OPGEHEVEN : Besluit van de Vlaamse regering houdende erkenning van vormingsprogramma's die voor de vervulling van de deeltijdse leerplicht in aanmerking komen.

  • goedkeuringsdatum
    15 JULI 1997
  • publicatiedatum
    B.S.08/10/1997
  • datum laatste wijziging
    03/10/2008

COORDINATIE

opgeheven door Decr. 10-7-2008 - B.S. 3-10-2008

De Vlaamse regering,

Gelet op de wet van 29 juni 1983 betreffende de leerplicht, inzonderheid op artikel 2, gewijzigd bij het decreet van 31 juli 1990;

Gelet op het besluit van de Vlaamse regering van 31 juli 1990 houdende de organisatie, de normering en de financiering van de erkende vorming in het kader van de deeltijdse leerplicht inzonderheid op hoofdstuk II, gewijzigd bij het besluit van de Vlaamse regering van 24 juli 1996;

Gelet op het besluit van de Vlaamse regering van 31 juli 1990 houdende samenstelling van de commissie voor advies inzake erkenning van vormingsprogramma's voor de vervulling van de deeltijdse leerplicht;

Gelet op het akkoord van de Vlaamse minister, bevoegd voor de begroting, gegeven op 14 juli 1997;

Op voorstel van de Vlaamse minister van Onderwijs en Ambtenarenzaken en van de Vlaamse minister van Cultuur, Gezin en Welzijn;

Na beraadslaging,

Besluit :

Artikel 1.

Het vormingsprogramma ingediend door de volgende verenigingen zonder winstoogmerk dat de persoonlijke, maatschappelijke en beroepsgerichte vorming omvat, wordt met ingang van 1 september 1997 erkend als vorming die voor de vervulling van de deeltijdse leerplicht in aanmerking komt :

1° de VZW "Jongerenbegeleiding" te 8500 Kortrijk;

2° de VZW "Arktos" te 1030 Brussel; het vormingsprogramma wordt te Leuven uitgevoerd;

3° de VZW "Lejo" te 9000 Gent; het vormingsprogramma wordt te Gent en te Sint-Niklaas uitgevoerd;

4° de VZW "Centrum voor deeltijdse vorming, Djobhuis" te 1070 Brussel;

5° de VZW "De Werf" te 9040 Sint-Amandsberg;

6° de VZW "Vormingscentrum Foyer" te 1080 Brussel, wat het vormingsprogramma voor migrantenjongens betreft;

7° de VZW "Vormingscentrum Foyer" te 1080 Brussel, wat het vormingsprogramma voor migrantenmeisjes betreft.

Art. 2.

Het vormingsprogramma ingediend door volgende verenigingen zonder winstoogmerk wordt gedurende de schooljaren 1997-1998 tot en met 1999-2000 erkend als vorming die voor de vervulling van de deeltijdse leerplicht in aanmerking komt :

1° de VZW "Arktos" te 1030 Brussel, op voorwaarde dat voor de beroepsgerichte vorming met een centrum voor deeltijds beroepssecundair onderwijs wordt samengewerkt; het vormingsprogramma wordt uitgevoerd te Maaseik, Beringen, Antwerpen, Hoboken, Merksem, Geel, Beerse en Aarschot;

2° de VZW "ABW-Jeugddienst" te 1000 Brussel, op voorwaarde dat voor de beroepsgerichte vorming met een centrum voor deeltijds beroepsecundair onderwijs wordt samengewerkt; het vormingsprogramma wordt te Sint-Niklaas uitgevoerd;

3° de VZW "Federatie van de Centra voor Levensvorming" te 8500 Kortrijk, op voorwaarde dat voor de beroepsgerichte vorming met een centrum voor deeltijds beroepssecundair onderwijs wordt samengewerkt;

4° de VZW "Centrum voor levensvorming Brugge" te 8310 Assebroek (Brugge), wat het programma voor leerplichtige jongeren betreft, die tijdelijk in een onthaal-, observatie- of oriëntatiecentrum zijn geplaatst;

5° de VZW "Centrum voor Levensvorming Oost-Vlaanderen" te 9112 Sinaai, wat het programma voor leerplichtige jongeren betreft, die tijdelijk in het Onthaal-, Oriëntatie- en Observatiecentrum Luein te 9080 Lochristi zijn geplaatst;

6° de VZW "Centrum voor Levensvorming Oost-Vlaanderen" te 9112 Sinaai, wat het programma voor leerplichtige jongeren betreft, die tijdelijk in het Residentieel Kortdurend Jongerenprogramma van De Sleutel te 9820 Merelbeke worden opgenomen;

7° de VZW "Centrum voor Levensvorming Oost-Vlaanderen" te 9112 Sinaai, wat het programma voor allochtone jongeren betreft, het programma wordt te Temse, Sint-Niklaas, Gent, Aalst, Dendermonde en Oudenaarde uitgevoerd.

Art. 3.

De verenigingen zonder winstoogmerk vermeld in de artikelen 1 en 2 zijn verplicht, de bevoegde ambtenaren in de mogelijkheid te stellen, ter plaatse de effectieve, volledige en correcte uitvoering van het erkende vormingsprogramma te controleren.

Art. 4.

De in de artikelen 1 en 2 verleende erkenning kan worden opgeheven nadat is vastgesteld dat het vormingsprogramma niet of onvolledig wordt uitgevoerd.

Art. 5.

De Vlaamse minister, bevoegd voor het onderwijs en de Vlaamse minister, bevoegd voor de Cultuur, zijn belast met de uitvoering van dit besluit.