OPGEHEVEN : Koninklijk besluit betreffende de afwezigheid van lange duur gewettigd door familiale redenen, van de leden van de gesubsidieerde psycho-medisch-sociale centra en diensten voor studie- en beroepsoriëntering.

  • goedkeuringsdatum
    11 JUNI 1981
  • publicatiedatum
    B.S.25/06/1981
  • datum laatste wijziging
    18/12/2001

COORDINATIE

K.B. 13-9-1983 - B.S. 27-9-1983

opgeheven door B.Vl.R. 7-9-2001 - B.S. 18-12-2001

BOUDEWIJN, Koning der Belgen,

Aan allen die nu zijn en hierna wezen zullen, Onze Groet.

Gelet op de wet van 1 april 1960 betreffende de diensten voor studie- en beroepsoriëntering en de psycho-medisch-sociale centra;

Gelet op de samengeordende wetten betreffende de kinderbijslag van loonarbeiders, inzonderheid op artikel 47;

Gelet op het organiek koninklijk besluit van 22 december 1938 bedoeld bij de wet van 20 juni 1937 houdende uitbreiding van de kinderbijslagen tot de werkgever en tot de niet-loontrekkende arbeiders, inzonderheid op artikel 93quater;

Gelet op het koninklijk besluit van 19 mei 1981 betreffende het verlof voor afwezigheden van lange duur gewettigd door familiale redenen, van het stagedoend en vastbenoemd technisch personeel van de Rijks-psycho-medisch-sociale centra, de Rijksvormingscentra en de inspectiediensten;

Gelet op de wetten op de Raad van State, gecoördineerd op 12 januari 1973, inzonderheid op artikel 3 § 1, zoals het werd vervangen door artikel 18 van de gewone wet van 9 augustus 1980 tot hervorming van de instellingen;

Gelet op de hoogdringendheid aan de gesubsidieerde leden van de gesubsidieerde psycho-medische-sociale centra en diensten voor studie- en beroepsoriëntering de mogelijkheid te bieden om zich aan hun eigen kinderen, of aan een kind dat zij hebben opgenomen na een adoptieakte of een overeenkomst van pleegvoogdij te hebben ondertekend, te wijden in gelijkaardige omstandigheden, zoals dit het geval is voor de personeelsleden in de Rijks-psycho-medisch-sociale centra;

Op de voordracht van Onze Ministers van Nationale Opvoeding, van Onze Minister van de Vlaame Gemeenschap en Adjunct voor Nationale Opvoeding, en op het advies van Onze in Raad vergaderde Ministers,

Hebben wij besloten en besluiten Wij :

Artikel 1.

De bepalingen van dit besluit zijn toepasselijk op de vastbenoemde gesubsidieerde personeelsleden van de inrichtingen, gesubsidieerd door de Staat, overeenkomstig de wet van 1 april 1960 betreffende de diensten voor studie- en beroepsoriëntering en de psycho-medisch-sociale centra.

Art. 2.

Het personeelslid dat onder de hierna bepaalde voorwaarden en met toelating van de inrichtende macht afwezig is om zich aan zijn eigen kinderen of aan een kind, dat hij heeft opgenomen na een adoptieaktie of een overeenkomst van pleegvoogdij te hebben ondertekend, te wijden, kan zonder dat daartoe nieuwe administratieve handelingen noodzakelijk zijn wanneer het opnieuw in dienst treedt, de voordelen behouden die het vanwege de Staat kan genieten op grond van de vaste benoeming die het genoot vóór de afwezigheid.

Om van deze maatregel te kunnen genieten :

moet het personeelslid vast benoemd zijn;
mag het personeelslid tijdens de afwezigheid geen winstgevende bedrijvigheid uitoefenen.

Art. 3.

De duur van de in artikel 2 vermelde afwezigheid wordt beperkt tot [vier] jaar; in elk geval neemt ze een einde wanneer het kind de leeftijd van [vijf] jaar bereikt.

K.B.13-9-1983

De maximumduur van deze afwezigheid wordt op [zes] jaar gebracht en neemt uiterlijk een einde wanneer het kind de leeftijd van [acht] jaar bereikt, wanneer het kind minder-valide is en voldoet aan de voorwaarden gesteld om het genot te hebben van kinderbijslag bij toepassing van artikel 47 van de samengeordende wetten betreffende de kinderbijslag voor loonarbeiders of van [artikel 26 van het koninklijk besluit van 8 april 1976 houdende regeling van de gezinsbijslag ten voordele van de zelfstandigen.]

K.B.13-9-1983

Art. 4.

Tijdens de duur van de afwezigheid bevindt het personeelslid zich in een administratieve toestand die gelijkaardig is aan die van het personeelslid van de Rijks-psycho-medisch-sociale centra, dat onder toepassing valt van het koninklijk besluit van 19 mei 1981 betreffende het verlof voor afwezigheden van lange duur gewettigd door familiale redenen, van het stagedoend en vastbenoemd technisch personeel van de Rijks-psycho-medisch-sociale centra, de Rijksvormingscentra en de inspectiediensten.

Art. 5.

[Op verzoek van het personeelslid en met inachtneming van een opzeggingstermijn van drie en een halve maand, kan vóór het verstrijken ervan met het akkoord van de inrichtende macht een einde worden gemaakt aan een aan de gang zijnde periode van afwezigheid.

Deze termijn dient verlengd te worden met de duur van de jaarlijkse vakantie die in de opzeggingsperiode valt.]

K.B.13-9-1983

Art. 6.

Dit besluit treedt in werking op de eerste dag van de maand volgend op die, gedurende welke het in het Belgisch Staatsblad is bekendgemaakt.

Art. 7.

Onze Ministers die Nationale Opvoeding onder hun bevoegdheid hebben, zijn ieder wat hem betreft, belast met de uitvoering van dit besluit.