OPGEHEVEN : Besluit van de Vlaamse Regering tot vaststelling van de goedkeuringsmodaliteiten van leerplannen.

  • goedkeuringsdatum
    03 JUNI 1992
  • publicatiedatum
    B.S.28/07/1992
  • datum laatste wijziging
    03/09/2007

COORDINATIE

B.Vl.R. 26-11-1996 - B.S. 24-1-1997

B.Vl.R. 26-11-1996 - B.S. 6-2-1997

opgeheven door B.Vl.R. 10-11-2006 - B.S. 15-12-2006

De Vlaamse Regering,

Gelet op de wet van 29 mei 1959 tot wijziging van sommige bepalingen van de onderwijswetgeving, inzonderheid op artikel 6, zoals gewijzigd bij artikel 3, § 1 van het decreet van 17 juli 1991 betreffende inspectie en pedagogische begeleidingsdiensten;

Gelet op het decreet van 17 juli 1991 betreffende inspectie en pedagogische begeleidingsdiensten, inzonderheid op artikel 5, § 1;

Gelet op het akkoord van de Gemeenschapsminister van Financiën en Begroting, Gezondheidsinstellingen, Welzijn en Gezin, gegeven op 12 mei 1992;

Gelet op het overleg dat, ingevolge artikel 5 van de wet van 29 mei 1959 tot wijziging van sommige bepalingen van de onderwijswetgeving, onder de afgevaardigden van de inrichtende machten heeft plaatsgehad op 28 april 1992;

Gelet op de wetten op de Raad van State, gecoördineerd op 12 januari 1973, inzonderheid op artikel 3, § 1, gewijzigd bij de wet van 4 juli 1989;

Gelet op de dringende noodzakelijkheid;

Overwegende dat zo spoedig mogelijk een onderwijsinstantie dient aangewezen die de Gemeenschapsminister van Onderwijs en Ambtenarenzaken adviseert inzake de goedkeuring van de leerplannen voorgelegd door de inrichtende machten;

Op voorstel van de Gemeenschapsminister van Onderwijs en Ambtenarenzaken;

Na beraadslaging,

Besluit :

Artikel 1.

Dit besluit is van toepassing op het gewoon en buitengewoon basisonderwijs, het voltijds gewoon secundair onderwijs, het aanvullend secundair beroepsonderwijs met volledig leerplan, het onderwijs voor sociale promotie, het deeltijds onderwijs en de opleidingsvorm 4 van het buitengewoon secundair onderwijs.

Art. 2.

In uitvoering van artikel 6 van de wet van 29 mei 1959 tot wijziging van sommige bepalingen van de onderwijswetgeving en artikel 5, § 1, van het decreet van 17 juli 1991 betreffende inspectie en pedagogische begeleidingsdiensten, wordt de inspectie voor het onderwijs, georganiseerd door de Vlaamse Gemeenschap, belast met het uitbrengen van adviezen bij de Vlaamse Regering inzake de goedkeuring van de leerplannen voorgelegd door de inrichtende machten.

Art. 3.

De in artikel 2 bedoelde leerplannen worden door de inrichtende machten ingediend bij de inspecteur-generaal van het betrokken niveau vóór 1 maart voorafgaand aan het schooljaar waarop het leerplan van kracht wordt.

Art. 4.

Indien door de in artikel 2 bedoelde inspectie een ongunstig advies wordt uitgebracht, wordt dit bij aangetekend schrijven aan de betrokken inrichtende macht betekend.

Art. 5.

Per niveau wordt er een beroepscommissie opgericht. Deze commissie is paritair samengesteld enerzijds uit afgevaardigden van het onderwijs van het betrokken niveau, anderzijds uit afgevaardigden van de inspectie van het betrokken niveau en van de Dienst voor Onderwijsontwikkeling.

De afvaardiging van het onderwijs is paritair samengesteld uit vertegenwoordigers van het officieel onderwijs en vertegenwoordigers van het vrij onderwijs.

De afvaardiging van de inspectie en van de Dienst voor Onderwijsontwikkeling is als volgt samengesteld :

- de inspecteur-generaal, die als voorzitter fungeert;

- twee inspecteurs-coördinator;

- de directeur van de Dienst voor Onderwijsontwikkeling of zijn afgevaardigde.

Art. 6.

De in artikel 5 bedoelde commissie is bevoegd voor de behandeling van het door de inrichtende macht betwist advies van de in artikel 2 bedoelde inspectie.

Een beroep kan bij de bevoegde beroepscommissie slechts worden ingesteld binnen een termijn van twee weken na ontvangst van het in artikel 4 bedoeld aangetekend schrijven.

Art. 7.

Het resultaat van het door de beroepscommissie uitgevoerd onderzoek dient aan de Vlaamse Regering te worden meegedeeld uiterlijk dertig dagen na betekening van het in artikel 4 bedoeld aangetekend schrijven.

Art. 8.

§ 1. In geval het advies van de in artikel 2 bedoelde inspectie door de betrokken inrichtende macht bij de bevoegde beroepscommissie wordt betwist dient deze vooraleer haar eindadvies uit te brengen alleszins volgende regels te respecteren :

- de betrokken personen dienen voorgaandelijk te worden gehoord;

- de betrokken personen hebben inzage in het dossier.

§ 2. In geval tot stemming wordt overgegaan en het resultaat ervan is een staking van stemmen, dan is de stem van de voorzitter van de beroepscommissie doorslaggevend.

Art. 9.

Elk leerplan dat overeenkomstig het in artikel 3 gestelde werd ingediend, wordt geacht van rechtswege te zijn goedgekeurd indien de Vlaamse Regering niet over de goedkeuring heeft beslist uiterlijk op 30 april voorafgaand aan het schooljaar waarop het leerplan van kracht wordt.

Indien de beroepscommissie dient samen te komen, zijn de termijnen voorzien in de artikelen 6 en 7 van toepassing.

Art. 10.

Alle vóór 1 september 1992 door de onderwijsinstellingen toegepaste leerplannen worden geacht te zijn goedgekeurd.

Art. 11.

De Gemeenschapsminister bevoegd voor het Onderwijs is belast met de uitvoering van dit besluit.

Art. 12.

Dit besluit treedt in werking op 1 september 1992.

- (1): Opgeheven voor het gewoon basisonderwijs. (B.Vl.R. 26-11-1996, Art. 16) Opgeheven voor het voltijds secundair onderwijs en opleidingsvorm 4 van het buitengewoon secundair onderwijs. (B.Vl.R. 26-11-1996, Art. 17)