapsonderwijs die op grond van artikel 20 van het koninklijk besluit van 22 maart 1969 reeds drie jaar afwijking hebben bekomen van de vereiste bekwaamheidsbewijzen worden geacht in het bezit te zijn van een voldoende geacht bekwaamheidsbewijs, voor zover zij vanaf 1 september 1989 volgens het nieuwe stelsel niet over een vereist of voldoende geacht bekwaamheidsbewijs beschikken.

4.4.2.2.2. Weddenschalen:

De personeelsleden die genieten van overgangsbepalingen blijven de weddenschaal genieten die hun op grond van de vóór 1 september 1989 geldende reglementering mocht verleend worden, tenzij het bekwaamheidsbewijs waarover zij beschikken recht geeft op een hogere weddenschaal.

De personeelsleden die genieten van overgangsbepalingen en die op basis van de reglementering van kracht vóór 1 september 1989:

  • - niet in het bezit waren van een vereist bekwaamheidsbewijs en die bij toepassing van het besluit in het bezit zijn van een vereist bekwaamheidsbewijs,
  • - niet in het bezit waren van een vereist bekwaamheidsbewijs en die bij toepassing van het besluit in het bezit zijn van een voldoende geacht bekwaamheidsbewijs,
  • - in het bezit waren van een vereist bekwaamheidsbewijs en die bij toepassing van het besluit in het bezit zijn van een vereist bekwaamheidsbewijs, blijven de weddenschaal genieten die hun op grond van de vóór dezelfde datum geldende reglementering mocht verleend worden, tenzij het bekwaamheidsbewijs waarover zij beschikken recht geeft op een hogere weddenschaal.

In de eerste en in de tweede graad genieten deze personeelsleden voor de vakken en/of specialiteit van het ambt waarvoor zij overgangsbepalingen genieten de weddenschaal die hun op grond van de vóór 1 september 1989 geldende reglementering mocht verleend worden in het lager secundair onderwijs, tenzij het bekwaamheidsbewijs waarover zij beschikken recht geeft op een hogere weddenschaal.

In de tweede, in de derde en in de vierde graad genieten deze personeelsleden voor de vakken en/of specialiteit van het ambt waarvoor zij overgangsbepalingen genieten de weddenschaal die hun op grond van de vóór 1 september 1989 geldende reglementering mocht verleend worden in het hoger secundair onderwijs, tenzij het bekwaamheidsbewijs waarover zij beschikken recht geeft op een hogere weddenschaal.

Indien beide voorgaande bepalingen van toepassing zijn op een personeelslid, wordt aan dit personeelslid de voordeligste weddenschaal toegekend.

4.4.2.3. Waarvoor kunnen overgangsbepalingen worden ingeroepen?

De hierboven bedoelde overgangsbepalingen kunnen worden ingeroepen:

  • - door de personeelsleden die behoren tot het bestuurs- en onderwijzend personeel en een selectie- of bevorderingsambt uitoefenen: voor het ambt dat zij hetzij op 1 februari 1988 hetzij op 1 februari 1989 uitoefenden;
  • - door de personeelsleden die behoren tot het bestuurs- en onderwijzend personeel en een wervingsambt van leraar uitoefenen of een selectieambt van leraar uitoefenden: voor de vakken en/of de specialiteiten waarmee zij belast waren hetzij op 1 februari 1988 hetzij op 1 februari 1989;
  • - door de personeelsleden die behoren tot het opvoedend hulppersoneel: voor het ambt waarmee zij belast waren hetzij op 1 februari 1988 hetzij op 1 februari 1989.

4.4.2.4. Toepassingen

Geval 1: Vast benoemde personeelsleden (d.w.z. personeelsleden bedoeld in artikel 16, § 1, 1° van het besluit)

Op 1 september 1989: De overgangsbepalingen kunnen ingeroepen worden voor het ambt of de vakken en/of specialiteiten waarmee zij op 1 februari 1988 of 1 februari 1989 belast waren. Er wordt hierbij geen rekening gehouden met reglementaire verloven en afwezigheden en met de terbeschikkingstelling wegens ontstentenis van betrekking d.w.z. dat men het ambt of vak en/of specialiteit niet noodzakelijk effectief dient te hebben uitgeoefend op één van deze twee data.

Na 1 september 1989: De overgangsbepalingen blijven gelden voor de duur van de loopbaan tot het ontslag.

Voorbeelden:

1. GLSO Frans-Geschiedenis

Vast benoemd voor Frans en Geschiedenis HSO

1-2-1988 

20u. 

Frans 

HSO 

VOB 

346 

1-2-1989 

20u. 

Frans 

HSO 

VOB 

346 

1-9-1989 

20u. 

Frans 

3de gr ASO 

OM/VO 

346 

1-9-1989 

20u. 

Geschiedenis 

3de gr ASO 

AND 

301 

1-9-1991 

20u. 

Frans 

3de gr ASO 

OM/VO 

346 

2. GLSO Frans-Geschiedenis

Vast benoemd voor Frans en Geschiedenis HSO

1-2-1988 

10u. 

TBS/OB 

Frans 

Geschiedenis 

HSO 

HSO 

VOB 

VOB 

346 

346 

1-2-1989 

10u. 

TBS/OB 

Frans 

Geschiedenis 

HSO 

HSO 

VOB 

VOB 

346 

346 

1-9-1989 

20u. 

Frans 

3e gr ASO 

OM/VO 

346 

1-9-1990 

10u.  

10u. 

Frans 

Geschiedenis 

3e gr ASO 

3e gr ASO 

OM/VO 

OM/VO 

346 

346 

Geval 2: Tijdelijke personeelsleden

Op 1 september 1989: Overgangsbepalingen kunnen ingeroepen worden voor het ambt, vak en/of specialiteit waarmee het personeelslid op 1 februari 1988 en/of 1 februari 1989 effectief belast was in het secundair onderwijs met volledig leerplan.

Na 1 september 1989: Het recht op overgangsbepalingen blijft behouden zolang er geen andere onderbreking is dan die bedoeld in artikel 16, § 1, 2° van het besluit.

Voorbeelden:

1. GLSO Nederlands-Geschiedenis

Tijdelijk ononderbroken in dienst gebleven sedert 1 september 1986

1-2-1988 

15u. 

AV Nederlands 

LSO 

VE 

301 

1-2-1989 

10u.  

AV Nederlands 

HSO 

VOB 

346 

1-9-1989 

14u.  

AV Nederlands 

3e gr ASO 

OM/VO 

346 

1-9-1992 

6u.  

AV Geschiedenis 

2e gr ASO 

VE 

301 

2. GLSO Nederlands-Geschiedenis

Tijdelijk ononderbroken in dienst gebleven sedert 1 september 1986

1-2-1988 

15u. 

AV Nederlands 

LSO 

VE 

301 

1-2-1989 

10u.  

AV Nederlands 

HSO 

VOB 

346 

1-9-1989 

20u.  

AV Geschiedenis 

2e gr ASO 

VE 

301 

1-9-1990 

20u.  

AV Nederlands 

2e gr ASO 

VE * 

346 

* OM weddenschaal, toepassing artikel 17 van het besluit.

3. GHSO Romaanse filologie

Tijdelijk ononderbroken in dienst gebleven sedert 1 september 1986

1-2-1988 

15u. 

AV Frans 

LSO/TSO 

VOB 

301 

1-2-1989 

15u. 

AV Frans 

LSO/TSO 

VOB 

301 

1-9-1989 

10u. 10u.  

AV Frans 

AV Frans 

1ste gr 

2de gr(1)  

OM/VO 

VE 

301 

501 

4. GLSO

Tijdelijk ononderbroken in dienst gebleven sedert 1 september 1986

1-2-1988 

Nederlands 

HSO 

VO 

346 

1-2-1989 

Aardrijkskunde 

HSO 

VO 

346 

1-9-1989 

Nederlands 

Frans 

3de gr ASO 

3de gr ASO 

OM/VO 

AND 

346 

301 

1-9-1990 

Nederlands 

sociale 

promotie 

 

 

1-9-1991 

Aardrijkskunde 

3de gr ASO 

OM/VO 

346 

Geval 3: Vast benoemde personeelsleden die op 1 februari 1988 of 1 februari 1989 tijdelijk met een ander ambt, vak of specialiteit belast waren

Op 1 september 1989 kunnen overgangsbepalingen ingeroepen worden:

  • - voor het ambt, vak en/of specialiteit waarvan zij op 1 februari 1988 en/of op 1 februari 1989 titularis waren,
  • - voor het ambt, vak en/of specialiteit waarmee zij op 1 februari 1988 en/of op 1 februari 1989 effectief belast waren. Er wordt hierbij geen rekening gehouden met de reglementaire verloven en afwezigheden op deze data.

Na 1 september 1989 blijft het recht op overgangsbepalingen voor al deze ambten, vakken en/of specialiteiten behouden voor de verdere duur van de loopbaan tot het ontslag.

Voorbeeld:

Een personeelslid is in het bezit van de bekwaamheidsbewijzen A3 Mechanica + 6 jaar nuttige ervaring + D en wordt op 1 september 1982 vast benoemd tot leraar beroepspraktijk (mechanica) LSO (VE - 301). Op 1 september 1987 wordt hij tijdelijk belast met het ambt van werkmeester.

1-2-1988 

werkmeester tijdelijk 

VE 

305 

1-2-1989 

werkmeester tijdelijk 

VE 

305 

1-9-1989 

werkmeester tijdelijk 

OM/VE 

305 

1-9-1990 

½ ambt leraar mechanica 1e gr 

½ ambt werkmeester 

OM/VE 

OM/VE 

301 

305 

Geval 4: Een personeelslid fungeerde op 1 februari 1988 als vastbenoemd leraar en op 1 februari 1989 als vast benoemd directeur

Op 1 september 1989: kan het zo nodig overgangsbepalingen inroepen voor het ambt van leraar en voor het ambt van directeur. Er wordt hierbij geen rekening gehouden met de reglementaire verloven en afwezigheden op deze data.

Na 1 september 1989: blijft het recht op overgangsbepalingen voor beide ambten behouden voor de verdere duur van de loopbaan tot het ontslag.

4.4.3. Het deeltijds beroepssecundair onderwijs

Personeelsleden die fungeren in het deeltijds beroepssecundair onderwijs en die de overgangsbepalingen genieten zoals bepaald in artikel 16 en 17 van het besluit (zie punt 4.4.1) kunnen op deze overgangsbepalingen eveneens een beroep doen in het deeltijds beroepssecundair onderwijs.

Daarnaast bestaan nog specifieke regels inzake overgangsbepalingen in het deeltijds beroepssecundair onderwijs: toepassing van artikel 16bis en 17bis van het besluit. Deze worden hieronder besproken.

4.4.3.1. Welke personeelsleden kunnen overgangsbepalingen inroepen?

De personeelsleden die op 1 februari 1988 in dienst waren in het experimenteel secundair onderwijs met beperkt leerplan en sedertdien ononderbroken in dienst zijn gebleven in het onderwijs, het universitair onderwijs uitgezonderd, in de hoedanigheid van lid van het bestuurs- en onderwijzend personeel of van het opvoedend hulppersoneel.

Als onderbreking worden niet beschouwd:

  • - de vakantieperioden
  • - de militaire dienst
  • - de perioden van wederoproeping
  • - de ziekte- of bevallingsverloven
  • - de borstvoedingsverloven
  • - de verloven van korte duur met behoud van wedde(toelage) ter gelegenheid van sommige gebeurtenissen van familiale of sociale aard
  • - de verloven zonder behoud van wedde(toelage) voor een maximumduur van 6 werkdagen per schooljaar
  • - een periode van ten hoogste 30 kalenderdagen per schooljaar
  • - vanaf 1 januari 1997 loopbaanonderbreking.

Deze verloven en afwezigheden kunnen eveneens aanvangen op 1 februari 1988.

4.4.3.2. Welke overgangsbepalingen worden voorzien?

4.4.3.2.1. Bekwaamheidsbewijzen

  • - De personeelsleden die vóór 1 september 1990 in het bezit waren van een vereist bekwaamheidsbewijs doch vanaf 1 september 1990 volgens het nieuwe stelsel niet meer over een vereist bekwaamheidsbewijs zouden beschikken, worden geacht in het bezit te zijn van een vereist bekwaamheidsbewijs (OM/VE).

  • - De personeelsleden die vóór 1 september 1990 niet in het bezit waren van een vereist bekwaamheidsbewijs en vanaf 1 september 1990 volgens het nieuwe stelsel niet in het bezit zijn van een vereist bekwaamheidsbewijs noch van een voldoende geacht bekwaamheidsbewijs, worden geacht in het bezit te zijn van een voldoende geacht bekwaamheidsbewijs (OM/VO).

  • - De personeelsleden die op grond van artikel 20 van het koninklijk besluit van 22 maart 1969 reeds drie jaar afwijking hebben bekomen van de vereiste bekwaamheidsbewijzen worden geacht in het bezit te zijn van een voldoende geacht bekwaamheidsbewijs, voor zover zij vanaf 1 september 1990 volgens het nieuwe stelsel niet over een vereist of voldoende geacht bekwaamheidsbewijs beschikken (OM/VO).

4.4.3.2.2. Weddenschalen

Deze personeelsleden die genieten van overgangsbepalingen blijven de weddenschaal genieten die hun op grond van de voor 1 september 1990 geldende reglementering mocht verleend worden, tenzij het bekwaamheidsbewijs waarover zij organiek beschikken recht geeft op een hogere weddenschaal.

De personeelsleden die genieten van overgangsbepalingen en die op basis van de reglementering van kracht vóór 1 september 1990:

  • - niet in het bezit waren van een vereist bekwaamheidsbewijs en die bij toepassing van het besluit in het bezit zijn van een vereist bekwaamheidsbewijs;
  • - niet in het bezit waren van een vereist bekwaamheidsbewijs en die bij toepassing van het besluit in het bezit zijn van een voldoende geacht bekwaamheidsbewijs;
  • - in het bezit waren van een vereist bekwaamheidsbewijs en die bij toepassing van het besluit in het bezit zijn van een voldoende geacht bekwaamheidsbewijs, blijven de weddenschaal genieten die hun op grond van de vóór dezelfde datum geldende reglementering mocht verleend worden, tenzij het bekwaamheidsbewijs waarover zij beschikken recht geeft op een hogere weddenschaal.

4.4.3.2.3. Waarvoor kunnen overgangsbepalingen worden ingeroepen?

De hierboven bedoelde overgangsbepalingen kunnen worden ingeroepen:

  • - door de personeelsleden die op 1 februari 1989 of 1 februari 1990 belast waren met een coördinatieopdracht in het experimenteel secundair onderwijs met beperkt leerplan voor het ambt van coördinator;
  • - door de personeelsleden die behoren tot het bestuurs- en onderwijzend personeel en een wervingsambt van leraar uitoefenen of een selectieambt van leraar uitoefenden voor de vakken en/of de specialiteiten waarmee zij belast waren hetzij op 1 februari 1989 hetzij op 1 februari 1990;
  • - door de personeelsleden die behoren tot het opvoedend hulppersoneel voor het ambt waarmee zij belast waren hetzij op 1 februari 1989 hetzij op 1 februari 1990.

Voorbeelden

1. HSTS mechanica-elektriciteit + D-diploma + 3 jaar nuttige ervaring tijdelijk in dienst in het EDO op 1 februari 1988

1-2-1989 

EDO HSB 

BGV Mechanica 

VE  

302 

1-2-1990 

EDO HSB 

T.V. Nijverheids- 

technieken 

VE 

302 

1-9-1990 

DBSO 2de gr 

T.V. Nijverheidstechnieken 

T.V. Elektromechanica 

VE* 

VE 

 

302 

301 

* OM weddenschaal, toepassing artikel 17bis van het besluit.

2. Licentiaat wiskunde

Vast benoemd in het volledig leerplan op 1 september 1985

1-2-1988 

HSO (voll. leerplan) 

EDO HSB 

AV Wiskunde 

 

AV Fysica 

VOB 

 

VOB 

542 

 

542 

1-2-1989 

EDO HSB 

AV Fysica 

VOB 

542 

1-9-1990 

DBSO 3de gr 

AV Fysica 

OM/VO 

542 

1-9-1991 

DBSO 3de gr 

AV Wiskunde 

OM/VO 

542 

4.4.4. Het voltijds en deeltijds secundair zeevisserijonderwijs

4.4.4.1. Welke personeelsleden kunnen overgangsbepalingen inroepen?

  • - De personeelsleden die ten laatste op 31 augustus 1990 op grond van de op deze datum geldende reglementering hetzij tot de stage toegelaten, hetzij vast benoemd en als dusdanig erkend, daar waar de erkenning bestaat, hetzij gelijkgesteld zijn met de vastbenoemde of definitief erkende personeelsleden in het zeevisserijonderwijs;

  • - De tijdelijke personeelsleden die op 29 juni 1990 in dienst waren in het zeevisserijonderwijs en sedertdien ononderbroken in dienst zijn gebleven in het onderwijs, het academisch onderwijs uitgezonderd, in een ambt van het bestuurs- en onderwijzend personeel of het opvoedend hulppersoneel en als zodanig bezoldigd zijn geweest door het rijk of de Gemeenschap.

Worden niet als onderbreking beschouwd:

  • - de vakantieperioden
  • - de militaire dienst
  • - de perioden van wederoproeping
  • - de ziekte- of bevallingsverloven
  • - de borstvoedingsverloven
  • - de verloven van korte duur met behoud van wedde(toelage) ter gelegenheid van sommige gebeurtenissen van familiale of sociale aard
  • - de verloven zonder behoud van wedde(toelage) voor een maximumduur van 6 werkdagen per schooljaar
  • - een periode van ten hoogste 30 kalenderdagen per schooljaar
  • - vanaf 1 januari 1997 loopbaanonderbreking.

Opmerkingen:

1. De onderbrekingen hoeven niet bezoldigd te zijn; ze moeten wel vallen in de periode van aanstelling.

2. De periode van ten hoogste 30 kalenderdagen per schooljaar moet niet in éénmaal genomen zijn doch kan ook bestaan uit verschillende periodes van minder dan 30 dagen; zij worden samengeteld tot het maximum van 30 kalenderdagen per schooljaar is bereikt.

3. Deze verloven kunnen aanvangen op 29 juni 1990.

4. Voor de vastbenoemde personeelsleden gelden de overgangsbepalingen niet alleen voor het ambt, het vak en/of de specialiteit van het ambt dat zij op 1 februari 1990 effectief uitoefenden, maar eveneens voor het ambt, het vak en/of specialiteit van het ambt waarvan zij titularis zijn gebleven.

4.4.4.2. Welke overgangsbepalingen worden voorzien?

Er worden overgangsbepalingen voorzien op twee vlakken:

  • - enerzijds voor de bekwaamheidsbewijzen
  • - anderzijds voor de weddenschalen

4.4.4.2.1. Bekwaamheidsbewijzen

  • - De personeelsleden die vóór 1 september 1990 in het bezit waren van een vereist bekwaamheidsbewijs doch vanaf 1 september 1990 niet meer over een vereist bekwaamheidsbewijs beschikken, worden geacht in het bezit te zijn van een vereist bekwaamheidsbewijs (OM/VE).

  • - De personeelsleden die vóór 1 september 1990 niet in het bezit waren van een vereist bekwaamheidsbewijs en vanaf 1 september 1990 volgens het nieuwe stelsel niet in het bezit zijn van een vereist bekwaamheidsbewijs noch van een voldoende geacht bekwaamheidsbewijs, worden geacht in het bezit te zijn van een voldoende geacht bekwaamheidsbewijs (OM/VO).

4.4.4.2.2. Weddenschalen

De personeelsleden die van overgangsbepalingen genieten, blijven de weddenschaal genieten die zij op grond van de voor 1 september 1990 geldende reglementering bekwamen, tenzij het bekwaamheidsbewijs waarover zij organiek beschikken recht geeft op een hogere weddenschaal.

4.4.4.3. Waarvoor kunnen overgangsbepalingen worden ingeroepen?

De hierboven bedoelde overgangsbepalingen kunnen worden ingeroepen:

  • - door de personeelsleden die behoren tot het bestuurs- en onderwijzend personeel en een selectie- of bevorderingsambt uitoefenen, voor het ambt dat zij op 1 februari 1990 uitoefenden;
  • - door de personeelsleden die behoren tot het bestuurs- en onderwijzend personeel en een wervingsambt uitoefenen: voor de vakken en/of de specialiteiten waarmee zij belast waren op 1 februari 1990;
  • - door de personeelsleden die behoren tot het opvoedend hulppersoneel voor het ambt waarmee zij belast waren op 1 februari 1990.

4.4.5. Bijzondere gevallen

4.4.5.1. A.V. Project algemene vakken

De personeelsleden die in toepassing van het besluit overgangsmaatregelen genieten voor een vak dat genoemd is in het laatste lid van artikel 53, § 4, artikel 54, § 3 en artikel 55, §§ 3, 6 en 7 van het decreet van 31 juli 1990 betreffende het Onderwijs-II, genieten deze overgangsbepalingen eveneens wanneer zij belast worden met het algemeen vak "Project algemene vakken".

Met het algemeen vak "Project algemene vakken" wordt het vak bedoeld zoals het is bepaald in het besluit van de Vlaamse regering van 5 juni 1989.

De vakken bedoeld in de hierboven opgesomde artikels van het decreet betreffende het Onderwijs-II zijn:

  • - godsdienstleer of niet-confessionele zedenleer
  • - Nederlands
  • - wiskunde en/of toegepaste natuurwetenschappen en/of toegepaste fysica en of toegepaste chemie en/of toegepaste biologie, al dan niet in een geïntegreerde vorm
  • - maatschappelijke vorming of geschiedenis en aardrijkskunde
  • - natuurwetenschappen of fysica en/of biologie en of wetenschappelijk werk
  • - artistieke opvoeding of plastische opvoeding en/of muzikale opvoeding
  • - lichamelijke opvoeding
  • - technologische opvoeding
  • - eventueel Frans

Deze overgangsbepalingen gaan in op 1 september 1990.

Voorbeeld

GLSO Nederlands-Geschiedenis

Vast benoemd ten laatste op 31 augustus 1989

1-2-1988 

AV Nederlands 

LSO 

VE 

301 

1-2-1989 

AV Nederlands 

HSO 

VO 

346 

1-9-1990 

AV Project algemene 

vakken 

2egr BSO 

OM/VO 

346 

4.4.5.2. Het ambt van beheerder

De personeelsleden die:

  • - in dienst zijn op 1 juni 1990 in een gesubsidieerd internaat of een gesubsidieerde onderwijsinstelling waaraan een internaat is verbonden,

en

  • - in het bezit zijn van een bekwaamheidsbewijs van ten minste HOKT worden geacht in het bezit te zijn van een voldoend geacht bekwaamheidsbewijs met weddenschaal 165 vanaf het ogenblik dat zij 3 jaar ervaring hebben verworven in een gesubsidieerd internaat of in een Medisch Pedagogisch Instituut.

De personeelsleden die:

  • - in dienst zijn op 1 juni 1990 in een gesubsidieerd internaat of een gesubsidieerde onderwijsinstelling waaraan een internaat is verbonden

en

  • - in het bezit zijn van een bekwaamheidsbewijs van ten minste HSO worden geacht houder te zijn van een voldoend geacht bekwaamheidsbewijs met als weddenschaal 384 vanaf het ogenblik dat zij 3 jaar ervaring hebben verworven in een gesubsidieerd internaat of in een Medisch Pedagogisch Instituut.

Deze overgangsbepalingen gaan in op 1 september 1990.

4.4.5.3. Het ambt van werkplaatsleider

4.4.5.3.1. Overgangsbepalingen

4.4.5.3.1.1. In het Gemeenschapsonderwijs

De personeelsleden die niet in het bezit zijn van één der vereiste bekwaamheidsbewijzen die in de bijlagen gevoegd bij dit besluit bepaald zijn voor het ambt van werkplaatsleider, doch die uiterlijk op 1 juni 1986 het bevorderingsbrevet voor dit ambt behaald hebben worden geacht in het bezit te zijn van een vereist bekwaamheidsbewijs voor het ambt van werkplaatsleider met als weddenschaal 311.

4.4.5.3.1.2. In het gesubsidieerd onderwijs

De personeelsleden die niet in het bezit zijn van één van de vereiste bekwaamheidsbewijzen die in de bijlagen gevoegd bij dit besluit bepaald zijn voor het ambt van werkplaatsleider, doch die het ambt van werkmeester uitoefenen en uiterlijk op 1 juni 1986 in dit ambt hetzij vast benoemd en als dusdanig erkend daar waar de erkenning bestaat, hetzij gelijkgesteld zijn met de vast benoemde of definitief erkende personeelsleden, worden eveneens geacht in het bezit te zijn van een vereist bekwaamheidsbewijs voor het ambt van werkplaatsleider met als weddenschaal 311.

Deze bepaling treedt in werking op 1 september 1990.

Vanaf 1 september 1991 wordt de hierboven vermelde datum van 1 juni 1986 voor het gesubsidieerd onderwijs vervangen door 1 juni 1991.

Dit betekent dat voormelde bepalingen ingaan op 1 september 1991 voor de personeelsleden die benoemd werden vóór 1 juni 1991.

4.4.5.3.2. Weddenschaal

Aan de werkplaatsleider in het bezit van een diploma van "tenminste HOLT + bewijs van pedagogische bekwaamheid" wordt met ingang van 1 januari 1994 de weddenschaal "501" toegekend.

4.4.5.4. Het ambt van directeur van een instelling met een derde graad, ontstaan door omvorming van een instelling zonder derde graad

Een vast benoemd directeur van een instelling voor secundair onderwijs zonder derde graad kan het ambt van directeur verder blijven uitoefenen wanneer die instelling wordt omgevormd tot een instelling met derde graad.

Hij behoudt daarbij zijn weddenschaal en zijn vaste benoeming.

Indien hij beschikt over een vereist bekwaamheidsbewijs voor het ambt van directeur van een instelling met een derde graad, heeft hij recht op de weddenschaal verbonden aan dat ambt.

Deze overgangsbepaling gaat in op 1 september 1989.

4.4.6. Schrapping in bekwaamheidsbewijzen met ingang van 1 september 1992

Met ingang van 1 september 1992 worden een aantal bekwaamheidsbewijzen uit de bijlagen geschrapt. Hiervoor werden overgangsbepalingen voorzien (zie verder).

4.4.6.1. Schrappingen

Met ingang van 1 september 1992 worden een aantal bekwaamheidsbewijzen geschrapt:

a) 1ste graad, A.V. Socio-economische initiatie - economie: in de rubriek vereiste:

  • - GLSO Wetenschappelijke vakken
  • - GLSO Wetenschappelijke afdeling
  • - GLSO Afdeling wiskunde-fysica

b) 1ste graad, begeleider: in de rubriek vereiste:

  • - diploma van hoger kunstonderwijs van de 1ste of 2de graad, specialiteit piano

c) 2de graad, ASO ,TSO ,KSO, T.V., specialiteit elektromechanica: in de rubriek vereiste:

  • - diploma van industrieel ingenieur elektronica + bewijs pedagogische bekwaamheid

d) 2de graad, ASO, TSO, KSO, T.V., specialiteit elektronica: in de rubriek vereiste:

  • - diploma van industrieel ingenieur elektriciteit + bewijs van pedagogische bekwaamheid

e) 2de graad, ASO, TSO, KSO, T.V., specialiteit handelscorrespondentie (met vermelding van de betrokken taal, nl. Nederlands, Frans, Engels, Duits, Spaans, Italiaans of Russisch): in de rubriek vereiste:

  • - HOKT + bewijs van pedagogische bekwaamheid
  • - medisch secretariaat
  • - secretariaat

f) 2de graad, ASO, TSO, KSO, T.V., specialiteit tuinbouw :in de rubriek vereiste:

  • - licentiaat plantkunde + GHSO
  • - de volgende woorden worden geschrapt in de rubriek vereiste : "richting tuinbouw" ter hoogte van diploma van landbouwingenieur + bewijs van pedagogische bekwaamheid en "optie tuinbouw" ter hoogte van HOLT landbouw + bewijs van pedagogische bekwaamheid

g) 2de graad, ASO, TSO, KSO, P.V., specialiteit elektromechanica: in de rubriek vereiste:

  • - diploma van industrieel ingenieur elektronica + bewijs van pedagogische bekwaamheid

h) 2de graad, ASO, TSO, KSO, P.V., specialiteit elektronica: in de rubriek vereiste:

  • - diploma van industrieel ingenieur elektriciteit + bewijs van pedagogische bekwaamheid
  • - HSTO + bewijs van pedagogische bekwaamheid + 3 jaar nuttige ervaring
  • - elektrotechnieken
  • - industriële elektrotechniek

i) 2de graad, ASO, TSO, KSO, P.V., specialiteit handelscorrespondentie (met vermelding van de betrokken taal, nl. Nederlands, Frans, Engels, Duits, Spaans, Italiaans of Russisch): in de rubriek vereiste:

  • - HOKT + bewijs van pedagogische bekwaamheid
  • - medisch secretariaat
  • - secretariaat
  • - HSTO + bewijs van pedagogische bekwaamheid + 3 jaar NE
  • - administratieve tekstverwerking
  • - medisch secretariaat
  • - secretariaat
  • - tekstvervaardiging

j) 2de graad, ASO , TSO, KSO, PV, specialiteit tuinbouw: in de rubriek vereiste:

  • - licentiaat plantkunde + GHSO
  • - de volgende woorden worden geschrapt in de rubriek vereiste : "richting tuinbouw" ter hoogte van diploma van landbouwingenieur + bewijs van pedagogische bekwaamheid en "optie tuinbouw" ter hoogte van HOLT landbouw + bewijs van pedagogische bekwaamheid

k) 2de graad, ASO, TSO, KSO, PV specialiteit verpleegkunde: in de rubriek vereiste:

  • - HSTO + bewijs van pedagogische bekwaamheid + 3 jaar NE
  • - bijzondere jeugdzorg
  • - sociaal-technische

l) 3de graad, ASO, TSO, KSO, T.V., specialiteit elektromechanica: in de rubriek vereiste:

  • - diploma van industrieel ingenieur elektronica + bewijs pedagogische bekwaamheid

m) 3de graad, ASO, TSO, KSO, T.V., specialiteit elektronica: in de rubriek vereiste:

  • - diploma van industrieel ingenieur elektriciteit + bewijs van pedagogische bekwaamheid

n) 3de graad, ASO, TSO, KSO, T.V., specialiteit handelscorrespondentie (met vermelding van de betrokken taal, nl. Nederlands, Frans, Engels, Duits, Spaans, Italiaans of Russisch): in de rubriek vereiste:

  • - HOKT + bewijs van pedagogische bekwaamheid
  • - medisch secretariaat
  • - secretariaat

o) 3de graad, ASO ,TSO, KSO, T.V., specialiteit tuinbouw: in de rubriek vereiste:

  • - licentiaat plantkunde + GHSO
  • - de volgende woorden worden geschrapt in de rubriek vereiste : "richting tuinbouw" ter hoogte van diploma van landbouwingenieur + bewijs van pedagogische bekwaamheid en "optie tuinbouw" ter hoogte van HOLT landbouw + bewijs van pedagogische bekwaamheid

p) 3de graad, ASO, TSO, KSO, P.V., specialiteit elektromechanica: in de rubriek vereiste:

  • - diploma van industrieel ingenieur elektronica + bewijs van pedagogische bekwaamheid

q) 3de graad, ASO, TSO, KSO, P.V., specialiteit elektronica: in de rubriek vereiste:

  • - diploma van industrieel ingenieur elektriciteit + bewijs van pedagogische bekwaamheid

r) 3de graad, ASO, TSO, KSO, P.V., specialiteit handelscorrespondentie (met vermelding van de betrokken taal, nl. Nederlands, Frans, Engels, Duits, Spaans, Italiaans of Russisch): in de rubriek vereiste:

  • - HOKT + bewijs van pedagogische bekwaamheid
  • - medisch secretariaat
  • - secretariaat
  • - HSTO + bewijs van pedagogische bekwaamheid + 3 jaar NE
  • - administratieve tekstverwerking
  • - medisch secretariaat
  • - secretariaat
  • - tekstvervaardiging

s) 3de graad, ASO, TSO, KSO, P.V., specialiteit tuinbouw: in de rubriek vereiste:

  • - licentiaat plantkunde + GHSO
  • - de volgende woorden worden geschrapt in de rubriek vereiste : "richting tuinbouw" ter hoogte van diploma van landbouwingenieur + bewijs van pedagogische bekwaamheid en "optie tuinbouw" ter hoogte van HOLT landbouw + bewijs van pedagogische bekwaamheid.

t) 3de graad, BSO, T.V., specialiteit elektromechanica: in de rubriek vereiste:

  • - diploma van industrieel ingenieur elektronica + bewijs van pedagogische bekwaamheid

u) 3de graad, BSO, T.V., specialiteit elektronica: in de rubriek vereiste:

  • - HSTO + bewijs van pedagogische bekwaamheid + 3 jaar NE
  • - elektrotechnieken
  • - industriële elektrotechniek

v) 3de graad, BSO, T.V., specialiteit handelscorrespondentie (met vermelding van de betrokken taal, nl. Nederlands, Frans, Engels, Duits, Spaans, Italiaans of Russisch): in de rubriek vereiste:

  • - HOKT + bewijs van pedagogische bekwaamheid
  • - medisch secretariaat
  • - secretariaat
  • - HSTO + bewijs van pedagogische bekwaamheid + 3 jaar NE
  • - administratieve tekstverwerking
  • - medisch secretariaat
  • - secretariaat
  • - tekstvervaardiging

w) 3de graad, ASO, TSO, KSO, T.V. specialiteit verpleegkunde:

in de rubriek vereiste:

  • - HSTO + bewijs van pedagogische bekwaamheid + 3 jaar NE
  • - bijzondere jeugdzorg
  • - sociaal-technische

4.4.6.2. Overgangsbepalingen

Personeelsleden die op 30 juni 1992 op basis van het besluit van de Vlaamse regering van 14 juni 1989 voor een bepaald ambt, vak of specialiteit in het bezit waren van een vereist bekwaamheidsbewijs en dit vanaf 1 september 1992 niet meer zijn op grond van deze schrappingen, worden geacht in het bezit te zijn van een vereist bekwaamheidsbewijs voor het ambt, vak of specialiteit die zij op 30 juni 1992 effectief uitoefenden en eveneens voor het ambt, het vak of de specialiteit waarvan zij titularis zijn gebleven.

Deze personeelsleden blijven de weddenschaal genieten die hun op grond van de vóór 1 september 1992 geldende reglementering mocht verleend worden, tenzij het bekwaamheidsbewijs waarover zij beschikken recht geeft op een hogere weddenschaal.

4.4.7. Toevoegingen met ingang van 1-9-1991

1. In de bijlagen gevoegd bij het besluit werden een aantal bekwaamheidsbewijzen toegevoegd. Deze toevoegingen treden in werking op 1 september 1989 met de beperking evenwel dat hieruit tijdens de periode van 1 september 1989 tot 31 augustus 1991 geen gevolgen kunnen voortvloeien voor de personeelsleden en de inrichtende machten met betrekking tot bezoldiging en terbeschikkingstelling wegens ontstentenis van betrekking, reaffectatie en wedertewerkstelling.

Deze toevoegingen werden in de bijlagen bij het besluit van de Vlaamse regering en op de diskette ofwel aangeduid met het cijfer "2" ofwel onderstreept.

2. Het diploma van licentiaat in de pedagogische wetenschappen of van licentiaat in de psychologische en pedagogische wetenschappen of van licentiaat in de opvoedkunde of van licentiaat in de opvoedingswetenschappen of van licentiaat in de psycho-pedagogische wetenschappen uitgereikt vóór 1 januari 1968 wordt gelijkgesteld met respectievelijk het diploma van licentiaat in de pedagogische wetenschappen of van licentiaat in de psychologische en pedagogische wetenschappen of van licentiaat in de opvoedkunde of van licentiaat in de opvoedingswetenschappen of van licentiaat in de psycho-pedagogische wetenschappen, aangevuld met het diploma van geaggregeerde voor het hoger secundair onderwijs, evenals met een bekwaamheidsbewijs van hoger onderwijs van het lange type, aangevuld met een bewijs van pedagogische bekwaamheid.

3. Voor de houder van het diploma van licentiaat, die tevens houder is van het diploma van GLSO, wordt dit laatste diploma gelijkgesteld met het diploma van GHSO.

4. Voor het onderricht van de technische vakken of de praktische vakken in de specialiteiten nautische technieken, zeemanschap en werktuigkunde zeevisserij worden als basisdiploma beschouwd:

  • - het brevet van 2de luitenant ter lange omvaart
  • - het getuigschrift van bekwaamheid tot het geven van zeevisserijonderwijs
  • - het brevet van schipper ter visserij
  • - het brevet van schipper ter kustvisserij
  • - het brevet van officier-werktuigkundige 2de klasse
  • - het brevet van werktuigkundige ter diepzeevisserij
  • - het brevet van motorist
  • - het brevet van matroos-motorist
  • - het getuigschrift van aspirant-schipper ter visserij.

Voor het onderricht van de technische of de praktische vakken in de specialiteiten Rijn- en binnenvaart en Scheepvaart worden daarenboven als basisdiploma beschouwd:

  • - het brevet van officier-werktuigkundige 2de of 1ste klasse
  • - Rijnschipperspatent uitgereikt door de commissie van het Ministerie van Verkeerswezen belast met het attest ADNR, afgeleverd door dezelfde commissie en het radardiploma voor de Rijn afgegeven door de commissie belast met het houden van het examen voor de gegadigden voor het radardiploma voor de Rijn.

4.4.8. Schrapping in bekwaamheidsbewijzen met ingang van 1 januari 1995

Met ingang van 1 januari 1995 worden een aantal bekwaamheidsbewijzen uit de bijlagen geschrapt:

  • - 1ste graad, A.V. Artistieke opvoeding: in de rubriek voldoend geacht: diploma van hoger kunstonderwijs finaliteit tekenen en schilderen + bewijs van pedagogische bekwaamheid
  • - 1ste graad, A.V. Plastische opvoeding: in de rubriek vereiste: diploma van hoger kunstonderwijs finaliteit tekenen en schilderen + bewijs van pedagogische bekwaamheid
  • - 1ste graad, T.V./P.V., specialiteit plastische en decoratieve technieken: in de rubriek vereiste: diploma van hoger kunstonderwijs finaliteit tekenen en schilderen + bewijs van pedagogische bekwaamheid
  • - 2de graad, ASO, TSO, KSO, A.V. Artistieke opvoeding: in de rubriek voldoend geacht: diploma van hoger kunstonderwijs finaliteit tekenen en schilderen + bewijs van pedagogische bekwaamheid
  • - 2de graad, A.V. Plastische opvoeding: in de rubriek vereiste: diploma van hoger kunstonderwijs finaliteit tekenen en schilderen + bewijs van pedagogische bekwaamheid
  • - 2de graad, ASO, TSO, KSO, T.V., specialiteit public-relations: in de rubriek vereiste: diploma van licentiaat marketing + GHSO of GVO
  • - 2de graad, ASO, TSO, KSO, T.V., specialiteit schilderen en decoratie: in de rubriek vereiste: diploma van hoger kunstonderwijs finaliteit tekenen en schilderen + bewijs van pedagogische bekwaamheid
  • - 2de graad, ASO, TSO, KSO, T.V., specialiteit toerisme: in de rubriek vereiste: diploma van licentiaat toerisme + GHSO of GVO
  • - 2de graad, ASO, TSO, KSO, T.V., specialiteit verkoop: in de rubriek vereiste: diploma van licentiaat marketing + GHSO of GVO
  • - 2de graad, ASO, TSO, KSO, P.V., specialiteit public-relations: in de rubriek vereiste: diploma van licentiaat marketing + GHSO of GVO
  • - 2de graad, ASO, TSO, KSO, P.V., specialiteit schilderen en decoratie: in de rubriek vereiste: diploma van hoger kunstonderwijs finaliteit tekenen en schilderen + bewijs van pedagogische bekwaamheid
  • - 2de graad, ASO, TSO, KSO, P.V., specialiteit toerisme: in de rubriek vereiste: diploma van licentiaat toerisme + GHSO of GVO
  • - 2de graad, ASO, TSO, KSO, P.V., specialiteit verkoop: in de rubriek vereiste: diploma van licentiaat marketing + GHSO of GVO
  • - 3de graad, ASO, TSO, KSO, T.V., specialiteit public-relations: in de rubriek vereiste: diploma van licentiaat marketing + GHSO of GVO
  • - 3de graad, ASO, TSO, KSO, T.V., specialiteit schilderen en decoratie: in de rubriek vereiste: diploma van hoger kunstonderwijs finaliteit tekenen en schilderen + bewijs van pedagogische bekwaamheid
  • - 3de graad, ASO, TSO, KSO, T.V., specialiteit toerisme: in de rubriek vereiste: diploma van licentiaat toerisme + GHSO of GVO
  • - 3de graad, ASO, TSO, KSO, T.V., specialiteit verkoop: in de rubriek vereiste: diploma van licentiaat marketing + GHSO of GVO
  • - 3de graad, ASO, TSO, KSO, P.V., specialiteit public-relations: in de rubriek vereiste: diploma van licentiaat marketing + GHSO of GVO
  • - 3de graad, ASO, TSO, KSO, P.V., specialiteit schilderen en decoratie: in de rubriek vereiste: diploma van hoger kunstonderwijs finaliteit tekenen en schilderen + bewijs van pedagogische bekwaamheid
  • - 3de graad, ASO, TSO, KSO, P.V., specialiteit toerisme: in de rubriek vereiste: diploma van licentiaat toerisme + GHSO of GVO
  • - 3de graad, ASO, TSO, KSO, P.V., specialiteit verkoop: in de rubriek vereiste: diploma van licentiaat marketing + GHSO of GVO
  • - 2de graad, BSO, T.V., specialiteit public-relations: in de rubriek vereiste: diploma van licentiaat marketing + GHSO of GVO
  • - 2de graad, BSO, T.V., specialiteit schilderen en decoratie: in de rubriek vereiste: diploma van hoger kunstonderwijs finaliteit tekenen en schilderen + bewijs van pedagogische bekwaamheid
  • - 2de graad, BSO, T.V., specialiteit toerisme: in de rubriek vereiste: diploma van licentiaat toerisme + GHSO of GVO
  • - 2de graad, BSO, T.V., specialiteit verkoop: in de rubriek vereiste: diploma van licentiaat marketing + GHSO of GVO
  • - 2de graad, BSO, P.V., specialiteit public-relations: in de rubriek vereiste: diploma van licentiaat marketing + GHSO of GVO
  • - 2de graad, BSO, P.V., specialiteit schilderen en decoratie: in de rubriek vereiste: diploma van hoger kunstonderwijs finaliteit tekenen en schilderen + bewijs van pedagogische bekwaamheid
  • - 2de graad, BSO, P.V., specialiteit toerisme: in de rubriek vereiste: diploma van licentiaat toerisme + GHSO of GVO
  • - 2de graad, BSO, P.V., specialiteit verkoop: in de rubriek vereiste: diploma van licentiaat marketing + GHSO of GVO
  • - 3de graad, BSO, T.V., specialiteit public-relations: in de rubriek vereiste: diploma van licentiaat marketing + GHSO of GVO
  • - 3de graad, BSO, T.V., specialiteit schilderen en decoratie: in de rubriek vereiste: diploma van hoger kunstonderwijs finaliteit tekenen en schilderen + bewijs van pedagogische bekwaamheid
  • - 3de graad, BSO, T.V., specialiteit toerisme: in de rubriek vereiste: diploma van licentiaat toerisme + GHSO of GVO
  • - 3de graad, BSO, T.V., specialiteit verkoop: in de rubriek vereiste: diploma van licentiaat marketing + GHSO of GVO
  • - 3de graad, BSO, P.V., specialiteit public-relations: in de rubriek vereiste: diploma van licentiaat marketing + GHSO of GVO
  • - 3de graad, BSO, P.V., specialiteit schilderen en decoratie: in de rubriek vereiste: diploma van hoger kunstonderwijs finaliteit tekenen en schilderen + bewijs van pedagogische bekwaamheid
  • - 3de graad, BSO, P.V., specialiteit toerisme: in de rubriek vereiste: diploma van licentiaat toerisme + GHSO of GVO
  • - 3de graad, BSO, P.V., specialiteit verkoop: in de rubriek vereiste: diploma van licentiaat marketing + GHSO of GVO

4.4.9. Toevoegingen met ingang van 1 januari 1995

In de bijlagen gevoegd bij het besluit werden een aantal bekwaamheidsbewijzen toegevoegd. Deze toevoegingen treden in werking op 1 september 1989 met de beperking evenwel dat hieruit tijdens de periode van 1 september 1989 tot 31 december 1994 geen gevolgen kunnen voortvloeien voor de personeelsleden en de inrichtende machten met betrekking tot bezoldiging en terbeschikkingstelling wegens ontstentenis van betrekking, reaffectatie en wedertewerkstelling.

Deze toevoegingen werden in de bijlagen bij het besluit van de Vlaamse regering en op de diskette aangeduid met het cijfer "5".

4.4.10. Wijzigingen door het besluit van 4 november 1997

Het besluit werd op 4 november 1997 gewijzigd. Het gaat niet om fundamentele wijzigingen aan de principes maar om technische aanpassingen aan nieuwe reglementering en om toevoeging van "vergeten" diploma's.

De belangrijkste wijzigingen zijn :

4.4.10.1. Aanpassing aan het decreet hoger onderwijs

1. opnemen van diploma van "meester" en "interieurarchitect" als basisdiploma's

2. opnemen van diploma's van een basisopleiding van 1 cyclus als basisdiploma

3. opnemen van de diploma's van een basisopleiding van 2 cycli als basisdiploma en als HOLT

4. opnemen van "meester" als een diploma van het hoger kunstonderwijs van de derde graad met volledig leerplan

5. opnemen van diploma's van een opleiding van 1 cyclus als HOKT

4.4.10.2. Aanpassing aan de omvorming ASBO tot vierde graad

Opnemen van de diploma's uitgereikt in de vierde graad ter vervanging van getuigschriften en brevetten van het vroegere ASBO/ASBS

4.4.10.3. Godsdienstdiploma's

Er bestond verwarring over de waarde van enkele godsdienstdiploma's. Daarom werden ze nu expliciet opgenomen in het besluit:

  • - gegradueerde voor het godsdienstonderricht in het lager secundair onderwijs = GLSO
  • - geaggregeerde voor het godsdienstonderricht in het lager secundair onderwijs = GLSO
  • - gegradueerde in de godsdienstwetenschappen = HOKT
  • - geaggregeerde voor het godsdienstonderricht in het hoger secundair onderwijs = GHSO
  • - geaggregeerde voor het onderricht in de godsdienstwetenschappen = GVO

De diploma's die gelijkgesteld zijn met een GLSO, GHSO of GVO zijn pedagogische bekwaamheidsbewijzen, ook voor andere vakken dan godsdienst (bijvoorbeeld als HOKT + BPB).

4.4.10.4. Loopbaanonderbreking

Sinds 1 januari 1997 kunnen tijdelijke personeelsleden loopbaanonderbreking nemen. De loopbaanonderbreking werd toegevoegd aan de lijst van toegelaten onderbrekingen voor het toekennen van overgangsmaatregelen. M.a.w. een tijdelijke die loopbaanonderbreking neemt verliest daardoor zijn overgangsmaatregelen niet.

4.4.10.5. Wijzigingen in de bijlagen

  • - bijlage 8 wordt 6 (4e graad)
  • - bijlage 6 wordt 7
  • - bijlage 7 wordt 8

4.4.10.6. Kort overzicht van de toegevoegde bekwaamheidsbewijzen

  • - een aantal vergeten diploma's werden toegevoegd
  • - de benamingen van sommige diploma's werden geüniformiseerd in de verschillende bijlagen
  • - zeevisserijonderwijs: HOKT + BPB is een vereist bekwaamheidsbewijs voor de directeur
  • - AV niet-confessionele zedenleer: verruiming van de bekwaamheidsbewijzen; o.a. voor personeelsleden die geen zedenleer gevolgd hebben in het HSO of die geen diploma hebben uitgereikt door een niet-confessionele instelling. Zij kunnen van het college van inspecteurs vrijstelling krijgen.
  • - nieuwe diploma's (decreet hoger onderwijs) zoals de gegradueerde, de meester... De diploma's van een basisopleiding van 1 cyclus zijn opgenomen als HOKT, de diploma's van een basisopleiding van 2 cycli zijn opgenomen als HOLT
  • - het vak verpleegkunde wordt verzorging
  • - de nieuwe benamingen van het derde specialisatiejaar BSO zijn opgenomen
  • - godsdienstleraren krijgen toegang tot de ambten van coördinator, directeur en onderdirecteur, indien ten minste HOKTVL + BPB.
  • - toevoeging van de vakken AV sociologie en KV/PV beeldende kunsten in de vierde graad
  • - de pedagogische bekwaamheid van de meester wordt bewezen aan de hand van een bewijs van pedagogische bekwaamheid. Er is dus geen specialisatie meer nodig in het betreffende kunstvak zoals bij de vroegere kunstdiploma's. Voorbeeld: een GLSO muzikale opvoeding met meesterdiploma moet geen nieuw pedagogisch bekwaamheidsbewijs meer behalen.

De codes (code dd.) geven de ingangsdata aan van de bekwaamheidsbewijzen:

  • - 1 : vanaf 1 september 1989
  • - 2 : vanaf 1 september 1989, met de beperking evenwel dat hieruit tijdens de periode 1 september 1989 tot 31 augustus 1991 geen gevolgen kunnen voortvloeien voor de personeelsleden en de inrichtende machten met betrekking tot bezoldiging en terbeschikkingstelling bij ontstentenis van betrekking, reaffectatie en wedertewerkstelling
  • - 3 : vanaf 1 september 1989 tot 31 augustus 1992
  • - 4 : vanaf 1 september 1990
  • - 5 : vanaf 1 september 1989, met de beperking evenwel dat hieruit tijdens de periode 1 september 1989 tot 31 december 1994 geen gevolgen kunnen voortvloeien voor de personeelsleden en de inrichtende machten met betrekking tot bezoldiging en terbeschikkingstelling bij ontstentenis van betrekking, reaffectatie en wedertewerkstelling
  • - 6 : vanaf 1 januari 1994
  • - 7 : vanaf 1 september 1989 tot 31 december 1994
  • - 8 : vanaf 1 september 1996
  • - 9 : vanaf 1 januari 1995
  • - 10 : vanaf 1 september 1989, met de beperking evenwel dat hieruit tijdens de periode 1 september 1989 tot 31 augustus 1997 geen gevolgen kunnen voortvloeien voor de personeelsleden en de inrichtende machten met betrekking tot bezoldiging en terbeschikkingstelling bij ontstentenis van betrekking, reaffectatie en wedertewerkstelling
  • - 11 : vanaf 1 september 1997
  • - 12 : vanaf 1 september 1996, met beperking evenwel dat hieruit tijdens de periode 1 september 1996 tot 31 augustus 1997 geen gevolgen kunnen voortvloeien voor de personeelsleden en de inrichtende machten met betrekking tot bezoldiging en terbeschikkingstelling bij ontstentenis van betrekking, reaffectatie en wedertewerkstelling

4.5. Concordantie van de vakken

Aangezien vanaf 1 september 1989 nog slechts die vakken en/of specialiteiten mogen worden ingericht die bepaald zijn in het besluit van de Vlaamse regering van 5 juni 1989 (zie punt 2 van deze omzendbrief) is voor de toepassing van de overgangsbepalingen een omzetting noodzakelijk van de vóór 1 september 1989 bestaande vakken en/of specialiteiten naar die welke nog kunnen voorkomen vanaf 1 september 1989.

De richtlijnen betreffende de omzetting (concordantie genoemd) werden uiteengezet bij de omzendbrieven van

  • - 20-10-1989 referte BP/70/89/15
  • - 31-07-1990 referte SOZ(90)13
  • - 19-07-1991 referte SOZ(90)13bis
  • - 18-03-1992 referte SO 5

De 8 bijlagen horend bij het besluit worden door het Departement verwerkt op diskette. Zodra het programma bijgewerkt is, wordt het naar alle scholen opgestuurd. Nadien kan de diskette besteld worden op het Departement Onderwijs

Afdeling Informatie en Documentatie, Koning Albert II-laan 15 te 1210 Brussel (tel.: 02/553.96.52 - fax: 02/553.96.55).

Bijlage 1 - Prestatietabel
http://ond.vlaanderen.be/doc/dl.ashx?nr=1692 (FORM001692)