OPGEHEVEN : Koninklijk besluit tot regeling van de wijze waarop het aantal opvoeders in het Rijksonderwijs wordt berekend.

  • goedkeuringsdatum
    18 APRIL 1967
  • publicatiedatum
    B.S.20/04/1967
  • datum laatste wijziging
    13/02/2017

(voetnoot 1) (voetnoot 2) (voetnoot 3)

COORDINATIE

K.B. 15-4-1977 - B.S. 19-5-1977

K.B. nr. 153, 30-12-1982 - B.S. 15-1-1983

K.B. 13-3-1985 - B.S. 16-5-1985

K.B. nr. 449, 20-8-1986 - B.S. 30-8-1986

K.B. nr. 456, 10-9-1986 - B.S. 30-9-1986

K.B. nr. 458, 10-9-1986 - B.S. 30-9-1986

B.Vl.R. 7-1-1992 - B.S. 21-3-1992

Decr. 13-7-1994 - B.S. 31-8-1994

B.Vl.R. 9-5-1996 - B.S. 25-7-1996

Decr. 8-5-2009 - B.S. 28-8-2009

Decr. 9-7-2010 - B.S. 31-8-2010

Opgeheven door Decr. 23-12-2016 - B.S. 13-2-2017

BOUDEWIJN, Koning der Belgen,

Aan allen die nu zijn en hierna wezen zullen, Onze Groet.

Gelet op de wetten op het lager onderwijs, gecoördineerd bij het koninklijk besluit van 20 augustus 1957;

Gelet op de wetten op het middelbaar onderwijs, gecoördineerd bij het koninklijk besluit van 30 april 1957;

Gelet op de wetten op het normaalonderwijs, gecoördineerd bij het koninklijk besluit van 30 april 1957;

Gelet op de wetten op het technisch onderwijs, gecoördineerd bij het koninklijk besluit van 30 april 1957;

Gelet op het koninklijk besluit van 12 januari 1966 houdende vaststelling van de voorwaarden vereist voor het bepalen van het aantal betrekkingen in de Rijksinrichtingen voor technisch onderwijs;

Gelet op het koninklijk besluit van 29 augustus 1966 betreffende het statuut van sommige categorieën personeelsleden van het Rijksonderwijs;

Gelet op de wet van 23 december 1946, houdende instelling van een Raad van State, inzonderheid op artikel 2, tweede lid;

Gelet op de dringende noodzakelijkheid;

Op de voordracht van Onze Minister van Nationale Opvoeding en van Onze Minister-Secretaris voor Nationale Opvoeding en op het advies van Onze in Raad vergaderde Ministers,

Hebben Wij besloten en besluiten Wij :

Artikel 1.

[...]

K.B.15-4-1977

Art. 2.

[Het aantal betrekkingen in het ambt van studiemeester-opvoeder internaat wordt voor het geheel van de internaten verbonden aan een gemeenschapsschool voor basis- of secundair onderwijs en voor de autonome internaten van het gemeenschapsonderwijs, vastgesteld als volgt :

a) één betrekking per internaat; en

b) één betrekking per reeks van eenentwintig internen uit het basis- en secundair onderwijs, ingeschreven op de decretaal toepasbare teldatum; en

c) [[het aantal organieke voltijdse betrekkingen, bedoeld in a) en b), dat wordt ingericht op de eerste schooldag van oktober van het lopende schooljaar, wordt vanaf het schooljaar 2009-2010 vermeerderd met een bijkomend urenpakket dat gelijk is aan voormeld aantal betrekkingen vermenigvuldigd met 3,768 uur en met afronding naar de hogere eenheid als het eerste cijfer na de komma groter is dan vier. Dit bijkomend urenpakket wordt aangewend voor de compensatie van de nachtprestaties van de studiemeesters-opvoeder internaat, meer bepaald de permanente aanwezigheid gedurende de nacht tussen het slapengaan en het opstaan van de leerlingen, die met ingang van 1 september 2009 voor vier uur dienst geteld wordt, zonder dat vanaf die datum de duur van de nacht mag toenemen ten aanzien van de duur op 31 mei 2009. Met de uren die na desbetreffende compensatie overblijven, kunnen aanwervingen gebeuren met het oog op de verbetering van de arbeidsomstandigheden van de studiemeesters-opvoeder internaat.]] ]

Decr. 8-5-2009; [[ ]] Decr. 9-7-2010

[Art. 2bis.

[[...]] ]

K.B. 13-3-1985; [[ ]] Decr. 23-12-2016

Art. 3.

Het koninklijk besluit van 10 april 1961, zoals het werd gewijzigd door artikel 8 van het koninklijk besluit van 12 januari 1966, is opgeheven.

Art. 4.

[...]

K.B. nr. 449, 20-8-1986

Art. 5.

Dit besluit treedt in werking op 1 september 1967.

Art. 6.

Onze Minister van Nationale Opvoeding en Onze Minister-Staatssecretaris voor Nationale Opvoeding zijn belast met de uitvoering van dit besluit.

- (1): Alleen op de leerlingen, waarvan de ouders of de personen, die ten hunne opzichte de ouderlijke macht uitoefenen, in België niet onderworpen zijn aan de personenbelasting als inwoner van het Koninkrijk en dit volgens het Wetboek der inkomstenbelastingen, wordt voor het vaststellen van het aantal regelmatige leerlingen de coëfficiënt 0,8 toegepast, rekening houdend met de Overeenkomst tussen België en Luxemburg tot het vermijden van dubbele belastingen en tot regeling van sommige andere aangelegenheden inzake belastingen naar het inkomen en naar het vermogen, en Slotprotocol, ondertekend te Luxemburg op 17 september 1970. Deze bepalingen gelden voor de toepassing van dit besluit. (K.B. nr. 458, 10-9-1986; Art. 1)

- (2): Houdt op van toepassing te zijn op het hoger onderwijs met volledig leerplan (Decr. 12-7-1994; Art. 365, 14°)

- (3): Opgeheven, voor zover het betrekking heeft op de hogescholen (B.Vl.R. 9-5-1996; Art. 1, 82°)