OPGEHEVEN : Besluit van de Vlaamse regering tot vaststelling van de goedkeuringscriteria en indieningsmodaliteiten van de leerplannen voor het basisonderwijs.

  • goedkeuringsdatum
    26 NOVEMBER 1996
  • publicatiedatum
    B.S.24/01/1997
  • datum laatste wijziging
    03/09/2007

COORDINATIE

opgeheven door B.Vl.R. 10-11-2006 - B.S. 15-12-2006.

De Vlaamse regering,

Gelet op de wet van 29 mei 1959 tot wijziging van sommige bepalingen van de onderwijswetgeving, inzonderheid op artikel 6, gewijzigd bij de decreten van 1 december 1993, 22 februari 1995, 19 april 1995 en 24 juli 1996;

Gelet op het decreet van 17 juli 1991 betreffende inspectie en pedagogische begeleidingsdiensten, inzonderheid op artikel 5, § 1, 6° , gewijzigd bij de decreten van 22 februari 1995 en 24 juli 1996;

Gelet op het besluit van de Vlaamse regering van 3 juni 1992 tot vaststelling van de goedkeuringsmodaliteiten van leerplannen;

Gelet op het advies van de Vlaamse Onderwijsraad, gegeven op 19 september 1995;

Gelet op het overleg met de afgevaardigden van de inrichtende machten op 30 september en 4 oktober 1996;

Gelet op het advies van de Inspectie van Financiën, gegeven op 28 oktober 1996;

Gelet op het advies van de Raad van State;

Gelet op de verantwoording van de hoogdringendheid, zoals bedoeld in artikel 84, eerste lid, 2° , van de gecoördineerde wetten op de Raad van State, ingevoegd bij de wet van 4 augustus 1996;

Overwegende dat deze hoogdringendheid wordt verantwoord door het feit dat het decreet van 22 februari 1995 tot bekrachtiging van de ontwikkelingsdoelen en de eindtermen van het gewoon basisonderwijs, uitwerking heeft vanaf 1 september 1997.

Dat de inrichtende machten de nieuwe leerplannen, die immers de ontwikkelingsdoelen en de eindtermen op een herkenbare manier moeten bevatten, uiterlijk op 1 maart 1997 moeten indienen bij de inspecteur-generaal van het basisonderwijs.

Dat de leerplanmakers om die reden zo vlug mogelijk duidelijkheid dienen te krijgen over hun opdracht;

Dat dit besluit uitwerking heeft vanaf 1 oktober 1996;

Op voorstel van de Vlaamse minister van Onderwijs en Ambtenarenzaken;

Na beraadslaging,

Besluit :

Artikel 1.

Dit besluit is van toepassing op het gewoon basisonderwijs.

Art. 2.

§ 1. Indien voor het kleuteronderwijs een afzonderlijk document wordt ingediend, wordt dit "werkplan" of "vormingsplan" genoemd. Verder in dit besluit wordt dit werkplan of vormingsplan steeds leerplan genoemd.

§ 2. Voor de toepassing van dit besluit wordt onder dagen, werkdagen verstaan.

Als werkdagen worden niet beschouwd de dagen die vallen tijdens de vakantieperioden zoals bepaald in artikel 4 van het besluit van de Vlaamse regering van 17 april 1991 tot organisatie van het schooljaar in het basis- en secundair onderwijs, in het deeltijds onderwijs en in het onderwijs voor sociale promotie georganiseerd, erkend of gesubsidieerd door de Vlaamse Gemeenschap van 17 april 1991, en de dagen bedoeld in artikel 5 van hetzelfde besluit.

§ 3. Onder indiener wordt verstaan de inrichtende macht of haar gemandateerde.

Art. 3.

Een leerplan dient de volgende elementen te bevatten :

1° Bepaling en omschrijving van de leerlingengroep;

2° Doelstellingen : de algemene doelstellingen die moeten zijn gerealiseerd op het einde van het niveau waarvoor het leerplan bestemd is;

Deze doelstellingen moeten verder worden uitgewerkt, zonder dat het leerplan concrete doelstellingen hoeft te bevatten;

3° Leerinhouden : een opsomming van de te onderwijzen inhouden van het betreffende leerdomein of leergebied, al dan niet geïntegreerd in de doelstellingen;

4° Minimale materiële vereisten : een beschrijving van wat minimaal noodzakelijk wordt geacht om de doelstellingen van het leerplan op een verantwoorde wijze te kunnen realiseren.

Art. 4.

In een leerplan worden de leergebiedgebonden ontwikkelingsdoelen en eindtermen herkenbaar en met verwijzing naar de nummering van het decreet van 22 februari 1995 tot bepaling van de ontwikkelingsdoelen en eindtermen van het gewoon kleuter- en lager onderwijs opgenomen.

Art. 5.

Bij de beoordeling van een leerplan houdt de inspectie rekening met volgende algemene criteria, in zover ze van toepassing zijn :

1° Eenheid : De eigen doelstellingen vormen een samenhangend geheel met de ontwikkelingsdoelen en eindtermen van het betrokken niveau. De horizontale samenhang in de doelstellingen moet aanwezig zijn.

2° Consistentie : Een leerplan bevat geen doelstellingen die tegenstrijdig zijn met de decretaal vastgelegde ontwikkelingsdoelen en eindtermen.

3° Opbouw : De doelstellingen worden geleidelijk en consecutief opgebouwd zodat een volgend niveau aansluit bij een vorig niveau.

4° Studielast : Een leerplan moet realiseerbaar zijn binnen de daarvoor door de indiener geraamde en noodzakelijk geachte tijd.

5° Eigen inbreng : Een leerplan moet ruimte laten voor de inbreng van de onderwijsgevenden.

Art. 6.

Een leerplan bevat ook een aantal informatieve elementen, zijnde :

pedagogisch-didactische wenken en didactische middelen;

evaluatie;

bibliografie.

De aanwezigheid van deze elementen in het leerplan is mee bepalend voor de goedkeuring ervan. Ze worden niet inhoudelijk beoordeeld.

Art. 7.

De onderwijsinspectie is belast met het uitbrengen van adviezen bij de Vlaamse regering inzake de goedkeuring van de leerplannen.

De onderwijsinspectie kan volgende adviezen uitbrengen :

advies tot definitieve goedkeuring;

advies tot voorlopige goedkeuring, beperkt tot het volgend schooljaar;

negatief advies.

Ieder advies wordt gemotiveerd.

Art. 8.

Een leerplan wordt ingediend bij de inspecteur-generaal van het basisonderwijs vóór 1 maart voorafgaand aan het schooljaar waarop het leerplan van kracht wordt.

Een leerplan dat een negatief advies heeft gekregen, kan niet opnieuw worden ingediend in ongewijzigde vorm.

Art. 9.

Indien door de onderwijsinspectie een negatief advies of een advies tot voorlopige goedkeuring wordt uitgebracht, deelt de inspecteur-generaal van het basisonderwijs dit advies bij aangetekend schrijven aan de indiener mee.

Art. 10.

De indiener kan binnen twintig dagen na ontvangst van het negatief advies, bij aangetekend schrijven, een gemotiveerd beroepsschrift indienen bij de beroepscommissie als bedoeld in artikel 11.

Art. 11.

Er wordt een beroepscommissie van acht leden opgericht. Deze commissie is samengesteld enerzijds uit vier afgevaardigden van het basisonderwijs, anderzijds uit vier afgevaardigden van de Vlaamse regering.

De afvaardiging van het onderwijs is paritair samengesteld uit vertegenwoordigers van het officieel onderwijs en vertegenwoordigers van het vrij onderwijs. Er wordt tevens voorzien in minstens evenveel plaatsvervangers als effectieve afgevaardigden.

De afvaardiging van de Vlaamse regering is als volgt samengesteld :

de inspecteur-generaal voor het basisonderwijs, die als voorzitter fungeert, of zijn/haar afgevaardigde;

twee inspecteurs-coördinator of hun afgevaardigden;

de directeur van de dienst voor Onderwijsontwikkeling of zijn afgevaardigde.

In de beroepscommissie kan niemand zetelen die betrokken was bij de totstandkoming van het negatief advies, bedoeld in artikel 7.

De beroepscommissie stelt zelfstandig haar eigen huishoudelijk reglement op en legt het ter bekrachtiging voor aan de Vlaamse regering.

Art. 12.

§ 1. Alvorens de beroepscommissie haar eindadvies uitbrengt, dient zij de indiener van het leerplan en de adviserende inspecteurs te horen en inzage te geven in het dossier.

§ 2. Bij staking van stemmen is de stem van de voorzitter doorslaggevend.

Art. 13.

De beroepscommissie deelt haar eindadvies over het beroep mee aan de Vlaamse regering binnen twintig dagen nadat de indiener het beroep heeft aangetekend.

Uiterlijk tien dagen na de beslissing van de Vlaamse regering dient de indiener door de inspecteur-generaal in kennis gesteld te zijn van deze beslissing.

Art. 14.

§ 1. Een leerplan dat overeenkomstig artikel 8 van dit besluit werd ingediend, wordt geacht van rechtswege te zijn goedgekeurd indien de Vlaamse regering niet over de goedkeuring heeft beslist, uiterlijk op 30 april voorafgaand aan het schooljaar waarop het leerplan van kracht wordt. Deze bepaling is niet van toepassing wanneer tegen het advies beroep is aangetekend.

§ 2. Indien de inspectie vaststelt dat de school geen goedgekeurd leerplan volgt, gelden de termijnen zoals gesteld in artikel 8, 10 en 13 niet. In voorkomend geval worden tussen de inrichtende macht en de Vlaamse regering, op voorstel van de inspectie, concrete afspraken gemaakt inzake indiening en adviesverstrekking.

Art. 15.

Voor alle leergebieden waarvoor ontwikkelingsdoelen en eindtermen decretaal zijn vastgelegd of gewijzigd, dienen de leerplannen herwerkt te worden zodat ze vanaf de datum van inwerkingtreding van deze vastgelegde of gewijzigde ontwikkelingsdoelen en eindtermen voldoen aan de criteria die in dit besluit zijn opgenomen.

Art. 16.

Het besluit van de Vlaamse regering van 3 juni 1992 tot vaststelling van de goedkeuringsmodaliteiten van leerplannen wordt opgeheven, wat betreft het onderwijsniveau bedoeld in artikel 1 van dit besluit.

Art. 17.

De Vlaamse minister, bevoegd voor het onderwijs, is belast met de uitvoering van dit besluit.

Art. 18.

Dit besluit heeft uitwerking met ingang van 1 oktober 1996.