OPGEHEVEN : Koninklijk besluit betreffende het syndicaal verlof in de gesubsidieerde psycho-medisch-sociale centra en diensten voor studie- en beroepsoriëntering.

  • goedkeuringsdatum
    16 DECEMBER 1981
  • publicatiedatum
    B.S.23/02/1982
  • datum laatste wijziging
    18/12/2001

COORDINATIE

opgeheven door B.Vl.R. 7-9-2001 - B.S. 18-12-2001

BOUDEWIJN, Koning der Belgen,

Aan allen die nu zijn en hierna wezen zullen, Onze Groet.

Gelet op de wet van 1 april 1960, betreffende de diensten voor studie- en beroepsoriëntering en de psycho-medisch-sociale centra;

Gelet op het koninklijk besluit van 27 juli 1979, tot vaststelling van het statuut van de leden van het technisch personeel der Rijks-psycho-medisch-sociale centra, van de gespecialiseerde Rijks-psycho-medisch-sociale centra, van de Rijksvormingscentra en van de inspectiediensten belast met het toezicht op de psycho-medisch-sociale centra, de diensten voor studie- en beroepsoriëntering en de gespecialiseerde psycho-medisch-sociale centra, inzonderheid op artikel 169, § 1, punt 9;

Gelet op het koninklijk besluit van 19 mei 1981, betreffende de vakantie- en verlofregeling van het stagedoend en vastbenoemd technisch personeel van de Rijks-psycho-medisch-sociale centra, de Rijksvormingscentra en de inspectiediensten, inzonderheid op artikel 29;

Gelet op het koninklijk besluit van 20 juni 1955, betreffende het syndicaal statuut van het personeel der openbare diensten;

Gelet op de wetten op de Raad van State, gecoördineerd op 12 januari 1973, inzonderheid op artikel 3, § 1, zoals het werd vervangen door artikel 18 van de gewone wet van 9 augustus 1980, tot hervorming van de instellingen;

Gelet op de dringende noodzakelijkheid de leden van het gesubsidieerd personeel van de door de Staat gesubsidieerde psycho-medisch-sociale centra en diensten voor studie- en beroepsoriëntering toe te staan syndicaal verlof te nemen, in dezelfde omstandigheden als dit voor de leden van het technisch personeel van de Rijks-psycho-medisch-sociale centra het geval is;

Op de voordracht van Onze Ministers van Nationale Opvoeding en van Onze Minister van de Vlaamse Gemeenschap en Adjunct voor Nationale Opvoeding, en op het advies van Onze in Raad vergaderde Ministers,

Hebben Wij besloten en besluiten Wij :

Artikel 1.

De bepalingen van dit besluit zijn toepasselijk op de gesubsidieerde vastbenoemde leden van het technisch personeel van de psycho-medisch-sociale centra en diensten voor studie- en beroepsoriëntering, gesubsidieerd overeenkomstig de wet van 1 april 1960, betreffende de diensten voor studie- en beroepsoriëntering en de psycho-medisch-sociale centra.

Art. 2.

§ 1. Op verzoek van een verantwoordelijk bestuurslid van een vakorganisatie, die erkend is bij de wet van 19 december 1974, tot regeling van de betrekkingen tussen de overheid en de vakbonden van haar personeel, bekomt het personeelslid, bedoeld in artikel 1, verlof om deel te nemen aan de werkzaamheden van werkgroepen en commissies die bij de vakorganisatie zijn opgericht.

§ 2. De personeelsleden bedoeld in artikel 1, bekomen eveneens verlof om zitting te hebben in de raden en commissies opgericht bij de wet of krachtens een wet, op persoonlijke uitnodiging van hun voorzitter of van een verantwoordelijk bestuurslid van een vakorganisatie, bedoeld in § 1, vermeldend dag en uur van de vergaderingen.

§ 3. Dit verlof wordt gelijkgesteld met een periode van dienstactiviteit. Het wordt gesubsidieerd door de Staat.

§ 4. De persoon waarvan de naam, de functie en het mandaat in de vakorganisatie bij de bevoegde Minister bekend zijn, wordt beschouwd als verantwoordelijk bestuurslid.

§ 5. De vakorganisaties delen de namen mede van hun verantwoordelijke bestuursleden aan de bevoegde Minister, die de betrokken inrichtende macht hiervan in kennis stelt.

Art. 3.

§ 1. Een personeelslid, bedoeld in artikel 1, is eveneens met verlof wanneer het een vakorganisatie, bedoeld in artikel 2, op regelmatige wijze en permanent vertegenwoordigt.

Bedoeld personeelslid wordt geacht zich in dienstactiviteit te bevinden volgens de bepalingen van de artikelen 167 en 168 van het koninklijk besluit van 27 juli 1979, en dit onder dezelfde voorwaarden en volgens dezelfde modaliteiten.

§ 2. De aanvraag tot het bekomen van het verlof zoals bedoeld in § 1, wordt toegestaan op aanvraag van de betrokken vakorganisatie.

Art. 4.

Op verzoek van de betrokken administratie stort de betrokken vakorganisatie elk semester in de Schatkist een som, gelijk aan het globaal bedrag der weddeschalen, vergoedingen en bijslagen die uitgekeerd werden aan de personeelsleden bedoeld in artikel 3.

Er wordt een einde gemaakt aan het verlof dat aan het personeelslid, bedoeld in artikel 3 werd verleend, wanneer de vakorganisatie op het einde van een semester nalaat de stortingen te verrichten.

Art. 5.

Het syndicaal verlof, bedoeld in artikel 3, wordt beëindigd als de betrokken vakorganisatie daartoe beslist.

Art. 6.

Dit besluit heeft uitwerking met ingang van 1 september 1979.

Art. 7.

Onze Ministers van Nationale Opvoeding en Onze Minister van de Vlaamse Gemeenschap en Adjunct voor Nationale Opvoeding zijn ieder wat hem betreft, belast met de uitvoering van dit besluit.