Besluit van de Vlaamse Regering houdende de controlemaatregelen inzake de aanwending van de werkingstoelagen in het gesubsidieerd onderwijs.

  • goedkeuringsdatum
    09 JANUARI 1991
  • publicatiedatum
    B.S.06/06/1991
  • datum laatste wijziging
    24/06/2011

COORDINATIE

B.Vl.R. 3-2-2006 - B.S. 19-4-2006

B.Vl.R. 17-12-2010 - B.S. 24-6-2011

De Vlaamse Regering,

Gelet op de wet van 29 mei 1959 tot wijziging van sommige bepalingen van de onderwijswetgeving, gewijzigd door het decreet van 31 juli 1990 betreffende het onderwijs-II, inzonderheid op artikel 36, § 1, 2°;

Gelet op het koninklijk besluit nr. 5 van 18 april 1967 betreffende de controle op de toekenning en op de aanwending van de toelagen;

Gelet op het koninklijk besluit van 26 april 1968 tot inrichting en coördinatie van de controles op de toekenning en op de aanwending van de toelagen;

Gelet op het akkoord van de Gemeenschapsminister van Financiën en Begroting, gegeven op 8 januari 1991;

Gelet op de wetten van de Raad van State, gecoördineerd op 12 januari 1973, inzonderheid op artikel 3, § 1, gewijzigd bij de wet van 8 augustus 1980;

Gelet op de dringende noodzakelijkheid;

Overwegende dat het dringend noodzakelijk is uitvoering te geven aan artikel 36, § 1, 2° van de wet van 29 mei 1959 tot wijziging van sommige bepalingen van de onderwijswetgeving, ingevoegd door het decreet van 31 juli 1990 betreffende het onderwijs-II, vermits deze bepalingen op 1 januari 1991 in werking treden en het derhalve aangewezen is de onderwijsinstellingen hieromtrent tijdig in te lichten;

Op voordracht van de Gemeenschapsminister van Onderwijs;

Na beraadslaging,

Besluit :

Artikel 1.

De bepalingen van dit besluit zijn van toepassing op de inrichtende machten van de onderwijsinstellingen en internaten die de toelagen genieten bedoeld in [artikel 37 van de codificatie betreffende het secundair onderwijs].

B.Vl.R. 17-12-2010

Art. 2.

§ 1. Door elke inrichtende macht worden de ontvangsten en uitgaven van werkingstoelagen chronologisch in een journaalboek bijgehouden hetzij per onderwijsinstelling, hetzij per groep van onderwijsinstellingen, zoals bepaald door de inrichtende macht. De gevolgde methode is vrij, voor zover de naleving van de wettelijke verplichtingen, inzonderheid deze opgelegd bij [het artikel 37 en artikel 38 van de codificatie betreffende het secundair onderwijs] kan worden nagegaan.

§ 2. Indien het thans bestaand boekhoudkundig plan alle gegevens bevat die nodig zijn voor de bij de wet bepaalde controle, mag het verder ongewijzigd worden bijgehouden.

§ 3. Op het einde van elk kalenderjaar moet een slotrekening worden opgemaakt volgens het model in bijlage 1.

B.Vl.R. 17-12-2010

Art. 3.

Voor alle vermogensgoederen en duurzaam materieel moet een bestendige inventaris worden bijgehouden volgens het model in bijlage 2.

Art. 4.

Bij verkoop van materieel dat aangekocht werd met werkingstoelagen moet de opbrengst als ontvangst bij de werkingstoelagen worden ingeschreven.

Art. 5.

In de gesubsidieerde onderwijsinstellingen moet de opbrengst van de vervreemding of de verhuring van goederen vervaardigd door de onderwijsinstelling, evenals van de diensten verleend door de instelling, als ontvangst bij de werkingstoelagen worden ingeschreven.

Art. 6.

De bescheiden ter verantwoording van de toelagen moeten gedurende vijf jaren worden bewaard in de onderwijsinstelling of op de zetel van de inrichtende macht, waar ze voor controle beschikbaar moeten blijven.

Art. 7.

De controle over de aanwending van de werkingstoelagen wordt uitgeoefend door de ambtenaar die de Gemeenschapsminister aanduidt, onverminderd de controlebevoegdheid van de Inspectie van Financiën.

Art. 8.

De controlerende ambtenaren dienen over hun opdrachten een verslag in bij de Gemeenschapsminister van Onderwijs. Een afschrift ervan wordt toegestuurd aan de betrokken inrichtende macht, die desgevallend een verweerschrift bij de Gemeenschapsminister van Onderwijs kan indienen.

Art. 9.

De Gemeenschapsminister van Onderwijs kan een grondige controle laten uitvoeren over de aanwending van de werkingstoelagen in de instellingen waarvan de bestuurswijze een dergelijke controle wettigt.

Art. 10.

Worden opgeheven :

- het koninklijk besluit van 22 oktober 1959 houdende de toepassing van de artikelen 34 en 37 van de wet van 29 mei 1959 tot wijziging van sommige bepalingen van de onderwijswetgeving;

- het koninklijk besluit van 2 augustus 1973 betreffende de controle over het gebruik van de werkings- en uitrustingstoelagen, bedoeld in de artikelen 32 en 34 van de wet van 29 mei 1959 tot wijziging van sommige bepalingen van de onderwijswetgeving;

- Artikel 6, 2e alinea van het koninklijk besluit van 12 februari 1976 tot vaststelling van de voorwaarden waaronder de door een onderwijsinstelling geproduceerde voorwerpen of verleende diensten kunnen vervreemd of verhuurd worden.

Art. 11.

Dit besluit heeft uitwerking op 1 januari 1991.

Art. 12.

De Gemeenschapsminister van Onderwijs is belast met de uitvoering van dit besluit.

Bijlage 1

MINISTERIE VAN ONDERWIJS

Verantwoording van de werkingstoelagen

slotrekening boekjaar 19

Stamnummer(s)

Officiële benaming en adres van de onderwijsinstelling(en) en/of interna(a)t(en)

Onderwijsniveau

...............................

...............................

...............................

...............................

...............................

...............................

...............................

...............................

...............................

...............................

...............................

...............................

...............................

...............................

...............................

...............................

...............................

...............................

...............................

...............................

...............................

...............................

...............................

...............................

...............................

...............................

...............................

...............................

...............................

...............................

...............................

...............................

...............................

...............................

...............................

...............................

Inrichtende macht (volledige benaming en adres) :

Plaats waar de boekhoudkundige documenten bewaard worden

Adres :

Telefoon :

I. Werkingstoelagen Bedrag

A. Ontvangsten

1. Batig saldo werkingstoelagen vorig boekjaar ....................................................

2. Ontvangen werkingstoelagen

a. Schooljaar 19 - 19 : .......................................................................

b. Achterstallen : ..............................................................................

3. Ontvangsten uit :

a. Verkoop en diensten (koninklijk besluit 12-2-1976) ...........................................

b. Verhuring ....................................................................................

c. Andere (nader toe te lichten rubriek II) .....................................................

Totaal der ontvangsten I.A. .....................................................................

B. Uitgaven

1. M.V.D. personeel

a. Lonen en sociale lasten ......................................................................

b. Andere uitgaven (vergoedingen en voordelen in natura) ........................................

Facturen van gespecialiseerde onderhoudsfirma's ..............................................

2. Verwarming .....................................................................................

3. Electriciteit ..................................................................................

4. Water en gas ..................................................................................

5. Onderhoudsprodukten ............................................................................

6. Bureaukosten (kantoorbenodigdheden, telefoon, drukwerk, publiciteit, enz.) .....................

7. Vervoer van leerlingen :

a. Ophaaldienst ................................................................................

b. Intern vervoer ..............................................................................

8. Onroerende goederen :

a. Huur ........................................................................................

b. Huurdersonderhoud ...........................................................................

c. Eigenaarsuitgaven ...........................................................................

d. Leningslast .................................................................................

9. Roerende goederen :

a. Vermogensgoederen en duurzaam materieel .....................................................

b. Ander materieel .............................................................................

c. Bibliotheek .................................................................................

d. Huur, onderhoud en herstelling ..............................................................

10. Prijsuitdeling, schoolreizen, schooluitstappen ................................................

11. Verzekering leerlingen en onderwijzend personeel ..............................................

12. Verzekering roerende en onroerende goederen ...................................................

13. Grondstoffen aangewend voor onderwijsdoeleinden (hout, ijzer, papier, krijt, enz.) ............

14. Schoolbehoeften ...............................................................................

15. Andere (nader toe te lichten in rubriek II) LW1

16. Totaal der uitgaven (B.1 t/m B.15) ............................................................

17. Eventueel nadelig saldo vorig boekjaar ........................................................

Totaal der uitgaven I.B. .......................................................................

C. Saldo van de werkingstoelagen (I.A. - I.B.) ....................................................

II. Toelichting betreffende de "andere ontvangsten" "andere uitgaven "

aangegeven in rubriek II

Bedrag

I. A. 3c - Andere ontvangsten :

...........................................................................................................................................

Totaal

I.B.15. - Andere uitgaven

...........................................................................................................................................

Totaal

III. Toepassing van art. 32, § 1, tweede lid van de wet van 29 mei 1959

a. Totaal bedrag van de werkingstoelagen ontvangen tijdens het boekjaar waarop deze slotrekening betrekking heeft

b. Minimaal bedrag te besteden aan lonen en sociale lasten van het meesters-, vak- en dienstpersoneel (20 % van III.a.)

c. Werkelijk daaraan besteed bedrag tijdens hetzelfde boekjaar

d. Verschil tussen III.b. en III.c in + of -

IV. Financiële rekening op 31 december 19

Postrekening(en)

Saldi in + of -

Bankrekening(en)

Kas

Rekening voor orde (derden)

Totaal (dient overeen te stemmen met I.C.)

Voor echt verklaard en volledig in overeenstemming met de gevoerde boekhouding.

Te ........................ de ........................

De Gevolmachtigde van de Inrichtende Macht,

............................

(handtekening)

Naam, voornaam

en hoedanigheid

............................

............................

Bijlage 2

Model van inventarisboek, bij te houden per onderwijsinstelling en/of internaat

Benaming van de instelling : ...................................

Adres : ..............................................

Stamboeknummer : .....................................

INVENTARIS

van de vermogensgoederen en duurzaam materieel aangekocht met werkingstoelagen

Doorlopend volgnr.

Volgnr. in journaalboek

Aard (eventueel merk, type, serienummer)

Aantal

Prijs

incl. BTW

Datum en reden van afvoer

Opmerkingen

- (1): Opgeheven, wat basis-, secundair en deeltijds kunstonderwijs betreft, doch uitsluitend voor de schoolbesturen waarop de wet van 27 juni 1921 van toepassing is (B.Vl.R. 3-2-2006; Art. 5)