OPGEHEVEN : Besluit van de Vlaamse regering betreffende het tijdelijk project zorgverbreding in het gewoon basisonderwijs.

  • goedkeuringsdatum
    14 JULI 1998
  • publicatiedatum
    B.S.03/10/1998
  • datum laatste wijziging
    04/12/2002
  • erratum
    err. B.S. 13-11-1998

COORDINATIE

B.Vl.R. 26-5-2000 - B.S. 28-11-2000

opgeheven door B.Vl.R. 19-7-2002 - B.S. 4-12-2002

De Vlaamse Regering,

Gelet op het decreet basisonderwijs van 25 februari 1997, inzonderheid op artikel 169 tot en met 171 en 180;

Gelet op het akkoord van de Vlaamse minister, bevoegd voor de begroting, gegeven op 6 april 1998;

Gelet op het protocol nr. 294 van 19 mei 1998 houdende de conclusies van de onderhandelingen die gevoerd werden in de gemeenschappelijke vergadering van het sectorcomité X en van de onderafdeling "Vlaamse Gemeenschap" van afdeling 2 van het comité voor de provinciale en plaatselijke overheidsdiensten;

Gelet op het protocol nr. 73 van 19 mei 1998 houdende de conclusies van de onderhandelingen die gevoerd werden in het overkoepelend onderhandelingscomité;

Gelet op de dringende noodzakelijkheid, gemotiveerd door de omstandigheid dat de schoolbesturen vóór het einde van het schooljaar, en met het oog op de voorbereiding van het schooljaar 1998-1999, moeten weten of zij extra lestijden gefinancierd of gesubsidieerd krijgen;

Gelet op het advies van de Raad van State gegeven op 3 juni 1998 met toepassing van artikel 84, eerste lid, 2°, van de gecoördineerde wetten op de Raad van State;

Op voorstel van de Vlaamse minister van Onderwijs en Ambtenarenzaken;

Na beraadslaging,

Besluit :

HOOFDSTUK I. - Algemeen

Artikel 1.

Dit besluit is van toepassing op het gewoon basisonderwijs, gefinancierd of gesubsidieerd door de Vlaamse Gemeenschap.

Art. 2.

Voor de toepassing van dit besluit wordt verstaan onder :

1° aanwendingsplan : plan waarin wordt beschreven op welke wijze de extra lestijden worden aangewend;

2° decreet : het decreet basisonderwijs van 25 februari 1997;

3° in aanmerking komende leerling : een regelmatige leerling

- waarvan de moeder het diploma secundair onderwijs niet heeft behaald;

- of behoort tot een eenoudergezin;

- of waarvan de beide ouders werkloos zijn;

4° teldag : eerste schooldag van februari.

Voor de scholen verbonden aan een Centrum voor Kinderzorg en Gezinsondersteuning telt de school het aantal in aanmerking komende leerlingen tijdens de periode van twaalf maanden die voorafgaat aan de eerste schooldag van februari.

HOOFDSTUK II. - Toekenning van extra lestijden

Art. 3.

Met toepassing van artikel 169 van het decreet kunnen afhankelijk van de stand van de kredieten op de begroting voor het niveau kleuteronderwijs en/of lager onderwijs extra lestijden zorgverbreding voor leerbedreigde leerlingen worden toegekend aan scholen die gelijktijdig aan volgende voorwaarden voldoen :

1° het schoolbestuur dient een aanvraag met aanwendingsplan in;

2° in de aanvraag worden om de nood aan extra lestijden aan te tonen de nodige gegevens over leerlingenaantallen vermeld;

3° de school telt op de teldag ten minste 10 % of 20 in aanmerking komende leerlingen;

4° de onderwijsinspectie heeft geen negatief oordeel uitgebracht over de aanwending van de extra lestijden in voorafgaand schooljaar.

Art. 4.

In het aanwendingsplan, bedoeld in artikel 3, 1°, moet het schoolbestuur :

1° beschrijven op welke manier gewerkt wordt op volgende actieterreinen :

preventie en remediëring van ontwikkelings- en leerachterstanden;
taalvaardigheidsonderwijs;
intercultureel onderwijs;
socio-emotionele ontwikkeling;
de betrokkenheid van de ouders.

2° beschrijven voor elk van de vijf actieterreinen :

hoe de extra lestijden worden ingezet om resultaten te bereiken;
hoe het geheel van het lestijdenpakket in een school wordt aangewend om resultaten te bereiken;
hoe het overleg binnen het schoolteam opgevat is en hoe in voorkomend geval samengewerkt wordt met externe instanties;
hoe de school de werking en de resultaten evalueert;

3° de verbintenis aangaan de school te laten begeleiden door de pedagogische begeleiding, samen te werken met het P.M.S.-centrum, en de betrokken leerkrachten te laten deelnemen aan nascholing gericht op zorgverbreding.

Art. 5.

De gegevens over de aantallen leerlingen en de vormelijke vereisten voor de aanvraag en het aanwendingsplan worden door het departement gecontroleerd.

De inhoud van het aanwendingsplan wordt beoordeeld door een beoordelingscommissie, samengesteld uit leden van de onderwijsinspectie, leden van het departement en externe deskundigen. Voor het verkrijgen van extra lestijden moet het aanwendingsplan van de school gunstig beoordeeld worden op voorwaarden, beschreven in artikel 4.

Art. 6.

Als de kredieten voor zorgverbreding niet voldoende zijn om alle verantwoorde aanvragen te honoreren, worden ze door de beoordelingscommissie, bedoeld in artikel 5, toegekend aan de scholen waarvan het aanwendingsplan de beste beoordeling krijgt. Bij gelijke beoordeling wordt rekening gehouden met het percentage van het aantal in aanmerking komende leerlingen. De keuze wordt door de beoordelingscom-missie verantwoord.

Art. 7.

§ 1. Onverminderd de toepassing van artikel 3 worden de extra lestijden aan een school toegekend voor een periode van twee schooljaren. De extra lestijden worden echter per schooljaar berekend op grond van de leerlingencijfers berekend op de teldag van het betreffende schooljaar. Scholen die daardoor in het tweede schooljaar de minimumdrempel bedoeld in artikel 3, 3° niet meer bereiken, behouden de mogelijkheid op extra lestijden. [...]

B.Vl.R.26-5-2000

§ 2. Wanneer er in het tweede jaar kredieten beschikbaar komen door toepassing van artikel 7, § 1 en artikel 8 kunnen aan de scholen, die door toepassing van artikel 6 geen extra lestijden hebben gekregen, toch voor één schooljaar extra lestijden toegekend worden. Dit gebeurt volgens de criteria van artikel 6.

Art. 8.

Het gebruik van de extra lestijden wordt jaarlijks beoordeeld door de onderwijsinspectie. Die beoordeling kan aanleiding geven tot de maatregelen, bedoeld in de artikelen 10 tot en met 12.

Art. 9.

§ 1. Het aantal extra lestijden wordt voor het niveau kleuteronderwijs berekend op grond van het aantal op de teldag ingeschreven regelmatige leerlingen volgens onderstaande tabel :

aantal leerlingen

aantal extra lestijden

35-89

6

90-149

12

150 en meer

18

§ 2. Het aantal extra lestijden wordt voor het niveau lager onderwijs van een school berekend op grond van het aantal op de teldag ingeschreven regelmatige leerlingen in de eerste en tweede leerlingengroepen volgens onderstaande tabel :

aantal leerlingen

aantal extra lestijden

36-48

6

49-99

12

100 en meer

18

§ 3. De krachtens § 1 en § 2 bekomen extra lestijden mogen samengeteld worden en vrij verdeeld worden over alle leerlingengroepen van de school.

§ 4. In afwijking van artikel 2, 3° komen leerlingen, voor wie extra lestijden onderwijsvoorrang worden aangevraagd krachtens het besluit van de Vlaamse regering van 14 juli 1998 betreffende het tijdelijk project onderwijsvoorrang in het basisonderwijs, niet in aanmerking voor extra lestijden zorgverbreding.

HOOFDSTUK III. - Stopzetten van de toekenning van de extra lestijden en sancties

Art. 10.

Onverminderd de toepassing van artikel 174 van het decreet zal in de hierna vermelde gevallen de financiering of de subsidiëring van de extra lestijden onmiddellijk worden stopgezet :

1° wanneer blijkt dat de aanvraag onjuiste gegevens bevat;

2° wanneer vastgesteld wordt dat het aanwendingsplan niet nageleefd wordt.

Art. 11.

§ 1. Onverminderd de toepassing van artikel 10, worden door het departement vastgestelde overtredingen inzake de berekening en de aanwending van de extra lestijden bij aangetekend schrijven meegedeeld aan het schoolbestuur in kwestie. De mededeling verwijst naar de mogelijke sancties.

§ 2. Binnen een termijn van 30 kalenderdagen na de betekening van het aangetekend schrijven kan het schoolbestuur bij het departement een verweerschrift indienen.

De betekening wordt geacht te gebeuren de derde werkdag na het versturen van het aangetekend schrijven. De herfstvakantie, kerstvakantie, krokusvakantie, paasvakantie en zomervakantie schorten de termijn van 30 kalenderdagen op.

Art. 12.

§ 1. Na ontvangst van het verweerschrift en uiterlijk 60 kalenderdagen na de betekening van het aangetekend schrijven legt het departement Onderwijs indien nodig een dossier met een voorstel tot sanctie voor aan de Vlaamse minister, bevoegd voor het onderwijs.

§ 2. De Vlaamse minister, bevoegd voor het onderwijs, neemt vervolgens, met toepassing van artikel 177, 11° van het decreet een beslissing over een sanctie. Na een termijn van drie maanden kan geen sanctie meer genomen worden.

§ 3. De beslissing wordt bij aangetekend schrijven aan het schoolbestuur in kwestie meegedeeld.

HOOFDSTUK IV. - Slotbepalingen

Art. 13.

Dit besluit heeft uitwerking met ingang van 1 april 1998.

Art. 14.

De Vlaamse minister, bevoegd voor het onderwijs, is belast met de uitvoering van dit besluit.