Besluit van de Vlaamse regering betreffende de personeelsformatie in het gewoon basisonderwijs.

  • goedkeuringsdatum
    17 JUNI 1997
  • publicatiedatum
    B.S.12/09/1997
  • datum laatste wijziging
    11/10/2017

COORDINATIE

B.Vl.R. 22-9-1998 - B.S. 10-11-1998

B.Vl.R. 23-2-1999 - B.S. 31-3-1999

B.Vl.R. 11-1-2002 - B.S. 20-2-2002

B.Vl.R. 5-12-2003 - B.S. 10-2-2004

B.Vl.R. 30-9-2005 - B.S. 16-11-2005

B.Vl.R. 30-9-2005 - B.S. 7-2-2006

B.Vl.R. 20-1-2006 - B.S. 4-4-2006

B.Vl.R. 1-9-2006 - B.S. 24-11-2006

B.Vl.R. 26-1-2007 - B.S. 1-3-2007

B.Vl.R. 19-7-2007 - B.S. 27-8-2007

B.Vl.R. 16-5-2008 - B.S. 4-9-2008

B.Vl.R. 5-9-2008 - B.S. 8-10-2008

B.Vl.R. 5-9-2008 - B.S. 21-10-2008

B.Vl.R. 10-10-2008 - B.S. 26-11-2008

B.Vl.R. 26-11-2010 - B.S. 18-1-2011

B.Vl.R. 23-9-2011 - B.S. 11-10-2011

B.Vl.R. 12-10-2012 - B.S. 4-12-2012

B.Vl.R. 21-3-2014 - B.S. 16-4-2014

B.Vl.R. 3-7-2015 - B.S. 16-7-2015

B.Vl.R. 3-7-2015 - B.S. 4-8-2015

B.Vl.R. 4-12-2015 - B.S. 29-12-2015

B.Vl.R. 13-5-2016 - B.S. 1-7-2016

B.Vl.R. 8-9-2017 - B.S. 11-10-2017

De Vlaamse regering,

Gelet op het decreet betreffende het basisonderwijs van 25 februari 1997 inzonderheid op de artikelen 128, 130, § 2, 131, 132, 135, 136, 137, 138, 139, 141 § 2, 145, 146 § 2, 156, 180, 183, 6°, 194 en 195, 6°;

Gelet op het protocol nr. 260 van 27 mei 1997 houdende de conclusies van de onderhandelingen die gevoerd werden in de gemeenschappelijke vergadering van het sectorcomité X en van onderafdeling "Vlaamse Gemeenschap" van afdeling 2 van het comité voor de provinciale en plaatselijke overheidsdiensten;

Gelet op het protocol nr. 44 van 27 mei 1997 houdende de conclusies van de onderhandelingen die gevoerd werden in het overkoepelend onderhandelingscomité;

Gelet op het akkoord van de Vlaamse minister, bevoegd voor de begroting, gegeven op 2 mei 1997;

Gelet op de dringende noodzakelijkheid, gemotiveerd door de omstandigheid dat het decreet basisonderwijs van 25 februari 1997 in werking treedt op 1 september 1997.

Hetzelfde geldt voor de eerste reeks bijhorende uitvoeringsbesluiten.

Het is voor de organisatie van het schooljaar 1997-1998 en voor de rechtszekerheid van schoolbesturen, directies en personeelsleden essentieel dat zij zo snel mogelijk uitsluitsel krijgen over de nieuw toe te passen regelgeving;

Gelet op het advies van de Raad van State gegeven op 2 juni 1997 met toepassing van artikel 84, eerste lid, 2° van de gecoördineerde wetten op de Raad van State;

Op voorstel van de Vlaamse minister van Onderwijs en Ambtenarenzaken;

Na beraadslaging,

Besluit :

HOOFDSTUK I. - Algemeen

Artikel 1.

Dit besluit is van toepassing op het gewoon basisonderwijs, gefinancierd of gesubsidieerd door de Vlaamse Gemeenschap.

Art. 2.

Voor de toepassing van dit besluit wordt verstaan onder :

1° [...]

B.Vl.R. 19-7-2007

2°[anderstalige nieuwkomer: de anderstalige nieuwkomer, vermeld in artikel 3, 4° quater, van het decreet;]

B.Vl.R. 4-12-2015

3° [...]

B.Vl.R. 19-7-2007

4° cursus : minimum twee tot maximum drie lestijden bestemd voor één van de erkende godsdiensten, niet-confessionele zedenleer of cultuurbeschouwing;

5° decreet : het decreet betreffende het basisonderwijs van 25 februari 1997.

[5°bis : gewezen anderstalige nieuwkomer : leerling die op 1 oktober van het lopende schooljaar in het voorgaande schooljaar een anderstalige nieuwkomer was en onthaalonderwijs heeft genoten; ]

B.Vl.R. 26-1-2007

6° [...]

B.Vl.R. 19-7-2007

7° leerling : leerling die voldoet aan de bepalingen van de artikelen 20 en 21 van het decreet of daar op grond van artikel 23 of 24 van afwijkt;

8° minister : de Vlaamse minister bevoegd voor Onderwijs;

[8°bis onthaalonderwijs : onderwijs aan anderstalige nieuwkomers ter bevordering van hun taalvaardigheid Nederlands en ter bevordering van hun sociale integratie.

[[Onthaalonderwijs kan [[[voor de twee groepen van anderstalige nieuwkomers, bedoeld in 2°, eerste lid, a) en b),]]]¹ bestaan uit twee periodes :

a) een onthaaljaar [[[met aanbieding van intensieve taalondersteuning Nederlands]]]² aan de anderstalige nieuwkomer;

b) een vervolgjaar in de vorm van ondersteuning, begeleiding en opvolging van de gewezen anderstalige nieuwkomer.]] ]

B.Vl.R. 22-9-1998; [[ ]] B.Vl.R. 26-1-2007; [[[ ]]]¹ B.Vl.R. 5-9-2008; [[[ ]]]² B.Vl.R. 3-7-2015

9° [...]

B.Vl.R. 19-7-2007

[9°bis. [[...]] ]

B.Vl.R. 20-1-2006; [[ ]] B.Vl.R. 16-5-2008

10° teldag : dag waarop de leerlingen, met toepassing van het decreet moeten worden geteld;

11° telperiode : periode gedurende dewelke leerlingen, met toepassing van het decreet moeten worden geteld;

12° [...]

B.Vl.R. 16-5-2008

HOOFDSTUK II. - Directie

Afdeling A. - Beleidsondersteuning

Art. 3.

[...]

B.Vl.R.23-2-1999

Afdeling B. - Directie met onderwijsopdracht

Art. 4.

§ 1. Met toepassing van artikel 130 § 2 van het decreet wordt de directeur in de volgende gevallen belast met een onderwijsopdracht van :

[14] lestijden in scholen met minder dan 20 leerlingen;

[10] lestijden in scholen met 20 tot en met 129 leerlingen;

[4] lestijden in scholen met 130 tot en met 179 leerlingen.

§ 2. In afwijking van § 1 wordt voor de scholen in het tweetalig gebied Brussel-Hoofdstad de directeur belast met een onderwijsopdracht van :

[14] lestijden in scholen met minder dan 20 leerlingen;

[10] lestijden in scholen met 20 tot en met 69 leerlingen;

[4] lestijden in scholen met 70 tot en met 99 leerlingen.

§ 3. Voor de toepassing van § 1 en § 2 wordt rekening gehouden met de leerlingen uit het kleuteronderwijs en uit het lager onderwijs die in aanmerking komen voor de berekening van de lestijden volgens de schalen van het lopende schooljaar.

B.Vl.R. 19-7-2007

Afdeling C. - Bijzondere bepalingen inzake vrijwillige fusies

Art. 5.

§ 1. [Met toepassing van artikel 130, § 2, van het decreet behoudt de adjunct-directeur van een school die ontstaan is uit vrijwillige fusie, zoals bedoeld in artikel 129 van het decreet, gedurende het schooljaar van de fusie en de drie daaropvolgende schooljaren, de onderwijsopdracht waarmee hij belast was tijdens het schooljaar voorafgaand aan de fusie.

Na die periode van vier schooljaren is de adjunct-directeur niet langer belast met een onderwijsopdracht, op voorwaarde dat de school op de teldag ten minste 180 leerlingen telt.]

§ 2. In afwijking van § 1 is de adjunct-directeur van een school ontstaan uit vrijwillige fusie in het tweetalig gebied Brussel-Hoofdstad vanaf het vierde schooljaar na de fusie niet langer belast met een onderwijsopdracht, op voorwaarde dat de school ten minste 100 leerlingen telt.

§ 3. Voor de toepassing van § 1, tweede lid en § 2 wordt rekening gehouden met de leerlingen uit het kleuteronderwijs en uit het lager onderwijs die in aanmerking komen voor de berekening van de lestijden volgens de schalen van het lopende schooljaar.

B.Vl.R. 16-5-2008

HOOFDSTUK III. - Onderwijzend personeel

Afdeling A. - [Basisomkadering]

B.Vl.R. 12-10-2012

[Art. 5bis.

[[§ 1. Uit de basisomkadering van het kleuteronderwijs, verkregen volgens artikel 131 van het decreet, kunnen, in het kleuteronderwijs, betrekkingen worden ingericht :

1° in het ambt van kleuteronderwijzer;

2° in het ambt van leermeester lichamelijke opvoeding.

§ 2. De basisomkadering van het kleuteronderwijs, verkregen volgens artikel 131 van het decreet, wordt als volgt omgerekend naar de gefinancierde of gesubsidieerde voltijdse of deeltijdse betrekkingen van kleuteronderwijzer of leermeester lichamelijke opvoeding :

1° van de basisomkadering van het kleuteronderwijs worden de lestijden onderwijsopdracht die, in voorkomend geval, de directeur of de adjunct-directeur presteren in het kleuteronderwijs, afgetrokken;

2° de overige lestijden worden gedeeld door 24 tot op de eenheid voor het ambt van kleuteronderwijzer of leermeester lichamelijke opvoeding. Het quotiënt is gelijk aan het mogelijke aantal volledige betrekkingen.

§ 3. [[[Voor de schooljaren 2012-2013, 2013-2014, 2014-2015, 2015-2016, 2016-2017 en 2017-2018]]] kan de basisomkadering van het kleuteronderwijs, mits er een tekort wordt vastgesteld aan kleuteronderwijzers met een vereist of een voldoende geacht bekwaamheidsbewijs of kleuteronderwijzers met een ander bekwaamheidsbewijs die de opleiding bachelor in het onderwijs : kleuteronderwijs volgen, worden ingericht in het ambt van kinderverzorger, na omzetting volgens de onderstaande tabel :

lestijden

uren kinderverzorger

1

2

2

3

3

5

4

6

5

8

6

10

7

11

8

13

9

14

10

16

11

17

12

19

13

21

14

22

15

24

16

25

17

27

18

29

19

30

20

32

§ 4. Uit de basisomkadering van het lager onderwijs, verkregen volgens artikel 131 van het decreet, kunnen, in het lager onderwijs, betrekkingen worden ingericht in de volgende ambten :

1° onderwijzer;

2° leermeester lichamelijke opvoeding;

3° leermeester godsdienst of niet-confessionele zedenleer.

§ 5. De basisomkadering van het lager onderwijs, verkregen volgens artikel 131 van het decreet, wordt als volgt omgerekend naar de gefinancierde of gesubsieerde voltijdse of deeltijdse betrekkingen van onderwijzer, leermeester lichamelijke opvoeding of leermeester godsienst of niet-confessionele zedenleer :

1° van de basisomkadering van het lager onderwijs worden, in voorkomend geval, de lestijden onderwijsopdracht afgetrokken die de directeur of de adjunct-directeur presteren in het lager onderwijs;

2° de overige lestijden worden gedeeld door 24 tot op de eenheid voor het ambt van onderwijzer, leermeester lichamelijke opvoeding of leermeester godsdienst of niet-confessionele zedenleer. Het quotiënt is gelijk aan het mogelijk aantal volledige betrekkingen.

§ 6. De onderwijsopdracht van de directeur of de adjunct-directeur van een basisschool kan geput worden uit de basisomkadering, toegekend volgens artikel 131 van het decreet.

§ 7. Ter uitvoering van artikel 173sexies van het decreet wendt een school voor gewoon basisonderwijs in zijn kleuteronderwijs minstens 7,7 % van de lestijden volgens de schalen verkregen volgens artikel 132 van het decreet aan voor het leergebied lichamelijke opvoeding en in zijn lager onderwijs minstens 1,2 %. Het aldus bekomen aantal lestijden wordt als volgt afgerond : als het eerste cijfer na de komma groter is dan vier, wordt er afgerond naar het hogere geheel getal. Als het eerste cijfer na de komma kleiner is dan of gelijk is aan vier wordt er afgerond naar het lagere geheel getal.

De lestijden bekomen door toepassing van het percentage 1,2 en de voorziene afronding moeten in het lager onderwijs aangewend worden om de werkdruk van het onderwijzend personeel te verminderen ten opzichte van de toestand voor de invoering van de aanvullende lestijden lichamelijke opvoeding in het lager onderwijs. Hiervoor moeten de criteria onderhandeld worden in het bevoegde lokaal comité.]] ]

B.Vl.R. 11-1-2002; [[ ]] B.Vl.R. 12-10-2012; [[[ ]]] B.Vl.R. 8-9-2017

Art. 6.

[§ 1. Met toepassing van artikel 133, § 2, van het decreet wordt het leerlingenkenmerk 2, vermeld in artikel 133, § 1, b), vastgesteld aan de hand van de gegevens over de toegekende schooltoelagen, van de [[dienst, bevoegd voor studietoelagen]] op basis van de beschikbare gegevens op 28 februari van het voorgaande schooljaar.

§ 2. Met toepassing van artikel 133, § 2, van het decreet worden het leerlingenkenmerk 1, vermeld in artikel 133, § 1, a), van het decreet, en het leerlingenkenmerk 3, vermeld in artikel 133, § 1, c), van het decreet, vastgesteld op basis van de gegevens, verzameld via een verklaring op erewoord van de ouders of voogd van de leerling.

Bij de verzameling van de gegevens vie de verklaring op erewoord wordt gebruikgemaakt van de vragen, vermeld in bijlage 1 bij het besluit van de Vlaamse Regering van 6 februari 2009 houdende de werkingsbudgetten in het basisonderwijs en de werkingsbudgetten in het secundair onderwijs.

De gegevens, verzameld voor leerlingenkenmerk 3, worden verwerkt op de wijze, vermeld in bijlage 2 bij het besluit van de Vlaamse Regering van 6 februari 2009 houdende de werkingsbudgetten in het basisonderwijs en de werkingsbudgetten in het secundair onderwijs.

Voor alle leerlingen die op de eerste schooldag van februari 2012 ingeschreven waren, zijn de gegevens over leerlingenkenmerk 1 en 3, die met het oog op de telling voor de berekening van het werkingsbudget verzameld zijn, van toepassing. Voor de leerlingen die nog niet ingeschreven waren, worden de gegevens over die kenmerken verzameld bij hun eerste inschrijving in een school, gefinancierd of gesubsidieerd door de Vlaamse Gemeenschap.

Wijzigingen in de gegevens van leerlingenkenmerk 1 en 3 kunnen uitsluitend worden aanvaard als er een nieuwe verklaring op erewoord van de ouders of voogd van de leerling is.

De verklaringen op erewoord die gebruikt worden om de gegevens voor leerlingenkenmerk 1 en 3 te verzamelen, worden ten minste vijftien jaar bewaard door de school.

§ 3. Met toepassing van artikel 140, § 1, 6°, zevende lid, van het decreet is het verblijf op zich in een centrum voor kinderzorg en gezinsondersteuning een voldoende bewijs.

§ 4. Met toepassing van artikel 140, § 1, 6°, zevende lid, van het decreet is het verblijf op zich in een tehuis voor kinderen van wie de ouders geen vaste verblijfplaats hebben, een voldoende bewijs.

§ 5. Met toepassing van artikel 140, § 1, 6°, zevende lid, van het decreet wordt de indicator "die geplaatst zijn door de jeugdrechter of door de comités voor bijzondere jeugdzorg", vermeld in artikel 140, § 1, 6°, c), van het decreet, vastgesteld op basis van een van de volgende attesten :

1° een kopie van de beslissing van de jeugdrechtbank;

2° een kopie van de beslissing van het comité voor bijzondere jeugdzorg;

3° een verklaring van de betrokken instelling waaruit blijkt dat het om een plaatsing gaat in het kader van de bijzondere jeugdzorg of de jeugdbescherming door de jeugdrechter of het comité voor bijzondere jeugdzorg. Het is niet noodzakelijk dat gespecificeerd wordt om welk van beide instanties het gaat.

§ 6. Met toepassing van artikel 140, § 1, 6°, zevende lid, van het decreet wordt de indicator "de ouders behoren tot de trekkende bevolking", vermeld in artikel 140, § 1, 6°, d), van het decreet, vastgesteld op basis van een van de volgende attesten :

1° een attest van gezinssamenstelling, waaruit blijkt dat beide ouders binnenschipper of kermis- of circusexploitant of -artiest zijn;

2° een kopie van de aanvraag tot vermindering van het kostgeld voor kinderen van wie de ouders geen vaste verblijfplaats hebben;

3° een kopie uit het handelsregister, waaruit blijkt dat beide ouders kermis- of circusexploitant of -artiest zijn;

4° een lidmaatschapskaart van de ouders van foorreiziger of kermisexploitant;

5° een formulier dat ingevuld is door de VZW die door de Vlaamse Gemeenschap erkend is of door een specifieke dienst of cel van een stad of gemeente, waaruit blijkt dat de ouders tot de Roma of andere trekkende bevolking met een nomadische cultuur behoren (o.a. Rom, Voyageurs, Manoesj);

6° een document, opgesteld door een officiële instantie van het land van herkomst, waaruit blijkt dat de persoon Roma is. Bij documenten die opgesteld zijn in een andere taal dan het Nederlands, Frans, Engels of Duits, kan een Nederlandse vertaling gevraagd worden, opgesteld door een Belgische beëdigde vertaler;

7° gedurende de periode dat de asielprocedure loopt, een document dat bij de asielaanvraag gevoegd is, waarin verklaard wordt dat de aanvrager Roma is;

8° een verklaring van een asielcentrum dat de persoon bekendstaat als Roma;

9° een verklaring van de burgemeester dat het vermelde adres een terrein is dat specifiek bedoeld is voor de trekkende bevolking met een nomadische cultuur (o.a. Rom, Voyageurs, Manoesj).

De attesten die gebruikt worden om de gegevens te verzamelen, worden ten minste vijftien jaar bewaard door de school.

§ 7. Met toepassing van artikel 140, § 1, 6°, zevende lid, van het decreet wordt de indicator "thuisloos", vermeld in artikel 140, § 1, 6°, e), van het decreet, vastgesteld op basis van een verklaring van de persoon, de voorziening of de sociale dienst die de leerling tijdelijk of permanent opneemt.

De verklaringen op erewoord die gebruikt worden om de gegevens te verzamelen, worden ten minste vijftien jaar bewaard door de school.]

B.Vl.R. 12-10-2012; [[ ]] B.Vl.R. 3-7-2015

[Art. 6bis.

Met toepassing van artikel 140, § 1, 3°, van het decreet worden de vestigingsplaatsen in het Vlaamse Gewest gegeopositioneerd op basis van de geografische coördinaten, beschikbaar bij het Agentschap [[...]] Informatie Vlaanderen, op de eerste schooldag van februari van het voorgaande schooljaar. Daarbij wordt gebruikgemaakt van de technische voorschriften van de CRAB-specificaties, vermeld in artikel 5 van het ministerieel besluit van 25 maart 2011 tot vaststelling van de CRAB-specificaties.

Indien de positie van een vestigingsplaats beschikbaar bij [[het agentschap Informatie Vlaanderen]] zich niet ten minste op het perceel bevindt waar de vestigingsplaats ligt, wordt er in afwijking van het eerste lid, gewerkt met de geopositie van de betrokken vestigingsplaats zoals deze, beschikbaar is in de bestanden van het ministerie van onderwijs en vorming.

Met toepassing van artikel 140, § 1, 3°, van het decreet worden de vestigingsplaatsen in het Brusselse Hoofdstedelijke Gewest gegeopositioneerd op basis van de geografische coördinaten, beschikbaar bij de dienst van het Brusselse Hoofdstedelijke Gewest die bevoegd is voor geopositionering, op de eerste schooldag van februari van het voorgaande schooljaar.

Indien de positie van een vestigingsplaats beschikbaar bij de dienst van het Brusselse Hoofdstedelijke Gewest die bevoegd is voor geopositionering, zich niet ten minste op het perceel bevindt waar de vestigingsplaats ligt, wordt er in afwijking van het derde lid, gewerkt met de geopositie van de betrokken vestigingsplaats zoals deze, beschikbaar is in de bestanden van het ministerie van onderwijs en vorming.]

B.Vl.R. 12-10-2012; [[ ]] B.Vl.R. 13-5-2016

Art. 7.

[§ 1. Met toepassing van artikel 141, § 2, van het decreet, kunnen de lestijden in het kleuteronderwijs [[...]] herberekend worden.

Het aantal regelmatige kleuters dat de school op de instapdatum méér telt ten opzichte van de teldag voor de berekening van de lestijden volgens de schalen wordt vermenigvuldigd met 1. Van dit getal worden de lestijden bekomen ten gevolge van eerdere herberekeningen tijdens het lopende schooljaar afgetrokken. Dit geeft het aantal lestijden bekomen ten gevolge van de herberekening.

§ 2. Het aantal lestijden, bekomen ten gevolge van de herberekening, wordt maar gefinancierd of gesubsidieerd tot 30 juni van het lopende schooljaar.

§ 3. [[Uit de lestijden bekomen ten gevolge van de herberekening vermeld in § 1 en uit de lestijden bekomen ten gevolge van de herberekening vermeld in artikel 173quinquies/1, § 2, van het decreet, kunnen betrekkingen worden ingericht :

1° in het ambt van kleuteronderwijzer;

2° in het ambt van leermeester lichamelijke opvoeding;

[[[voor de schooljaren 2012-2013, 2013-2014, 2014-2015, 2015-2016, 2016-2017 en 2017-2018]]] na omzetting van de lestijden in het ambt van kinderverzorger, als er een tekort wordt vastgesteld aan kleuteronderwijzers met een vereist of een voldoende geacht bekwaamheidsbewijs of aan kleuteronderwijzers met een ander bekwaamheidsbewijs die de opleiding bachelor in het onderwijs : kleuteronderwijs volgen.]]

§ 4. De herberekende lestijden [[...]] die overeenkomstig § 3 niet worden aangewend in het ambt van kleuteronderwijzer worden samengeteld. Na het samentellen van deze herberekende lestijden worden ze omgezet volgens onderstaande tabel :

Herberekende lestijden

Uren Kinderverzorger

1

2

2

3

3

5

4

6

5

8

6

10

7

11

8

13

9

14

10

16

11

17

12

19

13

21

14

22

15

24

16

25

17

27

18

29

19

30

20

32]

B.Vl.R. 10-10-2008; [[ ]] B.Vl.R. 12-10-2012; [[[ ]]] B.Vl.R. 8-9-2017

[Art. 8

§ 1. Met toepassing van artikel 141, § 3, van het decreet, kunnen de lestijden volgens de schalen in het kleuteronderwijs op 1 juni 2016 herberekend worden met het oog op de omkadering van het schooljaar 2016-2017.

Het aantal extra lestijden volgens de schalen waarop de school recht heeft, is 0,29116 lestijden maal (C + (D-C)), waarbij, als D-C negatief is dit gelijkgesteld wordt aan 0, waarbij :

1° C= de totale stijging op 1 juni 2016, ten opzichte van 1 februari 2016, van kleuters in de school die op 31 december van het lopende schooljaar jonger dan vijf jaar zijn en die op de eerste schooldag van februari 2016 gelijktijdig aan de volgende voorwaarden voldoen :

a) de kleuter is een nieuwkomer, dat wil zeggen dat hij pas vanaf 1 juli 2015 of later in België verblijft;

b) de kleuter heeft niet het Nederlands als thuistaal of moedertaal;

c) de kleuter beheerst onvoldoende de onderwijstaal om met goed gevolg de lessen te kunnen volgen;

d) de kleuter is maximaal negen maanden ingeschreven, vakantiemaanden juli en augustus niet inbegrepen, in een school met het Nederlands als onderwijstaal;

2° D= de totale stijging op 1 juni 2016, ten opzichte van 1 februari 2016, van kleuters in de school die voldoen aan het leerlingenkenmerk, vermeld in artikel 133, § 1, c), van het decreet.

De lestijden die verkregen worden op basis van de herberekening, worden als volgt afgerond: als het eerste cijfer na de komma groter is dan vier, wordt er afgerond naar het hogere gehele getal. Als het eerste cijfer na de komma kleiner is dan of gelijk is aan vier wordt er afgerond naar het lagere geheel getal.

§ 2. De lestijden die verkregen worden op basis van de herberekening, vermeld in paragraaf 1, worden gefinancierd of gesubsidieerd vanaf 1 september 2016 tot en met 30 juni 2017.

§ 3. Uit de lestijden die verkregen worden op basis van de herberekening, vermeld in paragraaf 1, kunnen betrekkingen worden ingericht in :

1° het ambt van kleuteronderwijzer;

2° het ambt van kinderverzorger mits er een tekort aan kleuteronderwijzers met het vereiste of het voldoende geachte bekwaamheidsbewijs wordt vastgesteld.

§ 4. De herberekende lestijden die met toepassing van paragraaf 3 niet worden aangewend in het ambt van kleuteronderwijzer, kunnen worden omgezet op de wijze, vermeld in de volgende tabel :

Herberekende lestijden

Uren Kinderverzorger

1

2

2

3

3

5

4

6

5

8

6

10

7

11

8

13

9

14

10

16

11

17

12

19

13

21

14

22

15

24

16

25

17

27

18

29

19

30

20

32

§ 5. De betrekkingen die worden ingericht op basis van herberekende lestijden komen niet in aanmerking voor vacantverklaring en het schoolbestuur kan in geen geval een personeelslid vast benoemen, affecteren of muteren in die betrekkingen.

§ 6. De lestijden die verkregen worden op basis van de herberekening, vermeld in paragraaf 1, moeten worden aangewend voor de taalondersteuning voor de kennis van het Nederlands van de anderstalige kleuters.]

B.Vl.R. 13-5-2016

Art. 8 t.e.m. 14.

[...]

B.Vl.R. 12-10-2012

Afdeling B. - Aanvullende lestijden

Onderafdeling 1. - Aanvullende lestijden voor godsdienst, niet-confessionele zedenleer en cultuurbeschouwing voor het lager onderwijs

Art. 15.

§ 1. Met toepassing van artikel 138, § 1, 1° van het decreet worden wekelijks, aanvullend bij de lestijden volgens de schaal, twee lestijden gefinancierd of gesubsidieerd voor de cursussen in de erkende godsdiensten en voor de niet-confessionele zedenleer.

De teldag voor deze cursussen is de eerste schooldag van februari behalve voor de scholen die op basis van het decreet als teldag [de eerste schooldag van oktober]¹ hebben.

§ 2. Voor de minder gevolgde cursussen godsdienst en niet-confessionele zedenleer wordt wekelijks de halve lestijd boven de twee lestijden of de derde lestijd als aanvullende lestijd gefinancierd of gesubsidieerd.

[§ 3. Een school waarvan alle leerlingen het voorgaande schooljaar op basis van artikel 29 van het decreet basisonderwijs van 25 februari 1997 een vrijstelling hebben verkregen en waarvan er minstens één leerling geen vrijstelling ontvangt bij de start van het lopende schooljaar, heeft zowel voor de meest gevolgde cursus als voor de minder gevolgde cursussen de eerste schooldag van oktober van het lopende schooljaar als teldag.]²

[ ]¹ B.Vl.R. 11-1-2002; [ ]² B.Vl.R. 23-9-2011

Art. 16.

In scholen die geen cursus godsdienst of niet-confessionele zedenleer organiseren worden wekelijks twee aanvullende lestijden cultuurbeschouwing gesubsidieerd.

Art. 17.

Voor de meest gevolgde cursus wordt het aantal cursussen godsdienst, niet-confessionele zedenleer of cultuurbeschouwing per vestigingsplaats als volgt berekend :

Aantal leerlingen op de teldag

Aantal cursussen

tot en met 24 leerlingen

vanaf 25 leerlingen

vanaf 40 leerlingen

vanaf 55 leerlingen

vanaf 70 leerlingen

vanaf 90 leerlingen

vanaf 115 leerlingen

vanaf 140 leerlingen

vanaf 165 leerlingen

vanaf 190 leerlingen

vanaf 215 leerlingen

vanaf 240 leerlingen

vanaf 265 leerlingen

vanaf 290 leerlingen

vervolgens per groep van 30 leerlingen

1 cursus

2 cursussen

3 cursussen

4 cursussen

5 cursussen

6 cursussen

7 cursussen

8 cursussen

9 cursussen

10 cursussen

11 cursussen

12 cursussen

13 cursussen

14 cursussen

1 cursus meer.

Art. 18.

Elke cursus godsdienst, niet-confessionele zedenleer of cultuurbeschouwing omvat ten minste 2 en ten hoogste 3 lestijden.

Een minder gevolgde cursus godsdienst of niet-confessionele zedenleer bedraagt evenveel lestijden als de meest gevolgde cursus godsdienst of niet-confessionele zedenleer. De meest gevolgde en de minder gevolgde cursussen worden gelijktijdig georganiseerd.

Art. 19.

De minder gevolgde cursussen worden op dezelfde wijze georganiseerd als de meest gevolgde cursus. Per leerlingengroep, zoals georganiseerd voor de meest gevolgde cursus, mag de minder gevolgde cursus worden gesplitst indien deze cursus ten minste door een veelvoud van 5 leerlingen wordt gevolgd.

Art. 20.

§ 1. Zodra een leerling wordt ingeschreven voor een minder gevolgde cursus die nog niet wordt gefinancierd of gesubsidieerd op basis van de schoolbevolking op de teldag bedoeld in artikel 15, mag deze cursus onmiddellijk worden gefinancierd of gesubsidieerd op dezelfde wijze als bepaald in artikel 18.

§ 2. Minder gevolgde cursussen die gefinancierd of gesubsidieerd kunnen worden op basis van het aantal leerlingen op de teldag bedoeld in artikel 15, maar waarvoor geen leerlingen meer zijn ingeschreven, worden niet langer gefinancierd of gesubsidieerd.

Onderafdeling 2. - Aanvullende lestijden voor de opvang van anderstalige nieuwkomers

Art. 21.

§ 1. Met toepassing van artikel 138, § 1, 3° van het decreet kunnen in [het kleuteronderwijs en] het lager onderwijs per vestigingsplaats aanvullende lestijden voor de opvang van anderstalige nieuwkomers worden gefinancierd of gesubsidieerd.

B.Vl.R. 26-1-2007

[Deze lestijden kunnen worden gefinancierd of gesubsidieerd in scholen die aan de volgende voorwaarden voldoen :

1° [[...]]

2° [[...]]

3° het schoolbestuur organiseert voor elke anderstalige nieuwkomer een werkplan; in het werkplan wordt, uitgaande van de beginsituatie, een strategie uitgeschreven om de doelstellingen van het onthaalonderwijs zoals beschreven onder artikel 2, 8°bis te realiseren; de evaluatie van de verschillende stappen wordt eveneens opgenomen in het individueel werkplan;

4° het schoolbestuur gaat de verbintenis aan de leerkrachten te laten deelnemen aan nascholing gericht op onthaalonderwijs.]

B.Vl.R. 22-9-1998; [[ ]] B.Vl.R.11-1-2002

§ 2. [...]

B.Vl.R.11-1-2002

Art. 22.

[§ 1. De aanvullende lestijden voor de opvang van anderstalige nieuwkomers kunnen per school of per scholengemeenschap berekend worden. Een school kan beide berekeningswijzen in één en hetzelfde schooljaar niet cumuleren. Het is wel mogelijk dat één of meerdere scholen van de scholengemeenschap op schoolniveau tellen, terwijl de overige scholen van de scholengemeenschap op scholengemeenschapsniveau tellen.

§ 2. Indien er gekozen wordt om te berekenen per school dient de school een minimum aantal anderstalige nieuwkomers te tellen om aanvullende lestijden te kunnen inrichten.

Voor autonome kleuterscholen of autonome lagere scholen met slechts één vestigingsplaats dienen er op de eerste schooldag van september of in de loop van het schooljaar in de school tenminste vier anderstalige nieuwkomers als regelmatige leerling ingeschreven te zijn.

Voor alle andere scholen dienen er op de eerste schooldag van september of in de loop van het schooljaar in de school tenminste zes anderstalige nieuwkomers als regelmatige leerling ingeschreven te zijn.

§ 3. Het aantal aanvullende lestijden voor de opvang van anderstalige nieuwkomers wordt voor een school, die voldoet aan paragraaf 2, als volgt bepaald :

1° er worden twee aanvullende lestijden gefinancierd of gesubsidieerd en bijkomend 1,5 aanvullende lestijden per anderstalige nieuwkomer;

2° bij reële stijging van vier anderstalige nieuwkomers worden bijkomend 1,5 lestijden per anderstalige nieuwkomer gefinancierd of gesubsidieerd;

3° zodra bij daling minder dan twee anderstalige nieuwkomers zijn ingeschreven, worden de aanvullende lestijden niet langer gefinancierd of gesubsidieerd.

§ 4. Indien er gekozen wordt om te tellen per scholengemeenschap dient de scholengemeenschap, op de eerste schooldag van september of in de loop van het schooljaar, tenminste twaalf anderstalige nieuwkomers, die als regelmatige leerling ingeschreven zijn in scholen die niet tellen volgens de principes van paragraaf 2 en 3, te tellen om aanvullende lestijden te kunnen inrichten.

§ 5. Het aantal aanvullende lestijden voor de opvang van anderstalige nieuwkomers wordt per school, die niet telt volgens de principes van paragraaf 2 en 3 en die behoort tot een scholengemeenschap die voldoet aan paragraaf 4, als volgt bepaald :

1° er worden 1,5 aanvullende lestijden per anderstalige nieuwkomer gefinancierd of gesubsidieerd;

2° bij reële stijging van vier anderstalige nieuwkomers worden bijkomend 1,5 lestijden per anderstalige nieuwkomer gefinancierd of gesubsidieerd;

3° zodra bij daling minder dan vier anderstalige nieuwkomers in de scholen van de scholengemeenschap, die niet tellen volgens de principes van paragraaf 2 en 3, zijn ingeschreven, worden de aanvullende lestijden niet langer gefinancierd of gesubsidieerd.]

B.Vl.R. 21-3-2014

[Art. 22bis.

§ 1. Tijdens het vervolgjaar, vermeld in artikel 2, 8°bis, b), worden voor de gewezen anderstalige nieuwkomers aanvullende lestijden toegekend.

§ 2. Het aantal aanvullende lestijden dat wordt toegekend is gelijk aan één per gewezen anderstalige nieuwkomer die ingeschreven is op de teldag van de eerste schooldag van oktober van het lopende schooljaar.]

B.Vl.R. 26-1-2007

[Art. 22ter.

De aanvullende lestijden, vermeld in artikel 22 en 22bis, worden uitsluitend aangewend voor de opvang, ondersteuning en begeleiding van anderstalige nieuwkomers en gewezen anderstalige nieuwkomers [[of voor een organisatie van een taalbad, als vermeld in artikel 11ter, § 2, van het decreet]].]

B.Vl.R. 26-1-2007; [[ ]] B.Vl.R. 21-3-2014

[Art. 22quater.

Met toepassing van artikel 142, § 2, van het decreet kan het aantal aanvullende lestijden, vermeld in artikel 22 en 22bis, gedurende het volledige schooljaar worden overgedragen.

[[Met toepassing van artikel 142, § 2, van het decreet kunnen de lestijden, vermeld in artikel 131 van het decreet, gedurende het volledige schooljaar overgedragen worden voor de organisatie van een taalbad, als vermeld in artikel 11ter, § 2, van het decreet.]] ]

B.Vl.R. 19-7-2007; [[ ]] B.Vl.R. 21-3-2014

[Onderafdeling 3. - Aanvullende lestijden voor lichamelijke opvoeding in het kleuteronderwijs

[[...]] ]

B.Vl.R. 5-12-2003; [[ ]] 12-10-2012

[Onderafdeling 4. - Aanvullende lestijden voor lichamelijke opvoeding in het lager onderwijs

[[...]] ]

B.Vl.R. 30-9-2005; [[ ]] B.Vl.R. 12-10-2012

[Onderafdeling 5. - Aanvullende lestijden voor de Nederlandstalige scholen in de rand- en taalgrensgemeenten

Art. 23octies t.e.m. 23decies.

[[...]] ]

B.Vl.R. 20-1-2006; [[ ]] B.Vl.R. 1-9-2006

Afdeling C. - Bijzondere bepalingen voor kleuter- en lager onderwijs

Onderafdeling 1. Fusies

Art. 24.

[...]

B.Vl.R. 16-5-2008

Art. 25.

§ 1. Op basis van artikel 146 van het decreet krijgt de school die ontstaan is uit vrijwillige fusie bijkomende lestijden. Deze lestijden worden als volgt berekend :

X : het lestijdenpakket op basis van de reglementering in de veronderstelling dat de structuur van vóór de fusie behouden blijft.

Y : het lestijdenpakket op basis van de reglementering vertrekkende van de nieuwe structuur na de fusie.

Z : het verschil tussen X en Y.

X - Y = Z

§ 2. Het pakket bijkomende lestijden wordt éénmaal berekend en gespreid in de tijd en afnemend van jaar tot jaar toegekend :

- het schooljaar van de fusie : 100 % van Z

- het eerste schooljaar na de fusie : 75 % van Z

- het tweede schooljaar na de fusie : 50 % van Z

- het derde schooljaar na de fusie : 25 % van Z

- vanaf het vierde schooljaar na de fusie : 0 % van Z.

§ 3. De bijkomende lestijden worden niet langer gefinancierd of gesubsidieerd zodra de school opsplitst.

Onderafdeling 2. - Scholen verbonden aan een Centrum voor Kinderzorg en Gezinsondersteuning

Art. 26.

[...]

B.Vl.R. 16-5-2008

Onderafdeling 3. - Overeenkomsten inzake toelatingsbeleid

Art. 27.

[...]

B.Vl.R. 19-7-2007

[HOOFDSTUK IIIbis. - Paramedisch personeel

Art. 27bis.

Met toepassing van artikel 146bis van het decreet wordt in het kleuteronderwijs een urenpakket voor kinderverzorgers gefinancierd of gesubsidieerd.

Art. 27ter.

§ 1. Het urenpakket wordt ieder schooljaar per school berekend op basis van het aantal regelmatige kleuters op de eerste schooldag van februari van het voorgaande schooljaar en op basis van het aantal bijkomende vestigingsplaatsen kleuteronderwijs.

§ 2. In afwijking van § 1 wordt het urenpakket voor programmatiescholen en scholen in herstructurering berekend op basis van het aantal regelmatige kleuters op de eerste schooldag van oktober van het lopende schooljaar en op basis van het aantal bijkomende vestigingsplaatsen kleuteronderwijs.

Art. 27quater.

Het urenpakket wordt per school als volgt berekend :

- vanaf 35 kleuters worden er 8 klokuren gefinancierd of gesubsidieerd;

- per bijkomende schijf van 55 kleuters wordt 1 klokuur gefinancierd of gesubsidieerd;

- voor scholen bestaande uit meerdere vestigingsplaatsen kleuteronderwijs worden er per vestigingsplaats kleuteronderwijs bijkomend 2 klokuren gefinancierd of gesubsidieerd.

Art. 27quinquies.

Uit het urenpakket worden de betrekkingen geput voor :

- het ambt van kinderverzorger.

Art. 27sexies.

De omrekening van het urenpakket naar gefinancierde of gesubsidieerde voltijdse of deeltijdse betrekkingen kinderverzorger gebeurt door de som van de uren verkregen overeenkomstig artikel 27quater van dit besluit te delen door 32 tot op de eenheid; het quotiënt is gelijk aan het mogelijk aantal volledige betrekkingen.]

B.Vl.R.5-12-2003

[HOOFDSTUK IIIter. - Beleids- en ondersteunend personeel

Afdeling A. - Zorgbeleid

Art. 27septies t.e.m. 27decies.

[[...]]

Afdeling B. - Administratieve ondersteuning

Art. 27undecies.

Met toepassing van artikel 153novies van het decreet wordt aan iedere autonome kleuter-, lagere of basisschool een puntenenveloppe voor administratief personeel toegekend.

Art. 27duodecies.

§ 1. De totale puntenenveloppe voor het gesubsidieerd gewoon basisonderwijs wordt per schooljaar berekend door het binnen de begrotingskredieten beschikbare budget voor administratief personeel in het gesubsidieerd gewoon basisonderwijs te delen door de geldwaarde per punt. De geldwaarde per punt wordt bepaald door de gemiddelde loonkost van een fulltime betrekking te delen door 82.

§ 2. Elke school heeft recht op een basisenveloppe van 9 punten.

§ 3. Per school wordt een bijkomende puntenenveloppe toegekend die berekend wordt door het gewogen aantal regelmatige leerlingen ingeschreven op de teldag of het gemiddeld aantal regelmatige leerlingen tijdens de telperiode die van toepassing is voor de berekening van de lestijden volgens de schalen, te vermenigvuldigen met de puntenwaarde per leerling en waarbij :

- de wegingcoëfficiënt voor een leerling lager onderwijs gelijk is aan 1 en de wegingscoëfficient voor een kleuter gelijk is aan 0,6636;

- de puntenwaarde per leerling het resultaat is van de volgende bewerking :

totale puntenenveloppe - (9 X aantal scholen van het gesubsidieerd gewoon basisonderwijs)/totaal gewogen aantal leerlingen gesubsidieerd gewoon basisonderwijs;

- het resultaat van de berekening van deze bijkomende puntenenveloppe wordt afgerond naar de hogere eenheid indien het eerste cijfer na de komma groter is dan 4.

Art. 27terdecies.

§ 1. De totale puntenenveloppe voor het gewoon basisonderwijs van het gemeenschapsonderwijs wordt per schooljaar berekend door het binnen de begrotingskredieten beschikbare budget voor administratief personeel in het gewoon basisonderwijs van het gemeenschapsonderwijs te delen door de geldwaarde per punt. De geldwaarde per punt wordt bepaald door de gemiddelde loonkost van een full-time betrekking te delen door 82.

§ 2. Elke school heeft recht op een basisenveloppe van 9 punten.

§ 3. Per school wordt een bijkomende puntenenveloppe toegekend die berekend wordt door het gewogen aantal regelmatige leerlingen ingeschreven op de teldag of het gemiddeld aantal regelmatige leerlingen tijdens de telperiode die van toepassing is voor de berekening van de lestijden volgens de schalen, te vermenigvuldigen met de puntenwaarde per leerling en waarbij :

- de wegingcoëfficiënt voor een leerling lager onderwijs gelijk is aan 1 en de wegingscoëfficient voor een kleuter gelijk is aan 0,6636;

- de puntenwaarde per leerling wordt bepaald door de volgende bewerking :

totale puntenenveloppe - (9 X aantal gemeenschapsscholen gewoon basisonderwijs)/totaal gewogen aantal leerlingen gewoon basisonderwijs van het gemeenschapsonderwijs;

- het resultaat van de berekening van deze bijkomende puntenenveloppe wordt afgerond naar de hogere eenheid indien het eerste cijfer na de komma groter is dan 4.

Art. 27quaterdecies.

Uit de puntenenveloppe verkregen volgens de artikelen 27duodecies of terdecies kan het ambt van administratief medewerker worden ingericht uit de categorie van beleids- en ondersteunend personeel.

Art. 27quindecies.

§ 1. De omrekening van punten naar de gefinancierde of gesubsidieerde voltijdse betrekkingen gebeurt als volgt :

1° indien een betrekking wordt ingericht die de weddenschaal 202 genereert, wordt voor een voltijdse betrekking 63 punten in rekening gebracht.

2° indien een betrekking wordt ingericht die de weddenschaal 158 genereert, wordt voor een voltijdse betrekking 82 punten in rekening gebracht.

3° indien een betrekking wordt ingericht die de weddenschaal 542 genereert, wordt voor een voltijdse betrekking 120 punten in rekening gebracht.

4° indien een betrekking wordt ingenomen door een personeelslid dat ingevolge een beslissing van de administratieve gezondheidsdienst ter beschikking is gesteld wegens ontstentenis van betrekking en wedertewerkgesteld wordt als administratieve medewerker, worden voor een voltijdse betrekking 63 punten in rekening gebracht.

§ 2. Voor de aanwending in uren wordt de toegekende puntenenveloppe omgezet volgens de onderstaande tabel :

Puntenwaarde

63

82

120

Aantal uren

Punten

Punten

Punten

1

2

2

3

2

4

5

7

3

5

7

10

4

7

9

13

5

9

11

17

6

11

14

20

7

12

16

23

8

14

18

27

9

16

21

30

10

18

23

33

11

19

25

37

12

21

27

40

13

23

30

43

14

25

32

47

15

26

34

50

16

28

36

53

17

30

39

57

18

32

41

60

19

33

43

63

20

35

46

67

21

37

48

70

22

39

50

73

23

40

52

77

24

42

55

80

25

44

57

83

26

46

59

87

27

47

62

90

28

49

64

93

29

51

66

97

30

53

68

100

31

54

71

103

32

56

73

107

33

58

75

110

34

60

77

113

35

61

80

117

36

63

82

120]

B.Vl.R. 5-12-2003; [[ ]] B.Vl.R. 5-9-2008

HOOFDSTUK IV. - Sancties

Art. 28.

Onverminderd de toepassing van artikel 174 van het decreet worden de misbruiken bij het tellen van de regelmatige leerlingen voor het lestijdenpakket en de misbruiken bij het berekenen en aanwenden van het lestijdenpakket die vastgesteld worden door [het Agentschap voor Onderwijsdiensten] met toepassing van artikel 177, 9° en 10° van het decreet bij aangetekend schrijven meegedeeld aan het betrokken schoolbestuur. De mededeling verwijst naar de mogelijke sancties.

B.Vl.R. 12-10-2012

Art. 29.

§ 1. Binnen een termijn van 30 kalenderdagen na de betekening van het aangetekend schrijven kan het schoolbestuur bij [het Agentschap voor Onderwijsdiensten] een verweerschrift indienen.

De betekening wordt geacht te gebeuren de derde werkdag na het versturen van het aangetekend schrijven. De herfstvakantie, kerstvakantie, krokusvakantie, paasvakantie en zomervakantie schorten de termijn van 30 kalenderdagen op.

§ 2. Na ontvangst van het verweerschrift en uiterlijk 60 kalenderdagen na de betekening van het aangetekend schrijven legt [het Agentschap voor Onderwijsdiensten] desgevallend een dossier met een voorstel tot sanctie voor aan de minister.

B.Vl.R. 12-10-2012

Art. 30.

Binnen een termijn van drie maanden na de betekening van de in artikel 28 bedoelde aangetekende brief neemt de minister een beslissing omtrent een sanctie. Die beslissing wordt bij aangetekend schrijven meegedeeld aan het betrokken schoolbestuur.

Na de termijn van 3 maanden kan er geen sanctie meer worden opgesteld.

HOOFDSTUK V. - Slotbepalingen

[Art. 30bis.

Met toepassing van artikel 194quater van het decreet wordt, voor de schooljaren 2008-2009, [[2009-2010, 2010-2011, 2011-2012, 2012-2013 en 2013-2014]], aan iedere school voor gewoon kleuter-, lager en basisonderwijs die geen deel uitmaakt van een scholengemeenschap jaarlijks de volgende puntenenveloppe voor het voeren van een zorgbeleid toegekend :

1° 9 punten voor scholen met minder dan 100 leerlingen;

2° 17 punten voor scholen met 100 tot 149 leerlingen;

3° 24 punten voor scholen met 150 tot 299 leerlingen;

4° 42 punten voor scholen met 300 tot 449 leerlingen;

5° 61 punten voor scholen met 450 tot 599 leerlingen;

6° 85 punten voor scholen met 600 tot 699 leerlingen;

7° 102 punten voor scholen met 700 tot 749 leerlingen;

8° 109 punten voor scholen vanaf 750 leerlingen.

Art. 30ter.

Uit de puntenenveloppe, verkregen volgens artikel 30bis, kunnen betrekkingen in het ambt worden ingericht van zorgcoördinator uit de categorie van het beleids- en ondersteunend personeel.

Art. 30quater.

§ 1. De omrekening van punten naar de gefinancierde of gesubsidieerde voltijdse betrekkingen gebeurt als volgt :

1° als een betrekking wordt ingericht die de weddenschaal 148 genereert, wordt voor een voltijdse betrekking 85 punten in rekening gebracht;

2° als een betrekking wordt ingericht die de weddenschaal 501 genereert, wordt voor een voltijdse betrekking 126 punten in rekening gebracht.

§ 2. Voor de aanwending in uren wordt de toegekende puntenenveloppe omgezet volgens de onderstaande tabel :

puntenwaarde

85

126

aantal uren

punten

punten

1

2

4

2

5

7

3

7

11

4

9

14

5

12

18

6

14

21

7

17

25

8

19

28

9

21

32

10

24

35

11

26

39

12

28

42

13

31

46

14

33

49

15

35

53

16

38

56

17

40

60

18

42

63

19

45

67

20

47

70

21

50

74

22

52

77

23

54

81

24

57

84

25

59

88

26

61

91

27

64

95

28

66

98

29

68

102

30

71

105

31

73

109

32

76

112

33

78

116

34

80

119

35

83

123

36

85

126]

B.Vl.R. 5-9-2008; [[ ]] B.Vl.R. 12-10-2012

Art. 31.

De opheffingsbepaling van artikel 183, 6° van het decreet treedt in werking op 1 september 1997 met uitzondering van de artikelen 18 en 18bis van het besluit van de Vlaamse regering van 1 april 1993 betreffende de organisatie van het gewoon kleuter- en lager onderwijs op basis van het lestijdenpakket.

Art. 32.

Dit besluit treedt in werking op 1 september 1997, met uitzondering van de artikelen 5 en 25 die uitwerking hebben met ingang van 1 september 1995.

Art. 33.

De Vlaamse minister, bevoegd voor het onderwijs, is belast met de uitvoering van dit besluit.

BIJLAGE

De lestijden volgens de schalen http://edulex.vlaanderen.be/edulex/ozb/13615_bijlage1.pdf (FORM001916)