Besluit van de Vlaamse Regering tot organisatie van het schooljaar in het basisonderwijs en in het deeltijds onderwijs georganiseerd, erkend of gesubsidieerd door de Vlaamse Gemeenschap

  • goedkeuringsdatum
    17 APRIL 1991
  • publicatiedatum
    B.S.11/07/1991
  • datum laatste wijziging
    08/10/2008

(opschrift gewijzigd bij B.Vl.R. 31-8-2001 en B.Vl.R. 10-7-2008)

COORDINATIE

B.Vl.R. 15-12-1993 - B.S. 8-3-1994

B.Vl.R. 31-8-2001 - B.S. 24-10-2001

B.Vl.R. 10-7-2008 - B.S. 8-10-2008

De Vlaamse Regering,

Gelet op de wet van 29 mei 1959 tot wijziging van sommige bepalingen van de onderwijswetgeving, inzonderheid op artikel 7;

Gelet op het decreet van 31 juli 1990 betreffende het onderwijs (II), inzonderheid op artikel 172;

Gelet op het advies van de overkoepelende en representatieve ouderverenigingen;

Gelet op het advies van het Commissariaat-generaal voor Toerisme;

Gelet op het advies van de Sociaal-Economische Raad voor Vlaanderen;

Gelet op het overleg dat, ingevolge artikel 5 van de wet van 29 mei 1959 tot wijziging van sommige bepalingen van de onderwijswetgeving, met de afgevaardigden van de inrichtende machten heeft plaatsgehad op 31 januari 1991;

Gelet op het protocol van 31 januari 1990 houdende de conclusies van de onderhandelingen die gevoerd werden in de schoot van het Gemeenschappelijk Comité voor alle overheidsdiensten;

Gelet op het protocol nr. 6, dd. 21 maart 1991 houdende de conclusies van de onderhandelingen die gevoerd werden in de gemeenschappelijke vergadering van sectorcomité X en van onderafdeling "Vlaamse Gemeenschap" van afdeling 2 van het Comité voor de provinciale en plaatselijke overheidsdiensten op 14 februari en 28 februari 1991;

Gelet op het advies van de Raad van State;

Op de voordracht van de Gemeenschapsminister van Onderwijs;

Na beraadslaging,

Besluit :

HOOFDSTUK I. - [Basisonderwijs]

Artikel 1.

[Dit hoofdstuk is van toepassing op de instellingen voor gewoon en buitengewoon basisonderwijs, georganiseerd, erkend of gesubsidieerd door de Vlaamse Gemeenschap.]

B.Vl.R.31-8-2001

Art. 2.

Het schooljaar begint op 1 september en eindigt op 31 augustus.

Art. 3.

§ 1. [ De lessen worden in aantal gelijkmatig gespreid over vijf dagen, van maandag tot en met vrijdag. De lessen vangen ten vroegste aan om 8 uur en eindigen ten vroegste om 15 uur en ten laatste om 17 uur. De woensdagnamiddag is vrij. Er is een middagpauze van tenminste één uur.]

§ 2. [...]

§ 3. De lessen kunnen voor alle leerlingen of voor een leerlingengroep één dag per schooljaar geschorst worden voor het houden van pedagogische studiedagen voor de leraars. In het basisonderwijs kunnen de lessen hiervoor bijkomend één halve dag geschorst worden.

§ 4. [...]

§ 5. De lessen kunnen voor de leerlingen van het basisonderwijs de laatste schooldag vóór de zomervakantie één halve dag geschorst worden om de instelling in staat te stellen opdrachten verbonden aan het einde van het schooljaar, zoals oudercontacten, te realiseren.

B.Vl.R.31-8-2001

Art. 4.

De volgende vakantieperioden worden vastgesteld :

1° de zomervakantie begint op 1 juli en eindigt op 31 augustus;

2° de herfstvakantie begint de maandag van de week waarin 1 november valt en duurt één week. Indien 1 november op een zondag valt, dan begint de herfstvakantie op 2 november;

3° de kerstvakantie begint de maandag van de week waarin 25 december valt en duurt twee weken. Indien 25 december op een zaterdag of een zondag valt, dan begint de kerstvakantie de maandag na 25 december;

4° de krokusvakantie begint de zevende maandag vóór Pasen en duurt één week;

5° de paasvakantie begint de eerste maandag van april en duurt twee weken.

Indien Pasen in de maand maart valt, dan begint de paasvakantie de maandag na Pasen.

Indien Pasen na 15 april valt, begint de paasvakantie de tweede maandag vóór Pasen.

Art. 5.

Voor zover zij niet tijdens een vakantieperiode vallen, is er bovendien vakantie op volgende dagen :

11 november

1 mei

Paasmaandag

Hemelvaartsdag en de dag nadien

Pinkstermaandag.

Art. 6.

[De instellingen voor basisonderwijs kunnen bijkomend over twee facultatieve vakantiedagen beschikken. Deze dagen kunnen opgesplitst worden in halve dagen en verschillen per vestigingsplaats van de instelling.]

B.Vl.R.31-8-2001

Art. 7.

De dag na de bij wet of decreet bepaalde parlementaire, provinciale of gemeentelijke verkiezingen kunnen de lessen gedurende maximum één dag geschorst worden in de instellingen waarvan lokalen naar aanleiding van die verkiezingen gebruikt zijn voor het inrichten van stemopnemingsbureaus.

Art. 8.

§ 1. De Gemeenschapsminister van Onderwijs of zijn gemachtigde kan voor individuele [scholen of scholengroepen] op vraag van de betrokken inrichtende machten permanent afwijking verlenen van de bepalingen, vermeld in de artikelen 3 en 4 en artikel 5 wat de dag na Hemelvaartsdag betreft. Deze aanvragen dienen te worden gebaseerd op argumenten van eigen onderwijskundige en pedagogische concepten of religieuze of filosofische overtuigingen. Evenwel mogen deze afwijkingen nooit impliceren dat het normaal aantal lessen op schooljaarbasis wordt verminderd en daardoor de afwerking van het goedgekeurd leerprogramma in het gedrang wordt gebracht.

§ 2. De Gemeenschapsminister van Onderwijs of zijn gemachtigde kan voor individuele [scholen of scholengroepen] op vraag van de betrokken inrichtende machten occasioneel afwijking verlenen van de bepalingen, vermeld in de artikelen 3 en 4 en artikel 5 wat de dag na Hemelvaartsdag betreft. Evenwel mogen deze afwijkingen nooit impliceren dat het normaal aantal lessen op schooljaarbasis wordt verminderd en daardoor de afwerking van het goegekeurd leerprogramma in het gedrang wordt gebracht.

§ 3. [...]

§ 4. De in de §§ 1 en 2 bedoelde afwijkingen dienen, vergezeld van het proces-verbaal zoals bedoeld in artikel 10, te worden aangevraagd bij de bevoegde administratie van het departement Onderwijs, uiterlijk op 1 mei van het voorafgaand schooljaar; [...]. Alle aanvragen dienen door de Gemeenschapsminister van Onderwijs of zijn gemachtigde binnen een termijn van dertig dagen, te rekenen vanaf de datum van afstempeling door de post, te worden beantwoord, zoniet wordt verondersteld dat de goedkeuring is verleend.

B.Vl.R.31-8-2001

Art. 9.

[Ten laatste op 15 juni vóór de aanvang van het volgend schooljaar leggen de instellingen de facultatieve vakantiedagen en de dagen dat de lessen, in toepassing van artikel 3, § 3, geschorst worden, vast.]

Uiterlijk op 30 juni delen de instellingen [...] aan de hieronder opgesomde diensten of personen de lijst mede van de halve vakantiedagen of de vakantiedagen die bij toepassing van artikel 6 verdeeld zijn alsmede de bij toepassing van artikel 8, §§ 1 en 2, toegestane afwijkingen :

1° elke door de Gemeenschapsminister van Onderwijs aangewezen bestuur;

2° de personeelsleden van de betrokken instelling;

3° de leerlingen en de ouders van minderjarige leerlingen of de persoon die de leerling in rechte of in feite onder zijn bewaring heeft.

Aan deze diensten of personen dient elke wijziging die zich voordoet in de loop van het schooljaar acht dagen voordien te worden meegedeeld.

B.Vl.R.31-8-2001

Art. 10.

Het geheel van de concrete schikkingen die door de inrichtende machten kunnen worden getroffen conform de bepalingen van dit besluit, moeten het voorwerp van een overleg uitmaken.

Wat de instellingen, scholengroepen [...] van het Gemeenschapsonderwijs betreft, dient dit overleg te gebeuren in het bevoegde overlegcomité opgericht krachtens de wet van 19 december 1974 tot regeling van de betrekkingen tussen de overheid en de vakbonden van haar personeel en het koninklijk besluit van 28 september 1984 tot uitvoering van deze wet.

Wat de gesubsidieerde en erkende officiële instellingen [...] betreft, dient dit overleg te gebeuren in het bevoegde overlegcomité opgericht krachtens de wet van 19 december 1974 tot regeling van de betrekkingen tussen de overheid en de vakbonden van haar personeel en het koninklijk besluit van 28 september 1984 tot uitvoering van deze wet.

Wat de gesubsidieerde en erkende vrije instellingen [...] betreft, gelden de bepalingen van de wet van 20 september 1948 houdende de organisatie van het bedrijfsleven, sectie IV, De Ondernemingsraden. Voor de instellingen [...] waarop deze wet niet van toepassing is, zullen de inrichtende machten erover waken dat deze materie zal besproken worden met de syndicale delegaties en bij ontstentenis daarvan in een algemene lerarenvergadering.

Van dit overleg wordt een proces-verbaal opgemaakt dat wordt ondertekend door de in het overleg betrokkenen. Voor de instellingen [...] waar een algemene lerarenvergadering werd georganiseerd dient het proces-verbaal te worden ondertekend door de directie en door vier vastbenoemde leraars die geen lid zijn van de inrichtende macht of niet het ambt van directeur of onderdirecteur uitoefenen. Het proces-verbaal vermeldt de geraadpleegde organen evenals de besluiten van de raadpleging.

B.Vl.R.31-8-2001

HOOFDSTUK II. - Deeltijds onderwijs en onderwijs voor sociale promotie

Art. 11.

Dit hoofdstuk is van toepassing op de instellingen die deeltijds onderwijs [...] inrichten, georganiseerd, erkend of gesubsidieerd door de Vlaamse Gemeenschap. Dit hoofdstuk is niet van toepassing op de centra voor deeltijds beroepssecundair onderwijs.

B.Vl.R. 10-9-2008

Art. 12.

Het schooljaar begint op 1 september en eindigt op 31 augustus. De lessen kunnen op alle dagen van de week doorgaan.

Art. 13.

Door de instellingen, bedoeld in artikel 11, wordt de vakantie zo geregeld dat het aantal dagen effectieve onderwijsactiviteit per leerlingengroep tenminste gelijk is aan X - (Y + Z + l) waarin :

1° X gelijk is aan het aantal dagen openstelling per jaar, dit is het produkt van het aantal dagen openstelling per week en het aantal weken openstelling per jaar;

2° Y gelijk is aan het aantal dagen openstelling per week;

3° Z gelijk is aan het aantal feestdagen dat samenvalt met een dag openstelling. Met feestdagen wordt bedoeld : 1, 2 en 11 november, 25 en 26 december, 1 januari, Pasen, Paasmaandag, 1 mei, Hemelvaartsdag, Pinksteren, Pinkstermaandag.

Art. 14.

De lessen kunnen voor alle leerlingen of voor een leerlingengroep één dag per schooljaar geschorst worden voor het houden van een pedagogische studiedag voor de leraars.

Art. 15.

De dag vóór, van en na de bij wet of decreet bepaalde parlementaire, provinciale of gemeentelijke verkiezingen kunnen de lessen geschorst worden in de instellingen waarvan lokalen naar aanleiding van die verkiezingen gebruikt zijn.

Art. 16.

Ten laatste op 15 september leggen de instellingen de organisatie van het schooljaar vast en delen zij deze onverwijld mee aan de hieronder opgesomde diensten of personen :

1° elke door de Gemeenschapsminister van Onderwijs aangewezen bestuur;

2° de personeelsleden van de betrokken instelling;

3° de leerlingen en de ouders van minderjarige leerlingen of de persoon die de leerling in rechte of in feite onder zijn bewaring heeft.

Aan deze diensten of personen dient elke wijziging die zich voordoet in de loop van het schooljaar acht dagen voordien te worden meegedeeld.

Art. 17.

Het geheel van de concrete schikkingen die door de inrichtende machten kunnen worden getroffen conform de bepalingen van dit besluit, moeten het voorwerp van een overleg uitmaken.

Wat de instellingen, scholengroepen en centra van het Gemeenschapsonderwijs betreft, dient dit overleg te gebeuren in het bevoegde overlegcomité opgericht krachtens de wet van 19 december 1974 tot regeling van de betrekkingen tussen de overheid en de vakbonden van haar personeel en het koninklijk besluit van 28 september 1984 tot uitvoering van deze wet.

Wat de gesubsidieerde en erkende officiële instellingen en centra betreft, dient dit overleg te gebeuren in het bevoegde overlegcomité opgericht krachtens de wet van 19 december 1974 tot regeling van de betrekkingen tussen de overheid en de vakbonden van haar personeel en het koninklijk besluit van 28 september 1984 tot uitvoering van deze wet.

Wat de gesubsidieerde en erkende vrije instellingen en centra betreft, gelden de bepalingen van de wet van 20 september 1948 houdende de organisatie van het bedrijfsleven, sectie IV, De Ondernemingsraden. Voor de instellingen en centra waarop deze niet van toepassing is, zullen de inrichtende machten erover waken dat deze materie zal besproken worden met de syndicale delegaties en bij ontstentenis daarvan in een algemene lerarenvergadering.

Van dit overleg wordt een proces-verbaal opgemaakt dat wordt ondertekend door de in het overleg betrokkenen. Voor de instellingen en centra waar een algemene lerarenvergadering werd georganiseerd dient het proces-verbaal te worden ondertekend door de directie en door vier vastbenoemde leraars die geen lid zijn van de inrichtende macht of niet het ambt van directeur of onderdirecteur uitoefenen. Het proces-verbaal vermeldt de geraadpleegde organen evenals de besluiten van de raadpleging.

[HOOFDSTUK IIbis. - Sancties

Art. 17bis.

§ 1. De overtredingen inzake de verlofregeling of de regeling inzake de aanwending van de schooltijd worden onder de verantwoordelijkheid van de inspectie vastgesteld.

De vaststelling wordt bij aangetekend schrijven meegedeeld aan de betrokken inrichtende macht of aan de betrokken lokale raad.

§ 2. Binnen een termijn van één maand na de betekening van het aangetekend schrijven kan de inrichtende macht of de betrokken lokale raad bij de inspectie een verweerschrift indienen. De betekening wordt geacht te gebeuren de derde werkdag na het versturen van het aangetekend schrijven.

§ 3. Op basis van het verslag van de inspectie en het eventueel verweerschrift van de betrokken inrichtende macht of de betrokken lokale raad oordeelt de Vlaamse minister bevoegd voor het onderwijs of de overtreding dient gesanctioneerd te worden.

Art. 17ter.

§ 1. Voor de instellingen van het gesubsidieerd onderwijs kan de Vlaamse minister bevoegd voor het onderwijs een bedrag van de werkingstoelagen zoals bedoeld in artikel 32 van de wet van 29 mei 1959 tot wijziging van sommige bepalingen van de onderwijswetgeving terugvorderen.

Bij een eerste overtreding kan dat bedrag ten hoogste 1/5e zijn van de werkingstoelagen van het voorgaand schooljaar.

Bij een tweede of volgende overtreding kan dat bedrag ten hoogste 1/3e zijn van de werkingstoelagen van het voorgaand schooljaar.

§ 2. Voor de instellingen van het Gemeenschapsonderwijs kan de Vlaamse minister bevoegd voor het onderwijs een bedrag inhouden op de werkingsmiddelen die aan de Autonome Raad voor het Gemeenschapsonderwijs zijn toegekend.

Bij een eerste overtreding kan dat bedrag ten hoogste 1/5e zijn van de middelen waarop de betrokken instelling het voorgaand schooljaar recht had.

Bij een tweede of volgende overtreding kan dat bedrag ten hoogste 1/3e zijn van de middelen waarop de betrokken instelling het voorgaand schooljaar recht had.]

B.Vl.R.15-12-1993

HOOFDSTUK III. - Slotbepalingen

Art. 18.

Het koninklijk besluit van 22 mei 1965, houdende vakantie- en verlofregeling in het onderwijs en het koninklijk besluit van 29 maart 1985 tot vaststelling van het aantal dagen van openstelling voor onderwijsinrichtingen met volledig leerplan worden opgeheven, voor wat de onderwijsinstellingen en centra betreft, bedoeld in de artikelen 1 en 11 van dit besluit.

Art. 19.

Dit besluit treedt in werking de dag waarop het in het Belgisch Staatsblad wordt bekendgemaakt en het wordt voor het eerst toegepast voor de organisatie van het schooljaar 1991-1992.

Art. 20.

De Gemeenschapsminister van Onderwijs is belast met de uitvoering van dit besluit.