Besluit van de Vlaamse regering betreffende de erkenning, de financiering en subsidiëring van scholen in het gewoon en buitengewoon basisonderwijs.

  • goedkeuringsdatum
    08 JULI 1997
  • publicatiedatum
    B.S.30/08/1997
  • datum laatste wijziging
    16/11/2004

COORDINATIE

B.Vl.R. 11-6-2004 - B.S. 16-11-2004

De Vlaamse regering,

Gelet op het decreet betreffende het basisonderwijs van 25 februari 1997, inzonderheid op de artikelen 63 en 68, § 2;

Gelet op het protocol nr. 254 van 27 mei 1997 houdende de conclusies van de onderhandelingen die gevoerd werden in de gemeenschappelijke vergadering van het sectorcomité X en van onderafdeling "Vlaamse Gemeenschap" van afdeling 2 van het comité voor de provinciale en plaatselijke overheidsdiensten;

Gelet op het protocol nr. 38 van 27 mei 1997 houdende de conclusies van de onderhandelingen die gevoerd werden in het overkoepelend onderhandelingscomité;

Gelet op het akkoord van de Vlaamse minister bevoegd voor de begroting, gegeven op 12 juni 1997;

Gelet op de dringende noodzakelijkheid, gemotiveerd door de omstandigheid dat het decreet basisonderwijs van 25 februari 1997 in werking treedt op 1 september 1997.

Hetzelfde geldt voor de eerste reeks bijhorende uitvoeringsbesluiten.

Het is voor de organisatie van het schooljaar 1997-1998 en voor de rechtszekerheid van schoolbesturen, directies en personeelsleden essentieel dat zij zo snel mogelijk uitsluitsel krijgen over de nieuw toe te passen regelgeving;

Gelet op het advies van de Raad van State gegeven op 23 juni 1997 met toepassing van artikel 84, eerste lid, 2° van de gecoördineerde wetten op de Raad van State;

Op voorstel van de Vlaamse minister van Onderwijs en Ambtenarenzaken;

Na beraadslaging,

Besluit :

HOOFDSTUK I. - Algemeen

Artikel 1.

Dit besluit is van toepassing op het gewoon en buitengewoon basisonderwijs.

Art. 2.

Voor de toepassing van dit besluit wordt verstaan onder de minister : de Vlaamse minister bevoegd voor het onderwijs.

HOOFDSTUK II. - Erkenning

Art. 3.

§ 1. Een schoolbestuur dat voor een school de erkenning wil verkrijgen, dient uiterlijk op 1 [mei] een aanvraag in bij het departement.

§ 2. De minister legt het aanvraagmodel vast.

B.Vl.R.11-6-2004

Art. 4.

§ 1. De onderwijsinspectie stelt na de indiening van de aanvraag ter plaatse een onderzoek in naar het vervullen van de erkenningsvoorwaarden bepaald in artikel 62 van het decreet basisonderwijs van 25 februari 1997.

§ 2. Na het onderzoek bezorgt de onderwijsinspectie een rapport, met een advies omtrent de erkenning, aan de minister.

Art. 5.

Een school wordt door de minister erkend, na advies van de onderwijsinspectie. De erkenning wordt schriftelijk meegedeeld aan het betrokken schoolbestuur en gaat in bij de aanvang van het schooljaar volgend op de aanvraag tot erkenning.

HOOFDSTUK III. - Aanvraag en toekenning van financiering en subsidiëring

Art. 6.

§ 1. Een schoolbestuur dat voor een school financiering of subsidiëring wil verkrijgen, dient uiterlijk op 1 [mei] een aanvraag in bij het departement.

§ 2. De minister legt het aanvraagmodel vast.

B.Vl.R.11-6-2004

Art. 7.

[Voor een school die al erkend is, gaat het departement na of de programmatienorm bereikt is. Voor scholen voor gewoon basisonderwijs, die opgericht worden vanaf 1 september 2003, gaat het departement eveneens na of aan de bepalingen inzake de afstand, zoals bepaald in artikel 102 van het decreet basisonderwijs van 25 februari 1997, voldaan is.]

B.Vl.R.11-6-2004

Art. 8.

§ 1. [Voor een school die nog niet erkend is, gelden de artikelen 3, 4 en 5 en gaat het departement na of de vereiste programmatienorm bereikt is. Voor scholen voor gewoon basisonderwijs, die opgericht worden vanaf 1 september 2003, gaat het departement eveneens na of aan de bepalingen inzake de afstand, zoals bepaald in artikel 102 van het decreet basisonderwijs van 25 februari 1997, voldaan is.]

§ 2. De minister beslist op advies van de onderwijsinspectie of de school kan erkend worden en op advies van het departement of de school bovendien gefinancierd of gesubsidieerd kan worden.

B.Vl.R.11-6-2004

Art. 9.

De opname in de financierings- of subsidiëringsregeling wordt schriftelijk meegedeeld aan het betrokken schoolbestuur en gaat in bij de aanvang van het schooljaar volgend op de aanvraag tot financiering of subsidiëring.

HOOFDSTUK IV. - Overgangs- en inwerkingtredingsbepalingen

Art. 10.

Dit besluit treedt in werking op 1 september 1997.

Art. 11.

De Vlaamse minister, bevoegd voor het onderwijs is belast met de uitvoering van dit besluit.