OPGEHEVEN : Besluit van de Vlaamse regering houdende maatregelen tot begeleiding van migrantenleerlingen in de psycho-medisch-sociale centra.

  • goedkeuringsdatum
    24 SEPTEMBER 1996
  • publicatiedatum
    B.S.01/11/1996
  • datum laatste wijziging
    18/12/2001

COORDINATIE

opgeheven door B.Vl.R. 7-9-2001 - B.S. 18-12-2001

De Vlaamse regering,

Gelet op de wet van 1 april 1960 betreffende de psycho-medisch-sociale centra, inzonderheid op artikel 2, § 2bis, ingevoegd bij het decreet van 9 april 1992;

Gelet op het decreet van 17 juli 1991 betreffende inspectie en pedagogische begeleidingsdiensten, inzonderheid op artikel 6, eerste lid;

Gelet op het akkoord van de Vlaamse minister, bevoegd voor de begroting, gegeven op 9 juli 1996;

Gelet op het protocol van 16 juli 1996 houdende de conclusies van de onderhandelingen in het sectorcomité X Onderwijs (Vlaamse Gemeenschap) en het comité voor de provinciale en plaatselijke overheidsdiensten - Afdeling 2 - onderafdeling "Vlaamse Gemeenschap";

Gelet op het protocol van 16 juli 1996 houdende de conclusies van de onderhandelingen die gevoerd werden in het overkoepelend onderhandelingscomité gesubsidieerd vrij onderwijs;

Gelet op het advies van de Raad van State;

Op voorstel van de Vlaamse minister van Onderwijs en Ambtenarenzaken;

Na beraadslaging,

Besluit :

Artikel 1.

Voor de toepassing van dit besluit wordt verstaan onder :

1° psycho-medisch-sociale centra : de psycho-medisch-sociale centra en psycho-medisch-sociale centra voor buitengewoon onderwijs;

2° doelgroepleerling : een leerling van wie :

de grootmoeder langs moederszijde niet in België geboren is en niet de Belgische of Nederlandse nationaliteit door geboorte heeft, en
de moeder ten hoogste tot het einde van het schooljaar waarin zij de leeftijd van 18 jaar bereikte, onderwijs genoten heeft.

De doelgroepleerling is een migrantenleerling zoals bedoeld in artikel 2 § 2bis van de wet van 1 april 1960 betreffende de psycho-medische-sociale centra.

Art. 2.

De betrekkingen in de psycho-medisch-sociale centra voor de begeleiding van migrantenleerlingen die bestaan in het dienstjaar 1995-1996 met toepassing van het besluit van de Vlaamse regering van 20 mei 1992 houdende maatregelen tot begeleiding van migrantenleerlingen in de psycho-medisch-sociale centra, blijven met ingang van 1 september 1996 behouden, voor zover voldaan is aan de volgende voorwaarden :

1° het psycho-medisch-sociaal centrum schakelt de titularis volledig in de opdrachten van het psycho-medisch-sociaal centrum in;

2° de Vlaamse minister, bevoegd voor het onderwijs, keurt het aanwendingsplan bedoeld in artikel 6 goed, dat het psycho-medisch-sociaal centrum jaarlijks indient vóór de datum door hem bepaald;

3° het personeel voor de uitvoering van het aanwendingsplan volgt nascholing gericht op migrantenbegeleiding.

Indien aan deze voorwaarden niet of niet meer is voldaan, verliest het betrokken psycho-medisch-sociaal centrum de aldus aan de formatie toegevoegde betrekkingen.

Art. 3.

De toekenning van wedden of weddetoelagen, bedoeld in artikel 2, heeft tot doel op georganiseerde wijze de voorwaarden te scheppen en te bevorderen, die de doorstroming van doelgroepleerlingen in de hieronder beschreven onderwijsafdelingen verbeteren, zodat de verhouding van doelgroepleerlingen tot het totale aantal regelmatige leerlingen toeneemt.

De doelstelling in het buitengewoon onderwijs bestaat erin doelgroepleerlingen te heroriënteren naar en te herintegreren in het gewoon onderwijs en/of de integratie op de arbeidsmarkt te bevorderen.

De doelstelling in het gewoon onderwijs is :

voor de werking in het kleuter- en lager onderwijs : verhogen van het aantal doelgroepleerlingen in het 1e leerjaar A van de eerste graad van het secundair onderwijs;
in het secundair onderwijs het aantal doelgroepleerlingen verhogen in het technisch, algemeen of kunstsecundair onderwijs in de tweede en derde graad.

Ieder psycho-medisch-sociaal centrum expliciteert deze doelstellingen in het aanwendingsplan bedoeld in artikel 6.

Art. 4.

Om deze doelstellingen te realiseren zal het psycho-medisch-sociaal centrum :

1° de kenmerken van de doorstroming in zijn werkgebied in kaart brengen en analyseren;

2° acties opzetten in samenwerking met scholen en buitenschoolse partners om de doorstroming in de scholen te bevorderen;

3° nagaan welke evaluatiecriteria de school gebruikt ten aanzien van het onthouden of toekennen van een getuigschrift en om welke redenen deze evaluatiecriteria eventueel veranderen, onverminderd de bevoegdheid van de inrichtende macht of de delibererende klassenraad, zoals bedoeld in artikel 6 ter van de wet van 29 mei 1959 tot wijziging van sommige bepalingen van de onderwijswetgeving, zoals gewijzigd.

Art. 5.

§ 1. Een psycho-medisch-sociaal centrum dat in zijn werkgebied enkel scholen van het basisonderwijs heeft, zal in ten minste drie vestigingsplaatsen van lager onderwijs acties ondernemen. De vestigingsplaatsen behoren ten minste tot twee scholen met lager onderwijs.

§ 2. Een psycho-medisch-sociaal centrum dat in zijn werkgebied basisscholen en secundaire scholen heeft en :

waar in de secundaire scholen geen doelgroepleerlingen zitten, zal in ten minste twee scholen met lager onderwijs acties opzetten en een actie opzetten in het secundair onderwijs om ook daar doelgroepleerlingen te krijgen;
waar in het secundair onderwijs wel doelgroepleerlingen zitten, zal in ten minste twee scholen van het secundair onderwijs acties opzetten en kan acties opzetten in het lager onderwijs.

Art. 6.

De minister, bevoegd voor het onderwijs, bepaalt jaarlijks in een omzendbrief de minimale kwalitatieve en kwantitatieve resultaten die alle psycho-medisch-sociale centra moeten behalen. Deze minimale resultaten staan in verhouding tot de resultaten van de acties, behaald in het lopende dienstjaar.

In het aanwendingsplan gaat het psycho-medisch-sociaal centrum een resultaatsverbintenis aan om de doorstroming van het aantal doelgroepleerlingen in verhouding tot het totale aantal regelmatige leerlingen te verhogen.

Dit aanwendingsplan bevat ten minste een beknopte beschrijving van :

de stand van zaken van de doorstroming in het werkgebied op basis van de analyse van de kenmerken van de doorstroming;
de resultaten van de ondernomen acties;
een geargumenteerde keuze van de acties die het psycho-medisch-sociaal centrum in het volgend dienstjaar zal ondernemen in samenwerking met scholen en buitenschoolse partners om de doorstroming zichtbaar en meetbaar te bevorderen;
de resultaten van de acties die zullen ondernomen worden.

Art. 7.

De inspectie van de psycho-medisch-sociale centra controleert of het aanwendingsplan, zoals het werd goedgekeurd, ook wordt uitgevoerd.

Een beoordelingscommissie evalueert het nieuwe aanwendingsplan, rekening houdend met de controle van de inspectie van de psycho-medisch-sociale centra over het aanwendingsplan van het lopend schooljaar. De commissie is samengesteld als volgt :

een lid van de inspectie basisonderwijs;
een lid van de inspectie secundair onderwijs;
een lid van de inspectie van de psycho-medisch-sociale centra;
een ambtenaar van de administratie basisonderwijs;
een ambtenaar van de administratie secundair onderwijs;
een ambtenaar van de afdeling PMS-navorming-leerlingenvervoer;
een ambtenaar van de afdeling Beleidsgerichte Coördinatie;
twee externe pedagogische experten.

Deze commissie adviseert de minister, bevoegd voor het onderwijs, over de goedkeuring van het aanwendingsplan.

Art. 8.

Het besluit van de Vlaamse regering van 20 mei 1992 houdende maatregelen tot begeleiding van migrantenleerlingen wordt opgeheven.

Art. 9.

Dit besluit heeft uitwerking met ingang van 1 september 1996.

Art. 10.

De Vlaamse minister, bevoegd voor het onderwijs, is belast met de uitvoering van dit besluit.